Stenogram : Vragenuur: Vragen van het lid Jumelet aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat over het bericht "Gemeenten gefrustreerd over 30km-wegen, want 'kunnen amper boetes uitdelen'".
3 Vragenuur
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 52
Te raadplegen sinds
2026-05-28Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 52
Vragenuur
Vragen Jumelet
Vragen van het lid Jumelet aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat over het bericht "Gemeenten gefrustreerd over 30km-wegen, want 'kunnen amper boetes uitdelen'".
De voorzitter:
Ik vraag de heer Jumelet het woord te nemen voor zijn vragen aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat. Dat doet hij namens de fractie van het CDA. Gaat uw gang.
De heer Jumelet (CDA):
Voorzitter, het zou goed zijn als iedereen een keer naar Westerbork zou gaan. Dat is, denk ik, zojuist wel duidelijk geworden.
Een heel ander onderwerp nu. Stelt u zich voor dat u wethouder bent. Deze minister kan zich dat voorstellen; hij weet wat het is. Op weg naar het gemeentehuis kom je elke dag langs een zeer onveilig kruispunt. Elke dag weer hou je je hart vast en hoop je dat de scholieren op weg naar de middelbare school veilig kunnen oversteken. Je komt op kantoor aan. Je bent als wethouder verantwoordelijk voor de fietsveiligheid in je gemeente en je probeert al jaren om het probleem op te lossen. De snelheid is teruggebracht naar 30 kilometer en de inrichting van de weg is aangepast. Deze maatregelen neem je natuurlijk niet voor niets, maar je hebt hulp van het Rijk nodig voor handhaving en dat duurt maar. Je hebt geprobeerd om er samen met het Rijk uit te komen. Dit is geen hypothetisch voorbeeld. Het is iets waar heel veel wethouders verkeersveiligheid tegenaan lopen.
Uit het onderzoek van de NOS blijkt iets wat we al heel lang weten, namelijk dat wethouders die elke dag verantwoordelijk zijn voor de verkeersveiligheid tegen een muur aan lopen. 30 kilometer is prima, maar hoe handhaaf je dat? Eerlijk gezegd schrok ik toch wel van de reactie van de minister: waar ik kan helpen om de verkeersveiligheid te verbeteren, zal ik dat zeker gaan doen. Dat lijkt een beetje op meeveren maar nog geen actie ondernemen. Ook de collega, de heer Van Weel, die hier zojuist nog aanwezig was, gooit de deur eigenlijk een beetje halfdicht voor de oplossingen die wethouders aandragen op het gebied van flitspalen. In de kern heb ik de volgende vraag. Wat gaat deze minister doen om de lokale verkeersveiligheid te verbeteren? Ik vraag hem niet alleen om te bezien of de verkeersinrichting anders moet of om te kijken hoe we samen kunnen optrekken. Nee, de vraag is wat we gaan doen om concreet samen op te trekken met gemeenten om de lokale veiligheid te verbeteren.
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Karremans:
Dank voorzitter. Ik begreep dat de heer Jumelet vandaag jarig is. Uiteraard krijgt hij de felicitaties van het hele kabinet, maar daarvoor zijn we hier niet.
De voorzitter:
En hierbij ook namens de Kamer, meneer Jumelet.
De heer Jumelet (CDA):
Dank u wel, dank u wel.
Minister Karremans:
Nou, dan hebben we dat gehad. De heer Jumelet beschreef treffend het voorbeeld van de wethouder die elke dag naar zijn of haar werk gaat en langs een verkeersonveilige plek rijdt. Voor mij gold dat zeker ook. Twee jaar geleden was ik nog wethouder. Ik fietste altijd naar het stadhuis en ik kwam niet langs één onveilige plek, maar langs vele. Als wethouder mobiliteit of verkeer ben je verantwoordelijk voor de verkeersveiligheid in jouw stad. Zo was ik dat voor Rotterdam. Met de verkeersveiligheid ging het in Rotterdam, net als in heel veel andere gemeenten en steden, niet goed. Sterker nog, we denderden achteruit. Het aantal verkeersdoden en -gewonden stagneerde. De dalende trend die we te pakken hadden in de decennia na de jaren zeventig, stagneerde. We zagen het aantal in 2023 zelfs een beetje toenemen.
Nu heeft verkeersveiligheid grofweg met vier aspecten te maken: weginrichting, gedrag, voertuigen en handhaving. Inzet op al die vier elementen is nodig om uiteindelijk het aantal doden en gewonden terug te dringen. Wat betreft weginrichting kunnen gemeenten natuurlijk heel veel: drempels aanleggen, wegversmallingen, belijning. Dat deed ik als wethouder ook. Ik heb zelf, nota bene als VVD'er, 110 straten in Rotterdam teruggebracht van 50 naar 30 kilometer per uur, maar wel vanwege de verkeersveiligheid en niet om andere redenen. Andere wethouders in andere gemeenten kunnen dat ook.
Maar ja, ook handhaving is hier onderdeel van. Het plan dat de heer Jumelet beschreef, over de wethouders, heb ik twee jaar geleden zelf gemaakt. Daar kwam ik zelf mee richting Den Haag. Diezelfde wethouders, oud-collega's van mij, vragen nu om actie. Die actie kunnen ze ook krijgen van deze minister, want we gaan daarmee aan de slag. Voor het commissiedebat over verkeersveiligheid zal ik samen met mijn collega-minister Van Weel, die verantwoordelijk is voor verkeershandhaving, aan de Kamer laten weten wat onze inzet en actie daarop is. Verkeershandhaving en verkeersveiligheid gaan namelijk hand in hand. Bij de uitloop van de ministerraad van afgelopen week werden wij daarop bevraagd. Het antwoord is vaak wat ingewikkelder dan je zou willen; dat weet ik als oud-wethouder ook. Je hebt namelijk ook te maken met toegang tot het recht en ervoor zorgen dat de hele rechtsketen niet verstopt raakt, maar er moet wel wat gebeuren, want verkeersveiligheid is een opgave in elke gemeente in Nederland.
De heer Jumelet (CDA):
Ik ben blij met de woorden van de minister. Toch nog even wat meer. We weten bijvoorbeeld dat er in dorpen en wijken vooral aan verkeersveiligheid wordt gewerkt door bijvoorbeeld 30 kilometerzones te maken. Dan worden er vervolgens in de inrichting drempels gelegd en komen er wegversmallingen en hier en daar een bloembak, maar vervolgens hoor je ook terug dat dat weer lastig is voor het ov en dat het allerlei problemen oproept voor ambulances en trekkers, die ook hun weg moeten weten te vinden. De vraag aan de minister is dus: hoe denkt hij vanuit het coalitieakkoord invulling te geven aan die vier aspecten, waar ook handhaving bij hoort? Wat betreft de mobiele flexibele snelheidscamera's is mijn vraag of de gemeenten daar ook een rol in kunnen krijgen. Kan daar samen in worden opgetrokken, om de verkeersveiligheid langs die vier lijnen nadrukkelijk aan de orde te hebben?
De voorzitter:
De minister, voor een kort en bondig antwoord.
Minister Karremans:
Dat laatste is er al, want de gemeentes zijn de aanvragers van die flitsers. Die kunnen ze aanvragen. Dat gaat ook in overleg tussen de gemeente, de politie en het Openbaar Ministerie. Het Openbaar Ministerie bepaalt uiteindelijk. Anders dan twee jaar geleden, toen ik als wethouder aan de bel trok, is het standpunt van het OM niet meer dat er altijd sprake moet zijn van een andere weginrichting. Ik ben het namelijk met de heer Jumelet eens: als er een tram door een straat gaat, dan is het heel lastig om daar een drempel aan te leggen. Ik heb nog nooit een tram over een drempel zien gaan. Ik weet niet of de voorzitter dat wel heeft gezien, maar volgens mij ook niet, want dat kan helemaal niet. Dan wil je kijken naar andere maatregelen en dan is handhaving vaak nog de enige mogelijkheid die je hebt. Dat pak ik dus ook op, samen met mijn collega Van Weel.
De heer Jumelet (CDA):
Laatste opmerking. Ik moet zeggen dat ik eerder, als gedeputeerde in Drenthe, een andere ervaring had met het plaatsen van flitspalen. Er zat toch een heel aantal criteria aan vast om daar uiteindelijk voor de handhaving gebruik van te kunnen maken. Maar ik ben blij met het antwoord, want ik denk dat het heel erg nodig is om die hele aanpak rond te maken. Daar hoort handhaving gewoon bij, dus ik ben blij met dit antwoord. Ik zie uit naar de acties. Ik denk dat heel veel gemeenten heel blij zijn dat hier nadrukkelijk actie op wordt ondernomen.
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Bikkers (VVD):
Ik neem wel een patroon waar. Dat patroon is dat ik vaak linkse gemeentebesturen zie die ongericht wegen afwaarderen naar 30 kilometer per uur. Ik zou de minister willen vragen of hij beaamt dat dat ongerichte afwaarderen naar 30 kilometer per uur uiteindelijk soms averechts werkt voor de verkeersveiligheid. Als hij dat beaamt, wat kunnen we daar dan met elkaar aan doen?
Minister Karremans:
Dat klopt. Het werkt ook averechts. Als je een snelheidslimiet van 30 kilometer per uur invoert op een weg die eigenlijk uitnodigt om door te rijden, dan werkt dat heel verwarrend. Er zijn veel onderzoeken gedaan, onder andere door de SWOV, waaruit blijkt dat het de verkeersonveiligheid eigenlijk alleen maar vergroot. Toch zie ik ook bij deze gemeenteraadsverkiezingen heel veel partijen campagne voeren om een limiet van 30 kilometer per uur in te voeren in bepaalde straten die daar absoluut niet voor geschikt zijn. Daar vind ik vanuit mijn vakministerschap natuurlijk heel veel van. Daarover zullen we ook in overleg moeten treden met gemeenten. Dat zal ik doen als verantwoordelijk minister voor verkeersveiligheid in Nederland. Uiteindelijk zijn gemeenten wel wegbeheerder en mogen zij zelf bepalen hoe zij dat invullen, maar wij hebben niet voor niets in Nederland, ook om het allemaal een beetje hetzelfde te houden, in alle gemeenten richtlijnen voor hoe je wegen inricht. Daar zullen we de gemeenten, waar we kunnen, aan houden, maar uiteindelijk zijn zijzelf de verantwoordelijke wegbeheerder.
De heer Vermeer (BBB):
Deze vraag gaat volgens mij niet over waar wel of niet 30 kilometer per uur gehandhaafd moet worden of waar wel of geen drempels moeten zijn. Dat zijn inderdaad zaken die een gemeente zelf bepaalt. De vraag gaat over het volgende. Ik vind de minister toch vaag. Hij zegt "er komt een actieplan" en "dat ligt er al". Ik wil gewoon weten: gaan gemeentes meer hulp krijgen bij de handhaving, ja of nee?
Minister Karremans:
Ja.
De heer Vermeer (BBB):
Oké.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Het is eigenlijk best wel een beetje een rare figuur, want de minister reageert nu op een actieplan dat hijzelf twee jaar geleden als wethouder gepresenteerd heeft. Dat is een bijzondere figuur.
Minister Karremans:
Wij van WC-Eend …
De voorzitter:
Nee, nee, nee, minister. De heer De Hoop heeft het woord. Dat weet u.
Minister Karremans:
Excuus.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Een van de dingen die de minister toen ook zei, is dat hij er helemaal klaar mee was dat hij van de toenmalige minister van Infrastructuur en Waterstaat hoorde: ga maar drempels aanleggen; je moet met de weginrichting bezig. De heer Karremans, de toenmalig wethouder in Rotterdam, zei: ik heb dat geld helemaal niet en dan ben ik tot 2089 bezig, dus in de tussentijd heb ik gewoon flitspalen nodig. De minister zei dat er een actieplan komt samen met JenV. Gaat de minister er dan ook daadwerkelijk voor zorgen dat die flitsmogelijkheden er voor gemeenten zijn? Ik wil in de brief graag een reflectie op het Vlaamse concept, waar dat wel al mogelijk is.
Minister Karremans:
De heer De Hoop heeft de band goed teruggespoeld, want dit klopt allemaal. Dat heb ik allemaal gezegd als wethouder. Eén ding klopte alleen niet. De minister van IenW zei dat namelijk niet. Het gaat over het OM. Dat bepaalt en zegt dat flitspalen om een bepaalde reden niet of wel worden geplaatst. Ik begreep ook dat de afgelopen twee jaar, ook naar aanleiding van het plan … Het was niet alleen mijn plan. Het was een plan van onder anderen — hoe heet ze? — Lot van Hooijdonk uit Utrecht en Melanie van der Horst uit Amsterdam, dus dit was echt een breedgedragen plan van wethouders van alle kleuren die zeiden: we willen hier wat aan doen. Sindsdien heeft het OM het standpunt losgelaten dat ze alleen flitspalen plaatsen op wegen waar de weginrichting is aangepast. Dat doen ze niet meer. Het aantal flitspalen is sindsdien ook flink uitgebreid. In het coalitieakkoord staat ook dat we hier meer werk van gaan maken. Daar ga ik samen met mijn collega Van Weel invulling aan geven. Dat doen we met alle liefde, zeg ik erbij.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor zijn beantwoording en zijn aanwezigheid.