Brief regering : Samen bouwen aan het beste burgerschapsonderwijs
31 293 Primair Onderwijs
31 289
Voortgezet Onderwijs
29 279
Rechtsstaat en Rechtsorde
Nr. 878
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 29 juni 2026
De grote druk op vrijheden en democratie wereldwijd toont aan dat in vrijheid leven
in een democratische rechtsstaat niet vanzelfsprekend is. Onze democratische rechtsstaat
verdient stevig onderhoud. Dit kan door te zorgen dat (jonge) mensen zich er onderdeel
van voelen, de spelregels ervan kennen en doorleven. Daarom zet dit kabinet in op
het verdiepen van democratisch ethos in de hele samenleving, onder andere door meer
werk te maken van het burgerschapsonderwijs.
De democratische rechtsstaat is een zorg van meer dan alleen het onderwijs. Scholen
kunnen wel een waardevolle bijdrage leveren aan het stimuleren van democratische betrokkenheid
onder kinderen, jongeren en hun ouders. Ook wijken, verenigingen en gemeenten spelen
hierin een belangrijke rol. In deze brief richt ik mij op de bijdrage die het onderwijs
kan leveren en de ondersteuning daarbij vanuit mijn ministerie. Graag neem ik uw Kamer
mee in de verschillende acties die ik onderneem om het burgerschapsonderwijs in het
funderend onderwijs te versterken:
1. Helderheid over de wettelijke taak die scholen hebben;
2. Versteviging van de ondersteuningsstructuur burgerschap;
3. Meer en betere nascholing van leraren en schoolleiders;
4. Extra inzet op burgerschapsonderwijs op Caribisch Nederland, aan vmbo-leerlingen en
over digitaal burgerschap.
De acties sluiten aan op de behoeften van scholen zoals die uit de wetsevaluatie burgerschap,
die volgens toezegging aan de Eerste Kamer in 2025 is uitgevoerd, naar voren zijn
gekomen. De volledige evaluatie heeft uw Kamer eerder dit jaar ontvangen.1 In deze brief sta ik langer bij de evaluatie stil.
1. Helderheid over de wettelijke taak die scholen hebben
De wettelijke taken
Al sinds 2006 is het aanbieden van burgerschapsonderwijs voor alle scholen in het
funderend onderwijs verplicht. De aanleiding was de toen al afnemende betrokkenheid
tussen burgers onderling en tussen burgers en overheid.2 De wettelijke burgerschapsopdracht van 2006 vroeg van scholen om aandacht te hebben
voor de pluriforme samenleving en het bevorderen van actief burgerschap en sociale
integratie.
Tien jaar na de inwerkingtreding van de wet, constateerde de Inspectie van het Onderwijs
(hierna: inspectie) dat het burgerschapsonderwijs op scholen verdere ontwikkeling
nodig had om van werkelijke maatschappelijke betekenis te kunnen zijn.3 Tegen die achtergrond werd in 2021 de wettelijke burgerschapsopdracht verduidelijkt,
met als doel om scholen meer richting te geven bij het invullen van hun burgerschapsonderwijs.
De wettelijke burgerschapsopdracht kreeg een verplichtender karakter, verschoof in
focus van sociale integratie naar sociale cohesie en de basiswaarden van de democratische
rechtsstaat (vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit) kregen een nadrukkelijkere
plek.
Om verder invulling te geven aan het onderwijsinhoudelijke deel van de wettelijke
burgerschapsopdracht, heeft Stichting Leerplanontwikkeling (hierna: SLO) in 2025 de
definitieve conceptkerndoelen burgerschap opgeleverd.4 Vanaf augustus 2027 wordt van scholen verwacht dat zij met de kerndoelen werken.
Scholen hebben tot 2031 om de kerndoelen te implementeren.
Helderheid voor scholen
Als scholen van de overheid een opdracht krijgen, moet het duidelijk zijn wat die
opdracht van ze vraagt.
De wetsevaluatie burgerschap laat zien dat de wettelijke burgerschapsopdracht door
scholen in grote lijnen als duidelijk wordt ervaren. Scholen begrijpen wat bedoeld
wordt met de verschillende elementen in de wet en wat het belang is van deze elementen.
Ook hebben scholen sinds de verduidelijking van de wettelijke burgerschapsopdracht
stappen gezet in het formaliseren van hun burgerschapsonderwijs. Zo zijn veel scholen
(verder) aan de slag gegaan met het uitwerken van leerdoelen en leerlijnen in het
kader van hun burgerschapsonderwijs. Dat is een belangrijke voorwaarde voor kwalitatief
goed burgerschapsonderwijs.
