Verslag van een schriftelijk overleg : Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde agenda van de informele JBZ-Raad van 16 en 17 juli 2026 (vreemdelingen- en asielbeleid) (Kamerstuk 32317-1016)
32 317 JBZ-Raad
Nr. 1018
VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld 14 juli 2026
De vaste commissie voor Asiel en Migratie heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd
aan de Minister van Asiel en Migratie over de volgende brieven:
• Kabinetspositie over de stemming inzake het onderhandelingsakkoord voor de EU-Terugkeerverordening
(Kamerstuk 22 112, nr. 4363)
• Verslag JBZ-Raad 4 en 5 juni 2026 en overige JBZ-ontwikkelingen (Kamerstuk 32 317, nr. 1014)
• Kabinetsappreciatie op verlenging van de activering van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming
tot en met 4 maart 2028 (Kamerstuk 32 317, nr. 1015)
• Geannoteerde agenda van de informele JBZ-Raad van 16 en 17 juli 2026 (32 317, nr. 1016).
De vragen en opmerkingen zijn op 10 juli 2026 aan de Minister van Asiel en Migratie
voorgelegd. Bij brief van 14 juli 2026 zijn de vragen beantwoord.
De voorzitter van de commissie, De Groot
Griffier van de commissie, Burger
Inhoud
I
Vragen en opmerkingen uit de fracties en reactie van de Minister van Asiel en Migratie
2
Inbreng van de leden van de VVD-fractie
2
Inbreng van de leden van de PVV-fractie
5
Inbreng van de leden van de JA21-fractie
6
I Vragen en opmerkingen uit de fracties en reactie van de Minister van Asiel en Migratie
Inbreng van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde
agenda van de informele Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ-Raad) op 16 en 17 juli
2026 en van de verder aangeleverde stukken. Zij hebben hierover enkele vragen en opmerkingen.
De leden van de VVD-fractie constateren dat er tijdens de JBZ-Raad zal worden gesproken
over het visumbeleid, met als doel dit beleid beter aan te laten sluiten bij de doelstellingen
omtrent interne veiligheid. Deze leden ondersteunen de inzet van het visumbeleid richting
onwelgevallig gezinde derde landen.
Vraag 1
Steunt de Minister eventuele voorstellen om het juridisch mogelijk te maken om van
bepaalde landen, en met name Rusland, categorisch onderdanen uit te sluiten van de
mogelijkheid om een visum te verschaffen? Denkt de Minister dat voor zo’n voorstel
draagvlak in de EU bestaat? Is de Minister daarnaast van plan om EU-lidstaten die
op dit moment nog veel visa aan Russische onderdanen afgeven, hierop aan te spreken
en dan met name Frankrijk, Italië en Spanje? Is de Minister daarnaast bereid om de
nationale afgifte van Machtigingen tot Voorlopig Verblijf (MVV) ook te beperken indien
er sprake is van een categorisch risico voor de interne veiligheid of indien de strategische
belangen van Nederland daarmee in gevaar komen?
Antwoord
Het kabinet maakt zich zorgen over de toename van Schengenvisa voor Russische staatsburgers,
waaronder toeristenvisa, die door enkele EU-lidstaten worden afgegeven, en spreekt
lidstaten daar op aan binnen de daarvoor bestemde EU gremia.
In dit kader heeft het kabinet de gezamenlijke brief, op initiatief van Zweden, over
restrictieve en uniforme toepassing van het EU-visumbeleid ten aanzien van Russische
burgers, medeondertekend. Hierover heeft het kabinet uw Kamer in het verslag van de
JBZ-Raad van 4-5 juni 2026 geïnformeerd.1
Het kabinet steunt het voorstel om in de EU-Visumcode een juridische grondslag op
te nemen voor gerichte beperkende visummaatregelen wanneer de relatie tussen de EU
en een visumplichtig derde land ernstig verslechtert en daardoor de interne veiligheid
van de EU in het geding is. Het kabinet zal op de Raad het belang benadrukken dat
de maatregelen (in eerste instantie) gericht zouden moeten zijn op een bepaalde categorie
personen, zoals de actoren die verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor de verslechterde
relatie. Daarnaast acht het kabinet het noodzakelijk dat – gezien de potentiële gevolgen
voor de bredere relatie met derde landen – de Raad een besluit neemt over dergelijke
maatregelen. Er is nog geen duidelijk beeld te geven of er voldoende draagvlak is
in de Raad voor de introductie van een dergelijk instrumentarium. Naar verwachting
zullen lidstaten in het bijzonder verschillend aankijken tegen deze institutionele
bevoegdheidsverdeling tussen de Raad en Commissie.
