Brief regering : Inkoopkracht van de overheid en vereenvoudiging aanbestedingsregels
26 485 Maatschappelijk verantwoord ondernemen
29 515
Aanpak regeldruk en administratieve lasten
Nr. 461
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 16 juni 2026
Inkopen is keuzes maken. De overheid benut haar inkoopkracht nog niet altijd optimaal.
Dat is een gemiste kans. Jaarlijks zetten Nederlandse overheden voor circa € 116 miljard
aan opdrachten in de markt.1 Daarbij hebben ze de mogelijkheid om als launching customer of bij alledaagse overheidsopdrachten bij te dragen aan bredere maatschappelijke
en strategische doelen, zoals duurzaamheid, innovatie, veiligheid en economische weerbaarheid.
Tegelijk moet het voor ondernemers aantrekkelijk blijven om in te schrijven en is
het belangrijk dat aanbestedende diensten eigen keuzes kunnen maken.
Met deze brief informeer ik uw Kamer over mijn inzet om de aanbestedingsregelgeving
te verbeteren en te vereenvoudigen.2 Daarbij ga ik in op de aangekondigde herziening van de Europese aanbestedingsrichtlijnen
en het proces richting het verwachte voorstel van de Europese Commissie. Deze herziening
biedt een belangrijke gelegenheid om de aanbestedingsregels beter te laten aansluiten
bij de praktijk van aanbestedende diensten, speciale-sectorbedrijven en ondernemers.
Met deze brief geef ik tevens uitvoering aan de moties van het lid Van der Lee c.s.3 en de leden Martens-America/Dassen over het beter benutten van de inkoopkracht van
de overheid en de toegang van start- en scale-ups tot overheidsopdrachten.4
De huidige aanbestedingsregels zijn voor aanbestedende diensten, speciale-sectorbedrijven
en ondernemers op onderdelen te complex en bieden onvoldoende ruimte voor maatwerk.
Daarom wil ik dat Europese en nationale regelgeving verder gemoderniseerd en vereenvoudigd
wordt. Hier ga ik vanuit mijn verantwoordelijkheid voor aanbestedingsregelgeving aan
bijdragen.
Met alleen werkbare regels zijn we er echter nog niet. De regels moeten ruimte en
flexibiliteit bieden aan aanbestedende diensten om goed te anticiperen op maatschappelijke
ontwikkelingen en hun inkoopbeleid hierop in te richten. Het maken van inhoudelijke
keuzes hoe de inkoopkracht wordt ingezet en de doelen worden nagestreefd is aan de
aanbestedende diensten zelf. Zo werkt het Rijk onder verantwoordelijkheid van de Minister
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) aan de herijking van de Rijksinkoopstrategie
«Inkopen met impact» die in het najaar met uw Kamer wordt gedeeld en werkt de Minister
van Klimaat en Groene Groei (KGG) aan de actualisatie van het Nationaal Plan Maatschappelijk
Verantwoord Inkopen 2021–2025. Deze actualisatie, de Agenda en het Uitvoeringsprogramma
Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) 2026–2030, wordt in de
tweede helft van 2026 naar uw Kamer gestuurd.
Hieronder geef ik eerst aan wat mijn prioriteiten zijn bij de herziening van de Europese
aanbestedingsrichtlijnen. Vervolgens beschrijf ik de inzet van dit kabinet om de Europese
en nationale regelgeving te verbeteren langs vier pijlers: vereenvoudiging en vermindering
van regeldruk, strategische autonomie en veiligheid ter versterking van de economische
weerbaarheid, groene en sociale doelen, en voorlichting, data en digitalisering.
Herziening Europese aanbestedingsrichtlijnen
De Europese Commissie heeft aangekondigd in het tweede kwartaal van 2026 met een wetsvoorstel
te komen voor de herziening van de aanbestedingsrichtlijnen. Deze herziening biedt
Nederland een belangrijke gelegenheid om aanbestedingsregels te moderniseren en te
vereenvoudigen, zodat deze beter aansluiten bij de praktijk van aanbestedende diensten
en ondernemers.
