Motie : Motie van het lid Boomsma over bepleiten dat bij beoordeling van schendingen van artikel 3 nadrukkelijk sprake moet zijn van een minimumniveau aan ernst
20 043 Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa
Nr. 162
MOTIE VAN HET LID BOOMSMA
Voorgesteld 13 mei 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat artikel 3 van het EVRM is opgesteld als verbod om mensen te onderwerpen
aan marteling of vernederende behandeling, maar via verschillende uitspraken nu ook
terugkeer van asielzoekers naar andere EU-landen blokkeert;
overwegende dat dit de werking van het EU-recht doorkruist en lidstaten in staat stelt
om hun Dublinverplichtingen te ontlopen, terwijl die cruciaal zijn voor het nieuwe
Migratiepact;
constaterende dat indirecte verantwoordelijkheid voor potentiële schending in andere
lidstaten het beginsel van wederzijds vertrouwen doorbreekt;
verzoekt het kabinet bij de onderhandelingen in Europa te bepleiten:
– dat bij beoordeling van schendingen van artikel 3, mede gezien het absolute karakter
ervan, nadrukkelijk sprake moet zijn van een minimumniveau aan ernst, waarbij dat
minimum meer aansluit bij de oorspronkelijke intentie;
– dat bij het Dublinafspraken tussen EU-lidstaten en overwegingen ten aanzien van een
indirecte verantwoordelijkheid in het kader van artikel 3 EVRM in principe uit moet
worden gegaan van het beginsel van wederzijds vertrouwen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Boomsma
Indieners
Diederik Boomsma, Kamerlid
Kabinetsappreciatie
Appreciatie:
Oordeel Kamer
Stemmingsuitslagen
Aangenomen met handopsteken
| Fracties | Zetels | Voor/Tegen |
|---|---|---|
| D66 | 26 | Tegen |
| VVD | 22 | Voor |
| GroenLinks-PvdA | 20 | Tegen |
| PVV | 19 | Voor |
| CDA | 18 | Voor |
| JA21 | 9 | Voor |
| Groep Markuszower | 7 | Voor |
| FVD | 6 | Voor |
| BBB | 3 | Voor |
| ChristenUnie | 3 | Voor |
| DENK | 3 | Tegen |
| PvdD | 3 | Tegen |
| SGP | 3 | Voor |
| SP | 3 | Tegen |
| 50PLUS | 2 | Voor |
| Keijzer | 1 | Voor |
| Volt | 1 | Tegen |