Lijst van vragen en antwoorden : Lijst van vragen en antwoorden, gesteld aan de regering, over het rapport Resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 bij Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (Kamerstuk 36945-XVII-2)
36 945 XVII Jaarverslag en slotwet Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp 2025
Nr. 8
LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 11 juni 2026
De vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft een
aantal vragen voorgelegd aan de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
over het Rapport Algemene Rekenkamer Resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 bij
Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (36 945 XVII, nr. 2).
De Minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 11 juni 2026. Vragen en antwoorden
zijn hierna afgedrukt.
De voorzitter van de commissie, Den Hollander
De griffier van de commissie, Van der Leeden
Vragen en antwoorden
1
Kunt u aangeven hoeveel controles op strategische goederen in 2025 betrekking hadden
op doorvoer, uitgesplitst naar militaire goederen, dual-use goederen en sanctiegoederen?
Antwoord
De controles van de Douane op strategische goederen zijn gespecificeerd op basis van
het Douanewetboek van de Unie (DWU). Doorvoer in de terminologie van de wet- en regelgeving
voor strategische goederen is geen officiële douaneregeling uit het DWU. Op het moment
dat strategische goederen worden doorgevoerd in de zin van de wet- en regelgeving
voor strategische goederen, kunnen ze, maar hoeven ze niet te vallen onder de douaneregeling
«binnenbrengen», «vervoer» of «uitgaan». Daardoor kan de Douane niet aangeven hoeveel
controles er worden uitgevoerd op doorvoer in de zin van de wet- en regelgeving van
strategische goederen.
Sanctiegoederen vallen onder een ander wetgevingsstelsel, wel is er veel overlap tussen
sanctiegoederen en strategische goederen.
Omdat sanctiemaatregelen een integraal onderdeel is van de bredere controles op goederenstromen,
zoals bij uitgaan of binnenbrengen, worden deze niet apart geregistreerd voor doorvoer.
Daarom zijn geen afzonderlijke cijfers beschikbaar voor controleopdrachten specifiek
gericht op doorvoer van sanctiegoederen.
2
Hoeveel van deze controles hadden betrekking op goederen met eindbestemming Israël,
Rusland, of landen waarvan bekend is dat zij als omzeilingsroute voor Rusland worden
gebruikt?
Antwoord
Zoals aangegeven bij vraag 1 is het voor de Douane niet mogelijk om de controles terug
te leiden naar «doorvoer».
De uitgezette controles kunnen binnen verschillende douaneregelingen worden uitgevoerd
en zien niet direct op de uiteindelijke eindbestemming, welke meerdere keren kan veranderen
tijdens het logistieke proces, maar op de
kenmerken van de zendingen. De gevraagde uitsplitsing is dan ook niet te maken. Daarnaast
kunnen de goederen na doorvoer uit Nederland in andere landen nog van samenstelling
wijzigen of op een andere wijze verdeeld worden. Hierdoor is het voor doorvoer niet
definitief vast te stellen of de gecontroleerde goederen uiteindelijk naar Israël,
Rusland of mogelijke omzeilingslanden zijn gegaan.
3
Hoeveel controles hebben geleid tot het tegenhouden van goederen, aanvullende informatieverzoeken,
waarschuwingen, bestuurlijke maatregelen of strafrechtelijke opvolging?
Antwoord
In 2025 is de Centrale Dienst In- en Uitvoer (CDIU) tenminste 34 keer geraadpleegd
over een zending waarbij het de doorvoer van goederen betrof. In de meeste gevallen
betrof dit een controle op naleving sanctiemaatregelen of op mogelijke omzeiling sanctiemaatregelen
Rusland. De goederen zijn in deze gevallen stopgezet voor nadere controle. Bij aanwijzingen
op een mogelijke overtreding, zoals uitvoer zonder vergunning of overtreding sanctiemaatregelen,
is de zending overgedragen aan team Precursoren, Oorsprong, Strategische Goederen,
Sancties (team POSS).
Team POSS heeft in zijn totaliteit in 2025 186 onderzoeken naar gestopte zendingen
afgerond. Deze meldingen van stopgezette zendingen worden doorgezet vanuit de verschillende
douaneonderdelen. In dit aantal wordt geen onderscheid gemaakt tussen onderzoeken
naar sancties of strategische goederen. Uit deze onderzoeken bleek dat 142 zendingen
conform waren, 34 niet-conform en 10 zijn doorgeleid naar het Openbaar Ministerie
met een proces-verbaal. De 34 meldingen waarbij is geconstateerd dat de zendingen
niet-conform waren zijn, vanwege de aard van de overtreding, met een waarschuwing
afgedaan.
4
Klopt het dat er voor dual-use doorvoer meestal geen vergunning- of meldplicht geldt,
waardoor de Douane en het Ministerie van Buitenlande Zaken beperkt zicht hebben op
deze goederenstroom?
Antwoord
De wettelijke kaders voorzien niet in een verplichting tot het opleggen van een vergunnings-
of meldplicht als dual-use goederen worden doorgevoerd. Wel kan de Minister van BHOS
besluiten om doorvoer van bepaalde dual-use goederen alsnog vergunningsplicht te maken
of te verbieden, als daar bijvoorbeeld op basis van inlichtingen aanleiding toe is.
5
Kunt u aangeven of Nederland überhaupt weet welke dual-use goederen via Nederland
worden doorgevoerd, naar welke bestemmingen en met welke eindgebruikers?
Antwoord
Nee, dit is niet bekend omdat er voor dual-use goederen die worden doorgevoerd via
Nederland geen meldings- of vergunningsverplichting geldt.
Voor de uitvoer van dual-use goederen, de doorvoer van militaire goederen en de uitvoer
van militaire goederen zijn er wel verplichtingen. De Minister maakt informatie over
deze afgegeven vergunningen/meldingen actief openbaar:
• Voor de uitvoer van dual-use goederen zijn sinds 1 januari 2020 ca. 5500 vergunningen
afgegeven, deze informatie is openbaar
Maandelijkse rapportage uitvoer dual-use-goederen | Rijksoverheid.nl;
• Voor doorvoer van militaire goederen zijn sinds 1 januari 2020 ca. 9000 meldingen
ingediend, deze informatie is openbaar
Maandelijkse rapportage doorvoermeldingen militaire goederen | Rijksoverheid.nl;
• Voor de uitvoer van militaire goederen zijn sinds 1 januari 2020 ca. 9500 vergunningen
afgegeven, deze informatie is openbaar Maandelijkse rapportage uitvoer militaire goederen | Rijksoverheid.nl.
6
Welke gegevens ontbreken op dit moment om goed zicht te krijgen op omvang, bestemming,
eindgebruiker en risico’s van dual-use doorvoer?
Antwoord
De omvang van de goederenstromen die jaarlijks door Nederland worden doorgevoerd is
enorm. Voor een goed zicht op de doorvoer van dual-use goederen zou op nationaal niveau
(in afwijking van de rest van de Unie) een meldplicht moeten worden ingevoerd, waarbij
gegevens zoals gesteld in uw vraag gedeeld zouden moeten worden.
Dit zou de Nederlandse havens aanzienlijk onaantrekkelijker maken ten opzichte van
andere Europese havens, een enorme beslaglegging vormen op de capaciteit van de Douane
en nagenoeg niet handhaafbaar zijn. Het kabinet ziet dit daarom niet als een maatregel
die in verhouding staat tot de omvang van het probleem.
7
Welke ruimte biedt de EU-Verordening Dual-use om nationaal meer zicht te krijgen op
risicovolle dual-use doorvoer?
Antwoord
Vanwege het gebrek aan een algemeen geldende meld- en vergunningplicht is er weinig
zicht op deze doorvoer. De dual-use verordening biedt geen grond om hier verandering
in te brengen.
8
Klopt het dat de Douane risicoprofielen gebruikt als belangrijkste instrument om zendingen
voor controle te selecteren?
Antwoord
Ja.
9
Klopt het dat bij een hit niet altijd duidelijk is of daarna daadwerkelijk controle
heeft plaatsgevonden?
Antwoord
De Douane controleert op basis van risicoanalyses en door middel van steekproeven
de goederenstroom. Deze risicoanalyses en steekproeven worden verwerkt in profielen
die op hun beurt bepaalde zendingen kunnen raken (oftewel een «hit»). Op basis van
deze rakingen worden er controleopdrachten uitgezet die aan de hand van de beschikbare
capaciteit worden uitgevoerd. Gelet op de enorme goederenstroom en de beperkte capaciteit
kan het voorkomen dat bepaalde uitgezette controleopdrachten niet daadwerkelijk worden
uitgevoerd.
10
Klopt het dat evenmin duidelijk is wat inspecteurs bij die controles daadwerkelijk
hebben aangetroffen?
Antwoord
Op het moment dat een douanier een controle uitvoert, moet de medewerker deze bevindingen
opnemen in een controlerapportage. De Algemene Rekenkamer heeft aangegeven dat er
ruimte is voor verbetering in het verwerken van de bevindingen. De Douane geeft hieraan
vervolg door haar werkprocessen te verbeteren en beoogt om de effectiviteit van de
risicoprofielen van strategische goederen te verduidelijken, zie voor een verdere
toelichting het antwoord op vraag 11.
11
Hoe vaak worden risicoprofielen geëvalueerd op basis van daadwerkelijke controle-bevindingen,
en niet alleen op aantallen hits?
Antwoord
Het streven van Douane is dat gedocumenteerde bevindingen worden geëvalueerd en binnen
de leercirkel van de Douane leiden tot nadere risicoanalyses en steekproeven, die
op hun beurt weer leiden tot nieuwe-, aangepaste- of verwijderde profielen.
Met betrekking tot de bevindingen van de Algemene Rekenkamer over de onduidelijkheid
van de effectiviteit van risicoprofielen van strategische goederen, wordt de komende
periode gestart met het opstellen van kwaliteitsdoelstellingen voor profielen, het
verbeteren en verstevigen van de bijbehorende werkprocessen tussen de verschillende
onderdelen van Douane en het strakker sturen op het uitvoeren van evaluaties.
12
Kunt u de Kamer (eventueel vertrouwelijk) informeren over de werking, fouten en verbeteringen
van risicoprofielen die zien op Rusland, Israël en dual-use goederen?
Antwoord
De gegevens waar het in dit geval om zou gaan, zijn douanegegevens. De Staatssecretaris
van Financiën kan de Tweede Kamer in het algemene zin informeren over de toepassing
van douanecontroles op basis van risicoanalyses en steekproeven, die verwerkt zijn
in de door de Douane gehanteerde risicoprofielen en douanecontroles. Gelet op de geldende
geheimhoudingsplicht en het vertrouwelijke karakter van informatie over risicoanalyses
en risicoprofielen kan beperkt worden ingegaan op de risicoprofielen die zien op (sancties
tegen) Rusland, Israël en dual-use goederen. Na vaststelling welke informatie binnen
de wettelijke kaders kan worden gedeeld, zal de Staatssecretaris van Financiën, in
afstemming met de Minister, de Kamer daarover zo volledig mogelijk informeren.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R. den Hollander, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking -
Mede ondertekenaar
Drs. M.J. van der Leeden, griffier