Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over Strategische agenda 2026-2030 (Kamerstuk 32140-309)
2026D35243 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
De vaste commissie voor Financiën heeft op 2 juli 2026 een aantal vragen en opmerkingen
voorgelegd aan de Staatssecretaris van Financiën over zijn brief van 10 juni 2026
over de Strategische agenda 2026–2030 (Kamerstuknummer 32 140, nr. 309).
De voorzitter van de commissie,
Jansen
Adjunct-griffier van de commissie,
Lips
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de Strategische
agenda 2026–2030. Deze leden hebben hierover een aantal vragen.
De leden van de D66-fractie vinden een vereenvoudiging van het belasting- en toeslagenstelsel
een belangrijke prioriteit. Het beperken van inkomensafhankelijke regelingen kan hierin
een belangrijke rol spelen. Kan de Staatssecretaris al een nadere specificatie geven
van de stappen waarmee dit zal gebeuren?
Ook het samenvoegen van fiscale regelingen helpt in de ogen van de leden van de D66-fractie
bij vereenvoudiging. Welke regelingen zouden, naast het samenvoegen van de EIA, MIA
en VAMIL nog meer samengevoegd kunnen worden?
Deze leden vragen daarnaast hoe het proces rondom het afschaffen van negatief geëvalueerde
fiscale regelingen meegenomen wordt in de Strategische agenda.
De leden van de D66-fractie merken op dat naast vereenvoudiging het aanpakken van
belastingconstructies voor een eerlijke effectieve belastingdruk van belang is. Is
de Staatssecretaris sinds de analyses en aanbevelingen vanuit het IBO Vermogensverdeling
van plan om beleidsopties tegen belastingconstructies en die bijdragen aan een eerlijke
vermogensverdeling mee te nemen in de Strategische Agenda?
Ten aanzien van de autobelastingen vragen de leden van de D66-fractie om meer inzicht
in de omvang van de grondslagerosie. Kan de Staatssecretaris een raming verstrekken
van de inkomsten uit de autobelastingen tot 2040?
Tevens vragen de leden van de D66-fractie of bij het vraagstuk van grondslagerosie
bij het variabel deel van de autobelastingen ook wordt gekeken in hoeverre een systeem
van betalen naar gebruik hieraan een bijdrage kan leveren. Kan de Staatssecretaris
een inschatting geven van de implementatietijd die nodig is om betalen naar gebruik
in te voeren, en per wanneer hierover een besluit moet worden genomen om effectief
bij te kunnen dragen aan grondslagerosie? Kan de Staatssecretaris ook een planning
geven van de wijzigingen die worden beoogd op het terrein van de autobelastingen?
Ten aanzien van beprijzingsmaatregelen die nodig zijn om de klimaatdoelen in 2040
en 2050 te halen, vragen de leden van de D66-fractie of de Staatssecretaris een inventarisatie
van de mogelijke beprijzingsmaatregelen in de elektriciteitssector en alle vraagsectoren
(industrie, mobiliteit, landbouw, gebouwde omgeving) kan meenemen in de Strategische
Agenda.
Ten aanzien van de voorlopige inhoud van het Belastingplan 2027 merken de leden van
de D66-fractie op dat de maatregel «Investeringscapaciteit woningbouwcorporaties»
uit het coalitieakkoord hier geen deel van uitmaakt. Kan de Staatssecretaris toelichten
waarom dit niet het geval is? Wat is er nodig is om deze maatregel uit te werken en
hoe wordt geborgd dat deze maatregel tijdig wordt doorgevoerd?
In het Belastingplan wordt ook het voorstel opgenomen voor de afschaffing van de aftrek
uitgaven voor specifieke zorgkosten. Dit moet leiden tot een vereenvoudiging, aangezien
de aftrek specifieke zorgkosten een regeling is die zowel voor de mensen die er gebruik
van maken, als voor de Belastingdienst een zeer complexe regeling is. Wel vragen de
leden van de D66-fractie om uiterlijk bij de indiening van het Belastingplan ook de
concrete invulling van de middelen voor de tegemoetkoming voor chronisch zieken aan
de Kamer te sturen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de Strategische agenda 2026–2030.