Wel worstelen scholen soms nog met de vertaling van de wettelijke burgerschapsopdracht
naar de praktijk. Scholen zoeken naar meer houvast bij de invulling van hun burgerschapsonderwijs
en naar nadere concretisering, met name van de sociale en maatschappelijke competenties
die scholen geacht worden aan hun leerlingen bij te brengen.
De kerndoelen burgerschap zijn een belangrijk eerste antwoord op deze behoefte. Om
scholen te ondersteunen bij de implementatie van de nieuwe kerndoelen wordt een landelijk
ondersteuningsaanbod ingericht. Hierbij wordt samengewerkt met SLO, de sectorraden
en andere onderwijsorganisaties. Scholen en besturen krijgen ondersteuning in de vorm
van handreikingen, voorbeeldmateriaal, professionaliseringsactiviteiten en begeleide
leernetwerken, zodat zij de nieuwe kerndoelen kunnen vertalen naar hun eigen schooleigen
curriculum. Daarnaast biedt het Expertisepunt Burgerschap specifieke voorlichting
over de nieuwe kerndoelen burgerschap en de manier waarop scholen deze kunnen vertalen
naar eigen onderwijspraktijk.
Tegelijkertijd is de concretisering van de sociale en maatschappelijke competenties
in de kerndoelen nog beperkt. Het primaat ten aanzien van deze competenties ligt bij
scholen zelf. Om die reden is bij de verduidelijking van de wettelijke burgerschapsopdracht
aan de Eerste Kamer toegezegd dat de inspectie terughoudendheid zal betrachten met
betrekking tot het toezicht op sociale en maatschappelijke competenties. Nu blijkt
dat scholen toch behoefte hebben aan concretisering van deze competenties. Daarom
starten we met een verkenning naar de mogelijke concretisering van sociale en maatschappelijke
competenties en de vertaalslag daarvan naar de onderwijspraktijk, binnen de grenzen
van de onderwijsvrijheid van scholen.
2. Versteviging van de ondersteuningsstructuur burgerschap
Expertisepunt Burgerschap
In 2022 is het Expertisepunt Burgerschap (hierna: Expertisepunt) opgericht om scholen
de ondersteunen bij het realiseren van de wettelijke burgerschapsopdracht. Het Expertisepunt
helpt scholen door te verduidelijken wat de wettelijke burgerschapsopdracht inhoudelijk
van ze vraagt en door leraren en schoolleiders op weg te helpen bij het vormgeven
van hun burgerschapsonderwijs. Zo biedt het een overzicht van alle beschikbare informatie
en materialen voor scholen. Ook dient het als vraagbaak voor scholen, waarbij scholen
worden geholpen met het uitdiepen van hun ondersteuningsbehoefte. Daarmee fungeert
het Expertisepunt als belangrijk onderdeel van de ondersteuningsstructuur burgerschap.
De oorspronkelijke projectsubsidies aan de partijen die samen het Expertisepunt vormen,
lopen per eind 2027 af. Ook daarna blijft landelijke ondersteuning van belang, zo
onderstreept de wetsevaluatie. Daarom zetten we de ondersteuning in de vorm van een
Expertisepunt door voor de periode van januari 2028 tot en met december 2031, parallel
aan de periode waarin de kerndoelen burgerschap worden geïmplementeerd. Ter afronding
van de huidige subsidieperiode wordt het bestaande Expertisepunt geëvalueerd en gelijktijdig
een verdiepende verkenning uitgevoerd naar de ondersteuningsbehoeften van scholen
in het funderend onderwijs. Deze onderzoeken vormen, in samenhang met de inzichten
uit de wetsevaluatie en het inspectietoezicht, de basis voor de inrichting van het
nieuwe Expertisepunt. De uitkomsten van de onderzoeken worden dit najaar verwacht
en kort daarna met uw Kamer gedeeld.
Lerarenopleidingen
Leraren spelen een essentiële rol waar het gaat om goed burgerschapsonderwijs. Daarom
is het belangrijk dat leraren gedurende hun opleiding al worden toegerust met de kennis
en vaardigheden die zij nodig hebben om goed burgerschapsonderwijs te kunnen geven.
In opdracht van de Vereniging voor Hogescholen worden de kennisbases van de lerarenopleidingen
op hogescholen herijkt, waarin is vastgelegd wat elke afgestudeerde student moet beheersen.
In de herijkte kennisbases wordt nadrukkelijk ingezet op een stevigere positie voor
burgerschapsonderwijs. Daarnaast zet het ministerie dit jaar, samen met het Expertisepunt,
leernetwerken burgerschap op voor leraren- en schoolleidersopleidingen. Twee tot drie
keer per jaar komen opleidingen samen om te delen hoe zij burgerschapsonderwijs een
plek geven binnen hun opleiding en te sparren over uitdagingen hierbij.
