Lijst van vragen en antwoorden : Lijst van vragen en antwoorden inzake de afspraken met België over spoordossiers (Kamerstuk 29984-1276)
29 984 Spoor: vervoer- en beheerplan
Nr. 1284
LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 13 mei 2026
De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft een aantal vragen voorgelegd
aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over de brief van 19 februari
2026 inzake de afspraken met België over spoordossiers (Kamerstuk 29 984, nr. 1276).
De Staatssecretaris heeft deze vragen beantwoord bij brief van 13 mei 2026.
Voorzitter van de commissie, Huizenga
Adjunct-griffier van de commissie, Meedendorp
Vraag 1
Hoeveel budget heeft u achter de hand om deze dossiers ook daadwerkelijk ter hand
te nemen? Gaarne een uitsplitsing per dossier van behoefte en beschikbaarheid.
Antwoord 1
IenW werkt op spoordossiers reeds goed samen met de Belgische FOD Mobiliteit en kabinet
Crucke, zoals vastgelegd tijdens de Thalassatop van 2022. Voor diverse dossiers zijn
hier ook al financiële kaders voor. Met de gezamenlijke verklaring van 18 februari
jl. is afgesproken dat de samenwerking gecontinueerd en verder geïntensiveerd wordt.
Waar nodig wordt ingespeeld op nieuwe thema’s en dossiers, zoals bijvoorbeeld militaire
mobiliteit of de Brainport-Brusselverbinding. De uitwerking zal komende periode plaatsvinden,
inclusief eventueel benodigde aanvullende financiering.
Vraag 2
Welke concrete mijlpalen en tijdspaden zijn voor elk van de genoemde spoordossiers
afgesproken en op welke momenten worden besluitvorming en realisatie uiterlijk verwacht?
Antwoord 2
In de gezamenlijke verklaring is afgesproken dat de vervolgstappen rond de zomer van
2026 zullen worden bepaald. Het doel is om deze te bestendigen tijdens een volgende
Thalassatop.
Vraag 3
Welke rolverdeling en verantwoordelijkheden zijn tussen Nederland en België vastgelegd
per dossier, met name ten aanzien van financiering, projectleiding en besluitvorming?
Antwoord 3
Zoals in de verklaring aangegeven vindt de komende periode de nadere uitwerking en
concretisering plaats. Daarbij worden ook definitieve afspraken gemaakt over financiering,
projectleiding en besluitvorming. Daarbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande
afspraken hierover, onder meer ook zoals vastgelegd in de afspraken uit 2022. Uitgangspunt
zijn de eigen verantwoordelijkheden als lidstaat en in de rol richting vervoerders
en infrabeheerders.
Vraag 4
Wat is nog nodig na de gezamenlijke verklaring met België om de startbeslissing voor
het project Rail Gent-Terneuzen te kunnen nemen?
Antwoord 4
Met deze gezamenlijke verklaring in de hand werken Nederland en België verder aan
de benodigde projectafspraken. Deze concrete projectafspraken zijn nodig voordat een
MIRT-startbeslissing genomen kan worden.
Vraag 5
Wanneer verwacht u de startbeslissing voor het project Rail Gent-Terneuzen daadwerkelijk
te kunnen nemen?
Antwoord 5
Hiervoor zijn allereerst concrete projectafspraken nodig met België. Daarover is IenW
op dit moment in gesprek met de Belgische overheid. Zodra projectafspraken zijn gemaakt,
kan de startbeslissing worden genomen.
Vraag 6
Op welke manier worden regio’s en havenbedrijven betrokken bij het bepalen van de
gewenste toekomstige spoorontwikkelingen inzake grensoverschrijdend vervoer tussen
Nederland en België?
Antwoord 6
Zoals aangegeven in de verklaring wordt erkend dat de rol en betrokkenheid van regionale
overheden belangrijk is voor de verankering in de regionale structuren en voor het
draagvlak voor ingrijpende projecten. Daarom worden, indien relevant, regionale overheden
zoals gewesten en provincies uitgenodigd om deel te nemen aan de werkgroepen. Bij
het project Rail Gent-Terneuzen is het havenbedrijf North Sea Port opgenomen in de
reguliere governance en is dus nauw betrokken. IenW heeft daarnaast regelmatig (hoog)ambtelijk
en bestuurlijk contact met de provincie Zeeland over dit dossier.