Wat betreft de afgifte van Machtigingen tot Voorlopig Verblijf (MVV) is het al mogelijk
om de toegang te weigeren indien er een gevaar blijkt voor openbare orde/nationale
veiligheid of wanneer er gegronde reden is te veronderstellen dat de vreemdeling voor
een ander doel dan opgegeven naar Nederland is gekomen. Hierbij moet rekening worden
gehouden met de specifieke omstandigheden van het geval en met het evenredigheidsbeginsel,
cf. verscheidene EU-richtlijnen, zoals die inzake de toelating en verblijf van onder
meer onderzoekers en studenten (EU/2016/801) en van EU Blauwe Kaarthouders (EU/2021/1883).
Een categorische uitzondering is niet mogelijk. Wanneer er twijfels zijn over de motieven
van de persoon die naar Nederland komt, is er reeds een bestaande werkwijze bij de
IND ingeregeld.
De leden van de VVD-fractie hebben voorts, omdat dit en marge ter sprake kan komen
tijdens de JBZ-Raad, nog enkele vragen over gesprekken die lopen met de Taliban in
het kader van afspraken over terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers. Deze leden
zijn van mening dat de Taliban verwerpelijke opvattingen hebben over mensenrechten
en dan met name de rechten van vrouwen, meisjes en journalisten. Zij begrijpen dat
gesprekken over terugkeer noodzakelijk zijn, vooral voor EU-lidstaten met veel Afghaanse
asielzoekers, maar willen hierbij wel markeren dat het beginsel van non-refoulement
buiten kijf moet staan.
Vraag 2
Van welke categorieën uitgeprocedeerde asielzoekers verwacht de Minister dat er bij
succesvolle gesprekken sprake kan zijn van terugkeer? Kan de Minister een inschatting
geven van de hoeveelheid uitgeprocedeerde asielzoekers die mogelijk teruggestuurd
zullen worden? Hoe zorgt de Minister er tot slot voor dat het beginsel van non-refoulement
voor uitgeprocedeerde asielzoekers uit Afghanistan gewaarborgd blijft?
Antwoord
Terugkeer van vertrekplichtige vreemdelingen is een prioriteit van het kabinet. Het
kabinet zet zich ervoor in om zoveel als mogelijk vreemdelingen zonder rechtmatig
verblijf te laten terugkeren. De terugkeer van vreemdelingen die een gevaar vormen
voor de nationale veiligheid en/of de openbare orde hebben daarbij de speciale aandacht
van het kabinet. Gesprekken over terugkeer met de de facto autoriteiten in Afghanistan
hebben in dat kader plaatsgevonden. Dit geldt ook voor vertrekplichtige Afghanen.
Op dit moment zijn er rond de 290 vreemdelingen met de Afghaanse nationaliteit vertrekplichtig.
De groep vreemdelingen veroordeeld in de strafrechtketen, of voor nationale veiligheid
of oorlogsmisdaden ligt rond de 40. Effectieve terugkeer van vreemdelingen veroordeeld
in de strafrechtketen is over het algemeen complexer dan van uitgeprocedeerde asielzoekers
zonder strafrechtelijke veroordeling. In alle gevallen is er sprake van een individuele
beoordeling.
Een geüpdatete versie van het landgebonden asielbeleid voor Afghanistan is 28 mei
jl. met uw Kamer gedeeld. Afhankelijk van de mate van vervolging kan er worden geoordeeld
dat er sprake is van groepsvervolging of kan een risicoprofiel worden aangewezen.
Uiteindelijk vindt er altijd een individuele beoordeling plaats waarbij geldt dat
ook personen die niet onder groepsvervolging vallen of niet zijn aangemerkt als risicoprofiel
nog steeds in aanmerking kunnen komen voor bescherming. Hierbij wordt ook het beginsel
van non-refoulement in acht genomen. In het landgebonden asielbeleid voor Afghanistan
is rekening gehouden met de zeer kwetsbare positie van vrouwen en meisjes.
