Initiatiefnota : Initiatiefnota
36 969 Initiatiefnota van de leden Inge van Dijk, Grinwis en Struijs over een toekomstbestendig giftenstelsel
Nr. 2
INITIATIEFNOTA
1. Inleiding
De Nederlandse samenleving draait in belangrijke mate op verenigingen, stichtingen,
kerken, vrijwilligers en maatschappelijke initiatieven. Deze verbanden zijn van grote
waarde: zij vormen het fundament van een vitale en weerbare samenleving. Juist in
een tijd waarin het «ik» steeds centraler is komen te staan, terwijl mensen pas werkelijk
tot hun recht komen in relatie tot de ander, het «wij».
Het in stand houden van deze maatschappelijke initiatieven wordt echter steeds uitdagender.
Organisaties hebben vaak moeite om voldoende vrijwilligers te vinden, krijgen te maken
met toenemende regeldruk en lopen aan tegen risico’s die lastig verzekerbaar zijn.
Daarnaast kampen veel verenigingen en stichtingen met financiële knelpunten.
In deze initiatiefnota richten de leden Inge van Dijk, Grinwis en Struijs (hierna:
initiatiefnemers) zich op ondersteuning bij die laatste uitdaging. Giften vormen voor
veel verenigingen en stichtingen een belangrijke inkomstenbron. De maatschappelijke
betekenis daarvan blijkt ook uit de omvang ervan. Volgens het tweejaarlijkse onderzoek
Geven in Nederland van de Vrije Universiteit Amsterdam schenken huishoudens, bedrijven en nalatenschappen
gezamenlijk ongeveer € 5,3 miljard per jaar aan maatschappelijke doelen.
Een groot deel van deze giften komt terecht bij erkende goede doelen, zoals fondsen
en culturele instellingen met een ANBI (algemeen nut beogende instelling)-status,
die fiscaal worden ondersteund met de giftenaftrek, al zijn deze mogelijkheden de
afgelopen jaren versoberd. Tegelijkertijd zijn ook verenigingen, zoals sportclubs
en lokale maatschappelijke initiatieven vaak afhankelijk van vrijwillige bijdragen,
maar wordt dit fors minder fiscaal gestimuleerd.1 Verenigingen worden immers vaak niet aangemerkt als ANBI, omdat zij worden geacht
het belang van individuele leden te beogen. Terwijl juist verenigingsverbanden tegelijkertijd
aantoonbaar bijdragen aan bredere maatschappelijke doelen, zoals gezondheid, sociale
cohesie en preventie.
Ook voor bedrijven of sociale ondernemingen die met giften willen bijdragen aan maatschappelijke
organisaties gelden fiscale beperkingen, terwijl dat niet geldt voor uitgaven aan
sponsoring of maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO).
De terechte fiscale stimulering van maatschappelijke organisaties is daarmee onvolledig
en om die reden moeilijk uitlegbaar. Deze tekortkoming binnen de giftenaftrek is schadelijk,
juist in het licht van de maatschappelijke opgaven van deze tijd. Om maatschappelijke
waarde duurzaam te versterken, is verbetering van de fiscale behandeling van giften
aan maatschappelijke organisaties noodzakelijk. Zo kan geld uit de samenleving effectiever
worden ingezet ten behoeve van de samenleving zelf.
Initiatiefnemers vinden aanpassing van de giftenaftrek hiervoor de juiste route, omdat
met die aftrek wordt erkend dat burgers zelf ook bijdragen aan maatschappelijke doelen.
Als mensen een deel van hun inkomen schenken aan organisaties die het algemeen belang
dienen, is het goed dat dit niet op dezelfde manier wordt belast als geld dat zij
voor zichzelf besteden.
De giftenaftrek sluit aan bij het idee dat maatschappelijke vraagstukken niet alleen
door de overheid worden aangepakt, maar ook door burgers en maatschappelijke organisaties.
