Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over Zienswijzeprocedure Woo-verzoeken emissiegegevens (Kamerstuk 32802-140)
2026D22840 Inbreng Verslag van een schriftelijk overleg
Binnen de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur hebben
de onderstaande fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister
van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over zijn brief van 15 april 2026
«Zienswijzeprocedure Woo-verzoeken emissiegegevens» (Kamerstuk 32 808, nr. 140).
De voorzitter van de commissie,
Steen
Adjunct-griffier van de commissie,
De Keijzer
Inhoudsopgave
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA -fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CU-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower
II Antwoord / Reactie van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
III Volledige agenda
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de brief «Zienswijzeprocedure
Woo-verzoeken emissiegegevens» (Kamerstuk 32 802, nr. 140). Deze leden onderschrijven de afweging en het besluit van de Minister en hebben
hierover geen verdere vragen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief over de gewijzigde werkwijze
bij Woo-verzoeken inzake emissiegegevens in de landbouw. Deze leden onderschrijven
het belang van openbaarheid van bestuur en transparantie. Tegelijkertijd vinden zij
dat openbaarheid niet los kan worden gezien van zorgvuldigheid, uitvoerbaarheid en
de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en veiligheid van betrokken ondernemers
en hun gezinnen. Deze leden achten het van belang dat transparantie niet leidt tot
onnodige veiligheidsrisico’s of een onevenredige belasting voor betrokkenen.
Gewijzigde zienswijzeprocedure
De leden van de VVD-fractie constateren dat wordt gekozen voor een zienswijzeprocedure
via publicatie in de Staatscourant, in plaats van de eerdere werkwijze waarbij belanghebbenden
individueel werden aangeschreven. Deze leden hebben begrip voor de wens om te komen
tot een doelmatige en uitvoerbare werkwijze, zeker waar het gaat om procedures met
grote aantallen belanghebbenden. Tegelijkertijd vinden zij dat efficiëntie niet ten
koste mag gaan van zorgvuldigheid en effectieve rechtsbescherming. Tegen deze achtergrond
vragen deze leden welke concrete verschillen bestaan tussen beide procedures in termen
van uitvoeringslasten, doorlooptijden en het bereik van belanghebbenden.
Effectiviteit en rechtsbescherming
De leden van de VVD-fractie vinden het van belang dat betrokken ondernemers daadwerkelijk
tijdig kennis kunnen nemen van een voorgenomen openbaarmaking die hen direct raakt.
Deze leden vragen welke aanleiding bestaat om te veronderstellen dat publicatie in
de Staatscourant, in combinatie met het informeren van belangenorganisaties, in de
praktijk voldoende effectief is om betrokken ondernemers tijdig te bereiken. Daarnaast
vragen zij hoe wordt beoordeeld of deze werkwijze in de praktijk leidt tot een gelijkwaardig
niveau van rechtsbescherming ten opzichte van de eerdere werkwijze waarbij belanghebbenden
individueel werden geïnformeerd.
Persoonlijke levenssfeer en veiligheid
De leden van de VVD-fractie lezen dat emissiegegevens in bepaalde gevallen gegevens
kunnen betreffen waarbij een bedrijfsadres tevens een woonadres is. Deze leden vinden
het begrijpelijk dat dit tot grote zorgen kan leiden bij betrokken ondernemers en
hun gezinnen. Openbaarheid van overheidsinformatie is een belangrijk uitgangspunt,
maar deze leden vinden het eveneens van groot belang dat zorgvuldig wordt omgegaan
met situaties waarin openbaarmaking direct raakt aan de persoonlijke levenssfeer en
veiligheid. Deze leden vragen welke onderdelen van de openbaarmaking binnen het bestaande
juridische kader nog ruimte laten voor een afweging ter bescherming van de persoonlijke
levenssfeer en veiligheid van betrokken ondernemers en hun gezinnen. Daarnaast vragen
deze leden of bekend is in hoeveel gevallen openbaarmaking van dergelijke gegevens
heeft geleid tot intimidatie, bedreiging of andere veiligheidsincidenten.
Evaluatie van de Wet open overheid
De leden van de VVD-fractie nemen kennis van de aangekondigde evaluatie van de Wet
open overheid (Woo). Deze leden vinden het van belang dat in deze evaluatie niet alleen
juridisch, maar ook nadrukkelijk praktisch wordt gekeken naar de werking van de huidige
systematiek. Zij vragen welke concrete knelpunten in relatie tot openbaarmaking van
emissiegegevens daarin worden betrokken. Wordt daarbij expliciet gekeken naar de verhouding
tussen verplichte openbaarheid enerzijds en privacy- en veiligheidsbelangen anderzijds?
Indien uit de evaluatie blijkt dat de huidige systematiek in de praktijk knelpunten
oplevert, vragen deze leden of aanpassing van wet- of regelgeving tot de mogelijkheden
behoort.
Betrekken van belangenorganisaties
De leden van de VVD-fractie begrijpen dat belangenorganisaties aanvullend worden geïnformeerd
om voorgenomen openbaarmaking onder de aandacht te brengen. Deze leden vragen welke
organisaties hierbij worden betrokken en op welke wijze wordt vastgesteld of deze
aanvullende route in de praktijk daadwerkelijk voldoende bereik heeft.
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA -fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Minister
en hebben hier op dit moment geen vragen of opmerkingen over.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de brief «Zienswijzeprocedure
Woo-verzoeken emissiegegevens» (Kamerstuk 32 802, nr. 140) en hebben daarover nog enkele vragen en opmerkingen.
De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister het met deze leden eens is dat het
vervangen van individuele aanschrijvingen door een summier bericht in de Staatscourant
een schandalige verslechtering van de rechtsbescherming van agrarisch ondernemers
is. Hoe kan van een boer, die van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat op het land
werkt, redelijkerwijs worden verwacht dat hij dagelijks in de Staatscourant controleert
of zijn privéadres niet door de overheid op straat wordt gegooid?
De leden van de PVV-fractie vragen waarom de Minister zo gemakkelijk zwicht voor de
juridische druk van mediabedrijven zoals NRC, Omroep Gelderland en Follow the Money.
Waarom weegt de snelheid waarmee deze journalisten hun artikelen willen publiceren
voor de Minister zwaarder dan de sociale veiligheid en de privacy van gezinnen van
wie grotendeels het woonadres vaak exact hetzelfde is als het bedrijfsadres?
De leden van de PVV-fractie vragen waarom de Minister de werkwijze nu al verslechtert,
terwijl de resultaten van het onderzoek naar de sociale veiligheid van agrarisch ondernemers
nog niet eens bekend zijn. Is de Minister het met deze leden eens dat dit de wereld
op zijn kop is, eerst de data van boeren openbaar maken en pas achteraf onderzoeken
of zij nog wel veilig zijn op hun eigen erf?
De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister bereid is om in Brussel met de vuist
op tafel te slaan tegen de Europese milieu-informatierichtlijn die blijkbaar wordt
misbruikt om zelfs de meest persoonlijke gegevens openbaar te maken. Is de Minister
het met deze leden eens dat het recht op een veilig thuis voor de Nederlandse burger
altijd zwaarder moet wegen dan Europese transparantieregels over emissiegegevens?
De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister erkent dat de keuze voor de Staatscourant
onder het mom van doelmatigheid feitelijk een bezuiniging over de rug van de boer
is. In hoeverre vindt de Minister het acceptabel dat het administratieve gemak van
de overheid en het verkorten van afhandeltermijnen belangrijker worden gevonden dan
het individuele recht van een burger op een zorgvuldige zienswijze?
De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister het met deze leden eens is dat het
een bewijs van onvermogen is dat de overheid belangenverenigingen wil inzetten om
haar eigen informatieplicht over te nemen? Waarom schuift de overheid verantwoordelijkheid
om burgers tijdig en persoonlijk te informeren over ingrijpende besluiten af op sectororganisaties?
De leden van de PVV-fractie vragen waarom de uitkomst van de wetsevaluatie van de
Woo, die nota bene dit jaar plaatsvindt en specifiek kijkt naar de openbaarmaking
van emissiegegevens, niet wordt afgewacht voordat deze procedurele wijziging wordt
doorgedrukt. Is de Minister bereid deze wijziging onmiddellijk op te schorten totdat
er keiharde garanties zijn dat de sociale veiligheid van boerengezinnen niet verder
wordt aangetast? Zo nee waarom niet?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Minister over
de zienswijzeprocedure Woo-verzoeken emissiegegevens en hebben daarbij nog enkele
vragen.
De leden van de CDA-fractie zien het belang van een goed gewogen balans tussen transparantie
van data en bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze leden kijken dan ook
uit naar de geplande wetsevaluatie en vragen wat de inzet van de Minister gaat zijn
om openbaarmaking van gegevens uit persoonlijke levenssfeer te beperken.
De leden van de CDA-fractie merken op dat het halen van gestelde termijnen voor openbaarmaking
van gegevens en de benodigde tijd voor inventarisatie van zienswijzen op gespannen
voet kan staan. Deze leden vragen de Minister wat zijn verwachting is van de benodigde
tijd en capaciteit om de zienswijzeprocedure via de Staatscourant en maatschappelijke
partijen te organiseren. Zij vragen ook of deze procedure wel mogelijk is binnen de
termijn van openbaarmaking van gegevens.
Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie
De leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van de brief «Zienswijzeprocedure
Woo-verzoeken emissiegegevens» (Kamerstuk 32 802, nr. 140) en hebben daarover nog enkele vragen.
De leden van de SGP-fractie horen graag wanneer het onderzoek naar de sociale veiligheid
van agrarische ondernemers en de wetsevaluatie van de Woo naar verwachting worden
afgerond en met de Kamer zullen worden gedeeld.
De leden van de SGP-fractie lezen dat het kabinet aangeeft dat emissiegegevens openbaar
gemaakt moeten worden en er op grond van de Woo geen uitzonderingsgronden zijn om
dit niet te doen. Deze leden hebben in dit verband een vraag over het verstrekken
van gegevens van landgebruik van gronden met gewascodes. Deelt de Minister de analyse
van deze leden dat daarbij geen sprake is van een rechtstreeks verband met emissies
naar het milieu, aangezien dit afhankelijk is van het management van de al dan niet
biologisch telende boer? Is de veronderstelling juist dat jurisprudentie uitwijst
dat «hypothetische emissies» niet onder de emissiegegevens als bedoeld in de Woo vallen?
(ECLI:EU:C:2025:195) (ECLI:NL:RVS:2026:1075) Is de veronderstelling juist dat bij
gegevens omtrent landgebruik en gewascodes sprake is van «hypothetische emissies»?
Deelt de Minister derhalve de mening dat wat betreft gegevens omtrent landgebruik
en gewascodes een nadere afweging in het kader van de uitzonderingen op grond artikel
5.1, eerste en tweede lid, van de Woo mogelijk is? Zo nee, waarom niet?
De leden van de SGP-fractie lezen dat er op grond van de Woo geen uitzonderingsgronden
zijn om verstrekking van emissiegegevens te weigeren. Deze leden hebben in dit verband
enkele vragen over het Verdrag van Aarhus en de Europese milieu-informatierichtlijn.
Klopt het dat zowel het Verdrag van Aarhus als de Europese richtlijn de mogelijkheid
geven om ook het verstrekken van emissiegegevens te weigeren als een verzoek «kennelijk
onredelijk» is? Zo ja, waarom is dat niet overgenomen in de Woo? Klopt het dat de
Europese richtlijn de mogelijkheid geeft om het openbaar maken van emissiegegevens
te weigeren als het afbreuk doet aan onder meer de openbare veiligheid en aan de rechtsgang/de
mogelijkheid voor een persoon om een eerlijk proces te krijgen? Zo ja, waarom is dat
niet overgenomen in de Woo? Klopt het dat het Verdrag van Aarhus en de Europese richtlijn
ruimte geven om – gemotiveerd – de data in aangepaste vorm beschikbaar te stellen?
Zo ja, welke ruimte geeft dat om emissiegegevens op een hoger abstractieniveau dan
het bedrijfsadres ter beschikking te stellen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie
De leden van de PvdD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de Kamerbrief
over de openbaarmaking van emissiegegevens. Deze leden hebben hierover nog enkele
vragen en opmerkingen.
Dierenwelzijn en maatschappelijke controle
De leden van de PvdD-fractie wijzen erop dat de Woo zich de afgelopen jaren herhaaldelijk
heeft bewezen als essentieel instrument om maatschappelijke misstanden, zowel binnen
als buiten de veehouderij, en het toezicht daarop zichtbaar te maken. Woo-verzoeken
leiden regelmatig tot het aan het licht brengen van ernstige misstanden, zoals malafide
hondenhandel en het ernstige dierenleed bij de horrorfokker uit Eersel. Ook openbaarmakingen
over stalbranden, ernstige dierenwelzijnsovertredingen bij slachthuizen en verzamelplaatsen
en situaties waarbij levende dieren ter destructie werden aangeboden zijn aan het
licht gebracht door openbaarmakingen. Juist dankzij Woo-verzoeken konden journalisten,
wetenschappers, maatschappelijke organisatie en burgers kennisnemen van dergelijke
kwesties en daarover het publieke debat voeren.
Deze leden vragen de Minister of hij onderschrijft dat de Woo en de openbaarmaking
van toezicht- en milieu-informatie van wezenlijk belang zijn voor democratische controle,
journalistiek onderzoek en maatschappelijke verantwoording binnen de landbouw- en
veehoudersector, mede waar het gaat om dierenwelzijn, voedselveiligheid, milieu en
handhaving.
Emissiegegevens
De leden van de PvdD-fractie achten het van belang dat onderscheid wordt gemaakt tussen
enerzijds eventuele veiligheidsvraagstukken en anderzijds de juridische verplichting
tot openbaarmaking van emissiegegevens en andere milieu-informatie. Het Adviescollege
Openbaarheid en Informatiehuishouding (ACOI) heeft immers expliciet benoemd dat het
onderliggende probleem volgens het college ziet op gevoelens van sociale onveiligheid
en niet op de openbaarmaking van emissiegegevens zelf (Acoi, 19 mei 2025, «Advies
na bemiddeling Follow the Money, NRC en Omroep Gelderland inzake intrekking Woo-besluit
RVO», (https://www.acoi.nl/publicaties/publicatie/capr8usl/advies-na-bemiddeli…)).
Deze leden merken daarbij op dat in de praktijk vanuit delen van de agrarische sector
bij vrijwel iedere vorm van openbaarmaking het veiligheidsargument wordt aangevoerd.
Daarmee dreigt feitelijk de redenering te ontstaan dat informatie over waarschuwingen,
overtredingen, handhaving of andere misstanden in de agrarische sector niet openbaar
zou mogen worden gemaakt omdat ondernemers daardoor gevaar zouden lopen.
De leden van de PvdD-fractie vragen de Minister daarom of hij kan bevestigen dat eventuele
zorgen over de sociale veiligheid van agrarisch ondernemers volledig losstaan van
de vraag of emissiegegevens of enige andere informatie met betrekking tot de agrarische
sector openbaar moeten worden gemaakt, gelet op het zwaarwegende belang van openbaarheid
zoals dat volgt uit de Woo, de Europese milieu-informatierichtlijn en vaste jurisprudentie.
Zo nee, waarom niet?
Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit
De leden van de PvdD-fractie plaatsen grote vraagtekens bij de werkwijze van de Nederlandse
Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) omtrent de afhandeling van Woo-verzoeken. Naar
aanleiding van aangenomen moties (Kamerstuk 32 802, nr. 113) (Kamerstuk 32 802, nr. 114) over het opschorten van openbaarmaking zolang rechtsmiddelen openstaan en automatische
opschorting bij bezwaar van derde-belanghebbenden, is de NVWA in de praktijk vooruitlopend
op eventuele wetgeving overgegaan tot een uitvoeringspraktijk waarvoor geen wettelijke
grondslag bestond. Dit heeft geleid tot aanzienlijke vertragingen bij openbaarmaking
en ernstige gevolgen voor de rechtspositie van Woo-verzoekers.
Deze leden vragen de Minister of hij kan bevestigen dat moties van de Kamer niet zelfstandig
kunnen dienen als aanleiding om af te wijken van de Woo of de Algemene wet bestuursrecht.
Tevens vragen zij of de Minister kan toezeggen dat de NVWA bij eventuele toekomstige
moties over openbaarmaking niet opnieuw vooruitlopend op wetgeving een uitvoeringspraktijk
zal hanteren waarvoor geen wettelijke basis bestaat.
Daarnaast vragen deze leden een uitgebreide en inhoudelijke reactie op de brandbrief
van Stichting Animal Rights over het ondermijnen van de Wet open overheid door de
NVWA (2026D18911). Is de Minister bereid om het handelen van de NVWA weer in overeenstemming te brengen
met zowel de letter als de geest van de wet? Zo nee, waarom niet?
Transparantie
De leden van de PvdD-fractie vinden het daarnaast van groot belang dat oog blijft
bestaan voor het maatschappelijk belang van transparantie. Vorig jaar hebben 31 maatschappelijke
organisaties hierover gezamenlijk een brandbrief aan de Kamer gestuurd (Greenpeace,
18 maart 2025, «Brandbrief over de voorgestelde inperking Wet open overheid», (Brandbrief
over voorgestelde inperking Wet open overheid (Woo), (f1e60fcc-250318-brandbrief-over-voorgestelde-inperking-wet-open-overheid.pdf)). Daarin werd onder meer gewezen op het risico dat commerciële en sectorale belangen
in toenemende mate druk uitoefenen op het fundamentele recht op toegang tot overheidsinformatie,
terwijl transparantie over milieu en emissiegegevens juist van groot belang is voor
publieke controle, volksgezondheid, milieu en democratische verantwoording.
Deze leden vragen de Minister daarom of hij kan bevestigen dat het onwenselijk is
indien commerciële of sectorale belangen ertoe leiden dat fundamentele transparantierechten
onder druk komen te staan, in het bijzonder waar het gaat om milieu en emissiegegevens
die van essentieel belang zijn voor de volksgezondheid, natuur, milieu en democratische
controle.
Rechtsbescherming
De leden van de PvdD-fractie merken op dat sectorpartijen in de praktijk reeds beschikken
over omvangrijke mogelijkheden om openbaarmaking langdurig te vertragen via zienswijzen,
bezwaarprocedures, beroepsprocedures en verzoeken om voorlopige voorzieningen. In
veel dossiers leidt dit ertoe dat openbaarmaking jarenlang wordt vertraagd, ondanks
dat de informatie uiteindelijk alsnog openbaar moet worden gemaakt.
Deze leden vragen de Minister of hij erkent dat de bestaande rechtsbeschermingsmogelijkheden
voor agrarische ondernemers en andere derde-belanghebbenden reeds vergaand zijn en
dat juist de positie van Woo-verzoekers onder druk staat door langdurige vertragingen
bij openbaarmaking. Tevens vragen zij of de Minister de opvatting deelt dat de nadruk
in dat licht zou moeten liggen op snellere en effectievere openbaarmaking in plaats
van verdere beperkingen van de Woo.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CU-fractie
De leden van de CU-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief van
de Minister. Deze leden zien de kwetsbaarheid van veel agrarische ondernemers, waarbij
het bedrijfsadres tegelijkertijd ook het thuisadres is, waardoor de persoonlijke levenssfeer
grof kan worden aangetast. Deze leden begrijpen het belang van transparantie, maar
vinden tegelijkertijd dat deze agrarische ondernemers moeten worden beschermd tegenover
persoonlijke bedreigingen. Zij vragen of deze nieuwe procedure rondom Zienswijzeprocedures
recht doet aan de kwetsbaarheid van agrarische ondernemers en hebben daarom vragen
aan de Minister.
De leden van de CU-fractie lezen dat het actief informeren van agrarische ondernemers
«zorgt voor hogere uitvoeringslasten en langere afhandeltermijnen». Kan de Minister
inzicht geven wat de hogere uitvoeringlasten zijn en hoe lang de afhandeltermijnen
worden verlengd? Acht de Minister het gerechtvaardigd dat een effectievere aanpak
ten koste gaan van agrarische ondernemers, die door deze nieuwe methode minder worden
betrokken bij de Woo-verzoeken over hun ondernemingen?
De leden van de CU-fractie lezen ook dat de Minister met deze nieuwe aanpak «geen
afbreuk wil doen aan de positie van agrarische ondernemers.» Is de Minister het met
deze leden eens dat agrarische ondernemers minder worden betrokken in het proces rondom
het Woo-verzoek en dat daarmee hun positie verzwakt? Hoe garandeert de Minister dat
er geen afbreuk wordt gedaan aan de positie van agrarische ondernemers?
De leden van de CU-fractie vragen de Minister daarnaast of er mogelijkheden zijn om
bij de openbaarmaking van emissiegegevens meer te werken met aggregatie of publicatie
op gebiedsniveau, in plaats van op individueel bedrijfsniveau. Deze leden denken daarbij
bijvoorbeeld aan aggregatie via landbouw- of gebiedscoöperaties waarbij wel inzicht
wordt gegeven in de totale emissies binnen een regio, maar zonder directe herleidbaarheid
naar individuele bedrijven en woonadressen. Kan de Minister aangeven in hoeverre deze
wijze van openbaarmaking juridisch mogelijk is binnen de kaders van de Woo en de Europese
milieu-informatierichtlijn en of hij bereid is deze optie te verkennen, mede in het
licht van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en sociale veiligheid van
agrarische ondernemers?
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de brief «Zienswijzeprocedure
Woo-verzoeken emissiegegevens» (Kamerstuk 32 802, nr. 140) en hebben daarover nog enkele vragen en opmerkingen.
De leden van de BBB-fractie maken zich in verontrustende mate zorgen over de veiligheid
van mensen die werken in de agrarische sector. Dit geldt niet alleen voor boeren.
Ook transportondernemers en chauffeurs die actief zijn in de keten hebben met toenemende
mate last van intimidatie, bedreigingen en levensgevaarlijke acties zoals het hinderen
van vrachtauto’s of het doorknippen van remleidingen tot aan brandstichtingen.
De leden van de BBB-fractie constateren een toename van Woo-verzoeken waar informatie
gedeeld wordt die toeziet op privégegevens van ondernemers en hun gezinnen, de GPS-gegevens
van autoritten tot grote overzichten met emissiegegevens. Deze verzoeken voldoen lang
niet allemaal aan het doel van de Woo om de overheid kritisch te kunnen volgen, maar
ondertussen worden er databanken opgevraagd en openbaar gemaakt met informatie waar
activistische organisaties gretig gebruik van maken. Deze leden constateren helaas
na vele gesprekken met boeren en andere ondernemers in de keten dat de overheid een
zeer afwachtende houding aanneemt naar de mensen die iedere dag werken in de agrarische-,
veelogistieke- en verwerkende sectoren.
De leden van de BBB-fractie stellen allereerst de simpele vraag aan de Minister waarom
wordt afgezien van individuele kennisgeving terwijl het vorige kabinet juist benadrukte
dat dit van groot belang is voor de zorgvuldigheid.
De leden van de BBB-fractie horen daarnaast graag van de Minister welke concrete tijdswinst
wordt verwacht door over te stappen van individuele aanschrijving naar publicatie
in de Staatscourant.
De leden van de BBB-fractie lezen in de brief dat de Minister aangeeft dat het openbaar
maken van overheidsinformatie een groot goed is en het belangrijk is dat burgers,
journalisten en wetenschappers toegang hebben tot overheidsinformatie zodat zij goed
geïnformeerd zijn en de overheid kritisch kunnen volgen. Deze leden vragen de Minister
wat naar zijn mening de positie van burgers is die door openbaarmaking van de overheidsinformatie
geraakt worden. Kan de Minister aangeven hoe hij burgers beschermt tegen het openbaar
maken van overheidsinformatie zoals het delen van privégegevens?
De leden van de BBB-fractie vragen de Minister voorts welke maatregelen hij recent
heeft getroffen om mensen in de agrarische, veelogistieke en de verwerkende sectoren
te beschermen? Welke maatregelen heeft de Minister ambtelijk voorbij zien komen, maar
hebben uiteindelijk geen doorgang gevonden?
De leden van de BBB-fractie vragen de Minister of hij bekend is met het feit dat het
hier niet alleen om het gevoel van sociale onveiligheid gaat, maar daadwerkelijk om
intimidatie, bedreiging, vernieling en erger. Zo ja, vragen de leden de Minister om
een opsomming te geven van de informatie die hij tot zijn beschikking heeft.
De leden van de BBB-fractie constateren dat in het regeerakkoord wordt gesproken over
herstel van vertrouwen door middel van een transparantere overheid en intensieve betrokkenheid
van burgers. Deze leden constateren dat het kabinet met de voorliggende brief onderscheid
maakt tussen burgers en organisaties die informatie opvragen en burgers waarvan privégegevens
worden gedeeld. Iedere burger kan overheidsinformatie opvragen maar de burgers waarover
de (privé)informatie wordt gedeeld, worden met het besluit van de Minister op achterstand
gezet omdat het kabinet kiest voor een forse versobering van communicatie. De Minister
kiest ervoor de mensen die het betreft niet langer persoonlijk en actief te informeren
maar via een melding in de Staatscourant. Deze leden vragen de Minister hoe hij dit
rijmt met de ambities in het regeerakkoord en op welke manier worden burgers beschermt.
De leden van de BBB-fractie merken op dat in Nederland strenge regels gelden met betrekking
tot de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Is de Minister van mening dat
de AVG voor alle burgers in Nederland zou moeten gelden? Zo nee, waarom niet? Zo ja,
welke stappen gaat hij beleidsmatig zetten om alle burgers in Nederland (dus ook de
boeren en mensen die actief zijn in de aanverwante sectoren) te beschermen tegen de
ongebreidelde groei van Woo-verzoeken waarbij steeds vaker privé gegevens worden gevraagd
en gedeeld? Is er onderzocht of andere Europese richtlijnen en verordeningen ruimte
bieden voor een zwaardere belangenafweging rondom woonadressen?
De leden van de BBB-fractie vragen de Minister waarom niet wordt gekozen voor anonimiseren
of geografische clustering van emissiegegevens zodat individuele gezinnen minder herleidbaar
zijn. Is er onderzocht of openbaarmaking op bedrijfsniveau daadwerkelijk noodzakelijk
is voor het publieke belang, daar waar de Woo er toch echt is om de overheid te controleren?
De leden van de BBB-fractie ontvangen graag een overzicht over de afgelopen tien jaar
per jaar in beeld gebracht over alle Woo-verzoeken ingediend bij het Ministerie van
Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) (en haar voorgangers), de NVWA
en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Deze leden zien in het overzicht
graag het Woo-verzoek (onderwerp), de hoeveelheid betrokken ondernemers en/of reikwijdte
van het Woo-verzoek per Woo-verzoek en of er gegronde bezwaren zijn ingediend.
De leden van de BBB-fractie begrijpen dat de Woo-verzoeker in principe niet kenbaar
wordt gemaakt, echter bij een aantal Woo-verzoeken heeft de verzoeker zich gemeld.
Daar waar de Woo-verzoeker zich actief gemeld heeft zien deze leden dat graag in het
overzicht.
De leden van de BBB-fractie constateren in de brief van de Minister dat het delen
van gegevens in de persoonlijke levenssfeer zoals woonadressen van ondernemers veel
impact kan hebben en dat de Minister zicht zorgen maakt over de sociale veiligheid
van agrarische ondernemers. De Minister stelt dat hij met het Ministerie van Justitie
en Veiligheid (J&V) werkt aan onderzoek naar de sociale veiligheid van agrarische
ondernemers. Allereerst constateert deze leden dat verschillende sectorpartijen met
enige regelmaat aandacht vragen voor de onveilige situaties. LTO Nederland, de Producentenorganisatie
Varkenshouderij en Vee&Logistiek Nederland hebben meermaals de noodklok geluid. Welke
stappen heeft de Minister in de richting van deze organisaties gezet? Waarom heeft
de Minister nog geen contact opgenomen met deze organisaties over het meldpunt Agro
Intimidatie over de meldingen van inbraken, intimidatie en bedreigingen? Waarom heeft
de Minister zijn collega van J&V niet al uitdrukkelijk gevraagd om de meldingen die
in het land gedaan worden over inbraken, bedreigingen, intimidatie en vernielingen
die tot grote ongelukken kunnen leiden in de Agro-keten te verzamelen en met regelmaat
te delen?
De leden van de BBB-fractie vragen de Minister om aan te geven hoe het staat met de
uitvoering van de motie van het lid Wijen-Nass (Kamerstuk 36 512, nr. 83) over de mogelijkheid verkennen om het Verdrag van Aarhus op te zeggen.
De leden van de BBB-fractie merken op dat dit kabinet heeft aangegeven te werken aan
een slagvaardige overheid. Kan de Minister toelichten waarom een slagvaardige overheid
moet leiden tot een ernstige beperking in de communicatie? Realiseert de Minister
zich dat ondernemers vooral bezig zijn met hun onderneming draaiende te houden en
zich niet elke dag zouden moeten richten tot de Staatscourant?
De leden van de BBB-fractie vragen de Minister of hij kan aangeven waarom hij een
grote ambitie uitstraalt om de informatie opgevraagd in een Woo-verzoek tijdig en
snel te delen, terwijl de overheid aan de andere kant zelf lange procedures hanteert
bij het beantwoorden van vragen van ondernemers. Welke garantie biedt de Minister
dat in de nieuwe procedure alle betrokken brancheorganisaties tijdig op de hoogte
gesteld worden? Kan hij aangeven wat in uw optiek «tijdig» betekent?
De leden van de BBB-fractie kunnen, zoals ook al eerder gezegd, niet instemmen met
deze nieuwe werkwijze waarbij de communicatie ernstig wordt beperkt. Dit past niet
in de ambitie van het kabinet om te werken aan een transparante overheid die het vertrouwen
van burgers wil herwinnen. Transparantie staat immers voor helder, open en duidelijk,
zonder verborgen agenda’s en waar beslissingen proactief worden gedeeld en onzekerheid
wordt weggenomen. Met alleen een melding in de Staatscourant en het betrekken van
de brancheorganisaties wordt daar geen invulling aan gegeven. Het past ook niet bij
de wijze waarop ondernemers mogen verwachten dat de overheid met hen omgaat. Ondernemers
zijn in bepaalde periode zo druk dat men naast de administratieve lasten niet nog
eens tijd zal vrijmaken om de Staatscourant te volgen. Is de Minister bereid om harde
afspraken met alle betrokken brancheorganisaties te maken dat zij minimaal zes weken
de tijd krijgen om hun leden bij een melding in de Staatscourant te informeren en
als dit om welke reden dan ook niet gebeurt de termijn van reactie op te rekken zodat
er ruim voldoende tijd is om bezwaar te maken? Zo nee, waarom niet?
De leden van de BBB-fractie vragen de Minister wat de opdracht is die hij heeft gegeven
voor de gesprekken die georganiseerd worden over het actief openbaar maken van emissiegegevens.
Is hierbij het leidende principe dat informatie voorafgaand openbaar gemaakt zal worden
of is er in de opdracht ook enige ruimte om juist te zoeken naar de mogelijkheid van
een betere bescherming van privégegevens? Deze leden vragen ook welke agrarische organisaties
worden betrokken bij de aangekondigde gesprekken.
De leden van de BBB-fractie vragen de Minister naar de evaluatie van de Woo. Wanneer
wordt deze verwacht? Welke rol hebben agrarische organisaties in de evaluatie van
de Woo?
De leden van de BBB-fractie vragen de Minister om een compleet overzicht van het aantal
fte's bij het Ministerie van LVVN (en haar voorgangers), de NVWA en RVO die zich bezighouden
met het verwerken van de Woo-verzoeken. Ook willen deze leden een inschatting van
de kosten die elk van deze drie genoemde organisaties maken in het kader van de capaciteit
die nodig is om de Woo-verzoeken te verwerken. Kan de Minister daarbij een vergelijking
maken met bijvoorbeeld 10 en 5 jaar terug?
De leden van de BBB-fractie vragen of de Minister op de hoogte is van het rondetafelgesprek
georganiseerd in de Kamer over de uitvoering van de Wet open overheid van 13 februari
2025. (Tweede Kamer, 13 februari 2025, «Rondetafelgesprek over de uitvoering van de
Wet open overheid», (https://www.tweedekamer.nl/debat_en_vergadering/commissievergaderingen/…)) Deze leden merken op dat tijdens dit rondetafelgesprek andere lidstaten aan bod
kwamen en hoe zij met het verdrag van Aarhus omgingen. Kan de Minister daarop reflecteren
en met deze leden delen welke delen van de aanpak van andere lidstaten dit kabinet
eventueel zou willen overnemen?
De leden van de BBB-fractie lezen in de beslisnota dat de Minister geadviseerd wordt
om rondom de verzending van de brief contact te (laten) leggen met de sector. Kan
de Minister aangegeven hoe dit advies samengaat met de ambities in het regeerakkoord
waarin hij spreekt over het herstellen van vertrouwen door middel van een transparante
overheid en intensieve betrokkenheid van inwoners? De Minister heeft immers meermaals
benadrukt de noodzaak tot samenwerking. De sector pas tijdens of na het verzenden
van een brief informeren over de gewijzigde procedure lijkt hierin niet passend. Betekent
deze zin dat de betrokken brancheorganisaties dus ook niet geconsulteerd zijn over
deze beleidswijziging? Graag een uitgebreide toelichting hierop.
De leden van de BBB-fractie vragen tot slot hoe ver volgens dit kabinet de reikwijdte
van het begrip «emissiegegevens» strekt. Waar ligt voor de Minister de grens tussen
informatie die nodig is om de overheid te controleren en informatie die vooral leidt
tot herleidbaarheid van individuele burgers, ondernemers en gezinnen? Zou het ministerie
bijvoorbeeld meewerken aan een Woo-verzoek om alle dienstreizen van ambtenaren en
de Minister, inclusief bestemming, openbaar te maken onder verwijzing naar emissiegegevens?
Zou een gemeente naar het oordeel van de Minister moeten meewerken aan openbaarmaking
van adressen van huishoudens met honden wanneer een verzoeker dat zou koppelen aan
stikstofuitstoot of hondenbelasting? Deze leden vragen de Minister hierop te reflecteren
en daarbij expliciet aan te geven waarom naar het oordeel van de Minister dit wel
of niet onder de Woo zou vallen.
Vragen en opmerkingen van de leden van Groep Markuszower
De leden van Groep Markuszower hebben kennisgenomen van de zienswijzeprocedure Woo-verzoeken
emissiegegevens en hebben hierover nog enkele vragen en opmerkingen.
De leden van de Groep Markuszower vragen allereerst of het kabinet kan kwantificeren
hoeveel tijd en kosten worden bespaard door af te zien van individuele aanschrijving?
Waarom weegt het kabinet de uitvoeringslasten zwaarder dan het actief betrekken van
belanghebbenden in deze zeer gevoelige materie met hoog risico op misbruik van deze
gegevens? Acht het kabinet de publicatie in de Staatscourant en mogelijke publicatie
door belangenorganisaties als voldoende om alle relevante agrarisch ondernemers daadwerkelijk
te bereiken? Waarom is hiervoor gekozen? Hoe wordt gewaarborgd dat agrarisch ondernemers
daadwerkelijk in staat zijn tijdig een zienswijze in te dienen als zij niet individueel
worden geïnformeerd? Deze leden willen weten welke specifieke risico’s het kabinet
ziet voor individuele ondernemers bij actieve openbaarmaking van emissiegegevens?
Ten slotte vragen deze leden of het kabinet denkt dat deze werkwijze bijdraagt aan
het vertrouwen van agrarisch ondernemers in de overheid.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
H.S. Steen, voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Mede ondertekenaar
D.L. de Keijzer, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.