Vraag 7
Hoeveel geld is er naar schatting de komende jaren nodig om het spoornetwerk tussen
Nederland en België te verbeteren?
Antwoord 7
Op diverse projecten zijn al financiële afspraken gemaakt of in de maak, zoals bijvoorbeeld
Rail Gent-Terneuzen. Op andere projecten wordt gestudeerd op de mogelijkheden voor
verbetering en financiële impact daarvan.
Vraag 8
Hoeveel middelen zijn er in het regeerakkoord beschikbaar gesteld voor het versterken
van het spoorvervoer naar België?
Antwoord 8
In het coalitieakkoord zijn hiervoor geen specifieke middelen vrijgemaakt.
Vraag 9
Wat is de planning die past bij de ambities die in de afspraken met België zijn gemaakt?
Kan worden toegelicht hoe deze planning tot stand is gekomen?
Antwoord 9
Zoals in de verklaring aangegeven vinden de komende periode de nadere uitwerking en
concretisering plaats. Daarbij worden ook definitieve afspraken gemaakt over de planning.
Vraag 10
Bent u van plan om ook met Duitsland afspraken te gaan maken over het verbeteren van
het internationaal spoorvervoer?
Antwoord 10
Met Duitsland wordt reeds samengewerkt op basis van de «Joint Declaration of Intent
(JDOI) German-Dutch cooperation on cross-border rail freight», specifiek voor goederenvervoer.
Zoals in de Beleidsbrief1 aangekondigd werk ik aan de verbreding van de bestuurlijke afspraken met Duitsland.
Op diverse grensoverschrijdende railprojecten is ook samenwerking, zowel met het Duitse
Bundesministerium als met de aanliggende Länder. Eind 2025 is met de Tweede Kamer
een analyse gedeeld van ProRail, waarin onder meer de mogelijkheden voor verbetering
van verbindingen richting Duitsland uiteen zijn gezet2.
Vraag 11
Wat gaan treinreizigers de komende kabinetsperiode concreet merken van de gemaakte
afspraken met België?
Antwoord 11
De afgelopen jaren zijn reeds diverse verbeteringen tot stand gebracht, ook als onderdeel
van de bestaande afspraken. Zo is de Drielandentrein gaan rijden en is ook de IC Amsterdam-Brussel
meer frequent en sneller gaan rijden. Daarnaast is wordt onderzocht waar verdere verbeteringen
mogelijk zijn voor de treinreiziger door middel van versnelling of hogere frequentie.
De komende periode wordt gewerkt aan besluitvorming.
Vraag 12
Welk specifiek budget is er aan deze gezamenlijke verklaring gekoppeld, en hoe is
de verdeling van de investeringskosten tussen Nederland en België vastgelegd?
Antwoord 12
Zoals ook aangegeven in het antwoord op vraag 7 zijn op diverse projecten al financiële
afspraken gemaakt of in de maak, zoals bijvoorbeeld Rail Gent-Terneuzen. Op andere
projecten wordt gestudeerd op of gewerkt aan de mogelijkheden voor verbetering en
financiële impact daarvan.
Vraag 13
Op welke wijze wordt de regie verdeeld tussen het Rijk en de regionale overheden (zoals
de provincie Noord-Brabant voor de Brainport-Brussellijn), en wie is uiteindelijk
financieel verantwoordelijk voor de uitvoering?
Antwoord 13
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 3 en in de verklaring vinden de komende
periode de nadere uitwerking en concretisering plaats. Daarbij worden ook definitieve
afspraken gemaakt over financiering, projectleiding en besluitvorming. Daarbij wordt
zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande afspraken hierover, onder meer ook zoals
vastgelegd in de afspraken uit 2022. Uitgangspunt zijn de eigen verantwoordelijkheden
als lidstaat en in de rol van opdrachtgever richting vervoerders en infrabeheerders.
