Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg inzake de geannoteerde agenda aan voor de informele Raad Buitenlandse Zaken van 27 en 28 mei 2026
2026D23628 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken hebben de onderstaande fracties
de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Buitenlandse
Zaken over de geannoteerde agenda voor de informele Raad Buitenlandse Zaken van 27
en 28 mei 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3396) en het verslag van de Raad Buitenlandse Zaken van 11 mei 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3398).
De voorzitter van de commissie,
Klaver
Adjunct-griffier van de commissie,
Dekker
Inhoudsopgave
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de DENK-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie
II Antwoord / Reactie van de Minister
III Volledige agenda
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
informele Raad Buitenlandse Zaken van 27 en 28 mei 2026. Deze leden hebben daarover
nog enkele vragen en opmerkingen.
Oekraïne en Rusland
De leden van de D66-fractie onderschrijven het belang van voortgezette brede steun
aan Oekraïne en het verder opvoeren van de druk op Rusland. Deze leden steunen de
inzet van het kabinet om aanvullende sanctiemaatregelen te bevorderen, gericht op
het tegengaan van de Russische schaduwvloot en het financieel isoleren van Rusland.
Deze leden vragen of het kabinet bereid is in Europese Unie (EU)-verband actief te
pleiten voor een maritime services ban op de Russische schaduwvloot. Zij vragen daarbij of het kabinet bereid is ook andere
Russische scheepvaart en daaruit voortvloeiende economische activiteiten, waaronder
witvisvangst, onder Europese sancties te brengen, en waar mogelijk eveneens onder
een maritime services ban te laten vallen.
De leden van de D66-fractie maken zich daarnaast zorgen over het bericht dat het Verenigd
Koninkrijk per 20 mei weer import toestaat van diesel en kerosine gemaakt uit Russische
ruwe olie. Deelt het kabinet de opvatting dat dit de financiële isolatie van Rusland
ondergraaft? Is de Minister bereid om zijn Britse collega’s aan te spreken op de onwenselijkheid
hiervan? Deze leden hebben met genoegen kennisgenomen van het Nederlandse initiatief
om de discussie over het vrijgeven van circa 180 miljard euro aan bevroren Russische
tegoeden opnieuw open te breken, ten behoeve van de heropbouw en verdedigingsinspanningen
van Oekraïne tegen Russische agressie. Heeft het kabinet hiervoor al bijval gevonden
bij andere lidstaten? Is de Minister voornemens deze discussie tijdens de informele
Raad verder te voeren? Deelt het kabinet de opvatting dat Nederland hierin een voortrekkersrol
zou moeten spelen? Voorts constateren deze leden dat er ruimte lijkt te ontstaan voor
Europese deelname aan de onderhandelingen over een staakt-het-vuren in Oekraïne.
De leden van de D66-fractie zijn van mening dat Europa een stem aan tafel moet krijgen
en moet kunnen meepraten over veiligheid, stabiliteit en vrede op het eigen continent.
Hoe beoordeelt het kabinet Europese plannen om een onderhandelaar aan te stellen?
Ligt het volgens het kabinet voor de hand dat dit in EU-verband gebeurt? Zo ja, aan
welke voorwaarden zou een dergelijke Europese onderhandelaar volgens het kabinet moeten
voldoen?
Iran en de Straat van Hormuz
De leden van de D66-fractie nemen waar dat er schot lijkt te zitten in de onderhandelingen
over een coalitie voor vrije doorvaart in de Straat van Hormuz. Tegelijkertijd benadrukken
deze leden dat een dergelijke missie alleen kansrijk en verantwoord is wanneer zij
niet bijdraagt aan verdere escalatie, voldoende regionaal draagvlak heeft en past
binnen een breder diplomatiek traject richting een duurzaam staakt-het-vuren. Zij
vragen het kabinet daarom welke randvoorwaarden zij hanteert voor Nederlandse steun
aan of deelname aan een eventuele vrije-doorvaartmissie. Zijn die randvoorwaarden
sinds de eerdere Kamerbrieven of debatten gewijzigd? Zo ja, op welke punten? Kan de
Minister een update geven over de voortgang van de coalitievorming? Welke landen overwegen
op dit moment deelname, en welke vorm van bijdrage ligt daarbij op tafel?
