Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over Rapport 'Gevolgen groot, opbrengsten onbekend; Onderzoek naar de anti-witwasaanpak in de bankensector' (Kamerstuk 31477-122)
2026D20062
INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
De vaste commissie voor Financiën heeft op 24 april 2026 een aantal vragen en opmerkingen
voorgelegd aan de Minister van Financiën over het door de president van de Algemene
Rekenkamer op 11 maart 2026 toegezonden rapport met als titel «Gevolgen groot, opbrengsten
onbekend; Onderzoek naar de antiwitwasaanpak in de bankensector» (Kamerstuk 31 477, nr. 122).
De voorzitter van de commissie,
Jansen
Adjunct-griffier van de commissie,
Lips
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het rapport
van de Algemene Rekenkamer «Gevolgen groot, opbrengsten onbekend; Onderzoek naar de
antiwitwasaanpak in de bankensector». Deze leden danken de Algemene Rekenkamer voor
het gedegen onderzoek en delen de hoofdconclusie dat de huidige antiwitwasaanpak onvoldoende
effectief en efficient is. Deze leden zien in het rapport een stevige onderbouwing
van de noodzaak om het stelsel te hervormen.
De leden van de VVD-fractie stellen voorop dat het bestrijden van witwassen van groot
belang is. Witgewassen geld staat niet los van criminaliteit die de samenleving ontwricht,
en een effectief antiwitwasstelsel is daarmee van een groot publiek belang. Juist
daarom vinden deze leden het zorgelijk dat de Algemene Rekenkamer vaststelt dat met
aanzienlijke inzet van mensen en middelen honderdduizenden meldingen worden gedaan,
zonder dat inzichtelijk is wat dit concreet oplevert in het voorkomen en opsporen
van witwassen. Die disbalans tussen inzet en aantoonbaar resultaat raakt de kern van
een doelmatig stelsel en raakt tegelijkertijd bonafide ondernemers en particulieren
die onnodig last ervaren van controles. Deze leden vragen de Minister hoe de hij deze
disbalans weegt en welke lessen hij hieruit trekt voor de verdere inrichting van het
stelsel.
De leden van de VVD-fractie hebben vertrouwen in de inzet van de Minister om het antiwitwasstelsel
te hervormen, met als richtinggevend principe hogere barrières voor criminelen en
minder onnodige lasten voor bonafide partijen. Deze leden vragen de Minister of hij
in het rapport van de Algemene Rekenkamer een bevestiging ziet van zijn inzet en van
de ambitie in het coalitieakkoord op dit dossier en op welke concrete punten het rapport
aanleiding geeft tot aanscherping of versnelling van de ingezette koers.
De leden van de VVD-fractie zijn een groot voorstander van risicogericht toezicht,
omdat daarmee zowel de effectiviteit van de aanpak wordt vergroot als onnodige lasten
voor bonafide klanten worden voorkomen. Deze leden vinden het kwalijk wanneer klanten
op grond van herkomst, religie of andere persoonskenmerken anders worden behandeld.
De Algemene Rekenkamer constateert hierover dat er aanwijzingen zijn voor discriminatie.
Tegelijkertijd stellen deze leden vast dat risicogericht werken per definitie betekent
dat niet alle klanten op dezelfde manier worden gecontroleerd. Het onderscheid tussen
legitieme, onderbouwde risico-indicatoren en verboden onderscheid op basis van persoonskenmerken
is daarmee het cruciale punt. Deze leden vragen de Minister hoe de hij dit onderscheid
in het hervormde stelsel borgt, welke waarborgen hij inbouwt tegen discriminatie en
welke eisen aan de onderbouwing van risicoprofielen worden gesteld, zodat deze aantoonbaar
zien op daadwerkelijke risico’s.
De leden van de VVD-fractie hechten eraan dat Europese regelgeving beleidsarm wordt
omgezet en dat nationale koppen zoveel mogelijk worden voorkomen, juist ook op dit
dossier waar de regeldruk groot is en de effectiviteit onduidelijk. Deze leden vragen
de Minister op welke onderdelen het Nederlandse antiwitwasbeleid verder gaat dan Europeesrechtelijk
vereist, wat de kosten en de aantoonbare meerwaarde van deze nationale koppen zijn
en of het schrappen ervan dan wel een beleidsarme invoering van nieuwe regels kan
bijdragen aan een effectiever en efficiënter stelsel.
De leden van de VVD-fractie vragen hoe de kosten, uitgedrukt in fte en euro’s, voor
financieel toezicht in Nederland zich verhouden tot die in andere EU-lidstaten, zowel
absoluut als afgezet tegen de omvang van de bankensector. Voorts vragen deze leden
hoe deze inzet zich verhoudt tot de inzet voor toezicht en handhaving op andere nationale
beleidsterreinen. Welke conclusies trekt de Minister uit die vergelijking?
De leden van de VVD-fractie vragen naar de actuele stand van zaken van de Implementatiewet
ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering (Iwt). Wanneer verwacht de
Minister de wet aan de Kamer te kunnen aanbieden en op welke wijze zijn de bevindingen
van de Algemene Rekenkamer in deze wet verwerkt, in het bijzonder waar het gaat om
het voorkomen van onnodige lasten voor bonafide ondernemers en particulieren?
De leden van de VVD-fractie constateren dat het rapport niet ingaat op bedrijven die
actief zijn in de vastgoedsector en hun moeilijkheden bij het openen van bankrekeningen.
Deze leden vragen de Minister of hij signalen heeft dat ook deze sector last ervaart
van de antiwitwascontroles en zo ja, op welke wijze hij deze signalen weegt en adresseert.
De leden van de VVD-fractie vinden het positief dat er een sectorconvenant tot stand
komt. Deze leden vragen hoe het convenant «verbeteren toegang zakelijke betaalrekeningen»,
gesloten door de NVB en VNO-NCW/MKB-Nederland, zal leiden tot concrete en zo nodig
afdwingbare verbeteringen voor ondernemers, in het bijzonder in het mkb. Welke waarborgen
bouwt de Minister in om te borgen dat dit convenant niet vrijblijvend is en welke
rol ziet hij voor zichzelf indien ondernemers hier onvoldoende resultaat van ondervinden?
De leden van de VVD-fractie wijzen op het wettelijk recht op een basisbetaalrekening.
Deze leden vinden het goed dat het kabinet zich inzet om dit recht voor ondernemers
beter te borgen. Deze leden vragen of het kabinet dit ook regelt voor particulieren
en waar ondernemers en particulieren die een bankrekening wordt ontzegd kunnen aankloppen.
Vindt de Minister dat de huidige voorzieningen hiertoe toegankelijk en laagdrempelig
genoeg zijn?
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de conclusie van de Algemene
Rekenkamer dat er beperkt inzicht is in de effectiviteit van de antiwitwasaanpak.
Deze leden achten dit een zeer zorgelijke constatering, zeker gezien de hoge kosten
die gemoeid zijn met Customer Due Diligence (CDD) en Know Your Customer (KYC). De
leden van de VVD-fractie vragen of het kabinet naar aanleiding van dit rapport beter
in kaart gaat brengen wat de opbrengsten van de grootschalige antiwitwasaanpak zijn.
Is het naar het oordeel van de Minister mogelijk om te sturen op een effectieve aanpak,
met een hoge drempel voor criminelen, als de resultaten niet duidelijk zijn? Hoe weegt
de Minister dit, mede in het licht van de hoge kosten van CDD en KYC voor banken en
hun klanten?
De leden van de VVD-fractie constateren dat de Algemene Rekenkamer stelt dat de Minister
geen integraal beeld heeft van kosten, baten en effecten van de antiwitwasaanpak.
Deze leden vragen de Minister wat er naar zijn oordeel voor nodig is om dit integrale
beeld wel te verkrijgen. Op welke termijn acht de Minister het realistisch dat de
Kamer over een dergelijk integraal beeld kan beschikken en welke concrete stappen
zet hij hiertoe?
De leden van de VVD-fractie constateren dat de Algemene Rekenkamer vaststelt dat de
Ministers van Financiën en van Justitie en Veiligheid op grote afstand staan van respectievelijk
DNB en de FIU en dat zij in de praktijk te weinig sturen op de doelmatige en doeltreffende
taakuitvoering. Deze leden vragen de Minister hoe hij deze constatering duidt en welke
concrete stappen hij zet om zijn stelselverantwoordelijkheid steviger in te vullen.
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de bevindingen
over de ketensamenwerking. Deze leden constateren dat de Algemene Rekenkamer stelt
dat geen enkele partij het mandaat heeft om de keten van opsporing en vervolging aan
te sturen of te optimaliseren. Deze leden vragen de Minister hoe hij, gezien zijn
rol als stelselverantwoordelijke, zijn rol ziet om wel een partij een stevig mandaat
hiertoe te geven. Gaat de Europese anti-witwasautoriteit (AMLA) hier een rol in spelen
en zo ja, welke?
De leden van de VVD-fractie onderschrijven de aanbeveling van de Algemene Rekenkamer
dat de Minister van Financiën de Kamer proactief informeert over de gevolgen van de
Europese ontwikkelingen voor het nieuwe stelsel. Deze leden vragen de Minister of
hij bereid is om dit te doen en op welke wijze en met welke frequentie de Minister
de Kamer hierover zal informeren.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het rapport «Gevolgen groot,
opbrengsten onbekend; Onderzoek naar de antiwitwasaanpak in de bankensector» van de
Algemene Rekenkamer. Naar aanleiding hiervan hebben de leden van de PVV-fractie nog
enkele vragen.
Allereerst willen de leden van de PVV-fractie weten hoe te rechtvaardigen is dat banken
in 2024 circa 13.000 fte hebben ingezet om witwassen te bestrijden, terwijl uit het
rapport blijkt dat de feitelijke opbrengsten en de effectiviteit van deze grote personele
inzet onbekend zijn. Tevens vragen de leden van de PVV-fractie naar een update van
het aantal fte dat de banken in 2025 hebben ingezet om witwassen te bestrijden.
De leden van de PVV-fractie vragen voorts welke maatregelen de Minister bereid is
te treffen, nu uit het onderzoek blijkt de kosten voor banken om aan de Wwft te voldoen
tussen 2021 en 2024 met 16,7 procent zijn gestegen tot circa 1,6 miljard euro, wetende
dat een deel van deze lasten worden doorberekend aan de burgers.
Vervolgens willen de leden van de PVV-fractie weten hoe het kan dat de FIU slechts
64 fte en DNB 20 fte beschikbaar hebben, terwijl banken 13.000 fte inzetten om witwassen
te bestrijden. Kan de ineffectiviteit van het aanpakken van witwassen mede hierdoor
worden verklaard?
Voorts vragen de leden van de PVV-fractie naar een reactie van de Minister op de conclusie
dat DNB door een strikte toezichtfilosofie zelf heeft bijgedragen aan een risicomijdende
houding bij banken, waardoor controles vaak doorslaan of dusdanig worden ervaren.
Ten slotte vragen de leden van de PVV-fractie naar hoeveel meldingen van ongebruikelijke
transacties er in 2025 door banken bij de FIU zijn gedaan. Bij hoeveel zaken heeft
dit geleid tot strafrechtelijke vervolging? Graag verzoeken deze leden om de meest
recente cijfers te benoemen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben bij publicatie met zorg kennis genomen van het
Algemene Rekenkamer rapport «Gevolgen groot, opbrengsten onbekend» en hebben daar
navenant een set schriftelijke vragen over ingediend op 13 maart 2026. Op 7 april
2026 heeft de Kamer de beantwoording daarvan ontvangen.
De leden van de CDA-fractie constateren dat er ontwijkend is gereageerd op het in
kaart brengen van de kosten en impact op concurrentievermogen van banken. Is de Minister
alsnog bereid om hierover in gesprek te gaan met banken om dit beter in beeld te krijgen?
De leden van de CDA-fractie lezen daarnaast in de beantwoording van de schriftelijke
vragen dat de Wwft-verplichtingen voornamelijk tijd kosten. Los van het feit dat tijd
voor vrijwilligersorganisaties een zeer belangrijke factor is, geeft het onderliggende
rapport ook aan dat er veel onbegrip heerst over de aanpak en dat de huidige vormgeving
slecht werkbaar is. Eén van de aanbevelingen van het SIRA-onderzoek was destijds om
specifiek voor de AVG en de Wwft te onderzoeken of het mogelijk is om een deel van
de doelgroep uit te zonderen. Is dit destijds onderzocht? In hoeverre wordt er actief
gestuurd om vrijwilligers organisaties zo veel mogelijk te ontlasten?
De leden van de CDA-fractie zijn van mening dat een risicogebaseerde aanpak nodig
is en kijken daarom uit naar de voortgangsbrief waarin de Kamer geïnformeerd wordt
over de nieuwe antiwitwasaanpak. Wat betreft de leden van de CDA-fractie is dit echter
een gezamenlijke verantwoordelijkheid van banken, DNB als toezichthouder en het Ministerie
van Financiën. Dit kan niet eenzijdig bij banken worden neergelegd. Graag zien deze
leden een continuering van de aanpak, waarbij banken via de NVB in samenwerking met
DNB standaarden opstellen. Wat is hierop de inzet van de Minister? Waar ziet de Minister
ruimte voor verbetering?
De leden van de CDA-fractie zijn tot slot benieuwd hoe de voorgestelde risicogebaseerde
aanpak van Nederland wordt meegenomen in de nieuwe Europese pakket (AML pakket) ter
voorkoming van witwassing. Hoe borgt het kabinet de Nederlandse werkwijze in deze
Europese aanpak? Hoe wordt voorkomen dat een sterke focus op harmonisatie ten koste
gaat van de positieve stappen richting een meer risicogebaseerde aanpak? Wat is de
strategie van de Minister om andere lidstaten hierin te betrekken?
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben met verbijstering kennisgenomen van het rapport
van de Algemene Rekenkamer. Deze leden constateren dat de huidige antiwitwasaanpak
onvoldoende effectief en efficiënt is.
De leden van de BBB-fractie maken zich grote zorgen over de verregaande inbreuk op
de privésfeer van burgers, zoals beschreven in de casestudies in het rapport. Hoe
beoordeelt de Minister het feit dat ondernemers, die al twintig jaar probleemloos
zaken doen, plotseling diepgaande vragen krijgen over transacties uit het verleden,
waarbij de toon van de bank volgens het rapport is: «Je bent schuldig totdat je je
onschuld hebt bewezen»? Vindt de Minister het acceptabel dat een horecaondernemer
bij een incidentele storting van een enkel briefje van 200 euro al mondeling moet
verklaren waar dit geld vandaan komt?
Uit het onderzoek onder politiek prominente personen (PEP’s) blijkt dat 60 procent
aangeeft dat hun familieleden ook zijn gecontroleerd door de bank. Hoe beoordeelt
de Minister het in het rapport genoemde voorbeeld van een 83-jarige moeder die door
de bank werd gesommeerd uit te leggen waar het vermogen vandaan kwam dat zij ooit
als erfenis heeft ontvangen?
De leden van de BBB-fractie constateren dat de (maatschappelijke) kosten van deze
aanpak hoog zijn: de onderzochte banken zetten in 2024 alleen al ongeveer 13.000 fte
in voor witwasbestrijding. Tegelijkertijd stelt de Algemene Rekenkamer vast dat de
Ministers van Financiën en Justitie en Veiligheid niet kijken naar de resultaten van
de aanpak en dat de effectiviteit van het toezicht door DNB niet wordt geëvalueerd.
Is de Minister bereid te erkennen dat de huidige aanpak, die door de Ministers zelf
al als «doorgeslagen» is bestempeld, leidt tot een situatie waarin bonafide burgers
de lasten dragen terwijl zij weinig risico op witwassen opleveren? Wanneer gaat de
Minister de aanbeveling van de Algemene Rekenkamer opvolgen om de Kamer concreet te
informeren over hoe deze aanpak risicogebaseerd wordt ingericht, aangezien dit voornemen
al sinds 2019 bekend is maar nog niet is gerealiseerd?
Ten slotte merken de leden van de BBB-fractie op dat het aantal meldingen van ongebruikelijke
transacties explosief is gestegen naar ruim 530.000 in 2024. De Algemene Rekenkamer
stelt echter vast dat de FIU niet weet welke meldingen niet bekeken zijn en de kwaliteit
van meldingen niet beoordeelt. De Algemene Rekenkamer concludeert dat de concrete
opbrengsten zoals aanhoudingen of veroordelingen onbekend zijn. Deelt de Minister
de conclusie dat de focus momenteel ligt op kwantiteit boven kwaliteit en wat gaat
de Minister doen om de kwaliteit van meldingen centraal te stellen in plaats van deze
papieren berg aan informatie die de opsporing niet effectief dient?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het rapport
van de Algemene Rekenkamer «Gevolgen groot, opbrengsten onbekend; Onderzoek naar de
antiwitwasaanpak in de bankensector». Deze leden danken de Algemene Rekenkamer voor
het gedegen onderzoek en delen de hoofdconclusie dat de huidige antiwitwasaanpak onvoldoende
effectief en efficient is. Deze leden zien in het rapport een stevige onderbouwing
van de noodzaak om het stelsel te hervormen.
De leden van de VVD-fractie stellen voorop dat het bestrijden van witwassen van groot
belang is. Witgewassen geld staat niet los van criminaliteit die de samenleving ontwricht,
en een effectief antiwitwasstelsel is daarmee van een groot publiek belang. Juist
daarom vinden deze leden het zorgelijk dat de Algemene Rekenkamer vaststelt dat met
aanzienlijke inzet van mensen en middelen honderdduizenden meldingen worden gedaan,
zonder dat inzichtelijk is wat dit concreet oplevert in het voorkomen en opsporen
van witwassen. Die disbalans tussen inzet en aantoonbaar resultaat raakt de kern van
een doelmatig stelsel en raakt tegelijkertijd bonafide ondernemers en particulieren
die onnodig last ervaren van controles. Deze leden vragen de Minister hoe de hij deze
disbalans weegt en welke lessen hij hieruit trekt voor de verdere inrichting van het
stelsel.
De leden van de VVD-fractie hebben vertrouwen in de inzet van de Minister om het antiwitwasstelsel
te hervormen, met als richtinggevend principe hogere barrières voor criminelen en
minder onnodige lasten voor bonafide partijen. Deze leden vragen de Minister of hij
in het rapport van de Algemene Rekenkamer een bevestiging ziet van zijn inzet en van
de ambitie in het coalitieakkoord op dit dossier en op welke concrete punten het rapport
aanleiding geeft tot aanscherping of versnelling van de ingezette koers.
De leden van de VVD-fractie zijn een groot voorstander van risicogericht toezicht,
omdat daarmee zowel de effectiviteit van de aanpak wordt vergroot als onnodige lasten
voor bonafide klanten worden voorkomen. Deze leden vinden het kwalijk wanneer klanten
op grond van herkomst, religie of andere persoonskenmerken anders worden behandeld.
De Algemene Rekenkamer constateert hierover dat er aanwijzingen zijn voor discriminatie.
Tegelijkertijd stellen deze leden vast dat risicogericht werken per definitie betekent
dat niet alle klanten op dezelfde manier worden gecontroleerd. Het onderscheid tussen
legitieme, onderbouwde risico-indicatoren en verboden onderscheid op basis van persoonskenmerken
is daarmee het cruciale punt. Deze leden vragen de Minister hoe de hij dit onderscheid
in het hervormde stelsel borgt, welke waarborgen hij inbouwt tegen discriminatie en
welke eisen aan de onderbouwing van risicoprofielen worden gesteld, zodat deze aantoonbaar
zien op daadwerkelijke risico’s.
De leden van de VVD-fractie hechten eraan dat Europese regelgeving beleidsarm wordt
omgezet en dat nationale koppen zoveel mogelijk worden voorkomen, juist ook op dit
dossier waar de regeldruk groot is en de effectiviteit onduidelijk. Deze leden vragen
de Minister op welke onderdelen het Nederlandse antiwitwasbeleid verder gaat dan Europeesrechtelijk
vereist, wat de kosten en de aantoonbare meerwaarde van deze nationale koppen zijn
en of het schrappen ervan dan wel een beleidsarme invoering van nieuwe regels kan
bijdragen aan een effectiever en efficiënter stelsel.
De leden van de VVD-fractie vragen hoe de kosten, uitgedrukt in fte en euro’s, voor
financieel toezicht in Nederland zich verhouden tot die in andere EU-lidstaten, zowel
absoluut als afgezet tegen de omvang van de bankensector. Voorts vragen deze leden
hoe deze inzet zich verhoudt tot de inzet voor toezicht en handhaving op andere nationale
beleidsterreinen. Welke conclusies trekt de Minister uit die vergelijking?
De leden van de VVD-fractie vragen naar de actuele stand van zaken van de Implementatiewet
ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering (Iwt). Wanneer verwacht de
Minister de wet aan de Kamer te kunnen aanbieden en op welke wijze zijn de bevindingen
van de Algemene Rekenkamer in deze wet verwerkt, in het bijzonder waar het gaat om
het voorkomen van onnodige lasten voor bonafide ondernemers en particulieren?
De leden van de VVD-fractie constateren dat het rapport niet ingaat op bedrijven die
actief zijn in de vastgoedsector en hun moeilijkheden bij het openen van bankrekeningen.
Deze leden vragen de Minister of hij signalen heeft dat ook deze sector last ervaart
van de antiwitwascontroles en zo ja, op welke wijze hij deze signalen weegt en adresseert.
De leden van de VVD-fractie vinden het positief dat er een sectorconvenant tot stand
komt. Deze leden vragen hoe het convenant «verbeteren toegang zakelijke betaalrekeningen»,
gesloten door de NVB en VNO-NCW/MKB-Nederland, zal leiden tot concrete en zo nodig
afdwingbare verbeteringen voor ondernemers, in het bijzonder in het mkb. Welke waarborgen
bouwt de Minister in om te borgen dat dit convenant niet vrijblijvend is en welke
rol ziet hij voor zichzelf indien ondernemers hier onvoldoende resultaat van ondervinden?
De leden van de VVD-fractie wijzen op het wettelijk recht op een basisbetaalrekening.
Deze leden vinden het goed dat het kabinet zich inzet om dit recht voor ondernemers
beter te borgen. Deze leden vragen of het kabinet dit ook regelt voor particulieren
en waar ondernemers en particulieren die een bankrekening wordt ontzegd kunnen aankloppen.
Vindt de Minister dat de huidige voorzieningen hiertoe toegankelijk en laagdrempelig
genoeg zijn?
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de conclusie van de Algemene
Rekenkamer dat er beperkt inzicht is in de effectiviteit van de antiwitwasaanpak.
Deze leden achten dit een zeer zorgelijke constatering, zeker gezien de hoge kosten
die gemoeid zijn met Customer Due Diligence (CDD) en Know Your Customer (KYC). De
leden van de VVD-fractie vragen of het kabinet naar aanleiding van dit rapport beter
in kaart gaat brengen wat de opbrengsten van de grootschalige antiwitwasaanpak zijn.
Is het naar het oordeel van de Minister mogelijk om te sturen op een effectieve aanpak,
met een hoge drempel voor criminelen, als de resultaten niet duidelijk zijn? Hoe weegt
de Minister dit, mede in het licht van de hoge kosten van CDD en KYC voor banken en
hun klanten?
De leden van de VVD-fractie constateren dat de Algemene Rekenkamer stelt dat de Minister
geen integraal beeld heeft van kosten, baten en effecten van de antiwitwasaanpak.
Deze leden vragen de Minister wat er naar zijn oordeel voor nodig is om dit integrale
beeld wel te verkrijgen. Op welke termijn acht de Minister het realistisch dat de
Kamer over een dergelijk integraal beeld kan beschikken en welke concrete stappen
zet hij hiertoe?
De leden van de VVD-fractie constateren dat de Algemene Rekenkamer vaststelt dat de
Ministers van Financiën en van Justitie en Veiligheid op grote afstand staan van respectievelijk
DNB en de FIU en dat zij in de praktijk te weinig sturen op de doelmatige en doeltreffende
taakuitvoering. Deze leden vragen de Minister hoe hij deze constatering duidt en welke
concrete stappen hij zet om zijn stelselverantwoordelijkheid steviger in te vullen.
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de bevindingen
over de ketensamenwerking. Deze leden constateren dat de Algemene Rekenkamer stelt
dat geen enkele partij het mandaat heeft om de keten van opsporing en vervolging aan
te sturen of te optimaliseren. Deze leden vragen de Minister hoe hij, gezien zijn
rol als stelselverantwoordelijke, zijn rol ziet om wel een partij een stevig mandaat
hiertoe te geven. Gaat de Europese anti-witwasautoriteit (AMLA) hier een rol in spelen
en zo ja, welke?
De leden van de VVD-fractie onderschrijven de aanbeveling van de Algemene Rekenkamer
dat de Minister van Financiën de Kamer proactief informeert over de gevolgen van de
Europese ontwikkelingen voor het nieuwe stelsel. Deze leden vragen de Minister of
hij bereid is om dit te doen en op welke wijze en met welke frequentie de Minister
de Kamer hierover zal informeren.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het rapport «Gevolgen groot,
opbrengsten onbekend; Onderzoek naar de antiwitwasaanpak in de bankensector» van de
Algemene Rekenkamer. Naar aanleiding hiervan hebben de leden van de PVV-fractie nog
enkele vragen.
Allereerst willen de leden van de PVV-fractie weten hoe te rechtvaardigen is dat banken
in 2024 circa 13.000 fte hebben ingezet om witwassen te bestrijden, terwijl uit het
rapport blijkt dat de feitelijke opbrengsten en de effectiviteit van deze grote personele
inzet onbekend zijn. Tevens vragen de leden van de PVV-fractie naar een update van
het aantal fte dat de banken in 2025 hebben ingezet om witwassen te bestrijden.
De leden van de PVV-fractie vragen voorts welke maatregelen de Minister bereid is
te treffen, nu uit het onderzoek blijkt de kosten voor banken om aan de Wwft te voldoen
tussen 2021 en 2024 met 16,7 procent zijn gestegen tot circa 1,6 miljard euro, wetende
dat een deel van deze lasten worden doorberekend aan de burgers.
Vervolgens willen de leden van de PVV-fractie weten hoe het kan dat de FIU slechts
64 fte en DNB 20 fte beschikbaar hebben, terwijl banken 13.000 fte inzetten om witwassen
te bestrijden. Kan de ineffectiviteit van het aanpakken van witwassen mede hierdoor
worden verklaard?
Voorts vragen de leden van de PVV-fractie naar een reactie van de Minister op de conclusie
dat DNB door een strikte toezichtfilosofie zelf heeft bijgedragen aan een risicomijdende
houding bij banken, waardoor controles vaak doorslaan of dusdanig worden ervaren.
Ten slotte vragen de leden van de PVV-fractie naar hoeveel meldingen van ongebruikelijke
transacties er in 2025 door banken bij de FIU zijn gedaan. Bij hoeveel zaken heeft
dit geleid tot strafrechtelijke vervolging? Graag verzoeken deze leden om de meest
recente cijfers te benoemen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben bij publicatie met zorg kennis genomen van het
Algemene Rekenkamer rapport «Gevolgen groot, opbrengsten onbekend» en hebben daar
navenant een set schriftelijke vragen over ingediend op 13 maart 2026. Op 7 april
2026 heeft de Kamer de beantwoording daarvan ontvangen.
De leden van de CDA-fractie constateren dat er ontwijkend is gereageerd op het in
kaart brengen van de kosten en impact op concurrentievermogen van banken. Is de Minister
alsnog bereid om hierover in gesprek te gaan met banken om dit beter in beeld te krijgen?
De leden van de CDA-fractie lezen daarnaast in de beantwoording van de schriftelijke
vragen dat de Wwft-verplichtingen voornamelijk tijd kosten. Los van het feit dat tijd
voor vrijwilligersorganisaties een zeer belangrijke factor is, geeft het onderliggende
rapport ook aan dat er veel onbegrip heerst over de aanpak en dat de huidige vormgeving
slecht werkbaar is. Eén van de aanbevelingen van het SIRA-onderzoek was destijds om
specifiek voor de AVG en de Wwft te onderzoeken of het mogelijk is om een deel van
de doelgroep uit te zonderen. Is dit destijds onderzocht? In hoeverre wordt er actief
gestuurd om vrijwilligers organisaties zo veel mogelijk te ontlasten?
De leden van de CDA-fractie zijn van mening dat een risicogebaseerde aanpak nodig
is en kijken daarom uit naar de voortgangsbrief waarin de Kamer geïnformeerd wordt
over de nieuwe antiwitwasaanpak. Wat betreft de leden van de CDA-fractie is dit echter
een gezamenlijke verantwoordelijkheid van banken, DNB als toezichthouder en het Ministerie
van Financiën. Dit kan niet eenzijdig bij banken worden neergelegd. Graag zien deze
leden een continuering van de aanpak, waarbij banken via de NVB in samenwerking met
DNB standaarden opstellen. Wat is hierop de inzet van de Minister? Waar ziet de Minister
ruimte voor verbetering?
De leden van de CDA-fractie zijn tot slot benieuwd hoe de voorgestelde risicogebaseerde
aanpak van Nederland wordt meegenomen in de nieuwe Europese pakket (AML pakket) ter
voorkoming van witwassing. Hoe borgt het kabinet de Nederlandse werkwijze in deze
Europese aanpak? Hoe wordt voorkomen dat een sterke focus op harmonisatie ten koste
gaat van de positieve stappen richting een meer risicogebaseerde aanpak? Wat is de
strategie van de Minister om andere lidstaten hierin te betrekken?
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben met verbijstering kennisgenomen van het rapport
van de Algemene Rekenkamer. Deze leden constateren dat de huidige antiwitwasaanpak
onvoldoende effectief en efficiënt is.
De leden van de BBB-fractie maken zich grote zorgen over de verregaande inbreuk op
de privésfeer van burgers, zoals beschreven in de casestudies in het rapport. Hoe
beoordeelt de Minister het feit dat ondernemers, die al twintig jaar probleemloos
zaken doen, plotseling diepgaande vragen krijgen over transacties uit het verleden,
waarbij de toon van de bank volgens het rapport is: «Je bent schuldig totdat je je
onschuld hebt bewezen»? Vindt de Minister het acceptabel dat een horecaondernemer
bij een incidentele storting van een enkel briefje van 200 euro al mondeling moet
verklaren waar dit geld vandaan komt?
Uit het onderzoek onder politiek prominente personen (PEP’s) blijkt dat 60 procent
aangeeft dat hun familieleden ook zijn gecontroleerd door de bank. Hoe beoordeelt
de Minister het in het rapport genoemde voorbeeld van een 83-jarige moeder die door
de bank werd gesommeerd uit te leggen waar het vermogen vandaan kwam dat zij ooit
als erfenis heeft ontvangen?
De leden van de BBB-fractie constateren dat de (maatschappelijke) kosten van deze
aanpak hoog zijn: de onderzochte banken zetten in 2024 alleen al ongeveer 13.000 fte
in voor witwasbestrijding. Tegelijkertijd stelt de Algemene Rekenkamer vast dat de
Ministers van Financiën en Justitie en Veiligheid niet kijken naar de resultaten van
de aanpak en dat de effectiviteit van het toezicht door DNB niet wordt geëvalueerd.
Is de Minister bereid te erkennen dat de huidige aanpak, die door de Ministers zelf
al als «doorgeslagen» is bestempeld, leidt tot een situatie waarin bonafide burgers
de lasten dragen terwijl zij weinig risico op witwassen opleveren? Wanneer gaat de
Minister de aanbeveling van de Algemene Rekenkamer opvolgen om de Kamer concreet te
informeren over hoe deze aanpak risicogebaseerd wordt ingericht, aangezien dit voornemen
al sinds 2019 bekend is maar nog niet is gerealiseerd?
Ten slotte merken de leden van de BBB-fractie op dat het aantal meldingen van ongebruikelijke
transacties explosief is gestegen naar ruim 530.000 in 2024. De Algemene Rekenkamer
stelt echter vast dat de FIU niet weet welke meldingen niet bekeken zijn en de kwaliteit
van meldingen niet beoordeelt. De Algemene Rekenkamer concludeert dat de concrete
opbrengsten zoals aanhoudingen of veroordelingen onbekend zijn. Deelt de Minister
de conclusie dat de focus momenteel ligt op kwantiteit boven kwaliteit en wat gaat
de Minister doen om de kwaliteit van meldingen centraal te stellen in plaats van deze
papieren berg aan informatie die de opsporing niet effectief dient?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
C.A. (Chris) Jansen, voorzitter van de vaste commissie voor Financiën -
Mede ondertekenaar
W.A. Lips, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.