Stenogram : Debat regeringsverklaring
8 Debat regeringsverklaring
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 44
Te raadplegen sinds
2026-04-22Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 44
Debat regeringsverklaring
Aan de orde is de voortzetting van het debat over de regeringsverklaring.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik verzoek de leden van de Kamer en de leden van het kabinet hun plaats in te nemen. Het woord is aan de heer Wilders voor zijn bijdrage in de eerste termijn namens de Partij voor de Vrijheid.
De heer Wilders (PVV):
Meneer de voorzitter. Daar zitten ze dan: het kabinet-Jetten. Ik zie een aantal bekende gezichten en ik hoor wat nieuwe namen. Ik hoorde ze gisteren op de televisie allemaal zeggen dat ze er veel zin in hebben.
Voorzitter. Ze zullen me vergeven dat ik dat niet begrijp, want het coalitieakkoord dat ze gaan uitvoeren is de sloop van Nederland. Het is niet de zon die gaat schijnen, maar een enorme orkaan die over ons land heen komt. De grenzen blijven wagenwijd open en met een structurele bezuiniging van 15 miljard euro worden onze zorg en sociale zekerheid faliekant gesloopt. Hoe eerder ze dus van het toneel verdwijnen, hoe beter.
Voorzitter. Het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA lijkt geschreven door mensen van een andere planeet die geen enkel besef hebben van, of misschien zelfs lak hebben aan, de dagelijkse problemen en overlevingsstrijd van zo veel Nederlanders. Er zitten mensen in vak K die hun links-liberale dogma's over klimaat, Afrika, stikstof en asielzoekers toch op een of andere manier door de strot proberen te duwen van de gewone mensen thuis. Die mensen vragen helemaal niet om een verplichte warmtepomp, maar willen wel dolgraag een betaalbare tas met boodschappen, een lagere energierekening en minder asielzoekers, zodat ze veilig met hun gezin kunnen wonen in een dorp of in een stad. Maar het kabinet-Jetten, voorzitter, doet helemaal niets voor ze: geen lastenverlichting, maar lastenverzwaring; geen asielstop, maar open grenzen.
Voorzitter. Nederland dreigt een groot asielzoekerscentrum te worden. Terwijl we nu al bomvol zitten met vreemdelingen, komen er nog steeds iedere week, ook deze week weer, 900 nieuwe asielzoekers ons land binnen. Onze schatkist wordt geplunderd, onze huizen weggegeven aan mensen die hier nog nooit ook maar één cent hebben bijgedragen. Het wordt steeds gekker nu behalve asielzoekers ook hun nareizigers massaal worden binnengehaald en gefêteerd. Ze krijgen luxe hotelkamers met gratis verwarming, gratis eten, een uitkering en gratis zorg zonder eigen risico, in afwachting van een mooi huis, dat ze ook nog een keer met voorrang krijgen. Vind je het gek dat ze dan massaal naar Nederland komen? Er komen maar liefst nog 53.000 meer nareizigers deze kant op. Alle 322 COA-locaties die Nederland kent, zitten nu al propvol. Met de dwangwet zullen er dit jaar nog duizenden extra plekken door de strot van de Nederlanders in onze dorpen en steden worden geduwd.
Ik zeg tegen premier Jetten: u speelt met vuur. Veel Nederlanders pikken dit niet meer. De maatschappelijke onrust en volkswoede — het moet natuurlijk altijd democratisch en geweldloos — stijgen met de dag als u laf de andere kant op blijft kijken en dit allemaal laat gebeuren.
Voorzitter. Het is ook culturele zelfmoord, want het gros van de asielzoekers komt uit islamitische landen, waardoor de islamisering van ons land ook nog eens wordt gefaciliteerd. Onze waarden verdampen waar we bij staan. Onze tradities worden bij het grofvuil gezet. Onze vrouwen en dochters zijn in hun eigen wijken en steden vogelvrij verklaard. Nu al wordt de helft van de seksuele misdrijven in Nederland door allochtonen gepleegd, en vooral door niet-westerse allochtonen. Dit zijn harde cijfers. Ons land, Nederland, dreigt een dependance van de islamitische wereld te worden, waar straten inmiddels volhangen met ramadangekkigheid, terwijl het woord "Kerstmis" inmiddels taboe is. Het is echt ongelofelijk. En wat doet het kabinet? Het kabinet kijkt niet alleen weg, maar houdt de deur wagenwijd open en rolt de rode loper uit voor de ondergang van onze cultuur.