Hoe verlopen de diplomatieke contacten met de aangrenzende Golfstaten en andere betrokken
partijen bij het conflict? Ziet het kabinet bij deze partijen voldoende bereidheid
om een eventuele vrije-doorvaartmissie te accepteren als onderdeel van een bestendiger
staakt-het-vuren?
Tot slot vragen deze leden hoe het kabinet voorkomt dat een missie die bedoeld is
om vrije doorvaart te beschermen, in de praktijk wordt gezien als partij kiezen in
een breder regionaal conflict. Welke politieke, juridische en operationele waarborgen
acht het kabinet daarvoor noodzakelijk?
Israël, Gaza en de Westelijke Jordaanoever
De leden van de D66-fractie hebben aanhoudende zorgen over de situatie in de Gazastrook,
waaronder het aanhoudende geweld en de tekorten aan humanitaire hulp. Ook maken deze
leden zich grote zorgen over de verslechterende situatie op de Westelijke Jordaanoever,
mede door toenemend kolonistengeweld en de uitbreiding van illegale nederzettingen.
Recente uitspraken van Minister Smotrich over het leegvegen van Palestijnse dorpen
op de Westelijke Jordaanoever dragen eraan bij dat deze leden met klem oproepen tot
Europese maatregelen om Israël tot inkeer te brengen.
De leden van de D66-fractie constateren dat in de geannoteerde agenda wordt gesproken
over het verhogen van de druk op Israël, waarbij ook maatregelen op het gebied van
handel niet worden uitgesloten. Deze leden merken echter op dat de Nederlandse inzet
binnen het kader van het EU-Israël Associatieverdrag, waaronder gedeeltelijke opschorting,
niet expliciet wordt genoemd.
Is het kabinet bereid om, conform de motie-Van der Werf/Van Lanschot (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3375), in EU-verband actief te blijven pleiten voor maatregelen binnen het kader van het
EU-Israël Associatieverdrag, indien Israël zijn verplichtingen onder het internationaal
recht en het humanitair oorlogsrecht blijft schenden? Wat is de inzet van het kabinet
hierop tijdens de informele Raad? Welke lidstaten spreekt Nederland actief aan om
steun te verwerven voor aanvullende maatregelen richting Israël? Hetzelfde geldt voor
Europese handelsmaatregelen tegen producten uit illegale nederzettingen. Op welke
manier zet Nederland zich ervoor in om hiervoor meerderheden te vinden?
Libanon
De leden van de D66-fractie maken zich zorgen over de aanhoudend kwetsbare situatie
in Libanon, het aanhoudende geweld tegen burgers in Zuid-Libanon en het risico op
verdere escalatie tussen Israël en Hezbollah. Deze leden onderschrijven het belang
van steun aan de Libanese autoriteiten en van volledige naleving van het staakt-het-vuren.
Welke diplomatieke inzet pleegt Nederland, bilateraal en in EU-verband, om Libanon
en Israël te bewegen de onderhandelingen voort te zetten en te komen tot een duurzame
diplomatieke oplossing?
Internationaal Strafhof en Nederland als gastland
De leden van de D66-fractie merken op dat het onafhankelijk functioneren van het Internationaal
Strafhof vanuit meerdere landen wordt beïnvloed en gefrustreerd. Nederland heeft als
gastland een bijzondere verantwoordelijkheid om zich hiertegen uit te spreken en rechters,
aanklagers, juristen en medewerkers van het hof te beschermen. Wat doet het kabinet
concreet om rechters, aanklagers, juristen en medewerkers van het Internationaal Strafhof
te beschermen tegen buitenlandse sancties, intimidatie en andere vormen van druk?
Is het kabinet bereid om, samen met onder meer Spanje en België, in Brussel te verzoeken
tot het inroepen van het Europese blocking statute, conform de breed aangenomen moties-Paternotte
c.s. (Kamerstuk 21 501-20-, nr. 2310) en Dobbe c.s. (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3371)?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
Informele Raad Buitenlandse Zaken van 27 en 28 mei 2026. Zij hebben hiertoe nog de
volgende vragen en opmerkingen.