Zoals ook aangegeven in het antwoord op vraag 7 zijn op diverse projecten al financiële
afspraken gemaakt of in de maak, zoals bijvoorbeeld Rail Gent-Terneuzen. Op andere
projecten wordt gestudeerd op de mogelijkheden voor verbetering en financiële impact
daarvan.
Vraag 14
Wat is de huidige operationele status van de Drielandentrein? Wordt er inmiddels op
het volledige traject gereden zonder technische of infrastructurele beperkingen?
Antwoord 14
De Drielandentrein rijdt in het algemeen zoals beoogd op het gehele traject Aachen-Heerlen-Maastricht-Liège
Guillemins en vice versa. Door (geplande) werkzaamheden in Duitsland en door stakingen
in België was het de afgelopen periode niet mogelijk zonder hinder te rijden. Behoudens
deze (externe) oorzaken is de betrouwbaarheid van de verbinding sinds de start fors
verbeterd, hoewel met name op het traject van en naar Duitsland nog achter blijft
bij de (Nederlandse) normen.
Vraag 15
Welke concrete deadlines zijn er afgesproken voor de besluitvorming rondom het 3RX-dossier,
en welke specifieke procedurele hindernissen worden er momenteel met de Belgische
en Duitse partners besproken?
Antwoord 15
Voor het 3RX-dossier is IenW momenteel in afwachting van een door België toegezegd
voorstel voor de vervolgfase. Zodra IenW dat voorstel heeft ontvangen zal de Tweede
Kamer nader worden geïnformeerd.
Vraag 16
Gelet op het feit dat u «onafhankelijk van andere dossiers» tot versnelling wil komen
bij Rail Gent-Terneuzen: betekent dit dat de financiering voor dit project is losgekoppeld
van de bredere discussies over de sluis bij Terneuzen of andere grensoverschrijdende
infra?
Antwoord 16
De Nederlandse financiering voor het project Rail Gent-Terneuzen is reeds gereserveerd
vanuit het pakket Wind in de Zeilen en het Nationaal Groeifonds, en staat los van
bredere discussies of andere dossiers tussen Nederland en België.
Vraag 17
Wat is de concrete streefdatum voor de start van de bouw en de ingebruikname van deze
verbinding nu er sprake is van een «impuls»?
Antwoord 17
Op dit moment is er nog geen concrete datum te noemen waarop de bouw zou kunnen beginnen.
Een eerste planning zal, zoals gebruikelijk, onderdeel zijn van de MIRT-verkenning.
De verwachting is dat een eventuele MIRT-realisatiefase niet vóór 2030 start.
Vraag 18
Zijn Franse en Duitse collega’s ook betrokken bij de afspraken en overleggen tussen
België en Nederland, gelet op het feit dat de economische verbondenheid van de gehele
delta tussen Hamburg en Le Havre wordt benadrukt in brief?
Antwoord 18
De verklaring is getekend door Nederland en België. Bij de gesprekken wordt meegenomen
hoe de gehele Delta van Le Havre tot Hamburg verbonden is. Indien er implicaties zijn
bij nadere voorstellen voor Frankrijk of Duitsland zal het gesprek met hen worden
verbreed. Met Frankrijk en Duitsland wordt al wel actief samengewerkt in het kader
van de European Transport Corridor North Sea Rhine Mediterranean.
Vraag 19
Hoe passen de gemaakte afspraken met België binnen de bestaande ambities van het TEN-T
en internationaal treinvervoer? Is er sprake van een treinverbinding van Le Havre
naar Hamburg, via Hamont-Weert? En waar precies komt deze verbinding door Nederland?
Antwoord 19
De gemaakte afspraken passen goed in de ambities van het TEN-T netwerk en het komende
Connecting Europe Facility voor de periode 2028–2034. Met tussen België en Nederland
goed voorbereide plannen voor grensoverschrijdend vervoer (bijvoorbeeld capaciteitsuitbreiding
Gent-Terneuzen of Amsterdam – Brussel) wordt ook de kans op Europese financiering
hoger. Voor de achterlandverbindingen van de havens op de Le Havre – Hamburg range
zijn er wel gemeenschappelijke belangen bij het bevorderen van voldoende spoorcapaciteit,
de Nederlands-Belgische samenwerking zal daaraan bijdragen.
