Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over Wijzigingen van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 in verband met de introductie van de beleidswaarde
2026D22167 Inbreng verslag van een schriftelijk overleg
Binnen de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening hebben de
onderstaande fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister
van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over de wijzigingen van het Besluit toegelaten
instellingen volkshuisvesting 2015 in verband met de introductie van de beleidswaarde
(Kamerstuk 32 847, nr. 1427).
De voorzitter van de commissie,
Bromet
De griffier van de commissie,
De Vos
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower
II Antwoord / reactie van de Minister
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie zijn positief over de voorgestelde wijziging van het Besluit
in verband met de introductie van de beleidswaarde. De regeldrukvermindering die deze
wijziging met zich meebrengt kan de corporatiesector mogelijk jaarlijks miljoenen
aan lasten besparen.
Deze leden lezen in de nota naar aanleiding van het verslag inzake Wijziging van de
Woningwet in verband met het vervangen van de actuele waarde door de beleidswaarde
(Kamersuk 36 886, nr. 6) dat actualisatie van het Handboek beleidswaarde niet jaarlijks voorzien is, maar
dat deze naar aanleiding van praktijkervaringen aanpast kan worden. Op welke termijn
verwacht de Minister de Kamer te kunnen informeren over de ervaringen met de nieuwe
werkwijze en de daadwerkelijk gerealiseerde lastenverlichting?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de wijzigingen. Deze leden hebben
geen verdere vragen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het ontwerpbesluit houdende wijzigingen
van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 in verband met de introductie
van de beleidswaarde. Deze leden onderschrijven het belang van vermindering van administratieve
lasten voor woningcorporaties en een jaarrekening die beter aansluit bij de maatschappelijke
taak van corporaties. Zij hebben over de uitwerking van het ontwerpbesluit nog enkele
vragen.
De leden van de CDA-fractie hebben over de nieuwe centrale waarderingsmethodiek enkele
vragen. In de toelichting wordt aangegeven dat de marktwaarde relevant blijft voor
borging door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw en toezicht door de Autoriteit woningcorporaties,
en dat hiervoor een nieuwe centrale waarderingsmethodiek wordt ontwikkeld. Tevens
wordt aangegeven dat deze methodiek niet wettelijk wordt verankerd. Deze leden vragen
hoe de Minister in dat geval waarborgt dat woningcorporaties, accountants en toezichthouders
beschikken over een voldoende stabiel, controleerbaar en consistent kader voor de
toepassing van deze methodiek. Kan de Minister toelichten welke onderdelen van de
methodiek worden vastgelegd in regelgeving, handboeken of andere formele kaders, en
welke ruimte daarbij bestaat voor nadere wijzigingen of aanpassingen in de praktijk?
Deze leden vragen voorts hoe wordt gewaarborgd dat de nieuwe centrale waarderingsmethodiek
daadwerkelijk leidt tot vermindering van administratieve lasten voor woningcorporaties.
In de toelichting wordt gesteld dat zoveel mogelijk gebruik zal worden gemaakt van
bestaande vastgoeddata en bestaande datastructuren. Zij vragen welke aanvullende gegevenslevering
desondanks nog van corporaties wordt gevraagd. Tevens vragen de leden van de CDA-fractie
op welke wijze in de komende jaren inzichtelijk wordt gemaakt of de beoogde vermindering
van administratieve lasten in de praktijk ook daadwerkelijk optreedt. Wordt daarbij
voorzien in een vorm van periodieke evaluatie of vergelijking met de huidige systematiek?
Deze leden vragen daarnaast hoe de Minister verwacht dat woningcorporaties de vrijvallende
capaciteit die ontstaat door vermindering van administratieve lasten in de praktijk
zullen inzetten. Wordt gevolgd in hoeverre deze wijziging bijdraagt aan de volkshuisvestelijke
opgave van corporaties, bijvoorbeeld ten aanzien van nieuwbouw, onderhoud of verduurzaming?
De leden van de CDA-fractie hebben ook over de vergelijkbaarheid van beleidswaardes
tussen woningcorporaties enkele vragen. In de toelichting wordt aangegeven dat de
beleidswaarde rekening houdt met maatschappelijke keuzes van corporaties ten aanzien
van onder meer betaalbaarheid, onderhoud en doorexploitatie. Deze leden vragen hoe
wordt voorkomen dat hierdoor grote verschillen ontstaan tussen corporaties in de wijze
waarop beleidswaardes worden vastgesteld. Op welke wijze wordt geborgd dat beleidswaardes
binnen de sector voldoende vergelijkbaar blijven voor toezicht, beoordeling en onderlinge
vergelijking?
De leden van de CDA-fractie hebben daarnaast over de toepassing van de beleidswaarde
in de praktijk enkele vragen. Deze leden vragen hoe wordt gewaarborgd dat verschillen
in beleidskeuzes tussen corporaties niet leiden tot grote verschillen in financiële
waardering die moeilijk vergelijkbaar of uitlegbaar zijn. Tevens vragen zij welke
rol accountants, de Autoriteit woningcorporaties en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw
krijgen bij het bevorderen van een consistente toepassing van de nieuwe systematiek
binnen de sector.
Zij vragen daarnaast hoe wordt beoordeeld of de verduidelijking van formuleringen
in het nieuwe Handboek beleidswaarde voldoende is om inconsistenties tussen corporaties
te voorkomen. Wordt voorzien in evaluatie of monitoring van verschillen in toepassing
tussen corporaties, accountants en toezichthouders?
De leden van de CDA-fractie hebben voorts over de positie van woningcorporaties die
niet zijn aangesloten bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw enkele vragen. In de
toelichting wordt ingegaan op de ontwikkeling van een centrale waarderingsmethodiek
voor de marktwaarde ten behoeve van borging en toezicht. Deze leden vragen hoe voor
corporaties die buiten het Waarborgfonds Sociale Woningbouw vallen wordt voorzien
in een werkbare en vergelijkbare systematiek voor waardering en toezicht. Kan de Minister
toelichten welke uitgangspunten daarbij worden gehanteerd en wat op dit moment de
stand van zaken is van de uitwerking hiervan?
De leden van de CDA-fractie hebben ook over de effecten voor verschillende typen woningmarktregio’s
enkele vragen. Deze leden vragen in hoeverre is onderzocht of de overgang van marktwaarde
naar beleidswaarde in de praktijk verschillend kan uitwerken voor corporaties in regio’s
met uiteenlopende marktomstandigheden, waaronder regio’s met relatief lage marktwaardes.
Kan de Minister toelichten welke inzichten hierover op dit moment beschikbaar zijn?
Zij hebben ook over de uitvoerbaarheid en tijdigheid van de nieuwe systematiek enkele
vragen. In de toelichting wordt aangegeven dat de uitwerking van de centrale waarderingsmethodiek
en het Handboek beleidswaarde op schema liggen om gereed te zijn voor de jaarrekening
over 2026. Deze leden vragen welke concrete randvoorwaarden nog moeten worden ingevuld
voordat woningcorporaties, accountants en toezichthouders daadwerkelijk met deze systematiek
kunnen werken. Tevens vragen de leden van de CDA-fractie welke gevolgen het heeft
indien onderdelen van de methodiek of het handboek niet tijdig gereed zijn.
Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractie
De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de
Wijzigingen van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 in verband
met de introductie van de beleidswaarde. Deze leden staan positief tegenover deze
wijzigingen en zijn blij met de regeldrukvermindering in deze sector. Zij hebben nog
wel enkele vragen over het Handboek beleidswaarde. Dit handboek moet nog officieel
verschijnen, maar staat al wel op de website van de Autoriteit woningcorporaties.
Dit handboek omvat onder andere een gewijzigde berekening van de beleidswaarde van
bedrijfsonroerend goed (BOG), maatschappelijk onroerend goed (MOG), intramuraal zorgvastgoed
(ZOG) en parkeren, en de verplichting om vanaf verslagjaar 2026 de volledige meerjarenonderhoudsbegroting
(MJOB) tot 60 in plaats van 15 jaar in te rekenen. Kan de Minister toezeggen nauwgezet
te monitoren in hoeverre woningcorporaties uit de voeten kunnen met het Handboek beleidswaarde,
en ook zo snel mogelijk de uitvoerbaarheid en regeldrukeffecten van het nieuwe handboek
te evalueren?
Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower
De leden van Groep Markuszower hebben kennisgenomen van het ontwerpbesluit tot wijzigingen
van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 in verband met de introductie
van de beleidswaarde en hebben voor nu geen vragen en/of opmerkingen.
II Antwoord / reactie van de Minister
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
L. Bromet, voorzitter van de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
Mede ondertekenaar
A.C.W. de Vos, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.