Motie : Motie van het lid Abdi c.s. over onderzoeken hoe een netwerk van fysieke locaties voor sociaal-juridische hulp kan worden opgezet
29 279 Rechtsstaat en Rechtsorde
Nr. 1051
MOTIE VAN HET LID ABI C.S.
Voorgesteld 24 juni 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het naar het oordeel van kwartiermaker Marijnissen voor mensen met
een laag of middeninkomen veel te ingewikkeld en te duur is gemaakt om de juiste hulp
te vinden en toegang tot het recht te krijgen;
van mening dat goede sociaal-juridische en financiële hulp een basisvoorziening is
in onze rechtsstaat, maar dat de huidige problemen volgens de Nederlandse orde van
advocaten (NOvA) en de Vereniging Sociale Advocatuur Nederland (VSAN) met de hoogste
urgentie moeten worden aangepakt om voldoende sociaal advocaten aan te trekken;
verzoekt de regering te onderzoeken hoe met urgentie een landelijk dekkend netwerk
van fysieke locaties met een minimumniveau van sociaal-juridische hulp kan worden
opgezet, daarbij het gezamenlijk plan van aanpak te betrekken, en de Kamer hierover
te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
Abdi
Dobbe
Struijs
Indieners
-
Indiener
Fatihya Abdi, Kamerlid -
Medeindiener
Sarah Dobbe, Kamerlid -
Medeindiener
Jan Struijs, Kamerlid
Appreciatie (oordeel)
Ontijdig
De minister of staatssecretaris vindt dat een motie te vroeg komt. Bijvoorbeeld omdat er nog een onderzoek loopt of omdat er nog een ander debat komt over het onderwerp van de motie. De bewindspersoon vraagt de indiener om de motie ‘aan te houden’: te wachten met stemming over de motie. Wil de indiener dat niet, dan stemt de Kamer alsnog.