Voorzitter. Als PVV vinden wij dat we onmiddellijk moeten stoppen met deze georganiseerde zelfdestructie. Er moet per direct een asielstop en een stop op gezinshereniging worden ingevoerd. Andere landen doen dat al. Grenzen dicht en geen uitzonderingen. Laat geen asielzoeker meer ons land binnen. Stuur ze direct terug aan de grens. Ze komen immers uit veilige landen. Leer van Duitsland. Duitsland heeft sinds vorig jaar ruim 46.000 mensen meteen teruggestuurd aan hun grens. Leer van Oostenrijk. Dat land heeft de gezinshereniging, binnen de Europese regels, tijdelijk stopgezet. Doe dat ook. Waarom doen wij dat niet?
De heer Van Baarle (DENK):
Dit is het verhaal van de heer Wilders dat we helaas al twintig jaar horen: het is de schuld van vluchtelingen, van Nederlanders met een migratieachtergrond, van moslims en van de islam. Het is de heer Wilders die er een puinzooi van maakt! Het is de heer Wilders die Nederlanders goedkopere boodschappen en huren beloofde, maar die niet heeft geleverd. Het is de heer Wilders die er een puinzooi van heeft gemaakt, met zijn vorige kabinet en het kabinet daarvoor! En dan geeft hij nu de schuld aan moslims, vluchtelingen en de islam. Ziet de heer Wilders dan niet in dat het niet de islam is, maar de heer Wilders die een puinhoop van Nederland maakt? Hij creëert al twintig jaar chaos en staat hier maar te roepen en naar iedereen te wijzen. Híj is het die er een puinhoop van maakt!
De heer Wilders (PVV):
Nee, integendeel. Dat zou ook niet kunnen in twaalf maanden tijd. Het zijn juist al die bestuurders die in de afgelopen decennia — ik heb het hier namelijk over tientallen jaren — de halve wereld hebben binnengelaten. Ik zei het vanmorgen al in mijn interruptie: sinds 2015 zijn er 500.000, een half miljoen, vreemdelingen en asielzoekers dit land binnengekomen. Ze zijn niet allemaal gebleven, maar wel binnengekomen. Dat kan geen land aan! Dat kunnen wij ook niet aan. Als men vorig jaar naar ons had geluisterd, toen wij voorstellen deden om die asielstop in te voeren — Duitsland doet dat nu op een bepaalde manier — of als we de gezinshereniging tijdelijk zouden stoppen zoals in Oostenrijk, dan hadden we nu niet in de penarie gezeten. Dan hadden we nu niet alleen maar overvolle azc's gehad. Dan hadden we plek en geld gehad, want dan waren die asielzoekers Nederland niet meer binnengekomen. Dat kost miljarden per jaar! Dan hadden we geld gehad om die boodschappen te verlagen.
De heer Van Baarle (DENK):
Wat er nou zo giftig is aan wat de heer Wilders doet, is dit: als je het geloof van meer dan een miljoen Nederlandse moslims een-op-een gelijkstelt aan de walgelijke dingen die de heer Wilders zegt, of als je vluchtelingen vergelijkt met natuurrampen en andere verschrikkelijke dingen, creëer je een klimaat van onveiligheid. We hebben het bericht uit Tiel gezien. We hebben gelezen dat een man een wapen heeft gericht op de vrouweningang van een moskee. In de afgelopen weken is een islamitische school bedreigd en beklad. Meerdere moskeeën hebben dreigbrieven ontvangen. Dat komt door het klimaat dat de heer Wilders zaait en door de haat die de heer Wilders zaait. Ik zou tegen de heer Wilders willen zeggen dat hij Nederland onveiliger maakt, dat hij ervoor zorgt dat deze dingen gebeuren en dat als er wat gebeurt — ik hoop dat dat niet het geval is — hij daar medeverantwoordelijk voor is. Ik vraag hem daarmee te stoppen.
De heer Wilders (PVV):
Nee, we gaan met heel veel enthousiasme door met het stoppen van de islamisering van Nederland. We doen alles, maar dan ook alles, wat in onze macht ligt om dat voor elkaar te krijgen.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Van Baarle (DENK):
De heer Wilders vierde niet lang geleden — ik vind dat absoluut geen felicitatie waard — dat de PVV twintig jaar bestaat. In die twintig jaar hebben we gezien dat er in Nederland steeds meer moskeeën zijn opgericht door islamitische gemeenschappen verspreid door het land. We zien dat de ramadan inmiddels gevierd wordt en dat straten versierd worden omdat Nederlanders gezamenlijk de iftar verbreken. De heer Wilders kan hier twintig jaar haat blijven zaaien, maar ik zie gelukkig steeds meer mensen in Nederland die zich niets aantrekken van de boodschap van de heer Wilders, die willen samenleven, die samen wijken willen vormen, die trots zijn op hun islamitische of niet-islamitische identiteit en allemaal Nederlander zijn. Ik zou tegen de heer Wilders willen zeggen: u kunt nog twintig jaar doorgaan, maar het Nederland van diversiteit gaat winnen en uw Nederland gaat verliezen.
