Verslag (initiatief)wetsvoorstel (nader) : Verslag
36 943 Wijziging van de Zorgverzekeringswet teneinde het verplicht eigen risico voor de zorgverzekering per 2027 te verhogen
Nr. 5
VERSLAG
Vastgesteld 5 juni 2026
De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, belast met het voorbereidend
onderzoek van voorliggend wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen
van haar bevindingen.
Onder het voorbehoud dat de in het verslag opgenomen vragen en opmerkingen afdoende
door de regering worden beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van
het wetsvoorstel voldoende voorbereid.
INHOUDSOPGAVE
I
Algemeen deel
1
1.
Inleiding
3
2.
Financiering van de zorg en (kosten)ontwikkelingen
5
3.
Doel en inhoud van de maatregel en overwogen alternatieven
7
4.
Gevolgen voor verzekerden
15
5.
Europese aspecten
17
6.
Uitvoering en regeldruk
17
7.
Budgettaire gevolgen
18
8.
Advies en consultatie
20
9.
Gevolgen voor Caribisch Nederland
21
10.
Inwerkingtreding en communicatie
21
II
Artikelsgewijze toelichting
22
III
ONTWERPBESLUIT HOUDENDE TRANCHERING EIGEN RISICO MEDISCH-SPECIALISTISCHE ZORG (TRANCHES
VAN € 150)
22
I ALGEMEEN DEEL
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het voorstel om de Zorgverzekeringswet te wijzigen teneinde
het verplicht eigen risico voor de zorgverzekering per 2027 te verhogen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie staan voor toegankelijke en betaalbare zorg voor iedereen, juist voor de meest kwetsbaren.
De ruime verhoging van het eigen risico, en daarmee dit wetsvoorstel, conflicteren
met dit principe. Vooral in samenhang met de stapeling van zorgkosten uit het coalitieakkoord.
De genoemde leden zijn dan ook zeer kritisch en tegen dit wetsvoorstel. Ze hebben
nog veel vragen en opmerkingen.
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel tot wijziging van de Zorgverzekeringswet
(Zvw) teneinde het verplicht eigen risico voor de zorgverzekering per 2027 te verhogen,
alsmede van het ontwerpbesluit houdende tranchering van het verplicht eigen risico
in de medisch-specialistische zorg. Deze leden vinden dat zorg betaalbaar en toegankelijk
moet blijven voor mensen die zorg nodig hebben. Voor veel Nederlanders is het eigen
risico geen prikkel, maar een rekening die zij krijgen omdat zij ziek zijn. De leden
van de PVV-fractie zijn daarom tegen een verhoging van het verplicht eigen risico.
Een hoger eigen risico is voor mensen die ziek zijn feitelijk een boete op ziek zijn.
Wat deze leden betreft moet het eigen risico juist worden afgeschaft. Juist ouderen,
chronisch zieken, mensen met een beperking en mensen met een kleine portemonnee mogen
niet verder in de knel komen.
De leden van de CDA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de wijziging van de Zorgverzekeringswet teneinde
het verplicht eigen risico voor de zorgverzekering per 2027 te verhogen en het ontwerpbesluit
houdende Tranchering eigen risico medisch-specialistische zorg en hebben naar aanleiding
daarvan een aantal aanvullende vragen.
De leden van de JA21-fractie hebben met belangstelling, maar ook met kritische aandacht, kennisgenomen van het
wetsvoorstel tot wijziging van de Zorgverzekeringswet teneinde het verplicht eigen
risico voor de zorgverzekering per 2027 te verhogen.
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel en hebben daar grote zorgen over.
De leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel om het verplicht eigen risico te verhogen.
Zij staan afwijzend tegenover de door de regering voorgestelde verhoging van € 60.
De leden van de SGP-fractie maken graag van de gelegenheid gebruik om enkele vragen
te stellen over het voorstel.
De leden van de PvdD-fractie kunnen het wetsvoorstel niet steunen. Een verhoging van het eigen risico vergroot
volgens de leden de financiële drempel tot noodzakelijke zorg en treft juist de meest
kwetsbaren in de samenleving het hardst. Dit staat haaks op het uitgangspunt dat zorg
toegankelijk en solidair georganiseerd moet zijn. Het getuigt volgens de leden van
een simplistisch wereldbeeld om te veronderstellen dat meer «kostenbewustzijn» en
daarmee een gehoopte «remmende werking op het gebruik van zorg» de problemen in de
zorg gaat oplossen. Tot slot constateren deze leden dat burgers, zorgaanbieders en
belangenverenigingen voor patiënten waarschuwen dat een hoger eigen risico zal leiden
tot uitgestelde zorg. Zorg die later alsnog in zwaardere vorm terugkomt. Zij vragen
daarom of de regering heeft doorgerekend tot hoeveel hogere kosten deze uitgestelde
zorg in de toekomst leidt, en hoe de regering de kosten van uitgestelde zorg wil gaan
monitoren.
De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met zorg kennisgenomen van het wetsvoorstel tot wijziging van de Zorgverzekeringswet
teneinde het verplicht eigen risico voor de zorgverzekering per 2027 fors te verhogen.
Deze leden hebben over voorliggend wetsvoorstel vragen en maken graag gebruik van
deze gelegenheid.
De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel. Zij zijn tegen de voorgenomen verhoging
van het eigen risico. Zij benadrukken dat het eigen risico een boete op ziek zijn
is en daarom zou moeten worden afgeschaft. Zij hebben daarom nog een aantal kritische
vragen en opmerkingen.
1 INLEIDING
De leden van de VVD-fractie zijn blij met het voorstel om het eigen risico weer mee te laten stijgen met de zorgkostenontwikkeling.
De zorgkosten stegen, maar het eigen risico steeg niet mee. Het eigen risico bedraagt
sinds 2016 immers € 385, terwijl de zorgkosten sinds die tijd met meer dan vijftig
procent zijn gestegen. De relatieve medefinanciering aan de zorg voor verzekerden
en het reële remgeldeffect zijn structureel afgenomen. Een hoger eigen risico betekent
een lagere nominale premie, waar iedereen van profiteert.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat een van de vier richtinggevende principes van het kabinet «solidair zorgstelsel»
is. Kan worden toegelicht hoe de verhoging van het eigen risico bijdraagt aan een
solidair zorgstelsel, want mensen die zorgbehoevend zijn gaan zelf meer bijdragen?
Draagt dit volgens de regering bij aan risicosolidariteit en/of aan inkomenssolidariteit?
Kan de regering aangeven hoe deze pijlers zich autonoom ontwikkelen met een verhoging
van het eigen risico? Verbetert of verslechtert de risicosolidariteit en inkomenssolidariteit?
Naast het verhogen van het eigen risico kiest de regering er ook voor om het eigen
risico te trancheren. Deze tranchering van het eigen risico is een besparing, hoe
kan het dan toch bijdragen aan toegankelijkheid van de zorg? Dat het geld op levert,
betekent toch per definitie dat het een extra drempel is voor de toegang tot zorg?
Kan de regering nader toelichten op basis waarvan zij verwacht dat het effect van
de tranchering sterker zal doorwerken in een lager beroep op de zorg dan in een afname
van de opbrengsten uit het eigen risico?
De tranchering van het eigen risico en de verhoging van het eigen risico worden in
samenhang behandeld, terwijl al duidelijk was- en is dat ze niet tegelijkertijd worden
ingevoerd. De tranchering van het eigen risico kan immers pas per 2028 worden ingevoerd.
Dit roept de vraag op waarom beide toch gelijktijdig worden behandeld en of een latere
invoering van de tranchering van het eigen risico wel of niet leidt tot het uitstellen
van een verhoging van het eigen risico? Kan de regering hier onomwonden op antwoorden?
Kan de regering eveneens precies aangeven wanneer zij voor het eerst geïnformeerd
is, dan wel signalen heeft ontvangen, over het feit dat de tranchering van het eigen
risico pas per 2028 in kan gaan? Dat de tranchering van het eigen risico pas later
in kan gaan dan de verhoging van het eigen risico is al langer bekend. Kan de regering
aangeven of zij indien er een politieke meerderheid zou zijn voor de verhoging van
het eigen risico dit conform het coalitieakkoord voornemens zou zijn om per 2027 in
te voeren in de wetenschap dat de tranchering pas een jaar later in zou kunnen gaan?
De leden van de PVV-fractie lezen dat het verplicht eigen risico naar huidige inzichten stijgt van € 385 in 2026
naar € 455 in 2027. Zij vragen de regering te bevestigen dat dit voor verzekerden
die het verplicht eigen risico volledig volmaken neerkomt op € 70 extra in één jaar.
Hoeveel volwassen verzekerden zullen naar verwachting in 2027 het volledige verplicht
eigen risico betalen en kan de regering dit uitsplitsen naar leeftijd, inkomen, zorgtoeslag,
chronische aandoening en meerjarig zorggebruik?
Deze leden vragen hoe de regering verantwoordt dat de rekening juist wordt verhoogd
voor mensen die zorg nodig hebben. Kan de regering daarbij ingaan op ouderen, chronisch
zieken en mensen met een beperking? Hoe weegt de regering hierbij dat nog onderzoek
loopt naar het niet opvolgen van verwijzingen van de huisarts en naar de financiële
en niet-financiële redenen van zorgmijding?
De leden van de PVV-fractie wijzen daarnaast op het recente Nivel-onderzoek. Hoe kijken
verzekerden naar een mogelijk verhoogd eigen risico? Daaruit blijkt dat zeven procent
van de verzekerden bij een eigen risico van € 385 een belemmering verwacht om noodzakelijke
zorg te gebruiken, tegenover zestien procent bij een eigen risico van € 460. Verzekerden
met een matige of slechte ervaren gezondheid, een netto huishoudinkomen lager dan
€ 2.300 per maand en mensen die schulden maken of hun spaarmiddelen moeten aanspreken,
verwachten vaker zo’n belemmering. Hoe weegt de regering deze uitkomsten bij het voorstel
om het eigen risico te verhogen?
De leden van de JA21-fractie onderschrijven dat de houdbaarheid en betaalbaarheid van de zorg onder druk staan
en dat het eigen risico een functie kan hebben bij medefinanciering en kostenbewustzijn.
Tegelijkertijd hebben zij vragen over de onderbouwing van de verhoging, de samenhang
met de aangekondigde tranchering van het eigen risico in de medisch-specialistische
zorg en de gevolgen voor verzekerden, zorgverzekeraars en zorgaanbieders.
De leden van de JA21-fractie lezen op pagina 2 van de memorie van toelichting dat
het verplicht eigen risico naar huidige inzichten uitkomt op € 395 door indexering
en vervolgens met € 60 wordt verhoogd naar € 455. Kan de regering concreet uiteenzetten
waarom juist voor een aanvullende verhoging van € 60 is gekozen? Welke alternatieve
bedragen zijn overwogen en welke criteria zijn gebruikt om te bepalen dat dit bedrag
de juiste balans oplevert tussen betaalbaarheid, toegankelijkheid en kwaliteit van
zorg?
De leden van de JA21-fractie lezen op pagina 3 van de memorie van toelichting dat
de verhoging en de tranchering een onderlinge afhankelijkheid kennen en daarom in
samenhang worden behandeld. Kan de regering toelichten waarom de verhoging al per
2027 ingaat, terwijl de tranchering pas per 2028 wordt ingevoerd?
De leden van de JA21-fractie vragen of de regering bereid is een integraal tijdpad
te geven voor de verhoging, de indexering, de communicatie en de verdere besluitvorming
over de tranchering. Kan de regering daarbij aangeven op welke momenten de Kamer nog
materieel invloed kan uitoefenen op de vormgeving van de tranchering?
Deze leden van de BBB-fractie vinden dat mensen die zorg nodig hebben niet extra financieel gestraft mogen worden
omdat zij ziek zijn of chronische zorg nodig hebben. Juist in een solidair zorgstelsel
moeten lasten eerlijker worden verdeeld.
Kan de regering reflecteren op de stelling dat het verhogen van het eigen risico de
rekening nadrukkelijk neerlegt bij mensen die pech hebben in hun gezondheid en dat
dit wringt met het principe van solidariteit waarop ons zorgstelsel juist gebaseerd
is? De leden van de BBB-fractie lezen daarnaast dat de regering stelt dat tranchering
de toegankelijkheid van zorg zou verbeteren. Deze leden vragen de regering of hiermee
niet impliciet wordt erkend dat een hoog eigen risico daadwerkelijk een zorgdrempel
vormt.