Deze leden hebben hierover nog enkele vragen en opmerkingen.
Deze leden lezen dat de Staatssecretaris van financiën zichzelf drie prioriteiten
stelt, namelijk een vereenvoudiging van het belasting- en toeslagenstelsel; het aanmoedigen
van groene, gezonde en innovatieve keuzes; en een uitvoering die «klaar is voor de
toekomst». Waarom is een aantrekkelijk ondernemersklimaat niet één van de prioriteiten?
Wanneer kan de Kamer bijvoorbeeld voortgang verwachten op het schrappen van nationale
koppen, conform het coalitieakkoord?
De leden van de fractie van de VVD lezen in de strategische agenda bovendien niets
over het tegengaan van fraude in het belasting- en toeslagenstelsel. Waarom is ervoor
gekozen dit in de prioriteiten achterwege te laten, temeer in het licht van recent
opgedoken belastingfraude door Bulgaarse ingezetenen?
Conform het coalitieakkoord wordt in de brief benoemd dat het kabinet kijkt naar uitbreiding
van de WBSO om in te spelen op kunstmatige intelligentie en bredere technologische
ontwikkelingen. Voor aanstaande Prinsjesdag zou de Minister van Economische Zaken
en Klimaat de Kamer hier nader over informeren. Wat is de rolverdeling tussen de Staatssecretaris
van Financiën en de Minister van Economische Zaken en Klimaat in dit voorstel uit
het coalitieakkoord? Wie is verantwoordelijk voor het terugdringen van de administratieve
lasten van de WBSO?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
De leden van de PRO-fractie hebben met belastingstelling kennisgenomen van de Strategische
agenda. Deze leden hebben een aantal vragen.
De leden van de PRO-fractie kunnen zich goed vinden in de drie prioriteiten die de
Staatssecretaris noemt. Deze leden missen echter één belangrijke prioriteit: het eerlijker
maken van het belastingstelsel. Uit onderzoeken blijkt immers dat de inkomstenbelasting
nauwelijks nog progressief is, dat de allerrijksten de minste belasting betalen en
dat de belasting op inkomen uit kapitaal en vermogen veel lager is dan die op inkomen
uit arbeid. Zo kan het dat multinationals en superrijken in Nederland blij zijn met
ons belastingstelsel, terwijl belastingen voor mensen met een laag inkomen niet of
nauwelijks te dragen zijn. Deze leden wijzen ook op de ruime mogelijkheden die er
nog steeds zijn om belasting te ontwijken. Juist de allerrijksten kunnen gebruik maken
van sluiproutes die niet beschikbaar zijn voor gewone werkende mensen. Vindt de Staatssecretaris
een eerlijker belastingstelsel ook een prioriteit en gaat hij in zijn Belastingplannen
ook maatregelen opnemen om het stelsel eerlijker te maken, te beginnen met het Belastingplan
2027?
Daarnaast vragen deze leden of de Staatssecretaris het tegengaan van belastingontwijking
een prioriteit wil maken.
De leden van de PRO-fractie merken op dat de prioriteiten van de Staatssecretaris
weliswaar goed klinken, maar dat de concrete invulling ervan wellicht minder vooruitstrevend
zal zijn. Deze leden zijn bijvoorbeeld groot voorstander van vereenvoudiging, maar
niet als dat de deuren voor belastingontwijking nog verder openzet, of als dat in
de praktijk betekent dat gewone werkende mensen meer belasting moeten betalen en superrijken
minder. Deze leden wijzen in dit kader op het voornemen de aftrek specifieke zorgkosten
af te schaffen. Deze maatregel is vanuit het oogpunt van vereenvoudiging weliswaar
goed uit te leggen, maar heeft grote financiële gevolgen voor de mensen die er nu
gebruik van maken. Deze leden vinden het zeer onwenselijk dat zij er flink op achteruitgaan
en zien dan ook graag dat dergelijke vereenvoudigingsmaatregelen onderdeel uitmaken
van een afgewogen totaalpakket, waarbij voorkomen wordt dat mensen met een laag inkomen
of laag middeninkomen er zomaar op achteruitgaan. Is de Staatssecretaris het eens
met dit uitgangspunt? Is de Staatssecretaris bereid om ervoor te zorgen dat het Belastingplan
een dergelijk afgewogen totaalpakket bevat?