De heer Wilders (PVV):
Nee, mijn Nederland gaat winnen. Ik zie steeds meer mensen die het spuugzat zijn dat ze hun land kwijtraken en dat ze niet meer over "Zwarte Piet", maar ook niet meer over "Kerstmis" mogen spreken. Ik zie steeds meer mensen die mee worden gesleurd in een ramadangekte, die op alle mogelijke manieren last hebben van de massa-immigratie, die ervoor moeten betalen, die op een huis moeten wachten dat anderen met voorrang krijgen, die het oneerlijk vinden dat zij een eigen risico hebben, terwijl mensen die zomaar ons land binnenkomen dat niet hebben. Mensen worden daar knettergek van. Ik zal hiermee doorgaan, want dit is kei- en keihard nodig.
Voorzitter. Ik heb ook de volgende oproep aan het kabinet. Sluit de azc's en sluit de belachelijke voorrang voor statushouders op de woningmarkt, zodat de discriminatie van Nederlanders stopt. Gooi de wrede dwangwet vandaag nog in de prullenbak. Geef Nederlanders hun land terug. Laten we ook beginnen met grootscheepse remigratieprogramma's, bijvoorbeeld voor Syriërs. Doe dat snel. De afgelopen jaren zijn er namelijk meer dan 77.000 Syriërs genaturaliseerd tot Nederlander. Dat is echt complete waanzin. Stuur ze terug naar hun eigen land, dat ze vervolgens kunnen helpen opbouwen.
Voorzitter. Nederland heeft de grens van wat wij aankunnen al vele malen overschreden. We zijn al veel te lang het afvoerputje van de wereld geweest.
De heer Paternotte (D66):
De heer Wilders zei net dat dit kabinet asielzoekers een hotelkamer geeft, maar dat deed mevrouw Faber als minister toch ook?
De heer Wilders (PVV):
Laat ik beginnen met zeggen dat mevrouw Faber het geweldig heeft gedaan. Ik ben ontzettend trots. Daar zit ze. U kunt dadelijk misschien even de moeite nemen om haar een hand te geven om haar te bedanken voor alles wat zij voor Nederland heeft gedaan. Mevrouw Faber is elf maanden minister geweest. Dat is inderdaad te kort om de erfenis, de puinhoop op te ruimen die ze kreeg van de staatssecretaris die bekend was vanwege zijn zin "hoe meer asielzoekers, hoe beter", die volgens mij in een andere functie nu weer in vak K zit. Dat kost tijd. Daar zat zij dus mee. Tegelijkertijd heeft u gezien dat zij wat betreft Ter Apel, ik geloof op één keer na, altijd onder de aantallen is gebleven die daar gehuisvest mochten worden. Zij heeft het dus hartstikke goed gedaan, ondanks de ellende waarmee zij door tien à elf jaar VVD-beleid en D66-beleid werd opgezadeld. Als de partijen voor onze voorstellen hadden gestemd en het kabinet niet was gevallen, dan had ze nog veel meer goede dingen kunnen doen.
De heer Paternotte (D66):
Het antwoord is dus ja. Mevrouw Faber gaf asielzoekers inderdaad een hotelkamer. Er staat in het akkoord van dit kabinet dat we daarmee willen stoppen. We willen asielzoekers geen hotelkamer meer geven. We willen alleen maar normale azc's en niet meer die dure hotelkamers. Hoe kan het nou dat u dat elf maanden lang niet voor elkaar kreeg, maar wel boos bent dat dit kabinet dat in twee dagen nog niet gefikst heeft?
De heer Wilders (PVV):
Dat heb ik net gezegd. Mevrouw Faber zat met een erfenis van de VVD-staatssecretaris die iedereen binnenliet en zei: hoe meer asielzoekers, hoe beter. Dat is één. Het tweede punt is dat het ons zo ver over de schoenen loopt dat we dit gewoon niet meer aankunnen. Er zitten op dit moment 83.000 mensen in azc's, onder wie ongeveer 19.000 statushouders. We hebben de afgelopen tien jaar al 500.000 mensen ons land binnengehaald. Er komen nog 53.000 nareizigers hiernaartoe. We kunnen het niet aan. We moeten dus niet praten over hotels of asielzoekerscentra, maar we moeten ze tegenhouden. We moeten zeggen: vanaf morgen een asielstop. Duitsland doet dat op een bepaalde manier. In een jaar tijd heeft het bijna 50.000 mensen teruggestuurd. We moeten ook een stop zetten op de nareizigers. Oostenrijk doet dat ook. Het kan binnen de Europese regels. Mijn voorstel is dus niet om te praten over hotels of iets anders. Nee, mijn voorstel is: terugsturen aan de grens, Nederland weer voor de Nederlanders en de mensen niet meer ons land binnenlaten.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Paternotte (D66):
De heer Wilders zegt dat het kabinet asielzoekers een hotelkamer geeft. Vervolgens zegt hij nu twee keer dat hij het net niet wil hebben over hotels. Ik snap waarom hij het niet wil hebben over hotels, want mevrouw Faber heeft asielzoekers net zo goed een hotelkamer gegeven. Dit kabinet gaat proberen om daar een einde aan te maken.
