Amendement : Amendement van het lid Ellian over schappen van de beklagmogelijkheid
35 501 Wijziging van de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring en enige andere wetten met het oog op het handhaven van de mogelijkheden om maatregelen te nemen ten aanzien van overlastgevende vreemdelingen, het verruimen van de mogelijkheden tot ongewenstverklaring en het verhogen van het strafmaximum van artikel 197 van het Wetboek van Strafrecht (novelle Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring)
Nr. 20
AMENDEMENT VAN HET LID ELLIAN
Ontvangen 20 mei 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
In artikel I, onderdeel D, vervalt in het vijfde lid «74».
II
Artikel I, onderdeel Dc, komt te luiden:
Dc
Artikel 74 vervalt.
III
Na artikel I, onderdeel Dc, worden twee onderdelen ingevoegd, luidende:
Dca
Artikel 76, derde lid, vervalt onder vernummering van het vierde en vijfde lid tot
derde en vierde lid.
Dcb
Artikel 77, zesde lid, vervalt.
IV
In artikel I, onderdeel De, wordt na onderdeel 2 een onderdeel ingevoegd, luidende:
3. In het vijfde lid (nieuw) wordt «76, vijfde lid» vervangen door «76, vierde lid».
Toelichting
De indiener is van mening dat de in artikel 74 voorgestelde uitbreiding van de beklagmogelijkheid
leidt tot een onnodige verruiming van het aantal onderwerpen waarover kan worden geklaagd.
Hierdoor dreigt een toename van klachtenprocedures, hetgeen een onnodige belasting
vormt voor de medewerkers en de beklagcommissie
Uit de memorie van toelichting blijkt dat onder de reikwijdte van artikel 74 onder
meer kwesties zoals gebouwelijke kenmerken, beschikbaarheid van bepaalde voorzieningen
of activiteiten of andere, meer algemene, zaken vallen. Juist omdat deze kwesties een algemeen en generiek karakter hebben, acht
de indiener het aannemelijk dat het verlagen van de drempel om hierover te klagen
zal leiden tot extra bestuursrechtelijke procedures die niet direct samenhangen met
individuele beslissingen jegens een vreemdeling. Daarmee wordt de beklagprocedure
opgerekt tot een instrument voor klachten over algemene detentieomstandigheden, iets
wat indiener onwenselijk acht.
Daarnaast merkt de memorie van toelichting op dat dergelijke klachten op dit moment
«soms» aan de vreemdelingenrechter worden voorgelegd. Naar het oordeel van de indiener
toont dit aan dat er geen intrinsieke behoefte is om de gronden om een beklag in te
stellen uit te breiden.
De indiener acht de bestaande mogelijkheden tot bemiddeling en rechtsbescherming dus
afdoende en ziet geen noodzaak voor de in artikel 74 voorgestelde uitbreiding.
Ellian
Indieners
Ulysse Ellian, Kamerlid
Kabinetsappreciatie
Appreciatie:
Oordeel Kamer