De leden van de PRO-fractie lezen dat het kabinet «de inkomensafhankelijke regelingen
in de fiscaliteit» wil beperken, «te beginnen met de heffingskortingen». Deze leden
hebben hier een aantal vragen over. Welke regelingen vindt het kabinet het meest problematisch,
en waarom? Hoe is het kabinet van plan de heffingskortingen aan te passen en welk
doel wil het kabinet daarmee bereiken?
Deze leden merken voorts op dat het afschaffen van de aftrek voor specifieke zorgkosten
«mede omdat hier sprake is van veel niet-gebruik» een vrij bizarre redenering is.
Is de Staatssecretaris echt van mening dat het niet-gebruik van een regeling aangepakt
kan worden door de regeling helemaal af te schaffen en er niets tegenover te zetten?
De leden van de PRO-fractie zijn blij te lezen dat het kabinet fiscale regelingen
«beter zal beheren», onder andere naar aanleiding van de motie-Maatoug (Kamerstuk
36 202-112). Deze leden zijn echter bang dat de Staatssecretaris de motie niet goed gelezen
heeft. De motie, die destijds door vrijwel de hele Kamer én het toenmalige kabinet
werd omarmd, roept immers niet op «naar aanleiding van evaluaties» horizonbepalingen
toe te voegen, maar om aan álle bestaande regelingen horizonbepalingen toe te voegen,
voor zover dat mogelijk is en geleidelijk. De motie is ruim vier jaar geleden ingevoerd
en voor zover bekend is er nog vrijwel niets mee gebeurd. De leden van de PRO-fractie
snappen dat het toevoegen van horizonbepalingen veel werk kost en dat geleidelijkheid
daarom gewenst is, maar zijn zeer teleurgesteld dat opeenvolgende Staatssecretarissen
hebben besloten dan maar helemaal niets te doen. Deze leden vragen daarom opnieuw
of de Staatssecretaris bereid is in ieder geval te beginnen met het uitvoeren van
de motie door met het komende Belastingplan horizonbepalingen aan enkele bestaande
regelingen toe te voegen. Kan de Staatssecretaris een tijdlijn opstellen voor het
volledig uitvoeren van de motie?
Met betrekking tot de voorlopige inhoud van het Belastingplan vragen de leden van
de PRO-fractie hoe het komt dat de lastenverzwarende maatregelen ter compensatie van
de lagere zorgpremie als gevolg van het niet-verlagen of zelfs verhogen van het eigen
risico niet zijn opgenomen. Ziet het kabinet af van de verhoging van het eigen risico
of is het nog in beraad over welke compenserende maatregelen het van plan is?
Deze leden vragen ook of het kabinet bereid is om lage inkomens en middeninkomens
te ontzien bij lastenverzwaringen, en in plaats daarvan een extra bijdrage te vragen
aan mensen met een zeer hoog inkomen of groot vermogen en aan zeer winstgevende bedrijven.
Daarnaast vragen de leden van de PRO-fractie waarom de faciliteit in de vennootschapsbelasting
ter versterking van de investeringscapaciteit van woningbouwcorporaties nog niet in
de voorlopige inhoud van het Belastingplan is opgenomen. Deze leden constateren dat
de bouwopgave voor woningcorporaties enorm is en dat steun zeer wenselijk is. Overweegt
de Staatssecretaris daarom om deze faciliteit al per 2027 te introduceren of anders
in ieder geval alvast duidelijkheid te geven over de vormgeving door de faciliteit
al in het Belastingplan 2027 op te nemen? Zo nee, waarom niet?
Voorts vragen de leden van de PRO-fractie of het klopt dat de afschrijving op de Belasting
van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) voor geïmporteerde auto’s vaak hoger is
dan de daadwerkelijke waardedaling van deze auto’s, waardoor het lonend kan zijn om
een tweedehandsauto uit het buitenland te kopen. Vindt de Staatssecretaris dat wenselijk?
Is de Staatssecretaris bereid om de afschrijvingstabel met het Belastingplan 2027
aan te passen om deze vorm van belastingontwijking tegen te gaan?
De leden van de PRO-fractie lezen dat de Staatssecretaris fiscale vergroening belangrijk
vindt. In de voorlopige inhoud van het Belastingplan zien deze leden echter evenzoveel
vergroeningsmaatregelen als maatregelen die het omgekeerde effect hebben, zoals het
verlengen van de accijnskorting. Vindt de Staatssecretaris dat hij met dit Belastingplan
bijdraagt aan vergroening of niet?
Deze leden zijn in het algemeen van mening dat de voorlopige inhoud van het Belastingplan
niet of beperkt bijdraagt aan de eerdergenoemde prioriteiten van de Staatssecretaris
en al helemaal niet aan de aanvullende prioriteit die deze leden al noemden, namelijk
het eerlijker maken van het belastingstelsel. Deze leden maken zich daarom zorgen
over het uiteindelijke Belastingplan. In dit kader vragen deze leden de Staatssecretaris
wat er gebeurt als de Staten-Generaal het Belastingplan verwerpen. Wat zijn dan de
gevolgen voor de belastingwetgeving en de rijksbegroting. Wat is het back-upplan van
de Staatssecretaris?
De leden van de PRO-fractie lezen dat de Staatssecretaris van mening is dat de Wet
werkelijk rendement een verbetering is ten opzichte van het huidige forfaitaire box 3-stelsel.
Deze leden delen die mening, maar zijn bang dat dat na de vele aanpassingen die nu
worden voorgesteld niet meer het geval is. Een belangrijk nadeel aan de Wet werkelijk
rendement is immers dat deze erg ingewikkeld is, mede omdat het een compromis is,
een hybridestelsel met zowel een vermogensaanwasbelasting als een vermogenswinstbelasting.
De leden van de PRO-fractie hadden liever een volledige vermogensaanwasbelasting gezien.
Deze leden merken op dat het huidige box 3-stelsel óók een vermogensaanwasbelasting
is, en dat het nieuwe stelsel op dat gebied in essentie dus vooral een stap richting
vermogenswinstbelasting is. Kan de Staatssecretaris dit bevestigen? Wat vindt de Staatssecretaris
ervan als partijen de vermogensaanwassystematiek gebruiken als argument om zich tegen
de Wet werkelijk rendement te keren?
De leden van de PRO-fractie maken van de gelegenheid gebruik om ook een vraag te stellen
over de hersteloperatie in box 3. Deze leden lezen in de brief daarover namelijk dat
«eventuele mee- of tegenvallers die niet volgen uit nieuw beleid (...) conform begrotingsregels
niet relevant [zijn] voor het inkomstenkader». Ook lezen deze leden «als de realisaties
lager uitvallen dan de geraamde kosten kan dit niet worden ingezet voor andere beleidswijzigingen».
Kan de Staatssecretaris bevestigen dat dit betekent dat eventuele meevallers in de
hersteloperatie in box 3 niet gebruikt kunnen worden als dekking voor nieuw beleid
en dus ook niet voor aanpassingen aan de Wet werkelijk rendement?
Tot slot vragen de leden van de PRO-fractie naar een recente publicatie in Follow the Money over belastingvrije stortingen uit agioreserves.1 Deze leden vinden het in algemene zin onwenselijk als multinationals «gezamenlijk»
met ambtenaren van het Ministerie van Financiën aan beleid werken. Kan de Staatssecretaris
bevestigen dat dat niet de bedoeling is, in de toekomst niet meer zal gebeuren en
dat de Staatssecretaris zich inzet om te voorkomen dat multinationals meer invloed
hebben op fiscaal beleid dan gewone burgers?
Deze leden vragen daarnaast of de Staatssecretaris het met hen eens is dat het zeer
onwenselijk is om het terugbetalen van agioreserves nog makkelijker te maken, temeer
omdat het niet altijd duidelijk is wat de herkomst is van die agioreserves, onder
andere door het bestaan van de step up bij buitenlandse fusies en overnames. Hoe kijkt
de Staatssecretaris aan tegen het advies van de in het artikel geciteerde hoogleraar
om kapitaalterugbetalingen te verbieden als er ook sprake is van uitkeerbare winst
met als doel bedrijven éérst (belastbare) winst uit te laten keren? Wat vindt de Staatssecretaris
van het voorstel om de genoemde step up af te schaffen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de strategische agenda van de
Staatssecretaris op het gebied van hervormingen van belasting- en toeslagenstelsel,
fiscaal stimuleren van groen, gezond en innovatief en de uitvoering. Deze leden zien
hierin goede dingen staan, maar hebben ook nog een paar vragen.
Ten aanzien van de aanpak van fiscale regelingen noemt de brief dat voorstellen zullen
worden gedaan om complexe ondoelmatige voorstellen af te schaffen. De leden van de
CDA-fractie vinden dit een beetje kort door de bocht. Kan de Staatssecretaris bevestigen
dat altijd sprake is van een drieslag, namelijk afschaffen, omvormen of versoberen?
De brief noemt vervolgens dat bij de inzet voor vereenvoudiging en verbetering van
fiscale regelingen een alternatieve inzet van de desbetreffende middelen op hetzelfde
beleidsterrein kan worden overwogen. De leden van de CDA-fractie zijn het eens met
deze richting, waarbij deze leden wijzen op de motie Inge van Dijk c.s. (Kamerstuk
31 066-1491). Deze leden vragen de Staatssecretaris om deze ook nogmaals mee te nemen bij herzieningsvoorstellen.
De Staatssecretaris geeft aan te onderzoeken of toeslagen in de toekomst direct definitief
en automatisch kunnen worden toegekend. De leden van de CDA-fractie vragen de Staatssecretaris
te bevestigen dat uitgangspunt hierbij «in de actualiteit» is.
De leden van de CDA-fractie lezen dat wordt verwezen naar de aanbevelingen die de
SER later dit jaar verwacht uit te brengen over het vereenvoudigen van het belasting-
en toeslagenstelsel. Is al bekend wanneer dit zal verschijnen en heeft dit invloed
op de planning van de hervormingsagenda?
Ten aanzien van de hervormingsagenda die de Kamer eind 2026 zal ontvangen vraagt de
Staatssecretaris een commissie van onafhankelijke externe experts om advies. De Kamer
wordt nog geïnformeerd over de samenstelling van deze commissie, zo constateren deze
leden. Zal de Staatssecretaris in deze commissie verschillende expertises en focusgebieden
meenemen, in het bijzonder de ervaringen van fiscale praktijkexperts?
Ten aanzien van fiscale vergroening vragen de leden van de CDA-fractie ook hoe het
kabinet inzet op Europese samenwerking. Deze leden merken op dat Europees gecoördineerde
klimaatheffingen de voorkeur hebben, omdat zo weglek en een ongelijk speelveld kan
worden voorkomen.
De leden van de CDA-fractie zijn sterk voorstander van het samenvoegen van de EIA,
MIA en Vamil tot één robuuste investeringsregeling. In het commissiedebat Fiscaliteit
van 11 maart 2026 hebben deze leden gevraagd of hierbij ook aandacht kan worden gegeven
aan investeringen in schone en groene technologie, denk bijvoorbeeld aan energie-optimalisatie
van datacenters, carbon accounting, digital twinning voor industriële processen, et
cetera. Deze leden vragen de Staatssecretaris om dit ook mee te nemen.
Ten aanzien van de uitvoering vragen de leden van de CDA-fractie of de Staatssecretaris
ook oog heeft voor de tax gap. Meer innovatie in digitale aangifteprocessen kan er
bijvoorbeeld voor zorgen dat fouten in belastingaangiftes wordt verminderd, zodat
belastingheffing beter wordt. Heeft de Staatssecretaris ook oog voor het OESO initiatief
Tax Administration 3.0?
De leden van de CDA-fractie lezen dat de Dienst Toeslagen waar mogelijk steeds vaker
inkomens, vermogens en andere grondslagen proactief gaat aanpassen om te voorkomen
dat er in eerste instantie onjuiste bedragen aan toeslagen worden uitgekeerd. Deze
leden zijn hier groot voorstander van, omdat zo hoge terugvorderingen zoveel mogelijk
kunnen worden voorkomen. Wordt hierbij ook gekeken naar verzachting van alles-of-niets
drempels, die nu vaak nog leiden tot de hoogste terugvorderingen?
De leden van de CDA-fractie zijn blij om te lezen dat de Dienst Toeslagen samen met
VWS toewerkt naar het automatisch toekennen van de zorgtoeslag achteraf, wanneer op
basis van een definitieve aangifte blijft dat iemand hier recht op had. Deze leden
vinden het heel belangrijk dat mensen krijgen waar zij recht op hebben om rond te
kunnen komen, en dat de overheid niet alleen actief haalt, maar ook actief brengt.
Kan de Staatssecretaris een tijdlijn voor de uitwerking van deze automatische toekenning
geven?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie
De leden van de PvdD-fractie hebben kennisgenomen van de Strategische agenda 2026–2030
en hebben hierover nog enkele vragen en opmerkingen. In de voorbereiding hadden deze
leden graag de beantwoording betrokken van het schriftelijk overleg Fiscale vergroening,
waarvoor de commissie haar inbreng heeft geleverd op 27 maart 2026. Helaas moesten
deze leden constateren dat deze beantwoording ten tijde van het leveren van de inbreng
voor het schriftelijk overleg over de strategische agenda nog niet was ontvangen.2
De leden van de PvdD-fractie herkennen de uitspraak «Belastingen zijn de prijs die
wij betalen voor een beschaafde samenleving» van de Staatssecretaris. Belastingen
zijn een belangrijk middel van een overheid om te komen tot een eerlijke, solidaire,
gezonde en toekomstbestendige samenleving, waarbij de vervuiler daadwerkelijk betaalt
voor de schade die hij aanricht aan milieu, dier en mens. Het belastingstelsel zou
er voor iedereen in Nederland moeten zijn, nu en in de toekomst. Deze duidelijke ambitie
missen deze leden in het voorliggende stuk en het beleid van dit kabinet. In de zogenaamde
sociale hervormingen wordt wel vooruitgekeken, maar ontbreekt solidariteit. De rekening
wordt namelijk bij de zwaksten in de samenleving neergelegd via een sanering van de
sociale zekerheid in Nederland. Op het gebied van circulariteit zien we mooie woorden
en beloftes, maar de versnelling die nodig is om een toekomstbestendige circulaire
economie neer te zetten waarbij we weg bewegen van de wegwerpeconomie mist. De daadwerkelijke
fiscale en financiële maatregelen om de al meer dan tastbare klimaatcrisis tegen te
gaan blijven achter, terwijl er wel twee miljard euro naar één enorm vervuilend bedrijf
gaat. Kan de Staatssecretaris hierop reflecteren?
Kan de Staatssecretaris daarbij rekenschap geven van hoe brede welvaart, solidariteit,
circulaire- en klimaatambities versterkt moeten worden? Want zoals de Staatssecretaris
zelf aangaf zijn belastingen de prijs die we betalen voor een beschaafde samenleving,
maar de vraag is wel: voor welke samenleving innen we belastingen? Een samenleving
voor grootvervuilers en aandeelhouders of een samenleving die recht doet aan het welzijn
van milieu, dier en mens?
De leden van de PvdD-fractie zien enkele maatregelen op het gebied van gezondheid
die zij toejuichen, zoals een suikerbelasting, en de ondersteuning van het invoeren
van accijns op e-sigaretten. Met betrekking tot e-sigaretten vragen deze leden zich
af of de Staatssecretaris bereid is om snel met een nationale belasting op e-sigaretten
te komen. Wachten tot een mogelijke invoering per 1 januari 2028 van de herziene Richtlijn
tabaksaccijns duurt wat deze leden namelijk écht te lang. Daarnaast willen de leden
van de PvdD-fractie nogmaals wijzen op de wens van de Tweede én Eerste Kamer om de
btw op (onbewerkte) groente en fruit af te schaffen. Deze leden blijven hameren op
het feit dat dit werkbaar, uitvoerbaar én doelmatig is, en aansluit bij de ambitie
van het kabinet om de stijgende zorgkosten te beteugelen door gezonde plantaardige
voeding te stimuleren.
