Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over NZa-toezichtsrapporten langdurige zorg (Kamerstuk 34104-470)
2026D33620 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport bestond bij enkele fracties
behoefte een aantal vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Langdurige
Zorg, Jeugd en Sport over de brief d.d. 18 mei 2026 inzake de NZa-toezichtsrapporten
langdurige zorg (Kamerstuk 34 104, nr. 470).
De voorzitter van de commissie,
Mohandis
Adjunct-griffier van de commissie,
Sjerp
Inhoudsopgave
I.
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de 50PLUS-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower
II.
Reactie van de Minister
I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de NZa-toezichtsrapporten
langdurige zorg. Daartoe hebben deze leden nog enkele vragen.
De leden van de D66-fractie lezen in het Samenvattend rapport Uitvoering Wet langdurige
zorg dat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) signaleert dat de langdurige zorg onder
druk staat door demografische ontwikkelingen, personeelstekorten, een tekort aan passende
woonvoorzieningen en toenemende uitgaven. Deze leden hebben hierover enkele vragen
aan de Minister. Kan de Minister toelichten hoe zij de gevolgen van de demografische
ontwikkelingen de komende jaren inschat en welke gevolgen dit gaat hebben voor de
kwaliteit, betaalbaarheid en toegankelijkheid van de langdurige zorg? Welke concrete
maatregelen neemt de Minister om te voorkomen dat de groeiende zorgvraag leidt tot
nog langere wachtlijsten en het risico dat de mensen die de zorg het hardste nodig
hebben, toegang hiertoe verliezen?
Daarnaast zien de leden van de D66-fractie in de cijfers van het Centraal Bureau voor
de Statistiek (CBS) die de NZa aanhaalt dat het totale aantal vacatures in de zorg
de afgelopen acht jaar enorm gestegen is, wat rijmt met de zorgen over de personeelstekorten.
Het aantrekken en behouden van zorgpersoneel is voor de leden van de D66-fractie van
groot belang. Kan de Minister toelichten hoe zij werkt aan het behouden van bestaand
zorgpersoneel en het aantrekken van nieuw personeel in de zorg? En hoe is zij voornemens
ervoor te zorgen dat administratieve lasten voor zorgprofessionals verminderen en
dat zij meer vertrouwen voelen in hun professionele handelen?
Ook lezen de leden van de D66-fractie dat het ziekteverzuim de afgelopen jaren opgelopen
is. Welke maatregelen neemt de Minister om ziekteverzuim terug te dringen en duurzame
inzetbaarheid van zorgmedewerkers te verbeteren?
De leden van de D66-fractie lezen in het rapport «De kosten van onze langdurige zorg»
dat de kosten van de langdurige zorg bijna zijn verdubbeld sinds de invoering van
de Wet langdurige zorg (Wlz) in 2015. Deze kosten zijn exclusief de kosten die betrekking
hadden tot de coronapandemie. De zorgkosten zijn volgens de NZa niet alleen door de
toename van het aantal indicaties gestegen, maar ook de kosten per Wlz-geïndiceerde
zijn gestegen. Daartoe vragen de leden van de D66-fractie hoe de Minister deze kostenontwikkeling
beoordeelt.
De leden van de D66-fractie achten het van enorm groot belang dat de zorg ook in de
toekomst toegankelijk en betaalbaar blijft gezien alle ontwikkelingen die ook hierboven
beschreven zijn. Graag vragen deze leden om een reactie van de Minister over hoe zij
daarnaar kijkt.
Tot slot vragen de leden van de D66-fractie aandacht voor de kansen die innovatie
kan bieden om langdurige zorg toekomstbestendig te houden. Waar ziet de Minister dat
het juist heel goed gaat en er succesvol geïnnoveerd wordt, waardoor er kwalitatief
goede zorg geboden kan worden met hetzelfde aantal of minder personeel? Welke lessen
trekt de Minister uit deze voorbeelden? Op welke wijze is de Minister voornemens deze
goede voorbeelden op te schalen en/of verder te brengen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de NZa-toezichtsrapporten
over de langdurige zorg. Zij hebben hierover enkele vragen.
De leden van de VVD-fractie lezen in het Samenvattend rapport Uitvoering Wet langdurige
zorg 2024–2025 dat er nog niet duidelijk kan worden aangetoond of Wlz-uitvoerders
voldoen aan hun zorgplicht, omdat dit niet duidelijk wordt verantwoord. Kan de Minister
aangeven op welke manier zij verwacht dat de Wlz-uitvoerders hier verbetering in aan
brengen? Welke rol ziet zij hierin voor haarzelf weggelegd? Ziet zij beperkingen in
de huidige Wlz voor Wlz-uitvoerders om de regierol te pakken? Zo ja, welke zijn dat?