Door giften aan initiatieven op het gebied van bijvoorbeeld zorg, armoedebestrijding,
cultuur en levensbeschouwing te ondersteunen, draagt de giftenaftrek bij aan een diverse
en betrokken samenleving. Daarmee is het een erkenning van maatschappelijke verantwoordelijkheid.
2. Waarom dit nu nodig is
Maatschappelijke organisaties creëren substantiële waarde:
• Sportverenigingen zorgen in de eerst plaats voor plezier en recreatie, maar bevorderen
daarmee ook de gezondheid, vitaliteit en sociale verbondenheid. Als je deze maartschappelijke
baten in euro’s uit zou drukken, levert een gemiddelde sportvereniging de samenleving
daarmee 550.000 euro per jaar op (Landelijk impactonderzoek sportverenigingen2).
• Vrijwilligers bereiken kwetsbare groepen die de overheid niet bereikt. Een voorbeeld
zijn mensen met schulden die zich «veiliger» voelen bij een organisatie die niet direct
gelieerd is aan de overheid.3
• Het «brutovrijwilligersproduct», dat wil zeggen vrijwilligerswerk uitgedrukt in betaalde
arbeidsuren, vertegenwoordigt een economische waarde van naar schatting tussen de
12,4 en 22,8 miljarden per jaar.4
Financiële ondersteuning van deze waarde wordt mede mogelijk gemaakt door giften van
particulieren en ondernemers. Het huidige fiscale systeem biedt echter onvoldoende
ruimte aan verenigingen en sociale ondernemingen en beperkt ondernemers in hun maatschappelijke
bijdrage. Daarmee sluit het niet aan bij hoe mensen daadwerkelijk geven.
Dit geldt breder. Waar publieke middelen en fiscale faciliteiten terecht ruim beschikbaar
zijn voor bijvoorbeeld behandeling en onderzoek naar ziekten, blijft ondersteuning
van preventie, bijvoorbeeld via sport, ontmoeting en gemeenschapsvorming, die met
name belangrijk is voor jongeren, relatief achter omdat daarvan is bepaald dat in
principe het particuliere belang van de betrokkenen overheerst. Dat is moeilijk uitlegbaar,
zeker gezien de groeiende druk op de zorg en het belang van preventie voor een gezonde
samenleving.
Zo worden particulieren die fiscaal gefaciliteerd willen geven aan bijvoorbeeld de
lokale voetbalclub of harmonie gedwongen een verplichting aan te gaan voor ten minste
vijf jaar5 en worden filantropische ondernemers fiscaal beperkt in het schenken van(uit) hun
onderneming.
Het gevolg hiervan van deze «geefdrempels» is de reële kans dat is minder wordt gegeven
en de samenleving minder profiteert waarmee we haar tekort doen. En tegelijkertijd
snijden we onszelf hiermee in de vingers vanwege misgelopen maatschappelijke waardecreatie.
De overheid bespaart immers kosten, wanneer zij deze maatschappelijke activiteiten
niet zelf hoeft te financieren.
Soms wordt gesteld dat geven altijd mogelijk is en daarom geen fiscale stimulering
behoeft. Het huidige stelsel ontmoedigt in de praktijk juist bepaalde vormen van geven
en bevoordeelt andere. Dat past niet bij de beginselen van neutraliteit en gelijkheid,
waaraan het fiscale stelsel moet voldoen. Fiscale regels sturen namelijk gedrag.
Bovendien gaat het niet alleen om óf er wordt gegeven, maar waar en hoeveel. Het is
een gemiste kans voor de samenleving als geheel wanneer het fiscale stelsel leidt
tot minder giften of een verschuiving naar minder maatschappelijk effectieve vormen.
3. Het probleem: een versnipperd en beperkend systeem
In de fiscale behandeling van geven aan maatschappelijke organisaties bestaan gescheiden
regimes:
• ANBI’s: Stichtingen en verenigingen kunnen een ANBI-status aanvragen bij de Belastingdienst,
wanneer zij 1) één of meerdere in de wet opgenomen algemeen nuttige doelstellingen
in hun statuten hebben opgenomen, 2) voor ten minste 90% die algemeen nuttige doelstelling
(feitelijk) nastreven en 3) geen winst beogen. Voor giften aan ANBI’s bestaan de ruimste
fiscale faciliteiten, namelijk:
– Eenmalige giften zijn aftrekbaar in de inkomstenbelasting (IB), met een drempel en
een maximum. De drempel bedraagt € 60 en 1% van het jaarlijkse verzamelinkomen. Het
plafond bedraagt 10% van het jaarlijkse verzamelinkomen.
– Periodieke giften zijn aftrekbaar in de IB, zonder drempel, maar tot een maximum van
€ 1.500.000 per jaar. Deze moeten voor ten minste 5 jaar schriftelijk worden vastgelegd.
– Er geldt een extra multiplier voor giften aan culturele ANBI’s, waarbij de aftrek
in de IB met 25% verhoogd mag worden, maximaal met € 1.250.
– Ontvangsten van giften en erfenissen door de ANBI zijn vrijgesteld van erf- en schenkbelasting
– Vrijwilligersvergoedingen waar geen aanspraak op wordt gemaakt, mogen wel als gift
worden afgetrokken, als aan een aantal voorwaarden is voldaan.
• Verenigingen: Verenigingen die niet voldoen aan de ANBI-voorwaarden, maar wel aan een aantal andere
voorwaarden waaronder het niet vpb-plichtig zijn en ten minste 25 leden hebben, hebben
beperkte fiscale faciliteiten, ondanks hun belangrijke maatschappelijke rol. Denk
daarbij aan de genoemde sport- en harmonieverenigingen.
– Deze verenigingen kunnen wel sociaal belang behartigende instellingen (SBBI’s) zijn,
waardoor ontvangsten van giften en erfenissen door de vereniging vrijgesteld zijn
van erf- en schenkbelasting.6
– Voor giften aan deze verenigingen geldt enkel de periodieke giftenaftrek, zonder drempel
en met maximum van € 1.500.000. Deze moeten voor ten minste 5 jaar schriftelijk zijn
vastgelegd. Voor de periodieke giftenaftrek geldt dan weer niet de voorwaarde dat
een vereniging kwalificeert als SBBI, terwijl het algemeen/sociaal maatschappelijk
belang juist centraal moet staan bij de giftenaftrek.
– Een steunstichting SBBI kan speciaal worden opgericht om geld in te zamelen ter ondersteuning
van een vijfjarig jubileum (of veelvoud daarvan) van een SBBI. Eenmalige giften aan
een steunstichting SBBI zijn wél aftrekbaar, maar alleen in het jaar dat de stichting
door de Belastingdienst is aangewezen als steunstichting SBBI.
• Ondernemingen: Ondernemingen worden beperkt in hun mogelijkheden tot giftenaftrek, terwijl sponsoring
en ondersteuning vanuit MVO-beleid wel volledig aftrekbaar is.
– Giften aan ANBI’s en steunstichtingen SBBI zijn aftrekbaar tot jaarlijks 50% van de
winst, en tot een maximum van € 100.000 per jaar. Per 2025 is de regeling «regeling
geven uit de vennootschap’ afgeschaft, waardoor een gift die boven het maximum uitstijgt
nu wordt gezien als uitdeling aan aandeelhouders, waarover dividendbelasting wordt
ingehouden en die als uitdeling in box 2 belast worden.
– Sponsoring wordt gezien als zakelijke kosten en is volledig aftrekbaar van de winst,
als er een tegenprestatie tegenover staat (bijvoorbeeld in reclame of een logo op
T-shirts).
– Uitgaven die worden gedaan in het kader van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen
(MVO) zijn zakelijk en daarmee volledig aftrekbaar. Als de uitgaven direct aansluiten
op het MVO-beleid van de onderneming, zijn deze volledig aftrekbaar.
– Een categorie bedrijven die in het bijzonder tussen wal en schip valt zijn bedrijven
met positieve sociaal maatschappelijke impact als primaire doelstelling («impact first»).
Dit wordt ook wel sociaal ondernemerschap genoemd, soms ingevuld met steward ownership, waarbij zeggenschap wordt gesplitst van winstgerechtigdheid. Internationaal is juist
een beweging te zien naar dergelijk ondernemerschap, waarbij alle overwinsten ingezet
worden voor een maatschappelijk goed doel. Beperkingen aan het schenken vanuit de
BV zijn belemmerend voor zo’n mengvorm van winstgerichtheid en goed doel.
– Een praktische drempel ontstaat tot slot wanneer ondernemingen giften in natura geven,
bijvoorbeeld gratis advies of producten, waar zij vervolgens wel btw over in rekening
moeten brengen en afdragen.
Samengevat kent het huidige systeem drie kernproblemen:
A. Drempels, plafonds en rigiditeit
• De 1%-drempel en vijf-jaarsverplichting sluiten slecht aan bij flexibel geefgedrag.
• Kleine en incidentele giften worden fiscaal minder gestimuleerd, terwijl dit voor
veel mensen haalbaarder is.
• Plafonds voor geven vanuit de onderneming beperken filantropie en sociale impact.
B. Ongelijke behandeling en inconsistentie
• ANBI’s hebben de ruimste fiscale voordelen, verenigingen minder en sociale ondernemingen
nog minder, terwijl ál deze vormen maatschappelijke waarde creëren.
• Fiscale stimulering van giften aan ANBI’s is gekoppeld aan een algemeen nuttige doelstelling,
terwijl een algemeen/sociaal belang bij fiscaal stimuleren van giften aan verenigingen
geen voorwaarde is.
C. Complexiteit en onzekerheid
• Voor bedrijven zijn sponsoring en bijdragen aan MVO-beleid fiscaal aantrekkelijker
dan doneren, wat kan leiden tot onwenselijke prikkels.
4. Doel van deze initiatiefnota
Initiatiefnemers zijn van mening dat de fiscale behandeling van giften nog beter dan
nu zou moeten aansluiten bij de maatschappelijke impact ervan en de daadwerkelijke
bijdrage aan het beoogde doel. Niet de vorm waarin, of rechtsvorm waaraan, een gift
wordt gedaan zou centraal moeten staan, maar de waarde die ermee wordt gecreëerd voor
de samenleving.
Dit vraagt om een andere manier van denken over geven. Als samenleving zouden we meer
moeten uitgaan van vertrouwen en het doel van de gift, in plaats van primair te redeneren
vanuit controle, juridische structuren en wantrouwen. Wanneer een gift aantoonbaar
bijdraagt aan het algemeen belang, verdient deze ook een passende en stimulerende
fiscale behandeling.
Daarom pleiten initiatiefnemers voor een herziening van het huidige fiscale giftenstelsel. Het doel is om te komen tot een eenvoudiger, transparanter en effectiever systeem,
waarin maatschappelijke waardecreatie leidend is. Met concrete voorstellen willen
initiatiefnemers de regels rondom giften verbeteren en vereenvoudigen, zodat geven
wordt gestimuleerd en beter aansluit bij de behoeften van de samenleving.
5. Concrete voorstellen
Korte termijn
Op korte termijn zien wij mogelijkheden voor een aantal aanpassingen om giften aan
maatschappelijke organisaties makkelijker te maken. Dat ziet op het oplossen van administratieve
knelpunten en op praktische verruimingen, om geven te stimuleren en niet onnodig te
belemmeren.
1. Verruim geefmogelijkheden aan steunstichtingen SBBI voor specifieke projecten
• Op dit moment zijn alleen giften aan steunstichtingen-SBBI opgericht in het kader
van een jubileumviering aftrekbaar. Initiatiefnemers stellen voor dit uit te breiden
met andere projectgerichte giften, bijvoorbeeld het inzamelen van geld voor verduurzaming
of verbeteringen van een sportlocatie of verenigingsgebouw. Daarmee kan worden gezorgd
dat op korte termijn giften aan verenigingen aantrekkelijker worden. Dit is enkel
een uitbreiding binnen het bestaand kader.
2. Pas de drempel voor reguliere aftrek aan naar € 100
• Een gift aftrekbaar maken boven €100 in plaats van vanaf 1% van het inkomen maakt
het eenvoudiger voor mensen te weten of, en wanneer ze recht hebben op aftrek. Dit
maakt de aftrek eenvoudiger, voorspelbaarder en laagdrempeliger voor mensen die graag
willen geven.7
3. Vereenvoudig de giftenaftrek voor een vrijwilligersvergoeding
• Als je als vrijwilliger afziet van een vrijwilligersvergoeding van een ANBI, mag je
deze vergoeding wel als gift aftrekken van de inkomstenbelasting. Daarvoor geldt als
voorwaarde dat de ANBI de vergoeding daadwerkelijk zou kunnen en willen betalen. In
praktijk is het voor organisaties echter soms lastig om aan deze voorwaarde te voldoen,
zeker wanneer sprake is van veel vrijwilligers. Om dit eenvoudiger toepasbaar te maken,
stellen wij voor deze voorwaarde te laten vervallen. Dan volstaat een check of de
ANBI ook echt een ANBI is met een verklaring van de ANBI waarin staat dat vrijwilligerswerk
is gedaan.
4. Maak geven via de werkgever makkelijker
• Werkgevers laten soms hun werknemers een goed doel kiezen voor een donatie via de
werkgever. De donatie wordt gedaan door de werkgever, maar wordt door de Belastingdienst
vervolgens aangemerkt als loon in natura. Initiatiefnemers vinden dit onnodig inperken
van geefgedrag en doet een beroep op de Belastingdienst hier een ander standpunt in
te nemen. Door de gift niet als loon (in natura) aan te merken, is deze vervolgens
ook aftrekbaar voor de inkomstenbelasting en wordt hetzelfde resultaat bereikt op
een administratief eenvoudigere wijze. De voorwaarde hiervoor moet zijn dat de werknemer
zelf een doel kiest, zodat het geen vrij besteedbaar voordeel is.
5. Onderzoek een gerichte vrijstelling of vereenvoudiging bij donaties van producten
of diensten
• Ondernemers moeten btw in rekening brengen en afdragen over de marktwaarde van producten
of diensten die zij gratis weggeven voor een maatschappelijk doel, wat tegenstrijdig
is en maatschappelijke bijdragen remt. Denk bijvoorbeeld aan gratis financieel advies
aan een stichting of het doneren van producten of diensten voor een goededoelenveiling.
Initiatiefnemers stellen daarom voor om zulke giften in natura vrij te stellen van
btw. Dit vermindert drempels voor ondernemers, met een beperkt budgettair effect.
Langere termijn
Op de langere termijn vinden initiatiefnemers dat fundamenteler moet worden gekeken
hoe de giftenaftrek kan worden verbeterd om geven eenvoudiger en aantrekkelijker te
maken, zodat meer maatschappelijke impact kan worden bereikt.
6. Introduceer een Algemeen Nut Toets 2.0, waar ook sociale belangen onder vallen
• Initiatiefnemers willen een meer gelijke fiscale stimulering voor geven aan maatschappelijke
organisaties, die waarde creëren voor de samenleving. Dus niet denken vanuit juridische
vorm, maar vanuit het maatschappelijk belang. Met de introductie van een nieuwe Algemeen
Nut Toets, kunnen voorwaarden worden vastgesteld wanneer organisaties algemene of
sociale waarde creëren voor de samenleving. Door dezelfde fiscale voordelen toe te
kennen, wordt het voor burgers aantrekkelijker om maatschappelijke organisaties financieel
te ondersteunen. Dit versterkt niet alleen de positie van verenigingen, maar stimuleert
ook betrokkenheid en participatie in de samenleving.
• Op basis van zo’n nieuwe toets hoeft geen onderscheid meer te worden gemaakt tussen
ANBI, vereniging, SBBI en steunstichting SBBI, maar valt dit allemaal onder één categorie
giftenaftrek voor maatschappelijk belang. Zodat het doen van giften eenvoudiger, rechtvaardiger
en doelgerichter wordt.8
7. Introduceer een sociale multiplier
• Initiatiefnemers willen analoog aan de culturele multiplier, een sociale multiplier
invoeren voor organisaties met specifiek tot doelstelling het bevorderen van sociale
cohesie, participatie, gelijke kansen en ondersteuning van kwetsbare groepen. Dit
kan statutair worden vastgelegd. Daarbij roepen we ook op tot herziening van de kwalificatie
«kwetsbare groepen», die de Belastingdienst nu erg beperkt interpreteert en die complex
toepasbaar is.
8. Verruim de giftenaftrek voor ondernemingen door verhogen van huidige plafonds
• Om filantropie te bevorderen en de maatschappelijke impact van grote giften van bedrijven
aan maatschappelijke organisaties te vergroten, willen initiatiefnemers het plafond
voor de giftenaftrek voor bedrijven verhogen en verkennen op welke manier dat kan.
Zij vinden sponsoring en MVO-beleid niet van grotere maatschappelijke waarde dan donaties.
• Een aparte categorie zou gecreëerd kunnen worden voor sociale ondernemingen die als
missie hebben hun gehele overwinst in te zetten voor een maatschappelijk doel, in
plaats van voor dividenden aan aandeelhouders.
• Daarbij wordt ook samen met de filantropische sector verkend welke maatregelen nodig
zijn om misbruik tegen te gaan.
9. Verdieping en onderzoek
• Initiatiefnemers willen dat breed onderzoek wordt gedaan naar de maatschappelijke
waarde van verenigingen, stichtingen, vrijwilligerswerk en sociaal ondernemerschap,
waarbij we de impact meetbaar maken op het gebied algemeen nuttige en sociale doelstellingen.
Zoals het bevorderen van gezondheid, sociale cohesie, ondersteuning van kwetsbare
groepen, enzovoorts. Met dit onderzoek wordt onomstotelijk inzicht gegeven in de maatschappelijke
en economische waarde van verenigingen, stichtingen, vrijwilligerswerk en sociaal
ondernemerschap. De resultaten moeten aantonen dat deze organisaties een essentiële
bijdrage leveren aan het welzijn van de samenleving en dat investeringen hierin zich
terugbetalen in zowel maatschappelijke als economische opbrengsten.
• Hier ligt het onomstotelijke bewijs dat geven loont voor een sterkere samenleving,
wat de noodzakelijke onderbouwing biedt voor betere fiscale ondersteuning van geven,
omdat dit de samenleving in zijn kracht zet en overheidsinterventies minder nodig
maakt.
6. Randvoorwaarden en financiële paragraaf
Voor alle maatregelen gelden een aantal randvoorwaarden.
1. Misbruikpreventie blijft noodzakelijk
2. Uitvoerbaarheid voor de Belastingdienst is van belang bij verdere besluitvorming
3. EU-regelgeving moet worden gerespecteerd
4. Tot slot moeten budgettaire effecten inzichtelijk en beheersbaar zijn.
Initiatiefnemers verwachten dat de budgettaire impact van de voorstellen beperkt is,
omdat de voorstellen het stelsel gerichter en doelmatiger maken, en het veelal om
verschuivingen gaat. Waar budgettaire derving ontstaat zal die naar verwachting van
initiatiefnemers klein zijn en niet in verhouding staan tot de positieve maatschappelijke
impact. Uiteraard zal dekking worden gezocht waar dat nodig blijkt te zijn.
7.
Tot slot
De huidige giftenaftrek heeft grote maatschappelijke waarde, maar is door onder andere
inperkingen de afgelopen jaren ontwikkeld tot een complex, onvolledig en moeilijk
uitlegbaar systeem. Het is daarom aan herziening toe, juist om doelmatig en effectief
te blijven. Door gerichte aanpassingen op korte termijn en een duidelijke hervormingsrichting
voor de lange termijn, kan het stelsel beter aansluiten bij de praktijk.
Een fiscaal systeem dat geven stimuleert, draagt direct bij aan een sterkere samenleving
én kan op termijn ook publieke uitgaven verlichten. Fiscale stimulering is daarmee
geen doel op zich, maar een middel om maatschappelijke waardecreatie te versterken.
Daarmee is investeren in een beter giftenstelsel niet alleen maatschappelijk wenselijk,
maar ook belangrijk voor effectieve inzet van gemeenschapsgeld.
8. Beslispunten
In deze nota worden negen voorstellen gedaan om de giftenaftrek passender te maken
in de huidige tijd, met als doel maximale waarde te creëren voor de samenleving. De
initiatiefnemers leggen volgende beslispunten aan de Kamer voor:
Voor de korte termijn:
1. De regering verzoeken een concreet voorstel uit te werken om de giftenaftrek voor
steunstichtingen-SBBI te verruimen, zodat ook projectgerichte giften aan maatschappelijke
organisaties voor aftrek in aanmerking kunnen komen.
2. De regering verzoeken een concreet voorstel uit te werken om de huidige inkomensafhankelijke
drempel voor de giftenaftrek te vervangen door een vaste drempel van € 100.
3. De regering verzoeken om voor iemand die afziet van een vrijwilligersvergoeding en
de vergoeding als gift mag aftrekken, de voorwaarde te laten vervallen dat de ANBI
moet aantonen de vergoeding daadwerkelijk zou te kunnen en willen betalen.
4. De regering verzoeken om geven via de werkgever te vergemakkelijken, door donaties
die werknemers aan een zelfgekozen maatschappelijk doel doen fiscaal niet als loon
aan te merken.
5. De regering verzoeken een concreet voorstel uit te werken voor een gerichte vrijstelling
of vereenvoudiging van de btw-heffing bij donaties van producten en diensten door
ondernemingen aan maatschappelijke doelen.
Voor de langere termijn:
6. De regering verzoeken te verkennen hoe een vernieuwde Algemeen Nut Toets kan worden
vormgegeven, die bijdraagt aan een gelijke fiscale behandeling van giften aan organisaties
die maatschappelijke of sociale waarde creëren en de giftenaftrek eenvoudiger, rechtvaardiger
en doelgerichter maakt.
7. De regering verzoeken te verkennen hoe een sociale multiplier kan worden vormgegeven
voor organisaties die bijdragen aan sociale cohesie, participatie, gelijke kansen
en ondersteuning van kwetsbare groepen.
8. De regering verzoeken te verkennen hoe de giftenaftrek voor ondernemingen kan worden
verruimd, waaronder door verhoging van bestaande plafonds en het beter faciliteren
van sociaal ondernemerschap, met passende waarborgen tegen misbruik.
9. De regering verzoeken onderzoek te laten verrichten naar de maatschappelijke en economische
waarde van verenigingen, stichtingen, vrijwilligerswerk en sociaal ondernemerschap,
en de uitkomsten te betrekken bij de verdere ontwikkeling van het geef- en filantropiebeleid.
Inge van Dijk Grinwis Struijs
Indieners
-
Indiener
Inge van Dijk, Kamerlid -
Medeindiener
Jan Struijs, Kamerlid -
Medeindiener
Pieter Grinwis, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.