Vraag 20
Is er sprake van alleen goederenvervoer of ook van personenvervoer?
Zou via Hamont-Weert de Brabantroute kunnen worden ontzien waardoor er minder treinen
met vervoer gevaarlijke stoffen door de Brabantse en Venlose binnensteden rijden?
Welke afspraken voorziet u met betrekking tot goederen- en personenvervoer op de Brainport-Brussellijn?
Antwoord 20
De verklaring heeft betrekking op zowel personen- als goederenvervoer. In Nederland
(en ook in België) wordt het spoor integraal en intensief gebruikt voor verschillende
treindiensten en zijn soms ook afwegingen nodig daartussen. In de afweging per corridor
zal dit ook een plaats moeten krijgen, rekening houdend met de Europese verordening
capaciteit spoorweginfrastructuur. In de studies rond Weert-Hamont wordt op dit moment
geen rekening gehouden met goederenroutering, mede ook vanwege de benodigde investeringen
en het feit dat deze verbinding een Natura2000-gebied doorkruist.
Vraag 21
Welke vervolgstappen liggen er in het vooruitzicht? Kan de Kamer worden geïnformeerd
over de uitkomsten van het bestuurlijk overleg dat tenminste één keer per jaar tussen
beide landen plaatsvindt om de voortgang van de spoorse afspraken te bespreken? Wat
is de Nederlandse inzet hierbij? En worden regionale partners, zoals de gemeente Eindhoven,
hierbij betrokken?
Antwoord 21
Zoals ook aangegeven in het antwoord op vraag 3 en in de verklaring vinden de komende
periode de nadere uitwerking en concretisering plaats. Daarbij worden ook definitieve
afspraken gemaakt over financiering, projectleiding en besluitvorming. Daarbij wordt
zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande afspraken hierover, onder meer ook zoals
vastgelegd in de afspraken uit 2022. Uitgangspunt zijn de eigen verantwoordelijkheden
als lidstaat en de rol richting vervoerders en infrabeheerders.
Met de verklaring wordt een versterking van de samenwerking beoogd. De te maken afspraken
zullen zien op een invulling van die versterking, waarbij gedacht wordt aan werkgroepen
op concrete dossiers. De Kamer zal worden geïnformeerd over het politieke overleg
waar de voortgang van de werkgroepen besproken zal worden. Zoals ook aangegeven in
het antwoord op vraag 6 en in de verklaring wordt erkend dat de rol en betrokkenheid
van regionale overheden belangrijk is voor de verankering in de regionale structuren
en voor het draagvlak voor ingrijpende projecten. Daarom worden, indien relevant,
regionale overheden zoals gewesten en provincies uitgenodigd om deel te nemen aan
de werkgroepen.
Vraag 22
Wat betekent de passage «Ondertekenaars spreken af om de samenwerking tussen het Ministerie
van Infrastructuur en Waterstaat en de Federale overheidsdienst voor Mobiliteit en
Vervoer op meerdere spoordossiers te intensiveren en te versnellen door deze meer
vanuit een integrale en brede blik te benaderen» concreet?
Antwoord 22
Er is geconstateerd dat er door IenW en de Belgische FOD Mobiliteit al goed wordt
samengewerkt op dossiers. Tegelijkertijd wordt erkend dat er ook nieuwe uitdagingen
zijn op uiteenlopende dossiers zoals militaire mobiliteit. Met deze verklaring is
afgesproken om de goede samenwerking te continueren maar ook in te spelen op de kansen
voor het versterken van grensoverschrijdende mobiliteit tussen grensregio’s. Dit wordt
gedaan met een integrale blik met als doel om de uitdagingen effectief en versneld
aan te pakken en op te lossen.
Vraag 23
Wat is de kabinetsinzet voor het aanvullend en concreet afsprakenkader dat rond de
zomer van 2026 gereed zou moeten zijn?
Antwoord 23
Zoals ook aangegeven in het antwoord op vraag 21 wordt met de verklaring een versterking
van de samenwerking beoogd. De te maken afspraken zullen zien op een invulling van
die versterking, waarbij gedacht wordt aan werkgroepen op concrete dossiers.
Vraag 24
Kan er een stand van zaken worden gegeven over hoe de afspraken uit de Thalassa Top
in 2022 inmiddels ter hand zijn genomen?
Antwoord 24
Via verschillende voortgangsbrieven internationaal spoor is de Tweede Kamer regelmatig
geïnformeerd over de voortgang op specifieke onderdelen uit de verklaring. De start
van de Drielandentrein en de versnelling en frequentieverhoging van de IC Amsterdam-Brussel
zijn belangrijke verbeteringen voor de treinreiziger. Rond Rail Gent-Terneuzen werken
we toe naar een startbeslissing komend jaar. Op Weert-Hamont zijn diverse studies
uitgevoerd om te verkennen wat technisch en financieel gezien mogelijk is. Naast de
specifieke projecten ligt de meerwaarde ook in de regelmatige onderlinge afstemming
en kennisuitwisseling.
Vraag 25
Wat is uw inzet voor het verbeteren van de coördinatie en de uitrol van het European
Rail Traffic Management System (ERTMS)?
Antwoord 25
Met België wordt structureel overleg gevoerd over de uitrol van ERTMS. In dit overleg
nemen de ministeries en infrastructuurmanagers van beide landen deel, zodat makkelijk
afspraken gemaakt kunnen worden over de aansluiting van ERTMS aan weerszijden van
de grens. Belangrijke onderwerpen zijn op dit moment de HSL en de planning van de
ERTMS uitrol op de Roosendaal – Essen lijn (onderdeel uitrol tranche 1). De komende
periode wordt dit contact daarom geïntensiveerd.
Vraag 26
Wat is uw inzet voor de capaciteitsuitbreiding voor personenvervoer per trein en verbetering
van de bestaande verbindingen tussen België en Noord-Brabant (Antwerpen-Roosendaal,
Amsterdam-Brussel, enz.)?
Antwoord 26
Op verschillende verbindingen onderzoekt IenW met de regio en Belgische partners welke
kwaliteitsimpulsen mogelijk en opportuun zijn. Dit gaat vaak niet eens over extra
infrastructuur, maar vooral over welk aanbod past bij de huidige en de te verwachten
vervoersvraag. In de afspraken in het verlengde van de intentieverklaring zal per
verbinding een aanpak worden geschetst.
Vraag 27
Wat is uw inzet voor de verbetering van de bestaande grensoverschrijdende verbindingen
tussen België en de Nederlandse provincie Limburg (Drielandentrein, Weert-Hamont,
enz.) en over de mogelijkheden voor de herinrichting van momenteel niet-functionele
verbindingen, zoals Hasselt-Maastricht?
Antwoord 27
Ook op de grensoverschrijdende verbindingen tussen Limburg en België wordt onderzocht
welke verbeteringen mogelijk en opportuun zijn. Hierbij wordt aangesloten op lopende
gesprekken tussen IenW en partners over bijv. de spoorbrug bij Maastricht en 3RX,
zie hierboven.
Vraag 28
Wat is uw inzet voor het opstarten van reflecties en/of studies met betrekking tot
de ontwikkeling van verbindingen tussen België en de Nederlandse provincie Noord-Brabant
(Brainport-Brussel)?
Antwoord 28
Zoals ook aangegeven in het antwoord op vraag 3 en in de verklaring vinden de komende
periode de nadere uitwerking en concretisering plaats. Daarbij worden ook definitieve
afspraken gemaakt over financiering, projectleiding en besluitvorming. Daarbij wordt
zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande afspraken hierover, onder meer ook zoals
vastgelegd in de afspraken uit 2022.
Vraag 29
Wat is uw inzet bij de afspraak over het aan beide zijden van de grens werken aan
het oplossen van de knelpunten die een belemmering vormen voor de ontwikkeling van
lokale grensoverschrijdende netwerken? En welke knelpunten ziet u nu?
Antwoord 29
Het doel van de gezamenlijke verklaring is om de samenwerking te verstevigen en versnelling
aan te brengen op spoordossiers. In dat kader zie ik het belang van het oplossen van
belemmerende knelpunten aan beide zijden van de grens. Tijdens de bijeenkomst rond
de zomer zullen concretere afspraken worden gemaakt, waarin ook de knelpunten worden
bezien.
Vraag 30
Wat is uw inzet bij het, in lijn met de afspraken van het pentagonale ministersoverleg
van juni 2023, uitwerken van de nodige stappen ten behoeve van de ontwikkeling van
een verbinding tussen de haven van Antwerpen en het Duitse Ruhrgebied (3RX)?
Antwoord 30
Voor het 3RX-dossier is Nederland momenteel in afwachting van een door België toegezegd
voorstel voor de vervolgfase. Zodra dat voorstel is ontvangen, wordt de Tweede Kamer
nader geïnformeerd.
Vraag 31
Wat is uw inzet bij het zetten van concrete stappen om het spoorgoederenvervoer tussen
de havens van Gent en Terneuzen structureel te verbeteren? En ziet u hierbij ook mogelijkheden
voor passagierstreinen?
Antwoord 31
Mijn inzet is het starten van de gezamenlijke en integrale verkenning Rail Gent-Terneuzen
samen met België. De maatregelen die daaruit voortkomen, zullen het mogelijke, toekomstig
passagiersvervoer niet onmogelijk maken. Op dit moment zijn daar echter geen concrete
plannen voor.
Vraag 32
Wat is uw inzet bij het vergroten van de weerbaarheid en van de capaciteit voor grensoverschrijdende
militaire mobiliteit?
Antwoord 32
België en Nederland spelen met de diverse Noordzeehavens een belangrijke rol in Host
Nation Support als aankomstplekken voor militair materieel en personeel en als startpunt
voor internationale militaire corridors richting Oost-Europa. In het recente rapport
«Tijd om te handelen»3 is uiteengezet welke opgaven Nederland heeft om het spoor voldoende weerbaar te maken
en om toenemende militaire transporten goed te kunnen blijven accommoderen. Eén van
de aanbevelingen richt zich op het efficiënter maken van onze grensovergangen door
dienstregelingen beter op elkaar af te stemmen en interoperabiliteitsproblemen, zoals
het wisselen van locomotieven en machinisten, te verminderen. Daarnaast kunnen we
als landen met een vergelijkbare taak van elkaar leren en liggen er kansen om de aanpak
op elkaar af te stemmen, zowel bilateraal als in corridorverband binnen de internationale
rail freight corridor North Sea Baltic.
Vraag 33
Wat is uw inzet bij het vergroten van de efficiëntie van het vervoer per spoor (bijvoorbeeld
via autonoom vervoer)?
Antwoord 33
Vanaf 2025 is, in kader van de in 2019 getekende Joint Declaration Rail Freight tussen
Nederland en Duitsland, de pilot Automatic Train Operation op de Betuweroute van start
gegaan. O.a. ProRail en DB Cargo werken daar intensief samen. Autonoom rijden heeft
in potentie een positieve impact op het energiegebruik benodigd voor spoorvervoer,
de benutting van de infrastructuur en de betrouwbaarheid van het vervoer. Als er eind
2026 meer inzicht is op de resultaten van de pilot wil ik samen met Duitse partners
nagaan hoe hier proactief vervolg aan kan worden gegeven, ook in Europees kader.
Vraag 34
Wat is uw inzet voor de coördinatie van de strategische richtsnoeren ten aanzien van
capaciteitsverdeling conform de nieuwe EU-verordening capaciteit?
Antwoord 34
Mede op Nederlands initiatief is een groep van lidstaten begonnen met uitwerken van
een procedure hoe de lidstaten de strategische richtsnoeren van capaciteitsverdeling
gaan coördineren. Mijn inzet is gericht op een transparante procedure waarbij de lidstaten
voldoende aantrekkelijke capaciteit voor internationaal personen- en goederenvervoer
per spoor garanderen die door de gemeenschappelijke infrastructuurbeheerders wordt
aangeboden. Ik verwacht dat daarvoor in 2027 de eerste coördinatieronde tussen de
lidstaten zal moeten worden uitgevoerd.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R.A. Huizenga, voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat -
Mede ondertekenaar
M. Meedendorp, adjunct-griffier