Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda bijeenkomst van EU- transportministers 8 juni 2026 te Luxemburg (Kamerstuk 21501-33-1201)
2026D24785 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat hebben verschillende fracties
de behoefte om vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Infrastructuur
en Waterstaat over de geannoteerde agenda van de bijeenkomst van EU-transportministers
d.d. 8 juni 2026 (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1201), het Fiche: Actieplan inzake beveiliging van en tegen drones (Kamerstuk 22 112, nr. 4296) en het Fiche: Europese Havenstrategie (Kamerstuk 22 112, nr. 4316).
De voorzitter van de commissie,
Huizenga
Adjunct-griffier van de commissie,
Van der Graaf
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Inhoudsopgave
Inleiding
D66-fractie
VVD-fractie
GroenLinks-PvdA-fractie
CDA-fractie
BBB-fractie
Groep Markuszower
Inleiding
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van onder andere het
BNC-fiche inzake de Europese Havenstrategie. Zij hebben hierover nog enkele vragen
en opmerkingen.
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde
agenda voor de Transportraad van 8 juni 2026. Deze leden hebben hierover nog enkele
vragen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de stukken en hebben
hier enkele vragen en opmerkingen bij.
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de Geannoteerde agenda van de
bijeenkomst van de EU-transportministers van 8 juni 2026 te Luxemburg. Deze leden
hebben daarover enkele vragen.
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
Transportraad van 8 juni 2026 en de bijbehorende stukken. Deze leden hebben hierover
nog enkele vragen.
De leden van de Groep Markuszower hebben kennisgenomen van de beleidsbrieven rondom
de Transportraad van 8 juni 2026. Deze leden willen het kabinet nog enkele vragen
voorleggen.
D66-fractie
De leden van de D66-fractie lezen dat het kabinet de Europese Havenstrategie grotendeels
steunt, maar delen tevens de constatering van het kabinet dat de circulaire transitie
en groene scheepvaartcorridors onderbelicht zijn in de Europese plannen. Deze leden
vragen op welke concrete manieren de Minister de Europese Commissie gaat aansporen
om havens niet alleen als energiehubs, maar nadrukkelijk ook als circulaire hubs te
positioneren.
De leden van de D66-fractie lezen dat het kabinet de herziening van de Taxonomy Climate Delegated Act steunt, omdat de huidige criteria voor scheepvaart niet altijd goed toepasbaar zijn.
Genoemde leden vragen de Minister toe te lichten welke specifieke knelpunten de Nederlandse
haven- en scheepvaartsector momenteel ervaart met deze taxonomie, en welke aanpassingen
Nederland in Europa zal voorstellen.
De leden van de D66-fractie merken op dat de Commissie oproept om ETS-inkomsten deels
in te zetten voor verduurzaming van de maritieme sector. Zij vragen of de Minister
kan garanderen dat de middelen uit het Klimaatfonds en Nationaal Groeifonds die hiervoor
nationaal worden ingezet, structureel geborgd blijven, ook op de lange termijn.
De leden van de D66-fractie lezen met instemming dat het kabinet pleit voor een EU-brede
werkgroep en een nationaal aanspreekpunt voor buitenlandse investeringen (FDI) in
havens, om de strategische autonomie te waarborgen. Deze leden vragen hoe andere lidstaten
reageren op dit voorstel en hoe de Minister voorkomt dat er in de tussentijd een race to the bottom ontstaat waarbij buitenlandse investeerders Europese havens tegen elkaar uitspelen.
Daarnaast lezen genoemde leden dat het kabinet de Europese Commissie wil aansporen
haar inzet te vergroten tegen buitenlandse invloed op kritieke infrastructuur. Zij
vragen de Minister welke juridische of beleidsmatige instrumenten er momenteel specifiek
nog ontbreken in de Europese gereedschapskist om havens hiertegen te beschermen.
De leden van de D66-fractie zien dat de veiligheidsmaatregelen mogelijk worden uitgebreid
naar binnenhavens. Deze leden vragen aandacht voor het voorkomen van een waterbedeffect.