Russische agressie tegen Oekraïne
De leden van de VVD-fractie benadrukken dat de onverminderde militaire, financiële
en humanitaire steun aan Oekraïne, zoals ook vastgelegd in de budgettaire tabel van
het regeerakkoord, essentieel blijft om de Russische agressie het hoofd te bieden
en de Europese veiligheid te waarborgen.
De leden van de VVD-fractie benadrukken dat duurzame vrede tussen Oekraïne en Rusland
alleen tot stand kan komen als Oekraïne vanuit een positie van kracht aan de onderhandelingstafel
aanschuift. Militaire druk op het slagveld en diplomatieke inzet aan de onderhandelingstafel
gaan wat betreft deze leden hand in hand.
De leden van de VVD-fractie juichen Europese stappen om te komen tot een bestand tussen
Rusland en Oekraïne van harte toe. Deze leden danken de Minister voor de bijdrage
die Nederland op zich neemt als leidende partij op het gebied van economische sancties
en vragen hem of er tussen de andere betrokken partijen een werkverdeling bestaat.
Het lijkt deze leden namelijk te prefereren dat verschillende partijen complementair
aan elkaar zijn en niet concurrerend. Het afstemmen van acties zou wat deze leden
betreft de beste werkwijze zijn en waar mogelijk moeten partijen gezamenlijk optreden,
zeker als het om veiligheidsgaranties gaat.
De leden van de VVD-fractie zijn het eens met het kabinet dat Europa uiteindelijk
vertegenwoordigd moet zijn in het vredesproces tussen Oekraïne en Rusland. Voordat
het zover is, zijn er wat deze leden betreft vertrouwenwekkende maatregelen nodig
vanuit Rusland. Deelt de Minister deze mening en wat zouden wat hem betreft vertrouwenwekkende
maatregelen kunnen zijn? Deze leden willen ook graag van de Minister weten of de Europese
veiligheidsarchitectuur voldoende garanties biedt voor de veiligheid van Oekraïne
nadat er een bestand is bereikt. Zij vragen de Minister hoe hij aankijkt tegen de
wens van Oekraïne om een harde toetredingsdatum tot de EU vast te leggen als onderdeel
van een bestand.
Midden-Oosten
De leden van de VVD-fractie onderschrijven het tijdens de Raad van 21 april ingenomen
standpunt dat vrijheid van navigatie niet onderhandelbaar is en dat alle veranderingen
in de doorvaart door de Straat van Hormuz roekeloos zijn. Deze leden verwelkomen het
feit dat Nederland zich blijft inzetten voor nieuwe EU-sancties gericht op schendingen
van de vrijheid van navigatie. Kan de Minister een update geven over de stand van
zaken rondom deze sancties? Hoeveel steun is er onder de lidstaten voor dergelijke
maatregelen? Is de Minister bereid om lidstaten aan te spreken op hun terughoudendheid?
De leden van de VVD-fractie steunen concrete sancties tegen gewelddadige kolonisten
en een verbod op export uit illegale nederzettingen. Het geweld van kolonisten veroorzaakt
onnodig menselijk leed en ondermijnt de rechtsstaat. Een tweestatenoplossing komt
zo niet dichterbij. Deze leden verwelkomen dan ook dat het kabinet dit gedrag expliciet
heeft veroordeeld. Verder verwelkomen zij het akkoord over het derde sanctiepakket
tegen gewelddadige kolonisten van 11 mei jl., en vragen de Minister te bevestigen
dat Nederland zich zal inzetten voor een spoedige uitvoering hiervan. Is er een toetsingsmechanisme
om de effectiviteit van de sanctiemaatregelen te verifiëren en ze bij te sturen als
ze onvoldoende uitwerking hebben? Is de Minister bereid om te pleiten voor periodieke
evaluatiemomenten van de sancties? Kan de Minister ook aangeven welke concrete gedragsverandering
van de gewelddadige kolonisten wordt beoogd? Wordt er ook samengewerkt met partners
zoals de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Canada om de sanctieregimes
op elkaar af te stemmen?
De leden van de VVD-fractie delen de zorgen van het kabinet over de fragiele situatie
in Libanon en onderschrijven het belang van een permanent staakt-het-vuren tussen
Libanon en Israël. Deze leden benadrukken dat stabiliteit in Libanon alleen mogelijk
is indien de Libanese staat haar gezag in het gehele land weet te herstellen. Deze
leden vragen de Minister hoe de EU toeziet op de naleving van de afspraken rond het
staakt-het-vuren, met name het ontwapenen van Hezbollah, de terugtrekking van Israël
uit het zuidelijke grensgebied en het herstel van de Libanese staat.
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda
voor de informele Raad Buitenlandse Zaken van 27 en 28 mei 2026 en stellen daarover
graag enkele vragen aan de Minister.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben vernomen dat het Verenigd Koninkrijk
ertoe heeft besloten sancties op Russische olie te verlichten. Deelt de Minister de
mening dat dit een zeer onwenselijk besluit is? Is de Minister van plan om zich in
de Raad Buitenlandse Zaken te blijven inspannen voor verzwaring van de sancties tegen
de Russische agressie en zich stevig uit te spreken tegen sanctieverlichting?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de discussie onder
lidstaten om de looptijd van sancties tegen Rusland uit te breiden van zes tot twaalf
maanden, om individuele lidstaten minder kans te geven de verlenging van sancties
te blokkeren voor eigenbelang. Is de Minister het met bovengenoemde leden eens dat
dit een goed voorstel is? Zo nee, waarom niet?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in de geannoteerde agenda geen expliciete
bevestiging van de toezegging aan de Kamer dat de Minister zich in de EU in een kopgroep
actief in zal zetten voor opschorting van het handelsdeel van het EU-Israël Associatieakkoord.
Kan de Minister bevestigen dat dat nog steeds het kabinetsbeleid is en dat hij zich
ook tijdens de bijeenkomst in Limassol daarvoor gaat inspannen? Zo nee, waarom niet?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in de geannoteerde agenda dat het kabinet,
ten aanzien van Iran en de situatie in de Straat van Hormuz, alle partijen oproept
zich te blijven richten op diplomatieke onderhandelingen ten behoeve van een snel
en duurzaam einde aan de oorlog. Deze leden vragen de Minister op welke manier de
EU betrokken is bij de onderhandelingen, en roepen daarbij in herinnering dat de EU,
Frankrijk en Duitsland partij waren bij het Joint Comprehensive Plan of Action (JCPOA)
ten aanzien van het Iraanse atoomprogramma.
Tot slot lezen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie in de geannoteerde agenda dat
Nederland het belang zal onderstrepen van de implementatie van de VNVR-resolutie 2803.
Welke staten hebben op dit moment toegezegd deel te willen nemen aan de International
Stabilization Force in Gaza? Welke blokkades ziet de Minister op dit moment voor het
in stelling brengen van deze internationale troepenmacht? Is de Gaza Executive Board
inmiddels al bijeengekomen? Zo nee, waarom niet? Hoe beoordeelt de Minister op dit
moment de voortgang van de implementatie van VNVR-resolutie 2803?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben enkele vragen over de regeringsbrief met de geannoteerde
agenda van de informele Raad Buitenlandse Zaken Gymnich en de Nederlands inzet.
De leden van de PVV-fractie constateren dat Nederland zich volgens de brief blijft
inzetten voor extra EU-sancties tegen Iraanse personen en entiteiten. Deze leden vinden
dat een goede zaak omdat Nederland zo kan bijdragen aan het verder onder druk zetten
van het moorddadige Iraanse regime. Maar wat houdt de Nederlandse inzet dan concreet
in, hoe omvangrijk zijn de sancties die Nederland beoogt en wanneer kunnen deze verwacht
worden? Op die vragen krijgen deze leden graag een antwoord, want dat is momenteel
allemaal niet duidelijk.
Waar over extra sancties voor Iran wordt gesproken als mogelijkheid, zien de leden
van de PVV-fractie dat er in mei al extra sancties tegen Israëlische kolonisten en
hun organisaties zijn ingesteld. Deze leden vinden dat onacceptabel. Nederland stelt
de verkeerde prioriteiten. Het lijkt er zelfs in toenemende mate op dat Nederland
zich (diplomatiek) harder inzet voor sancties tegen Israël, dan voor sancties tegen
de agressors in de vorm van het Iraanse regime, Hamas en Islamic Jihad. Klopt dat?
