Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over Kabinetsreactie op Periodieke rapportage ‘Beschikbaarheid in Perspectief, Beschikbaarheid medische producten, 2017 t/m 2023’ (Kamerstuk 29477-970)
2026D25345 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport bestond bij enkele fracties
behoefte een aantal vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport over de brief d.d. 10 april 2026 inzake Kabinetsreactie op Periodieke
rapportage «Beschikbaarheid in Perspectief, Beschikbaarheid medische producten, 2017
t/m 2023» (Kamerstuk 29 477, nr. 970).
De voorzitter van de commissie,
Mohandis
Adjunct-griffier van de commissie,
Sjerp
Inhoudsopgave
I.
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Marcuszower
II.
Reactie van de Minister
I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de kabinetsreactie
op de periodieke rapportage «Beschikbaarheid in Perspectief» over de beschikbaarheid
van medische producten. Deze leden danken de onderzoekers voor het uitgebreide onderzoek
en de Minister voor de begeleidende brief. Zij hebben aan de Minister hierover nog
enkele vragen.
De leden van de D66-fractie onderschrijven het belang van duidelijke publieke regie
op de beschikbaarheid van kritieke medische producten. Zij vragen de Minister daarom
nader toe te lichten hoe zij deze regierol de komende jaren concreet verder gaat verbreden
aangezien in het advies is opgenomen om meer regie te nemen. Welke aanvullende mogelijkheden
ziet de Minister daartoe?
Daarnaast lezen de leden van de D66-fractie dat het kabinet werkt aan verdere differentiatie
van de voorraadverplichting voor kritieke geneesmiddelen en hiervoor aansluit bij
lopende onderzoeken naar kwetsbaarheden in leveringsketens. Deze leden vragen wanneer
de Minister de resultaten van deze onderzoeken verwacht. In hoeverre wordt differentiatie
in deze onderzoeken al meegenomen? Welke mogelijkheden ziet de Minister om deze differentiatie
na afronding van de onderzoeken concreet toe te passen binnen de voorraadverplichting?
Vervolgens lezen de leden van de D66-fractie dat de aanspraak op geneesmiddelen momenteel
gebaseerd is op de plaats van toepassing, waardoor vergelijkbare geneesmiddelen soms
vanuit verschillende kaders worden bekostigd. Deze leden delen de analyse dat dit
kan leiden tot verkeerde prikkels en een ondoelmatige inzet van geneesmiddelen. Zij
onderschrijven daarnaast het belang van het zoveel mogelijk loslaten van de plaats
van toepassing als bepalend criterium, omdat dit meer ruimte geeft om zorg daar te
leveren waar dat voor de patiënt het meest passend is. Deze leden lezen dat het kabinet
het onderzoek naar deze afbakeningsproblematiek betrekt bij de invulling van de taakstelling
uit het coalitieakkoord op het geneesmiddelenbudget. Deze leden vragen op welke manier
de Minister gaat onderzoeken hoe de door haar benoemde knelpunten kunnen worden opgelost.
Welke partijen en veldorganisaties worden hierbij betrokken? Op welke manier wordt
gekeken naar de gevolgen voor passende zorg en de mogelijkheid om zorg dichter bij
de patiënt te organiseren? Tevens vragen deze leden hoe de Kamer over de uitkomsten
van dit onderzoek en eventuele vervolgstappen zal worden geïnformeerd.
Verder lezen de leden van de D66-fractie dat binnen het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord
(AZWA) afspraken zijn gemaakt over het verbeteren van data-uitwisseling tijdens geneesmiddelentekorten
en dat een eerste verkenning is uitgevoerd naar de haalbaarheid van een centraal informatiepunt.
Deze leden onderschrijven het belang van tijdige en bruikbare informatievoorziening
om sneller te kunnen anticiperen op tekorten. Zij vragen de Minister daarom hoe zij
het beoogde centrale informatiepunt voor zich ziet. Welke partijen zullen toegang
krijgen tot welke gegevens? Hoe wordt voorkomen dat versnipperde databronnen en commerciële
belangen effectieve gegevensdeling beperken? Wordt daarbij ook gekeken naar mogelijkheden
om zorgverleners en patiënten sneller en beter inzicht te geven in actuele leveringsproblemen?
De leden van de D66-fractie lezen daarnaast dat in de Taakgroep Geneesmiddeleninkoop
en Beschikbaarheid wordt gesproken over verbetering van de inkoop ten behoeve van
beschikbaarheid. Deze leden vragen hoe de Minister voorkomt dat preferentiebeleid
leidt tot extra afhankelijkheid van een beperkt aantal leveranciers. Wordt binnen
het ministerie in dat kader ook gereflecteerd op de mogelijke gevolgen van een Most
Favored Nations-beleid door de Verenigde Staten voor de beschikbaarheid van geneesmiddelen
in Europa en Nederland? Hoe wordt op deze ontwikkeling ingespeeld?
De leden van de D66-fractie lezen ook dat het kabinet inzet op versterking van Europese
productiecapaciteit van kritieke geneesmiddelen in het kader van de Critical Medicines
Act. Deze leden vragen welke geneesmiddelen de Minister daarbij als prioriteit ziet
voor Europese productiecapaciteit. Hoe wil de Minister hier nationaal en in Europees
verband concreet vervolg aan geven?
De leden van de D66-fractie lezen dat de rapportage wijst op de kwetsbaarheid van
de internationale plasmaketen en de afhankelijkheid van import uit derde landen. Deze
leden onderschrijven het belang van een toekomstbestendige en weerbare beschikbaarheid
van plasmageneesmiddelen. Zij vragen de Minister hoe zij de huidige kwetsbaarheid
van de Nederlandse en Europese plasmaketen beoordeelt. Welke concrete mogelijkheden
ziet de Minister om de inzameling en verwerking van plasma in Nederland en Europa
verder te versterken? En hoe wordt dit betrokken bij de bredere Europese inzet op
strategische autonomie en leveringszekerheid?
De leden van de D66-fractie lezen daarnaast dat het vergroten van diversiteit in donorbestanden
van groot belang is voor de beschikbaarheid van lichaamsmaterialen en daarmee voor
de kans op een passende match voor patiënten. Deze leden constateren tegelijkertijd
dat de huidige campagne «Donor van Ons» volgens de Minister primair gericht is op
bewustwording en niet op actieve donorwerving of registratie. Kan de Minister nader
toelichten waarom ervoor is gekozen om de effectiviteit met name te meten aan de hand
van bereik, interactie en bewustwording, en niet ook aan de hand van daadwerkelijke
donorregistraties of donorwerving?
De leden van de D66-fractie vragen daarnaast of de Minister het wenselijk acht om
pas na afronding van de activiteiten in de periode 2023 tot en met 2027 te bezien
of aanvullende maatregelen nodig zijn, terwijl nu al sprake is van ongelijke kansen
op een passende match en daarmee op succesvolle behandeling en overleving. Is de Minister
bereid om nu al aanvullende maatregelen te verkennen mede op basis van de voorliggende
rapportage en de Kamer hierover te informeren.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de kabinetsreactie op de periodieke
rapportage «Beschikbaarheid in Perspectief, Beschikbaarheid medische producten, 2017
t/m 2023». Zij stellen nog enkele vragen.
De leden van de VVD-fractie lezen dat er wordt geadviseerd om gebruik te maken van
SMART geformuleerde doelstellingen. Kunnen deze leden daaruit concluderen dat er op
dit moment op het ministerie geen gebruik wordt gemaakt van dergelijke methoden die
de effectiviteit en efficiëntie van het maken en uitrollen van beleid bevorderen?
Denkt de Minister dat (meer) gebruik van SMART of andere methoden de kwaliteit van
beleid kan verbeteren? Zo ja, op welke manier wil zij dit realiseren?
De leden van de VVD-fractie lezen dat strategische autonomie en verbetering van de
beschikbaarheid van geneesmiddelen vaak hand in hand gaan. Dit willen zij graag onderstrepen.
