Motie : Motie van het lid Van Duijvenvoorde over onderzoeken welke factoren bijdragen aan de groeiende vraag naar alternatieve onderwijsinitiatieven
36 745 Wijziging van diverse wetten op het terrein van het funderend onderwijs in verband met aanpassing van het toezicht rondom oprichting van bepaalde niet bekostigde scholen en het wegnemen van hardvochtigheden in het voortgezet speciaal onderwijs en het praktijkonderwijs (Wet startprocedure b3-scholen en hardvochtigheden vso en pro)
Nr. 20
MOTIE VAN HET LID VAN DUIJVENVOORDE
Voorgesteld 13 mei 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het aantal initiatieven voor particulier onderwijs en b3-scholen
de afgelopen jaren is toegenomen;
overwegende dat dergelijke initiatieven mede kunnen voortkomen uit onvrede van ouders
over de kwaliteit, veiligheid, pedagogische koers of levensbeschouwelijke neutraliteit
van het bestaande onderwijsaanbod;
overwegende dat duurzame versterking van het onderwijs niet alleen vraagt om toezicht
op nieuwe initiatieven, maar ook om reflectie op de oorzaken waardoor ouders alternatieven
zijn gaan zoeken;
verzoekt de regering te onderzoeken welke factoren bijdragen aan de groeiende vraag
naar alternatieve onderwijsinitiatieven, waaronder b3-scholen, en de Kamer hierover
te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
Van Duijvenvoorde
Indieners
Peter van Duijvenvoorde, Kamerlid
Kabinetsappreciatie
Appreciatie:
Oordeel Kamer