Zij vragen hoe de Minister borgt dat de beoogde maatregelen proportioneel zijn en
niet leiden tot onwerkbare administratieve lasten voor kleinere binnenhavens, terwijl
tegelijkertijd de verplaatsing van georganiseerde criminaliteit vanuit de grote zeehavens
naar het achterland effectief wordt tegengegaan. Wat betreft de antecedentenonderzoeken
voor havenarbeiders, vragen deze leden voorts hoe het kabinet ervoor zorgt dat een
EU-kader hiervoor werkbaar is, de privacy van werknemers respecteert en of de Minister
kan schetsen of er voldoende Europees draagvlak voor is.
De leden van de D66-fractie verwelkomen de aandacht voor het Pact for Skills en bijscholing in de havensector. Zij vragen of de Minister inzichtelijk heeft hoe
groot het huidige en toekomstige tekort aan technisch geschoold personeel voor de
energie- en digitale transitie in de Nederlandse havens is. Ook vragen deze leden
hoe het kabinet nationale onderwijsprogramma's gaat laten aansluiten op dit Europese
Pact. Tevens vragen genoemde leden hoe de Minister wil bevorderen dat de in de strategie
genoemde focus op hoogwaardige banen en sociale cohesie zich in Nederland vertaalt
naar concrete kansen voor praktisch opgeleiden en zij-instromers binnen de havenlogistiek.
De leden van de D66-fractie hebben tot slot kennisgenomen van de voorliggende Raadsconclusies
over de Europese Havenstrategie. Zij lezen dat het kabinet de strategie op bepaalde
onderdelen onvoldoende concreet vindt, onder meer waar het gaat om buitenlandse investeringen
in havens. Genoemde leden merken op dat in het rapport Port Politics van Clingendael bindende maatregelen worden aanbevolen, waaronder Europees vastgestelde
rode lijnen over buitenlandse betrokkenheid, terwijl de Commissie inzet op niet-bindende
richtsnoeren. Zij vragen de Minister of hij het noodzakelijk acht dat er nieuwe, bindende
maatregelen komen om de strategische autonomie van onze havens écht te beschermen,
en op welke punten hij de strategie via de Raadsconclusies exact wil aanscherpen.
De leden van de D66-fractie hebben tevens kennisgenomen van het BNC-fiche inzake het
Actieplan beveiliging van en tegen drones. Deze leden lezen dat het kabinet het van
belang acht dat bij de integratie van U-Space en Europese detectie-initiatieven, zoals
de inzet van telecommunicatienetwerken (5G) en open databronnen, de privacy en gegevensbescherming
strikt worden geborgd. Genoemde leden vragen de Minister op welke concrete wijze hij
in de Raad en bij de Europese Commissie waarborgt dat de massale datafusie en monitoring
proportioneel blijven en te allen tijde voldoen aan de strenge Europese privacyrichtlijnen.
De leden van de D66-fractie merken voorts op dat de Commissie inzet op de ontwikkeling
van dual-use technologie en het stimuleren van Europese productiecapaciteit om de
strategische autonomie te vergroten. Zij lezen over de inzet op onder meer vrijwillige
gezamenlijke inkoopinitiatieven en Drone Technology Hubs. Genoemde leden vragen de
Minister of hij deze voorgestelde, veelal vrijwillige en ondersteunende, Europese
maatregelen robuust genoeg acht om op korte termijn de ongewenste afhankelijkheid
van derde landen voor kritieke (counter-)dronetechnologie daadwerkelijk af te bouwen.
VVD-fractie
Militaire mobiliteit
De leden van de VVD-fractie onderschrijven het belang van versterkte militaire mobiliteit
in Europa, mede gelet op de verslechterde geopolitieke veiligheidssituatie. De leden
lezen dat veel lidstaten kritisch zijn op het verplichtende karakter van militaire
vereisten voor infrastructuur. Kan het kabinet nader duiden waar voor Nederland de
belangrijkste aandachtspunten liggen in de onderhandelingen? Deze leden vragen daarbij
specifiek hoe wordt voorkomen dat Europese verplichtingen leiden tot disproportionele
kosten of vertraging in nationale infrastructurele projecten.