Welke acties ziet de Minister om voor opschaalbare genees- en hulpmiddelenproductie
te zorgen? Graag specifiek een reflectie in het kader van strategische autonomie.
De leden van de VVD-fractie lezen dat in het rapport wordt aangegeven dat het Operationeel
Team Geneesmiddelen moet worden uitgebreid. Deze hebben een vergelijkbare taak als
het Zorginkoop Netwerk Nederland. Genoemde leden vragen waarom er nog meer organisaties
worden opgetuigd die grofweg dezelfde doelstellingen hebben. Betrokkenheid van te
veel partijen kan zorgen voor inefficiëntie, kan de Minister aangeven hoeveel partijen
betrokken zijn bij het beschikbaar houden van medische producten? En hoeveel van deze
partijen overheids- of semioverheidsinstanties zijn, dan wel subsidie ontvangen van
VWS?
De leden van de VVD-fractie begrijpen dat veel medicijnen verspild worden in de zorg
doordat heruitgifte niet mogelijk is. Deze leden zijn blij dat heruitgifte van medicijnen
mogelijk wordt gemaakt, voor beperkte aantallen medicijnen. Kan de Minister aangeven
hoeveel medicijnen jaarlijks worden vernietigd waarvan ook tekorten dreigen, waarbij
niet geldt dat voor deze medicijnen onder de herziene EU-geneesmiddelenwetgeving heruitgifte mogelijk wordt gemaakt?
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de
reactie op de brief over de periodieke rapportage «Beschikbaarheid in Perspectief,
Beschikbaarheid medische producten, 2017 t/m 2023». Genoemde leden hebben nog enkele
vragen en opmerkingen.
Kan de Minister nader toelichten hoe het Ministerie van VWS meer regie gaat nemen,
als stelselverantwoordelijke, om de beschikbaarheid van medicijnen te verbeteren?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in de brief dat Gupta mogelijkheden
ziet om de beschikbaarheid van medische producten te verbeteren door «daartoe mogelijkheden
door met opschaalbare productiecapaciteit de toeleveringsketen te versterken door
afhankelijkheid te verminderen; door het verkennen van het opschalen van de inzameling
en verwerking van plasma in Nederland en het diversifiëren van de internationale toeleveringsketen
daarvan; door het verhogen en differentiëren van de geneesmiddelenvoorraden; door
het aanpassen van (samenhangende) instrumenten die dienen tot beheersing van de zorguitgaven
zoals de Wet geneesmiddelenprijzen (Wgp), het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS)
en het preferentiebeleid; en het nemen van de regie op het toepassen van bredere inkoopcriteria.»
Kan per punt worden toegelicht in hoeverre dit wordt opgevolgd?
Verder lezen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat Gupta het Ministerie van
VWS adviseert om het oplossen van de afbakeningsproblematiek verder te onderzoeken.
Wanneer kan de Kamer dit onderzoek verwachten? Hoe is het kabinet op de taakstelling
van € 150 miljoen structureel op het budget voor geneesmiddelen gekomen? Is dit realistisch
zonder dat de toegankelijkheid van medicijnen achteruitloopt?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de kabinetsreactie op de periodieke
rapportage «Beschikbaarheid in Perspectief, Beschikbaarheid medische producten, 2017
t/m 2023». Zij hebben hierover de volgende vragen.
De leden van de PVV-fractie vragen de Minister om in de beantwoording ook de recente
actualiteit te betrekken, waaronder de oplopende tekorten aan medische hulpmiddelen
in ziekenhuizen, de langere wachttijd voor nieuwe kankermedicijnen en de stand van
zaken rond Voxzogo.
De leden van de PVV-fractie lezen dat de rapportage bewust breder is opgezet dan alleen
de specifieke begrotingsartikelen, maar dat tegelijkertijd een aantal belangrijke
onderwerpen buiten de scope valt, waaronder dure geneesmiddelen, medische isotopen,
vaccins en de maatregelen tijdens de coronacrisis. Deze leden vragen waarom juist
deze onderwerpen buiten beeld zijn gelaten. Kan de Minister aangeven welk deel van
het beschikbaarheidsvraagstuk hierdoor niet is meegenomen? Is de Minister bereid om
de Kamer alsnog aanvullend te informeren over de beschikbaarheid van dure geneesmiddelen,
medische isotopen en vaccins?
De leden van de PVV-fractie lezen dat het kabinet stelt dat de huidige aanpak in grote
lijnen werkt, terwijl het beschikbaarheidsvraagstuk nog niet is opgelost. Deze leden
vragen hoe de Minister dat met elkaar rijmt. Wanneer vindt de Minister een aanpak
nog «in grote lijnen werkend» als patiënten, apothekers, artsen, zorginstellingen
en andere zorgverleners nog steeds worden geconfronteerd met tekorten of dreigende
tekorten?
De leden van de PVV-fractie vinden de kabinetsreactie op onderdelen te vrijblijvend.
Veel aanbevelingen worden «ter harte genomen», «betrokken bij verdere beleidsontwikkeling»
of «nader verkend». Deze leden vragen de Minister om per aanbeveling uit de rapportage
aan te geven of deze volledig wordt overgenomen, gedeeltelijk wordt overgenomen of
niet wordt overgenomen. Kan de Minister daar per aanbeveling een planning, verantwoordelijke
partij, budgettaire gevolgen en beoogd effect aan koppelen?
De leden van de PVV-fractie vragen welke concrete verbeteringen patiënten, apothekers,
artsen en zorgverleners in 2026 mogen verwachten. Welke maatregelen zijn voor hen
dit jaar merkbaar? Welke maatregelen blijven voorlopig beperkt tot overleg, onderzoek
of verkenning?
Naar aanleiding van het thema Geneesmiddelen. De leden van de PVV-fractie vragen daarbij
ook naar de recente berichtgeving dat Nederlanders steeds langer moeten wachten op
nieuwe kankermedicijnen en dat Nederland achterblijft bij de beschikbaarheid daarvan.
Hoe verhoudt dit zich tot de kabinetsreactie en welke concrete maatregelen neemt de
Minister om te voorkomen dat Nederlandse patiënten later toegang krijgen tot nieuwe
oncologische geneesmiddelen dan patiënten in andere Europese landen?
De leden van de PVV-fractie vragen daarnaast naar de stand van zaken rond Voxzogo.
Klopt het dat de reguliere route via een extramurale vergoedingsaanvraag loopt en
dat de fabrikant inmiddels heeft aangegeven geen vergoeding in Nederland aan te vragen?
Welke mogelijkheden ziet de Minister nog om te voorkomen dat kinderen met achondroplasie
in Nederland met lege handen blijven staan?
De leden van de PVV-fractie lezen dat geneesmiddelentekorten al jaren een structureel
probleem vormen en dat de gehele keten van fabrikanten, groothandels, voorschrijvers,
apotheken en patiënten hiermee wordt geconfronteerd. Deze leden vragen of de Minister
erkent dat het huidige beleid onvoldoende heeft voorkomen dat geneesmiddelentekorten
blijven voortduren. Zo ja, welke verantwoordelijkheid neemt de Minister daarvoor?
Zo nee, hoe verklaart de Minister dan dat het probleem al jaren bestaat?
De leden van de PVV-fractie lezen dat de onderzoekers constateren dat de beschikbaarheid
van geneesmiddelen een complex vraagstuk is in een krachtenveld van individuele belangen
en dat dit vraagt om meer regie van VWS. Deze leden vragen wat de Minister concreet
verstaat onder «meer regie». Betekent dit dat de Minister zelf sterker gaat sturen
op voorraden, leveringszekerheid, inkoopvoorwaarden, meldingen, kritieke geneesmiddelen
en de opvolging van tekorten? Of blijft de aanpak vooral afhankelijk van veldpartijen,
overlegstructuren en Europese trajecten?
De leden van de PVV-fractie vragen welke bevoegdheden de Minister nu heeft om in te
grijpen bij dreigende of bestaande geneesmiddelentekorten. Welke bevoegdheden ontbreken
volgens de Minister? Is zij bereid aanvullende bevoegdheden te verkennen als blijkt
dat partijen in de keten onvoldoende verantwoordelijkheid nemen?
De leden van de PVV-fractie lezen dat er geen enkel «gouden beleidsinstrument» bestaat
om geneesmiddelentekorten op te lossen. Deze leden begrijpen dat het probleem complex
is, maar vinden dat complexiteit geen excuus mag zijn voor vrijblijvendheid. Kan de
Minister aangeven welke combinatie van maatregelen volgens haar nodig is om geneesmiddelentekorten
daadwerkelijk terug te dringen?
De leden van de PVV-fractie vragen welke geneesmiddelen op dit moment als kritiek
of kwetsbaar worden aangemerkt. Kan de Minister de Kamer een actueel overzicht sturen
van kritieke geneesmiddelen, geneesmiddelen met kwetsbare leveringsketens en geneesmiddelen
waarbij sprake is van terugkerende tekorten? Wordt daarbij ook gekeken naar geneesmiddelen
waarvoor weinig of geen alternatieven beschikbaar zijn?
De leden van de PVV-fractie lezen dat een hogere voorraadverplichting een groot deel
van tijdelijke tekorten kan overbruggen, maar dat de hoogte van de voorraad, monitoring
en handhaving beter kunnen. Deze leden vragen of de huidige voorraadverplichting volgens
de Minister voldoende is om patiënten te beschermen tegen tijdelijke tekorten. Zo
ja, waarop baseert zij dat? Zo nee, wanneer wordt de voorraadverplichting aangescherpt?
De leden van de PVV-fractie vragen hoe vaak de naleving van de voorraadverplichting
wordt gecontroleerd. Hoe vaak is niet-naleving vastgesteld? Welke maatregelen zijn
genomen? Zijn er sancties opgelegd?
De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister bereid is de voorraadverplichting
sterker te differentiëren naar medische urgentie, leveringsrisico, kwetsbaarheid van
de keten, beschikbaarheid van alternatieven en gevolgen voor patiënten.
De leden van de PVV-fractie vragen hoe de Minister voorkomt dat hogere voorraadkosten
uiteindelijk worden doorberekend aan patiënten via premies, eigen risico of hogere
prijzen. Kan de Minister inzichtelijk maken wat de kosten zijn van hogere voorraden,
maar ook wat de maatschappelijke kosten zijn van tekorten, zoals extra werkdruk bij
apotheken, omzettingen van medicatie, onzekerheid bij patiënten, uitstel van behandeling
en extra belasting van zorgverleners?
De leden van de PVV-fractie lezen dat het sneller delen van meldingen met alle partijen
in de keten noodzakelijk is, zodat partijen vroegtijdig kunnen handelen. Deze leden
vragen waarom dit nog steeds niet optimaal is geregeld. Welke belemmeringen spelen
hierbij een rol? Gaat het om commerciële belangen, privacy, juridische belemmeringen,
ICT-systemen, gebrek aan standaardisatie of onvoldoende regie vanuit VWS?
De leden van de PVV-fractie lezen dat wordt gedacht aan verbetering van de informatievoorziening
over geneesmiddelen en tekorten, eventueel via een trusted third party. Deze leden
vragen wanneer er één betrouwbaar, actueel en bruikbaar overzicht komt van geneesmiddelentekorten,
dreigende tekorten, beschikbare alternatieven, verwachte hersteldatum en handelingsperspectief
voor apothekers en voorschrijvers. Wordt dit overzicht ook begrijpelijk toegankelijk
voor patiënten wanneer dit relevant is?
De leden van de PVV-fractie lezen dat het Operationeel Team Geneesmiddelentekorten
verder geprofessionaliseerd zou moeten worden, met een heldere taakomschrijving en
gestandaardiseerde werkwijzen. Deze leden vragen hoe dit team op dit moment is ingericht.
Welke partijen nemen deel? Welk mandaat heeft dit team? Welke besluiten kan het team
nemen? Welke resultaten zijn de afgelopen twee jaar concreet geboekt? Wanneer is de
professionalisering afgerond?
De leden van de PVV-fractie lezen dat de Wet geneesmiddelenprijzen, het Geneesmiddelenvergoedingssysteem
en het preferentiebeleid sterk met elkaar samenhangen en gezamenlijk een groot deel
van de balans bepalen tussen betaalbaarheid en beschikbaarheid. Deze leden vragen
of de Minister kan garanderen dat wijzigingen in deze instrumenten niet leiden tot
nieuwe of grotere tekorten. Ontvangt de Kamer vooraf kwantitatieve scenario’s waarin
de effecten op betaalbaarheid, beschikbaarheid, marktverlating, leveringszekerheid
en patiënttoegang zijn doorgerekend?
De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister erkent dat het preferentiebeleid
van zorgverzekeraars risico’s kan opleveren indien te veel wordt gestuurd op de laagste
prijs en te weinig op leveringszekerheid. Zo ja, welke aanpassingen worden overwogen?
Zo nee, hoe verklaart de Minister dan dat de rapportage nadrukkelijk wijst op de noodzaak
om beschikbaarheidscriteria en bredere inkoopcriteria mee te wegen?
De leden van de PVV-fractie lezen dat de onderzoekers adviseren beschikbaarheidscriteria
mee te nemen bij de inkoop van kritieke en kwetsbare geneesmiddelen, naast prijs.
Deze leden vragen wanneer de Minister komt met concrete leveringszekerheidscriteria.
Worden deze criteria verplicht, of blijven zij vrijblijvend? Hoe wordt voorkomen dat
inkopende partijen toch vooral blijven sturen op de laagste prijs?
De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister bereid is om bij kritieke geneesmiddelen
het uitgangspunt te hanteren dat leveringszekerheid zwaarder moet wegen dan de allerlaagste
prijs. Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe wordt dit vastgelegd?
De leden van de PVV-fractie lezen dat wordt gewerkt aan een inkoopleidraad. Deze leden
vragen wat de juridische status van deze leidraad wordt. Wordt de naleving gecontroleerd?
Worden partijen aangesproken als zij leveringszekerheid onvoldoende laten meewegen?
Wanneer ontvangt de Kamer deze inkoopleidraad?
De leden van de PVV-fractie lezen dat het vergroten van Europese productiecapaciteit
voor kritieke geneesmiddelen kan bijdragen aan het verkleinen van mondiale afhankelijkheden.
Deze leden vragen welke kritieke geneesmiddelen volgens de Minister in aanmerking
komen voor productie in Nederland of Europa. Wordt daarbij ook gekeken naar productiecapaciteit
op Nederlands grondgebied?
De leden van de PVV-fractie vragen hoe wordt voorkomen dat Nederland in tijden van
crisis achteraan komt te staan bij de verdeling van kritieke geneesmiddelen. Wordt
bij de aanpak ook gekeken naar nationale weerbaarheid, noodscenario’s en afspraken
met producenten over leveringen aan Nederland?
Naar aanleiding van het thema Medische hulpmiddelen en medische technologie. De leden
van de PVV-fractie vragen de Minister om de recente berichtgeving van NOS/Nieuwsuur
over stijgende tekorten aan medische hulpmiddelen in ziekenhuizen te betrekken bij
de beantwoording. Welke acute maatregelen neemt de Minister aangezien ziekenhuizen
volgens deze berichtgeving bijna wekelijks met tekorten worden geconfronteerd, van
eenvoudige hulpmiddelen tot specialistische onderdelen voor operaties en MRI-scanners?
De leden van de PVV-fractie lezen dat bij medische hulpmiddelen vooral de balans tussen
veiligheid, kwaliteit en beschikbaarheid onder druk staat. Deze leden vinden veiligheid
en kwaliteit vanzelfsprekend van groot belang, maar waarschuwen dat regelgeving niet
mag leiden tot tekorten of het verdwijnen van hulpmiddelen van de Nederlandse markt.
Kan de Minister aangeven voor welke medische hulpmiddelen de beschikbaarheid het meest
onder druk staat door strengere Europese regelgeving, hogere kosten, langere toelatingsprocedures
of marktverlating?
De leden van de PVV-fractie lezen dat de Medical Device Regulation (MDR) en In-Vitro
Diagnostics Regulation (IVDR) bijdragen aan productveiligheid, maar ook druk kunnen
zetten op beschikbaarheid. Deze leden vragen of de Minister zicht heeft op hulpmiddelen
of diagnostica die door deze regelgeving niet meer of later beschikbaar zijn voor
Nederlandse patiënten. Zo ja, kan de Minister dit overzicht met de Kamer delen? Zo
nee, waarom is dit inzicht er niet?
De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister bereid is in Europees verband stevig
te pleiten voor regelgeving die veiligheid borgt, maar onnodige regeldruk, onnodige
kosten en onnodige marktverlating voorkomt. Welke concrete vereenvoudigingen bepleit
Nederland?
De leden van de PVV-fractie lezen dat er niet één centrale database bestaat voor hulpmiddelen
en dat verschillende signalen en databronnen moeten worden gecombineerd. Deze leden
vragen wanneer de Minister wel beschikt over een centraal, bruikbaar en actueel overzicht
van kritieke en kwetsbare hulpmiddelen. Wanneer ontvangt de Kamer dit overzicht?
De leden van de PVV-fractie vragen welke medische hulpmiddelen op dit moment als kritiek
worden gezien op basis van medische noodzaak. Welke hulpmiddelen zijn kwetsbaar op
basis van historische tekorten, afhankelijkheid van één of enkele leveranciers, monopolies
of internationale toeleveringsrisico’s?
De leden van de PVV-fractie lezen dat wordt verkend hoe meldingen en signalen uit
het veld gecombineerd kunnen worden om te prioriteren welke hulpmiddelen de meeste
aandacht verdienen. Deze leden vragen waarom dit nog niet operationeel is. Wanneer
is dit systeem gereed? Welke partijen leveren gegevens aan? Hoe wordt geborgd dat
zorgverleners en patiëntenorganisaties hierbij worden betrokken?
De leden van de PVV-fractie lezen dat de onderzoekers adviseren de werking van het
meldpunt voor hulpmiddelen te verbeteren en één punt met een totaaloverzicht van meldingen
te realiseren. Deze leden vragen wanneer dit centrale overzicht operationeel is. Wordt
het overzicht openbaar of in ieder geval beschikbaar voor zorgpartijen en zorgprofessionals?
Welke informatie wordt precies gedeeld?
De leden van de PVV-fractie lezen dat het kabinet de mogelijkheden verkent voor het
aanleggen van een eventuele voorraad medische hulpmiddelen. Deze leden vragen waarom
dit nog steeds een verkenning is. Wanneer wordt besloten of er een voorraad komt,
voor welke hulpmiddelen die voorraad geldt en wie verantwoordelijk wordt voor beheer,
financiering, vervanging en kwaliteitsbewaking?
De leden van de PVV-fractie vragen hoe wordt voorkomen dat een voorraad medische hulpmiddelen
leidt tot verspilling, veroudering of onduidelijke verantwoordelijkheden. Welke lessen
worden getrokken uit eerdere ervaringen met opschaalbare productiecapaciteit en voorraadvorming?
De leden van de PVV-fractie lezen dat Gupta adviseert om naast de bestaande taakgroep
een gremium op te zetten dat gericht in actie komt bij dreigende tekorten, met passend
mandaat. Deze leden vragen of het kabinet dit advies overneemt. Zo ja, wanneer wordt
dit gremium ingericht, welk mandaat krijgt het en welke bevoegdheden heeft het bij
acute tekorten? Zo nee, waarom niet?
De leden van de PVV-fractie vragen wie uiteindelijk de regie voert bij een dreigend
tekort aan medische hulpmiddelen. Is dat het Ministerie van VWS, Zorginkoop Netwerk
Nederland, de Kwaliteitsraad, de leveranciers, de zorgverzekeraars of een andere partij?
De leden van de PVV-fractie lezen dat Gupta adviseert om gericht handelsmissies in
te zetten voor hulpmiddelen die de meeste aandacht verdienen. Deze leden vragen hoe
wordt bepaald welke hulpmiddelen daarvoor in aanmerking komen. Wordt hierbij vooral
gekeken naar economische kansen en innovatie, of naar medische noodzaak en leveringszekerheid
voor Nederlandse patiënten?
De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister bereid is om bij medische hulpmiddelen
ook te kijken naar nationale en Europese productiecapaciteit, zeker voor hulpmiddelen
die essentieel zijn voor de continuïteit van zorg. Zo ja, wanneer ontvangt de Kamer
hierover een uitwerking? Zo nee, waarom niet?
Naar aanleiding van het thema Lichaamsmaterialen. De leden van de PVV-fractie lezen
dat lichaamsmaterialen een andere dynamiek kennen dan geneesmiddelen en hulpmiddelen,
maar dat er specifieke kwetsbaarheden bestaan rond plasma en donorbestanden. Deze
leden vragen hoe de Minister de huidige leveringszekerheid van plasma en plasmageneesmiddelen
beoordeelt. Is Nederland voldoende voorbereid op verstoringen in internationale plasmaketens?
De leden van de PVV-fractie lezen dat Nederland ongeveer de helft van de behoefte
aan immunoglobulinen dekt met in Nederland ingezameld plasma. Deze leden vragen of
de Minister dit voldoende vindt. Welke doelstelling hanteert de Minister voor meer
zelfvoorziening? Welke stappen worden gezet om de afhankelijkheid van plasma uit derde
landen verder te verminderen?
De leden van de PVV-fractie vragen welk deel van de Nederlandse behoefte aan plasma,
immunoglobulinen en andere plasmagerelateerde producten nu uit Nederland komt, welk
deel uit andere Europese landen en welk deel uit derde landen. Kan de Minister dit
voortaan jaarlijks inzichtelijk maken?
De leden van de PVV-fractie lezen dat de kosten van plasma-inzameling nog niet volledig
worden gedekt door de verkoop van plasma en dat Sanquin tot en met 2027 niet volledig
gedekte kosten mag financieren met de verkoop van bloedtransfusieproducten. Deze leden
vragen wat er na 2027 gebeurt. Wat gebeurt er als de kosten vanaf 2028 nog steeds
niet volledig worden gedekt? Kan dit gevolgen hebben voor de beschikbaarheid van plasma
of plasmageneesmiddelen?
De leden van de PVV-fractie lezen dat het kabinet in gesprek wil met het veld over
gepast gebruik van immunoglobulinen. Deze leden vragen wat dit concreet betekent.
Wordt hierbij gestuurd op minder gebruik, doelmatiger gebruik of betere prioritering?
Hoe wordt voorkomen dat patiënten die immunoglobulinen nodig hebben worden geconfronteerd
met beperkingen, vertraging of extra onzekerheid?
Naar aanleiding van het thema Monitoring, evaluatie en regie. De leden van de PVV-fractie
vragen waarom SMART-doelstellingen, meetbare indicatoren en evaluatiemomenten niet
allang standaard zijn bij beleid rondom de beschikbaarheid van medische producten.
Kan de Minister toezeggen dat nieuwe maatregelen voortaan altijd worden voorzien van
concrete doelen, indicatoren, termijnen, verantwoordelijke partijen en evaluatiemomenten?
De leden van de PVV-fractie lezen dat het kabinet stelt dat beleid niet altijd planbaar
is en dat bij tekorten snel en daadkrachtig ingrijpen nodig kan zijn. Deze leden onderschrijven
dat, maar vragen waarom snelle actie en meetbare doelen niet samen zouden kunnen gaan.
Is de Minister het met deze leden eens dat juist bij acute tekorten duidelijk moet
zijn wie verantwoordelijk is, welk effect wordt beoogd en wanneer wordt bijgestuurd?
Naar aanleiding van het thema Besparingsopties en betaalbaarheid. De leden van de
PVV-fractie lezen dat er niet één besparingsoptie is waarmee 20 procent kan worden
bespaard zonder direct in te grijpen op de toegankelijkheid van zorg. Deze leden vinden
het belangrijk dat dit helder wordt uitgesproken. Deelt de Minister de mening dat
schrappen in het basispakket en het invoeren van eigen bijdragen de beschikbaarheid
en toegankelijkheid van zorg voor patiënten onder druk zetten?
De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister kan garanderen dat de aanbevelingen
uit deze rapportage niet worden gebruikt als opstap naar pakketverschraling, hogere
eigen betalingen of slechtere toegang tot geneesmiddelen en hulpmiddelen. Zo nee,
waarom kan zij die garantie niet geven?
De leden van de PVV-fractie lezen dat hulpmiddelen uit het basispakket halen als besparingsoptie
wordt genoemd, maar dat dit direct een negatief effect heeft op toegankelijkheid.
Deze leden vragen of de Minister uitsluit dat hulpmiddelen uit het basispakket worden
gehaald als besparingsmaatregel. Zo nee, welke hulpmiddelen zouden dan in beeld zijn?
De leden van de PVV-fractie lezen dat ook eigen bijdragen en eigen risico voor geneesmiddelen
of hulpmiddelen als besparingsopties in beeld kunnen komen. Deze leden vragen of de
Minister uitsluit dat patiënten die afhankelijk zijn van geneesmiddelen of hulpmiddelen
extra worden belast. Is de Minister het met deze leden eens dat dit juist chronisch
zieken, ouderen en mensen met een kleine beurs hard kan raken?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de kabinetsreactie
op de periodieke rapportage «Beschikbaarheid in Perspectief, Beschikbaarheid medische
producten, 2017 t/m 2023». Naar aanleiding daarvan hebben deze leden nog een aantal
vragen.
De leden van de CDA-fractie lezen in de rapportage dat het verhogen en differentiëren
van de geneesmiddelenvoorraden volgens het onderzoeksbureau de hoogste prioriteit
heeft. Deze leden vragen de Minister om op deze aanbeveling te reflecteren en in het
bijzonder of en hoe zij hier opvolging aan gaat geven.
Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie
De leden van de JA21-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de kabinetsreactie
op de periodieke rapportage Beschikbaarheid in Perspectief, Beschikbaarheid medische
producten, 2017 t/m 2023.
Deze leden constateren dat de beschikbaarheid van geneesmiddelen, medische hulpmiddelen
en lichaamsmaterialen al langere tijd onder druk staat. Zij achten het van groot belang
dat patiënten kunnen rekenen op tijdige toegang tot noodzakelijke medische producten
en dat Nederland minder kwetsbaar wordt voor internationale verstoringen, geopolitieke
afhankelijkheden en eenzijdige prijsprikkels.
De leden van de JA21-fractie lezen dat Gupta Strategists concludeert dat het verbeteren
van de beschikbaarheid van geneesmiddelen geen kwestie is van één enkel beleidsinstrument,
maar vraagt om meer regie door VWS. De Minister geeft aan deze regierol te herkennen.
Kan de Minister concreet maken wat deze regierol in de praktijk betekent? Welke bevoegdheden,
instrumenten en afspraken heeft de Minister nodig om in te grijpen wanneer leveringszekerheid
in gevaar komt? Kan de Minister daarbij aangeven welke aanbevelingen uit de rapportage
worden omgezet in beleid?
De leden van de JA21-fractie constateren dat Gupta aangeeft dat bij nieuw beleid regelmatig
een concrete beschrijving van de beoogde impact ontbreekt. Daardoor is achteraf moeilijk
vast te stellen of beleid doeltreffend en doelmatig is geweest. Kan de Minister toezeggen
dat nieuw beschikbaarheidsbeleid voortaan wordt voorzien van SMART-doelstellingen,
een duidelijke meetmethodiek en periodieke rapportage aan de Kamer? Kan de Minister
daarbij aangeven aan welke indicatoren wordt gedacht, bijvoorbeeld het aantal tekorten,
de duur van tekorten, patiëntimpact, afhankelijkheid van derde landen en de mate waarin
alternatieven beschikbaar zijn?
De leden van de JA21-fractie lezen dat betere informatievoorziening in de keten noodzakelijk
is om tekorten eerder te signaleren en sneller te handelen. Deze leden vragen de Minister
daarom om een concreet tijdpad voor verbetering van de informatievoorziening rond
dreigende tekorten. Wanneer verwacht de Minister dat meldingen over dreigende tekorten
sneller en breder kunnen worden gedeeld met handelsvergunninghouders, groothandels,
apotheken, zorgverzekeraars en voorschrijvers? Welke stappen zal de Minister gaan
zetten in 2026 en 2027? Kan de Minister daarbij aangeven welke juridische, praktische
of organisatorische belemmeringen op dit moment nog bestaan, wanneer deze in kaart
zullen zijn gebracht en op welke termijn deze worden weggenomen?
De leden van de JA21-fractie vragen hoe de Minister aankijkt tegen het voorstel om
data uit verschillende schakels van de geneesmiddelenketen samen te brengen, bijvoorbeeld
via een trusted third party, zodat een objectiever beeld ontstaat van kwetsbaarheden,
voorraden en dreigende tekorten. Is de Minister bereid hiertoe een verkenning te starten
en de Kamer hierover te informeren?
De leden van de JA21-fractie vragen daarbij specifiek aandacht voor de transparantie
over voorraden bij groothandels, distributeurs en distributiecentra. Kopt het dat
exacte voorraadposities en feitelijke beschikbaarheid in de keten niet altijd goed
controleerbaar zijn, waardoor dreigende tekorten mogelijk te laat zichtbaar worden?
Kan de Minister aangeven in hoeverre groothandels, distributeurs en andere partijen
die geneesmiddelenvoorraden aanhouden op dit moment verplicht zijn om actuele en betrouwbare
informatie over hun voorraden te delen? Acht de Minister de huidige transparantie
over voorraadposities voldoende om tekorten tijdig te signaleren en daarop te sturen?
Zo nee, is de Minister bereid te onderzoeken of deze partijen verplicht kunnen worden
om structureel, gestandaardiseerd en controleerbaar te rapporteren over voorraden
van kritieke en kwetsbare geneesmiddelen, bijvoorbeeld via een trusted third party,
zodat bedrijfsgevoelige informatie wordt beschermd maar de overheid wel zicht krijgt
op feitelijke beschikbaarheid? Kan de Minister daarbij een concreet tijdpad geven
voor de juridische en praktische uitwerking hiervan?
De leden van de JA21-fractie constateren dat Gupta adviseert de voorraadverplichting
verder te verbeteren en te differentiëren naar medische urgentie, leveringsrisico’s,
kwetsbaarheid van de keten en kosten van voorraad. Kan de Minister aangeven of de
huidige voorraadverplichting voldoende is om tijdelijke tekorten daadwerkelijk op
te vangen? Hoe wordt gecontroleerd of partijen zich aan de voorraadverplichting houden?
Kan de Minister toezeggen dat ook duurdere, moeilijk vervangbare of medisch kritieke
middelen met kwetsbare ketens nadrukkelijk worden meegenomen bij de verdere uitwerking?
De leden van de JA21-fractie constateren dat beschikbaarheid niet alleen gaat over
productie, inkoop en voorraad, maar ook over het beter benutten van middelen die al
beschikbaar zijn. In dat licht vragen deze leden aandacht voor medicijnverspilling.
Kan de Minister aangeven welk inzicht het Ministerie van VWS op dit moment heeft in
de hoeveelheid ongebruikte geneesmiddelen die jaarlijks wordt vernietigd, uitgesplitst
naar zaken als ziekenhuiszorg, openbare apotheken, Wlz-instellingen en de thuissituatie?
De leden van de JA21-fractie vragen of de Minister inzichtelijk kan maken of zich
onder de vernietigde geneesmiddelen ook middelen bevinden waarvoor tekorten bestaan
of dreigen. Zo ja, welke lessen trekt de Minister daaruit voor het beschikbaarheidsbeleid?
De leden van de JA21-fractie vragen hoe de Minister de mogelijke bijdrage van veilige
heruitgifte van ongebruikte geneesmiddelen beoordeelt voor beschikbaarheid, leveringszekerheid
en weerbaarheid van de geneesmiddelenketen. Welke juridische, praktische en veiligheidsvoorwaarden
staan heruitgifte op dit moment nog in de weg? Is de Minister bereid bestaande heruitgiftepilots
in ziekenhuizen te verbreden naar alle ziekenhuizen die onder strikte voorwaarden
verantwoord willen deelnemen?
De leden van de JA21-fractie vragen tevens of de Minister bereid is pilots te starten
in Wlz-instellingen, waar medicatiebeheer professioneel is georganiseerd en medicatie
regelmatig overblijft door wijziging van behandeling, opname, ontslag of overlijden.
Kan de Minister de Kamer hierover voor het commissiedebat Langdurige Zorg van 2 december
2026 informeren?
De leden van de JA21-fractie vragen tot slot hoe de Kamer wordt geïnformeerd over
de opvolging van de aanbevelingen uit de periodieke rapportage. Kan de Minister toezeggen
dat de jaarlijkse rapportage concreet inzicht geeft in zaken als: bereikte resultaten,
resterende knelpunten, patiëntimpact en de mate waarin Nederland minder afhankelijk
is geworden van kwetsbare internationale ketens?
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de periodieke
rapportage «Beschikbaarheid in perspectief, Beschikbaarheid medische producten, 2017
t/m 2023» en de begeleidende brief van de Minister.
Deze leden lezen in het rapport dat de beschikbaarheid van medische producten steeds
meer onder druk staat, terwijl patiënten juist afhankelijk zijn van tijdige toegang
tot de juiste zorg en medicatie. Zij constateren dat Gupta Strategists concludeert
dat veel beleidsinstrumenten weliswaar bijdragen aan beschikbaarheid, maar dat tegelijkertijd
verbeteringen nodig zijn op het gebied van regie, informatievoorziening, monitoring
en samenhang tussen beleidsinstrumenten.
De leden van de BBB-fractie vinden het van groot belang dat bij alle beleidskeuzes
de patiënt centraal blijft staan. Doelmatige zorg mag nooit betekenen dat patiënten
steeds hogere financiële lasten krijgen of dat de toegang tot noodzakelijke geneesmiddelen
nog verder onder druk komt te staan. Deze leden vinden dat verspilling, inefficiëntie
en ondoelmatige inrichting van het systeem eerst aangepakt moeten worden voordat opnieuw
naar hogere bijdragen of beperkingen voor patiënten wordt gekeken.
De leden van de BBB-fractie lezen dat Gupta constateert dat geneesmiddelentekorten
al jarenlang een structureel probleem vormen in een complex krachtenveld van uiteenlopende
belangen, en dat daarom meer regie vanuit het Ministerie van VWS noodzakelijk is.
Ook lezen deze leden dat de onderzoekers aanbevelen om te werken met een duidelijke
«whole system in the room»-aanpak, inclusief heldere verantwoordelijkheden, mandaten
en samenwerking tussen bestuurlijk, strategisch, tactisch en operationeel niveau.
De leden van de BBB-fractie vragen nu hoe deze regierol van het ministerie concreet
wordt ingevuld. Hoe worden verantwoordelijkheden, mandaten en escalatiemogelijkheden
belegd? Hoe wordt voorkomen dat verantwoordelijkheden tussen partijen diffuus blijven?
Op welke wijze worden fabrikanten, groothandels, apothekers, ziekenhuizen, zorgverzekeraars,
voorschrijvers en patiëntenorganisaties structureel betrokken bij deze regie?
Deze leden lezen daarnaast dat Gupta verbeterpunten ziet bij meldpunten en informatievoorziening,
waaronder de behoefte aan één centraal meldpunt, transparante meldingen en betere
databeschikbaarheid in de gehele keten. De leden van de BBB-fractie vragen welke stappen
de Minister zet om te komen tot eenduidige definities van geneesmiddelentekorten,
zodat betere sturing, monitoring en verantwoording mogelijk wordt. Kan de Minister
daarnaast toelichten hoe zij gaat borgen dat niet uitsluitend wordt gestuurd op logistieke
beschikbaarheid, maar ook op patiëntimpact en doelmatigheid? Wordt bijvoorbeeld ook
gekeken naar de gevolgen van substitutie, uitstel van behandeling of minder passende
alternatieven voor patiënten?
De leden van de BBB-fractie vragen voorts hoe de Minister de data-uitwisseling rond
geneesmiddelentekorten gaat verbinden met de bredere inzet op databeschikbaarheid
in de zorg en de implementatie van de European Health Data Space (EHDS). Hoe wordt
voorkomen dat opnieuw losse datasystemen ontstaan zonder goede interoperabiliteit?
De leden van de BBB-fractie lezen dat Gupta expliciet aanbeveelt om goed onderbouwde
aanpassingen in samenhangende prijsstellende instrumenten zoals de Wet geneesmiddelenprijzen
(Wgp), het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) en het preferentiebeleid vorm te
geven. Daarbij benadrukken de onderzoekers dat de «driehoek» van Wgp, GVS en het inkoopbeleid
van zorgverzekeraars moet zorgen voor een goede balans tussen betaalbaarheid en beschikbaarheid.
Deze leden vragen in dit kader hoe de Minister gaat waarborgen dat aanpassingen in
Wgp, GVS en preferentiebeleid daadwerkelijk in onderlinge samenhang worden vormgegeven.
Op welke wijze wordt het veld structureel betrokken bij de uitwerking van deze beleidsaanpassingen?
Is de Minister bereid hierover concrete afspraken met betrokken partijen te maken?
Deze leden lezen tevens dat GVS-limieten vooral problematisch kunnen zijn voor geneesmiddelen
met een kleine afzetmarkt en voor geneesmiddelen voor kinderen, juist omdat daar vaak
geen generieke alternatieven beschikbaar zijn. Kan de Minister toelichten welke concrete
stappen worden gezet om te voorkomen dat prijsdruk via het GVS leidt tot marktuittreding
of het uitblijven van introducties van innovatieve geneesmiddelen in Nederland, in
het bijzonder voor kleine patiëntgroepen?
De leden van de BBB-fractie vragen daarnaast of de Minister bereid is fabrikanten
en andere marktpartijen een formele rol te geven bij de ontwikkeling en validatie
van kwantitatieve simulatiemodellen die ten grondslag liggen aan wijzigingen in Wgp,
GVS en preferentiebeleid. Deze partijen beschikken immers over marktinformatie, prijsstructuren
en contractinzichten die niet altijd bij de overheid beschikbaar zijn. Indien de Minister
dit niet wenselijk acht, hoe wil zij deze kennis dan alsnog zorgvuldig betrekken?
De leden van de BBB-fractie lezen dat Gupta constateert dat bij nieuw beleid regelmatig
een concretisering van de beoogde impact ontbreekt en dat evaluaties daardoor vaak
vooral kwalitatief van aard zijn. De onderzoekers adviseren daarom nadrukkelijk om
SMART-doelstellingen te formuleren, vooraf meetmethoden vast te leggen en structureel
te monitoren. Deze leden onderschrijven het belang van dit advies. Kan de Minister
aangeven hoe zij concreet gaat borgen dat toekomstige maatregelen rondom beschikbaarheid
van geneesmiddelen vooraf voorzien worden van heldere, toetsbare doelstellingen en
meetbare indicatoren? Hoe wordt de Kamer tussentijds geïnformeerd over de effectiviteit
en eventuele neveneffecten van maatregelen?
De leden van de BBB-fractie lezen tevens dat Gupta concludeert dat voldoende voorraad
bijdraagt aan beschikbaarheid, maar dat daarbij duidelijke keuzes nodig zijn over
de gewenste voorraadhoogte en de handhaving daarop. Deze leden vragen hoe de Minister
bepaalt welke geneesmiddelen als kritisch worden beschouwd en welke minimale voorraden
daarvoor noodzakelijk zijn. Kan de Minister bij de beantwoording ook aangeven of bij
besluitvorming ook de huidige instabiele geopolitieke situatie voldoende wordt meegewogen?
In hoeverre wijken de uiteindelijke beslissing om die specifieke reden op dit moment
dan af van de beslissingen die de afgelopen jaren, in geopolitiek rustiger vaarwater,
genomen werden?
De leden van de BBB-fractie wijzen erop dat Nederland de afgelopen jaren een belangrijk
deel van zijn eigen productiecapaciteit voor generieke geneesmiddelen is kwijtgeraakt,
waaronder de sluiting van de Leidse geneesmiddelenfabriek InnoGenerics. Deze leden
vragen hoe de Minister voorkomt dat Nederland steeds afhankelijker wordt van productie
in Azië voor essentiële geneesmiddelen en werkzame stoffen. Acht de Minister deze
afhankelijkheid, mede gelet op geopolitieke spanningen en kwetsbare handelsketens,
nog verantwoord?
De leden van de BBB-fractie lezen dat Gupta geen mogelijkheid ziet om fors te besparen
zonder gevolgen voor de toegankelijkheid van zorg, behalve mogelijk via het aanpakken
van de afbakeningsproblematiek tussen intramurale en extramurale geneesmiddelenzorg.
Deze leden vinden dat nog nadrukkelijker gekeken moet worden naar het verminderen
van ondoelmatigheid in plaats van direct naar hogere lasten voor patiënten. Deze leden
vragen de Minister hoe zij voorkomt dat eventuele aanpassingen in de afbakening leiden
tot extra administratieve lasten, onduidelijkheid voor patiënten of verschuivingen
van zorg zonder aantoonbare verbetering van doelmatigheid.
De leden van de BBB-fractie lezen in de kabinetsreactie dat de taakstellende bezuiniging
van € 150 miljoen uit het coalitieakkoord mede wordt gekoppeld aan het oplossen van
deze afbakeningsproblematiek, waarbij Gupta een potentiële besparing van € 50 tot
€ 170 miljoen noemt. Deze leden vragen hoe de Minister het resterende deel van de
deze taakstelling wil invullen en welke beleidsinstrumenten daarbij worden overwogen.
Is de Minister bereid de Kamer en het veld tijdig te informeren over de concrete invulling
van deze taakstelling voordat beleidsmaatregelen worden genomen, zodat effecten op
beschikbaarheid, toegankelijkheid en patiëntenzorg vooraf zorgvuldig kunnen worden
beoordeeld?
De leden van de BBB-fractie vinden het zorgelijk dat in discussies over besparingen
opnieuw opties terugkomen waarbij patiënten meer zelf moeten betalen voor noodzakelijke
zorg of geneesmiddelen. Deze leden vinden dat toegankelijkheid van zorg niet afhankelijk
mag worden van de dikte van iemands portemonnee. Genoemde leden wijzen erop dat patiënten
soms geconfronteerd worden met hoge eigen bijdragen voor geneesmiddelen binnen het
GVS. De tijdelijke maximering van de eigen bijdrage op € 250 per jaar loopt af. Kunnen
patiënten erop rekenen dat deze maximering ook na 2026 behouden blijft? Wanneer verwacht
de Minister hierover duidelijkheid te geven?
De leden van de BBB-fractie vinden dat het verminderen van medicijnverspilling nadrukkelijk
onderdeel zou moeten zijn van het beleid rondom geneesmiddelenbeschikbaarheid. Deze
leden vinden het moeilijk uitlegbaar dat goede geneesmiddelen worden vernietigd terwijl
tegelijkertijd patiënten geconfronteerd worden met tekorten. Zij vragen of de Minister
deelt dat het voorkomen van medicijnverspilling onderdeel zou moeten zijn van het
beleid om de beschikbaarheid van geneesmiddelen te verbeteren. Zo nee, waarom niet?
De leden van de BBB-fractie wijzen erop dat de recente Europese ontwikkelingen rondom
de Falsified Medicines Directive mogelijk meer ruimte bieden voor veilige heruitgifte
van geneesmiddelen onder strikte voorwaarden. Hoe beoordeelt de Minister de mogelijke
bijdrage van veilige heruitgifte aan het verbeteren van beschikbaarheid, leveringszekerheid
en weerbaarheid van de geneesmiddelenketen? Kan de Minister aangeven welk inzicht
het Ministerie van VWS momenteel heeft in de hoeveelheid ongebruikte geneesmiddelen
die jaarlijks wordt vernietigd, uitgesplitst naar ziekenhuiszorg, openbare apotheken,
Wlz-instellingen en thuissituaties? Is bekend of zich onder deze vernietigde geneesmiddelen
ook middelen bevinden waarvoor tekorten bestaan of dreigen?
De leden van de BBB-fractie vragen hoe de Minister de recente Europese ontwikkelingen
rondom de Falsified Medicines Directive betrekt bij de Nederlandse aanpak van geneesmiddelenbeschikbaarheid
en heruitgifte. Deze leden wijzen erop dat de Kamer in 2023 de motie-Van Esch/Ellemeet
over uitbreiding van pilots met heruitgifte van medicijnen heeft aangenomen. Destijds
werd uitvoering volgens de Minister beperkt door Europese regelgeving. Nu die regelgeving
mogelijk verandert, ziet de Minister ruimte om deze motie alsnog met prioriteit uit
te voeren? Welke lessen trekt de Minister uit bestaande heruitgiftepilots in ziekenhuizen?
Is zij bereid deelname mogelijk te maken voor alle ziekenhuizen die onder strikte
voorwaarden verantwoord willen deelnemen? De leden van de BBB-fractie vragen daarnaast
of de Minister bereid is pilots met heruitgifte te starten binnen Wlz-instellingen,
waar medicatiebeheer professioneel georganiseerd is en waar regelmatig geneesmiddelen
overblijven door wijziging van behandeling, opname, ontslag of overlijden. Is de Minister
bereid de Kamer hierover voor het commissiedebat Langdurige Zorg van 2 december 2026
te informeren?
Tot slot vragen de leden van de BBB-fractie of de Minister bereid is medicijnverspilling
structureel landelijk in kaart te brengen, zodat inzicht ontstaat in de omvang van
verspilling, om welke middelen het gaat en waar in de keten deze verspilling plaatsvindt.
Zonder goede data blijft beleid volgens deze leden immers te veel gebaseerd op aannames.
Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower
De leden van Groep Markuszower hebben kennisgenomen van de rapportage «Beschikbaarheid
in Perspectief, Beschikbaarheid medische producten, 2017 t/m 2023» alsmede van de
kabinetsreactie hierop en hebben hierover nog enkele vragen en opmerkingen.
Zoals het kabinet beschrijft in haar reactie heeft de rijksoverheid de verantwoordelijkheid
om inzicht te bieden in de doeltreffendheid en doelmatigheid van overheidsuitgaven.
Genoemde leden zijn het met het kabinet eens dat het verkrijgen van meer inzicht in
de doeltreffendheid en doelmatigheid van overheidsuitgaven begint met het beter in
kaart brengen welke inzichten er al zijn en welke nog ontbreken. Op welke manier is
hierbij onderzocht in hoeverre het beleid rondom het voorkeursassortiment bij medische
hulpmiddelen nog voldoende doeltreffend en doelmatig is?
Genoemde leden zijn benieuwd wie bepaalt welke medische hulpmiddelen, zoals bijvoorbeeld
rolstoelen in het voorkeurspakket van het zorgkantoor komen? Is de Minister tevreden
over het betreffende voorkeursbeleid? En hoe wordt bepaald welke hulpmiddelen de voorkeur
hebben? Genoemde leden zijn benieuwd of er de laatste 8 jaar nog aanpassingen aan
dit beleid en het voorkeurspakket zijn geweest? Zo ja, welke? Genoemde leden zijn
tevens benieuwd of er de komende jaren nog aanpassingen in het voorkeursbeleid (pakket)
gepland zijn? Indien ja, welke? Indien nee, waarom niet?
De onderzoekers van Gupta Strategists hebben als hoofdvraag meegekregen in welke mate
de beleidsinstrumenten ten behoeve van, of met een effect op, de beschikbaarheid van
geneesmiddelen, medische hulpmiddelen en lichaamsmaterialen doeltreffend en doelmatig
zijn. Hen is gevraagd dit te beschouwen in relatie tot de bijdrage die deze beleidsinstrumenten
leveren aan de toegankelijkheid, veiligheid, kwaliteit en betaalbaarheid. Kijkend
naar de betaalbaarheid, vragen genoemde leden de Minister welke invloed het verstrekken
van bijvoorbeeld rolstoelen heeft vanuit de verschillende zorgwetten (respectievelijk
de Wlz en de Wmo), graag een uiteenzetting van de verschillende kosten bij gebruik
van dezelfde rolstoel in beide wetten. Genoemde leden willen hiernaast graag weten
hoe het voorkeursassortiment in beide wetten wordt toegepast. Indien er een kostenverschil
zit in het gebruik van dezelfde rolstoel in de beide zorgwetten dan graag nadere uitleg
waarom dit zo is.
Genoemde leden vragen waarom de evaluatie alleen heeft plaatsgevonden binnen de aanwezigheid
(fysiek) van het medisch product in Nederland en alleen bij producten die toegelaten
zijn tot de markt? Waarom is hiervoor gekozen? Deelt de Minister de mening, dat ook
door te kijken naar nieuwe producten de betaalbaarheid en/of beschikbaarheid van medische
hulpmiddelen juist vergroot wordt? Zo nee, waarom niet? Is de Minister alsnog bereid
de scope te vergroten en juist ook hulpmiddelen die nu buiten het voorkeurspakket
vallen te betrekken in vervolgonderzoeken? Zo nee, waarom niet? Deelt de Minister
de mening dat er anders mogelijk sprake kan zijn van oneerlijke concurrentie op de
markt van medische hulpmiddelen? En deelt de Minister de mening dat oneerlijke concurrentie
ervoor kan zorgen dat de eindgebruiker, de patiënt, hierdoor mogelijk veel te veel
betaalt voor het gebruik van een medisch product en dit een negatief effect heeft
op de zorgpremies? Indien nee, waarom niet? Kan de Minister toelichten wat de exacte
rol van bijvoorbeeld Zorgplan is bij het verstrekken van hulpmiddelen en hoe hierbij
wordt gewaarborgd dat er geen sprake kan zijn van oneerlijke concurrentie? Genoemde
leden vragen of er meerdere bedrijven zijn zoals Zorgplan? Zo ja, hoeveel?
Een van de aanbevelingen die worden gedaan is het creëren van de juiste prikkels in
de keten. Daarbij worden mogelijkheden gezien, door met opschaalbare productiecapaciteit
de toeleveringsketen te versterken door afhankelijkheid te verminderen. Wordt hiermee
gedoeld op de productiecapaciteit van de huidige leveranciers? Op welke manier komen
(nieuwe) leveranciers van hulpmiddelen, die nu niet preferent zijn, of niet in het
voorkeursassortiment zitten in aanmerking om wel toegelaten te worden tot dit pakket?
Genoemde leden willen weten wanneer er bij nieuwe producten gebruikt wordt gemaakt
van pilots en/of onderzoeksrapporten? Wie beoordeelt deze pilots en onderzoeksrapporten?
Waar kunnen genoemde leden deze terugvinden? Wordt daarbij ook aangegeven wat de reden
van afwijzing, danwel het niet toelaten tot het voorkeurspakket is? Zo nee, waarom
niet? Wie heeft het uiteindelijke eindoordeel over toelating tot het voorkeurspakket?
Zoals beschreven in de reactie van het kabinet is op het terrein van medische producten
sprake van marktwerking en is de overheid (veelal) zelf geen directe actor in de zin
dat de overheid niet zelf inkoopt, produceert, of voorraden aanlegt. Genoemde leden
vragen op welke manier het kabinet hierbij alsnog zicht heeft op bijvoorbeeld belangenverstrengeling.
Hoe wordt ervoor gezorgd dat marktwerking daadwerkelijk zijn werk kan doen? Wie borgt
dit? En op welke manier? Waar is dit voor de Kamer terug te vinden?
Genoemde leden zijn blij dat het kabinet de aanbeveling van Gupta Strategists steunt,
om verder onderzoek te doen, aangezien het inderdaad aan de overheid is om te zorgen
dat partijen hun rol in het stelsel goed kunnen uitvoeren, en te zorgen voor zo doelmatig
mogelijke besteding van premiegeld.
Genoemde leden willen ten slotte van het kabinet weten wie er toezicht houdt op de
rechtmatigheid van declaraties aangaande (kantel) rolstoelen in verpleeghuizen? Waar
worden aanpassingen aan hierbij verstrekte rolstoelen in rekening gebracht? Bij de
zorgverzekeraar of bij de eindgebruiker?
De leden van Groep Markuszower lezen dat het kabinet inzet op het versterken van de
weerbaarheid van ketens maar missen in de evaluatie elke kwantitatieve onderbouwing
van het geopolitieke risico. Is in de evaluatieperiode 2017–2023 een formele geopolitieke
stresstest uitgevoerd op concrete scenario’s, zoals een militair conflict rond Taiwan,
een handelsblokkade met China of India, of een langdurige verstoring van het Suezkanaal?
Zo nee, waarom niet? Is de Minister bereid alsnog een dergelijke stresstest uit te
voeren, en daarbij specifiek in kaart te brengen voor hoeveel kritieke werkzame stoffen
(API’s) Nederland voor 100% afhankelijk is van één land of zelfs één fabrikant?
Genoemde leden vragen voorts of de Minister bereid is, naar analogie van de strategische
olievoorraad onder verantwoordelijkheid van COVA, een nationale strategische voorraad
aan te leggen van een nader te bepalen lijst kritieke geneesmiddelen voor een periode
van ten minste zes tot twaalf maanden, in plaats van uitsluitend te leunen op de ijzeren
voorraad bij groothandels en fabrikanten. Indien nee, waarom niet?
Tevens wordt opgemerkt dat de magistrale (apotheekbereide) bereiding traditioneel
een vangnet vormde bij geneesmiddelentekorten, maar dat in de evaluatieperiode regelgeving
op nationaal en Europees niveau is aangescherpt. Hoeveel apotheekbereidingen zijn
er in de periode 2017–2023 ingezet als alternatief voor een niet-leverbaar industrieel
product? Is de Minister bereid de regelgeving rond doorleveringsbereidingen en grootschalige
apotheekbereiding te versoepelen, zodat tekorten sneller en goedkoper kunnen worden
opgevangen zonder steeds opnieuw afhankelijk te zijn van buitenlandse aanbieders?
II. Reactie van de Minister
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M. Mohandis, voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede ondertekenaar
E.M. Sjerp, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.