De leden van de VVD-fractie zien voorts nog dat de kabinetsappreciatie van de verlenging
van de activering van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) tot en met 4 maart
2028 op de agenda van het schriftelijk overleg staat. Deze leden ondersteunen hierbij
de inzet van het kabinet. Met de verlenging wordt het voor dienstplichtigen niet langer
mogelijk om zonder toestemming bescherming te claimen op grond van de RTB.
Vraag 3
Welke maatregelen kan en is de Minister bereid te nemen om ervoor te zorgen dat deze
uitgesloten groep niet asiel in Nederland zal aanvragen? Hoe kansrijk acht de Minister
een asielaanvraag van een individu binnen deze groep?
Antwoord
Iedereen heeft recht om asiel aan te vragen. Dit recht kan niet worden ingeperkt.
Asielverzoeken zullen altijd op individuele basis worden beoordeeld, omdat de individuele
omstandigheden moeten worden meegewogen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het recent
vastgestelde landenbeleid Oekraïne. Desertie en dienstweigering vormen op zichzelf
geen gronden voor internationale bescherming, conform internationale normen.
Vraag 4
Acht de Minister daarnaast een landenbeleid op basis van een breed scala aan objectieve
en verifieerbare bronnen noodzakelijk om asielaanvragen binnen deze groep adequaat
en voortvarend te kunnen beoordelen?
Antwoord
Ja. Zoals op 1 juli jl. met uw Kamer gedeeld heeft het kabinet landenbeleid Oekraïne
vastgesteld. Het landenbeleid is vastgesteld op basis van verschillende openbare bronnen
die ook met uw Kamer zijn gedeeld in afwachting van het ambtsbericht dat verwacht
wordt in het vierde kwartaal. Zodra het ambtsbericht beschikbaar is zal het landenbeleid
opnieuw tegen het licht worden gehouden.
Vraag 5
Hoe kijkt de Minister daarnaast aan tegen het spanningsveld tussen artikel 5 en artikel
15 van de RTB? Meent de Minister net als de Commissie dat artikel 15 van de RTB niet
van toepassing is op groepen die worden uitgesloten van de RTB?
Antwoord
Artikel 5 van de RTB geeft de Raad de mogelijkheid om te bepalen welke groepen tijdelijke
bescherming kunnen krijgen onder de RTB, waardoor het mogelijk is om hiervoor specifieke
criteria, zoals het niet ontwijken van dienstplicht, en aanpassing in reikwijdte toe
te passen. Het uitvoeringsbesluit kan het recht op gezinshereniging zoals is vastgelegd
in artikel 15 van de Richtlijn zelf niet inperken. Dit zal derhalve moeten worden
meegewogen bij een aanvraag voor tijdelijke bescherming onder de RTB.
Vraag 6
Is het tevens zo volgens de Minister dat dienstplichtigen geen beroep kunnen doen
op een recht op familie- en gezinsleven verankerd in artikel 8 van het EVRM? Hoe voorkomt
de Minister een toename van het aantal artikel 8 EVRM-aanvragen indien dit wel het
geval is?
Antwoord
Het recht op gezinshereniging is in de huidige Richtlijn verankert in artikel 15.
Deze blijft overeind in het nieuwe voorstel voor verlenging van de RTB. Het ligt daarmee
niet in lijn der verwachting dat deze verlenging met scopebeperking zal leiden tot
een toename in het aantal aanvragen op basis van 8 EVRM.
Inbreng van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de
informele JBZ-Raad van 16 en 17 juli 2026. Zij stellen nog enkele vragen.
De leden van de PVV-fractie constateren dat het kabinet voorstander is van het voorstel
om een grondslag te creëren voor het vaststellen van beperkende visummaatregelen.
Vraag 7
Kan de Minister uitleggen hoe dit zich verhoudt tot het besluit om Palestijnen toegang
tot Nederland te verlenen? Waarom acht het kabinet het in dat geval wel verantwoord
om personen uit een conflictgebied toe te laten, terwijl het tegelijkertijd pleit
voor strengere visumbeperkende maatregelen uit veiligheidsoverwegingen, zo vragen
voornoemde leden. Deze leden vragen of iedere Palestijn die met een visum naar Nederland
is gekomen, onderworpen is aan een uitgebreide screening op terrorisme.