3. (Na)scholing van leraren en schoolleiders
Nascholing van leraren
Kennis en vaardigheden vergen onderhoud. Dit geldt bij uitstek met betrekking tot
het burgerschapsonderwijs, dat zich in snel tempo ontwikkelt. Het belang van professionalisering
wordt in de wetsevaluatie bevestigd. Daarom verken ik samen met leraren en lerarenopleidingen
op welke manier extra inzet nodig is op nascholing in het kader van burgerschap.
Scholen geven aan te worstelen met het bespreken van gevoelige onderwerpen in de klas.
Denk bijvoorbeeld aan gendernormen, antisemitisme of de manosphere. Het bespreken van dergelijke onderwerpen is een wezenlijk onderdeel van burgerschapsonderwijs,
maar is niet eenvoudig. Via de projectsubsidie «Schurende Gesprekken» heeft mijn ministerie
de afgelopen jaren al ruim ingezet op dit onderwerp. Vanwege de grote animo, zal de
projectsubsidie tot en met juni 2027 worden verlengd. Naast het jaarlijkse bedrag
van 700.000 euro dat OCW hiervoor beschikbaar stelt, draagt SZW in 2026 eenmalig 1
miljoen euro bij. Van het scholingsaanbod vragen we dat het ook aandacht heeft voor
de manier waarop leraren en docenten kunnen omgaan met (online) desinformatie.
Nascholing van schoolleiders
Burgerschapsonderwijs staat of valt bij de samenhang ervan, dat laat ook de wetsevaluatie
zien. Een goede schoolleider is hierbij van wezenlijk belang. De schoolleider is verantwoordelijk
voor een duidelijke visie op burgerschap en voor de landing van die visie in de praktijk.
Ook dat vraagt kennis en vaardigheden. Daarom is vorig jaar een meerjarig onderzoek
gestart naar succesvolle schoolbrede aanpakken voor burgerschapsonderwijs. In samenwerking
met het onderwijsveld worden aanpakken voor burgerschapsonderwijs in kaart gebracht,
(door)ontwikkeld en beproefd. Het onderzoek is gericht op zowel schoolleiders, als
schoolbestuurders en leerkrachten. Het onderzoek geeft ook gehoor aan de behoefte
van scholen aan een monitoringsinstrumentarium. Het systematisch monitoren van burgerschapscompetenties
helpt schoolleiders en leerkrachten om het burgerschapsonderwijs af te stemmen op
de leerbehoefte van leerlingen en om aan te tonen in welke mate zij hun burgerschapsdoelen
hebben behaald. De opbrengsten van het onderzoek geven scholen meer handvatten om
deze systematische manier van monitoren in te richten. Naar verwachting worden in
de eerste helft van 2027 de resultaten van het eerste pilotjaar gedeeld met de onderwijspraktijk.
Daarover zal ik dan ook uw Kamer informeren.
Het meerjarig onderzoek naar succesvolle schoolbrede aanpakken voor burgerschapsonderwijs
is een aanvulling op twee nationale en internationale monitoringsonderzoeken naar
de burgerschapscompetenties van leerlingen in, onder andere, Nederland: Peil.Burgerschap
van de inspectie en de International Civic and Citizenship Education Study (ICCS) van de International Association for the Evaluation of Educational Achievenment(IEA). Hiermee is de motie De Hoop/Paul afgedaan.5
4. Extra inzet op een aantal groepen en thema’s
Voorgaande maatregelen zijn gericht op alle scholen in het funderend onderwijs en
op het burgerschapsonderwijs als geheel. Onderwijs is echter maatwerk. We zien dat
bepaalde groepen in het onderwijs en bepaalde thema’s extra aandacht vragen. Ook daar
zetten we de komende jaren op in.
Digitaal burgerschap in het onderwijs
Steeds meer jongeren verkrijgen hun informatie via sociale media. Algoritmen begrenzen
welke informatie jongeren tot zich nemen en deep fakes vervagen het onderscheid tussen echt en nep. Wat zich online afspeelt, komt onvermijdelijk
ook de klas in. Neem bijvoorbeeld de manosphere. Recent onderzoek toont aan dat de
invloed hiervan steeds vaker merkbaar is op Nederlandse scholen.6 De online wereld speelt een bepalende rol in de vorming van de belevingswereld van
jongeren en dus van hun «burgerschap». Dat vraagt van scholen dat zij hun burgerschapsonderwijs
verbreden. Tegelijkertijd hebben scholen het al druk genoeg. Onderwijs op het gebied
van digitaal burgerschap moet voor scholen niet als een extra taak voelen, maar als
onderdeel van de taak die scholen al hebben om gewoon burgerschapsonderwijs aan te
bieden. Daarom gaan we in gesprek met leraren en schoolleiders om op te halen welke
ondersteuning hierbij wenselijk is. Een voorbeeld daarvan is de informatie die Stichting
School en Veiligheid beschikbaar stelt over het omgaan met de manosphere.7 Daarnaast start in 2028 een onderzoek naar digitaal burgerschap in het onderwijs.
