Lijst van vragen en antwoorden : Lijst van vragen en antwoorden, gesteld aan de Algemene Rekenkamer, over het rapport Resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Kamerstuk 36945-VII-2)
36 945 VII Jaarverslag en slotwet Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2025
Nr. 8
LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 9 juni 2026
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken heeft een aantal vragen voorgelegd aan
de Algemene Rekenkamer over de brief van 20 mei 2026 inzake het rapport Resultaten
verantwoordingsonderzoek 2025 bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
(Kamerstuk 36 945 VII, nr. 2).
De Algemene Rekenkamer heeft deze vragen beantwoord bij brief van 9 juni 2026.
Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De voorzitter van de commissie, Kisteman
De griffier van de commissie, Honsbeek
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Hoe beoordeelt u de onderbesteding van 168 miljoen euro op de post duurzaam herstel
en welke oorzaken identificeert u hiervoor?
U vraagt naar onze beoordeling van de onderbesteding op de post duurzaam herstel.
Hier hebben we geen onderzoek naar gedaan en dus geen oordeel over. Omdat schade wordt
afgehandeld op aanvraag zou onderbesteding kunnen duiden op minder aanvragen dan verwacht.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de onderbesteding van 221 miljoen euro op de geraamde 1,165 miljard
euro voor schades in 2025 en welke oorzaken identificeert u hiervoor?
U vraagt naar onze beoordeling van de onderbesteding op schades. Uit ons onderzoek
blijkt dat er in 2025 79.171 aanvragen voor fysieke schade zijn afgehandeld. Dat is
bijna 2 keer zoveel als in 2024. We hebben niet onderzocht waarom er desondanks sprake
is van onderbesteding. Daarbij kan een rol spelen dat schadeafhandeling niet geheel
planbaar is: schade kan pas worden afgehandeld als een aanvraag is ingediend.
Vraag 3
Hoe beoordeelt u de onderbesteding van 644 miljoen euro op de geraamde 1,6 miljard
euro voor versterking en perspectief in 2025 en wat zijn volgens de u de oorzaken
hiervan?
U vraagt naar onze beoordeling van de onderbesteding op versterking en perspectief.
In het kader van ons verantwoordingsonderzoek 2025 hebben wij onderzoek gedaan naar
de voortgang van de versterkingsoperatie maar niet naar de oorzaken van onderbesteding
op deze post. Wij zien voortgang in het aantal huizen dat voldoet aan de veiligheidsnormen.
De Minister geeft voorrang geeft aan zorgvuldigheid ook als dat ten koste gaat van
de voortgang. Dat kan tot gevolg hebben dat de versterkingsoperatie minder snel gaat
dan technisch mogelijk. Wij hebben geen onderzoek gedaan naar beleid in het kader
van «perspectief».
Vraag 4
Hoe beoordeelt u de onderbesteding van 78 miljoen euro op de geraamde 112 miljoen
euro voor versterking in eigen beheer en welke oorzaken identificeert u hiervoor?
In het kader van ons verantwoordingsonderzoek 2025 hebben wij niet specifiek naar
versterking in eigen beheer gekeken. Zie ook het antwoord op vraag 3.
Vraag 5
Hoe verklaart u dat juist bij regelingen die specifiek bedoeld zijn voor het oplossen
van knelpunten, zoals vastgelopen situaties, de commissie bijzondere situaties en
knelpunten IMG, sprake is van significante onder besteding?
U vraagt naar onze verklaring voor de onderbesteding op regelingen bedoeld voor het
oplossen van knelpunten. Wij hebben in het kader van ons verantwoordingsonderzoek
2025 niet specifiek onderzoek gedaan naar de onderbesteding door de commissie bijzondere
situaties en op knelpunten IMG. Zie ook het antwoord op vraag 2.
Vraag 6
Hoe beoordeelt u de voortgang van de versterkingsoperatie, waarbij ruim tien jaar
na de start slechts 5.147 woningen zijn opgeleverd terwijl nog circa 8.700 woningen
versterkt of herbouwd moeten worden?
Het oordelen over de voortgang is lastig, mede omdat de einddatum voor de versterking
is losgelaten. We zien dat inmiddels 67% van de woningen veilig zijn. Daarvan zijn
er 11.735 na onderzoek veilig verklaard en 7.137 na versterkingswerkzaamheden. De
resterende opgave is 8.284.
Vraag 7
Heeft u onderzocht in hoeverre de onderbesteding op de verschillende posten samenhangt
met structurele uitvoeringsproblemen bij de NCG en het IMG en welke bevindingen heeft
u hierover?
U vraagt naar de samenhang tussen de onderbesteding en structurele uitvoeringsproblemen
bij de NCG en het IMG. Vorig jaar constateerden we dat bij NCG meerjarige contracten
niet volgens de aanbestedingen waren aangegaan. In 2025 heeft NCG herstelacties uitgevoerd
en maatregelen getroffen om nieuwe onrechtmatige aanbestedingen te voorkomen. Wij
hebben niet onderzocht of deze onvolkomenheid samenhangt met onderbesteding op de
verschillende posten.
Vraag 8
Heeft u inzichtelijk gemaakt hoeveel gedupeerden gebruikmaken van de regelingen voor
vastgelopen situaties en bijzondere situaties en hoe verhoudt dit zich tot het geraamde
gebruik?
Wij hebben niet onderzocht hoeveel gedupeerden gebruikmaken van regelingen voor vastgelopen
situaties en bijzondere situaties. Wij hebben hier geen informatie over.
Vraag 9
Heeft u onderzocht wat de gevolgen zijn van de geconstateerde onderbesteding voor
gedupeerden die al jarenlang in onzekerheid verkeren over versterking of schadevergoeding?
U vraagt naar de gevolgen van onderbesteding voor gedupeerden. Hier hebben wij in
het kader van ons verantwoordingsonderzoek 2025 geen onderzoek naar gedaan. Zie ook
het antwoord op vraag 2.
Vraag 10
Herkent u, op basis van uw onderzoek naar de uitvoering van het Groningse dossier
in 2025, het beeld van de Nationale ombudsman dat de overheid de behoefte van de burger
te weinig centraal stelt in hersteltrajecten en welke aanbevelingen doet u hierover?
Wij hebben in het verantwoordingsonderzoek gekeken naar de uitwerking van 11 maatregelen
gericht op het «milder, menselijker en makkelijker» maken van de schadeafhandeling
en de uitvoering van de versterking. Wij hebben ook alleen gekeken naar de afhandeling
van fysieke schade. We zien dat die uitwerking heeft plaatsgevonden en dat in het
algemeen zorgvuldiger met burgers wordt omgegaan. Het beeld van de Nationale ombudsman
is gebaseerd op individuele gevallen en dat kan een ander beeld geven.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A. Kisteman, voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
G.C. Honsbeek, griffier