Stenogram : Vragenuur: Vragen van het lid Vellinga-Beemsterboer aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat over het bericht "Start droogteseizoen: lage grondwaterstanden en eerste beperkingen op watergebruik".
4 Vragenuur
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 65
Te raadplegen sinds
2026-07-08Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 65
Vragenuur
Vragen Vellinga-Beemsterboer
Vragen van het lid Vellinga-Beemsterboer aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat over het bericht "Start droogteseizoen: lage grondwaterstanden en eerste beperkingen op watergebruik".
De voorzitter:
Dan is het woord aan mevrouw Vellinga-Beemsterboer voor haar vragen namens de fractie van D66 aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat, die er nog niet is. Maar hij is ongetwijfeld aanstonds, dus laten we even een kort ogenblik wachten en schorsen. Zodra de minister plaatsneemt in vak K, krijgt mevrouw Vellinga-Beemsterboer het woord. De vergadering is heel kort geschorst.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Dat ging heel snel. Het woord is aan mevrouw Vellinga-Beemsterboer.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dank u wel, voorzitter. Water is de basis van alles wat we doen. We drinken het, we verbouwen er ons voedsel mee en onze natuur kan er niet zonder. En toch merken we steeds vaker dat er tekorten zijn, zoals in de zomer. Van de afgelopen acht jaar waren er vijf lentes en zomers te droog. Dat zorgt voor grote problemen: droge akkers en tuinen, lage waterstanden en een verbod op sproeien. Het is nu pas half april en zelfs nu merken we de watertekorten al op veel plekken in het land. Dat raakt mensen thuis, dat raakt boeren en dat raakt bedrijven. We mogen dus niet afwachten, maar we moeten vooruitkijken, innoveren, besparen en voorkomen dat er tekorten ontstaan. We weten namelijk dat het anders kan. Nederland is hét waterland. Wij zijn kampioen watermanagement en we zijn al decennialang koploper als het gaat om innovaties op het gebied van water. Ook het droogteseizoen kunnen wij het hoofd bieden. Dat vraagt om keuzes, maar vooral ook om tempo en actie.
Ik heb drie blokjes vragen voor de minister. Ik begin met deze. Wat doet de minister nu om het dreigende tekort aan water te voorkomen? Zijn er scenario's uitgewerkt en ligt er een plan klaar? Wat doet de minister als er toch grote watertekorten ontstaan? Hoe zorgt hij ervoor dat mensen nooit zonder water komen te zitten?
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Karremans:
Dank u wel, voorzitter. Twee weken geleden stond ik hier nog vanwege kerosinetekorten en nu om watertekorten; het kan verkeren, zou ik bijna willen zeggen. Het is niet … Het is wel een ontzettend belangrijk onderwerp. Ik wilde natuurlijk zeggen: het is niet een minder belangrijk onderwerp dan de kerosine.
Ten aanzien van de schaarste met betrekking tot water is het natuurlijk belangrijk om schaarste zo veel mogelijk te voorkomen. Daartoe beginnen we in juni weer een campagne richting mensen om zo min mogelijk drinkwater te gebruiken. We werken daarbij nauw samen met de waterschappen om te kijken wat we hierop kunnen doen. Alle overheden en alle watergebruikers hebben daar een rol in. Om beter voorbereid te zijn op droge periodes zijn we nu bezig met het Nationaal Water Programma, waarin een samenhangend pakket zit met beleidsinstrumenten, waaronder het optimaliseren van de nationale waterverdeling en het instellen van grondwateronttrekkingsplafonds, juist om schaarste te voorkomen. Er komt ook een voorkeursvolgorde in het geval dat er schaarste ontstaat. Overigens is die er voor een deel al, want in geval van extreme droogte en daarmee dus schaarste aan water komt de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling bij elkaar. Zij kijken dan hoe het water het beste kan worden verdeeld zodat in ieder geval alle vitale functies in Nederland die afhankelijk zijn van water, door kunnen blijven gaan.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Ik ben blij om te horen dat de minister het ook een belangrijk onderwerp vindt en iedereen bij elkaar brengt om dit samen het hoofd te bieden. Ik wil ook even vooruitkijken. Er zijn heel veel grote woningbouwplannen voor gebieden waar het drinkwater nu al onder druk staat, zoals Utrecht en Den Haag. De minister zit ook in de Taskforce Wonen. Hoe gaat hij ervoor zorgen dat de beschikbaarheid van drinkwater en waterbesparing vanaf het begin worden meegenomen in deze plannen, zodat we niet nu bouwen en straks tegen waterproblemen aanlopen?
Minister Karremans:
Dat is een hele goede vraag, waarvoor ook de drinkwaterbedrijven aandacht vragen, zeker de drinkwaterbedrijven die het beheer hebben over drinkwater op zandgronden. Daar is het nog ingewikkelder dan in bijvoorbeeld veengebieden. Daarover is heel veel contact en overleg tussen overheden. Het is ook aan de regionale en lokale overheden om daar in een vroeg stadium contact over te hebben met de drinkwaterbedrijven en er afspraken over te maken. Ik zie ook dat dat gebeurt. Maar het is wel van ontzettend groot belang dat dat blijft gebeuren, want drinkwater is vanzelfsprekend van groot belang voor de woningbouw in Nederland.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
De minister zei daarnet al: we moeten hier eigenlijk samen de schouders onder zetten. Voor veel bedrijven zijn watertekorten nu al een groot probleem. In sommige steden en dorpen zijn er bedrijven die niet aangesloten kunnen worden op het waternet, omdat de levering simpelweg niet gegarandeerd kan worden. Kan de minister concreet toelichten wat er nu gedaan wordt om te zorgen dat dit soort bedrijven niet vastlopen? Kan hij ook uitweiden over hoe er dan wordt gekeken naar grootverbruikers zoals industrie en landbouw? Wat verwacht hij nu van hen, ook in de komende periode, en welke afspraken worden er gemaakt?
Minister Karremans:
Er is een verdringingsreeks en die is ook wettelijk opgenomen. Zoals ik net al even zei, beginnen we zo om te zorgen dat vitale functies in dit land door kunnen blijven gaan. Denk dan bijvoorbeeld aan veendijken: als die droog komen te staan, vormen ze een direct gevaar voor de waterveiligheid in Nederland. Vervolgens zijn het de nutsvoorzieningen, dus de drinkwater- en energievoorziening, die als eerste aan de beurt komen. Daarna komt de kleinschalige hoogwaardige landbouw en daarna de overige behoeften zoals scheepvaart, grootschalige landbouw en recreatie. In die wettelijke volgorde wordt dat afgewerkt. Wat de commissie in geval van schaarste doet, is bekijken wat de prognoses zijn en wat het probleem is. Langs die volgorde wordt dan bepaald waar het water naartoe gaat. Zo proberen we dat in gevallen van schaarste op een goede manier te doen.
Zoals ik aan het begin al zei, proberen we schaarste natuurlijk altijd te voorkomen. Daarvoor is meer nodig dan we nu doen. Door klimaatverandering is er gewoon ook minder beschikbaarheid en zijn er langere, grotere en hevigere droge periodes. Daar werken we ook aan, onder andere met de nationale adaptatiestrategie die nu in ontwikkeling is.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Ik ben blij dat de minister ook aangeeft dat de urgentie heel groot is en dat het heel goed is dat we dit met elkaar oppakken. Gisteren nog stond er een hele grote groep maatschappelijke partners op: gemeentes, provincies, waterbedrijven, banken. Zij roepen allemaal op om in actie te komen en om meer te doen om met name het aanbod van drinkwater te vergroten en de vraag te temperen. Wat ons betreft mag water niet het volgende slot op Nederland worden. Dat dreigt nu wel te gebeuren, dus ook ik roep de minister hier op om heel goed te kijken naar wat de partners meebrengen en daadkrachtig aan de slag te gaan. We weten dat het droogteseizoen eraan komt. Dit is wat ons betreft het moment om te handelen, dus versnel de boel, maak duidelijke afspraken met grootverbruikers en help mensen om water vast te houden. Volgens mij kunnen wij dit samen voor elkaar krijgen.
Minister Karremans:
Helemaal mee eens. Het is een beetje gek om dit zo vlak voor Koningsdag te zeggen, maar laten we vooral hopen dat het weer gaat regenen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
De voedselproductie. Een van onze eerste levensbehoeften, naast water en zuurstof, is voedsel. Als we een van die drie dingen niet hebben, gaan we dood. Het is natuurlijk heel erg belangrijk om watergebruik voor de voedselproductie te hebben. Heeft de minister dit goed in het vizier? Er schijnt een zoetwateropslag te liggen onder de olietank in de Botlek, van 500 hectare groot, met gefilterd water. Dat is schoner dan de Maas en misschien zelfs dan het water uit de kraan zelf. Is de minister bereid om te onderzoeken of deze 500 hectare zoetwateropslag eventueel gebruikt kan worden?
Minister Karremans:
Ik neem aan dat mevrouw Van der Plas dan bedoelt: om die voor de landbouw in te zetten? Daar ga ik maar van even uit.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja. Niet zozeer voor de … Ja, ook voor de landbouw, maar om die in te zetten omdat er droogte is.
De voorzitter:
Nee, nee, nee, mevrouw Van der Plas. Twee vragen! Twee vragen, mevrouw Van der Plas! Minister, nooit vragen terugstellen! Dat is altijd gevaarlijk.
Minister Karremans:
Nee, nee, maar ik wil de vraag natuurlijk goed beantwoorden.
De voorzitter:
Gaat uw gang. Gaat uw gang.
Minister Karremans:
Dat is natuurlijk het punt hier. Daar moet ik naar kijken. Ik weet niet welke kwaliteit dat water heeft. Het meest schone water is natuurlijk niet per se nodig voor de besproeiing van akkerbouw. Daar worden natuurlijk andere vormen van water voor gebruikt. Ik weet dus niet of dat nou de beste bestemming is om daarvoor te kiezen.
Ten aanzien van die verdringingsreeks: die is wettelijk vastgesteld. Ik denk dat mevrouw Van der Plas het ook met mij eens dat allereerst waterveiligheid het allerbelangrijkst is en vervolgens energie en daarna drinkwatervoorziening. Vervolgens komt ook al hoogwaardige landbouw in het vizier. Die zit bijvoorbeeld voor de scheepvaart in deze verdringingsreeks. Dat is altijd het lastige met schaarste: je moet kiezen wat eerst en wat daarna. Maar goed, het wil ook niet zeggen dat de voedselvoorziening in één keer stil komt te vallen. Dat is natuurlijk ook niet het geval. Daar kijkt die commissie ook naar. Die weegt dat allemaal mee. Ze leggen de verdeling langs deze lat. Zij komen daarbij onafhankelijk tot een besluit.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Goed dat de minister begint over die verdringingsreeks, de volgorde waarin schaarse watervoorraden verdeeld gaan worden. Maar om dat te kunnen doen, moet je natuurlijk ook eerst weten waar er precies water opgepompt wordt. Er zijn nog een heleboel vergunningsvrije putten, waarvan we helemaal geen idee hebben dat ze überhaupt geslagen worden en ook niet hoeveel water eruit gehaald gaat worden. Is er niet gewoon wetgeving nodig om dat te allen tijde vergunningsplichtig te maken, zodat dat inzicht er wel komt?
Minister Karremans:
We zijn bezig met dat Nationaal Water Programma, dat mevrouw Bromet noemde. Daar zit dit in. Zo krijgen we veel beter zicht op de onttrekking die nu buiten het zicht plaatsvindt. Waar nodig maken we de mensen die dat doen meldingsplichtig. Daar werken we aan, en we hopen dat zo snel mogelijk richting de Kamer te brengen.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording van de gestelde vragen. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van het vragenuur. Ik schors de vergadering tot 15.00 uur, waarna we gaan stemmen.
De vergadering wordt van 14.46 uur tot 15.00 uur geschorst.