Voorstel van wet : Voorstel van wet (herdruk)
36 937 Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de structurele invoering van de mogelijkheid van digitale aanvraag van rijbewijzen (Wet digitale aanvraag rijbewijzen)
ARTIKEL I
ARTIKEL II
ARTIKEL III
ARTIKEL IV
ARTIKEL V
Nr. 2 HERDRUK
1
VOORSTEL VAN WET
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is dat de Wegenverkeerswet
1994 wordt gewijzigd in verband met de structurele invoering van de mogelijkheid tot
het elektronisch aanvragen van rijbewijzen;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Wegenverkeerswet 1994 wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel zb door een puntkomma worden
de volgende begripsbepalingen toegevoegd, luidende:
zc. authenticatie:
elektronisch proces voor de verificatie en bevestiging van de identiteit van een natuurlijke
persoon of van de oorsprong en integriteit van gegevens;
zd. fotocontrole:
de vaststelling door de Dienst Wegverkeer of de aan hem gezonden pasfoto van de aanvrager
voldoende overeenkomt met de in het rijbewijzenregister beschikbare pasfoto van het
laatst afgegeven rijbewijs om te kunnen verifiëren dat de pasfoto van de indiener
overeenkomt met de reeds beschikbare gegevens in het rijbewijzenregister, uniek is
ten opzichte van andere foto’s in het register en authentiek is alsmede voldoet aan
de bij ministeriële regeling gestelde eisen; ze. elektronische rijbewijsaanvraag:
een rijbewijsaanvraag in digitale vorm.
B
Artikel 4b, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. Na onderdeel f wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
f1. het in ontvangst nemen en bewaren van de bescheiden ten behoeve van een elektronische
rijbewijsaanvraag en het in behandeling nemen van de elektronische rijbewijsaanvraag,
2. Na onderdeel g1 wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
g2. het uitvoeren, vaststellen en vastleggen van fotocontrole in het kader van het verkrijgen
van een rijbewijs;
C
In artikel 4aud, eerste lid, wordt na «registratie van gegevens in het kentekenregister»
ingevoegd «of in het rijbewijzenregister».
D
Artikel 111 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van het derde tot en met zevende lid tot vierde tot en met negende
lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:
3. In afwijking van het tweede lid, eerste volzin, vindt bij de elektronische aanvraag
authenticatie plaats van de aanvrager overeenkomstig de bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur vastgestelde regels. De uitreiking van een rijbewijs vindt plaats
na identificatie van de aanvrager met een op naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld
in artikel 1, eerste lid, onderdelen 1, 2 en 3 van de Wet op de identificatieplicht
of een geldig nationaal rijbewijs of een eerder aan hem afgegeven rijbewijs dat zijn
geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur.
2. In het vierde lid (nieuw), wordt na «artikel 8, onder a tot en met d en l van die
wet» ingevoegd «dan wel indien hij tijdelijke bescherming geniet op grond van de richtlijn
tijdelijke bescherming als bedoeld in artikel 1 van die wet».
3. Het zesde lid (nieuw) komt te luiden:
6. Het tarief van het rijbewijs wordt als volgt vastgesteld:
a. In de gevallen waarin het rijbewijs overeenkomstig artikel 116 wordt afgegeven door
de burgemeester dan wel de aanvraag overeenkomstig artikel 113, eerste lid, wordt
ingediend bij de burgemeester, wordt het tarief vastgesteld bij plaatselijke verordening;
b. In afwijking van onderdeel a wordt, in het geval een aanvraag elektronisch wordt ingediend
bij de Dienst Wegverkeer en het rijbewijs afgegeven wordt door de burgemeester het
tarief, verminderd met de vergoeding bedoeld in artikel 121, eerste en tweede lid,
vastgesteld bij ministeriële regeling;
c. In de overige gevallen wordt het tarief en de wijze van betaling daarvan vastgesteld
door de Dienst Wegverkeer.
E
Artikel 113 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het derde lid, wordt «over te leggen» vervangen door «te verstrekken».
2. Onder vernummering van het vierde lid tot vijfde lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:
4. In afwijking van het derde lid, vergewist degene die een aanvraag als bedoeld in
artikel 111, derde lid, in ontvangst neemt zich ervan dat de verstrekte bescheiden
aan de daaraan gestelde eisen voldoen en dat de aanvraag ook aan de overige voorwaarden
voldoet.
F
Artikel 121 komt te luiden:
Artikel 121
1. De gemeenten zijn ter zake van de afgifte van rijbewijzen door de burgemeester en
de afgifte van rijbewijzen door de Dienst Wegverkeer, waarvoor de aanvraag bij de
burgemeester is ingediend, een door de Dienst Wegverkeer vastgestelde vergoeding aan
de Dienst Wegverkeer verschuldigd. De volgende kosten kunnen in deze vergoeding worden
meegenomen:
a. de aanvraag, productie en aflevering van rijbewijzen en het publieke identificatiemiddel,
bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Wet digitale overheid;
b. het attenderen van de houders van een rijbewijs op het verloop van de geldigheidsduur;
c. het beheer en de instandhouding van het rijbewijzenregister;
d. het verstrekken van gegevens uit dat register aan de in artikel 127, eerste lid, bedoelde
autoriteiten;
e. het ongeldig verklaren van rijbewijzen;
f. de afgifte van rijbewijzen, waarvoor de aanvraag bij de burgemeester is ingediend;
g. de kosten die verband houden met het registreren van een getuigschrift als bedoeld
in artikel 151c, eerste lid;
h. het uitvoeren, vaststellen en vastleggen van fotocontrole in het kader van het verkrijgen
van een rijbewijs;
i. het in ontvangst nemen en bewaren van de bescheiden ten behoeve van een elektronische
rijbewijsaanvraag en het in behandeling nemen van de elektronische rijbewijsaanvraag;
j. overige kosten, anders dan onder a tot en met i, verband houdend met aanvragen van
rijbewijzen.
2. De Dienst Wegverkeer int en draagt bij een elektronische aanvraag die is ingediend
bij de Dienst Wegverkeer en waarbij het rijbewijs wordt afgegeven door de burgemeester,
aan de burgemeester het tarief af, bedoeld in artikel 111, zesde lid, onder b, verminderd
met een door de Dienst Wegverkeer vastgestelde vergoeding.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels vastgesteld omtrent
het bepaalde in het eerste en tweede lid.
ARTIKEL II
Indien artikel 7 van de Wet digitale overheid eerder in werking is getreden of treedt
dan deze wet, wordt artikel I, onderdeel D, van deze wet als volgt gewijzigd:
Het derde lid van artikel 111 komt te luiden:
3. In afwijking van het tweede lid, eerste volzin, geschiedt de identificatie van de
aanvrager bij de indiening van een elektronische aanvraag van een rijbewijs door middel
van authenticatie. De uitreiking van een rijbewijs vindt plaats na identificatie van
de aanvrager met een op naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in bedoeld in artikel
1, eerste lid, onderdelen 1, 2 en 3 van de Wet op de identificatieplicht, danwel een
geldig nationaal rijbewijs of een rijbewijs dat door het verstrijken van de geldigheidsduur
ongeldig is geworden.
ARTIKEL III
1. In afwijking van artikel 4aub, eerste lid, wordt een basiserkenning van rechtswege
verleend aan de natuurlijke personen en rechtspersonen met wie op het tijdstip direct
voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet een overeenkomst is gesloten door
een fotograaf met de Dienst Wegverkeer inzake digitaal aanvragen rijbewijzen en voor
zover zij betrekking heeft op het zenden van digitale gegevens bedoeld voor de elektronische
aanvraag van een rijbewijs.
2. In afwijking van artikel 4aub, eerste lid, onderdeel b, overlegt de natuurlijke persoon of rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, voor
het eerst een verklaring omtrent het gedrag voor een door de Dienst Wegverkeer aangegeven
datum.
3. In afwijking van artikel 4auc, eerste lid, vangt voor de natuurlijke persoon of rechtspersoon,
bedoeld in het eerste lid, de daarin genoemde termijn van drie jaar aan op de datum
waarop voor het eerst een verklaring omtrent het gedrag is overgelegd.
ARTIKEL IV
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
ARTIKEL V
Deze wet wordt aangehaald als: Wet digitale aanvraag rijbewijzen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.