De leden van de SGP-fractie constateren dat de tranchering pas vanaf 1 januari 2028 in werking treedt vanwege
de tijd die zorgverzekeraars nodig hebben voor de invoering. De regering geeft in
de toelichting echter zelf aan dat er sprake is van een onderlinge afhankelijkheid
tussen de verhoging van het eigen risico en de tranchering. Zij vragen waarom de regering
er niet voor heeft gekozen om de verhoging en de tranchering gelijktijdig in te laten
gaan, door ofwel de verhoging uit te stellen, ofwel door de tranchering alsnog eerder
in te voeren.
Door de verhoging al per 2027 in te voeren en de tranchering pas in 2028 wijzigt de
systematiek in korte tijd twee keer. De leden van de SGP-fractie wijzen erop dat zorgverzekeraars
in hun brief van 28 januari 2025 al aangaven dat voorspelbaarheid ten aanzien van
het eigen risico voor verzekerden belangrijk is. Zij vragen de regering hierop te
reflecteren.
De leden van de ChristenUnie-fractie hebben de zorg dat de verhoging van het eigen risico gevolgen heeft voor de toegankelijkheid
van de zorg. Nederland heeft een langdurig opgebouwd stelsel waarin het altijd belangrijk
is geweest dat de toegankelijkheid voor alle inkomensgroepen gegarandeerd is.
De leden van de ChristenUnie-fractie zien de meerwaarde van de voorstellen tot tranchering.
Daarbij merken ze op dat de regering schrijft dat enerzijds de drempel tot (medisch-specialistische)
zorg wordt verhoogd (door verhoging van het verplicht eigen risico) en anderzijds
volgens de regering de drempel wordt verlaagd door invoering van de tranchering. De
leden van de ChristenUnie-fractie wat nu het doel van de regering is voor de drempel
en op welke criteria de regering dat baseert. Zij vragen bovendien hoe de regering
reflecteert op de gevolgen van beide voorstellen in het licht van de effecten van
de financiële drempel op de afname van zorg. Zij vragen of de regering voor specifieke
doelgroepen zorgen heeft, zo ja, hoe dat wordt gemonitord en zo nee, waarom niet.
De leden van de SP-fractie benadrukken dat dit besluit de drempel voor mensen om medisch noodzakelijke zorg
te gebruiken verhoogt. Bovendien worden de kosten van de zorg disproportioneel worden
neergelegd bij mensen die de pech hebben om ziek te worden. Waarom kiest de regering
niet voor het vergroten van de solidariteit, in plaats van deze af te breken?
De leden van de SP-fractie lezen dat de regering schrijft «Als onderdeel van het vierde
principe «Solidair zorgstelsel» zet het kabinet in op een verhoging van het verplicht
eigen risico met € 60 per 2027 (na indexering)». Ziet de regering zelf ook niet de
absurditeit van die zin in? Waarom erkent de regering niet gewoon dat zij hiermee
bewust de solidariteit van ons zorgstelsel afbreken, om geld vrij te maken voor militarisering?
Is deze onzin echt nodig?
De leden van de SP-fractie stellen dat dit besluit ook het vertrouwen in de politiek
kan beschadigen. Eerst werd beloofd om het eigen risico te verhogen, vervolgens beloofde
tijdens de verkiezingscampagne een meerderheid van de huidige Tweede Kamer om het
op zijn minst te bevriezen en nu volgt er een verhoging die groter is dan die door
enige partij in de doorrekening van het CPB was meegenomen. Hoe legt de regering dit
uit aan de Nederlandse kiezer?
2. FINANCIERING VAN DE ZORG EN (KOSTEN)ONTWIKKELINGEN
Het eigen risico wordt verhoogd met € 60 en tevens geïndexeerd met € 10, wat een totale
verhoging van € 70 is, zo constateren de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie. Kan nader worden toegelicht waarom € 70 een geschikt bedrag is voor de verhoging?
Waarom gaat een verhoging van € 70 precies het gewenste effect van minder zorgconsumptie
bewerkstelligen volgens de regering en kan de regering kwantificeren welk effect er
verwacht wordt inzake de geschetste uitdagingen in de zorg waar de verhoging van het
eigen risico een zogenoemd antwoord op zou zijn? Voor welke problemen is het verhogen
van het eigen risico een oplossing en kan de regering precies en met een afrekenbaar
doel zeggen welk probleem in welke mate opgelost dient te worden? Kan de regering
eenduidig met ja of nee beantwoorden of de verhoging van het eigen risico en het bedrag
van € 70 wel of niet enige samenhang heeft met financiële opgaven?
De leden van de PVV-fractie lezen dat het verplicht eigen risico volgens de regering dient voor medefinanciering
en kostenbewustzijn. Zij vragen de regering in gewone taal uiteen te zetten wie financieel
voordeel heeft van dit voorstel en wie erop achteruitgaat. Klopt het dat mensen die
weinig of geen zorg gebruiken kunnen profiteren van een lagere premie, terwijl mensen
die hun eigen risico volmaken erop achteruitgaan? Hoe verhoudt dit zich tot solidariteit
tussen gezonde mensen en mensen die ziek zijn?
Kan de regering inzichtelijk maken welk deel van de geraamde lagere zorguitgaven voortkomt
uit het vermijden van niet-noodzakelijke zorg en welk deel mogelijk voortkomt uit
het uitstellen of afzien van medisch noodzakelijke zorg? Als dit onderscheid niet
kan worden gemaakt, hoe kan de regering dan met voldoende zekerheid stellen dat de
besparing niet ten koste gaat van noodzakelijke zorg?
De leden van de JA21-fractie lezen op pagina 3 van de memorie van toelichting dat het verplicht eigen risico twee
hoofddoelen heeft, namelijk medefinanciering van de kosten van zorg onder de Zvw en
het creëren van kostenbewustzijn. Kan de regering kwantificeren welk deel van de voorgestelde
maatregel volgens haar primair ziet op medefinanciering en welk deel op het remgeldeffect?
Kan de regering ook aangeven hoe zij deze twee doelen weegt wanneer zij onderling
botsen, bijvoorbeeld wanneer kostenbewustzijn omslaat in ongewenste zorgmijding?
De leden van de JA21-fractie lezen op pagina 4 van de memorie van toelichting dat
het eigen risico zonder bevriezing in 2026 naar schatting € 535 zou hebben bedragen
en dat de nominale premie dan circa € 100 lager had kunnen worden vastgesteld. Kan
de regering inzichtelijk maken hoe de verhouding tussen het verplicht eigen risico
en de nominale premie zich naar verwachting ontwikkelt in de jaren 2027 tot en met
2030, zowel mét als zónder tranchering?
De leden van de JA21-fractie vragen hoe de regering invulling geeft aan het advies
van de Afdeling advisering van de Raad van State (hierna: Raad van State) om te komen
tot een consistenter en voorspelbaarder beleid rond het eigen risico. Acht de regering
het wenselijk dat burgers en uitvoerders in korte tijd worden geconfronteerd met achtereenvolgens
het eerdere voornemen tot verlaging, het huidige voorstel tot verhoging en de aangekondigde
tranchering? Hoe wil de regering voorkomen dat de systematiek van het eigen risico
steeds opnieuw wijzigt, met alle gevolgen voor vertrouwen, uitvoerbaarheid en uitlegbaarheid?
De leden van de BBB-fractie lezen dat de regering stelt dat het eigen risico nodig is om premiebetalers solidair
te houden met mensen die zorg gebruiken. Deze leden vragen de regering waarop concreet
is gebaseerd dat draagvlak voor solidariteit zou afnemen wanneer zorgkosten meer via
de premie zouden worden verdeeld. De leden van de BBB-fractie zien deze redenering
niet terug als het gaat om uitgaven voor bijvoorbeeld natuurbeleid: verhoging van
belastingen om natuurbeleid mee te betalen worden niet in hogere mate neergelegd bij
mensen die dat natuurbeleid waarderen. En afnemende solidariteit wordt ook niet als
argument aangevoerd wanneer subsidies verstrekt worden aan groeperingen die de overheid
met rechtszaken belast. Bij ons zorgstelsel lijkt dit voor het huidige Kabinet echter
wel een belangrijk argument. Kan de regering hierop reflecteren? Kan de regering tevens
reflecteren op het feit dat een premiestijging over miljoenen verzekerden wordt verdeeld,
terwijl een verhoging van het eigen risico juist volledig terechtkomt bij mensen die
daadwerkelijk zorg nodig hebben?
De leden van de BBB-fractie constateren dat ongeveer de helft van de verzekerden het
eigen risico volledig betaalt. Kan de regering uitsplitsen hoeveel van deze groep
bestaat uit chronisch zieken, ouderen, mensen met een beperking en mensen met lage
inkomens? Voorts lezen deze leden dat de regering het «remgeldeffect» nadrukkelijk
als positief presenteert. Kan de regering aangeven hoe onderscheid wordt gemaakt tussen
het vermijden van onnodige zorg en het vermijden van noodzakelijke zorg, nu de in
memorie van toelichting erkend wordt dat dit onderscheid in de praktijk lastig te
maken is?
De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat het verhogen van het eigen risico door gebrek aan politiek draagvlak, in
tegenstelling tot wat oorspronkelijk was geanticipeerd, is voorkomen. Deze leden vragen
de regering hoe, ook gezien de unieke positie van het minderheidskabinet, er deze
keer wel politiek draagvlak wordt gerealiseerd voor verhoging van het verplicht eigen
risico.
De leden van de ChristenUnie-fractie merken op, net als de Raad van State, dat de
hoogte van het verplicht eigen risico de afgelopen jaren onderwerp is geweest van
politieke beloften. Het verplicht eigen risico zou worden gehalveerd. Inmiddels is
duidelijk dat die belofte nooit van de grond gekomen is. In tegenstelling tot de politieke
belofte van enkele jaren terug is de huidige regering voornemens het verplicht eigen
risico te verhogen. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering of zij
de recente geschiedenis op dit onderwerp heeft meegewogen bij het ontwerp van dit
wetsvoorstel. Welke overwegingen heeft de regering om deze tournure met deze vaart
in te zetten en welk gevolg heeft dit voor het vertrouwen in de politiek, zo vragen
deze leden.
Kan de regering in dit licht ook nader ingaan op het advies van de Raad van State
waar met kracht wordt onderstreept dat een consistent en voorspelbaar beleid wenselijk
is, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie. Zij vragen bovendien op welke
wijze worden mensen voorbereid op een verdere stijging van het verplicht eigen risico
na 2027, nu mensen enkele jaren een gelijk bedrag aan verplicht eigen risico hebben
moeten betalen?
De leden van de SP-fractie lezen dat de regering schrijft dat «de zorguitgaven door het afgenomen kostenbewustzijn
[zijn] toegenomen». Waar is deze claim op gebaseerd? In hoeverre is minder uitgestelde
zorg hierbij meegenomen?
3. DOEL EN INHOUD VAN DE MAATREGEL EN OVERWOGEN ALTERNATIEVEN
De leden van de VVD-fractie hechten waarde aan een zorgstelsel waarbij sprake is van risicosolidariteit tussen
gezonde en ongezonde mensen. Een van de doelstellingen van het eigen risico is het
solidariteitsventiel. Het is daarbij belangrijk dat verzekerden die zelf weinig zorg
gebruiken bereid blijven om via hun premie mee te betalen aan de zorg van anderen.
De leden van de VVD-fractie vragen zich af wat de verwachte invloed is van de verhoging
en de tranchering van het eigen risico op het maatschappelijk draagvlak voor solidariteit
in het zorgstelsel.
De leden van de VVD-fractie begrijpen dat het remgeldeffect door de jarenlange bevriezing
van het verplicht eigen risico is afgenomen. Deze conclusie vinden zij logisch, aangezien
het prijspeil in deze periode niet bevroren geweest is. Kan de regering aangeven in
welke mate het verplicht eigen risico sinds 2016 is afgenomen? Hoe groot zou het remgeldeffect
zijn op het moment dat de wettelijke indexatie elk jaar plaats zou hebben gevonden?
De leden van de VVD-fractie lezen dat de eigen bijdragen in de Zvw en Wet langdurige
zorg (Wlz) in Nederland op twaalf procent liggen, hetgeen in Europees perspectief
relatief laag is. Kan de regering aangeven of de verhoging van het eigen risico dit
percentage verandert? Graag hierin ook verdisconteren dat het verhogen van het eigen
risico effect heeft op de hoogte van de nominale premie.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat de regering erkent dat het verhogen van het eigen een keerzijde heeft,
namelijk dat een drempel opwerpt voor medisch noodzakelijke zorg. Echter wordt er
gesteld dat alternatieven lastig uitvoerbaar zijn. Kan de regering nader toelichten
welke alternatieven ze precies hebben overwogen en waarom deze alternatieven zijn
afgevallen? Welke uitvoeringstoetsen zijn uitgevoerd voor de alternatieve mogelijkheden?
Door te stellen dat de alternatieven niet werkzaam zijn, presenteert de regering een
verhoging van het eigen risico als een noodzakelijkheid voor de eigen financiële kaders,
terwijl het dus een politiek keuze is. Waarom heeft de regering niet gekozen voor
bijvoorbeeld een verhoging van de vermogensbelasting zodat het eigen risico niet verhoogt
hoeft te worden? Is dit overwogen?
Genoemde leden lezen in de memorie van toelichting dat «Hierbij is geen onderscheid
gemaakt tussen gewenste en ongewenste zorgmijding. In de praktijk blijkt het niet
goed mogelijk om het onderscheid te maken tussen noodzakelijke en minder noodzakelijke
zorg en daarom is het ook niet duidelijk in welke mate de zorg waarvan wordt afgezien
noodzakelijke zorg is. In hoeverre eigen betalingen leiden tot het uitstellen van
noodzakelijke zorg en in hoeverre dat leidt tot hogere zorguitgaven op de langere
termijn is onvoldoende onderzocht. Er is weinig bekend over de balans tussen noodzakelijke
en niet-noodzakelijke zorg bij de zorg die werd gemeden» Hoe kan de regering dan stellen
dat het remgeldeffect wenselijk is?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in de memorie van toelichting over de
enveloppe van € 350 miljoen dat «Voor het zomerreces van 2026 van het parlement zullen
de inhoudelijke resultaten volgend uit de analyse aan het parlement worden aangeboden.»
Is hier al invulling van? Is de verwachting dat € 350 miljoen voldoende is om de nieuwe
stapeling aan zorgkosten te compenseren? Graag ontvangen de genoemde leden van de
regering een heel precies overzicht van alle debatten waarin de € 350 miljoen euro
genoemd is als compensatie voor bezuinigingen? Voor welke bezuiniging deze € 350 miljoen
genoemd is? En hoe groot de omvang van deze bezuiniging is? Graag ontvangen deze leden
een gedetailleerd en schematisch overzicht sinds het aantreden van het nieuwe kabinet.
Indien dit niet gedetailleerd en schematisch wordt weergegeven, waarom niet? Is de
regering dan niet bereidt de Kamer tot in detail hierover te informeren en grondig
uit alle voorbereiding en beantwoording en verslagen van Kamer- en commissiedebatten
deze informatie te extraheren?
Kan de regering bovendien aangeven voor welke bezuinigingen, voor welke hogere kosten
en voor welk inkomensverlies deze € 350 miljoen bedoeld is? Waar is het bedrag van
€ 350 miljoen op gebaseerd?
De leden van de PVV-fractie vragen waarom specifiek is gekozen voor een verhoging van € 60 bovenop de reguliere
indexatie. Welke andere bedragen zijn doorgerekend en waarom zijn deze afgevallen?
Deze leden lezen dat gerichte ontziening van chronisch zieken en mensen met een beperking
volgens de regering niet goed uitvoerbaar is. Welke varianten zijn concreet onderzocht?
Waarom kunnen bestaande gegevens over langdurig zorggebruik, geneesmiddelengebruik,
meerjarig volmaken van het eigen risico, Wlz-indicaties of Wet maatschappelijke ondersteuning
2015 (Wmo 2015)-gebruik niet worden benut om kwetsbare groepen gerichter te ontzien?
Kan de regering aangeven welke alternatieven buiten het eigen risico zijn onderzocht
om de zorg betaalbaar te houden, zoals het verminderen van bureaucratie, overhead,
externe inhuur, subsidies, ondoelmatige uitgaven en administratieve lasten in de zorg?
Waarom zijn deze alternatieven minder geschikt gevonden dan het verhogen van de rekening
voor mensen die zorg nodig hebben?
De leden van de CDA-fractie vinden het van belang dat de zorg nu, en in de toekomst, betaalbaar, toegankelijk
en van goede kwaliteit is. Door het eigen risico te verhogen en te indexeren wordt
een verhoging van de zorgpremies voorkomen en de solidariteit binnen het zorgstelsel
behouden. Tegelijkertijd zijn de leden van de CDA-fractie zich ervan bewust dat de
effecten die een verhoging van het eigen risico kan hebben op kwetsbare groepen in
de samenleving en de drempels die zij ervaren om gebruik te maken van het zorgsysteem.
Deze leden vinden het dan ook positief dat via onderzoek van het Centraal Planbureau
(CPB) meer inzicht wordt verkregen in zorgmijding en vragen de regering wanneer de
resultaten van dit onderzoek worden verwacht en of, en zo ja op welke wijze de regering
voornemens de inzichten uit dit onderzoek mee te nemen in het vormgeven van flankerend
beleid zodat ook voor kwetsbare groepen de drempel per behandeling beheersbaar blijft.
De leden van de CDA-fractie lezen dat de regering ervoor kiest om waar mogelijk kwetsbare
groepen gerichte financiële ondersteuning te bieden. Deze leden vragen de regering
dit nader toe te lichten hoe de regering voornemens is dit te gaan doen.
De leden van de CDA-fractie lezen dat de regering structureel € 350 miljoen vrijmaakt
voor de tegemoetkoming zorgkosten chronisch zieken. Deze leden vinden het positief
dat de regering ondersteuning biedt de meest kwetsbare groepen maar zien ook dat huidige
ondersteuningsregelingen voor zorgkosten grote en onwenselijke verschillen tussen
gemeenten laten zien. Deze leden vragen de regering daarom of zij bindende afspraken
met gemeenten gaat maken over de compensatie voor stijgende zorgkosten zodat dat de
tegemoetkoming vanaf 2027 terecht komt bij de groep met de meeste zorgkosten.
De leden van de JA21-fractie lezen op pagina 6 van de memorie van toelichting dat voor de verhoging van het eigen
risico met € 60 rekening is gehouden met een remgeldeffect van € 0,6 miljard per jaar.
Kan de regering precies uiteenzetten op welke studies, aannames en rekenmodellen deze
raming is gebaseerd? Kan de regering daarbij aangeven in hoeverre deze onderbouwing
actueel is en in hoeverre deze rekening houdt met de huidige wachttijden, personeelstekorten
en druk op de huisartsenzorg?
De leden van de JA21-fractie lezen eveneens op pagina 6 van de memorie van toelichting
dat eigen betalingen kunnen leiden tot zowel gewenste als ongewenste zorgmijding en
dat weinig bekend is over de balans tussen noodzakelijke en niet-noodzakelijke zorg
bij gemeden zorg. Hoe kan de regering dan met voldoende zekerheid stellen dat de maatregel
leidt tot meer passende zorg? Welke indicatoren worden gebruikt om te monitoren of
de daling van zorggebruik vooral betrekking heeft op niet-noodzakelijke zorg en niet
op medisch noodzakelijke zorg? Kan de regering hierop een uitgebreide toelichting
geven?
De leden van de JA21-fractie lezen op pagina 7 van de memorie van toelichting dat
het CPB onderzoek doet naar het niet opvolgen van verwijzingen door de huisarts. Wanneer
worden de resultaten van dit onderzoek verwacht? Waarom wordt het wetsvoorstel al
voorgelegd voordat deze resultaten beschikbaar zijn? Is de regering bereid de Kamer
voorafgaand aan verdere behandeling te informeren over de meest recente inzichten
over zorgmijding en het niet opvolgen van verwijzingen?
De leden van de BBB-fractie zien het argument dat verhoging van het eigen risico zou leiden tot vermijden van
onnodige zorg als een motie van wantrouwen naar de Nederlandse huisartsen. Zij zijn
belast met de taak om onnodige doorverwijzing te voorkomen en de leden van de BBB-fractie
hebben alle vertrouwen in die beroepsgroep als het gaat om het vermijden van onnodige
zorg. Begrijpt de regering waarom het argument van onnodige zorg dus gezien kan worden
als wantrouwen richting de huisartsen en kan zij hierop reflecteren? Hoeveel onnodige
zorg denkt de regering dat er daadwerkelijk geleverd wordt als het eigen risico niet
omhooggaat? Als zij kennelijk vindt dat de huisartsen die hiervoor aan de lat staan
hun taak onvoldoende uitoefenen, waarom heeft zij hen daarop dan niet aangesproken?
Daarnaast zouden volgens de regering «onnodige vervolgconsulten of onnodige diagnostiek»
worden bekostigd in het huidige systeem. Geeft zij daarmee feitelijk niet aan dat
zij de professionaliteit van alle artsen in Nederland in twijfel trekt? Is de regering
van mening dat artsen onnodige diagnostiek aanvragen? En gebeurt dat volgens de regering
kennelijk op zo’n grote schaal dat mensen met hogere zorgkosten aan de lat moeten
staan om dat op te vangen door meer voor hun zorg te betalen?
Als een wantrouwen naar de sector niet de reden is om te spreken van «onnodige vervolgconsulten
of onnodige diagnostiek», wat is dan de reden? De leden van de BBB-fractie vragen
zich bovendien af of, áls artsen kennelijk geneigd zijn onnodige diagnostiek aan te
vragen, of dan het afstraffen van de patiënt daarvoor wel correct is. Heeft een patiënt
de kansen, kennis en ruimte om de onnodige diagnostiek te herkennen en de arts op
basis van het kostenplaatje te overtuigen om die onnodige diagnostiek niet in te zetten?
Kan de regering daarop reflecteren?
De leden van de BBB-fractie vragen de regering hoeveel van deze geraamde besparingen
door zorgvermijding volgens de regering bestaat uit medisch noodzakelijke zorg. Kan
de regering bevestigen dat zij dit op dit moment feitelijk niet weet?
De leden van de BBB-fractie wijzen erop dat de Raad van State heeft gewezen op het
nog lopende onderzoek naar het niet opvolgen van verwijzingen van huisartsen. Waarom
kiest de regering ervoor het eigen risico al fors te verhogen voordat de uitkomsten
van dit onderzoek bekend zijn? Waarom wacht de regering niet eerst de resultaten van
dit onderzoek af, zodat beter inzicht ontstaat in de omvang van ongewenste zorgmijding?
De leden van de BBB-fractie lezen dat alternatieven zoals een inkomensafhankelijk
eigen risico of gerichte uitzonderingen voor chronisch zieken volgens de regering
moeilijk uitvoerbaar zijn. Deze leden begrijpen de uitvoeringsproblemen, maar constateren
tegelijkertijd dat het huidige voorstel ertoe leidt dat juist mensen met veel zorgkosten
en weinig financiële ruimte onevenredig hard geraakt worden. Kan de regering reflecteren
op de vraag of uitvoerbaarheid hier zwaarder lijkt te wegen dan rechtvaardigheid?
Kan de regering daarnaast toelichten waarom niet nadrukkelijker is gekeken naar alternatieven
waarbij de kosten breder via de premie worden verdeeld?
De leden van de BBB-fractie lezen dat de regering wijst op zorgtoeslag en gemeentelijke
regelingen als compensatie. Deze leden merken op dat veel mensen alsnog tussen wal
en schip vallen, bijvoorbeeld doordat zij net buiten inkomensgrenzen vallen of onvoldoende
bekend zijn met regelingen. Kan de regering inzicht geven in hoeveel mensen die het
volledige eigen risico betalen géén recht hebben op zorgtoeslag of gemeentelijke ondersteuning?
Kan de regering daarnaast reflecteren op het feit dat compensatie achteraf niet voorkomt
dat mensen vooraf zorg mijden omdat zij bang zijn de rekening niet te kunnen betalen?
Daarnaast vinden de leden van de BBB-fractie het opvallend dat de regering compensatie
door gemeentes ziet als specifieke oplossing voor financiële problemen bij burgers
door deze besparing op nationaal niveau. Herkent de regering dat dit gezien kan worden
als een besparing voor de nationale portemonnee, die opgevangen moet worden op gemeentelijk
niveau? Is duidelijk hoeveel meer aanvragen de Nederlandse gemeenten gaan krijgen
voor die gemeentelijke fondsen en regelingen, als de zorgpremie verhoogd wordt? En
hoe goed zijn gemeenten op de hoogte van het feit dat zij deze extra kosten moeten
gaan dragen nu de regering op de zorg wil bezuinigen? De leden van de BBB-fractie
lezen verder dat de regering pas later besluit hoe de enveloppe van € 350 miljoen
voor chronisch zieken wordt ingezet. Waarom wordt deze wet al behandeld terwijl nog
onduidelijk is hoe kwetsbare groepen concreet ondersteund gaan worden?