Of steekt Nederland aantoonbaar meer tijd, energie en manuren in (het pleiten en vormgeven
van) extra sancties tegen Iran en de terreur proxies? Deze leden willen daar meer
duidelijkheid over.
Tot slot willen de leden van de PVV-fractie een reactie op het Israëlische onderzoek
van deskundigen die vorige week concludeerden dat het seksuele misbruik van Hamas
systematisch, wijdverbreid en onlosmakelijk verbonden was met de aanval van 7 oktober
2023.
Deze leden willen dat Nederland en de EU erkennen dat het brute seksuele geweld van
terreurorganisatie Hamas een integraal onderdeel was van de aanval op 7 oktober 2023.
Daarom vragen zij of Nederland zich daar tijdens de Raad Buitenlandse Zaken over wil
uitspreken en bereid is om samen met andere EU-landen daarover een veroordelende verklaring
op te stellen waarmee tevens het leed van de slachtoffers van dit seksuele geweld
wordt erkend.
Is het kabinet daartoe bereid? Zo nee, waarom niet?
Vragen en opmerkingen van de leden van de DENK-fractie
De leden van de DENK-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de
informele Raad Buitenlandse Zaken (Gymnich) van 27 en 28 mei 2026 en hebben naar aanleiding
daarvan nog enkele vragen en opmerkingen.
De leden van de DENK-fractie constateren dat in Europees verband opnieuw uitgebreid
gesproken zal worden over geopolitieke spanningen, sancties, internationale veiligheid
en de verdediging van de internationale rechtsorde. Tegelijkertijd blijven deze leden
zich ernstige zorgen maken over de aanhoudende dubbele standaard in het Europese buitenlandbeleid.
Europa mobiliseert tientallen miljarden euro’s, zware sanctiepakketten en vergaande
politieke en militaire steun voor Oekraïne vanwege de illegale Russische invasie van
Oekraïne. Tegelijkertijd constateren deze leden dat Europa wegkijkt van de misdaden
van Israël, waaronder het continueren van de genocide in Gaza, de vernietiging van
civiele infrastructuur en schendingen van het internationaal recht in Gaza, de Westelijke
Jordaanoever en Libanon. Deze leden vragen de Minister hoe hij deze ongelijke toepassing
van internationaal recht uitlegt.
De leden van de DENK-fractie vragen voorts waarom Nederland en de EU wel inzetten
op sancties tegen Iraanse personen en entiteiten vanwege bedreigingen van de vrije
doorvaart en regionale destabilisatie, terwijl de militaire escalaties van Israël
en de Verenigde Staten eveneens een schending van het internationaal recht vormen.
Deze leden vragen de Minister waarom voor Israël en de Verenigde Staten kennelijk
andere maatstaven gelden. Voorts vragen zij of de Minister bereid is zich in Europees
verband in te zetten voor een consequente toepassing van sancties en internationale
normen met betrekking tot de bedreigingen van de vrije doorvaart en regionale instabiliteit.
De leden van de DENK-fractie maken zich daarnaast grote zorgen over recente uitspraken
gedaan door Israëlische regeringsleden waarin openlijk wordt gesproken over permanente
bezetting, annexatie van Palestijns gebied en verdere escalatie tegen Palestijnen.
Deze leden wijzen erop dat Israëlische bewindspersonen openlijk spreken over annexatie
van de volledige Westelijke Jordaanoever en het verder uitbreiden van Israëlische
controle over Gaza. De leden vragen of de Minister uiteen kan zetten hoe hij deze
ontwikkelingen beoordeelt. Voorts vragen de leden of de Minister erkent dat hier sprake
is van openlijke ondermijning van het internationaal recht. Daarnaast vragen zij welke
gevolgen Nederland hieraan in Europees verband verbindt.
Voorts vragen de leden van de DENK-fractie of de Minister bereid is zich binnen de
EU in te zetten voor aanvullende maatregelen tegen Israëlische kolonisten, kolonistenorganisaties
en Israëlische bewindspersonen die betrokken zijn bij nederzettingenuitbreiding, annexatie
en geweld tegen Palestijnen. Daarnaast vragen deze leden of de Minister bereid is
te pleiten voor een aanvullend Europees sanctiepakket gericht tegen personen en organisaties
die bijdragen aan illegale nederzettingenpolitiek en kolonistengeweld. Indien de Minister
daartoe niet bereid is, verzoeken deze leden hem uiteen te zetten waarom dit niet
het geval is.
Daarnaast constateren de leden van de DENK-fractie dat er inmiddels een politiek akkoord
binnen de Raad is bereikt met betrekking tot een derde Europees sanctiepakket tegen
gewelddadige Israëlische kolonisten en kolonistenorganisaties. Deze leden vragen de
Minister uiteen te zetten welke concrete personen, organisaties en financiële of reisbeperkingen
onder dit sanctiepakket vallen en op welke termijn deze maatregelen daadwerkelijk
in werking treden.
Daarnaast vragen zij of Nederland bereid is zich actief in te zetten voor een vierde
Europees sanctiepakket gericht tegen gewelddadige Israëlische kolonisten en kolonistenorganisaties,
gezien het aanhoudende en toenemende kolonistengeweld, de voortdurende uitbreiding
van illegale nederzettingen en de recente openlijke oproepen tot annexatie van de
Westbank door Israëlische bewindspersonen. Voorts wijzen deze leden erop dat het kabinet
in het verslag van de Raad Buitenlandse Zaken van 11 mei jl. stelt dat het zich «zal
blijven inzetten voor het vergroten van draagvlak hiervoor onder andere EU-lidstaten»
(Kamerstuk 21 501-02, nr. 3398). Deze leden vragen de Minister uiteen te zetten welke concrete diplomatieke en politieke
stappen Nederland momenteel zet om binnen de Raad draagvlak te creëren voor aanvullende
sancties tegen gewelddadige kolonisten en kolonistenorganisaties. Tevens vragen zij
welke landen zich momenteel aansluiten bij deze inzet voor een aanvullend sanctiepakket
tegen gewelddadige kolonisten en kolonistenorganisaties en op welke wijze Nederland
actief samen optrekt met deze lidstaten om verdere Europese maatregelen tot stand
te brengen.
Daarnaast merken de leden van de DENK-fractie op dat er al jaren sprake is van een
catastrofale humanitaire situatie in Gaza. Volgens de Verenigde Naties en hulporganisaties
kampen een enorm aantal Palestijnen met acute voedselonzekerheid, ondervoeding en
een vrijwel ingestorte gezondheidszorg. Hulptransporten blijven ernstig beperkt en
de humanitaire infrastructuur is grotendeels vernietigd. Deze leden vragen de Minister
welke concrete stappen Nederland en de EU aanvullend zetten om volledige en ongehinderde
humanitaire toegang tot Gaza af te dwingen.
De leden van de DENK-fractie hebben voorts kennisgenomen van recente berichtgeving
over de onderschepping van de Global Sumud Flotilla door Israëlische marineschepen
in internationale wateren ter hoogte van Cyprus. Volgens de organisatie waren meerdere
schepen onderweg naar Gaza met humanitaire hulpgoederen aan boord, waaronder voedsel,
medische hulp en andere essentiële voorzieningen voor de Palestijnse bevolking. Tevens
bevonden zich Nederlandse activisten en journalisten aan boord van deze vloot.
De leden van de DENK-fractie maken zich ernstige zorgen over deze onderschepping en
de bredere implicaties daarvan voor het internationaal recht, de vrije doorvaart en
humanitaire hulpverlening aan Gaza. Deze leden wijzen erop dat de onderschepping plaatsvond
in internationale wateren en dat contact met meerdere schepen verloren ging nadat
Israëlische militairen aan boord gingen.
De leden van de DENK-fractie vragen de Minister hoe hij deze onderschepping juridisch
beoordeelt. Voorts vragen de leden de Minister of hij van oordeel is dat dit enteren
van civiele schepen met humanitaire hulpgoederen in internationale wateren een schending
is van het internationaal recht en het recht op vrije doorvaart. Indien dit het geval
is, vragen de leden de Minister welke consequenties hij hieraan verbindt in internationaal
en Europees verband.
Voorts vragen deze leden of de Minister bereid is de onderschepping van de Global
Sumud Flotilla expliciet te veroordelen. Daarnaast vragen de leden de Minister of
hij van mening is dat dergelijke acties een gevaarlijk precedent scheppen voor humanitaire
missies, internationale burgerinitiatieven en het vrije verkeer op zee. Daarnaast
vragen zij de Minister welke stappen Nederland momenteel zet richting Israël om de
veiligheid van de opvarenden, waaronder Nederlandse burgers, te waarborgen.
Daarnaast wijzen de leden van de DENK-fractie erop dat deze onderschepping plaatsvindt
tegen de achtergrond van een aanhoudende humanitaire catastrofe in Gaza, waarbij volgens
de Verenigde Naties een enorm groot deel van de Palestijnen kampen met acute voedselonzekerheid,
ondervoeding en een ingestorte gezondheidszorg. Deze leden vragen de Minister hoe
hij het feit beoordeelt dat humanitaire hulptransporten via zowel landroutes als civiele
maritieme initiatieven structureel worden belemmerd. Voorts vragen de leden de Minister
of het verhinderen van humanitaire toegang kan bijdragen aan collectieve bestraffing
en uithongering van de burgerbevolking.
De leden van de DENK-fractie wijzen bovendien op recente berichtgeving dat binnen
het Internationaal Strafhof (ICC) aanvullende geheime arrestatiebevelen zouden zijn
aangevraagd tegen Israëlische bewindspersonen, waaronder Ministers die betrokken zijn
bij het nederzettingenbeleid, en de annexatie en geweld tegen Palestijnen. De leden
vragen aan de Minister of bevestigd kan worden dat het in dit geval gaat om arrestatiebevelen
tegen de Minister van nationale veiligheid Ben Gvir en de Minister van Financiën Smotrich.
Tevens vragen deze leden of deze ontwikkelingen aanleiding geven om binnen de EU te
pleiten voor aanvullende sanctiemaatregelen tegen de Ministers Ben Gvir en Smotrich.
De leden van de DENK-fractie maken zich tevens zorgen over de verslechterende situatie
in Libanon. Ondanks diplomatieke gesprekken over een staakt-het-vuren blijven Israëlische
aanvallen op Zuid-Libanon doorgaan, waarbij opnieuw woonwijken, civiele infrastructuur
en publieke voorzieningen worden geraakt. Daarnaast wijzen deze leden op recente uitspraken
en plannen vanuit de Israëlisch regering over langdurige militaire controle en mogelijke
uitbreiding van Israëlisch bezet grondgebied in Zuid-Libanon. Deze leden vragen de
Minister of hij dergelijke schendingen van het internationaal recht aanmerkt als oorlogsmisdrijven,
etnische zuivering en illegale annexatie.
De leden van de DENK-fractie vragen voorts aandacht voor Sudan. Deze leden wijzen
erop dat de oorlog in Sudan inmiddels heeft geleid tot een van de grootste humanitaire
crises ter wereld. Volgens recente cijfers kampen bijna twintig miljoen Soedanezen
met acute honger, verkeren honderdduizenden mensen in een situatie van catastrofale
hongersnood en lijden honderdduizenden kinderen aan ernstige acute ondervoeding. Daarnaast
zijn miljoenen mensen ontheemd geraakt en worden ziekenhuizen, markten en civiele
infrastructuur steeds vaker getroffen door geweld. Tegen deze achtergrond vragen deze
leden welke concrete stappen Nederland en de Europese Unie aanvullend op het huidige
beleid zullen zetten om verdere escalatie van het conflict tegen te gaan en humanitaire
hulpverlening te verbeteren.
De leden van de DENK-fractie vragen voorts aandacht voor de verslechterende humanitaire
situatie in Afghanistan. Deze leden constateren dat de humanitaire crisis in Afghanistan
verder verdiept. Volgens recente cijfers van de Verenigde Naties leven inmiddels tientallen
miljoenen Afghanen in armoede en kan bijna driekwart van de bevolking niet meer voorzien
in basisbehoeften zoals voedsel, drinkwater, gezondheidszorg en huisvesting. Tegelijkertijd
neemt door droogte, teruglopende internationale hulp en de terugkeer van Afghaanse
vluchtelingen de druk op de bevolking verder toe. Daarnaast wijzen deze leden erop
dat honderden klinieken hun deuren hebben moeten sluiten vanwege financieringstekorten,
terwijl de toegang tot gezondheidszorg verder verslechtert. Deze leden vragen welke
aanvullende stappen Nederland en de EU zetten om humanitaire hulpverlening, toegang
tot gezondheidszorg en voedselvoorzieningen in Afghanistan te verbeteren en de armoede
onder de Afghaanse bevolking terug te dringen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie
De leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde
agenda van de informele Raad Buitenlandse Zaken van 27 en 28 mei 2026. Zij hebben
enkele vragen over de rol van de VS en Europa in het Russisch-Oekraïense vredesproces
en meerdere vragen en suggesties over de effectiviteit van EU-sancties tegen de Iraanse
Revolutionaire Garde.
Recente ontwikkelingen in de Russisch-Oekraïense vredesonderhandelingen
De leden van de SGP-fractie constateren dat Oekraïne en Rusland formeel nog geen afstand
hebben gedaan van het vredesproces, maar dat het vertrouwen van beide partijen in
de Verenigde Staten als bemiddelaar tanende is. Deze leden vragen het kabinet om een
duiding te geven van de voortgang in het proces en de rol van de VS hierin. Welke
rol ziet het kabinet weggelegd voor Europese actoren, of eventuele derde landen, in
het vredesproces? Wie zou wat het kabinet betreft de stem namens Europa moeten zijn
als met Moskou onderhandeld wordt?
Sancties tegen Iran
Voorts hebben de leden van de SGP-fractie meerdere vragen over de passage in de geannoteerde
agenda waarin wordt aangegeven dat Nederland blijft inzetten op het mogelijk maken
van EU-sancties tegen Iraanse personen en entiteiten die betrokken zijn bij de belemmering
van de vrije doorvaart in de Straat van Hormuz, en al dan niet met concrete sanctiemaatregelen
zal komen.
De leden van de SGP-fractie vragen hoe deze inzet zich verhoudt tot de plaatsing van
de Islamitische Revolutionaire Garde (IRGC) op de Europese terrorismelijst, zoals
besloten door de Raad van de Europese Unie eind januari. Acht het kabinet het aannemelijk
dat de personen en entiteiten die betrokken zijn bij het belemmeren van vrije doorvaart
direct of indirect gelieerd zijn aan de IRGC? Als dat het geval is, in hoeverre vallen
dergelijke personen en entiteiten dan niet al onder bestaande EU-sanctieregimes tegen
Iran?
Kan het kabinet reflecteren op de aanvullende stappen die Nederland en andere EU-lidstaten
hebben genomen sinds het besluit van eind januari over de plaatsing van de IRGC op
de Europese terrorismelijst? Kan de Minister de Gymnich-bijeenkomst aangrijpen voor
een strategische gedachtewisseling en uitwisseling van best practices met Europese
counterparts over de praktische implementatie hiervan, waaronder het bevriezen van
tegoeden, strafrechtelijke handhaving, reisbeperkingen, het opsporen van financieringsstromen
en samenwerking met derde landen die de IRGC al eerder als terroristische organisatie
hebben aangemerkt, zoals de Verenigde Staten, Canada, Bahrein, Saoedi-Arabië en Israël?
Kan het kabinet daarbij ook reflecteren op de concrete materiële gevolgen die sinds
de plaatsing van de IRGC op de Europese terrorismelijst zichtbaar zijn geworden, zowel
op Europees niveau als in Nederland? Welke praktische effecten heeft deze plaatsing
tot dusver gehad ten aanzien van handhaving, financiële maatregelen, opsporing en
internationale samenwerking? Ten slotte vragen deze leden of het kabinet van oordeel
is dat de huidige EU-sanctiekaders voldoende instrumenten bieden om op te treden tegen
de betrokken actoren bij de blokkade van de Straat van Hormuz, of dat aanvullende
maatregelen noodzakelijk worden geacht.
II Antwoord/ Reactie van de Minister
III Volledige agenda
– Minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen, geannoteerde agenda voor de informele
Raad Buitenlandse Zaken van 27 en 28 mei 2026, d.d. 13-05-2026 (Kamerstuk 21 501-02-3396)
– Minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen, verslag van de Raad Buitenlandse
Zaken van 11 mei 2026, d.d. 18-05-2026 (Kamerstuk 21 501-02-3398)
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.F. Klaver, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
S.L. Dekker, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.