Stenogram : Vragenuur: Vragen van het lid Ellian aan de minister van Justitie en Veiligheid over het bericht "Afschuw om aanslag op synagoge in Rotterdam, politie onderzoekt beelden met terreurclaim over 'aanval op Joden'".
2 Vragenuur
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 52
Te raadplegen sinds
2026-05-28Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 52
Vragenuur
Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 12.3 van het Reglement van Orde.
Vragen Ellian
Vragen van het lid Ellian aan de minister van Justitie en Veiligheid over het bericht "Afschuw om aanslag op synagoge in Rotterdam, politie onderzoekt beelden met terreurclaim over 'aanval op Joden'".
De voorzitter:
Aan de orde is het mondelinge vragenuur. Ik heet de minister van Justitie en Veiligheid van harte welkom. Ik geef het woord aan de heer Ellian voor zijn vragen aan de minister namens de fractie van de VVD.
De heer Ellian (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Afgelopen week werd Nederland opgeschrikt door twee laffe terroristische aanslagen: één op een synagoge in Rotterdam en één op een school in Amsterdam. Ik begrijp dat er inmiddels vier verdachten zijn aangehouden. Daarvoor dank ik de politie en alle betrokkenen die daaraan hebben bijgedragen.
Voorzitter. Zondagochtend sprak ik met een vertegenwoordiging uit de Joodse gemeenschap. Het trof mij dat zij tegen mij zeiden: "Dit is wat je krijgt als je niets doet aan de voedingsbodem van antisemitisme. Dit is wat je krijgt: geweld tegen de Joodse gemeenschap." Wat is die voedingsbodem dan? Ik en vele collega's hebben er al herhaaldelijk aandacht voor gevraagd: Joodse docenten die niet meer veilig college kunnen geven, mensen die op hun werk moeten uitleggen wat ze van Israël vinden, omdat ze Joods zijn, een hovenier die geen klusje wil doen aan een Joods object, voorstellingen die geannuleerd worden. Zo zijn er talloze voorbeelden. De Joodse gemeenschap heeft één vraag. Dat trof mij, dus die vraag stel ik, via u, voorzitter, aan de minister. Gaan we onze rug een keer recht houden? Gaan we iets doen tegen die voedingsbodem van antisemitisme?
Minister Van Weel:
Voorzitter, dank. Laat ik beginnen met te zeggen dat ik de aanslagen op de synagoge in Rotterdam en de joodse school in Amsterdam verafschuw. Het zijn laffe daden: een gemeenschap intimideren met geweld tegen een synagoge en een school. Een synagoge zou een veilig huis voor Joden moeten zijn. Een school zou een onbezorgde plek voor kinderen moeten zijn. Antisemitisme, intimidatie en geweld tegen Joden mogen geen plaats hebben in Nederland. We moeten dit als kabinet, maar ook als samenleving, hard veroordelen.
De verdachten uit Rotterdam worden verdacht van het veroorzaken van een explosie, brandstichting en poging tot brandstichting, allemaal met een terroristisch oogmerk. Ik sluit me aan bij de complimenten voor de politie voor dit adequate en snelle optreden. Daarnaast wordt onderzocht of er een samenhang bestaat tussen de aanslagen in Rotterdam en Amsterdam en in hoeverre er samenhang bestaat met de internationale ontwikkelingen. Alles wijst er tot nu toe op dat de jongeren in Rotterdam zijn geronseld. De mogelijkheid dat Iran betrokken is bij deze aanslag wordt nadrukkelijk onderzocht.
Ik heb de afgelopen dagen, naast dat ik me heb gebogen over de veiligheidssituatie en de onmiddellijke maatregelen die nodig zijn voor bescherming, veel gesprekken gevoerd met de Joodse gemeenschap. Deze gesprekken, net als die met u, hebben mij diep geraakt en motiveren me om antisemitisme hard te blijven aanpakken. We moeten antisemitisme altijd keihard veroordelen. Hier ligt niet alleen een rol voor het kabinet of voor de veiligheidspartners, maar ook voor de hele maatschappij. Het gevoel van onveiligheid bij Joden in Nederland is niet nieuw. In mijn eerste termijn als minister van Justitie heb ik zelf al vele van deze verhalen gehoord. Het gaat om zaken als niet meer kunnen optreden, altijd onder beveiliging gaan, kinderen die worden uitgescholden op school, Joden die hun keppeltje niet meer opdoen, Joden die hun davidster op hun rug dragen als ze door bepaalde buurten lopen. Het is onacceptabel, maar het sluimert wel. Hoewel de materiële schade van deze aanslagen beperkt is, worden ze terecht gevoeld als een regelrechte aanslag op het Joodse leven in Nederland.
Boven op de bestaande veiligheidsmaatregelen die al werden genomen bij Joodse instellingen, nemen de bevoegde gezagen naar aanleiding van de aanvallen aanvullende veiligheidsmaatregelen. Daarover zijn we ook in gesprek met de Joodse gemeenschap. Het staat buiten kijf dat het afschuwelijk is dat deze maatregelen nodig zijn, maar zolang het nodig is, zullen wij deze inspanning voortzetten. Het onderliggende probleem — daarmee sluit ik aan bij de vraagsteller — is het groeiende antisemitisme in Nederland. Dat is geen probleem van de Joden. Dat is een probleem van onze samenleving. Ik zou iedereen ook willen oproepen: ga achter de Joodse gemeenschap staan en spreek je uit. Vanuit het kabinet zou ik willen zeggen: onze antisemitismestrategie, die in 2024 is gelanceerd, nemen we weer op. We gaan zitten met de Joodse gemeenschap. Onder andere de input die we gisteren bij het gesprek met de minister-president hebben ontvangen, nemen we daarin mee.
Een van de punten daaruit wil ik u niet onthouden. Het onderwerp educatie en onderwijs werd heel veel genoemd. Het feit dat op scholen het verhaal van de Holocaust niet verteld kan worden en het feit dat leerlingen niet mee mogen op een excursie naar Westerbork zijn zaken die raken. Dat is waar de maatschappij de Joodse gemeenschap kwijtraakt. Dat zit diep bij hen. Ik zal mij ervoor inspannen om te zorgen dat het Joodse leven, dat traditioneel onderdeel is van de Nederlandse gemeenschap, ook hier weer een veilige plek zal krijgen.
De heer Ellian (VVD):
Over dat Joodse leven. Gisteren ben ik ook naar de scholen in Amsterdam geweest. Dan zie je die kindjes daar, met die bizarre maatregelen eromheen. Die prachtige kindjes van de Joodse gemeenschap vervullen mij enerzijds met hoop dat er nog Joods leven zal zijn. Ik dank ze ook voor hun veerkracht, want al eeuwenlang wordt die gemeenschap opgejaagd en gaat zij gebukt onder haat uit alle hoeken van de wereld. Ze hebben wel één vraag. Die vraag wil ik hier nadrukkelijk aan de minister stellen. Deze situatie van een voedingsbodem enerzijds en van de lange arm van een regime in het Midden-Oosten, het Iraanse regime, via alle proxy's in de wereld, is natuurlijk niet nieuw. Ik denk dat je rustig kunt stellen dat de dreiging nog nooit zo hoog is geweest als nu, ook al is het niet nieuw voor de Joodse gemeenschap. Zij vragen één ding: blijven de maatregelen die de minister heeft genomen intact en worden die niet afgeschaald zolang de wereld zich in deze situatie bevindt, namelijk een situatie van hoge dreiging jegens de Joodse gemeenschap?
Minister Van Weel:
Ik kan nooit in een openbare setting ingaan op de maatregelen die we wel of niet nemen en op welk moment. Ik kan u wel garanderen dat de dreigingssituatie voor de Joodse gemeenschap in Nederland onze volle aandacht heeft, niet alleen naar aanleiding van de ontwikkelingen in Nederland of van onderzoek onder onze eigen bevolking, maar ook nadrukkelijk in het licht van de internationale ontwikkelingen zoals die plaatsvinden. Zoals ik in mijn eerste antwoord al aangaf, wordt de mogelijke link met Iran en de betrokkenheid bij deze aanslagen nadrukkelijk meegenomen in het onderzoek.
De heer Ellian (VVD):
Toen ik nog fractievoorzitter was in Almere, was ik de eerste die vragen stelde over het Iraanse regime, dat de opdracht had gegeven voor de moord op een dissident in mijn stad. Daarna, in 2017: in Den Haag. Twee jaar geleden: in Haarlem, waar een Colombiaan en een Tunesiër voor de deur stonden van een Iraanse dissident, die had gesmeekt om politiebewaking, die die niet kreeg maar die gelukkig op camerabeelden zag dat de schutters voor zijn deur stonden. Nog los van Spanje, Zweden, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk is deze werkwijze heel bekend. Jonge jongens worden ingeschakeld, of grote criminele netwerken zoals de mocromaffia. Mijn vraag aan de minister is of hij ons kan verzekeren dat alles in het werk wordt gesteld om de mogelijke opdrachtgevers, die zich wat mij betreft laten raden, eindelijk eens een keertje te vinden, zodat het Iraanse regime ook een keer verantwoordelijk kan worden gehouden.
Minister Van Weel:
Absoluut, daar zullen we alles aan doen. Daar wordt al alles aan gedaan. Daarom is er naast het lokale onderzoek dat normaal plaatsvindt door de recherche en het OM in Rotterdam en in Amsterdam, ook een landelijk onderzoek dat zich juist richt op deze vraag. Ik noemde al dat alles erop wijst dat de jongens die in Rotterdam zijn gepakt, geronseld zijn. Dat wil zeggen dat de vraag wie daarachter zat heel pertinent is. Die heeft al onze aandacht.
De heer Ellian (VVD):
Tot slot. Dit is een aloude en decennialang alom beproefde werkwijze van het Iraanse regime. Ik wil graag ook van de minister horen — want dit is nu helaas gebeurd — wat er gedaan gaat worden om ervoor te zorgen dat er de komende tijd niet nog meer aanslagen worden gepleegd. De criminele cellen in Europa zijn waarschijnlijk al geactiveerd.
Minister Van Weel:
Zoals ik zei, kan ik nog niet vooruitlopen op de vraag wie uiteindelijk de opdrachtgever zou zijn geweest van deze daad. Daarvoor moeten we echt het onderzoek afwachten. We weten wel — daarvoor zal de politie de komende dagen ook aandacht vragen — dat datgene wat "crime as a service" wordt genoemd, dus het feit dat jonge jongens bereid zijn om afschuwelijke daden te plegen voor een relatief kleine vergoeding, een probleem is. Het is niet alleen een probleem in dit geval, bij de Joodse gemeenschap, maar we zien het overal waar explosieven aan deuren worden gehangen en waar jongeren worden geronseld voor criminele netwerken. Daar ligt de weerbaarheid bij jongeren tegen dit soort zaken. Daar zullen we nadrukkelijk naar kijken.
De heer Wilders (PVV):
Steun aan de Joodse gemeenschap in Nederland na deze vreselijke terroristische daden, maar waar komt dat antisemitisme in Nederland nou vandaan? Dat komt natuurlijk van de islamisering van ons land. Dit is Jodenhaat, rechtstreeks uit de Koran. Dat is weer het gevolg van jarenlang iedereen maar binnenlaten, alles maar laten gebeuren, alles goedvinden, samen iftars eten en drinken, en niet doen wat nodig is, namelijk optreden. Dat doet u niet. Vandaag gaan ze achter de joden aan, morgen gaan ze achter de christenen aan en overmorgen zijn we allemaal de klos. Wanneer … Laat ik het anders vragen. Hoeveel terreuraanslagen en antisemitische daden zijn er nog nodig voordat ook deze minister en dit kabinet erkennen dat de islamisering van Nederland daaraan een hele grote bijdrage heeft?
Minister Van Weel:
Antisemitisme in Nederland groeit al jaren. Dat is iets waar we tegen moeten optreden. Antisemitisme is niet beperkt tot één bepaalde groep binnen onze bevolking. De oplossing tegen antisemitisme moet komen uit alle lagen van de bevolking. Dat bedoelde ik met wat gisteren uit de Joodse gemeenschap kwam. Het kan niet waar zijn dat op bepaalde scholen niet meer kan worden gesproken over de Holocaust, dat leerlingen niet mee mogen naar Westerbork om het verhaal over de Tweede Wereldoorlog te horen en dat nabestaanden van de Holocaust voordat ze hun verhaal doen, geconfronteerd worden met de daden van Israël nu in het Midden-Oosten. Dat zijn hele zorgelijke ontwikkelingen. Die neem ik heel erg ter harte. Daarvoor gaan wij strijden. Dat zien we niet alleen in het onderwijs, maar ook in theaters en op universiteiten, waar onlangs een rapport over gekomen is. Ik kan niet beloven dat we dit allemaal oplossen. Ik kan u wel zeggen dat we hier vol voor gaan, omdat het Joodse leven hoort bij Nederland en wat mij en het kabinet betreft zal blijven horen bij Nederland.
De heer Wilders (PVV):
Wat een ongelofelijk slap en, eerlijk gezegd, laf antwoord. De minister heeft het over theaters en weet ik wat allemaal. U, uw partij, heeft de afgelopen tien jaar 1 miljoen niet-westerse allochtonen Nederland binnengehaald. Ons land is onherkenbaar. We zien overal hoofddoekjes, we zien de groei van de Jodenhaat. We hebben het in Nederland en in de rest van Europa gezien. We hebben aanslagen gezien en u durft het woord niet eens in de mond te nemen. Het is een ongelofelijke schande. Als u dat blijft weigeren, als u blijft weigeren toe te geven dat de groei van de islam in Nederland de groei van het antisemitisme betekent, dan zullen er incidenten en aanslagen blijven komen en bent u daar mede voor verantwoordelijk.
Minister Van Weel:
De wetmatigheid die de heer Wilders hier opbrengt, is er natuurlijk niet. Antisemitisme komt overal voor. Daar waar het voorkomt, moeten we het bestrijden. Ik ben het met hem eens dat dat begint bij opvoeding en ervoor zorgen dat in de cultuur en de opvoeding het Joodse leven en de waardering daarvoor met de paplepel wordt ingegoten. Dat moeten we ook hier in Nederland kunnen regelen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Maar dat kunnen we niet regelen, want dat is niet geregeld. Ik hoorde de minister eerder in zijn betoog praten over mensen die hun keppeltje niet meer op durven doen of hun ketting met de davidster achter zich dragen uit angst. Vervolgens wordt er gezegd: dus het sluimert. Het sluimert niet; het is geëxplodeerd. Het sluimert allang niet meer. Het sluimerde misschien ergens tussen het einde van de Tweede Wereldoorlog en begin jaren zeventig, toen iedereen zag hoe erg de Joden hebben geleden onder de Holocaust, maar het sluimert allang niet meer. We kunnen het niet afwentelen op de scholen of de ouders. Nee, de regering moet eens gaan normeren. We zien wat er is gebeurd op de universiteiten en hoeveel antisemitisme daar plaatsvond. Dat kon gewoon vrijelijk gespuid worden. Daar is ook een voedingsbodem gelegd. Het werd een soort van bon ton. "Nou, dat mag." Er is geen "ja, maar …" bij Jodenhaat. Dat zeg ik nog maar eens. Wat gaan de minister en de regering breed in het kabinet — het zit namelijk ook bij het onderwijs en andere portefeuilles — nu concreet doen om eindelijk eens onze Joodse gemeenschap in Nederland te beschermen?
Minister Van Weel:
Daar heeft mevrouw Van der Plas compleet gelijk in: het gaat om normeren, maar het gaat er ook om in al die lagen van onze samenleving te zorgen dat antisemitisme geen voet aan de grond krijgt. Ik ben het met u eens dat het antisemitisme is toegenomen, dat Joden worden aangesproken op wat de regering-Netanyahu in het Midden-Oosten doet. Volstrekt onacceptabel. Volstrekt onacceptabel, maar het speelt op scholen, het speelt in gemeenschappen en het speelt in buurthuizen. Daar, op al die plekken, moeten wij die boodschap laten horen. Vandaar dat ik het voorbeeld noemde van die mevrouw die over de Holocaust kwam vertellen, maar als inleiding een Rode Lijndemonstratie naar haar hoofd geslingerd kreeg, alsof dat het onderwerp was waarover ze kwam spreken. Zij kwam als Joodse vrouw vertellen over haar familiegeschiedenis. Ik ben het met u eens dat wij streng moeten normeren, ook vanuit de regering. Ik ben het ook met u eens dat we vanuit de samenleving in al die verschillende hoeken moeten optreden tegen antisemitisme waar we het zien oprukken. Ik sta volledig aan uw zijde. Alle suggesties die u daarvoor heeft, maar ook de Joodse gemeenschap, want die kwamen daar gisteren al mee, zullen wij heel serieus nemen.
De heer Bamenga (D66):
Een aanval op Joodse mensen, een aanval op de Joodse gemeenschap en het Joods leven is een aanval op ons allemaal. Wij moeten om de Joodse gemeenschap heen gaan staan. Het is heel erg belangrijk dat wij die voedingsbodem gaan aanpakken en onlinehaat is een belangrijke voedingsbodem. Ik zou graag van dit kabinet, van de minister willen weten wat we daaraan gaan doen.
Minister Van Weel:
Ik ben het met u eens dat online een steeds grotere rol speelt, in de criminaliteit, maar ook in discriminatie, in pesten en in antisemitisme. Dat is een groot probleem. In de kern hebben wij dat goed geregeld, want alles wat in het echte leven strafbaar is, is dat ook online. Toch is die enorme verspreiding, het feit dat mensen elkaar vinden in gemeenschappen waar zaken ontsporen, wel een punt van aandacht. Er wordt op dit moment gewerkt aan een aantal wetsvoorstellen die pogen hier wat tegen te doen, onder andere de wet die het strafbaar maakt om terrorisme te verheerlijken, ook in de online-omgeving, juist om de norm te stellen dat het vergoelijken van geweld of het applaudisseren voor terroristische organisaties absoluut uit den boze is. Maar we gaan met het nieuwe coalitieakkoord ook kijken naar wat we extra aan digitale rechercheurs moeten inzetten om onlinecriminaliteit, inclusief antisemitisme, aan te pakken.
De heer Flach (SGP):
De afgelopen dagen lazen we over een bestuurder uit de Joodse gemeenschap die zijn teleurstelling uitsprak over een bezoek van premier Jetten en de overige kabinetsleden. Hij zei: er worden mooie woorden gebezigd, maar wij hebben behoefte aan actie. Een van de meest treffende citaten die ik tegenkwam, was: "we vragen geen tissues van de overheid maar daden, en als heel Nederland achter ons blijft staan, dan staan wij er alleen voor". De SGP dringt al jarenlang aan op harde acties, een aparte eenheid bij de politie, het apart strafbaar stellen van antisemitisme of het ontbinden van demonstraties als er sprake is van antisemitisme. Welke concrete daden heeft de minister voor ogen, samen met zijn collega's vanuit het kabinet, om hier echt wat aan te gaan doen en om verder te komen dan alleen troostrijke woorden?
Minister Van Weel:
Daar zijn wat mij betreft geen taboes op. Nogmaals, we hebben in 2024 met de lancering van de antisemitismestrategie voor het eerst breed willen bekijken hoe we grote stappen kunnen zetten op al die plekken van het Joodse leven, tot en met onderwijs, tot en met concrete beschermingsmaatregelen. Ik denk echt dat er stappen zijn gezet, en daar hoor ik ook positieve verhalen over van de Joodse gemeenschap. Maar het antisemitisme is daarmee echt nog niet teruggedrongen en het veilig leven van de Joodse gemeenschap is niet terug op een normaal niveau. Geenszins. Ik baal ervan dat ik nu beveiligingsmaatregelen moet treffen rondom scholen en moskeeën. Ik baal ervan als ik kijk naar die scholen — dat zult u ook hebben — dat daar een metalen hek van 4 meter hoog om de deur staat, terwijl ik mijn kinderen elke morgen naar een open schoolplein breng, waar ze in alle vrijheid en veiligheid onbezorgd kunnen spelen. Dat hebben deze kinderen niet. En ik ben het met u eens: we moeten niet alleen achter de Joodse gemeenschap gaan staan, we moeten er omheen gaan staan. We moeten bezien hoe wij dit beest in de bek kunnen kijken, zeg ik in de woorden van een van de aanwezigen, en het dan onschadelijk maken.
De heer Flach (SGP):
Dank voor deze reactie. Mijn vraag is hoe de minister naar het volgende kijkt. Antisemitisme is een zieke plant die voortwoekert in onze samenleving. Hoe komen we nu van het steeds afhakken van een paar takken naar het vernietigen van de wortels ervan? Wat zijn de beelden van de minister daarbij?
Minister Van Weel:
Ik ben zo ambitieus als de heer Flach is. Ik zou dolgraag de wortels hiervan uitbannen. We zien wel dat deze wortels honderden jaren oud zijn. Dat krijg je ook elke keer terug van de Joodse gemeenschap: we herkennen dit; we zien dezelfde verhalen elke keer terugkomen, eeuw in, eeuw uit. Ze hebben de desastreuze gevolgen daarvan ondervonden als gemeenschap. Daarom zijn ze natuurlijk zo alert op wat er gebeurt. Het beste wat wij kunnen doen, is inspelen op die alertheid, ze serieus nemen en daarop actie ondernemen. De regering staat achter de Joodse gemeenschap. Ze kan op ons rekenen.
De heer Ceder (ChristenUnie):
De gerichte aanslagen in Amsterdam en Rotterdam zijn afschuwelijk. De stalen hekken in Amsterdam, het cameratoezicht en de marechaussee zijn er niet pas sinds de oorlog in Iran. Ze zijn er ook niet sinds 7 oktober 2023. Al jarenlang gaan kinderen hun hele leven lang onder begeleiding van de marechaussee naar school. Dat gebeurt met geen enkele andere bevolkingsgroep, behalve met de Joodse gemeenschap. Of we het nou durven te zeggen of niet: we zijn het normaal gaan vinden. Pas bij een incident komen we hier bij elkaar, terwijl die kinderen jaren daarvoor al onder begeleiding van de marechaussee naar school gingen. Ik vraag me oprecht af of het kabinet-Jetten het kantelpunt wordt waarop de Joodse gemeenschap definitief zegt: wij zetten een exodus in vanwege wat er de afgelopen jaren gebeurd is en wij gaan weg. Ik vraag me af of de minister herkent dat het vijf over twaalf is, dat er steeds meer Joodse gemeenschappen zijn die zich afvragen: zijn we hier nog thuis? Ik vraag me af of de minister dat sentiment hoort, erkent en ook begrijpt.
Minister Van Weel:
Alle drie. U heeft volledig gelijk. We hebben nu, na deze aanslagen, weer de aandacht op de Joodse gemeenschap, maar we zien al jarenlang de veiligheidssituatie waarin de Joodse gemeenschap in Nederland moet wonen. We zien al jarenlang dat men zijn identiteit op straat verbergt, dat men over zijn schouder kijkt op het moment dat men vanuit de synagoge naar huis of naar de auto loopt en dat kinderen uitgescholden worden als ze van hun school naar huis toe fietsen omdat ze Joods zijn. Het is verschrikkelijk. Het is alleen maar goed dat we daar nu, door deze trieste aanleiding, allemaal weer bewust bij stilstaan en dat we met z'n allen zeggen: dit kan niet normaal zijn. Zo kunnen we een gemeenschap die bij Nederland hoort en die al zo veel heeft meegemaakt in de geschiedenis, niet hier laten leven. Ik roep dat met u uit. Dit kan niet normaal zijn. Ik herken deze sentimenten. Ze zijn niet nieuw, maar dat maakt ze niet minder prangend en triest.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik ben gemeenteraadslid geweest in Amsterdam. Toen al moesten Joodse winkeliers eronder lijden als er wat gebeurde in het Midden-Oosten. Dat is eigenlijk nooit meer veranderd. Nederlandse Joden worden verantwoordelijk gehouden voor wat er in het Midden-Oosten en in Israël gebeurt. Ook de afgelopen tijd zagen we dat. Dat zien we op universiteiten. Dat zien we op scholen. Ik zeg niet dat mensen dat willen, maar dat is wel een gevolg daarvan dat je continu ziet. Ik vraag me af of de minister begrijpt en erkent dat wij als kabinet, als lokale stadsbestuurders, als universiteiten en als middelbare scholen een extra verantwoordelijkheid hebben als we het hebben over wat er in het Midden-Oosten gebeurt. Wij moeten ons realiseren dat de manier waarop wij daarover spreken, de Joodse gemeenschap hier in Nederland direct raakt. Mijn vraag is of de minister dat erkent en, zo ja, wat we kunnen doen om collectief onze verantwoordelijkheid te nemen.
Minister Van Weel:
Ik herken dat absoluut. De Joodse gemeenschap herkent dat ook. Die voelt ook dat ze continu op één lijn wordt gesteld met de regering-Netanyahu in Israël. Dat is natuurlijk idioot. De Joodse gemeenschap heeft eeuwenlange wortels hier in onze samenleving. Mensen wonen hier, zijn Nederlands en zijn onderdeel van de Nederlandse gemeenschap. Het is volslagen onterecht dat zij hinder ondervinden van wat er in het Midden-Oosten gebeurt. Natuurlijk moeten we daartegen opstaan. Dat zal ik ook altijd doen.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Om te beginnen spreek ik ook ons medeleven uit met de Joodse gemeenschap. De aanslagen zijn verwerpelijk en afschuwelijk. We hebben eerder gevraagd om structurele middelen om de grondoorzaken van antisemitisme aan te pakken, zoals met onderwijs. Nou zegt het kabinet vooral in te zetten op veiligheidsmaatregelen. We hebben een strategie, maar we missen die structurele middelen nog. Ziet de minister mogelijkheden om structurele financiering in te zetten voor onderwijs, scholing en schoolbezoeken aan musea?
Minister Van Weel:
Zeker. Dat maakt ook al onderdeel uit van onze antisemitismebestrijdingsstrategie uit 2024. Onderwijs, Joods cultureel leven en het in stand houden van herinneringsplekken zoals Kamp Vught en Westerbork maken daar al onderdeel van uit. Natuurlijk kijken we bij de evaluatie die we nu doen of dat voldoende is of dat er nog meer nodig is.
De heer Dassen (Volt):
Het zijn schandalige aanvallen. Elke vorm van antisemitisme is verwerpelijk en zou echt uitgebannen moeten worden uit de samenleving. Ik wil een compliment geven aan de minister, omdat ik vanuit de Joodse gemeenschap juist heb gehoord dat mensen erg blij waren dat de minister met hen in gesprek is gegaan en ook blij waren met de extra veiligheidsmaatregelen. Tegelijkertijd is er natuurlijk ook angst, aangezien er nu mensen met bivakmutsen naast de synagoge staan om de Joodse gemeenschap te beschermen. Ik hoor ook dat ze hopen dat de minister transparant blijft terwijl dit onderzoek loopt en dat hij de Joodse gemeenschap daar volledig in meeneemt, ook wat betreft de uitkomsten. Zij willen juist ook weten wat er daarna wordt gedaan, want daarin zit ook een zorg. Wat gebeurt er daarna?
Minister Van Weel:
Absoluut. De bivakmutsen kwamen ook naar voren in een van de gesprekken. Dan zie je hoe nauw het samenspel is met de veiligheidsdiensten, die zeiden: we snappen dat bivakmutsen rondom een school voor kinderen absoluut afschrikwekkend werken, dus wij zijn bereid om die af te zetten om in ieder geval de drempel voor de kinderen zo laag mogelijk te maken. Die dialoog is er. Ik wil ook dat die er blijft tussen de veiligheidsdiensten, tussen de lokale driehoeken en tussen mij en de Joodse gemeenschap. Daar zullen we mee voortgaan.
Wat betreft het meenemen in het onderzoek: absoluut. Normaal gesproken hoort u de minister van Justitie helemaal niks zeggen over lopende onderzoeken, totdat er een uitkomst is. Ik heb vandaag wel gepoogd om een aantal zaken uit het onderzoek die we al wel kunnen delen, kenbaar te maken, om iets meer duiding te geven aan waar we nu mee te maken hebben. Daarom heb ik gezegd dat alles erop wijst dat deze jongeren in Rotterdam geronseld waren. We kijken naar de mogelijkheid dat Iran hier een rol in zou hebben kunnen gespeeld. Wij zetten de dialoog dus voort.
De heer Dassen (Volt):
Dank daarvoor. Mijn vervolgvraag gaat meer over wat de minister net terecht aangaf: dit is niet een probleem van de Joodse gemeenschap, maar van de samenleving. We moeten naast de Joodse gemeenschap staan in het oplossen hiervan. De afgelopen jaren zijn er verschillende initiatieven geweest, waaronder Bekend maakt Bemind, juist om ervoor te zorgen dat de dialoog aangegaan wordt, zodat er in de samenleving veel meer betrokkenheid bij is. Ik ben benieuwd hoe de minister daarnaar kijkt en of hij van plan is om ervoor te zorgen dat dit soort initiatieven voor de langere termijn gesteund zullen worden.
Minister Van Weel:
Ja, absoluut. Op het moment dat die dialoog tot stand kan worden gebracht, gebeuren er hele mooie dingen. Die initiatieven zijn er. Ik noemde al even een vrouw die elk jaar naar Westerbork gaat met een aantal mensen, om hun vooroordelen weg te nemen. Dat doet ze bijvoorbeeld met hooligans die antisemitische spreekkoren vormen. De uitkomst daarvan is fantastisch. Denk ook aan universiteiten. Er zat een vertegenwoordiger van de jongerenorganisaties aan tafel. Je merkt dat wederzijds begrip groeit op het moment dat je het gesprek aan kunt gaan. Maar er zijn ook plekken waar de dialoog niet eens meer welkom is. Daar had ik het net over. Denk aan scholen waar niet meer over de Holocaust kan worden onderwezen. Dat is waar we als regering, maar ook als parlement en als samenleving, een rol in hebben, denk ik. Ik bedoel dat we zeggen: dat accepteren we niet; dit hoort óók bij onze geschiedenis.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Mijn fractie is zeer geschrokken van de aanslagen op een synagoge en een joodse school in Amsterdam en Rotterdam. Het is afschuwelijk en zeer verwerpelijk dat Joden bang gemaakt worden en dat Joodse kinderen bang gemaakt worden en angst aan wordt gejaagd. Ik wil vandaag namens mijn fractie uitspreken dat we meeleven en dat we er alles aan willen doen om het Joodse leven in Nederland veilig te maken, zo zou ik bijna willen zeggen. Er is al veel gevraagd, over online criminaliteit, scholen en veiligheid. Heeft u nog maatregelen waarvan u denkt: die zou ik heel graag willen nemen, maar daar heb ik uw steun voor nodig?
Minister Van Weel:
Ik wil dat niet overhaasten. In de beveiliging doen we nu wat nodig is. Dat zullen we doen, ook vanuit de verantwoordelijkheid die de regering en de lokale overheden hiervoor dragen. Maar het onderliggende probleem, namelijk datgene wat de Joodse gemeenschap in het gesprek met de premier aankondigde, vereist veel meer inspanning. Ik wil kijken of de antisemitismestrategie wel alle elementen bevat die we beoogden en of er op dit moment nog zaken leven waar we meer mee kunnen. Dan kom ik daarmee natuurlijk naar uw Kamer. Dan hoop ik op het gesprek en op brede steun om het een en ander mogelijk te maken.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Wat een hypocriet gedoe. De halve Kamer, waaronder uw partij, heeft de afgelopen jaren Israël en de Joden gedemoniseerd en tegelijkertijd moslims binnengelaten die aanslagen op de Joodse gemeenschap willen plegen. Dat willen ze niet allemaal, maar het zijn er wel heel veel die dat willen. Als de minister echt meent wat hij net allemaal heeft gezegd, moet hij ervoor zorgen dat koningin Máxima en minister Sjoerdsma niet naar het jubileum van Oxfam Novib gaan, want dat is gewoon een antisemitisch feestje. Kan de minister dat toezeggen?
Minister Van Weel:
Ik denk dat we twee dingen moeten scheiden. Kritiek geven op de Israëlische regering mag, net zoals mensen kritiek mogen hebben op mij als lid van de Nederlandse regering. Daar is niks mee. Waar wel wat mis mee is, is het samenbrengen van kritiek op de Israëlische regering en dat afreageren op Joodse Nederlanders. Dat is absoluut verwerpelijk en daar moeten we wat tegen doen. Dat is wat ik hier betoogd heb en dat zal ik ook altijd blijven doen. Daar waar kritiek verandert in het aanpakken of onveilig laten worden van Joodse Nederlanders moeten wij optreden.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Terreur is bedoeld om angst te zaaien. Helaas lukt dat. Buiten een aanslag op een synagoge en een school hebben we gezien dat mensen die een plek van rust zoeken en kinderen die naar school gaan, angstig zijn. Ik kan me daar niks bij voorstellen. Ik kan me daar alleen in proberen te verplaatsen. Ik denk dat het goed is dat we in de afgelopen jaren een aanpak antisemitisme hebben opgebouwd in deze Kamer. Met de huidige internationale ontwikkelingen zal de invloed van buitenaf een stuk groter zijn dan op het moment van het schrijven van de aanpak antisemitisme. Dat is een logica die volgens mij makkelijk uiteen te zetten is. Mijn vraag aan de minister is dus: is deze minister van plan om in de update van de aanpak antisemitisme, die hij in april wil geven, mee te nemen wat de buitenlandse invloeden zijn en wat er nodig is om de netwerken aan te pakken en de invloeden te doorbreken, door te snijden, zodat hier minder angst gezaaid kan worden?
Minister Van Weel:
Ik probeer even helder te krijgen wat de heer Dijk bedoelt met de internationale invloeden. Aan de ene kant wil ik hier juist heel duidelijk maken dat datgene wat gebeurt in het Midden-Oosten, nooit zijn weerslag mag hebben op de Joodse Nederlanders. Daar wil ik helemaal geen woorden aan besteden. Dat is voor mij klip-en-klaar. Dat wil ik in hoofdletters in die strategie hebben staan. Wat betreft de vraag of er netwerken zijn die onze maatschappij hier beïnvloeden ten nadele van de Joodse bevolking: ik zeg dat graag toe. Dat is geen nieuwe discussie. Die hebben we eerder gehad. Na dit vragenuurtje vertrek ik naar de Eerste Kamer om daar te spreken over de Wet transparantie maatschappelijke organisaties, die onder andere bedoeld is om buitenlandse beïnvloeding die onwenselijk of ondermijnend is of onze openbare orde bedreigt, tegen te gaan. Ik hoop dat die wet het redt. Dan hebben we een klein stapje gemaakt in het aanpakken van dit soort organisaties.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik heb nog een toevoeging. Dit is een wet die er al een tijd ligt. We zien de internationale ontwikkelingen allemaal. We zien ook dat dit niet zomaar uit de lucht komt vallen. Het kan geen toevalligheid zijn. Ziet de minister noodzaak om al in april met extra maatregelen te komen tegen die buitenlandse beïnvloeding van mensen die hier terreur of geweld willen plegen richting de Joodse gemeenschap?
Minister Van Weel:
Dat is een lopend onderzoek. Dat gebeurt door de NCTV in samenwerking met de diensten en de politie. Elk jaar brengen wij het Dreigingsbeeld Statelijke Actoren uit. Als u kijkt naar bijvoorbeeld het hoofdstuk Iran, om maar een actor te noemen die vandaag ter sprake komt, dan zie je dat daarin de modus operandi van Iran, met het gebruik van lokale criminele netwerken et cetera, beschreven staat. Het belangrijkste wat we zien gebeuren, hebben we dus al. Nu is de vraag: welke extra stappen kunnen we zetten? Ik noem daarom wel de wet die al een tijdje loopt, omdat die juist voortkomt uit het willen weten waar op oneigenlijke manier in onze maatschappij invloed wordt uitgeoefend die uiteindelijk onze democratie ondermijnt. Ik zou durven stellen dat op het moment dat de Joodse gemeenschap het doelwit is van zo'n organisatie, de democratie wordt ondermijnd.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Ik ben blij met de Kamerleden die hier vragen over stellen; eigenlijk doen we dat bijna allemaal. Ik ben ook blij met de antwoorden die de minister geeft. Ik wens hem heel veel succes met het beschermen van de Joden in Nederland samen met het lokale gezag, de burgemeesters van Rotterdam, Amsterdam en waar het dan ook nodig is.
Ik sprak vanmorgen met rabbijn Yanki Jacobs. Ik vroeg aan hem: wat zou jij nou aan de minister willen vragen als je bij het vragenuur stond? Hij zei: "Scholen waarbij kinderen achter hekken les moeten krijgen: dat moet over zijn. Uiteindelijk moeten dat gewoon normale scholen zijn waar kinderen niet bedreigd worden. Wat gaat het kabinet eraan doen om dat te bereiken?" Ik zou zijn vraag willen specificeren. De minister had het over het onderwijs en zei dat daar meer moet worden gedaan tegen de bron van antisemitisme. Wat is nou een concrete maatregel die op alle scholen genomen kan worden waardoor de bron van antisemitisme wordt weggehaald?
Minister Van Weel:
Dat zijn er ontzettend veel. Scholen zijn belangrijk, want uiteindelijk is antisemitisme ook iets wat mensen op een gegeven moment gaan geloven. Dat is het gevaarlijke eraan, dat het op een gegeven moment geen rationeel ... Het is nooit rationeel. Op een gegeven moment zit het heel diep. Daarom is onderwijs zo belangrijk. Ik denk dat het Holocaustonderwijs een heel belangrijke graadmeter is. Het feit dat dat niet meer op elke school gegeven kan worden vanwege het gevaar van onrust, vind ik schokkend. Dat is iets heel concreets waarover wij als kabinet kunnen zeggen: dat kan dus niet, u zult. Ik besef ook dat dit voor docenten ontzettend moeilijk kan zijn. Daar zullen we ook naar moeten kijken. Hoe doorbreken we die cyclus? Dat moet namelijk wel.
De heer Van Baarle (DENK):
De aanvallen op een synagoge en een joodse school zijn verschrikkelijk. Ook verschrikkelijk is die tirade van Wilders die we net hebben gehoord, dat antisemitisme als stok wordt gebruikt om de hele moslimgemeenschap mee te meppen, dat gedaan wordt alsof de hele moslimgemeenschap hier verantwoordelijk voor zou zijn. Het zou liggen aan moskeeën, aan de Koran. Ik heb de meest verschrikkelijke reacties gezien van politici. Ik zou van deze minister willen horen dat hij daar ook keihard afstand van neemt, dat hij er afstand van neemt dat de moslimgemeenschap door die verschrikkelijke aanvallen in het verdachtenhoekje wordt geplaatst. Van alle vormen van haat moeten we afstand nemen, van antisemitisme en ook van de moslimhaat die we gezien hebben naar aanleiding van deze verschrikkelijke aanvallen.
Minister Van Weel:
Ik hoef geen afstand te nemen van iemand anders woorden, maar als u mij vraagt of wij hierin moeten generaliseren, dan is mijn antwoord: helemaal niet. Ik heb al gezegd, ook in dit debat, dat Jodenhaat echt niet alleen onder één bepaalde groep van onze bevolking voorkomt, dat het echt op meerdere plekken is, dat je het fenomeen moet bestrijden en dat je daarbij zeker niet een hele bevolkingsgroep over één kam moet scheren. Ik denk dat ik daarover helder ben geweest.
De heer Van Baarle (DENK):
Ik vind dat milde woorden. Het vindt ook in de samenleving plaats. Even wat reacties. "Het is wachten tot er een moskee gaat fikken." "Is er al een moskee in de fik gestoken?" "Wanneer gaat de eerste moskee in de fik?" "Dood aan alle kk-moslims." Dit soort dingen wordt allemaal maar gedeeld, ook naar aanleiding van de retoriek die van bijvoorbeeld de heer Wilders komt. Antisemitisme moeten we keihard bestrijden, maar dit evenzo hard. Ik vraag aan de minister: bestrijd dit soort haat evenzo hard.
Minister Van Weel:
De uitspraken die u voorleest, vind ik verwerpelijk en werp ik verre van mij. In die zin vindt u mij aan uw zijde. We moeten alle haat bestrijden, we moeten alle discriminatie bestrijden. We moeten het ook niet over één kam scheren. Maar ik wil wel zeggen dat het vandaag ook even gaat om de Joodse gemeenschap, die niet alleen na dit weekend in angst leeft, maar inderdaad al vijftien à twintig jaar achter hoge muren zit en ontzettend onder druk staat in dit land. Het is een kleine gemeenschap die het leven op dit moment nagenoeg onmogelijk wordt gemaakt. Zo ervaren zij dat. Daar wil ik vandaag echt even de focus op hebben.
De heer Eerdmans (JA21):
Ik ben blij met de laatste woorden. Het is ongekend hoe DENK een discussie over antisemitisme toch weer weet te draaien en in de eigen modderige hoek weet te trekken. Mijn punt is dat antisemitisme niet groeit, maar steeds duidelijker wordt. Het komt steeds meer aan de oppervlakte. We hebben daar eerder debat over gehad. De minister noemde de universiteiten. Dat is nou precies de plek waar het heel vaak misgaat. Tientallen bezettingen van campussen met tentenkampen en noem maar op, waar de leus "globalize the intifada" wordt gepredikt. Volgens mij is dat niet een kwestie van het vrije woord, maar een oproep tot gewelddadigheden. Dat is het echt. Ik vraag mij zeer af wat het kabinet ervan vindt dat dit geroepen wordt. Het zijn gewoon stenen op de Israëliërs, op de Joodse mensen in Nederland. Het zijn bommen die met het woord worden beleden, maar feitelijk een oproep zijn tot geweld. Hoe kijkt het kabinet daarnaar?
Minister Van Weel:
We hebben net een rapport gekregen van Jaap Smit. We hebben hem gevraagd om te kijken naar een aantal specifieke plekken waar Joden zich onveilig voelen. Universiteiten zaten daarbij. We zijn nu naar het rapport aan het kijken. In algemene zin kan ik wel zeggen dat het misgaat daar waar kritiek op de regering van Israël zorgt voor onveiligheid van Joden. Ja, dat is op universiteiten gebeurd. Ik heb met veel Joodse studenten gesproken die zich absoluut onveilig voelen, die uitgescholden worden. Er zijn Joodse leraren die niet meer welkom zijn om colleges te geven. Ja, dat werp ik verre van mij. Ik vind dat we daar wat te doen hebben. We moeten om onze Joodse bevolking heen staan.
De heer Eerdmans (JA21):
Ik vind ook dat we daar wat te doen hebben. De vraag is: zou de minister niet eens met het OM kunnen bespreken dat dit soort leuzen moeten worden vervolgd? Dit gaat namelijk, denk ik, om een oproep tot geweld. Dan hebben we het dus echt over een serieuze zaak. Daar voelen Joodse studenten zich bijzonder onveilig bij. Dat begrijp ik heel erg goed. De vraag is: gaat de minister dan inderdaad tot actie over om die oproep en de smurrie die daar wordt gepredikt, te vervolgen?
Minister Van Weel:
Wat wel en geen straf is, staat in ons wetboek. Het is uiteindelijk aan het OM om dat te bepalen. Ik denk ook niet dat dat ene woord nou per se het probleem is. Maar het probleem is, denk ik, het intimiderende gegeven dat jij op de universiteit geïdentificeerd wordt als een Joodse student en daarmee het mikpunt wordt van leuzen en vijandigheid. We moeten wat doen aan die onveiligheid. Ik zal u eerlijk zeggen dat ik als minister van Buitenlandse Zaken ook het mikpunt ben geweest van dit soort woede en agressie. Maar ik heb er nog voor gekozen om bewindspersoon te zijn. Een Joodse student heeft er niet voor gekozen en die moet daar dus ook niet het slachtoffer van worden.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Wat had je dan gedacht, schreef ik, na twee jaar van het demoniseren van Joden en "globalize the intifada" en "from the river to the sea"? Als je na twee dagen met aanslagen en Joden die niet meer weten waar ze het moeten zoeken, denkt dat je alles gehad hebt, komt onze Nationale Coördinator tegen Discriminatie met de uiting dat er een programmaleider moslimdiscriminatie of islamofobie komt. Hoe toondoof en losgezongen van de werkelijkheid kan je zijn? Wil de minister van Justitie in overleg met zijn collega van het ministerie van BZK — want ik weet dat ze samen deze brieven versturen — eens een functioneringsgesprek hebben met deze beste man? Want dit is toch wel al te bar.
Minister Van Weel:
Ik wil niet insinueren dat er enig verband ligt tussen de twee gebeurtenissen die u noemt. De Nationale Coördinator tegen Discriminatie valt onder mijn collega van Binnenlandse Zaken. De Nationale Coördinator Antisemitismebestrijding valt onder mij, evenals de antisemitismebestrijdingsstrategie. Dus ik zie geen aanleiding om nu een functioneringsgesprek te voeren met iemand die niet onder mij valt. Ik waag ook te betwijfelen of dat verband er ligt.
De heer Struijs (50PLUS):
Ook 50PLUS staat voor, achter en naast de Joodse gemeenschap. Ik heb een vrij praktische vraag. Zoals u weet, staat de rechtsstaat onder water. Wij krijgen, zowel vanuit het stelsel bewaken en beveiligen, de intelligence en de uitvoeringsorganisaties, als van het OM, signalen dat ze dit niet lang gaan volhouden. Zoals u weet, is er nu een nationaal grootschalig optreden. Dat is meer dan terecht. Overal is opgeschaald. Maar hoelang houden we dit vol? Als er echt een lange adem nodig is, komen we dan ook met extra maatregelen? Mijn tweede vraag is nog zorgwekkender. Veel dingen worden niet vervolgd. Ik zal u een voorbeeld geven van een grote reeks die ik in Rotterdam en Amsterdam heb mogen ophalen. Een jongeman van ongeveer 15 jaar rijdt op zijn fatbike voorbij aan Joodse kinderen en roept de meest verschrikkelijke dingen. We hebben geen tijd om het valide te onderzoeken, want we zijn met zo veel andere dingen bezig.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Struijs (50PLUS):
Mijn vraag is: krijgt de minister dit soort signalen ook? Hoe gaan we prioriteren? Als we onder water staan, zijn er dan additionele maatregelen te verwachten?
Minister Van Weel:
Over dat eerste, bewaken en beveiligen, kan ik in het openbaar geen uitspraken doen. Ik kan u wel in algemene zin zeggen dat we naar de dreiging kijken en op basis van de dreiging maatregelen nemen die nodig zijn, op welke manier dan ook. Die toezegging kan ik u doen.
Dan het tweede signaal. Ik ken dat niet, maar ik herken natuurlijk wel het signaal dat onze strafrechtketen enorm onder druk staat. Dat is ook een van de zaken die ik in mijn termijn heel graag wil oplossen. Een van de terreinen waarop ik daarvoor ruimte zie, is het terrein van de in het coalitieakkoord genoemde politiebeschikkingen. Daarbij ben je niet meer heel veel tijd kwijt aan vrij simpele vergrijpen. Die kun je gewoon afdoen, waarbij je niet meer die hele strafrechtketen door moet. Daarnaast wil ik echt dat we nu een stap gaan zetten in het omgaan met mensen met verward gedrag. Ik kan geen politiebureau binnenlopen of mensen vertellen mij hoeveel van hun tijd ze daaraan kwijt zijn. Ten derde noem ik demonstraties die uit de hand lopen en alle ME-capaciteit die vervolgens uit de wijken wordt getrokken. Ik kan er geen politieagenten bij printen. Ik heb gelukkig wel geld gekregen voor de organisatie, en daarbinnen wil ik kijken hoe we de juiste prioriteiten kunnen stellen. Het bestrijden van antisemitisme hoort daarbij.
De heer Struijs (50PLUS):
Ik hoor ook dat de minister bereid is om de Kamer tijdig te informeren als het code zwart wordt in de hele rechtsstaat, omdat dit wel vraagt om terechte uitzonderlijke maatregelen en een extra inspanning.
Minister Van Weel:
Ik probeer even te preciseren wat u verstaat onder code zwart.
De heer Struijs (50PLUS):
Nou ja, dat is een beetje een algemene term …
De voorzitter:
Meneer Struijs, heel kort, want u heeft al twee vragen gesteld.
De heer Struijs (50PLUS):
Ja. De hele rechtsstaat staat onder water en nu komen er extra maatregelen. Kunt u de Kamer tijdig informeren als u extra signalen krijgt dat het echt niet meer gaat?
De voorzitter:
De minister. En minister, ik wil u vragen om geen vragen terug te stellen aan de leden.
Minister Van Weel:
Excuus. Het antwoord is ja.
De voorzitter:
Die heeft u binnen, meneer Struijs. Ik dank de minister voor zijn aanwezigheid en ik wens hem wijsheid bij de voortzetting in de senaat.