Brief Algemene Rekenkamer : Inzicht in de rechtmatige besteding van EU-geld
21 501-03 Begrotingsraad
Nr. 201
BRIEF VAN DE ALGEMENE REKENKAMER
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 23 april 2026
De Algemene Rekenkamer doet regelmatig onderzoek naar de besteding van EU-geld in
Nederland. Op Verantwoordingsdag, de derde woensdag in mei, publiceren wij het onderzoek
naar de financiële risico’s voor Nederland bij de uitvoering van het Herstel- en Veerkrachtplan.
Een deel van onze publicaties heeft de vorm van rapporten. Daarnaast houden wij over
de besteding van EU-geld en de uitvoering van EU-beleid sinds enige jaren ontwikkelingen
bij op onze website: https://www.rekenkamer.nl/onderwerpen/e/europese-unie.
Vandaag publiceren wij de geactualiseerde EU-webpagina’s. Daarbij brengen wij graag
het volgende in het bijzonder onder uw aandacht.
De Europese Rekenkamer heeft nog nooit een goedkeurende verklaring afgegeven over
de besteding van geld uit de EU-begroting. Het totale aantal fouten dat bij de besteding
van EU-geld wordt gemaakt, overschrijdt sinds jaar en dag de afgesproken grens van
2%. De Europese Rekenkamer doet haar uitspraak over de EU als geheel en laat niet
zien hoe de stand van zaken per lidstaat is. Het aantal betalingen dat de Europese
Rekenkamer controleert, de omvang van de steekproef, is niet groot genoeg om per lidstaat
uitspraken te kunnen doen.
De uitgaven en ontvangsten van de EU-begroting vertellen overigens maar een deel van
het verhaal van de kosten en baten van de EU. Zo profiteren Nederlandse bedrijven
bijvoorbeeld van de interne markt en het wegnemen van de handelsbarrières in de EU.
Het Centraal Planbureau berekende dat door de extra handel die hiermee gepaard gaat
het Nederlands bruto binnenlands product structureel 3,1% hoger ligt.
De Europese Commissie geeft het meeste EU-geld uit, ongeveer 60% van de vastgestelde
EU-meerjarenbegroting van € 1.074 miljard, in gedeeld beheer met de lidstaten. Daarmee
draagt een lidstaat ook verantwoordelijkheid voor de correcte besteding van het geld.
In Nederland gaat het om ongeveer € 8 miljard in de periode 2021–2027.
Doordat er geen inzicht is in de juistheid van de bestedingen in verschillende lidstaten,
is het niet duidelijk waar de problemen het grootst zijn. Het is zo niet mogelijk
om lidstaten die veel fouten maken ter verantwoording te roepen. Door deze werkwijze
wordt ook geen recht gedaan aan de landen die het beheer wél goed op orde hebben.
Bovendien ontbreekt op deze manier de prikkel om te leren en te verbeteren.
In de eerste jaren van deze eeuw is in de EU om deze reden de discussie gevoerd of
elke lidstaat verplicht zou moeten worden een openbaar verantwoordingsdocument op
te stellen over de besteding van het EU-geld. Deze verplichting is er echter niet
gekomen. Nederland en een aantal andere lidstaten (Denemarken, Verenigd Koninkrijk
en Zweden) hebben een dergelijk document een aantal jaren vrijwillig opgesteld. Sinds
het begrotingsjaar 2020 stelt Nederland deze zogenoemde nationale verklaring niet
meer op. De verantwoording over Europees geld verloopt nu via de bijlagen van de afzonderlijke
jaarverslagen van de betrokken ministeries. Hierdoor bestaat er in Nederland wel inzicht
in de juistheid van de bestedingen op lidstaatniveau. De Algemene Rekenkamer kan de
verantwoording hiervan controleren in het Verantwoordingsonderzoek.
Vanwege de nationale verantwoordelijkheid die lidstaten hebben, kunnen nationale rekenkamers,
aanvullend op het werk van de Europese Rekenkamer, een rol spelen bij de controle
van het EU-geld. Door audits uit te voeren naar de besteding van EU-geld, kunnen zij
bijdragen aan meer inzicht per land. Zo wordt duidelijker welke landen het goed doen
en in welke landen en op welke terreinen de problemen het grootst zijn.
De Algemene Rekenkamer heeft met de rekenkamer van Tsjechië het initiatief genomen
om in 2026 te verkennen hoe meer samenwerking tot stand kan komen tussen nationale
rekenkamers – en met de Europese Rekenkamer – bij de controle op EU-geld. Eind 2026
rapporteren we over de voortgang hiervan in de volgende actualisatie van onze EU-webpagina’s.
Algemene Rekenkamer
drs. P.J. (Pieter) Duisenberg, president
drs. M.J.P. (Mark) Smolenaars wnd. secretaris
Ondertekenaars
P.J. Duisenberg, president van de Algemene Rekenkamer