In de memorie van toelichting wordt uitgelegd dat de financiering van de zorg in Nederland
is gebaseerd op solidariteit, zo constateren de leden van de SGP-fractie. De verhoging van het eigen risico draagt volgens de regering bij aan versterking
van het «solidariteitsventiel». Door het eigen risico (en verplichte eigen bijdragen)
worden niet alle zorgkosten collectief gedragen. De effecten van de verhoging van
het eigen risico in combinatie met de tranchering landen in de praktijk echter vooral
bij mensen die veel zorg nodig hebben. Voor wie weinig tot geen zorg nodig heeft,
heeft de verhoging van het eigen risico weinig gevolgen, zeker in combinatie met de
tranchering. De leden van de SGP-fractie wijzen erop dat wie jaarlijks meerdere keren
zorg nodig heeft, alsnog het volledige eigen risico zal moeten betalen. Voor mensen
die relatief veel zorg nodig hebben, levert de tranchering dus geen financieel voordeel
op. Zij voelen de verhoging dus het meest in hun portemonnee. De regering erkent dit
ook in «4. Gevolgen voor verzekerden». Dit roept de vraag op hoe de combinatie van
verhogen en trancheren precies bijdraagt aan de solidariteit binnen het zorgstelsel.
De leden van de SGP-fractie vragen de regering hierop te reageren.
De leden van de SGP-fractie menen dat de tranchering vooral een financiële tegemoetkoming
is aan mensen die gezond zijn en dus weinig zorg nodig hebben. Mensen die veel zorg
nodig hebben, maken het eigen risico toch wel vol. Op wat voor manier fungeert de
tranchering dan als een prikkel om minder zorg af te nemen?
De leden van de SGP-fractie vragen om toelichting hoe groot de groep patiënten is
die door de invoering van de tranchering minder eigen risico gaat betalen?
De leden van de SGP-fractie vragen wanneer de regering voornemens is de ministeriële
regeling vast te stellen om het verplicht eigen risico per 2027 weer te indexeren.
De leden van de SGP-fractie vragen om een reflectie van de regering op de opmerkingen
van de zorgverzekeraars (brief 28 januari 2025) dat de jaarlijkse indexatie van het
eigen risico altijd leidde tot veel vragen en ergernis van verzekerden. Verwacht de
regering dat nu de jaarlijkse indexatie opnieuw wordt ingevoerd het zeer goed denkbaar
is dat dergelijke ergernis opnieuw gaat optreden? Welke maatregelen treft de regering
hieromtrent?
De leden van de SGP-fractie vragen om een nadere uitleg waarom de regering kiest voor
een extra stijging van het verplicht eigen risico met € 60 en niet een willekeurig
ander bedrag. Het valt hen op dat de € 60 euro niet duidelijk wordt onderbouwd. De
leden van de SGP-fractie maken uit de memorie van toelichting op dat als het verplicht
eigen risico de afgelopen jaren telkens wel was geïndexeerd het in 2026 naar schatting
zou zijn uitgekomen op € 535. Met de extra verhoging komt het eigen risico uit op
ongeveer € 455. De regering kiest er dus blijkbaar bewust niet voor om het volledige
verschil bij te trekken. Kan de regering nader toelichten welke overwegingen een rol
hebben gespeeld bij de keuze voor € 60?
De leden van de SGP-fractie vragen wanneer het onderzoek van het CPB naar het niet-opvolgen
van een verwijzing van de huisarts afgerond wordt.
De leden van de SGP-fractie wijzen op de motie-Stoffer c.s.1 die vroeg om voorafgaand aan alle bezuinigingen in de sociale zekerheid en zorg de
gevolgen daarvan voor kwetsbare doelgroepen in kaart brengen (de «stoffertoets»).
De regering geeft aan dat deze analyse voor het zomerreces met de Kamer wordt gedeeld.
De leden van de SGP-fractie vragen of deze analyse nog vóór de plenaire behandeling
van het wetsvoorstel om het eigen risico te verhogen met de Kamer wordt gedeeld. En
als dat niet mogelijk is, deze toets in ieder geval uit te voeren voor het voorliggende
voorstel.
De leden van de SGP-fractie vinden het verontrustend dat de regering pas in augustus
2026 een besluit neemt over hoe de envelop tegemoetkoming zorgkosten chronisch zieken
het beste kan worden ingezet om de effecten van de verhoging van het eigen risico
te dempen. Toch wil de regering het wetsvoorstel om het eigen risico te verhogen vóór
het zomerreces 2026 door beide Kamers loodsen zodat het per 1 januari 2027 in werking
kan treden. Daarmee is het voor de Kamer onmogelijk om de invulling van de compensatie
vanuit de envelop mee te wegen bij de wetsbehandeling. De leden van de SGP-fractie
vragen de regering daarom om de Kamer vóór de behandeling van het wetsvoorstel duidelijkheid
te verschaffen over de uitwerking van de envelop.
De Raad van State wijst erop dat voor het flankerend beleid onder meer wordt verwezen
naar de mogelijkheden van gemeenten om maatwerk te leveren. Daarbij worden verwachtingen
gewekt over wat gemeenten in algemene zin voor bepaalde groepen verzekerden kunnen
betekenen. Niet duidelijk wordt of gemeenten deze verwachtingen waar zullen kunnen
maken, welke mogelijke gevolgen dit voorstel heeft voor gemeenten en of daarover overleg
met gemeenten heeft plaatsgevonden. De leden van de SGP-fractie vinden dat de memorie
van toelichting hier nog te weinig op is aangevuld en vragen om een nadere toelichting
op dit punt. Hoe verlopen de gesprekken met gemeenten? Achten zij van het flankerend
beleid realistisch en uitvoerbaar? Is het bijvoorbeeld de bedoeling dat compenserende
maatregelen vanuit de envelop gelijktijdig in werking treden als de verhoging van
het eigen risico? Zo ja, is er vanaf de augustusbesluitvorming dan wel voldoende tijd
voor gemeenten om de tegemoetkoming goed te regelen voor 1 januari 2027? De leden
van de SGP-fractie verwijzen hierbij ook naar de opmerkingen van het Adviescollege
toetsing regeldruk (ATR) op dit punt.
De leden van de SGP-fractie vragen hoe de regering waarborgt dat de middelen die ter
beschikking worden gesteld in de envelop tegemoetkoming zorgkosten chronisch zieken
daadwerkelijk bij deze groep terecht komen. Is het de bedoeling dat deze middelen
aan de Algemene Uitkering worden toegevoegd of worden deze via een Speciale Uitkering
ter beschikking gesteld? Het is immers ook de wens van de regering om SPUK-regelingen
over te hevelen naar het Gemeentefonds.
Voor de leden van de SGP zijn zowel de uitvoering van de «stoffertoets» als de uitwerking
van de envelop zwaarwegend bij de beoordeling van het wetsvoorstel. Zonder deze informatie
menen de leden van de SGP-fractie dat de Kamer eigenlijk niet goed in staat is om
het wetsvoorstel op zijn merites te beoordelen. Indien de regering er niet in slaagt
om de analyse van de gevolgen voor kwetsbare doelgroepen en de uitwerking van de envelop
af te ronden vóór de plenaire behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer,
dan zou de behandeling van het voorstel naar de mening van de leden van de SGP-fractie
moeten worden uitgesteld.
De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat de regering zich bewust is dat het verhogen voor het eigen risico voor
mensen ook betekent dat de toegangsdrempel tot de zorg wordt verhoogd. De regering
ziet dit als iets positief, omdat er dan gemiddeld genomen minder zorg wordt gebruikt.
Aan de andere kant kan een verhoogde drempel leiden tot zorgmijding van medisch noodzakelijke
zorg. De regering schrijft dat het onvoldoende is onderzocht in hoeverre eigen betalingen
leiden tot het uitstellen van noodzakelijke zorg en in hoeverre dat leidt tot hogere
zorguitgaven op de langere termijn. Meer inzicht wordt verkregen via onderzoek van
het CPB, maar ook dit onderzoek is volgens deze leden niet toereikend. Immers, dit
onderzoek kijkt alleen naar het niet-opvolgen van verwijzingen van de huisarts, terwijl
de zorgmijding ook al daarvoor, of nog daarna, kan plaatsvinden. Daarmee is het beeld
dat dit onderzoek schetst weliswaar waardevol, maar niet volledig toereikend. De leden
van de ChristenUnie-fractie vragen de regering of zij deze lacune herkent, en of zij
bereid is hier nader onderzoek naar te laten doen en gedurende de komende jaren de
zorgmijding als gevolg van financiële drempels te monitoren inclusief de budgettaire
gevolgen daarvan op korte en lange termijn.
De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat de regering voornemens is om in gesprek
te gaan met cliënten en het zorg- en welzijnsveld over de verschillende maatregelen
uit het coalitieakkoord, te analyseren bij wie de maatregelen cumuleren en hoe groot
het effect is op het besteedbaar inkomen. De eerste resultaten van de analyse worden
naar verwachting voor het zomerreces van 2026 gedeeld met de Kamer. Deze leden vragen
de regering waarom er niet is gekozen om de indiening van het wetsvoorstel tot verhoging
van het verplicht eigen risico pas te laten plaatsvinden ná deze gespreken en analyses.
Op welke wijze kunnen de resultaten van deze analyse meegenomen worden inclusief koopkrachteffecten,
mocht voorliggend wetsvoorstel in een hypothetisch scenario aangenomen worden voor
het zomerreces? Deze leden vragen op welke wijze de resultaten van de analyse door
de regering worden betrokken bij dit wetsvoorstel.
De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat de regering extra middelen heeft vrijgemaakt
voor specifieke ondersteuning via de enveloppe tegemoetkoming zorgkosten chronisch
zieken. Over de precieze besteding van deze middelen wordt later besloten, aangezien
er eerst op de inhoudelijke resultaten uit de eerdergenoemde analyse wordt gewacht.
Deze leden vragen de regering of er op voorhand kan worden toegezegd dat de tegemoetkoming
in balans zal zijn met de extra kosten die kwetsbare groepen maken naar aanleiding
van de verhoging van het eigen risico. Hoe groot is naar schatting van de regering
de groep mensen die recht heeft op een tegemoetkoming? Indien het beschikbare budget
van € 350 miljoen gedeeld wordt door de geschatte omvang van de groep, wat betekent
dit concreet aan bedrag per persoon? De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen
om inzichtelijk te maken welke kwalitatieve en kwantitatieve criteria de regering
hanteert om te bezien of de extra kosten die kwetsbare groepen krijgen in voldoende
mate worden verdisconteerd met het beschikbare extra budget.
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering waarom niet gewacht is met
indiening van het wetsvoorstel tot de uitwerking van de enveloppe tegemoetkoming zorgkosten
chronisch zieken gereed was. Nu is naar mening van de leden van de ChristenUnie-fractie
een onvolledig wetsvoorstel ingediend, daar het flankerend beleid onduidelijk en allesbehalve
gereed is. Het budget voor de enveloppe is beschikbaar vanaf 2027. Echter is onduidelijk
of dit budget ook daadwerkelijk in 2027 uitgegeven kan worden. Hoe reflecteert de
regering hierop? Is het gereed staan van de tegemoetkoming voortkomend uit de enveloppe
voor de regering randvoorwaardelijk voor inwerkingtreding van dit wetsvoorstel? Zo
nee, waarom niet? Erkent de regering dat de mogelijke consequentie gaat zijn dat chronisch
zieken volgend jaar wel een hoger verplicht eigen risico moeten betalen terwijl zij
in datzelfde jaar geen bedrag kunnen ontvangen uit de enveloppe? Acht de regering
dit wenselijk? Zo nee, wat gaat de regering doen om dit te voorkomen?
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of de regering voornemens is de tegemoetkoming
voor arbeidsongeschikten af te schaffen. Deze regeling voorziet mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering
jaarlijks van een bedrag van ruim € 200 om tegemoet te komen aan hun zorgkosten. De
leden van de ChristenUnie-fractie vinden afschaffing hiervan in combinatie met verhoging
van het verplicht eigen risico én het afschaffen van de aftrekpost voor zorgkosten
onverstandig. Deze leden vragen de regering hierover duidelijkheid te verschaffen
en te reflecteren op mensen met een kwetsbare (financiële) positie.
De leden van de ChristenUnie-fractie zien dat de tranchering van het eigen risico
is voorbereid via een afzonderlijke wijziging van het Besluit zorgverzekeringen. Deze
leden kunnen begrijpen dat deze wijziging afzonderlijk wordt meegenomen, zij betreuren
dat de invoer van tranchering later wordt ingevoerd. Ziet de regering kansen om zorgverzekeraars
extra te ondersteunen zodat de tranchering wél per 2027 in kan gaan? Welke opties
zijn er om zorgverzekeraars te helpen om de invoer te versnellen? Indien er echt geen
enkele mogelijkheid is om de tranchering een jaar eerder in te laten gaan, hoe kijkt
de regering dan naar de mogelijkheid om de verhoging van het eigen risico een jaar
later in te voeren?
De leden van de SP-fractie lezen dat de regering tegelijkertijd wijst op de personeelstekorten in de zorg en
op de verwachte extra zorgmijding (remgeldeffect) als reden om deze maatregel door
te voeren. In hoeverre kan dit echter zowel een oplossing zijn voor personeelstekorten
als voor stijgende kosten? Op het moment dat er nu al personeelstekorten zijn betekent
dat dat er nu al een deel van de zorgvraag is die hierdoor onbeantwoord blijft. Als
de aanname is dat de zorgvraag zal dalen als gevolg van een verhoging van het eigen
risico, zorgt dat er dan niet vooral voor dat de onbeantwoorde zorgvraag daalt, terwijl
de inzet van personeelscapaciteit praktisch volledig blijft, doordat de vraag alsnog
groter blijft dan het aanbod? Zo ja, hoe verwacht de regering dan dat zowel het personeelstekort
als de zorguitgaven zouden dalen?
De leden van de SP-fractie lezen dat de regering schrijft dat zorgmijding vanwege
financiële redenen een dalende trend laat zien tussen 2016 en 2025, op basis van cijfers
van het Nivel. Dit lijkt daarmee aangedragen te worden als argument om het eigen risico
de verhogen. Zij vragen echter of dit niet juist een reden is om het eigen risico
niet te verhogen. Als zorgmijding zo sterk zou zijn gedaald, is het dan niet aannemelijk
dat dit op zijn minst deels te danken is aan de bevriezing van het eigen risico?
De leden van de SP-fractie wijzen er daarnaast op dat onderzoek van het Nivel daarnaast
ook laat zien dat een verhoging van het eigen risico naar € 460 ertoe zou leiden dat
het aantal verzekerden voor wie het eigen risico een belemmering zou vormen om noodzakelijke
zorg te gebruiken zou stijgen van zeven procent naar zestien procent.2 Hoe kijkt de regering hiernaar? Ontkennen zij dat dit effect waarschijnlijk zou optreden?
Of erkennen zij dat wel, maar zien zij het feit dat meer dan een miljoen extra Nederlanders
zorg gaan mijden als acceptabele prijs om meer geld te kunnen investeren in de Amerikaanse
wapenindustrie?
De leden van de SP-fractie lezen dat de regering het CPB onderzoek laat doen «naar
het niet-opvolgen van een verwijzing van de huisarts». Zij vinden het apart dat de
regering deze maatregel nu alvast wil doorvoeren om dan daarna pas te kijken of het
zal zorgen voor zorgmijding. Wat gebeurt er bovendien als uit dat onderzoek blijkt
dat dit tot veel extra zorgmijding leidt? Wordt deze maatregel dan teruggedraaid?
De leden van de SP-fractie hebben daarnaast nog vragen over de inzet van de € 350
miljoen die is bedoeld als tegemoetkoming voor chronisch zieken. Wanneer kan de regering
duidelijkheid geven over hoe dit bedrag wordt ingezet? Wat levert dit bovendien naar
verwachting gemiddeld op per persoon met een chronische ziekte of beperking en hoe
verhoudt dit zich tot de extra kosten die dit voorstel voor hen creëert? Kan de regering
in een tabel het totale verwachte effect van deze wet en de geplande tegemoetkoming
voor deze groep weergeven?
4. GEVOLGEN VOOR VERZEKERDEN
De leden van de VVD-fractie lezen dat het verhogen van het verplicht eigen risico niet alleen effect heeft op
de hoogte van het eigen risico zelf, maar ook op de nominale premie en de hoogte van
de zorgtoeslag. Kan de regering aangeven in welke mate de voorgenomen verhoging van
het eigen risico effect heeft op de totale procentuele koopkrachtontwikkeling van
verschillende typen verzekerden? Graag hierbij gebruik maken van de typen verzekerden
zoals weergegeven op pagina 12.
Als compenserende maatregel noemt de regering de zorgtoeslag. Echter wordt de zorgtoeslag
verlaagd door de geraamde verlaagde nominale premie. Gaat de regering de zorgtoeslag
verhogen om dit te compenseren? Zo ja, op welke wijze?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat «de nominale premie lager kunnen vaststellen dan in de situatie waarin
het verplicht eigen risico niet zou worden verhoogd.» Echter kiest de regering er
ook voor om deze verlaging te compenseren met een verhoging van de inkomstenbelasting
en een verhoging van de AOF-premie. Kan de regering toelichten waarom zij ervoor kiest
om deze verlaging te compenseren met lastenverzwaringen? Op welke wijze profiteren
burgers dan de verhoging van het eigen risico? In de Trouw3 lezen genoemde leden dat het «per saldo een lastenverlichting» is. Kan worden toegelicht
hoe dit een lastenverlichting is als het gehele bedrag wordt gecompenseerd met een
verhoging van de lasten? Hoe staat dit in verhouding met de uitspraak «Na de daling
van de zorgtoeslag blijft per saldo een lastenverlichting over van € 912 miljoen in
2027», uit de memorie van toelichting?
Uit de tabel op pagina 11 van de memorie van toelichting blijkt dat vooral mensen
die het eigen risico volledig opmaken en zorgtoeslag ontvangen er het hardst op achteruitgaan.
Oftewel, lagere inkomens en zorgbehoevende mensen. Hoe kijkt de regering er tegenaan
dat juist de rekening bij hen terecht komt? Is de regering het eens dat dit conflicteert
met zowel inkomenssolidariteit als risicosolidariteit?
De leden van de PVV-fractie lezen dat naar verwachting 7,3 miljoen mensen hun verplicht eigen risico volmaken
en er financieel op achteruitgaan. Zij vragen de regering te bevestigen dat dit een
zeer grote groep Nederlanders betreft die daadwerkelijk zorg nodig heeft. Kan de regering
deze groep uitsplitsen naar ouderen, chronisch zieken, mensen met een beperking, lage
inkomens en ontvangers van zorgtoeslag? Kan de regering specifiek ingaan op de uitkomst
van het Nivel dat verzekerden zich over de voorgenomen verhoging veel vaker zorgen
maken om anderen dan om zichzelf? Hoe betrekt de regering deze maatschappelijke zorg
bij de beoordeling van de gevolgen voor ouderen, chronisch zieken, mensen met een
laag inkomen en mensen die al moeite hebben hun zorgkosten te betalen? Kan de regering
in een overzicht laten zien wat de financiële gevolgen zijn voor een alleenstaande
met een laag inkomen en zorgtoeslag die het eigen risico volmaakt, een chronisch zieke
met een modaal inkomen, een oudere met meerdere aandoeningen, een patiënt in de geestelijke
gezondheidszorg (ggz) en een verzekerde met een vrijwillig eigen risico? Kan daarbij
de verhoging, de indexatie, de lagere premie, de lagere zorgtoeslag en de tranchering
per 2028 worden meegenomen? Kan de regering aangeven hoeveel verzekerden naar verwachting
betalingsproblemen krijgen of vaker gebruik zullen moeten maken van gespreide betaling
bij zorgverzekeraars? Is de regering bereid de Kamer jaarlijks te informeren over
betalingsregelingen, betalingsachterstanden, incassotrajecten en klachten over het
verplicht eigen risico?
De leden van de JA21-fractie lezen op pagina 11 van de memorie van toelichting dat verzekerden die het verplicht
eigen risico volledig betalen en zorgtoeslag ontvangen er door de verhoging van € 60
per saldo € 30 op achteruitgaan, terwijl verzekerden die het eigen risico niet volledig
betalen en geen zorgtoeslag ontvangen er per saldo € 48 op vooruitgaan. Kan de regering
deze effecten uitsplitsen naar kenmerken als: inkomen, leeftijd, gezondheidstoestand
en huishoudtype?
De leden van de JA21-fractie vragen specifiek naar het jaar 2027, waarin het eigen
risico stijgt maar de tranchering nog niet geldt. Welke effecten verwacht de regering
op vergmijding in dit overgangsjaar?
De leden van de SGP-fractie vragen de regering om de financiële opbrengst van het remgeldeffect, geraamd op € 613
miljoen in 2027, nader te onderbouwen.
Uit de toelichting blijkt dat het financiële effect van de verhoging van het eigen
risico het grootst is voor de groep mensen die het verplicht eigen risico volledig
betalen én recht hebben op zorgtoeslag. De leden van de SGP-fractie vragen hoe groot
deze groep mensen is.
Uit de memorie van toelichting blijkt dat het verhogen van het eigen risico leidt
tot minder zorggebruik. Naar de huidige inzichten wordt dit geraamd op € 613 miljoen
in 2027. Het is voor de leden van de SGP-fractie op basis van de toelichting onduidelijk
bij welke groep verzekerden de daling in zorggebruik het grootst zal zijn. Zij maken
zich zorgen dat juist de verzekerden voor wie het financiële effect van de verhoging
van het eigen risico het grootst is, het vaakst zullen kiezen om zorg te mijden. De
leden van de SGP-fractie zouden dit onwenselijk vinden. Het gaat hier immers juist
om de groep die sociaaleconomisch het zwakst is: verzekerden die jaarlijks het eigen
risico volledig betalen én zorgtoeslag ontvangen. De leden van de SGP-fractie vragen
de regering daarom inzichtelijk te maken hoe de geschatte € 613 euro verdeeld is over
de vier typen verzekerden die in de tabel (pagina 11) worden genoemd. Zij verwijzen
hierbij naar het advies van ATR om inzichtelijk te maken hoe mogelijke ongewenste
zorgmijding in beeld wordt gebracht.
De leden van de SGP-fractie constateren dat in de tabel (pagina 11) in de memorie
van toelichting in het totaal effect de indexatie en de tranchering niet zijn meengenomen.
Zij vragen de regering om een berekening te maken waarbij de indexatie en de tranchering
beide zijn meegenomen in het totaal effect.
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering wanneer burgers een definitief kostenplaatje kunnen maken voor
hun eigen huishouden: wanneer is definitief duidelijk hoe hoog de nominale premie
voor het komende jaar is, wat de hoogte van het verplicht eigen risico is en wat,
voor mensen die daarvoor in aanmerking komen, de hoogte is van de zorgtoeslag?
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering de verwachte hoogte van het
verplicht eigen risico en de nominale premie voor de jaren na 2027 uiteen te zetten.
Aanvullend vragen deze leden waarom de regering niet gekozen heeft voor een eenmalige
verhoging van het verplicht eigen risico en bevriezing daarvan in plaats van mogelijk
jaarlijkse verhogingen van het eigen risico.
De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat de mensen die hun eigen risico niet
volmaken wel zullen profiteren van een lagere nominale premie. Deze leden vragen de
regering of zij nadere duiding bij deze groep kan geven. Is de aanname van de leden
van de ChristenUnie-fractie correct dat in deze groep mensen met een hogere SES-status
oververtegenwoordigd zijn? En geldt de aanname andersom ook, namelijk dat mensen met
een lagere SES-status oververtegenwoordigd zijn in de groep mensen voor wie het totale
effect het meest negatief is?
De leden van de SP-fractie wijzen erop dat het verhogen van het eigen risico een lompe en ongerichte maatregel
is om passende zorg af te dwingen. Bij het eigen risico wordt namelijk niet gekeken
naar de medische noodzaak van de zorg. Sterker nog, het geldt enkel voor zorg waarvan
een arts de medische noodzaak al heeft vastgesteld. Bovendien raakt het mensen met
een laag inkomen, een chronische ziekte en/of beperking disproportioneel, omdat zij
vaker zorg nodig hebben en het eigen risico een groter percentage van hun inkomen
beslaat. Waarom kiest de regering er dan toch voor om zo’n kortzichtige maatregel
in te zetten?
De leden van de SP-fractie vragen de regering of zij onderzocht hebben welk deel van
de verwachte door de overheid gestimuleerde zorgmijding (ook wel aangeduid als het
remgeldeffect) zal worden veroorzaakt door mensen met een laag inkomen, een chronische
ziekte en/of beperking. Zo ja, om welk percentage gaat dit? Zo nee, is de regering
bereid dit alsnog te doen?
De leden van de SP-fractie vinden het opmerkelijk dat de regering doet alsof mensen
profiteren van deze maatregel, doordat de premie minder stijgt door de verhoging van
het eigen risico. Zij wijzen er namelijk op dat de regering de verwachte lagere premiestijging
lijkt aan te grijpen om dit geld via belastingverhogingen bij de inkomstenbelasting
in te zetten voor investeringen in defensie. Waarom erkent de regering dit niet in
de memorie van toelichting?
5. EUROPESE ASPECTEN
Over deze paragraaf zijn geen vragen gesteld.
6. UITVOERING EN REGELDRUK
De leden van de PVV-fractie lezen dat de regeldrukkosten voor burgers worden ingeschat op € 8,2 miljoen en dat
daarbij wordt uitgegaan van twee minuten kennisneming per volwassen verzekerde. Waarom
acht de regering twee minuten realistisch voor een wijziging die voor miljoenen mensen
gevolgen heeft voor hun portemonnee? Is hierbij rekening gehouden met mensen met lage
gezondheidsvaardigheden, mensen die de Nederlandse taal minder goed beheersen en mensen
die al moeite hebben met zorgnota’s en eigenrisicorekeningen?
Kan de regering toelichten hoe burgers tijdig en begrijpelijk worden geïnformeerd
over de verhoging per 2027 en de tranchering per 2028? Wordt deze communicatie vooraf
getest bij ouderen, chronisch zieken, mensen met lage inkomens en verzekerden met
een vrijwillig eigen risico?
De leden van de JA21-fractie lezen op pagina 13 van de memorie van toelichting dat de regeldrukkosten voor burgers
als gevolg van de verhoging worden geraamd op € 8,2 miljoen, waarbij is uitgegaan
van 14,5 miljoen volwassen verzekerden die twee minuten nodig hebben om kennis te
nemen van de nieuwe hoogte van het eigen risico. Kan de regering nader onderbouwen
waarom twee minuten realistisch is, gelet op de gelijktijdige effecten op het eigen
risico, de nominale premie en de zorgtoeslag?
De leden van de JA21-fractie lezen in het advies van het ATR dat de combinatie van
verhoging en tranchering het systeem aanzienlijk ingewikkelder maakt en dat het risico
bestaat dat de beoogde gedragseffecten uitblijven of anders uitpakken dan beoogd.
Kan de regering toelichten waarom de doenvermogentoets pas in het najaar wordt uitgevoerd?
Waarom is deze toets niet in een eerder stadium uitgevoerd?
De leden van de JA21-fractie vragen of de regering bereid is de uitkomsten van de
doenvermogentoets aan de Kamer te sturen voordat het ontwerpbesluit tranchering eigen
risico wordt vastgesteld. Kan de regering toezeggen dat de tranchering niet wordt
vastgesteld voordat de werkbaarheid voor verschillende groepen verzekerden aantoonbaar
is onderbouwd?
De leden van de JA21-fractie vragen hoe de regering de regeldruk voor zorgaanbieders
beoordeelt. Zorgaanbieders hebben immers ook een informatieplicht richting patiënten
over kosten van zorg. Welke extra vragen voor zorgaanbieders verwacht de regering
door de verhoging in 2027 en door de tranchering in 2028?
De leden van de SGP-fractie vragen waarom de regering geen uitvoeringstoets of invoeringstoets heeft uitgevoerd.
Het is voor de leden van de SGP-fractie onduidelijk hoe het vrijwillig eigen risico
moet worden uitgevoerd bij de voorgenomen aanpassing van het verplicht eigen risico.
Moet het vrijwillig eigen risico aangesproken worden voor- of nadat het verplicht
eigen risico in tranches is opgemaakt?
De zorgverzekeraars wijzen erop dat er ongewenste effecten zouden kunnen optreden
in aanloop naar de tranchering van het eigen risico. Het is niet ondenkbaar dat mensen
door de verhoging van het eigen risico in 2027 een behandeling gaan uitstellen tot
het moment dat in 2028 de tranchering van kracht wordt. Dit kan honderden euro’s schelen.
De leden van de SGP-fractie herkennen deze zorg. Hoe wil de regering deze ongewenste
gedragseffecten voorkomen?
De leden van de ChristenUnie-fractie zien dat verwezen wordt naar flankerend beleid om zorg betaalbaar te houden voor
iedereen. Daarbij wordt ook gerefereerd aan minimapolissen die via gemeenten aangeboden
worden en het reguliere armoedebeleid van gemeenten. Deze leden vragen daarom waarom
de regering over voorliggend wetsvoorstel geen overleg heeft gevoerd met de Vereniging
van Nederlandse Gemeenten (VNG)?
7. BUDGETTAIRE GEVOLGEN
De leden van de PVV-fractie lezen dat verzekerden door de verhoging naar verwachting € 437 miljoen meer gaan
betalen aan verplicht eigen risico in 2027. Kan de regering bevestigen dat dit bedrag
wordt opgebracht door mensen die zorg gebruiken? Hoe is dit bedrag verdeeld over leeftijdsgroepen,
inkomensgroepen en mensen met meerjarig zorggebruik?
Deze leden lezen daarnaast dat de regering rekent met € 613 miljoen lagere zorguitgaven
door een groter remgeldeffect. Welke zorg wordt naar verwachting niet meer geleverd
als gevolg van deze raming? Om welke typen zorg, specialismen of behandelingen gaat
het? Is in de raming rekening gehouden met hogere kosten op langere termijn doordat
noodzakelijke zorg wordt uitgesteld?
De leden van de CDA-fractie lezen in de budgettaire bijlage van het coalitieakkoord dat de tranchering van het
eigen risico op 150 euro vanaf 2028 een besparing van € 200 miljoen per jaar moet
opleveren. Deze leden vragen de regering toe te lichten hoe zij verwacht tot deze
besparing te komen en in de beantwoording de aan deze besparing onderliggende cijfers
en effecten toe te lichten.
De leden van de CDA-fractie lezen dat de regering een daling van de collectieve zorguitgaven
wordt verwacht. Hierbij wordt rekening gehouden met een daling van € 613 miljoen aan
zorguitgaven in 2027 door een verhoging van het zogeheten remgeldeffect. Deze lezen
ook dat als een rekening voor medisch-specialistische zorg hoger is dan € 150, en
er sprake is van een vrijwillig eigen risico, de zorgverzekeraar het bedrag boven
de € 150 voor rekening van het vrijwillig eigen risico kan brengen, ook als het totaalbedrag
van het verplicht eigen risico nog niet is bereikt. Deze leden vragen de regering
of zij verwacht dat dit effect heeft op het aantal mensen dat besluit om een vrijwillig
eigen risico af te sluiten en wat het effect hiervan is op het remgeldeffect en dientengevolge
de zorguitgaven na 2027.
De leden van de JA21-fractie lezen op pagina 13 van de memorie van toelichting dat het budgettaire effect bestaat
uit hogere opbrengsten uit het verplicht eigen risico en lagere zorgkosten door een
hoger kostenbewustzijn. Kan de regering per budgettaire post aangeven welke onzekerheidsmarges
gelden? Hoe gevoelig zijn de ramingen voor een lager of hoger remgeldeffect dan verondersteld?
De leden van de JA21-fractie vragen hoe de investering in de tranchering zich verhoudt
tot de geraamde maatschappelijke baten. Kan de regering een totaaloverzicht geven
van de implementatiekosten voor zorgverzekeraars, zorgaanbieders, softwareleveranciers
en de overheid, inclusief informatievoorziening, processen en aanpassing van ICT-systemen?
De leden van de JA21-fractie vragen in hoeverre deze implementatiekosten uiteindelijk
worden doorberekend in de premie. Kan de regering het netto-effect op de nominale
premie in 2027, 2028, 2029 en 2030 inzichtelijk maken, afzonderlijk voor de verhoging,
de indexering, de tranchering en de uitvoeringskosten?
De leden van de JA21-fractie vragen hoe de regering de lastenverzwaring uit de Voorjaarsnota
2026 betrekt bij de financiële effecten voor burgers. Kan de regering inzichtelijk
maken wat het totale effect is voor burgers wanneer zowel de lagere nominale premie,
de lagere zorgtoeslag, het hogere eigen risico en de compenserende lastenverzwaring
worden meegenomen?
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering of bij de inschatting van het remgeldeffect ook rekening is gehouden
met de gevolgen van zorgmijding en mogelijk hogere zorgkosten bij later ingrijpen
bij medische klachten. Zo nee, is hier een inschatting van te maken? Aanvullend vragen
deze leden of bekend is voor welke categorieën zorgvragen de zorg wordt uit- of afgesteld
als gevolg van het verhogen van het verplicht eigen risico.
De leden van de SP-fractie vragen de regering in hoeverre bij de berekening van de verwachte door de overheid
gestimuleerde zorgmijding (ook wel aangeduid als het remgeldeffect) rekening heeft
gehouden met het effect op uitgestelde zorg. Het eigen risico geldt immers enkel om
zorg waarvoor een verwijzing nodig is van een arts, die daarmee heeft bepaald dat
deze zorg noodzakelijk is. De kans is daarmee groot dat zorgmijding vanwege het eigen
risico leidt tot uitgestelde zorg, waardoor later die kosten alsnog moeten worden
gemaakt en soms zelfs meer kosten. In hoeverre is dit meegerekend?
8. ADVIES EN CONSULTATIE
Kan de regering een reactie geven op de specifiek aangestipte zorgen uit de samenvatting
van zorgaanbieders, zo vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie.
De leden van de PVV-fractie lezen dat de Raad van State vraagt om een meer consistente en voorspelbare koers
rond het verplicht eigen risico. Kan de regering aangeven hoe dit voorstel daaraan
bijdraagt, nu eerdere plannen juist uitgingen van verlaging van het verplicht eigen
risico? Kan de regering nader motiveren waarom de verhoging van € 60 noodzakelijk
en proportioneel is?
Deze leden lezen dat de Raad van State waarschuwt dat verwachtingen worden gewekt
over wat gemeenten voor kwetsbare groepen kunnen doen. Kan de regering aangeven of
gemeenten extra middelen krijgen om deze verwachtingen waar te maken? Heeft overleg
plaatsgevonden met de VNG en wat was daarvan de uitkomst?
De leden van de PVV-fractie constateren dat de internetconsultatie zag op eerdere
plannen voor verlaging van het verplicht eigen risico naar € 165 en tranchering met
tranches van € 50. Waarom is geen nieuwe internetconsultatie gehouden over de nu voorliggende
combinatie van verhoging naar circa € 455 en tranchering met tranches van € 150? Welke
kritiek van Zorgverzekeraars Nederland (ZN), patiëntenorganisaties en uitvoerders
is overgenomen en welke niet?
Kan de regering per adviespunt van het ATR aangeven wat concreet is aangepast naar
aanleiding van de kritiek op nut en noodzaak, werkbaarheid, alternatieven en regeldruk?
Kan de regering daarbij ook ingaan op stapeling van maatregelen voor kwetsbare groepen?
De leden van de JA21-fractie vragen of de regering per adviespunt van het ATR kan aangeven of dit volledig, gedeeltelijk
of niet is overgenomen. Kan de regering daarbij specifiek ingaan op de adviespunten
over ongewenste zorgmijding, werkbaarheid voor burgers, kwetsbare groepen en de herberekening
van regeldrukkosten?
De leden van de SGP-fractie vragen om een nadere toelichting waarom de regering het wetsvoorstel en het ontwerpbesluit
niet heeft aangeboden voor internetconsultatie. Het betreft immers de grootste stijging
van het verplicht eigen risico in jaren. Over het verhogen van het eigen risico wordt
in het publieke debat veel gesproken. Het ligt dan toch voor de hand dat hierover
een internetconsultatie plaatsvindt? Daarbij vinden de leden van de SGP-fractie het
niet juist dat de regering heeft gemeend om te kunnen volstaan met de inbreng uit
de internetconsultatie voor het wetsvoorstel van het kabinet-Schoof om het eigen risico
te halveren. Een significante verhoging van het eigen risico is een wezenlijk ander
voorstel dan een substantiële verlaging ervan. Een nieuwe internetconsultatie had
dan ook op zijn plaats geweest.
De leden van de SGP-fractie lezen dat ATR adviseert om een doenvermogentoets uit te
voeren. De leden van de SGP-fractie lezen dat de regering dit advies opvolgt, maar
de doenvermogentoets pas in het najaar uitvoert. Dit betekent dat de doenvermogentoets
alleen gebruikt kan worden voor de voorlichting en niet betrokken kan worden bij de
wetsbehandeling. Zij vragen waarom de regering er niet voor heeft gekozen om de doenvermogentoets
uit te voeren vóórdat het wetsvoorstel in het parlement wordt besproken. Zij verzoeken
de regering om dit alsnog te bewerkstelligen.
De leden van de ChristenUnie-fractie achten het niet deugdelijk dat voorliggend wetsvoorstel niet voorgelegd is voor internetconsultatie.
Kan de regering nader toelichten waarom zij deze keuze gerechtvaardigd acht?
9. GEVOLGEN VOOR CARIBISCH NEDERLAND
Over deze paragraaf zijn geen vragen gesteld.
10. INWERKINGTREDING EN COMMUNICATIE
Kan de regering toelichten wat de consequenties zijn als het wetsvoorstel niet door
beide Kamers komt voor het zomerreces, zo vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie. Wat is de uiterste datum dat voorliggend wetsvoorstel door beide Kamers aangenomen
dient te worden om een besparingsverlies te voorkomen? Wat is de omvang van een eventueel
besparingsverlies?
De leden van de PVV-fractie lezen dat de parlementaire behandeling uiterlijk begin juli 2026 moet zijn afgerond
om het verplicht eigen risico voor 2027 tijdig vast te stellen. Waarom wordt de Kamer
onder deze tijdsdruk gezet bij een wetsvoorstel met grote financiële gevolgen voor
miljoenen verzekerden?
De leden van de JA21-fractie lezen op pagina 18 van de memorie van toelichting dat de parlementaire behandeling
uiterlijk begin juli 2026 moet zijn afgerond om inwerkingtreding per 1 september 2026
mogelijk te maken. Kan de regering nader toelichten wat de gevolgen zijn als het wetsvoorstel
niet voor het zomerreces door beide Kamers wordt behandeld? Betekent dit dat de verhoging
pas een jaar later kan plaatsvinden of zijn er alternatieve routes?
De leden van de JA21-fractie vragen welke concrete communicatieverantwoordelijkheid
bij zorgverzekeraars, zorgaanbieders en de overheid komt te liggen. Kan de regering
aangeven wie het aanspreekpunt is voor verzekerden die vragen hebben over de samenloop
van het verplicht eigen risico, vrijwillig eigen risico, zorgtoeslag en tranchering?
De regering wil de verhoging van het eigen risico per 1 januari 2027 invoeren. Daarvoor
moet het voorstel nog voor de zomer in beide Kamers worden aangenomen. Het is echter
nu reeds duidelijk dat in de Eerste Kamer geen meerderheid is voor verhoging van het
eigen risico. De Eerste Kamer heeft immers in meerderheid de motie-Rosenmöller c.s.
aangenomen over niet verhogen van het eigen risico4. De leden van de SGP-fractie vragen de regering wat dit betekent voor het wetsvoorstel. Hoe kansrijk acht de regering
het wetsvoorstel überhaupt?
De leden van de SGP-fractie merken op dat de systematiek van het eigen risico complexer
wordt en daardoor ook moeilijker uitlegbaar wordt aan verzekerden. Welke rol ziet
de regering voor zichzelf weggelegd als het gaat om communicatie over de toekomstige
werking van het eigen risico?
De leden van de ChristenUnie-fractie begrijpen uit de memorie van toelichting dat er haast is met behandeling van het
wetsvoorstel om het wetsvoorstel tijdig in werking te kunnen laten treden. Deze leden
vragen echter hoe de regering (met een minderheidscoalitie in beide Kamers) verwacht
de verhoging van het eigen risico te kunnen realiseren, zonder dat er duidelijkheid
is over hoe de enveloppe voor tegemoetkoming voor chronisch zieken (om tegemoet te
komen aan het hogere verplicht eigen risico) uitgegeven wordt?
II ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
De leden van de PVV-fractie vragen de regering te bevestigen dat dit wetsvoorstel alleen ziet op de verhoging
van het verplicht eigen risico en dat de tranchering juridisch via het Besluit zorgverzekering
wordt geregeld. Welke ruimte heeft de Kamer nog om de hoogte van het verplicht eigen
risico voor 2027 aan te passen en op welk moment kan de Kamer nog invloed uitoefenen
op de hoogte, reikwijdte en uitvoering van de tranchering?
De leden van de JA21-fractie lezen dat artikel I regelt dat het eigen risico voor 2027 eerst wordt geïndexeerd
en vervolgens met € 60 wordt verhoogd. Kan de regering aangeven wanneer de ministeriële
regeling waarin het definitieve bedrag wordt vastgesteld naar de Kamer wordt gestuurd?
Kan de regering toezeggen dat de Kamer gelijktijdig wordt geïnformeerd over de onderliggende
raming van de zorguitgaven die tot de indexatie leidt?
De leden van de JA21-fractie lezen dat artikel III voorziet in inwerkingtreding per
1 september 2026. Kan de regering toelichten welke onderdelen van de uitvoering uiterlijk
op die datum gereed moeten zijn? Welke risico’s zijn er als de publicatie in het Staatsblad
later plaatsvindt dan voorzien?
De leden van de BBB-fractie lezen dat het wetsvoorstel vóór het zomerreces moet zijn aangenomen vanwege uitvoeringstechnische
redenen. Kan de regering toelichten waarom snelheid van invoering zwaarder weegt dan
zorgvuldigheid, nu belangrijke onderzoeken naar zorgmijding nog lopen en compensatiemaatregelen
nog niet zijn uitgewerkt?
III ONTWERPBESLUIT HOUDENDE TRANCHERING EIGEN RISICO MEDISCH-SPECIALISTISCHE ZORG
(TRANCHES VAN € 150)
De leden van de VVD-fractie begrijpen dat het verplicht eigen risico in de medisch-specialistische zorg, los
van onderhavig wetsvoorstel, wordt getrancheerd op maximaal € 150 per behandeling.
Deze leden vinden dit goed, omdat mensen nu niet in één keer het volledige bedrag
van het eigen risico verschuldigd zijn. Dit gaat zorgmijding tegen. Kan de regering
aangeven in welke mate zij door tranchering verwacht dat zorgmijding zal afnamen?
De leden van de VVD-fractie zijn hiernaast ook benieuwd of de regering kan toelichten
in welke mate de tranchering van het verplicht eigen risico invloed heeft op het kostenbewustzijn.
Kan de regering daarbij ingaan op wat het verhogen en de tranchering van het eigen
risico bijdraagt aan de beweging die we willen maken naar meer passende zorg?
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het ontwerpbesluit houdende tranchering van het verplicht
eigen risico in de medisch-specialistische zorg. Waarom is gekozen voor een maximumbedrag
van € 150 per rechtsgeldig in rekening gebracht tarief? Welke andere tranchebedragen
zijn onderzocht, waaronder € 50, € 100, € 125 en € 200, en wat waren daarvan de gevolgen
voor verzekerden, zorgvraag, premie, uitvoerbaarheid en budgettaire effecten? Klopt
het dat de eerdere internetconsultatie over tranchering uitging van tranches van € 50
en waarom is in het huidige ontwerpbesluit gekozen voor € 150?
De leden van de PVV-fractie lezen in hetzelfde Nivel-onderzoek dat ook bij een regeling
van maximaal € 150 eigen risico per behandeling bij een eigen risico van € 460 nog
twaalf procent van de verzekerden aangeeft dat dit waarschijnlijk of zeker een belemmering
vormt om zorg te gebruiken. Hoe verhoudt dit zich tot de stelling van de regering
dat de tranchering de toegankelijkheid van zorg vergroot?
Deze leden vragen hoe een verzekerde vooraf kan weten of één ziekenhuistraject leidt
tot één diagnose-behandelcombinatie (dbc), meerdere dbc’s, een vervolg-dbc, een add-on
of een overig zorgproduct (ozp). Hoe wordt voorkomen dat verzekerden meerdere rekeningen
ontvangen voor wat zij zelf ervaren als één behandeling of één opname?
Kan de regering toelichten waarom ggz-zorg door psychiaters in beginsel buiten de
tranchering valt, terwijl patiënten in de ggz ook hoge zorgkosten kunnen hebben? Acht
de regering het uitlegbaar dat geriatrische revalidatiezorg en door kaakchirurgen
geleverde mondzorg wel onder de tranchering vallen, maar ggz-zorg in beginsel niet?
De leden van de PVV-fractie vragen hoe de tranchering uitwerkt voor verzekerden met
een vrijwillig eigen risico. Kan de regering bevestigen dat kosten boven de € 150
per medisch-specialistische prestatie ten laste kunnen komen van het vrijwillig eigen
risico, ook wanneer het verplicht eigen risico nog niet volledig is volgemaakt? Kan
de regering duidelijke rekenvoorbeelden geven voor verzekerden zonder vrijwillig eigen
risico en met € 100, € 300 en € 500 vrijwillig eigen risico?
Deze leden lezen dat de tranchering pas per 1 januari 2028 kan ingaan vanwege de impact
op administratiesystemen en informatie- en communicatietechnologie (ICT) van zorgverzekeraars.
Welke concrete aanpassingen moeten zorgverzekeraars, zorgaanbieders en de Nederlandse
Zorgautoriteit (NZa) doen en wie betaalt de uitvoeringskosten? Welke risico’s zijn
er dat de invoering per 1 januari 2028 niet wordt gehaald?
Deze leden lezen dat naar verwachting ongeveer 1,3 miljoen verzekerden door de tranchering
gemiddeld circa € 100 minder verplicht eigen risico betalen, terwijl de regering tegelijk
rekent met € 318 miljoen lagere zorguitgaven door een groter remgeldeffect. Kan de
regering uitleggen waarom een maatregel die de financiële drempel tot medisch-specialistische
zorg verlaagt, tegelijkertijd tot minder zorggebruik zou leiden? Hoe verhoudt dit
zich tot de waarschuwing dat een lagere drempel voor ziekenhuiszorg juist extra druk
op ziekenhuizen en zelfstandig behandelcentra kan veroorzaken?
Kan de regering toezeggen dat na invoering wordt gemonitord wat de tranchering doet
met zorggebruik, wachttijden, betalingsproblemen, zorgmijding, verwijzingen, klachten
en uitvoeringskosten? Kan de regering de Kamer uiterlijk één jaar na invoering een
eerste evaluatie sturen, met bijzondere aandacht voor ouderen, chronisch zieken, mensen
met een laag inkomen en verzekerden met een vrijwillig eigen risico?
Kan de regering daarbij toezeggen dat in de monitoring ook wordt gekeken naar het
aandeel verzekerden dat zorg mijdt of verwacht te mijden vanwege het eigen risico,
uitgesplitst naar ervaren gezondheid, inkomen en financiële situatie?
De leden van de CDA-fractie lezen dat de tranchering gaat gelden voor dbc’s en ozp’s. Deze leden vragen de regering
om nader toe te lichten, zo mogelijk aan de hand van voorbeelden, hoe dit in zijn
werk gaat. In het bijzonder vragen deze leden aan de regering daarbij in te gaan op
de vraag of in die gevallen dat een patiënt na een vastgestelde zorgvraag en bijhorende
dbc een wijziging van dbc heeft omdat de initiële zorgvraag niet de juiste was, of
er nadere complicaties zijn gevonden waardoor de dbc moet wijzigen, dit ook zal leiden
tot een nieuwe tranche of dat dit binnen de oorspronkelijke tranchering valt.
De leden van de CDA-fractie lezen dat de regering ten behoeve van de begrijpelijkheid
en uitvoerbaarheid van de reikwijdte van de tranchering-maatregel ervoor kiest rekening
te houden met welke zorg verzekerden in het dagelijks spraakgebruik als medisch-specialistische
zorg beschouwen. Hierbij geeft de regering aan dat wat als medisch-specialistische
zorg wordt ervaren onder de tranchering van het eigen risico valt. Hoewel het volgens
deze leden positief is om aan te sluiten bij de belevingswereld van verzekerden moet
er volgens deze leden ook geconstateerd worden dat wat door verzekerden als medisch-specialistische
zorg ervaren wordt ook een hoge mate van subjectiviteit kan bevatten. Deze leden vragen
de regering daarom toe te lichten hoe zij weegt en vervolgens concludeert wat door
verzekerden als medisch-specialistische zorg wordt ervaren.
De leden van de CDA-fractie lezen dat voor de indexering van het maximumbedrag per
prestatie uit wordt gegaan van een verhouding tussen het bedrag aan verplicht eigen
risico en het ongegronde maximumbedrag van 33 procent. Deze leden vragen de regering
toe te lichten hoe zij tot deze verhouding van 33 procent is gekomen.
De leden van de CDA-fractie lezen dat zorgverzekeraars zich zorgen maken over het
feit dat de tranchering van het eigen risico de drempel naar ziekhuiszorg te laag
maakt en dat kan leiden tot omgekeerde substitutie, namelijk: dat mensen vaker zullen
kiezen voor duurdere ziekenhuiszorg in plaats van behandeling door de huisarts. Deze
leden vragen de regering hierop te reflecteren en aan te geven hoe zij zo mogelijk
dit effect met concrete maatregelen wil beperken.
De leden van de JA21-fractie hebben stevige vragen over de uitlegbaarheid, uitvoerbaarheid en doelmatigheid van
het ontwerpbesluit houdende tranchering eigen risico medisch-specialistische zorg.
Deze leden begrijpen de gedachte dat mensen bij medisch-specialistische zorg niet
in één keer het volledige eigen risico kwijt moeten zijn. Tegelijkertijd constateren
zij dat de gekozen uitwerking via behandelprestaties, dbc’s en overige zorgproducten
(ozp’s) voor verzekerden moeilijk te begrijpen kan zijn.
De leden van de JA21-fractie vragen hoe de regering het risico beoordeelt dat tranchering
leidt tot verminderd begrip en vertrouwen bij verzekerden, omdat de berekening plaatsvindt
op basis van dbc’s en ozp’s die niet altijd aansluiten bij de beleving van de patiënt
van «één behandeling». Acht de regering het wenselijk dat patiënten inzicht moeten
krijgen in de dbc-systematiek om hun eigen risico te kunnen begrijpen?
De leden van de JA21-fractie vragen of de regering inzicht kan geven in hoe vaak een
behandeling in de medisch-specialistische zorg bestaat uit meerdere dbc’s of ozp’s.
Hoe groot acht de regering de kans dat verzekerden ondanks de tranchering alsnog in
korte tijd het volledige eigen risico betalen doordat voor één ziekenhuisbezoek of
één zorgtraject meerdere prestaties worden gedeclareerd?
De leden van de JA21-fractie vragen hoe verzekerden eenvoudig en begrijpelijk kunnen
worden geïnformeerd over verschillen tussen medisch-specialistische zorg, farmacie
en geestelijke gezondheidszorg (ggz) in de toepassing van het eigen risico. Hoe wordt
uitgelegd dat voor sommige zorgvormen geen tranche geldt, terwijl voor medisch-specialistische
zorg per behandelprestatie een maximum van € 150 geldt?
De leden van de JA21-fractie vragen hoe wordt uitgelegd dat binnen één ziekenhuisbezoek
of één zorgtraject meerdere keren € 150 eigen risico in rekening kan worden gebracht.
Kan de regering voorbeelden geven van situaties waarin één patiënt door meerdere specialismen
wordt behandeld, bijvoorbeeld bij opname, intensive care of een vervolgtraject, en
hoe de tranchering dan uitwerkt?
De leden van de JA21-fractie vragen hoe de tranchering samenloopt met het vrijwillig
eigen risico. Deelt de regering de zorg dat verzekerden geconfronteerd kunnen worden
met meerdere, versnipperde eigen-risicobedragen, waarbij verplicht en vrijwillig eigen
risico door elkaar lopen? Hoe wordt voorkomen dat zorgverzekeraars hier verschillend
mee omgaan en verzekerden daardoor ongelijk worden behandeld?
De leden van de JA21-fractie vragen hoe wordt gewaarborgd dat er één uniforme landelijke
interpretatie komt van wat als medisch-specialistische prestatie geldt en wanneer
een tranche wordt toegepast. Wie stelt dit kader vast, wanneer is het gereed en hoe
worden geschillen tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars over de afbakening beslecht?
De leden van de JA21-fractie vragen welke systeemaanpassingen nodig zijn bij zorgverzekeraars,
zorgaanbieders en softwareleveranciers om de tranchering mogelijk te maken. Kan de
regering per ketenpartij aangeven wat de geschatte doorlooptijd, kosten en belangrijkste
uitvoeringsrisico’s zijn?
De leden van de JA21-fractie vragen welke inschatting de regering maakt van het aantal
extra vragen, bezwaren en klachten dat zorgverzekeraars en zorgaanbieders zullen ontvangen
als gevolg van de tranchering. Kan de regering deze inschatting onderbouwen en aangeven
of deze is getoetst bij zorgverzekeraars en zorgaanbieders?
De leden van de JA21-fractie vragen op welke recente en empirisch onderbouwde studies
de regering de verwachting baseert dat tranchering geen ongewenste toename van niet
medisch noodzakelijk gebruik van medisch-specialistische zorg veroorzaakt. Hoe beoordeelt
de regering het risico dat een lagere drempel tot medisch-specialistische zorg leidt
tot extra druk op huisartsen, doordat patiënten sneller om een verwijzing vragen?
De leden van de JA21-fractie vragen hoe de regering het risico beoordeelt dat tranchering
leidt tot omgekeerde substitutie, waarbij zorggebruik verschuift van eerstelijnszorg
naar duurdere medisch-specialistische zorg. Is dit risico betrokken bij de raming
dat de tranchering per saldo juist een besparing oplevert?
De leden van de JA21-fractie vragen hoe de regering voorkomt dat nieuwe of bestaande
aanbieders van medisch-specialistische zorg de lagere financiële drempel gebruiken
om zorgvraag aan te wakkeren. Welke rol ziet de regering hierbij voor zorgverzekeraars
in contractering en controle op passende zorg?
De leden van de JA21-fractie vragen hoe de regering de maatschappelijke baten van
tranchering concreet onderbouwt. Is de regering het ermee eens dat een maatregel die
moeilijk uitlegbaar is voor patiënten, aanzienlijke uitvoeringslasten en kosten met
zich meebrengt en mogelijk onbedoelde gedragseffecten heeft, alleen verantwoord is
als de maatschappelijke baten aantoonbaar en substantieel zijn? Kan de regering deze
baten kwantificeren?
De leden van de JA21-fractie vragen welke alternatieven zijn overwogen om de ervaren
financiële drempel voor medisch-specialistische zorg te verlagen zonder het eigen
risico verder te fragmenteren. Waarom is tranchering per dbc of ozp verkozen boven
alternatieven die beter aansluiten bij de beleving van de patiënt, zoals een maximum
per zorggebeurtenis, per zorgvraag of per kalenderperiode?
De leden van de JA21-fractie vragen of de regering bereid is het ontwerpbesluit pas
vast te stellen nadat de Kamer beschikt over de uitkomsten van de doenvermogentoets,
een geactualiseerde regeldrukberekening, een uitgewerkt communicatieplan en een nadere
onderbouwing van de gedragseffecten. Zo nee, waarom acht de regering vaststelling
verantwoord zonder deze stukken?
De leden van de BBB-fractie begrijpen de gedachte achter het beperken van hoge rekeningen ineens, maar hebben
grote twijfels of de voorgestelde tranchering dit probleem in de praktijk daadwerkelijk
oplost. Kan de regering bevestigen dat verzekerden alsnog in korte tijd met hoge bedragen
geconfronteerd kunnen worden wanneer zij gelijktijdig bij meerdere specialismen onder
behandeling zijn?
Klopt het dat meerdere dbc’s of zorgproducten ertoe kunnen leiden dat iemand alsnog
in één periode meerdere keren € 150 eigen risico verschuldigd is?
Kan de regering voorbeelden uitwerken van patiënten die:
• gelijktijdig bij meerdere specialismen lopen;
• te maken krijgen met een ziekenhuisopname plus vervolgbehandeling;
• zowel medisch-specialistische zorg als andere zorg uit het eigen risico ontvangen?
Kan de regering daarbij inzichtelijk maken hoeveel eigen risico deze patiënten in
korte tijd kwijt kunnen zijn? De leden van de BBB-fractie vragen de regering tevens
of hiermee niet het risico ontstaat dat mensen alsnog zorg mijden, omdat meerdere
«kleinere» bedragen samen alsnog een forse financiële last vormen.
Kan de regering toelichten waarom gekozen is voor € 150 per behandelprestatie en niet
voor lagere bedragen?
De leden van de BBB-fractie vragen bovendien hoe begrijpelijk en uitlegbaar het systeem
voor burgers nog is, zeker voor mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden of financiële
problemen. Kan de regering aangeven hoe wordt voorkomen dat mensen verrast worden
door meerdere losse rekeningen uit verschillende behandeltrajecten?
Tot slot vragen de leden van de BBB-fractie of de regering erkent dat tranchering
weliswaar de vorm van het eigen risico verandert, maar niet wegneemt dat mensen die
veel zorg nodig hebben uiteindelijk nog steeds de hoogste directe zorgkosten dragen.
De leden van de SGP-fractie lezen dat volgens de regering de tranchering het kostenbewustzijn bij verzekerden
versterkt. Het komt immers nu voor dat een verzekerde al na één behandeling zijn volledige
eigen risico moet betalen. Door de tranchering wordt de verzekerde langer gestimuleerd
om na te denken of een nieuwe behandeling of vervolgbehandeling passend is. De leden
van de SGP-fractie vragen of deze argumentatie is onderzocht en wetenschappelijk is
onderbouwd. Passen mensen inderdaad hun gedrag hier inderdaad op aan? Is hier ervaring
mee, bijvoorbeeld in andere landen?
De leden van de SGP-fractie vragen om een nadere toelichting waarom de regering kiest
voor het bedrag van € 150 en niet een ander hoger of lager bedrag.
De leden van de SGP-fractie vragen om verduidelijking of het bedrag per tranche (nu
€ 150) ook jaarlijks zal worden geïndexeerd. Zo ja, dan wijzen zij erop dat verzekerden
jaarlijks moeten gaan wennen aan twee maximumbedragen, namelijk een maximumbedrag
voor het vrijwillig eigen risico en het bedrag voor de tranches. Wat doet dit met
de begrijpelijkheid van het eigen risico? De zorgverzekeraars wijzen erop dat het
jaarlijks aanpassen van het eigen risico bij veel verzekerden leidt tot ongenoegen
en verwarring. Welke maatregelen treft het regering om dit te voorkomen?
De leden van de ChristenUnie-fractie zien tranchering van het eigen risico als een verbetering. De leden van de ChristenUnie-fractie
vragen de regering of zij inzicht kan geven in hoe vaak een behandeling bij de medische
specialistische zorg bestaat uit meerdere dbc’s of ozp’s. Hoe groot acht de regering
de kans dat verzekerden straks alsnog in één keer het gehele eigen risico moet betalen
door de tranchering te koppelen aan een dbc of ozp? Deze leden vragen de regering
ook of zij nader kan toelichten op basis waarvan zij verwacht dat het effect van de
tranchering sterker zal doorwerken in een lager beroep op de zorg dan in een afname
van de opbrengsten uit het eigen risico.
De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het ontwerpbesluit. Zij zien het voorstel niet als de oplossing
voor ongewenste zorgmijding, hoewel het voor een deel van de mensen een kostenbesparing
kan opleveren. Zij blijven daarom voorstander van volledige afschaffing van het eigen
risico. Zij hebben daarom nog een aantal vragen en opmerkingen.
De leden van de SP-fractie benadrukken dat het opknippen van het eigen risico er enerzijds
voor zou zorgen dat sommige mensen minder eigen risico hoeven te betalen, maar dat
mensen anderzijds vaker worden gestimuleerd om zorg te mijden. De kans bestaat daardoor
dat de hoeveelheid uitgesteld zorg zou stijgen. Hoe kijkt de regering naar dit risico?
De leden van de SP-fractie wijzen er daarnaast op dat het opknippen van het eigen
risico voor een grote groep mensen geen oplossing is voor de problemen die zij ervaren
door het eigen risico. Mensen met een chronische ziekte en/of beperking zullen naar
verwachting vaak alsnog het volledige eigen risico volmaken. Waarom kiest de regering
daarom niet voor een verlaging of afschaffing, in plaats van deze maatregel?
De leden van de SP-fractie vragen of het klopt dat mensen die afhankelijk zijn van
ggz niet in aanmerking komen voor deze maatregel. In de ggz wordt immers niet meer
gewerkt met dbc’s. Wat doet de regering om zorgmijding in de ggz te voorkomen?
De voorzitter van de vaste commissie, Mohandis
Adjunct-griffier van de vaste commissie, Heller
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M. Mohandis, voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede ondertekenaar
M. Heller, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.