Het onderzoek verkent hoe digitaal burgerschap een plek kan krijgen binnen de bestaande
praktijk van het burgerschapsonderwijs. Vervolgens worden concrete aanpakken hiervoor
samen met scholen getoetst.
Burgerschapsonderwijs aan vmbo-leerlingen
Onderzoek laat zien dat er systematische verschillen bestaan in democratische betrokkenheid
tussen mensen met verschillende opleidingsachtergronden.8 We weten dat mensen met een hbo- of wo-opleiding vaker naar de stembus gaan dan mensen
met een mbo-opleiding of anderszins, en ook bij andere vormen van politieke participatie
ligt de deelname van mensen met een hbo- of wo-opleiding het hoogst.9 Verschillen in democratische betrokkenheid en politiek zelfvertrouwen zijn al zichtbaar
tussen leerlingen in het vmbo, havo en vwo10 en we weten dat de leerlingen op het vwo substantieel meer kennis hebben over de
democratische samenleving dat leerlingen op het vmbo.11 Daarom kijk ik hoe we de komende jaren extra in kunnen zetten op de kennis, democratische
betrokkenheid en het politiek zelfvertrouwen van vmbo-leerlingen.
Burgerschapsonderwijs in Caribisch Nederland
De wettelijke burgerschapsopdracht en de kerndoelen gelden ook voor scholen in Caribisch
Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba). Uit gesprekken met leraren op deze eilanden
blijkt dat scholen daar tegen vergelijkbare uitdagingen aanlopen als scholen in Europees
Nederland bij het vormgeven van burgerschapsonderwijs. Tegelijkertijd moet bij het
vormgeven van burgerschapsonderwijs op de eilanden rekening gehouden worden met de
specifieke geografische, politieke en culturele context van de eilanden. Veel ondersteuning
is daar nu nog niet op gericht. Daarom wil ik in 2027 een ontwerponderzoek starten.
Daarin zullen samen met leraren en schoolleiders van de eilanden aanpakken voor burgerschapsonderwijs
worden ontwikkeld en beproefd.
Toezicht op burgerschapsonderwijs
In de wetsevaluatie heeft het Verwey-Jonker Instituut scholen ook gevraagd naar hun
ervaringen met het inspectietoezicht. De aanleiding was een toezegging van de toenmalige
Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media aan uw Kamer dat de inspectie
terughoudendheid zou betrachten in haar toezicht en dat uw Kamer zou worden geïnformeerd
over de uitwerking daarvan.
Scholen geven aan dat ze in het toezicht van de inspectie op de wettelijke burgerschapsopdracht
voldoende ruimte ervaren voor een eigen invulling. Tegelijkertijd komt naar voren
dat het voor scholen niet altijd duidelijk is wat er van hen wordt verwacht. Scholen
geven aan behoefte te hebben aan een toezichthouder die duidelijk kan maken wat er
misgaat en wat beter kan.
Samen met de inspectie kijk ik hoe er meer helderheid kan komen over de werkwijze
bij het toezicht op burgerschapsonderwijs, bijvoorbeeld aan de hand van de onderzoekskaders.
De onderzoekskaders beschrijven de werkwijze van de inspectie en het waarderingskader
dat de inspectie bij haar onderzoeken gebruikt. Daarnaast verkent de inspectie met
bijvoorbeeld een themaonderzoek hoe zij verdiepend kan kijken naar het onderdeel van
de wettelijke burgerschapsopdracht dat toeziet op een schoolcultuur die in overeenstemming
is met de basiswaarden van de democratische rechtsstaat. Dit onderzoek richt zich
op ervaringen met sociale veiligheid onder leerlingen enerzijds en op dilemma’s en
het handelingsrepertoire van leraren anderzijds. In het najaar van 2026 kom ik bij
uw Kamer terug op zowel de onderzoekskaders als het themaonderzoek van de inspectie.
Tot slot
De komende jaren blijf ik mij inzetten om samen met scholen, lerarenopleidingen en
schoolleidersopleidingen te werken aan burgerschapsonderwijs dat leerlingen voorbereidt
op hun toekomst in onze samenleving. Dit vraagt ook inspanning en tijdsinvestering
van scholen zelf.12
Ik moedig scholen aan om daar tijd voor te maken en gebruik te maken van het rijke
aanbod aan ondersteuning en ouders waar nodig te betrekken bij die opdracht. Onze
democratische rechtsstaat is het waard!
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
J.Z.C.M. Tielen
Ondertekenaars
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap