Lijst van vragen en antwoorden : Lijst van vragen en antwoorden, gesteld aan de Algemene Rekenkamer, over het rapport Resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 bij het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en het Diergezondheidsfonds (Kamerstuk 36945-XIV-2)
36 945 XIV Jaarverslag en slotwet Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en het Diergezondheidsfonds 2025
Nr. 5
LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 9 juni 2026
De vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur heeft een aantal
vragen voorgelegd aan de Algemene Rekenkamer over de brief van 20 mei 2026 inzake
het rapport Resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 bij het Ministerie van Landbouw,
Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en het Diergezondheidsfonds (Kamerstuk 36 945 XIV, nr. 2).
De Algemene Rekenkamer heeft deze vragen beantwoord bij brief van 9 juni 2026. Vragen
en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De voorzitter van de commissie, Steen
De griffier van de commissie, Jansma
Vragen en antwoorden
Vraag 1
In hoeverre zijn eerder door de Algemene Rekenkamer (ARK) geconstateerde tekortkomingen
bij het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) inmiddels
aantoonbaar opgelost?
De tekortkomingen in het inkoopbeheer van het Ministerie van LVVN (destijds LNV) zijn
aantoonbaar opgelost.
Een verbeterpunt is het decentrale autorisatiebeheer. Wij constateren dat weliswaar
vooruitgang is geboekt, maar dat nog niet alle specifieke verbeterpunten volledig
zijn opgelost.
Voor wat betreft beleid, constateert ons onderzoek van 2025 dat structurele langetermijndoelen
voor natuur en stikstof steeds verder uit het zicht raken. Ook de problematiek van
de PAS-melders die buiten hun schuld in een illegale situatie zijn beland, is nog
niet opgelost.
Vraag 2
Zijn onderdelen van het Ministerie van LVVN opgenomen op de Rijksbrede hoogrisicolijst?
Zo ja, welke?
Ja. Nederland ligt niet op koers om het wettelijke stikstofdoel voor 2030 te halen.
Dit behoort tot het beleidsterrein van de Minister van LVVN.
Vraag 3
Hoe verhouden de bevindingen uit het verantwoordingsonderzoek 2025 zich tot de uitkomsten
van eerdere verantwoordingsonderzoeken bij het Ministerie van LVVN?
Voor het antwoord op de door de Algemene Rekenkamer geconstateerde onvolkomenheden
en het onderzoek van de financiële verantwoording verwijs ik u naar het rapport Resultaten
verantwoordingsonderzoek 2025 Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid
en Natuur en Diergezondheidsfonds van 20 mei 2026.
Vraag 4
Kunt u toelichten welke concrete gevolgen het heeft dat de regels voor het gebruik
van gewasbeschermingsmiddelen «niet op orde» zijn, voor waterkwaliteit, biodiversiteit
en volksgezondheid?
Het onderzoek van de Algemene Rekenkamer betreft de handhaafbaarheid van regels voor
het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De concrete gevolgen van een slechte handhaafbaarheid
zijn niet onderzocht. Onderzoek van NIVEL, RIVM, e.a. laat zien dat gewasbeschermingsmiddelen
in de landbouw een risico kunnen zijn voor de gezondheid van gebruikers en de gezondheid
van omwonenden. Ook kunnen gewasbeschermingsmiddelen van invloed zijn op de waterkwaliteit.
Vraag 5
Heeft u zicht op de mate waarin stoppende bedrijven daadwerkelijk bijdragen aan structurele
natuurverbetering rond Natura 2000-gebieden?
Dit hebben we niet onderzocht. We attenderen de Tweede Kamer erop dat we 23 juni het
onderzoek «Focus op stikstof van veehouderijen» publiceren.
Vraag 6
Kunt u toelichten waarom eind 2025 slechts 1,03 procent en dus 14 van de 1.364 Programma
Aanpak Stikstof (PAS)-melders die aan de criteria voor een oplossing voldoen daadwerkelijk
een onherroepelijke vergunning hebben gekregen?
Wij hebben de voortgang van de behandeling van PAS-melders gevolgd, maar niet onderzocht
wat de oorzaak was van het feit dat slechts 1,03% van de PAS-melders een definitieve
vergunning kreeg. Het is aan de Minister van LVVN om deze vraag te beantwoorden.
Vraag 7
Hoeveel bouw- en infrastructuurprojecten zijn concreet vertraagd of stilgelegd als
gevolg van het stikstofslot en wat is de geschatte economische schade hiervan?
Dit hebben we niet onderzocht.
Vraag 8
Hoe onderbouwt u de maatschappelijke schade van 12 tot 15 miljard euro per jaar door
de stikstofproblematiek?
Hiervoor verwijs ik u naar het rapport «Stikstofuitstoot en stikstofbeperkingen. Wat
is de schade?» van de Stichting Economisch Onderzoek (SEO), 2025.
Vraag 9
Kunt u toelichten voor welke specifieke nieuwe taken de resterende groei van circa
175 fulltime-equivalent (fte) bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA),
bovenop de 300 fte die voortkomen uit de aansluiting van de Kwaliteitskeuring Dierlijke
Sector (KDS), in 2025 is aangewend?
Voor de vraag welke specifieke taken dit betreft, verwijzen wij u naar de Minister
van LVVN.
Vraag 10
Kunt u toelichten welke specifieke factoren de grootste rol hebben gespeeld in de
factor 2,2 stijging van de uitgaven van het Ministerie van LVVN tussen de Miljoenennota
2023 en de uiteindelijke realisatie over 2025?
De stijging van de uitgaven van het Ministerie van LVVN tussen de Miljoenennota 2023
en de uiteindelijke realisatie over 2025 komt met name door de toename van de uitgaven
in 2024. Het heeft betrekking op de subsidieregelingen voor de duurzame veehouderij,
zoals de Lbv en de Lbv-plus, omdat het aantal inschrijvingen hoger was dan gedacht.
Daarnaast komt het door de specifieke uitkeringen, zoals voor Programma natuur en
koploperprojecten die door provincies zijn ingediend voor de Regeling provinciale
maatregelen landelijk gebied, zie tabel. Voor de Lbv en Lbv-plus geldt overigens dat
het om aanvragen gaat, aanvragen kunnen nog ingetrokken worden dus het aantal deelnemers
zal uiteindelijk lager zijn.
De grootste wijzigingen in de geraamde uitgaven van het Ministerie van LVVN in de
afgelopen 3 jaar (bedragen in miljoenen €)
Begroting
Mutatie
2025
Voorjaarsnota 2023
Overboeking van de Aanvullende Post naar LNV t.b.v. transitiefonds
708
Voorjaarsnota 2024
Aanvullend budget Lbv-plus
450
Voorjaarsnota 2024
Koplopersprojecten PPLG’s
426
Vraag 11
Waarom bestaan er volgens u nog steeds geen duidelijke Rijksregels voor spuitvrije
zones rond kwetsbare gebieden?
Er zijn momenteel geen Rijksregels voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen
die concreet maken wat kwetsbare gebieden zijn en welke afstand tot deze gebieden
moet worden aangehouden. Voor de vraag waarom deze regels er nog niet zijn verwijzen
wij u naar de Minister van LVVN.
Vraag 12
Kunt u toelichten waarom de helft van de 14 door de ARK onderzochte belangrijke regels
voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen door inspecteurs als niet of moeilijk
handhaafbaar wordt ervaren?
Er zijn twee oorzaken waarom de regels niet of moeilijk handhaafbaar zijn. Ten eerste
is er sprake is van «open normen». Bij een open norm is het niet duidelijk hoe en
wanneer er wordt voldaan aan een norm. Een voorbeeld is dat de spuit moet worden gevuld
op «voldoende» afstand van de sloot. Ten tweede kan dat een inspecteur niet kan waarnemen
of er wordt voldaan aan de norm. Dit geldt voor diverse spuittechnieken. Zo kan bijvoorbeeld
een inspecteur niet of moeilijk waarnemen of de teler tijdens het spuiten gebruik
maakt van een kantdop (dat is een spuitdop op een landbouwspuit die er voor zorgt
dat de spuitvloeistof strak langs de rand van het gewas of perceel naar beneden wordt
gericht, zodat er niets naast het land of in omliggende sloten waait.
Vraag 13
Hoe beoordeelt u de risico’s van normen zoals «voldoende afstand tot water» voor effectieve
handhaving?
Deze regel kan niet of moeilijk gehandhaafd worden omdat dit een open norm is. Dit
brengt vooral risico’s met zich mee voor de waterkwaliteit. Wij hebben niet onderzocht
hoe groot de kans is dat dit risico optreedt.
Vraag 14
Hoe verschilt de naleving van de gewasbeschermingsregels per sector en wat is de verklaring
daarvoor?
Het onderzoek van de Algemene Rekenkamer beperkt zich tot het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen
bij open teelten. Wij kunnen de resultaten niet vergelijken met bijvoorbeeld de risico’s
in de glastuinbouw. Informatie van de NVWA laat zien dat er binnen de open teelten
verschillen zijn in de naleving van de regels. Ons onderzoek had geen betrekking op
(het verklaren van) deze verschillen.
Vraag 15
Kunt u toelichten op basis van welke gegevens is geconcludeerd dat het aandeel natuur
onder de kritische depositiewaarde (KDW) in 2035 naar schatting op ongeveer 40 tot
45 procent blijft steken, zelfs als de emissiereductiedoelen voor de landbouw, industrie
en mobiliteit volledig worden behaald?
We hebben een analyse uitgevoerd naar de stikstofaanpak van het kabinet-Schoof. De
schatting van het aandeel natuur onder de kritische depositiewaarde is gebaseerd op
de analyse van het kennisconsortium bestaande uit het PBL, RIVM, Deltares en de WUR.
PBL (2025), Reflectie op MCEN-maatregelenpakket spoor 2, publicatienummer 5923. Voor
meer informatie verwijzen wij u naar ons rapport.
Vraag 16
In welke mate is zonering meegenomen in de beoordeling van de stikstofaanpak?
Voor de beantwoording van deze vraag verwijzen we graag naar de analyse van het kennisconsortium:
PBL (2025), Reflectie op MCEN-maatregelenpakket spoor 2, publicatienummer 5923.
Vraag 17
Hoe wordt de effectiviteit van de verplichte spuitlicentie (bewijs van vakbekwaamheid)
gemeten en in hoeverre draagt deze aantoonbaar bij aan betere naleving van de regels?
Het is aannemelijk dat de risico’s van gewasbeschermingsmiddelen kunnen worden beperkt
door goede regelgeving voor hun gebruik en door het naleven van die regels. In dit
onderzoek hebben wij niet gekeken naar de doeltreffendheid van het bewijs van vakbekwaamheid,
voor de vraag over de effectiviteit ervan verwijzen wij u naar de Minister van LVVN.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
H.S. Steen, voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Mede ondertekenaar
R.P. Jansma, griffier