Antwoord
Het voornemen van de Commissie voor gerichte beperkende visummaatregelen ziet op situaties
waarin de relatie tussen de EU en een visumplichtig derde land ernstig verslechterd
is en daardoor o.a. de interne veiligheid van de EU in het geding kan komen. Dit kan,
maar hoeft zeker niet, samenvallen met een conflictsituatie in dat land. Het voornemen
heeft de Commissie opgenomen in de EU-visumstrategie, waarover uw Kamer via de geannoteerde
agenda van de JBZ-Raad van 5-6 maart jl. is geïnformeerd. De discussie op deze Raad
gaat dus over dat voornemen. Met de input van de lidstaten zal de Commissie het voorstel
nader uitwerken.
In algemene zin worden visumaanvragen individueel beoordeeld, waarbij ook getoetst
wordt (middels EU databases) of iemand een risico vormt voor de openbare orde of nationale
veiligheid. Deze toetst vindt onafhankelijk van de nationaliteit van de aanvrager
plaats. Daarnaast hebben lidstaten (o.g.v. art.22 Visumcode) de mogelijkheid om een
nationaliteit consultatieplichtig te maken, waarbij een lidstaat bezwaar kan maken
tegen afgifte van een visum in individuele, gemotiveerde gevallen. De informatie welke
lidstaat voor welke nationaliteiten deze raadpleging vooraf verlangt, is niet openbaar.
Ten slotte hebben de leden van de PVV-fractie kennisgenomen van de kabinetsappreciatie
over de verlenging van de Richtlijn Tijdelijke bescherming Oekraïners tot en met 4 maart
2028.
Vraag 8
Deze leden vragen de Minister wanneer de besluitvorming hierover exact geagendeerd
staat.
Antwoord
Besluitvorming over de verlenging van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming zal – vanwege
de urgentie – naar verwachting plaatsvinden via een schriftelijke procedure. Voor
het uitvoeren van deze procedure zal toestemming worden gevraagd op het Comité van
permanente vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten bij de Europese Unie
(Coreper) op 15 juli. Daarna volgt de schriftelijke procedure. Het kabinet is voornemens
in te stemmen.
Het is voor deze leden volstrekt onacceptabel dat deze Richtlijn opnieuw met een jaar
wordt verlengd, terwijl in het nieuwe landenbeleid grote delen van Oekraïne worden
aangemerkt als binnenlands beschermingsalternatief. Het is ook algemeen bekend dat
veel Oekraïners regelmatig op en neer reizen naar Oekraïne voor vakantie of familiebezoek.
Inbreng van de leden van de JA21-fractie
De leden van de JA21-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde
agenda van de JBZ-Raad van 16 en 17 juli 2026 in Dublin en hebben de recente ontwikkelingen
in de EU en de lidstaten aandachtig gevolgd. Het Europees asielstelsel moet naar het
oordeel van deze leden fundamenteel worden hervormd, waarbij asiel een gunst wordt
die regeringen kunnen verstrekken en geen afdwingbaar recht, en met hulp, opvang en
procedures buiten Europa. Zij hebben over de inzet van het kabinet in de Raad, alsmede
over enkele recente Europese ontwikkelingen, de volgende vragen en opmerkingen.
Het enige migratieonderwerp dat het Ierse voorzitterschap agendeert, betreft de relatie
tussen het EU-visumbeleid en de veiligheid, waarbij twee instrumenten voorliggen:
gerichte restrictieve visummaatregelen tegen onderdanen van derde landen en een nieuw
beoordelingskader voor visumvrijstellingen.
Vraag 9
Kan de Minister uiteenzetten met welke concrete inzet hij de Raad ingaat en welke
positie hij inneemt ten aanzien van beide instrumenten, zo vragen de leden van de
JA21-fractie.
Antwoord
Zoals aangegeven op vragen van de leden van de fractie van de VVD steunt het kabinet
het voorstel om in de EU-Visumcode een juridische grondslag op te nemen voor gerichte
beperkende visummaatregelen wanneer de relatie tussen de EU en een visumplichtig derde
land ernstig verslechtert en daardoor onder andere de interne veiligheid van de EU
in het geding dreigt te komen. Het kabinet zal inzetten op duidelijke afbakening van
de categorieën die door de maatregelen getroffen kunnen worden, zonder dat deze limitatief
zijn, om het instrument flexibel te houden. Tevens zal het kabinet een stevige rol
voor de Raad bepleiten in dit instrument.