De leden van de VVD-fractie onderschrijven daarnaast het belang van militaire mobiliteit,
maar benadrukken dat civiele logistieke processen en strategische goederenstromen
ook in crisissituaties geborgd moeten blijven. Hoe zet het kabinet erop in dat de
verdere Europese uitwerking van militaire mobiliteit niet leidt tot verstoringen in
reguliere logistieke ketens of knelpunten in Nederlandse havens en infrastructuur?
Situatie in het Midden-Oosten en impact op de transportsector
De leden van de VVD-fractie begrijpen dat de ontwikkelingen in het Midden-Oosten en
de daaruit voortvloeiende energiecrisis directe impact kunnen hebben op de Europese
transportsector. Deze leden onderschrijven dat in crisissituaties pragmatisch moet
worden gehandeld, maar vragen hoe het kabinet de proportionaliteit bewaakt bij eventuele
tijdelijke uitzonderingsmaatregelen, met name in de luchtvaartsector. Welke criteria
hanteert het kabinet bij steun voor bijvoorbeeld slotwaivers of tijdelijke versoepeling
van regelgeving?
Verduurzamen zakelijke voertuigen
De leden van de VVD-fractie steunen de verduurzaming van mobiliteit, maar hechten
eraan dat Europese regelgeving uitvoerbaar blijft en onnodige lasten voorkomt. Deze
leden lezen dat Nederland inzet op behoud van ambitie, terwijl een groot aantal lidstaten
kritisch is op het voorstel. Hoe schat het kabinet de kans in dat het uiteindelijke
voorstel daadwerkelijk werkbaar en handhaafbaar zal zijn? Acht het kabinet het risico
aanwezig dat lasten indirect alsnog bij kleinere ondernemers in de keten terechtkomen,
ondanks dat het voorstel formeel niet op het midden- en kleinbedrijf (mkb) ziet?
Decarbonisatie transportsector na 2030
De leden van de VVD-fractie onderschrijven het belang van verduurzaming van de transportsector,
mits dit gepaard gaat met behoud van concurrentievermogen en investeringszekerheid.
Deze leden vragen welke concrete prioriteiten het kabinet in Europees verband ziet
voor de periode na 2030. Hoe wordt voorkomen dat Europese bedrijven in de transportsector
op achterstand worden gezet ten opzichte van concurrenten buiten de Europese Unie?
Maritieme maakindustrie
De leden van de VVD-fractie onderschrijven het belang van een sterke maritieme industrie
in Europa. Deze leden lezen dat discussie bestaat over het criterium «Made in EU».
Kan het kabinet nader toelichten waar voor Nederland de principiële en praktische
bezwaren liggen? Hoe wordt voorkomen dat het streven naar strategische autonomie onbedoeld
leidt tot protectionisme of verstoring van internationale waardeketens waarin Nederlandse
bedrijven actief zijn?
EU Havenstrategie
De leden van de VVD-fractie verwelkomen de aandacht voor de strategische positie van
Europese havens. Voor Nederland als handelsland zijn sterke havens, efficiënte achterlandverbindingen
en goed functionerende logistieke ketens van groot economisch belang.
Deze leden lezen in de havenstrategie veel aandacht voor fysieke infrastructuur en
veiligheid, maar vragen of in de verdere uitwerking voldoende oog blijft voor de bredere
logistieke systeemfunctie van havens binnen Europese en mondiale ketens. Hoe zet het
kabinet erop in dat de Europese Havenstrategie daadwerkelijk bijdraagt aan sterkere
logistieke ketens en een beter functionerende interne markt?
De leden van de VVD-fractie vragen daarnaast aandacht voor marktwerking in de logistieke
keten. In hoeverre deelt het kabinet de zorg dat verdere marktconcentratie en verticale
integratie in de maritieme logistieke sector de concurrentiepositie van verladers
en Nederlandse bedrijven onder druk kunnen zetten? Deze leden onderschrijven het belang
van economische veiligheid en het tegengaan van ongewenste strategische afhankelijkheden.
Kan het kabinet toelichten hoe de inzet op screening van buitenlandse investeringen
in haveninfrastructuur verder vorm krijgt, zonder dat dit leidt tot onnodige vertraging
of extra administratieve lasten?
De leden van de VVD-fractie constateren dat de Havenstrategie vooral richting geeft,
maar dat de concrete uitwerking nog grotendeels moet volgen. Kan het kabinet aangeven
of en wanneer de Kamer een nadere strategieagenda of uitvoeringsagenda tegemoet kan
zien waarin duidelijk wordt welke concrete Europese initiatieven, prioritering en
tijdslijnen hieruit voortvloeien?
Richtlijn gewichten en afmetingen zware wegvoertuigen
De leden van de VVD-fractie vragen aandacht voor de herziening van de Europese richtlijn
gewichten en afmetingen. Nederland heeft als exportland groot belang bij efficiënte
grensoverschrijdende logistiek.
Deze leden vragen hoe het kabinet zich in de verdere onderhandelingen inzet voor werkbare
grensoverschrijdende afspraken, met name waar lidstaten nationaal reeds hogere voertuiggewichten
toestaan. Acht het kabinet ruimte voor een pragmatische oplossing waarbij grensoverschrijdend
vervoer tussen lidstaten die dit nationaal reeds toestaan beter mogelijk wordt, met
behoud van verkeersveiligheid en infrastructuurwaarborgen?
Clean Transport Corridor Initiative
De leden van de VVD-fractie steunen initiatieven die bijdragen aan betere infrastructuur
voor schoon transport, mits deze praktisch uitvoerbaar zijn en voldoende aansluiten
op marktvraag. Deze leden vragen welke concrete consequenties deelname aan deze roadmap
voor Nederland met zich brengt en in hoeverre hieruit toekomstige verplichtingen of
financiële verwachtingen kunnen voortvloeien.
GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich zorgen om de voortgang van het
Europese klimaatbeleid en de Europese afspraken over nationale doelen en maatregelen.
We raken steeds verder achter en dat maakt de opgave alleen maar groter. Er is dus
meer inzet nodig, niet minder. Voorstellen om de doelen en data voor de verordening
voor de verduurzaming van zakelijke voertuigen af te zwakken, kunnen niet op steun
of begrip van deze leden rekenen. We moeten juist doorzetten, nationaal en Europees.
Deze leden vragen daarom de Minister om niet in te stemmen met voorstellen die doelen
afzwakken of vooruitschuiven. Deze leden hebben er wel begrip voor dat sommige Oost-Europese
landen nog achter lopen bij de uitrol van een voldoende dekkende laadinfrastructuur.
Deze landen extra ondersteuning bieden kan helpen en is wat deze leden betreft redelijk
om verder te onderzoeken of uit te werken. Een vertraging van de transitie is dat
niet.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn blij dat de Minister erkent dat ETS-2
cruciaal is voor de decarbonisatie van transport en gebouwde omgeving. We verwachten
ook dat het kabinet die Europees en Nationaal uitdraagt en met concrete maatregelen
handen en voeten geeft. Ook hier heeft vertraging een desastreus effect op de transitie.
Deze leden zijn ook blij dat de noodzaak om alternatieve brandstoffen primair te reserveren
voor lucht- en scheepvaart is overgenomen. Land-based mobiliteit kan aan de stekker.
Deze leden zijn benieuwd hoe dit verder wordt uitgewerkt in de brandstoffenstrategie
en Refuel-EU.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie missen in de EU-havenstrategie, net als bij
de discussie in Nederland, het besef, en de consequenties hiervan, dat er binnen enkele
decennia een einde komt aan het transport en de verwerking van fossiele brandstoffen.
Fossiele brandstoffen vormen nu grofweg de helft van het maritieme transportvolume.
Met het verdwijnen hiervan verdwijnt enorm vele vraag naar maritiem transport en havencapaciteit.
Slechts een klein deel zal worden vervangen door alternatieve brandstoffen, als elektriciteit
de dominante energiedrager wordt. De klassieke economische doelen, gericht op groei,
kunnen we niet langer leidend laten zijn. Afbouw en transitie, herinrichting en nieuwe
sectoren aantrekken, is wat nu nodig is. Hoe gaat de Minister dit in Europa uitdragen?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hechten zoals bekend veel waarde aan het versterken
van het grensoverschrijdend openbaar vervoer in de EU. Deze leden vinden het daarom
belangrijk dat het pakket over multimodale digitale mobiliteitsdiensten en spoorticketing
(MDMS) snel concreet wordt uitgewerkt. Kan het kabinet een inschatting geven wanneer
de onderhandeling hierover van start gaat? En wat is de inschatting van het kabinet
van het krachtenveld? En is het kabinet bereid een stevige voortrekkersrol te gaan
nemen eventueel samen met andere lidstaten? Zo nee, waarom niet?
CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie onderschrijven het belang van sterke Europese samenwerking
op het terrein van transport, mobiliteit en strategische infrastructuur. Ten aanzien
van de Militaire Mobiliteitsverordening constateren deze leden dat tijdens de Transportraad
voor het eerst een beleidsdebat zal plaatsvinden over deze verordening, met bijzondere
aandacht voor weerbare infrastructuur en aanpassing van bestaande transportwetgeving.
Deze leden vragen op welke wijze het kabinet dual-use infrastructuur meeneemt in de
Nederlandse inzet en hoe investeringen in infrastructuur beter worden gekoppeld aan
Europese veiligheids- en mobiliteitsdoelstellingen.
De leden van de CDA-fractie hebben tevens kennisgenomen van de uitgangspunten van
AccelerateEU. Zij vragen hoe het kabinet de kansen en risico’s beoordeelt van verdere
flexibilisering van luchtvaartregels, waaronder anti-tankering en slotwaivers, mede
in relatie tot duurzaamheid, leveringszekerheid en eerlijke concurrentie binnen de
Europese luchtvaartsector. Ten aanzien van de Clean Corporate Vehicles-verordening
vragen deze leden op welke wijze Nederland zich inzet voor behoud van ambitie binnen
de verordening, nu meerdere lidstaten zich kritisch opstellen. Daarnaast vragen zij
welke aanvullende Europese maatregelen het kabinet noodzakelijk acht om de elektrificatie
van het zware wegvervoer richting 2030 verder te versnellen.
De leden van de CDA-fractie hebben daarnaast kennisgenomen van het fiche inzake de
European Industry Maritime Strategy (EIMS). Deze leden vragen welke concrete initiatieven
het kabinet bereid is te ondersteunen bij de verdere uitwerking van deze strategie.
Tevens vragen zij waarom Nederland kritisch is op het criterium «Made in EU» binnen
de maritieme maakindustrie-strategie en hoe wordt voorkomen dat Nederlandse bedrijven
hierdoor Europese investeringen of ondersteuning mislopen.
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het fiche inzake de Europese
havenstrategie. Deze leden onderschrijven het belang van sterke, veilige en weerbare
Europese havens, mede gezien de geopolitieke ontwikkelingen en de strategische positie
van Nederlandse zeehavens. Deze leden constateren dat de Europese Commissie met de
havenstrategie een eerste stap zet, maar delen de analyse van de EVP-fractie dat verdere
concretisering noodzakelijk is om kritieke infrastructuur daadwerkelijk te beschermen
tegen ongewenste buitenlandse inmenging en strategische afhankelijkheden.Deze leden
hebben in dat kader enkele vragen en opmerkingen. Ten aanzien van economische veiligheid
en buitenlandse inmenging vragen deze leden op welke wijze Nederland tijdens de Transportraad
zal inzetten op verdere concretisering van de veiligheidsparagraaf binnen de Europese
havenstrategie. Tevens vragen zij welke concrete aanvullende maatregelen het kabinet
op Europees niveau noodzakelijk acht om risico’s van buitenlandse zeggenschap in havens
tegen te gaan. Voorts vragen deze leden of de Minister bereid is in Europees verband
actief te blijven pleiten voor een structureel Europees samenwerkingsmechanisme gericht
op risicovolle investeringen, buitenlandse staatsinvloed en strategische afhankelijkheden
in havens.
De leden van de CDA-fractie vragen ten aanzien van kritieke infrastructuur en nationale
weerbaarheid hoe de Europese havenstrategie zich verhoudt tot de uitvoering van de
aangenomen motie inzake het versterken van de weerbaarheid en economische veiligheid
van Nederlandse havens door kritieke entiteiten aan te wijzen (Kamerstuk 31 409, nr. 500).
De leden van de CDA-fractie benadrukken dat havens steeds meer functioneren als geïntegreerde
knooppunten binnen logistieke ketens en de interne markt. Zij vragen hoe Nederland
zich inzet voor een sterkere koppeling tussen havenbeleid en de verdere integratie
van logistieke ketens die daarmee verbonden zijn. Daarnaast vragen deze leden hoe
het kabinet wil voorkomen dat vrachtstromen verschuiven naar havens buiten de EU en
hoe nieuwe handelsroutes en internationale partnerschappen hierin worden meegenomen.
De leden van de CDA-fractie vragen ten aanzien van het Europese level playing field
welke concrete verschillen tussen lidstaten het kabinet momenteel ziet als risico
voor de concurrentiepositie en veiligheid van Nederlandse havens. Tevens vragen deze
leden hoe het kabinet voorkomt dat lidstaten met minder strenge veiligheids- of investeringsregels
een achterdeur vormen voor ongewenste buitenlandse invloed binnen de Europese haveninfrastructuur.
Ten aanzien van de Raadsconclusies vragen deze leden op welke punten het kabinet de
strategie verder wil aanscherpen en of aanvullende bindende maatregelen noodzakelijk
worden geacht om de doelen van de Europese havenstrategie te realiseren.
De leden van de CDA-fractie vragen tot slot hoe het kabinet aankijkt tegen een gezamenlijke
Europese aanpak van investeringen uit derde landen in strategische haveninfrastructuur,
met het oog op economische veiligheid en een gelijk speelveld binnen Europa.
BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie lezen dat de Raad spreekt over de situatie in het Midden-Oosten
en de impact van de energiecrisis op de transportsector. Zij vragen de Minister hoe
het kabinet voorkomt dat hogere brandstofprijzen, omvliegroutes, stijgende operationele
kosten en onzekerheid in de internationale logistiek uiteindelijk vooral terechtkomen
bij vervoerders, verladers, mkb’ers en consumenten. Kan de Minister aangeven welke
concrete signalen het kabinet op dit moment ontvangt uit de wegtransportsector, luchtvaart,
binnenvaart, zeevaart en logistieke ketens?
De leden van de BBB-fractie lezen dat het kabinet de Europese Commissie zal vragen
voorbereid te zijn op een slotwaiver en versoepeling van anti-tankeringregels om brandstof
te besparen. Deze leden vragen of het kabinet ook bereid is in Europees verband te
pleiten voor tijdelijke, gerichte maatregelen voor transportondernemingen die direct
worden geraakt door uitzonderlijk hoge energie- en brandstofkosten, mits deze maatregelen
uitvoerbaar zijn en het gelijke speelveld niet verstoren.
De leden van de BBB-fractie lezen dat het kabinet positief staat tegenover het voorstel
voor verduurzaming van zakelijke voertuigen en zelfs inzet op behoud van ambitie,
terwijl meerdere lidstaten juist grote zorgen hebben over verplichtingen, rapportage
en uitvoerbaarheid. Deze leden vragen de Minister hoe wordt voorkomen dat dit voorstel
leidt tot nieuwe administratieve lasten, hogere kosten of indirecte druk op het mkb,
ook al richt het voorstel zich formeel op grote ondernemingen. Kan de Minister daarbij
specifiek ingaan op de gevolgen voor familiebedrijven, leasebedrijven, transporteurs,
bouwbedrijven en ondernemers in regio’s waar laadinfrastructuur en netcapaciteit nog
onvoldoende beschikbaar zijn?
De leden van de BBB-fractie vragen daarnaast hoe het kabinet aankijkt tegen het non-paper
van negen lidstaten die pleiten voor een niet-bindende aanpak van schone zakelijke
voertuigen. Is de Minister bereid zich in de onderhandelingen terughoudender op te
stellen bij bindende normen zolang de randvoorwaarden, zoals netcapaciteit, laadpunten,
betaalbare voertuigen en uitvoerbare rapportage, nog onvoldoende zijn geregeld?
De leden van de BBB-fractie lezen dat Nederland voornemens is de roadmap voor het
Clean Transport Corridor Initiative te ondertekenen. Deze leden steunen het belang
van goede laadinfrastructuur langs Europese corridors voor Nederlandse vervoerders,
maar vragen hoe wordt geborgd dat dit niet alleen papieren ambitie wordt. Welke knelpunten
rond netcapaciteit, ruimte, vergunningverlening en aansluiting van truckparkings worden
met deze roadmap concreet opgelost?
De leden van de BBB-fractie lezen dat tijdens de Raad wordt gesproken over decarbonisatie
van de transportsector na 2030. Deze leden vragen de Minister te bevestigen dat Nederland
in Brussel blijft inzetten op een realistische en betaalbare transitie, waarbij elektrificatie
wordt gestimuleerd waar dat kan, maar hernieuwbare brandstoffen beschikbaar blijven
voor sectoren waar elektrificatie moeilijk of voorlopig niet haalbaar is, zoals luchtvaart,
zeevaart, binnenvaart en zwaar transport.
De leden van de BBB-fractie lezen dat de Militaire Mobiliteitsverordening voor het
eerst in een beleidsdebat wordt besproken en dat veel lidstaten kritisch zijn op het
verplichtende karakter van militaire vereisten. Deze leden onderschrijven het belang
van militaire mobiliteit, maar vragen hoe wordt voorkomen dat kosten voor het geschikt
maken van bruggen, wegen, spoor, havens en vaarwegen terechtkomen op nationale of
regionale infrabudgetten die nu al onder druk staan. Kan de Minister aangeven of Nederland
inzet op voldoende Europese financiering en een duidelijk financieel voorbehoud?
De leden van de BBB-fractie lezen dat de Raad naar verwachting raadsconclusies vaststelt
over de Europese Havenstrategie. Deze leden vinden het positief dat ook binnenhavens
en achterlandverbindingen nadrukkelijk worden meegenomen. Kan de Minister aangeven
hoe Nederland ervoor zorgt dat de strategie niet alleen draait om grote zeehavens,
maar ook concreet bijdraagt aan sterke binnenhavens, goede vaarwegen, spoorverbindingen
en regionale logistieke knooppunten?
De leden van de BBB-fractie vragen hoe de Minister in de Havenstrategie inzet op bescherming
tegen ongewenste buitenlandse invloed, cyberdreigingen, georganiseerde criminaliteit
en drone-dreigingen, zonder dat dit leidt tot een stapeling van nieuwe administratieve
lasten voor havenbedrijven, binnenhavens en logistieke ondernemers. Kan de Minister
aangeven of Nederland blijft pleiten voor een nationale contactstructuur of EU-werkgroep
voor buitenlandse investeringen in havens?
De leden van de BBB-fractie lezen dat het Actieplan inzake beveiliging van en tegen
drones inzet op registratie, identificatie, geofencing, een EU Trusted Drone Label
en mogelijk registratie vanaf 100 honderd gram. Deze leden vragen hoe wordt voorkomen
dat goedwillende gebruikers, zoals boeren, inspectiebedrijven, hulpdiensten, infrastructuurbeheerders
en innovatieve mkb’ers, onnodig worden geraakt door extra registratielasten en procedures.
De leden van de BBB-fractie onderschrijven dat kwaadwillend dronegebruik bij havens,
luchthavens, energie-infrastructuur, evenementen en vitale objecten serieus moet worden
aangepakt. Tegelijk vragen zij de Minister te bevestigen dat operationele counter-dronebevoegdheden,
inzet rond nationale veiligheid en besluitvorming over bescherming van vitale infrastructuur
primair nationale bevoegdheden blijven. Kan de Minister aangeven welke ruimte Nederland
in Europees verband wel ziet voor samenwerking, bijvoorbeeld rond standaarden, dreigingsinformatie,
oefeningen en gezamenlijke kennisontwikkeling?
Groep Markuszower
De leden van de Groep Markuszower maken zich zorgen als het gaat om de budgetoverschrijding
van de implementatie van European Rail Traffic Management System (ERTMS). Hoewel de
leden het nut en de noodzaak van het systeem erkennen, vinden zij dat de kosten de
spuigaten uitlopen. Deze leden vragen zich af of het kabinet in Brussel kan inzetten
op het verkrijgen van subsidie ten aanzien van de implementatie van ERTMS, teneinde
de Nederlandse schatkist – en daarmee de Nederlander – te ontzien.
De leden van de Groep Markuszower erkennen dat ERTMS in de toekomst kan bijdragen
aan een betere spoorinfrastructuur in Nederland. Wel zien de leden enkele beren op
de weg. Deze leden vragen zich af hoe het zit met de toekomstige eisen van het systeem
en of er nog nieuwe specificaties in de pijpleiding zitten.
De leden van Groep Markuszower zien moeilijkheden ten aanzien van ERTMS en de landsgrenzen
ontstaan. De leden willen graag een update ten aanzien van de comptabiliteit op het
TEN-T netwerk in relatie met ERTMS. Deze leden vragen zich specifiek af of de treinen
nog wel de landsgrens over kunnen, gelet op het feit dat lidstaten verschillende versies
implementeren, en welke maatregelen ten einde dat te regelen al genomen zijn.
De leden van de Groep Markuszower constateren dat het kabinet in het regeerakkoord
heeft opgeschreven dat zij de vliegbelasting in Europa wil harmoniseren. Deze leden
constateren dat de wijze waarop het kabinet dit denkt te bereiken onduidelijk is.
Deze leden constateren verder dat Nederland de hoogste vliegbelasting van Europa heeft.
Deze leden vragen aan het kabinet op welke wijze zij denkt de vliegbelasting te kunnen
harmoniseren en de inzet hieromtrent uit te werken en aan de Kamer te doen toekomen.
De leden van de Groep Markuszower vinden het niet uit te leggen dat Nederland voornemens
is de hoogste vliegbelasting van Europa in te voeren. Vooral omdat deze coalitie in
het regeerakkoord heeft opgenomen dat een dergelijke vliegtaks in Europees verband
geharmoniseerd dient te worden. Deze leden willen weten of het kabinet overweegt de
voorgenomen verhoging van 2027 te schrappen, dan wel de vliegbelasting in zijn geheel
te verlagen, nu buurland Duitsland heeft aangekondigd de vliegbelasting aanzienlijk
te gaan verlagen.
De leden van de Groep Markuszower zien met pijn in de ogen toe hoe Nederlandse grensluchthavens
de slag met hun Duitse concurrenten verliezen, aangezien de Duitse regering de vliegtaks
van plan is te verlagen. Deze leden vragen zich derhalve af welke maatregelen, in
nationaal en Europees verband, het kabinet voornemens is om te nemen om deze Nederlandse
luchthavens de hand te reiken, dan wel te redden.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R.A. Huizenga, voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat -
Mede ondertekenaar
L. van der Graaf, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.