Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over geannoteerde agenda informele Raad Buitenlandse Zaken Defensie van 7 en 8 juni 2026
2026D25054 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Defensie hebben de onderstaande fracties de behoefte
vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Defensie over Raad Buitenlandse
Zaken Defensie van 7 en 8 juni.
De voorzitter van de commissie,
Paternotte
Adjunct-griffier van de commissie,
Manten
Inhoudsopgave
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower
II Antwoord / Reactie van de Minister
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geagendeerde stukken voor
de Raad Buitenlandse Zaken Defensie van 7 en 8 juni 2026 en zien op dit moment af
van het maken van inhoudelijke opmerkingen en het stellen van aanvullende vragen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de informele Raad Buitenlandse
Zaken Defensie van 7 en 8 juni 2026. Wel hebben de leden enkele vragen.
De leden van de PVV-fractie maken zich zorgen dat de invoering van AGILE kan leiden
tot meer dwingende EU-inmenging in de Nederlandse krijgsmacht. Deze zorgen worden
versterkt doordat in Nederland betrekkelijk weinig vooraanstaande producenten van
militaire eindsystemen zijn gevestigd, waardoor het risico bestaat dat Nederlandse
bedrijven binnen Europese defensieprogramma’s afhankelijk worden van grote buitenlandse
concerns. Hoe gaat het kabinet ervoor zorgen dat de Nederlandse zeggenschap en autonomie
binnen AGILE gewaarborgd blijven? Tot welke concrete innovaties kan het AGILE-programma
leiden die de Nederlandse defensie-industrie daadwerkelijk versterken?
De leden van de PVV-fractie hebben vragen over de verdere uitwerking van de wederzijdse
bijstandsclausule van de EU, Artikel 42.7 VEU. Dit artikel verplicht EU-lidstaten
om andere lidstaten hulp en bijstand te verlenen wanneer zij op hun grondgebied worden
aangevallen. Hoewel dit artikel al bestaat, hebben deze leden zorgen over de manier
waarop de EU dit artikel steeds verder politiek en praktisch probeert in te vullen.
Deze leden zijn van mening dat de NAVO de hoeksteen van onze collectieve verdediging
moet blijven en dat Europese defensiesamenwerking nooit mag leiden tot verdringing
van de NAVO of tot meer EU-zeggenschap over de Nederlandse krijgsmacht. Kan de Minister
garanderen dat Nederland bij de verdere bespreking van Artikel 42.7 blijft inzetten
op een sterke NAVO, zonder dat de EU enige zeggenschap krijgt over onze krijgsmacht?
Daarnaast constateren de leden van de PVV-fractie dat Artikel 42.7 spreekt over hulp
en bijstand met «alle middelen waarover zij beschikken». Kan de Minister toelichten
hoe deze bepaling zich verhoudt tot de nationale soevereiniteit van Nederland en wie
uiteindelijk bepaalt welke militaire, financiële of materiële steun Nederland eventueel
levert?
Ook vragen de leden van de PVV-fractie of de verdere operationalisering van Artikel
42.7 op enige wijze kan leiden tot verplichtingen voor Nederland die verder gaan dan
wat het kabinet en de Tweede Kamer wenselijk achten. Kan de Minister uitsluiten dat
Nederland via Artikel 42.7 verplicht kan worden tot militaire inzet zonder nationale
politieke besluitvorming?
De leden van de PVV-fractie hebben ook vragen over de militaire steun aan Oekraïne.
Aan de «Ukraine Support Loan» zijn hervormingsverplichtingen gekoppeld aan uitbetaling
van de lening. De verwachting is dat het Oekraïense parlement weerstand biedt tegen
sommige hervormingen. Kan de Minister aangeven of het weigeren van hervormingsverplichtingen
invloed heeft op de Nederlandse militaire en financiële steun aan Oekraïne?
Tot slot hebben de leden van de PVV-fractie vragen over de verdere financiering van
Oekraïne met betrekking tot de «Ukraine Support Loan». De EU heeft met de «Ukraine
Support Loan» twee derde van de financiering op zich genomen, daarnaast hebben alleen
Noorwegen en Japan respectievelijk 7,5 miljard euro en 6 miljard dollar toegezegd.
Hierdoor is een gat ontstaan van 35 miljard euro. Kan de Minister garanderen dat Nederland
niet weer opdraait voor het gat in de begroting, maar dat zij zal inzetten op financiering
vanuit partnerlanden zoals afgesproken?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de stukken ter voorbereiding
op de informele Raad Buitenlandse Zaken Defensie van 7 en 8 juni 2026. Deze leden
hebben hier nog enkele vragen bij.
Europese veiligheidsstrategie
De leden van de CDA-fractie lezen in het non-paper die Nederland heeft ingediend met
daarin de Nederlandse prioriteiten voor de Europese veiligheidsstrategie dat het kabinet
onder andere inzet op het verder operationaliseren van artikel 42.7 van het Verdrag
betreffende de Europese Unie. Dit artikel verplicht EU-lidstaten om hulp en bijstand
te verlenen wanneer een lidstaat op zijn grondgebied gewapenderhand wordt aangevallen.
Deze leden begrijpen dat hierover meer duidelijkheid nodig is. Tegelijk zien zij artikel
5 van het NAVO-verdrag als leidend voor onze bondgenootschappelijke verdediging. De
leden van de CDA-fractie vragen of het kabinet precies kan aangeven wat de Nederlandse
inzet is bij de bespreking over artikel 42.7 tijdens deze Raad. Welke concrete stappen
wil Nederland zetten om artikel 42.7 beter uitvoerbaar te maken? Denkt het kabinet
daarbij bijvoorbeeld aan het uitwerken van scenario’s en besluitvormingsprocedures
of het doen van gezamenlijke oefeningen? Welke rol ziet het kabinet voor artikel 42.7
bij hybride aanvallen, cyberaanvallen, sabotage van vitale infrastructuur en terroristische
aanvallen? Waar ligt volgens het kabinet de grens tussen een ernstige hybride dreiging
en een gewapende aanval?
De leden van de CDA-fractie lezen dat EU-ambassadeurs een simulatie-oefening hebben
gehouden over artikel 42.7. Kan het kabinet de Kamer, desnoods vertrouwelijk, informeren
over de belangrijkste lessen uit deze oefening? Deze leden vragen hoe wordt voorkomen
dat de EU en de NAVO langs elkaar heen werken. Is er al een gezamenlijke EU-NAVO werkwijze
voor situaties waarin zowel artikel 42.7 VEU als artikel 5 van het NAVO-verdrag aan
de orde kan zijn?
De leden van de CDA-fractie vragen specifiek aandacht voor het Koninkrijk der Nederlanden.
Kan het kabinet aangeven in hoeverre artikel 42.7 van toepassing is op de BES-eilanden
en de Caribische landen binnen het Koninkrijk?
Oekraïne
De leden van de CDA-fractie lezen dat binnen de EU wordt nagedacht over een grotere
rol bij vredesbesprekingen. Welke voorwaarden stelt het kabinet aan een eventuele
Europese vertegenwoordiger of gezant bij vredesbesprekingen?
AGILE: snelle defensie-innovatie
De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het BNC-fiche
over AGILE. Zij steunen de inzet om defensie-innovatie te versnellen, zeker voor het
mkb, start-ups en scale-ups. Deze leden vragen of het kabinet kan aangeven welke concrete
Nederlandse doelstellingen het heeft voor AGILE. Voor welke Nederlandse bedrijven
en kennisinstellingen biedt AGILE de meeste potentie? Denkt het kabinet daarbij aan
sensoren, kwantumtechnologie, slimme materialen, ruimtevaarttechnologie, intelligente
systemen en de maritieme maakindustrie? Hoe gaat het kabinet Nederlandse mkb-bedrijven,
start-ups en scale-ups actief helpen om mee te doen aan AGILE?
De Minister schrijft dat Nederlandse bedrijven vaak sterk zijn in dual-use technologie,
maar minder vaak hoofdaannemer zijn van grote militaire eindproducten. De leden van
de CDA-fractie vragen hoe het kabinet ervoor gaat zorgen dat Nederlandse bedrijven
toegang krijgen tot Europese waardeketens. Deze leden vragen tevens of het kabinet
bereid is om in Brussel te pleiten voor duidelijke deelnamecriteria die voorkomen
dat grote defensiebedrijven uit grote lidstaten het programma domineren, aangezien
innovatie doorgaans juist van kleinere start-ups en scale-ups komt.
Het budget voor AGILE van 115 miljoen euro wordt overgeheveld uit bestaande EU-programma’s,
waaronder het Europees Defensiefonds, EDIP, het EU Space Programme en het Secured
Connectivity Programme. De leden van de CDA-fractie vragen of de Minister kan aangeven
welke activiteiten binnen deze programma’s worden verminderd of stopgezet. Deelt de
Minister de zorg dat een nieuw programma niet ten koste mag gaan van lopende defensie-,
ruimtevaart- of connectiviteitsdoelen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de
Informele Raad Buitenlandse Zaken Defensie van 7 en 8 juni 2026 en het fiche over
het voorstel voor flexibele en snelle defensie-innovatie, AGILE. Deze leden hebben
hierover nog enkele vragen.
De leden van de BBB-fractie lezen dat tijdens de informele Raad wordt gesproken over
de wederzijdse bijstandsclausule van de EU, artikel 42.7 VEU. Deze leden onderschrijven
dat Europa zijn eigen weerbaarheid moet versterken, maar vragen de Minister te bevestigen
dat artikel 42.7 geen alternatief mag worden voor artikel 5 van de NAVO. Hoe borgt
het kabinet dat eventuele operationalisering van artikel 42.7 aanvullend blijft op
de NAVO en niet leidt tot dubbele structuren, onduidelijke commandolijnen of een politiek
signaal dat de NAVO-garantie minder centraal zou staan?
De leden van de BBB-fractie lezen dat onder meer wordt gesproken over scenario’s waarin
artikel 42.7 kan worden ingeroepen bij een aanval op een EU-lidstaat die geen NAVO-lid
is, of bij hybride aanvallen waarbij artikel 5 van de NAVO niet van toepassing is.
Kan de Minister aangeven welke inzet Nederland kiest bij deze discussie? Welke grenzen
stelt Nederland aan de operationalisering van artikel 42.7, en hoe wordt voorkomen
dat lidstaten via open formuleringen verplichtingen aangaan waarvan de militaire,
financiële en politieke gevolgen vooraf onvoldoende duidelijk zijn?
De leden van de BBB-fractie vragen daarnaast hoe artikel 42.7 zich verhoudt tot het
Koninkrijk der Nederlanden. Kan de Minister nader toelichten wat wordt bedoeld met
de eerdere uitspraak dat artikel 42.7 «niet onverkort» van toepassing is op het Caribische
deel van het Koninkrijk? Welke gevolgen heeft dit voor de veiligheid van de BES-eilanden
en de Caribische landen binnen het Koninkrijk?
De leden van de BBB-fractie lezen dat mogelijk ook wordt gesproken over militaire
steun aan Oekraïne, veiligheidsgaranties en de Europese Vredesfaciliteit. Deze leden
blijven steun aan Oekraïne van groot belang vinden, maar hechten aan duidelijke controle
op besteding, lastenverdeling en militaire effectiviteit. Kan de Minister aangeven
welke inzet Nederland kiest ten aanzien van de geblokkeerde en nog openstaande middelen
uit de Europese Vredesfaciliteit, mede gezien de reeds door Nederland ingediende declaraties?
De leden van de BBB-fractie vragen ook hoe het kabinet aankijkt tegen de koppeling
tussen EU-leningen aan Oekraïne en hervormingsverplichtingen. Hoe wordt geborgd dat
steun voorspelbaar en effectief blijft, terwijl tegelijkertijd wordt vastgehouden
aan voorwaarden op het gebied van financieel beheer, belastinginning, besteding en
parlementaire controle in Oekraïne?
De leden van de BBB-fractie lezen dat het kabinet positief is over AGILE, omdat dit
programma snelle defensie-innovatie moet stimuleren en mkb-bedrijven, startups en
scale-ups beter toegang moet geven tot de defensiemarkt. Deze leden steunen die richting.
Nederlandse bedrijven zijn vaak innovatief, civiel begonnen en gespecialiseerd in
technologieën die ook militair toepasbaar zijn. Hoe gaat het kabinet ervoor zorgen
dat Nederlandse mkb-bedrijven daadwerkelijk toegang krijgen tot AGILE en niet alsnog
worden overvleugeld door grote defensiebedrijven uit lidstaten met een veel grotere
defensie-industrie?
Deze leden lezen dat AGILE bedoeld is voor innovaties die binnen één tot drie jaar
tot toepassing kunnen leiden en dat de Commissie mikt op een beoordeling binnen vier
maanden. Kan de Minister aangeven hoe wordt voorkomen dat dit alsnog verzandt in Europese
aanvraagprocedures, verantwoordingslasten en lange besluitvorming? Welke rol ziet
het kabinet voor RVO, Defensie en EZ om Nederlandse bedrijven praktisch te helpen
bij deelname?
De leden van de BBB-fractie lezen dat het budget van 115 miljoen euro wordt gehaald
uit bestaande programma’s, waaronder het Europees Defensiefonds, EDIP, het EU Space
Programme en het Secured Connectivity Programme. Kan het kabinet aangeven welke activiteiten
binnen deze bestaande programma’s daardoor worden verminderd of geschrapt? Is het
kabinet bereid niet in te stemmen met verdere opschaling van AGILE in het volgende
MFK zolang niet duidelijk is wat de pilot concreet oplevert voor innovatie, militaire
toepasbaarheid en Nederlandse bedrijven?
De leden van de BBB-fractie vragen tot slot hoe bij AGILE wordt geborgd dat gevoelige
kennis, data en technologie veilig blijven. Kan de Minister bevestigen dat deelname
alleen mogelijk is onder strikte voorwaarden rond zeggenschap, vestiging, veiligheidsscreening
en bescherming tegen ongewenste invloed van derde landen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower
De leden van Groep Markuszower hebben met interesse kennisgenomen van de stukken over
de Raad Buitenlandse Zaken Defensie van 7 en 8 juni 2026. Genoemde leden hebben hierover
nog enkele vragen en opmerkingen.
Genoemde leden lezen dat de Commissie ernaar streeft om de definitieve beoordeling
van ingediende voorstellen binnen vier maanden na de aanvraagtermijn af te ronden.
Welke waarborgen zijn er om misbruik van deze middelen te voorkomen en te verzekeren
dat de subsidies uitsluitend worden aangewend voor het beoogde doel?
Genoemde leden zijn benieuwd welke technologieën of producten de Minister met dit
programma hoopt te ontwikkelen.
Genoemde leden vragen zich af of uitsluitend mkb-bedrijven (inclusief startups en
scale-ups) aanspraak kunnen maken op de subsidie, of dat ook grote beursgenoteerde
bedrijven hiervoor in aanmerking komen.
Genoemde leden vragen zich af hoe de overheid bedrijven die AGILE-subsidie hebben
ontvangen verder ondersteunt op het gebied van regelgeving.
II Antwoord/ Reactie van de Minister
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.M. Paternotte, voorzitter van de vaste commissie voor Defensie -
Mede ondertekenaar
N.E. Manten, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.