In juni 2025 is daartoe reeds een eerste reactie gegeven op de oproep van Eurocommissaris
Séjourné om nationale prioriteiten voor de herziening van de aanbestedingsrichtlijnen
te delen. Dit stuk vindt u bijgevoegd bij deze brief.
In het afgelopen jaar heeft mijn ministerie via meerdere bijeenkomsten met aanbestedende
diensten, ondernemersorganisaties en uitvoeringsorganisaties, en via een schriftelijke
uitvraag, geïnventariseerd waar men in de praktijk problemen ondervindt en welke verbeteringen
het meest urgent worden geacht. Deze prioriteiten heb ik samen met Duitsland onder
de aandacht van de Europese Commissie gebracht. Ook Portugal, Litouwen, Roemenië,
Letland en Estland steunen de inzet.5 De belangrijke prioriteiten voor Nederland zijn:
– Vereenvoudiging van de aanbestedingsregels, zodat procedures werkbaarder worden voor
aanbestedende diensten en ondernemers en onnodige heraanbestedingen worden voorkomen.
– Een zorgvuldig en gericht Europees voorkeursprincipe voor strategische sectoren, dat
terughoudend wordt ingezet en de toegang voor gelijkgestemde handelspartners niet
onnodig belemmert.
– Versterking van de mogelijkheden om nationale veiligheidsrisico's te mitigeren, inclusief
betere beheersing van de risico’s in toeleveringsketens.
– Modernisering van het digitale kader voor aanbestedingen en verbetering van de kwaliteit
en bruikbaarheid van aanbestedingsdata, in lijn met het «once only»-principe.
Mijn ministerie blijft ook in de komende fase in nauw contact met ondernemers en aanbestedende
diensten om praktijkervaringen te betrekken bij de herziening. Zodra de Europese Commissie
haar wetsvoorstel hiervoor heeft gepresenteerd, informeer ik de Kamer hierover middels
een BNC-fiche.
Vereenvoudiging en vermindering van regeldruk in het aanbestedingsstelsel
Aanbestedende diensten en ondernemers geven aan dat de huidige regels in de praktijk
op onderdelen te complex zijn en dat sommige aanbestedingsprocedures onnodig zwaar
zijn. Het kabinet zet zich daarom in voor een aanbestedingskader dat eenvoudiger toepasbaar
is en beter aansluit bij de praktijk, met inachtneming van de grondbeginselen van
proportionaliteit, transparantie, gelijke behandeling en eerlijke mededinging.
In de onderhandelingen over de herziening van de Europese aanbestedingsrichtlijnen
zullen we daarbij naar verwachting onder meer inzetten op:
– Verruiming van de mogelijkheden voor contractwijzigingen, onder andere door hogere
drempels waarbinnen wijzigingen zijn toegestaan zonder heraanbesteding, en door expliciet
te maken wanneer het is toegestaan om wijzigingsgronden te combineren.
– Meer flexibiliteit bij het gebruik en de looptijd van raamovereenkomsten.
– Expliciete ruimte voor herstel en rectificatie zonder automatische heraanbesteding.
Deze inzet sluit aan bij de kabinetsbrede aanpak om regeldruk te verminderen, waarbij
het kabinet heeft aangekondigd 500 regels te schrappen of te vereenvoudigen, waaronder
vijf aanbestedingsregels die eerder aan uw Kamer zijn gemeld.6
Naast de inzet in Europa beziet het kabinet ook nationaal waar regeldruk kan worden
verminderd en welke aanbestedingsregels vereenvoudigd of geschrapt kunnen worden.
Zo wordt in 2026 bijvoorbeeld de Gids Proportionaliteit geëvalueerd. De Gids Proportionaliteit
is een verplicht richtsnoer dat aanbestedende diensten helpt om eisen, voorwaarden
en criteria te stellen die in redelijke verhouding moeten staan tot de aard en omvang
van de opdracht. De evaluatie richt zich op de inhoud van de Gids Proportionaliteit,
of deze begrijpelijk en toepasbaar is voor de aanbestedingspraktijk, en in hoeverre
de Gids Proportionaliteit bijdraagt aan een efficiënte en effectieve uitvoering van
het proportionaliteitsbeginsel. De breed gedragen roep van aanbestedende diensten
en ondernemers om regeldruk te verminderen en flexibiliteit bij aanbestedingen te
vergroten wordt hierbij uitdrukkelijk meegenomen. Ik verwacht de resultaten van de
evaluatie in vierde kwartaal van 2026 aan uw Kamer toe te sturen.
Strategische autonomie en veiligheid
Naast vereenvoudiging van het aanbestedingsstelsel zet het kabinet ook in op een grotere
bijdrage van de overheidsinkoop aan bredere strategische doelen, zoals economische
weerbaarheid, innovatie en veiligheid. De veranderende geopolitieke situatie maakt
duidelijk dat aanbestedingen een belangrijke rol kunnen spelen bij het versterken
van de economische weerbaarheid en strategische autonomie van Nederland en de EU.
Bij de herziening van de Europese aanbestedingsrichtlijnen zet Nederland zich er daarom
voor in dat aanbestedende diensten voldoende ruimte houden om bij aanbestedingen rekening
te houden met strategische belangen, zoals leveringszekerheid, innovatie en veiligheid,
met behoud van een goed functionerende Europese interne markt.
Europees voorkeursprincipe
Tegen deze achtergrond kondigde de Europese Commissie in het Competitiveness Compass een introductie van een Europees voorkeursprincipe bij aanbesteden aan. Recent heeft
de Europese Commissie ook haar voorstel voor de Industrial Accelerator Act gepubliceerd
met daarin een Europees voorkeursprincipe voor aanbesteden. Dit voorstel is in lijn
met het kabinetsstandpunt over het Europees voorkeursprincipe bij aanbesteden. Het
kabinet heeft in november 2025 zijn standpunt aan uw Kamer gestuurd.7
Het kabinet ziet dat een Europees voorkeursprincipe in specifieke gevallen kan bijdragen
aan het versterken van de economische weerbaarheid en strategische autonomie van de
Europese Unie. Tegelijk vindt het kabinet dat een dergelijk instrument zorgvuldig
en gericht moet worden ingezet. Per sector moet worden afgewogen of de baten van de
inzet van een dergelijk principe opwegen tegen de kosten. Het kabinet is van mening
dat het instrument in beginsel alleen moet worden ingezet om de economische weerbaarheid
te versterken en, als minder ingrijpende maatregelen ontoereikend zijn, om nieuwe
strategische markten te stimuleren. De toepassing moet daarbij tijdelijk, doelmatig
en proportioneel zijn en de toegang voor gelijkgestemde handelspartners niet belemmeren.
Dit sluit aan bij het kabinetsstandpunt over het bredere Europees voorkeursprincipe.
Voorrangsregeling voor start-ups en scale-ups
De motie van de leden Martens-America/Dassen heeft de regering verzocht om in Europees
verband te onderzoeken op welke manieren Europese start-ups en scale-ups kunnen profiteren
van een voorrangsregeling.8 Start-ups en scale-ups spelen een belangrijke rol bij innovatie en economische groei.
Tegelijkertijd roept een voorrangsregeling in het aanbestedingsrecht vragen op over
uitvoerbaarheid en wenselijkheid. Zo bestaan er op Europees niveau geen geharmoniseerde
definities van start-ups en scale-ups, wat het lastig maakt om een dergelijke regulering
eenduidig toe te passen. Daarnaast staat een expliciete voorrangsregeling op gespannen
voet met het uitgangspunt dat je ondernemers gelijke kansen wilt bieden met het aanbestedingsrecht.
Mijn verwachting is dat de inzet op vermindering van regeldruk aanbestedingen laagdrempeliger
kunnen maken waardoor de toegang van innovatieve en jonge ondernemingen tot overheidsopdrachten
kan worden vergemakkelijkt. Ook nationale instrumenten die innovatiegericht inkopen
ondersteunen kunnen bijdragen aan betere toegang. Denk bijvoorbeeld aan de oprichting
van een Nationaal agentschap voor disruptieve innovatie (NADI) waarmee de inkoopkracht
van de overheid wordt ingezet voor de opschaling van veelbelovende innovatieve technologieën.
Nationale veiligheid
Nederland vindt het belangrijk dat aanbestedende diensten bij de herziening van de
aanbestedingsrichtlijnen voldoende ruimte houden om nationale veiligheidsrisico’s
te mitigeren. Veiligheid moet een volwaardige plaats krijgen binnen het aanbestedingskader,
zonder dat dit leidt tot onnodige fragmentatie van de Europese interne markt. Nederland
zet daarom in op een duidelijke uitsluitingsgrond bij aanbestedingen voor risico’s
die raken aan nationale veiligheid. Daarmee krijgen aanbestedende diensten de ruimte
om inschrijvers om veiligheidsredenen te weren. Ook pleit Nederland voor betere mogelijkheden
om risico’s in toeleveringsketens en bij onderaannemers te beheersen, bijvoorbeeld
door aanbestedende diensten toe te staan een bovengrens te stellen aan het aandeel
van de opdracht dat onderaannemers mogen uitvoeren.
Defensierichtlijnen
Op Europees niveau wordt tevens gewerkt aan verbetering van de aanbestedingsregels
voor het defensie- en veiligheidsdomein. Uw Kamer is in juli 2025 reeds geïnformeerd
over het door de Europese Commissie voorgestelde Defence Readiness Omnibus-pakket.9 Dit pakket bevat onder meer aanpassingen aan de Aanbestedingsrichtlijn op defensie
en veiligheidsgebied voor vereenvoudigde aanbestedingswetgeving. Zo is onder meer
voorgesteld om de gezamenlijke aanschaf van in Europa geproduceerde militaire goederen
meer te faciliteren en ruimte te creëren voor innovatie en de aanschaf van de daaruit
voortvloeiende producten. Daarnaast heeft de Europese Commissie aangegeven de Aanbestedingsrichtlijn
op defensie en veiligheidsgebied dit jaar volledig te willen herzien om de efficiëntie,
transparantie en concurrentiekracht van het EU-kader voor defensieaankopen te versterken.10 Uw Kamer zal over de verdere voortgang worden geïnformeerd.
Groene en sociale doelen
Aanbestedingen kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan maatschappelijke doelen,
zoals duurzaamheid, innovatie en sociale inclusie. Door deze ruimte te benutten kunnen
aanbestedende diensten bijdragen aan het voorkomen van maatschappelijke kosten, zoals
milieuschade of sociale misstanden in toeleveringsketens, die anders op de samenleving
drukken.
In de praktijk bestaat bij aanbestedende diensten soms onzekerheid over de mate waarin
zij binnen de kaders van de geldende regelgeving en jurisprudentie verder kunnen gaan
dan wettelijke vereisten op het gebied van milieu-, sociale en arbeidsnormen. Bij
de herziening van de Europese aanbestedingsrichtlijnen zet Nederland zich ervoor in
dat duidelijk wordt bevestigd dat aanbestedende diensten de ruimte hebben en krijgen
om dergelijke doelen na te streven. Daarbij geldt uiteraard dat dit op proportionele
en transparante wijze dient te gebeuren, zodat ondernemers gelijke kansen behouden.
Ook nationaal biedt het aanbestedingskader ruimte om de inkoopkracht van de overheid
als launching customer te benutten, zodat innovatieve en impactgerichte ondernemingen beter toegang krijgen
tot overheidsopdrachten en daarmee de concurrentiepositie wordt versterkt en bedrijven
meer langetermijnzekerheid krijgen.11 De invulling daarvan ligt bij de aanbestedende diensten zelf, ondersteund door het
MVOI-beleid van de Minister van Klimaat en Groene Groei. Vanuit het voornemen om het
MVOI-beleid meer in lijn te brengen met de OESO-richtlijnen voor verantwoord ondernemen,
zal met aandacht voor ketenverantwoordelijkheid worden gefocust op een selectie van
prioritaire productketens waarmee overheidsinkoop het meest kan bijdragen aan maatschappelijke
opgaven.
