Lijst van vragen en antwoorden : Lijst van vragen en antwoorden, gesteld aan de Algemene Rekenkamer, over het rapport Resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 bij Koninkrijksrelaties en het BES-fonds (Kamerstuk 36945-IV-2)
36 945 IV Jaarverslag en slotwet Koninkrijksrelaties en het BES-fonds 2025
Nr. 7
LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 9 juni 2026
De vaste commissie voor Koninkrijksrelaties heeft een aantal vragen voorgelegd aan
de Algemene Rekenkamer over de brief van 20 mei 2026 inzake het rapport Resultaten
verantwoordingsonderzoek 2025 bij Koninkrijksrelaties en het BES-fonds (Kamerstuk
36 945 IV, nr. 2).
De Algemene Rekenkamer heeft deze vragen beantwoord bij brief van 9 juni 2026. Vragen
en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De voorzitter van de commissie, Biekman
De griffier van de commissie, Hessing-Puts
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Hoe uitzonderlijk is het dat er binnen het Koninkrijk geen strategische voorraden
aanwezig zijn voor voedsel en drinkwater?
In 2022 hebben wij een focusonderzoek gepubliceerd naar de omvang van strategische
voorraden in Europees Nederland. In Europees Nederland wordt voldoende eigen voedsel
en (drink)water geproduceerd mocht een noodsituatie zich voordoen. Hierdoor is het
in Europees Nederland van minder groot belang om strategische voorraden aan te houden.
Caribisch Nederland is afhankelijker van import, daarom is er een grotere noodzaak
voor strategische voorraden. Wij hebben geen onderzoek gedaan naar de aanwezigheid
van strategische voorraden op de andere landen binnen het Koninkrijk.
Vraag 2
Welke van de vier categorieën: voedsel, drinkwater, brandstof of medicijnen, vormt
volgens de Algemene Rekenkamer het grootste risico?
Wij constateren in ons onderzoek dat er geen strategische voorraden zijn. Wel zien
we dat er in de reguliere voorraad voldoende medicijnen en brandstof aanwezig zijn.
Omdat dit geen strategische voorraden zijn, is het desondanks mogelijk dat op het
moment van het uitbreken van een crisis bijvoorbeeld de brandstof voorraad toch relatief
laag is. Voor (drink)water en voedsel is de reguliere voorraad beperkt. Ook constateren
we dat brandstof cruciaal is in de toeleveringsketen van (strategische) voorraden.
Wanneer er bijvoorbeeld een tekort aan brandstof ontstaat, zorgt dit ook voor problemen
in de elektriciteitslevering. Dat leidt vervolgens tot problemen bij de (drink)waterproductie
en het opslaan van voedsel en medicijnen. Wij bevelen het kabinet daarom aan om strategische
voorraden aan te leggen, met extra nadruk op (drink)water en voedsel, juist omdat
deze beide ook in de reguliere voorraad beperkt aanwezig zijn.
Vraag 3
Hoe snel verwacht de Algemene Rekenkamer maatschappelijke problemen wanneer de aanvoer
naar de eilanden stilvalt?
Dat kunnen wij op basis van ons onderzoek niet vaststellen. We constateren in ons
onderzoek wel dat er bijvoorbeeld op Saba voor 1 dag aan reguliere voorraad (drink)water
is en op alle 3 de eilanden een reguliere voorraad aan vers voedsel is voor 1 tot
3 weken. Een verstoring in de aanvoer kan dus al snel leiden tot tekorten en bijvoorbeeld
lege schappen in de supermarkt.
Vraag 4
Heeft de Algemene Rekenkamer signalen gezien dat private partijen zelf voorbereid
zijn op langdurige verstoringen?
Wij hebben in ons onderzoek gesproken met verschillende private partijen. Veel van
de voorraden die wij hebben beschreven liggen bij private partijen. Wij hebben zelf
echter geen onderzoek gedaan naar de vraag of (alle) private partijen zelf voorbereid
zijn op langdurige storingen.
Vraag 5
Welke internationale normen heeft de Algemene Rekenkamer gebruikt voor de normen van
7 of 10 dagen voorraad?
Er zijn geen eigen normen van de departementen en/of de 3 openbare lichamen voor strategische
voorraden. Daarom hebben wij ons gebaseerd op (internationale) normen voor strategische
voorraden. Voor de norm van 7 dagen voedsel hebben wij ons gebaseerd op normen van
de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), VN-Vluchtelingenorganisatie (UNHCR), Sphere
en EU-richtlijnen. Voor de norm van 10 dagen aan (drink)water hebben wij gebruik gemaakt
van normen die het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) handhaaft.
Vraag 6
Hoe beoordeelt de Algemene Rekenkamer de huidige crisisbestendigheid van Bonaire,
Saba en Sint-Eustatius ten opzichte van vergelijkbare eilandgebieden?
Op basis van ons onderzoek kunnen wij deze vraag niet beantwoorden. Wij hebben in
ons onderzoek niet gekeken naar de bredere crisisbeheersing en deze ook niet vergeleken
met andere eilandgebieden. Wij hebben gekeken naar de aanwezigheid en omvang van strategische
voorraden en de afspraken die hierover zijn gemaakt.
Vraag 7
Heeft de Algemene Rekenkamer aanwijzingen dat verantwoordelijkheden momenteel tussen
ministeries blijven liggen?
Wij hebben in ons onderzoek geen aanwijzingen gevonden dat verantwoordelijkheden tussen
ministeries blijven liggen. Wel constateren we dat er geen duidelijke afspraken zijn
tussen de rijksoverheid, private partijen, vitale sectoren en openbare lichamen over
wie waar verantwoordelijk voor is waar het gaat om strategische voorraden. We zien
dat in de praktijk onduidelijkheid bestaat over de rolverdeling. Dit terwijl een heldere
verantwoordelijkheidsverdeling en coordinatie, zeker gezien de ketenafhankelijkheid,
van groot belang is voor het borgen van (strategische) voorraden.
Vraag 8
Waarom lukt het volgens de Algemene Rekenkamer nog steeds niet om een compleet overzicht
van bijzondere uitkeringen te verkrijgen?
Wij constateren in dit opvolgonderzoek naar bijzondere uitkeringen aan Caribisch Nederland
dat de Minister, net als in 2021, geen compleet en kloppend overzicht heeft van de
bijzondere uitkeringen. Wij hebben in dit onderzoek enkel gekeken naar de opvolging
van aanbevelingen uit het onderzoek van destijds, en hebben dus niet gekeken naar
verklaringen achter waarom het de Minister niet lukt om een compleet overzicht van
bijzondere uitkeringen te verkrijgen.
Vraag 9
Welke kwetsbaarheid vraagt volgens de Algemene Rekenkamer op korte termijn de meeste
aandacht van het kabinet? Welke aanbeveling uit het rapport heeft volgens de Algemene
Rekenkamer de hoogste urgentie?
Wij doen in ons onderzoek naar strategische voorraden twee aanbevelingen die we van
even groot belang achten, omdat deze met elkaar samenhangen. Op korte termijn is belangrijk
dat het kabinet gezamenlijk bepaalt welk niveau van strategische voorraden in Caribisch
Nederland wenselijk is, om dit vervolgens vast te leggen en te bepalen wie waarvoor
verantwoordelijk is. Daarnaast bevelen wij het kabinet aan te zorgen voor een voorraad
voedsel en (drink)water (met bijbehorende opslagcapaciteit) die voldoet aan die vastgestelde
normen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A.N. Biekman, voorzitter van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties -
Mede ondertekenaar
A.E.A.J. Hessing-Puts, griffier