Brief regering : Reactie op verzoek commissie inzake het manifest 'Naar betaalbare zorg voor iedereen'
29 689 Herziening Zorgstelsel
Nr. 1331
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 juni 2026
In uw brief dd. 18 december 2025 vraagt u mijn reactie op het door de commissie VWS
in ontvangst genomen manifest «Naar betaalbare zorg voor iedereen». Het manifest gaat
over onderwerpen die zowel behoren tot mijn eigen portefeuille als tot de portefeuille
van de Minister van Langdurige zorg, Jeugd en Sport. Ik beantwoord deze dan ook mede
namens mijn collega.
Het kabinet wil de ondertekenaars allereerst hartelijk bedanken voor het manifest
en de oproepen die zij daarin delen. Allereerst mijn excuses voor de late reactie.
In dit manifest doen de belangenorganisaties een vijftal oproepen. Hieronder leest
u de reactie per oproep.
Stop de stapeling van zorgkosten
In het manifest wordt gepleit voor het invoeren van een maximumbedrag aan eigen bijdragen.
Het kabinet begrijpt de aandacht voor de stapeling van zorgkosten en de financiële
toegankelijkheid van zorg.
Onze zorg is gebouwd op solidariteit. Gezonde mensen betalen mee aan de zorgkosten
van burgers die ziek zijn. Mensen met een hoog inkomen betalen meer dan mensen met
een laag inkomen terwijl we onder andere via de zorgtoeslag de zorg betaalbaar houden
voor lagere inkomens. We betalen veel samen en als je daadwerkelijk zorg of ondersteuning
gebruikt, komt daar ook een eigen financiële bijdrage bij. Het kabinet verhoogt het
eigen risico, wat ook leidt tot lagere zorgpremies. Daarnaast voert het kabinet een
eigen bijdrage in de jeugdhulp en de wijkverpleging in. Ten slotte maakt het kabinet
ook de keuze om de huishoudelijke hulp niet meer als maatwerkvoorziening aan te bieden.
Zo houden we de zorgkosten beheersbaar en zorgen we ervoor dat gezonde mensen ook
in de toekomst solidair willen blijven met mensen die zorg nodig hebben.
Deze noodzakelijke keuzes kunnen forse consequenties hebben en dat realiseert het
kabinet zich. De zorgen die de Kamer heeft over de stapeling van deze maatregelen
voor specifieke groepen hebben we goed gehoord. Het kabinet ziet het als haar taak
om de maatregelen zorgvuldig vorm te geven, waarbij oog is voor het totale effect
van de maatregelen op het besteedbaar inkomen.
Het kabinet vindt het uiteraard onwenselijk als mensen een te hoge financiële drempel
ervaren om noodzakelijke zorg af te nemen en heeft, zoals reeds beschreven, aandacht
voor de stapeling van eigen betalingen. Allereerst wordt opgemerkt dat er in de vormgeving
van de eigen betalingen rekening mee wordt gehouden hoe de stapeling van verschillende
eigen bijdragen te beperken. Zo is er bijvoorbeeld de anticumulatiebepaling, die ervoor
zorgt dat bepaalde eigen bijdragen niet met elkaar stapelen.
Daarnaast monitort het kabinet de eigen bijdragen en in hoeverre deze stapelen met
de monitor stapeling eigen bijdragen.1 Deze monitor is opgezet om in de gaten te houden in hoeverre eigen bijdrages in de
Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) en
de Wet langdurige zorg (Wlz) bij elkaar op kunnen tellen. De inzichten uit deze monitor
worden meegenomen in het vormgeven van nieuw beleid.
De monitor stapeling eigen bijdragen kijkt naar voorgaande jaren en daarmee naar maatregelen
die reeds zijn ingevoerd. Om ook inzichtelijk te maken in hoeverre de voorgenomen
maatregelen uit het coalitieakkoord mogelijk stapelen, werkt het kabinet in lijn met
de motie Stoffer2 dan ook samen met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om de verschillende
maatregelen uit het coalitieakkoord te analyseren op stapeling en impact op het besteedbare
inkomen. Bij het nader uitwerken van de maatregelen zullen de uitkomsten van deze
analyse dan ook meegenomen worden. De resultaten van deze analyse zullen vóór het
zomerreces aan uw Kamer worden gezonden.
Verruim de toegang tot zorg
In het manifest wordt opgeroepen het basispakket te verruimen en zo onnodige medisch-specialistische
zorg te voorkomen. Als voorbeeld worden in het manifest mondzorg, fysiotherapie en
verschillende soorten medicatie en anticonceptie genoemd. Deze zorgvormen zitten deels
wel en deels niet in het basispakket. Dit is veelal vanwege budgettaire redenen (zowel
kosteneffectiviteit als budgetimpact), of omdat er onduidelijkheid over de effectiviteit
is of er geen medische indicatie is. Deze vormen van zorg kunnen ook veelal aanvullend
worden verzekerd.
Het kabinet deelt de oproep dat de zorg toegankelijk moet zijn en onnodige medisch-specialistische
zorg voorkomen moet worden. Daarom zet het kabinet onder andere in op passende zorg
als norm, het versterken van de eerstelijnszorg en op preventie en welzijn. We implementeren
passende zorg en de-implementeren niet-passende zorg in de aanspraak sneller. We gaan
scherpere eisen stellen aan pakketwaardigheid van zorg en we regelen dat het Zorginstituut
Nederland, zorgverzekeraars, zorgaanbieders en zorgverleners die eisen daadwerkelijk
kunnen toepassen in hun rol. Immers, het kabinet wil niet dat zorg wordt vergoed die
geen meerwaarde heeft voor de patiënt. Het streven van deze aanpak is juist om de
toegang tot passende zorg te vergroten.
Tegelijkertijd is de betaalbaarheid van zorg ook een belangrijk aandachtspunt.
Door het opnemen van de genoemde zorgvormen in het basispakket, zullen de collectieve
zorguitgaven stijgen. Daardoor nemen de zorgpremie en inkomensafhankelijke bijdrage
toe, wat de toegankelijkheid van zorg niet ten goede komt. Eventuele toevoegingen
aan het basispakket vereisen dan ook een zorgvuldige afweging.
Daarbij vindt het kabinet het belangrijk om op te merken dat er voorwaarden gelden
voordat zorg in aanmerking komt voor opname in het basispakket. Zoals het wettelijke
vereiste dat er sprake moet zijn van een medische indicatie om zorg te krijgen. Ook
geldt de wettelijke voorwaarde dat zorg pas kan worden opgenomen in het basispakket
als deze bewezen effectief is. Bij sommige vormen van zorg die worden genoemd in het
manifest, zoals bij bepaalde medicijnen en fysiotherapie, is dat bewijs nog onvoldoende.
Dan kan nog niet van passende zorg gesproken worden.
Voldoende en gelijke toegang, ongeacht woonplaats
Een belangrijk fundament van gedecentraliseerde wetgeving is het hebben van beleidsruimte
voor gemeenten. Ruimte om beleid te kunnen voeren passend bij de lokale situatie,
verankerd in de lokale verordening, dan wel lokale beleidsregels. Deze beleidsruimte
kan gemeentelijke verschillen tot gevolg hebben. Dat neemt niet weg dat het van belang
is om kritisch te blijven kijken naar de uitvoering van wettelijke taken waar Rijk
en gemeenten gezamenlijk verantwoordelijk voor zijn.
Daarom is in het «Houdbaarheidsonderzoek Wmo 2015» aandacht besteed aan de diversiteit
in de uitvoeringspraktijk en gekeken naar de reikwijdte van beleidsruimte van gemeenten.
Het Houdbaarheidsonderzoek is op 26 november 2025 aangeboden aan de Kamer. Het onderzoek
brengt in kaart voor welke keuzes Rijk en gemeenten staan om Wmo-ondersteuning nu,
en in de toekomst, beschikbaar en toegankelijk te houden. Het houdbaarheidsonderzoek
kan een basis vormen voor het kabinet en gemeenten vanuit de aanbevelingen uit het
onderzoek, gezamenlijk vorm geven aan de toekomstige inrichting van de Wmo 2015.
Het kabinet vindt het belangrijk dat gemeenten zelf initiatief nemen om uitvoering
te geven aan het VN-verdrag Handicap. Ook het VN-verdrag Handicap roept op tot het
maken van (lokaal) inclusiebeleid in nauwe samenspraak met inwoners met een beperking
en organisaties die hen vertegenwoordigen. In de eerste werkagenda voor implementatie
van het VN-Verdrag Handicap is opgenomen dat VWS en VNG verschillen tussen gemeenten
in kaart brengen die door mensen met een beperking als oneerlijk worden ervaren. Op
basis daarvan wordt gekeken welke stappen gezet zouden kunnen worden om deze verschillen
te beperken. Deze verkenning vindt momenteel plaats.
In de werkagenda zijn ook enkele maatregelen opgenomen waarbij aandacht is voor verschillen
tussen gemeenten. Zo bekijkt het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hoe
werkwijzen en voorwaarden van aanvraagprocessen voor werkvoorzieningen landelijk meer
bij elkaar kunnen aansluiten. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat onderzoekt
samen met gemeenten of duidelijke afspraken over ontheffingsstickers voor aangepaste
fietsen gemaakt kunnen worden om de uitgaven en toepassing te uniformeren. Verder
vindt het kabinet het van belang om samen met VNG goede voorbeelden die er al zijn
voor afstemming tussen gemeenten om de verschillen te verkleinen verder te verspreiden.
Bereken uitkeringen en eigen bijdragen voor zorg op individuele basis
In het manifest wordt bepleit de eigen bijdrage in de Wlz te bepalen op individuele
basis. Met enige regelmaat wordt bijvoorbeeld gesteld dat regelgeving op basis van
de Wlz trouwen3 financieel zeer onaantrekkelijk maakt. De achtergrond van het heffen van een eigen
bijdrage is dat het redelijk wordt geacht de gebruiker van zorg bij te laten dragen
in de kosten van zorg. De gedachte die uitgaat van de eigen bijdrage sluit in die
zin ook aan bij de eigen (financiële) verantwoordelijkheid van de zorggebruiker die
beoogd werd met de Wlz. Cliënten met een hoger inkomen en vermogen kunnen een groter
deel van hun zorgkosten zelf dragen dan cliënten met een lager inkomen en vermogen.
De eigen bijdragen voor zorg op grond van de Wlz zijn daarmee afhankelijk van de leveringsvorm
en de financiële draagkracht van de persoon die zorg nodig heeft, evenals de draagkracht
van een eventuele partner (gehuwd, geregistreerd partner of een gezamenlijk huishouden
voerend). Het laatste betekent dat de eigen bijdrage wordt vastgesteld op basis van
het verzamelinkomen. Dit is in de wet opgenomen in het licht van wederzijdse solidariteit.
De Wlz-kosten zijn hoog en vragen een grote mate van solidariteit van de samenleving.
Het is daarom verdedigbaar eenzelfde solidariteit te verwachten binnen een huwelijk,
geregistreerd partnerschap of gemeenschappelijk huishouden. In die situaties mag worden
verwacht dat men voor elkaar zorgt. Daarom wordt het verzamelinkomen van de cliënt
en partner samen meegenomen in de berekening van de eigen bijdrage.4 Dat naar huishoudinkomen wordt gekeken geldt zowel voor het bijdragen in deze kosten
als voor diverse vormen van inkomensondersteuning, zoals voor de toeslagen.
Vergoed mantelzorg
In het manifest wordt het belang van mantelzorgers benadrukt. Het kabinet is het ermee
eens dat mantelzorgers van onschatbare waarde zijn. Daarom werkt het kabinet met het
Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg en Mantelzorgagenda 2023 – 2026 aan de erkenning en
ondersteuning van mantelzorgers. Bijvoorbeeld door met zorgverzekeraars, zorgkantoren
en gemeenten afspraken te maken over de organisatie van respijtzorg, dat mantelzorgers
een adempauze biedt om zo de zorg voor hun naaste vol te houden.
Op 19 februari 2026 heeft de Sociaal-Economische Raad (SER) daarnaast haar advies
«Mantelzorg en werk in een zorgzame samenleving» over een toekomstbestendige combinatie
van werk en mantelzorg gepubliceerd. De SER heeft dit advies opgesteld op verzoek
van de bewindspersonen van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, het
Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap en het Ministerie van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid5.
Het kabinet komt conform de motie Struijs c.s.6 met een breed plan op welke wijze mantelzorgers ondersteund en gefaciliteerd worden.
Het SER-advies zal in dit plan worden meegenomen.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
S.T.M. Hermans
Ondertekenaars
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport