Brief commissie : Brief van de tijdelijke commissie Grondrechten en Constitutionele toetsing over een advies over het wetsvoorstel Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau
36 917 Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau
Nr. 6
BRIEF VAN DE TIJDELIJKE COMMISSIE GRONDRECHTEN EN CONSTITUTIONELE TOETSING
Aan de Leden
Den Haag, 23 april 2026
De tijdelijke commissie Grondrechten en constitutionele toetsing (hierna: de tijdelijke
commissie) heeft tijdens haar procedurevergadering van 2 april 2026 besloten, gelet
op het dictum en het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State (hierna:
Raad van State), een adviestraject te starten voor het wetsvoorstel Wijziging van
de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht
op lokaal niveau (Kamerstuk 36 917). De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is hierover geïnformeerd
met een brief van 2 april 2026 (2026Z06973).
Het doel van het wetsvoorstel is het verstevigen van de lokale publieke omroepen door
deze te bekostigen vanuit het Rijk in plaats van door gemeenten, door schaalvergroting
en met een andere procedure voor het aanwijzen van de lokale publieke omroepen.1 Uit rapporten van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, de Raad voor
het Openbaar Bestuur en de Raad voor Cultuur blijkt volgens de regering dat lokale
omroepen zozeer onder druk staan dat de democratische en maatschappelijke functies
niet goed kunnen worden uitgeoefend. De regering vindt dit zorgelijk en heeft mede
daarom het onderhavige wetsvoorstel ingediend.2
De Raad van State maakt in zijn advies één opmerking van constitutionele aard over
de verwerking van bijzondere persoonsgegevens, die de regering heeft opgevolgd. De
opmerking van de Raad van State ziet op de verwerking van bijzondere persoonsgegevens
bij een aanvraag om te worden aangewezen als lokale publieke omroep. Als vereiste
voor aanwijzing als lokale publieke omroep geldt dat media-instellingen een programmabeleid
bepalend orgaan (pbo) moeten hebben.3 Het pbo moet uit ten minste vijf leden bestaan en representatief zijn voor de belangrijkste
maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen in het gehele
verzorgingsgebied.4 Bij een aanvraag om te worden aangewezen als lokale publieke omroep, moet een media-instelling
de ledenlijst van het pbo verstrekken.5 De ledenlijst van het pbo bevat een overzicht van de personen en de maatschappelijke,
culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen die zij vertegenwoordigen.6 Bij de beoordeling van de aanvraag door de gemeenteraad en het Commissariaat van
de Media worden de bijzondere persoonsgegevens van deze ledenlijst verwerkt.7
De tijdelijke commissie merkt op dat hierbij het recht op bescherming van persoonsgegevens
aan de orde is. Dit recht is opgenomen in artikel 10, tweede en derde lid van de Grondwet
en artikel 8 van het EVRM, en is uitgewerkt in de Algemene Verordening Gegevensbescherming
(AVG). Op basis van de AVG moeten persoonsgegevens worden verwerkt op een transparante,
juiste en behoorlijke manier. Zo moet de verwerking van gegevens tot een minimum worden
beperkt. Ook moeten gegevens goed worden beveiligd en mogen ze niet voor andere doelen
worden verwerkt dan waarvoor ze zijn verzameld.8 In de AVG worden bijzondere persoonsgegevens extra beschermd, omdat het gaat over informatie die ziet op de meest
persoonlijke delen van het privéleven. Denk bijvoorbeeld aan gegevens waaruit etnische
afkomst, politieke opvattingen, religieuze overtuiging of seksuele gerichtheid blijkt.
Het verwerken van bijzondere persoonsgegevens is daarom volgens de AVG in principe
niet toegestaan, tenzij een van de uitzonderingsgronden van toepassing is.
De regering schrijft in de memorie van toelichting dat in dit geval sprake is van
zo’n uitzondering: met de verwerking van de gegevens is een zwaarwegend algemeen belang
gemoeid.9 In dat geval schrijft de AVG voor dat er aanvullende passende en specifieke maatregelen
moeten worden getroffen om de grondrechten en fundamentele belangen van de betrokkenen
te beschermen.10 De Raad van State merkt in zijn advies op dat de regering al voor ogen heeft wat
deze beschermingsmaatregelen in ieder geval moeten zijn: een zorgvuldigheidseis, maximale
bewaartermijnen en een verbod op gegevensdeling met derden. Het wetsvoorstel voorziet
erin om deze waarborgen in een algemene maatregel van bestuur op te nemen. Gelet op het belang van het beschermen van bijzondere persoonsgegevens,
adviseert de Raad van State om deze waarborgen op het niveau van de wet vast te leggen.11 De tijdelijke commissie constateert dat de regering dit advies heeft opgevolgd.12
De tijdelijke commissie merkt verder op dat uit de memorie van toelichting blijkt
dat ook de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft geadviseerd over de voorgestelde
verwerking van bijzondere persoonsgegevens. De AP gaf in haar advies aan dat de noodzaak
voor het verwerken van een aantal categorieën bijzondere persoonsgegevens, zoals lidmaatschap van een vakbond of gezondheidsgegevens,
onvoldoende was aangetoond. Het verband tussen deze gegevens en de representativiteit
van het pbo was volgens de AP onvoldoende toegelicht. De regering geeft aan naar aanleiding
van dit advies de toelichting te hebben aangevuld. Uit de genoemde bijzondere persoonsgegevens
kan volgens de regering blijken welke in het verzorgingsgebied voorkomende stroming
door een persoon wordt gerepresenteerd in het pbo. Het verwerken van dergelijke persoonsgegevens
is noodzakelijk om de representativiteit van het pbo te borgen, aldus de regering.13 De tijdelijke commissie constateert dat in deze toelichting nog ontbreekt wat het
verband is tussen gegevens over vakbondslidmaatschap of gezondheid en het vertegenwoordigen
van een maatschappelijke, culturele, godsdienstige of geestelijke stroming in het
pbo.
De tijdelijke commissie geeft de leden in overweging de regering te vragen om de noodzaak
toe te lichten van het verwerken van gegevens over vakbondslidmaatschap en gezondheid
voor het borgen van de representativiteit van het pbo.
De hiervoor genoemde punten kunnen betrokken worden bij de verdere behandeling van
het wetsvoorstel.14
De voorzitter van de tijdelijke commissie Grondrechten en Constitutionele toetsing, Bushoff
De griffier van de tijdelijke commissie Grondrechten en Constitutionele toetsing, Kling
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.J. Bushoff, voorzitter van de tijdelijke commissie Grondrechten en constitutionele toetsing -
Mede ondertekenaar
Y.C. Kling, griffier