De leden van de PvdD-fractie lezen dat de Staatssecretaris vindt dat extra fiscale
groene instrumenten het belastingstelsel complexer kan maken. Kan de Staatssecretaris
een concreet afbouwpad delen van alle fossiele fiscale regelingen, naast het bestaande
uitfaseerplan fossiele brandstofsubsidies, wat het belastingstelsel eenvoudiger zal
maken en eenduidiger laat sturen op vergroening?
Ook lezen deze leden in de beslisnota dat het een bespreekpunt was om klimaat een
onderdeel te laten zijn van de strategische agenda door bijvoorbeeld beprijzing van
gedrag. Waarom is expliciet door de Staatssecretaris gekozen om klimaat niet mee te
nemen, welke concrete maatregelen lagen als opties op tafel en welke gevolgen heeft
dit voor het behalen van de klimaat- en circulaire doelen dat deze opties niet worden
meegenomen?
De leden van de PvdD-fractie zijn van mening dat btw kan worden gebruikt als sturingsmechanisme
om maatschappelijke doelen te stimuleren. Hierbij kan niet alleen aan de hierboven
geleverde inbreng over onbewerkte groente en fruit gedacht worden, maar ook aan het
stimuleren van circulariteit én inclusief werk. Een goed voorbeeld hiervan is het
verlagen van btw voor maatschappelijke kringlooporganisaties3. Wat deze leden betreft is het onbestaanbaar dat het kabinet er niet voor kiest om
circulariteit maximaal te stimuleren en daarvoor btw als instrument in te zetten.
Door gebruik te maken van de Europese mogelijkheid om btw te verlagen voor maatschappelijke
(kringloop)organisaties, zoals wel wordt gedaan in België, Oostenrijk, Denemarken,
Italië en Frankrijk kan het kabinet meer sturen op circulariteit. Deze leden zien
helaas dat er met een beperkte visie naar btw in dit dossier wordt gekeken. Door maatschappelijke
kringlooporganisaties geen dubbele btw te laten betalen creëer je financiële ruimte
die deze organisaties in staat stelt om nog meer circulariteit, sociale inclusie,
vrijwilligerswerk en waarden gedreven en toekomstbestendige werkgelegenheid te creëren.
De leden van de PvdD-fractie vragen daarom concreet aan de Staatssecretaris om het
van de andere kant te bekijken. Kan de Staatssecretaris aangeven wat het de samenleving
zou kunnen opleveren als bijvoorbeeld maatschappelijke kringlooporganisaties met het
Keurmerk Kringloop Nederland meer mensen met een ondersteuningsvraag aan het werk
kunnen helpen, er meer spullen worden hergebruikt en meer investeringen in mens en
milieu mogelijk zijn door een btw-verlaging? Is de Staatssecretaris bereid om dit
te onderzoeken en de kosten- en baten af te wegen tegen de misgelopen btw-inkomsten?
Kan de Staatssecretaris dit toelichten en daarbij ook meenemen dat dit aansluit bij
de door de Kamer aangenomen motie van het lid Kostic c.s. over 0% btw op tweedehands
en reparatiediensten juridisch mogelijk maken (Kamerstuk 21 501-08-977)?
De leden van de PvdD-fractie roepen daarnaast op tot een aanpassing van de MIA en
VAMIL-regeling, twee regelingen waarmee ondernemers belastingvoordeel kunnen krijgen
als ze investeren in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen. Het meest duurzaam is het
vaak om geen nieuwe bedrijfsmiddelen te kopen maar een tweedehands bedrijfsmiddel
aan te schaffen of een oud bedrijfsmiddel te laten repareren. Voor veel ondernemers
is het onduidelijk dat dit momenteel soms al mag onder deze regeling. Is de Staatssecretaris
bereid meer focus op hergebruik en reparatie te leggen, hierover duidelijk te communiceren
met ondernemers, en waar nodig de MIA en VAMIL-regeling hierop aan te passen?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
C.A. (Chris) Jansen, voorzitter van de vaste commissie voor Financiën -
Mede ondertekenaar
W.A. Lips, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.