De Europese Commissie stelt daarnaast steeds vaker eisen aan de overheidsinkoop via
specifieke, sectorale Europese regelgeving, waaronder sociale en duurzaamheidsvereisten.12 Vanuit het oogpunt van regeldruk en vermindering van administratieve lasten blijft
het kabinet echter terughoudend met het opleggen van aanvullende (sociale en duurzaamheids)eisen
bij aanbestedingen. Het is belangrijk dat aanbestedende diensten ruimte houden om
keuzes te maken en niet worden geconfronteerd met een opeenstapeling van verplichtingen
die ze moeten meenemen bij iedere aanbesteding.
Waarborgen goede toegang klein mkb en sociale ondernemingen tot overheidsopdrachten
Mijn ministerie en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) hebben
een onderzoek laten uitvoeren naar de positie, belemmeringen en kansen die klein mkb
en sociale ondernemingen ervaren bij het verkrijgen van overheidsopdrachten.13 Sociale ondernemingen zijn ondernemingen die naast het behalen van winst nadrukkelijk
een maatschappelijke doelstelling nastreven en deze doelstelling centraal stellen
in hun bedrijfsvoering, zoals een schoonmaakbedrijf dat mensen met een afstand tot
de arbeidsmarkt in dienst neemt. Het is van belang dat het stelsel zodanig is ingericht
dat zowel het klein mkb als sociale ondernemingen een goede kans kunnen maken bij
overheidsopdrachten, vanwege hun maatschappelijke impact en hun rol in de (regionale)
economie.
Uit de feitelijke deelname blijkt dat het aandeel inschrijvingen en gunningen aan
het klein mkb bij Europese aanbestedingen de afgelopen jaren licht is gestegen. Dat
is positief, maar tegelijk zie ik dat er bij aanbestedingen steeds meer eisen worden
gesteld aan ondernemingen. Soms is dat noodzakelijk, bijvoorbeeld voor het beperken
van veiligheidsrisico’s, maar deze eisen moeten wel proportioneel blijven om een goede
toegang voor klein mkb te waarborgen.
Voor sociale ondernemingen is het lastiger om een goed beeld te krijgen van hun deelname
aan aanbestedingen. Dit hangt samen met het ontbreken van een uniforme definitie,
waardoor deze ondernemingen niet altijd goed herkenbaar zijn in aanbestedingsdata.
Mijn verwachting is dat de toegang van sociale ondernemingen tot overheidsopdrachten
verder zal verbeteren, mede door sectorale regelgeving met sociale en duurzaamheidseisen
en het eerdergenoemde MVOI-beleid.
Waarborgen van eenvoudige en flexibele procedures voor het sociaal domein
Voor opdrachten in het sociaal domein, zoals zorg en maatschappelijke ondersteuning,
is het van belang dat aanbestedingsprocedures voldoende ruimte bieden voor maatwerk
en langdurige samenwerking met vertrouwde aanbieders. Deze diensten kenmerken zich
vaak door een sterke relatie met de lokale context en door het belang van continuïteit
van dienstverlening voor kwetsbare groepen.
Nederland zet zich er daarom voor in dat het Europese aanbestedingskader voldoende
ruimte blijft bieden voor eenvoudige en flexibele procedures voor dergelijke diensten,
als onderdeel van de bredere inzet op vereenvoudiging. Daarbij is het belangrijk dat
aanbestedende diensten procedures kunnen toepassen die aansluiten bij de aard van
deze dienstverlening, met behoud van transparantie en gelijke behandeling van aanbieders.
Nederland zal in de Europese discussies aandacht vragen voor het belang van voldoende
ruimte voor continuïteit van zorg en langdurige samenwerking met vertrouwde aanbieders,
zodat aanbestedende diensten maatschappelijke dienstverlening op een passende wijze
kunnen organiseren.
Voorlichting, data en digitalisering
Naast regelgeving is goede ondersteuning van aanbestedende diensten en ondernemers
essentieel om ervoor te zorgen dat aanbestedingsregels in de praktijk op een werkbare
manier kunnen worden toegepast. Aanbestedingen worden in de praktijk uitgevoerd door
een groot aantal decentrale overheden en publieke organisaties. Heldere voorlichting,
kennisdeling en praktische ondersteuning spelen daarom een belangrijke rol bij de
goede werking van het stelsel.