Zo nee, welke oorzaken ziet zij dan dat Wlz-uitvoerders hun rol niet pakken?
De leden van de VVD-fractie lezen in De kosten van onze langdurige zorg in 2024 dat
de totale onzekerheid daalde van € 3,1 miljard in 2023 naar € 128 miljoen in 2024.
De onrechtmatigheid is in deze periode gestegen van € 39 miljoen tot € 135 miljoen.
Kan de Minister aangeven hoe zich deze schatting verhoudt tot de geschatte zorgfraude
van € 10 miljard (volgens het Openbaar Ministerie)? Zijn de cijfers van de NZa volledig?
Ziet de Minister mogelijkheden dat de NZa onrechtmatigheden over het hoofd ziet? Op
welke manier denkt de Minister een meer nauwkeurig beeld van deze fraude te kunnen
krijgen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
De leden van de PRO-fractie hebben kennisgenomen van de kabinetsreactie op de NZa-toezichtsrapporten
over de langdurige zorg. Zij hebben hier nog enkele vragen en opmerkingen over.
De leden van de PRO-fractie lezen dat hiermee voldaan zou worden aan de wens voor
een beleidsreactie op de rapporten. Zij constateren echter dat de brief louter een
samenvatting bevat van de rapporten en er niet verder een beleidsinhoudelijke reactie
wordt gegeven op de inhoud van de rapporten. Zo merken deze leden op dat zij graag
nog een reactie zouden willen op de constatering dat Wlz-uitvoerders aantoonbaar in
control dienen te zijn op de zorgplicht. Welke lessen heeft de Minister getrokken
over de zorgplicht en de nakoming daarvan uit de casus van Villa ExpertCare (VEC)?
Welke verbeterpunten worden er gesignaleerd in het handelen van elk van de betrokken
partijen: VWS, zorgkantoren, zorgaanbieders, zorgverzekeraars, de IGJ en de NZa?
De leden van de PRO-fractie lezen dat de NZa terecht constateert dat de uitvoering
van de zorgplicht onder druk staat door onder andere personeelstekorten, toenemende
uitgaven en een tekort aan passende woonvoorzieningen. Welke concrete maatregelen
neemt de Minister om te bevorderen dat Wlz-uitvoerders beter aantoonbaar in control
zijn op hun zorgplicht voor alle cliënten? Welke concrete verbeteringen zien zij op
dit punt sinds de publicatie van het rapport? Kan nader toegelicht worden wat momenteel
de gemiddelde wachttijden zijn voor passende zorg vanuit de Wlz, uitgesplitst naar
sector?
De leden van de PRO-fractie lezen daarnaast dat alle Wlz-uitvoerders aan hebben gegeven
dat de toekomst vanaf 2028 erg onzeker is en dat deze onzekerheid snel toeneemt door
een toenemend tekort aan geschikt personeel, een tekort aan (zorggeschikte) woningen
voor ouderen en het feit dat de wettelijke aanspraak niet langer aansluit op de dagelijkse
praktijk. Spelen deze problemen in dezelfde mate in elk van de sectoren van de langdurige
zorg (ouderenzorg, gehandicaptenzorg en langdurige ggz) en kunt u grafisch weergeven
in hoeverre deze problemen in mindere of meerdere mate spelen per sector? Welke factoren
zijn volgens de Minister van invloed op het beeld dat de wettelijke aanspraak niet
meer aansluit op de dagelijkse praktijk? Welke oplossingsrichtingen ziet de Minister
hiervoor? Welke rol ziet de Minister voor zichzelf in het aanpakken van de kernoorzaken
van deze onzekerheid en welke concrete taken horen daarbij? Hoe rijmt de Minister
deze onzekerheid met de aangekondigde bezuinigingen op de Wlz? Erkent de Minister
dat de lopende onzekerheid over de aangekondigde bezuinigingen en de exacte invulling
daarvan alleen maar verder bijdraagt aan de onzekerheid die leeft bij zowel Wlz-uitvoerders
als cliënten? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wanneer zal er eindelijk duidelijkheid gegeven
worden over deze bezuinigingen en acht de Minister deze bezuinigingen nog wel verstandig?
De leden van de PRO-fractie constateren dat consistent wordt verklaard, zowel door
de Minister als door de NZa, dat er een gebrek is aan woonplekken die recht doen aan
de zorg- en ondersteuningsbehoefte van mensen met een psychische kwetsbaarheid. Hoe
ziet de Minister deze geconstateerde tekorten in de langdurige ggz (woonzorg) in het
licht van de bezuinigingen op de langdurige zorg, waaronder de langdurige ggz (woonzorg
voor mensen met een psychische kwetsbaarheid)?
De leden van de PRO-fractie constateren dat er grote onzekerheid leeft bij Wlz-uitvoerders
en cliënten wegens de toenemende tekorten. Tegelijkertijd constateren zij dat er grote
bezuinigingen gepland worden, niet alleen op de Wlz, maar ook op de Wmo. Uit eerdere
onderzoeken is gebleken dat dergelijke ingrijpende maatregelen in de Wmo zeer waarschijnlijk
ten gevolge zullen hebben dat er veel uitstroom richting de Wlz zal plaatsvinden.
Hoe reflecteert de Minister hierop en hoe wil zij voorkomen dat de druk op de Wlz
verder toeneemt? Kan nader toegelicht worden wat de visie is van dit kabinet op de
langdurige zorg?
De leden van de PRO-fractie lezen dat de NZa niet kon vaststellen in hoeverre Wlz-uitvoerders
aan hun zorgplicht voldoen en daarmee of in hoeverre elke cliënt passende en tijdige
zorg ontvangt. Zij vinden dit erg zorgelijk, omdat hiermee ook de mogelijkheden voor
bijsturen, controleren en verbeteren ontbreken. Is de Minister bereid dit nader te
onderzoeken en er strenger op toe te zien dat Wlz-uitvoerders zich nadrukkelijker
verantwoorden over de realisatie van alle vier de zorgplichtdoelen (tijdigheid, passendheid,
kwaltieit en doelmatigheid van zorg)? De leden van de PRO-fractie constateren daarnaast
dat per 1 januari 2027 Wlz-uitvoerders meer zullen moeten doen om aan de vereisten
voor de verantwoording te voldoen. Wat is de huidige stand van zaken van het groeitraject
richting deze deadline?
De leden van de PRO-fractie lezen dat Wlz-uitvoerders op grond van hun zorgplicht
moeten waarborgen dat zorg beschikbaar is en blijft voor cliënten. Hierbij gebruiken
ze bijvoorbeeld het Early Warning System (EWS) om mogelijke risico’s voor discontinuïteit
van zorg bij zorgaanbieders tijdig te signaleren. In hoeverre wordt dit al toegepast
door uitvoerders in de praktijk? Welke knelpunten worden hierbij herkend? Zijn er
inmiddels al duidelijke afspraken gemaakt met Wlz-uitvoerders, zorgkantoren en zorgverzekeraars
over hoe, waar en wanneer zij een melding moeten maken bij een dreiging van discontinuering
van de zorg of (toekomstige) urgente problemen? Ze zouden daarnaast graag willen wijzen
op diverse gevallen waarin verschillende cruciale ggz-instellingen in het verleden
zijn omgevallen. Naar aanleiding daarvan is er ook een rodedradenanalyse opgesteld.
Welke concrete lessen zijn er getrokken hieruit? Welke veranderingen zijn er doorgevoerd
en is de Minister van mening dat de toezegging van de voormalig Staatssecretaris van
Jeugd, Preventie en Sport dat cruciale ggz niet mag omvallen door financiële problemen
of marktwerking, is afgedaan? Zo ja, kan dit nader toegelicht worden? Zo nee, welke
concrete stappen moeten gezet worden om dit wel voor elkaar te krijgen en welke stelselwijzigingen
zijn hier eventueel voor nodig?
De leden van de PRO-fractie zouden tevens willen wijzen op de petitie voor Bekostiging
van de Orthopedagoog-Generalist. In dat kader zouden ze graag de Minister willen verzoeken
een nieuw, zorgvuldig onderzoek te verrichten naar de noodzaak tot centrale bekostiging.
Zou gereflecteerd kunnen worden op de constateringen van NVO dat er cruciale stappen
zijn overgeslagen en de Minister een verkeerde uitleg geeft aan het rapport van het
Capaciteitsorgaan? Is het mogelijk om in de raming van het Capaciteitsorgaan de ramingen
voor de orthopedagoog-generalist mee te nemen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Minister over
de NZa-toezichtsrapporten langdurige zorg. Deze leden vinden het goed dat de rechtmatigheid
van de Wlz-uitgaven beter in beeld is gebracht, maar maken zich zorgen over de druk
op de langdurige zorg. De langdurige zorg is er voor de meest kwetsbare mensen van
Nederland. Dan moet de zorgplicht niet alleen op papier kloppen, maar vooral in de
praktijk.
De leden van de PVV-fractie lezen dat de NZa concludeert dat de langdurige zorg onder
druk staat door demografische ontwikkelingen, personeelstekorten, een tekort aan passende
woonvoorzieningen en toenemende uitgaven. Deelt de Minister de mening dat dit in de
praktijk betekent dat ouderen, mensen met een beperking en hun naasten langer moeten
wachten op passende zorg?
Deelt de Minister de mening dat het invoeren van een eigen bijdrage en het schrappen
van de enveloppe ouderenzorg deze problemen alleen maar groter maken?
Kan de Minister daarbij aangeven hoeveel mensen wachten op verpleeghuiszorg en hoeveel
van hen als urgent of problematisch wachtend worden aangemerkt?
In welke zorgkantoorregio’s is de druk op de zorgplicht op dit moment het grootst?
De NZa concludeert dat Wlz-uitvoerders grotendeels voldoen aan de zorgplicht voor
de twee onderzochte cliëntgroepen. Wat betekent «grotendeels» concreet? Waar voldoen
Wlz-uitvoerders nog niet volledig aan de zorgplicht?
Hoe controleert de Minister dat Wlz-uitvoerders, die hun zorgplicht uitbesteden aan
regionale zorgkantoren, zelf voldoende regie blijven houden?
Wat gebeurt er als een zorgkantoor onvoldoende doet om passende zorg tijdig te organiseren?
Welke maatregelen kan de NZa of de Minister dan nemen?
De NZa heeft specifiek gekeken naar mensen die met spoed onvrijwillig worden opgenomen
in een zorginstelling. Kan de Minister aangeven hoeveel mensen in 2024 met spoed onvrijwillig
zijn opgenomen en in hoeveel gevallen sprake was van problemen bij het vinden van
een passende plek?
Zijn er regio’s waar crisisplekken structureel tekortschieten? Zo ja, welke regio’s
zijn dat en wat gaat de Minister daaraan doen?
De NZa heeft ook gekeken naar mensen die in de nabije toekomst een beroep zullen doen
op verpleeghuiszorg. Hoe wordt voorkomen dat deze mensen pas in beeld komen als de
thuissituatie al is vastgelopen?
Hebben zorgkantoren voldoende zicht op ouderen die nu nog thuis wonen, maar op korte
termijn verpleeghuiszorg nodig zullen hebben? Zo ja, hoeveel zijn dat er? Zo nee,
waarom niet?
De leden van de PVV-fractie vinden het belangrijk dat geld voor de langdurige zorg
ook echt terechtkomt bij zorg voor kwetsbare mensen. Kan de Minister aangeven welk
deel van de Wlz-uitgaven direct naar zorgverlening gaat en welk deel naar overhead,
administratie en uitvoeringskosten?
De leden van de PVV-fractie lezen dat 99,28% van de gemaakte Wlz-kosten in 2024 als
rechtmatig is aangemerkt. Tegelijkertijd is de onrechtmatigheid gestegen naar € 135
miljoen. Hoe beoordeelt de Minister deze stijging?
Kan de Minister uitleggen waardoor de onrechtmatigheid in het pgb-budgethoudersportaal
is ontstaan? Gaat het hierbij om systeemfouten, uitvoeringsfouten, verkeerd gebruik,
misbruik of fraude? De NZa concludeert dat de situatie rondom het pgb-budgethoudersportaal
sterk is verbeterd. Welke concrete verbeteringen zijn doorgevoerd en welke risico’s
bestaan nog steeds?
De leden van de PVV-fractie lezen dat ook mondzorg, meerzorg en domeinoverstijgende
samenwerking worden genoemd als onderwerpen die de rechtmatigheid van de zorgkosten
kunnen raken. Welke problemen spelen hier precies en welke maatregelen neemt de Minister
om te voorkomen dat cliënten hiervan de dupe worden?
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de beleidsreactie op de toezichtsrapporten
van de Nederlandse Zorgautoriteit over de uitvoering van de langdurige zorg in 2024.
Deze leden hebben daarover nog enkele vragen
De leden van de BBB-fractie lezen dat de NZa constateert dat de langdurige zorg onder
druk staat door onder meer de vergrijzing, personeelstekorten en een tekort aan passende
woonvoorzieningen. Deze leden maken zich zorgen over ouderen met een relatief lichte
zorgvraag, bijvoorbeeld als gevolg van beginnende dementie of andere ouderdomsproblematiek,
die steeds minder goed zelfstandig thuis kunnen wonen, maar ook nog niet in aanmerking
komen voor zorg vanuit de Wet langdurige zorg. Kan de Minister aangeven in hoeverre
deze groep momenteel tussen wal en schip dreigt te raken? Heeft de Minister inzicht
in de omvang van deze groep en de gevolgen die dit heeft voor ouderen zelf, hun mantelzorgers
en de eerstelijnszorg?
Is de Minister daarnaast bereid te onderzoeken of de huidige toegangscriteria voor
de Wet langdurige zorg voor deze groep ouderen nog voldoende aansluiten bij de zorgvraag
in de praktijk? Zo nee, waarom niet?
Vragen en opmerkingen van de leden van de 50PLUS-fractie
De leden van 50PLUS-fractie danken de Minister voor het toezenden van deze beleidsreactie.
Zij vrezen wel dat de Minister een iets te rooskleurig beeld heeft van de situatie.
Het feit dat onrechtmatigheden niet naar voren komen, wil niet zeggen dat ze er niet
zijn. Dan kan ook veroorzaakt worden door een verkeerde waarneming of kaders en definities
die niet deugen. «Naar aanleiding van de conclusies van de NZa in voornoemde rapporten,
concludeer ik dat de Wlz-uitvoerders steeds beter in staat zijn hun taken goed uit
te voeren en dat vind ik een verheugende constatering.», luidt bijvoorbeeld de slotzin
van deze brief. Hoe verhoudt deze opmerking zich bijvoorbeeld tot situaties als het
verpleeghuis in Steeg, waar de 50PLUS-fractie ook recent Kamervragen over heeft gesteld?
En tot het bedrag van naar schatting € 10 miljard dat verloren gaat aan zorgfraude?
Deze vragen gelden ook voor de fraude in de mondzorg in de Wlz. Op papier klopt het
misschien, maar hoe verhoudt dat zich tot de praktijk, waarin mondzorg in de Wlz vaak
helemaal niet, of heel slecht, wordt geleverd?
Wat vindt de Minister verder van het idee om meer onaangekondigde controles in de
praktijk te houden?
Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower
De leden van de Groep Markuszower hebben kennisgenomen van de NZa-toezichtsrapporten
over de uitvoering en de kosten van de langdurige zorg in 2024, evenals de bijbehorende
beleidsreactie van de Minister. Genoemde leden danken de Minister voor de verstrekte
informatie, maar hebben naar aanleiding van de gepresenteerde cijfers en conclusies
nog enkele vragen en zorgen over de houdbaarheid en rechtmatigheid binnen de sector.
Deze leden hebben de volgende punten die zij onder de aandacht willen brengen.
De leden van de Groep Markuszower constateren dat de langdurige zorg onder grote druk
staat door een samenloop van demografische ontwikkelingen, personeelstekorten en een
tekort aan passende woonvoorzieningen. Deze leden vragen de Minister hoe de wettelijke
zorgplicht in de toekomst gegarandeerd kan blijven nu de uitgaven in 2024 zijn gestegen
naar € 35,9 miljard?
Hoewel de Minister spreekt van een «verheugende constatering» over de uitvoering,
merken deze leden op dat de geconstateerde onrechtmatigheid binnen het pgb is gestegen
naar € 135 miljoen. Genoemde leden willen weten welke concrete stappen worden ondernomen
om dit bedrag omlaag te brengen, ondanks de verbeterde databetrouwbaarheid in het
budgethoudersportaal?
Genoemde leden vragen om een nadere toelichting op de regierol van Wlz-uitvoerders
bij kwetsbare groepen, zoals mensen die met spoed onvrijwillig worden opgenomen of
cliënten die op korte termijn verpleeghuiszorg nodig hebben. Zij willen weten of de
huidige regie voldoende is om aan de zorgplicht te voldoen, gezien de toenemende complexiteit
in de sector.
De leden van de Groep Markuszower kijken uit naar de beantwoording door de Minister.
II. Reactie van de Minister
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M. Mohandis, voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede ondertekenaar
E.M. Sjerp, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.