Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag schriftelijk overleg over de Geannoteerde agenda Eurogroep en Ecofinraad 4 en 5 mei 2026 (Kamerstuk 21501-07-2181)
2026D20350 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
De vaste commissie voor Financiën heeft op 28 april 2026 vragen en opmerkingen aan
de Minister van Financiën voorgelegd over de brief van 21 april 2026 (Kamerstuk 21501–07, nr. 2181), waarmee de Minister de geannoteerde agenda van de vergadering van de Eurogroep
van 27 maart 2026 heeft aangeboden.
De voorzitter van de commissie,
Jansen
Adjunct-griffier van de commissie,
Lips
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde
agenda voor de Eurogroep en Ecofinraad van 4 en 5 mei 2026. Deze leden hebben hierover
nog enkele vragen en opmerkingen.
De leden van de D66-fractie constateren dat de mondiale economische vooruitzichten
onder druk staan door geopolitieke spanningen, waaronder de oorlog in Oekraïne en
het conflict in het Midden-Oosten. Deze leden merken op dat het IMF verschillende
scenario’s schetst, waarin groei afneemt en inflatie oploopt, afhankelijk van de ontwikkeling
van energieprijzen en geopolitieke escalatie. Deze leden onderschrijven het belang
van gerichte, tijdelijke maatregelen bij stijgende energieprijzen en vragen het kabinet
hoe het zich in Europees verband inzet om dergelijke maatregelen te coördineren. Ook
wijzen deze leden erop dat als er een enkele lidstaten maatregelen genomen worden
die inhoudelijk sub-optimaal zijn, zoals het verlagen van de brandstofaccijnzen, de
druk toeneemt in andere lidstaten om hetzelfde te doen. Terwijl het tegenovergestelde
ook waar is: het uitblijven van financieel onverstandige maatregelen verlicht ook
de druk in andere landen. De leden van de D66-fractie horen graag hoe de Minister
dit ziet en of en hoe de Minister zich in Europa gaat inzetten om ervoor te zorgen
dat gezamenlijk verstandig beleid wordt ingezet.
De leden van de D66-fractie benadrukken het belang van een goed functionerende Europese
kapitaalmarkt voor innovatie, economische groei en strategische autonomie van de Europese
Unie. Deze leden steunen de inzet op verdere integratie, maar constateren dat fragmentatie
nog steeds een belangrijke belemmering vormt. Ten aanzien van het Kukies-Noyer-rapport
vragen deze leden het kabinet om nader te specificeren welke aanbevelingen het kabinet
volledig onderschrijft en op welke punten het kabinet terughoudender is. Daarnaast
vragen deze leden welke concrete nationale en Europese initiatieven het kabinet wil
ontplooien om meer risicodragend kapitaal beschikbaar te maken voor scale-ups. Wordt
hierbij ook gekeken naar succesvolle voorbeelden zoals de Franse Tibi-regeling en
het Duitse WIN-initiatief?
Met betrekking tot het Kapitaalmarktintegratie- en Toezichtcentralisatiepakket (KTP)
ondersteunen de leden van de D66-fractie de inzet op verdere harmonisatie en versterking
van toezicht op Europees niveau. Deze leden achten een sterkere rol voor ESMA logisch
binnen een geïntegreerde kapitaalmarkt, maar vragen de Minister waar voor hem de grens
ligt als het gaat om het overdragen van nationale toezichtbevoegdheden. Ook vragen
deze leden waarom het macroprudentiële raamwerk voor beleggingsfondsen volgens het
kabinet onvoldoende terugkomt in het voorstel en welke risico’s dit met zich meebrengt.
Voorts vragen deze leden waarom de voorgestelde overgangstermijn van twaalf maanden
als onvoldoende wordt beschouwd.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
Eurogroup/Ecofinraad van 4 en 5 mei. Deze leden hebben hierbij nog enkele vragen.
Ten aanzien van de presentatie over het Kukies-Noyer-rapport over de financiering
van innovatieve ondernemingen in Europa constateren de leden van de VVD-fractie dat
het kabinet het belang van passende financiering voor innovatieve bedrijven zoals
start- en scale-ups onderschrijft en overwegend positief is over de aanbevelingen.
Deze leden vragen welke afwegingen ten grondslag liggen aan die overwegend positieve
kwalificatie.
De leden van de VVD-fractie constateren ten aanzien van digitale financiën en de update
over de voortgang van de werkgroep dat tijdens de aankomende Eurogroep zal worden
gesproken over het werk dat wordt gedaan in de Digital Finance Workstream. Deze leden
zijn van mening dat er intrinsieke Europese aandacht is voor de strategische positie
van digital finance en ondersteunen het werk van deze Workstream, zeker in het kader
van het verbeteren van de Europese autonomie. Digital finance vereist digitale innovatie
en de leden van de VVD-fractie zijn van mening dat samenwerking tussen publieke en
private partijen daar essentieel bij is. Welke plannen zijn er om deze samenwerking
tot stand te brengen? Het kabinet stelt dat de initiatieven, zoals de digitale Euro,
getokeniseerde deposito’s en stablecoins elkaar niet uitsluiten en elk op hun eigen
manier bijdragen aan de opkomst van digital finance. De leden van de VVD-fractie vragen
op welke manier het kabinet de bijdragen van ieder van die initiatieven voor zich
ziet.
De leden van de VVD-fractie zijn op het punt van de Ecofin en de Verordening van de
Raad inzake de toegang van het EOM en OLAF tot btw-informatie op EU-niveau tevreden
over de voortgang betreffende het voorstel inzake toegang van het EOM en OLAF tot
btw-informatie op EU-niveau. Deze leden ondersteunen de inzet van het kabinet om die
toegang niet verder te laten gaan dan nodig. De doelstelling om tot een akkoord te
komen op 5 mei 2026 is volgens de leden van de VVD-fractie goed, maar aangezien de
laatste compromistekst nog niet beschikbaar is, kunnen deze leden niet onverkort hun
steun daaraan toezeggen. Deze leden vragen daarom vragen op welke manier het gemaakte
voorbehoud ten aanzien van de beoordeling zal worden benaderd en wat de toetsingscriteria
zullen zijn.
De leden van de VVD-fractie onderstrepen ten aanzien van het kapitaalmarktintegratie-
en toezichtpakket (KTP) het belang van voortgang op het kapitaalmarktintegratiepakket.
Deze leden vragen welk effect de oproep aan lidstaten om niet selectief te shoppen
in dit pakket naar verwachting zal hebben en wat de inzet van het kabinet zal zijn
indien lidstaten hier geen gehoor aan geven.
De leden van de VVD-fractie zijn op het punt van de economische en financiële impact
van de Russische agressie tegen Oekraine/ Proposal for a COUNCIL IMPLEMENTING DECISION
approving assistance to Ukraine in implementing the Ukrainian Financing Strategy verheugd
over de voortgang betreffende de aan Oekraïne te verlenen financiering ten bedrag
van 90 miljard euro en de wijze waarop die financiering vorm zal krijgen (in tranches
en gekoppeld aan bepaalde hervormingen of beheersmaatregelen). Deze leden vragen wel
hoe concreet rekening gehouden zal gaan worden met de beperkte terugbetalingscapaciteit
van Oekraïne op de korte termijn. De leden van de VVD-fractie constateren dat er gekeken
gaat worden naar de mogelijke inzet van opbrengsten uit bevroren Russische tegoeden.
Welke mogelijkheden zijn er binnen EU-recht en internationaal recht om dit daadwerkelijk
te gaan doen en op welke termijn zal hierover nader worden gerapporteerd?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda Eurogroep
en Ecofinraad 4 en 5 mei 2026.
Naar aanleiding hiervan hebben de leden van de PVV-fractie nog enkele vragen.
Allereerst merken de leden van de PVV-fractie op dat het 28ste regime een nieuwe Europese rechtsvorm voor bedrijven heeft gepresenteerd, te weten
de EU Inc. Kan de Minister zowel de mogelijke voor- als nadelen voor Nederlandse bedrijven
hiervan benoemen? Wat zijn de eventuele nadelen van een volledige harmonisatie van
rechtsgebieden die relevant zijn voor het ondernemerschap? Ziet de minster ook het
risico dat dit de eerste stap is naar volledige harmonisatie van het ondernemings-
en insolventierecht, waardoor de Nederlandse zeggenschap over onze eigen bedrijfscultuur
verder wordt uitgehold?
Voorts willen de leden van de PVV-fractie weten welke eventuele nadelen het toegang
geven van het EOM en het OLAF tot de btw-informatie aangaande intracommunautaire handel
tussen ondernemers, grensoverschrijdende betalingen en btw vrijgestelde invoer die
tussen lidstaten op EU-niveau wordt uitgewisseld kan hebben. Hoe wordt voorkomen dat
het toegang geven tot de benodigde informatie niet te ver doorslaat? Kan de Minister
concreet maken waar voor Nederland de rode lijn ligt wat betreft de privacy van Nederlandse
ondernemers en de soevereiniteit van de Nederlandse Belastingdienst?
Verder merken de leden van de PVV-fractie op dat Oekraïne kan rekenen op de Europese
lening van 90 miljard euro, nu dat Hongarije haar blokkade hiervan heeft ingetrokken.
Kan de Minister in zo veel mogelijk detail toelichten hoe Oekraïne deze lening zal
besteden en hoe de effectiviteit hiervan zal worden gecontroleerd? Klopt het dat hiermee
ook de pensioenen, uitkeringen en salarissen overeind zullen worden gehouden? Kan
de Minister tevens de leenvoorwaarden benoemen? Kan de Minister verder aangeven wat
het Nederlandse aandeel in de garantstelling voor deze 90 miljard euro is en welk
risico de Nederlandse belastingbetaler loopt als deze leningen, gezien de «onhoudbare
overheidsschuld» van Oekraïne, waarschijnlijk nooit zullen worden terugbetaald?
Tenslotte vragen de leden van de PVV-fractie welke stappen Oekraïne heeft gezet om
corruptie tegen te gaan. Daarnaast vragen de leden van de PVV-fractie naar een overzicht
van de uitgaven aan Oekraïne per lidstaat in de jaren 2025 en 2026.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA fractie hebben kennis genomen van de geannoteerde agenda voor
de Eurogroep en Ecofinraad van 4 en 5 mei 2026 en hebben daarbij enkele vragen en
opmerkingen.
Ten aanzien van macro economische ontwikkelingen verwekomen de leden van de CDA-fractie
het dat in Eurogroepverband wordt gesproken over de huidige macro-economische ontwikkelingen.
Deze leden constateren dat de gevolgen van het conflict in het Midden-Oosten zich
reeds doen voelen, terwijl tegelijkertijd sprake is van aanzienlijke onzekerheid over
de verdere economische impact. Juist in een dergelijke context vinden deze leden het
van groot belang dat wordt ingezet op effectieve coördinatie tussen de lidstaten.
De leden van de CDA-fractie maken zich echter wel zorgen over deze coördinatie. Deze
leden steunen de inzet van het kabinet om maatregelen gericht, tijdelijk, tijdig en
toekomstbestendig vorm te geven. Tegelijkertijd constateren deze leden dat andere
eurolanden hierin afwijkende keuzes maken, bijvoorbeeld door te kiezen voor generieke
accijnsverlagingen.
Naar het oordeel van deze leden is een dergelijke aanpak risicovol, aangezien deze
ongericht is, de vraag naar brandstoffen kan aanjagen en daarmee een opwaarts effect
kan hebben op de inflatie. Daarnaast brengt dit type maatregelen een aanzienlijk budgettair
beslag met zich mee, zowel direct als indirect, doordat dergelijke maatregelen in
de praktijk vaak moeilijk terug te draaien zijn. Dit kan leiden tot hogere publieke
schulden en verdere inflatiedruk, hetgeen gevolgen kan hebben voor de stabiliteit
van de Europese Unie als geheel. Daarnaast hebben dergelijke maatregelen grensoverschrijdende
effecten en kunnen zij gevolgen hebben voor het gelijke speelveld binnen de interne
markt.
De leden van de CDA-fractie vragen het kabinet hoe het kabinet voornemens is de coördinatie
van maatregelen binnen de Eurozone te verbeteren en op welke wijze het kabinet de
Europese financiële stabiliteit nadrukkelijker onderdeel wil laten zijn van de afwegingen
die individuele lidstaten maken. Tevens vragen deze leden welke concrete mogelijkheden
of aanknopingspunten het kabinet ziet om te komen tot strakker gecoördineerde afspraken
over het type maatregelen dat lidstaten nemen.
De leden van de CDA-fractie hechten op het punt van de kapitaalmarktintegratie en
bankenunie groot belang aan het versnellen van de verdere stappen richting de Europese
bankenunie en de verdieping van de kapitaalmarktunie. Deze leden ondersteunen de inzet
van het kabinet op deze dossiers, maar constateren tegelijkertijd dat de voortgang
op Europees niveau stroperig verloopt en dat verdere integratie in de praktijk regelmatig
achterblijft bij de geformuleerde ambities.
Deze leden benadrukken dat het van belang is om het tempo in deze dossiers te verhogen,
mede gezien de noodzaak om de Europese financiële sector weerbaarder en concurrerender
te maken in een veranderende geopolitieke en economische context. Deze leden vragen
het kabinet daarom om uiteen te zetten op welke wijze het concreet bijdraagt aan het
versnellen van zowel de bankenunie als de kapitaalmarktunie en welke prioriteiten
het daarbij stelt binnen de Europese onderhandelingen.
Daarnaast vragen deze leden welke concrete stappen het kabinet op korte termijn verwacht
te kunnen zetten en welk tijdspad daarbij realistisch wordt geacht.
De leden van de CDA-fractie zijn ten aanzien van de financiële ondersteuning van Oekraïne
blij dat er na maanden stilstand eindelijk een EU breed akkoord ligt over de EU-lening
van 90 miljard euro aan Oekraïne. Deze leden vernemen graag wat dit concreet betekent
voor de Oekraïense overheidsfinanciën en de houdbaarheid van de Oekraïense staatsschuld.
Deze leden vragen of met deze belangrijke stap de financieringsbehoefte voor de komende
jaren hiermee afdoende is gedekt.
Daarnaast vragen deze leden of er reeds zicht is op de wijze waarop een eventueel
resterend financieringstekort zal worden gedekt en of daarbij, zoals aangegeven in
de geannoteerde agenda, ook andere internationale actoren een rol zullen gaan spelen.
Zo ja, welke instellingen of landen worden in dat verband verwacht om bij te dragen?
Heeft het kabinet hier al zicht op?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
C.A. (Chris) Jansen, voorzitter van de vaste commissie voor Financiën -
Mede ondertekenaar
W.A. Lips, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.