In Nederland vervult PIANOo hierbij een belangrijke rol als expertisecentrum voor
aanbesteden. Naast ondersteuning bij de toepassing van aanbestedingsregels speelt
PIANOo ook een rol bij het informeren van aanbestedende diensten over de mogelijkheden
om via aanbestedingen bij te dragen aan bredere beleidsdoelen, zoals economische weerbaarheid,
innovatie en strategische autonomie. Via kennisdeling, praktische handreikingen, opleidingen
en ondersteuning helpt PIANOo aanbestedende diensten om aanbestedingsregels op een
goede manier toe te passen. In maart 2026 is de evaluatie opgeleverd naar de doelmatigheid,
doeltreffendheid en toekomstbestendigheid van PIANOo over de jaren 2020–2024. Het
onderzoeksrapport is als bijlage bij deze brief gevoegd. Het algemene beeld van de
evaluatie is positief. Tegelijkertijd wordt gewezen op een aantal uitdagingen voor
de komende jaren, mede in het licht van de herziening van Europese aanbestedingsrichtlijnen,
toenemende sectorale en digitale wetgeving, geopolitieke verschuivingen, digitalisering
en de opkomst van AI, en een veranderende informatiebehoefte bij een nieuwe generatie
inkopers en opdrachtgevers. De uitkomsten en aanbevelingen van deze evaluatie kan
PIANOo benutten om de rol van expertisecentrum verder te versterken.
Digitalisering en beter gebruik van data
Bij de herziening van de Europese aanbestedingsrichtlijnen pleit Nederland voor een
modernisering van het digitale kader voor aanbestedingen, waarbij digitalisering bijdraagt
aan vereenvoudiging van procedures, betere datakwaliteit en vermindering van administratieve
lasten voor aanbestedende diensten en ondernemers. Betrouwbare en goed toegankelijke
aanbestedingsdata zijn daarbij onmisbaar: ze dragen bij aan transparantie, beter inzicht
in marktontwikkelingen en strategische afhankelijkheden, en aan monitoring van de
werking van het aanbestedingsstelsel. Nederland zet zich in voor verdere digitalisering
van instrumenten zoals het Europees Enkelvoudig Aanbestedingsdocument en eForms, in
lijn met het «once only»-principe, waarbij gegevens die al bij de overheid beschikbaar
zijn niet opnieuw hoeven te worden aangeleverd. Daarnaast zet Nederland in op verbetering
van de kwaliteit, toegankelijkheid en analyse van aanbestedingsdata, zodat ontwikkelingen
in de aanbestedingspraktijk beter gevolgd kunnen worden en beleidsmaatregelen waar
nodig kunnen worden bijgestuurd. Dit draagt ook bij aan een goede aansluiting op toekomstige
Europese ontwikkelingen op het gebied van datagebruik en rapportage
Nationaal speelt TenderNed een centrale rol als digitaal platform voor publicatie
en ontsluiting van aanbestedingsinformatie. Het gebruik van TenderNed is de afgelopen
jaren sterk gegroeid en het platform vormt inmiddels een belangrijk instrument voor
transparantie en toegang tot aanbestedingsinformatie voor zowel aanbestedende diensten
als ondernemers.
Tot slot
Inkopen is keuzes maken. Vanuit mijn verantwoordelijk stel ik hiervoor de kaders:
werkbare aanbestedingsregels die ruimte bieden voor maatschappelijke doelen, zonder
onnodige regeldruk. Het maken van inhoudelijke keuzes welke doelen worden nagestreefd
en hoe de balans wordt gevonden tussen prijs, kwaliteit en maatschappelijke impact
is aan de aanbestedende diensten en inkopers zelf. In deze brief heb ik uiteengezet
hoe ik dat kader wil verbeteren: langs de lijnen van vereenvoudiging, economische
weerbaarheid, ruimte voor maatschappelijke doelen en betere data en digitalisering.
Vanzelfsprekend houd ik uw Kamer op de hoogte van de voortgang, in het bijzonder bij
de herziening van de Europese aanbestedingsrichtlijnen.
De Minister van Economische Zaken en Klimaat,
H.G. Herbert
Ondertekenaars
H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat