Schriftelijke vragen : Woningbouwplannen in Hardinxveld-Giessendam die dreigen vast te lopen door provinciale regels
Vragen van het lid Van Asten (D66) aan de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over woningbouwplannen in Hardinxveld-Giessendam die dreigen vast te lopen door provinciale regels (ingezonden 11 juni 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Hardinxveld-Giessendam in de knel door provinciale
regels»?1
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de situatie waarin de gemeente Hardinxveld-Giessendam aangeeft ruimte
te zien voor circa 2.500 extra woningen, terwijl volgens de gemeente provinciale regelgeving
verdere ontwikkeling van woningbouwlocatie ’t Oog na de eerste fase van 170 woningen
belemmert?
Vraag 3
Deelt u de opvatting dat locaties die aantoonbaar bijdragen aan het terugdringen van
de woningnood en waarvoor lokaal bestuurlijk draagvlak bestaat, niet onnodig door
provinciale regels zouden moeten worden geblokkeerd? Zo ja, welke mogelijkheden ziet
u om dit te bevorderen?
Vraag 4
Hoe verhoudt de bescherming van open ruimte en landschap zich volgens u tot de nationale
woningbouwopgave, in het bijzonder in situaties waarin gemeenten onderbouwen dat een
gebied feitelijk al mede wordt gebruikt door bestaande infrastructuur, bedrijvigheid
en bebouwing?
Vraag 5
Welke ruimte biedt de huidige wet- en regelgeving aan provincies om woningbouwlocaties
te beperken die door gemeenten als logisch en noodzakelijk voor de woningbouwopgave
worden beschouwd?
Vraag 6
Kunt u aangeven hoeveel woningbouwlocaties in Nederland momenteel worden vertraagd
of beperkt als gevolg van provinciale ruimtelijke regels of beleidskeuzes? Zo nee,
bent u bereid dit in kaart te brengen?
Vraag 7
Bent u bereid in overleg te treden met de provincie Zuid-Holland over de gevolgen
van het herziene omgevingsbeleid voor woningbouwlocaties zoals ’t Oog, en daarbij
te bezien of maatwerk mogelijk is? Zo nee, waarom niet?
Vraag 8
In uw recente brief aan provinciale staten van Zuid-Holland heeft u aangegeven dat
woningbouwlocaties die bijdragen aan de nationale woningbouwopgave niet onnodig moeten
worden geblokkeerd door provinciale regels. Welke concrete resultaten verwacht u naar
aanleiding van deze oproep?
Vraag 9
Deelt u de zorg dat gemeenten die bereid en in staat zijn om extra woningen te realiseren,
ontmoedigd kunnen raken wanneer planologisch voorbereide locaties alsnog vastlopen
in bestuurlijke procedures en beleidsmatige beperkingen? Zo ja, welke consequenties
verbindt u daaraan?
Vraag 10
Welke aanvullende maatregelen overweegt u om ervoor te zorgen dat provinciaal beleid
beter aansluit bij de ambitie om landelijk ten minste 100.000 woningen per jaar te
realiseren, met name in provincies waar de woningdruk het hoogst is?
Vraag 11
Bent u bereid te onderzoeken of de Omgevingswet en de provinciale instructieregels
voldoende ruimte bieden voor lokaal maatwerk bij woningbouwlocaties die aansluiten
op bestaande infrastructuur en voorzieningen? Zo ja, wanneer kan de Kamer hierover
worden geïnformeerd?
Vraag 12
Herkent u het beeld dat provinciale beleidskeuzes in sommige gevallen leiden tot het
schrappen of beperken van woningbouwlocaties die door gemeenten als kansrijk, uitvoerbaar
en maatschappelijk gewenst worden beschouwd? Zo ja, welke mogelijkheden heeft het
Rijk om ervoor te zorgen dat provinciaal beleid de nationale woningbouwopgave ondersteunt
in plaats van belemmert?
Ondertekenaars
Robert van Asten, Tweede Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.