Vraag 10
Deze leden menen dat het artikel 25bis-mechanisme van de Visumcode sneller en steviger
moet kunnen worden ingezet wanneer een derde land onvoldoende meewerkt aan terugkeer
en overname, wanneer de veiligheidssituatie verslechtert of wanneer sprake is van
hybride dreigingen. Deelt de Minister deze opvatting en welke concrete voorstellen
doet hij hiertoe in de Raad?
Antwoord
Het kabinet is voorstander van de inzet van 25bis-maatregelen tegen derde landen die
niet voldoende meewerken aan terugkeer. Het nemen van negatieve visummaatregelen onder
artikel 25bis van de EU-Visumcode, of de dreiging van het nemen van deze maatregelen
is eerder effectief gebleken. Zo zijn onlangs de negatieve visummaatregelen tegen
Ethiopië ingetrokken, omdat de terugkeersamenwerking was verbeterd in de periode nadat
de maatregelen in 2024 waren genomen. Het kabinet blijft er daarom op inzetten dat
er negatieve visummaatregelen kunnen worden ingesteld onder art. 25 bis van de Visumcode
indien derde landen niet voldoende meewerken aan terugkeer. Deze maatregelen dienen
ingebed te worden in de bredere relatie met het desbetreffende derde land en samen
te gaan met duidelijke communicatie over de criteria voor afschaling om het instrument
het meest effectief te maken.
Daarnaast kijkt het kabinet met interesse uit naar het voorstel van de Commissie voor
de herziening van de EU-Visumcode. Naar verwachting wordt dit voorstel het komende
jaar gepubliceerd en zal daarin ook aandacht zijn voor aanpassing van artikel 25bis.
De verwachting is dat dit voorstel concrete aanpassingen bevat voor artikel 25bis
die het artikel steviger en sneller inzetbaar zullen maken. Dit is reeds in de visumstrategie
van de Commissie uiteengezet.
Tevens is het Kabinet voorstander van het in de EU-Visumcode opnemen van een juridische
grondslag voor gerichte beperkende visummaatregelen wanneer de relatie tussen de EU
en een visumplichtig derde land ernstig verslechtert en daardoor de interne veiligheid
van de EU in het geding is. Voorts verwijs ik u, als het gaat om beperkende visummaatregelen
vanwege de veiligheidssituatie, naar het antwoord op vraag 1.
Tot slot vragen de leden van de JA21-fractie aandacht voor Afghanistan.
Vraag 11
Kan de Minister bevestigen dat Nederland heeft deelgenomen aan de technische gesprekken
met de Afghaanse feitelijke autoriteiten en toelichten wat de Nederlandse inzet en
positie daarbij was?
Antwoord
Een Nederlandse ambtenaar op operationeel niveau heeft het gesprek bijgewoond. Het
gaat om een operationeel gesprek. Hiervan wordt zoals gebruikelijk geen afschrift
gestuurd naar de Tweede Kamer.
Deze leden menen dat het mogelijk maken van terugkeer van Afghanen zonder rechtmatig
verblijf, in het bijzonder van strafrechtelijk veroordeelden en personen die een veiligheidsrisico
vormen, prioriteit verdient.
Vraag 12
Deelt de Minister deze opvatting en welke concrete resultaten beoogt hij met deze
gesprekken?
Antwoord
Terugkeer van vertrekplichtige vreemdelingen is een prioriteit van het kabinet. Het
kabinet zet zich ervoor in om zoveel als mogelijk vreemdelingen zonder rechtmatig
verblijf te laten terugkeren. De terugkeer van vreemdelingen die een gevaar vormen
voor de nationale veiligheid en/of de openbare orde hebben daarbij de speciale aandacht
van het kabinet. Dit geldt ook voor vertrekplichtige Afghanen. Op 16 oktober 2025
stuurden verschillende lidstaten, waaronder Nederland, een brief aan Eurocommissaris
Brunner met de oproep om mensen zonder verblijfsrecht in de EU te helpen om terug
te keren naar Afghanistan. Een gezamenlijke EU-aanpak geeft Nederland de mogelijkheid
om terugkeer van Afghanen die niet in de EU mogen blijven naar Afghanistan beter te
regelen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
P.C. (Peter) de Groot, voorzitter van de vaste commissie voor Asiel en Migratie -
Mede ondertekenaar
M.C. Burger, griffier