De heer Wilders (PVV):
Nee, dat doet het niet. Dit kabinet weigert, net als het kabinet waar wij in zaten, om uiteindelijk een asielstop in te voeren. Dit kabinet weigert om een nareizigersstop in te voeren, wat Oostenrijk wel doet. Daardoor komen ze allemaal in een hotel. Dat is allemaal onnodig. Het is onnodig als we morgen een asielstop invoeren.
Voorzitter. Ik zei het al: we moeten onze euro's aan onze huizen en onze eigen mensen besteden. Ook tegen de tienduizenden Oekraïense mannen die hier in Nederland verblijven, zeg ik dus: ga naar huis, wees een vent en ga je eigen land helpen verdedigen.
Voorzitter. We moeten ook onze eigen grenzen gaan bewaken. De Europese buitengrenzen zijn namelijk niet alleen meer dan 50.000 kilometer lang, maar ook zo lek als een mandje. Het Europese Migratiepact is een gevaarlijke fata morgana. We kunnen uiteindelijk niemand vertrouwen, behalve onszelf. We kunnen de lidstaten van de Europese Unie niet vertrouwen, en Brussel zeker niet. Kijk naar Spanje. Op dit moment regeert in Spanje een premier die Pedro Sánchez heet. Hij is een beetje een kruising tussen onze eigen Jimmy Dijk en Jesse Klaver. Veel erger wordt het dus niet wat betreft asiel en immigratie. Die Sánchez gaat nu in Spanje een half miljoen illegale migranten belonen met een verblijfsvergunning, een generaal pardon. Met hun gezinsleden erbij gaat dat om meer dan een miljoen mensen. Voor je het weet staan die allemaal bij ons op de stoep, want in Nederland krijgen ze immers alles gratis. Mijn oproep aan het kabinet is dus: hou ze tegen, zet Spanje direct uit Schengen of stap er, als dat lukt niet, als Nederland zelf uit. Dat laatste zou nog beter zijn. Graag een reactie van de minister-president.
Voorzitter. Als wij nu niet ingrijpen, raken wij ons land kwijt. Ik zeg het al ruim twintig jaar en elke peiling bevestigt het weer: de grote meerderheid van de Nederlanders vindt dat de islam niet bij Nederland hoort. Niet alleen de grote meerderheid van de Nederlanders, maar ook de grote meerderheid van bijna alle grote politieke partijen in dit huis vindt dat. Het is geen religie van vrede, hoe vaak de linkse kerk dat ook predikt. Het is een totalitaire en gewelddadige ideologie die streeft naar onderwerping en dominantie. Overal waar de islam wortelt, volgen onvrijheid, chaos, dood en verderf. We zien terreuraanslagen, we zien de exploderende Jodenhaat, het antisemitisme, we zien vrouwenhaat, we zien homohaat, we zien eerwraak en een diepe afkeer van alles wat vrij, modern en westers is.
Onlangs nog werden hier in Nederland vijftien mensen aangehouden door de politie die via TikTok andere mensen opzweepten om voor Islamitische Staat terreurmisdrijven in Nederland te plegen. De islam vergiftigt zo onze samenleving van binnenuit. Het is nu al de grootste religie in Nederland onder jongeren onder de 25 jaar, nu al. Als we niet razendsnel ingrijpen, is de islam over zo'n twintig jaar de grootste religie in heel Nederland. Dan zijn er in Nederland dus meer moslims dan christenen. Ik vind dat een nachtmerrie, een nachtmerrie van barbaarsheid, gestoeld — laten we dat niet vergeten — op het voorbeeld van de profeet Mohammed, aanbeden door echt 2 miljard moslims wereldwijd. Maar het leven van die profeet was een aaneenschakeling van bruut geweld, massamoord en pedofilie.
Voorzitter. Dit land is niet van nepprofeten of imams. Het is ook niet het land van asielzoekers. Het is ook niet het land van links-liberale multiculturalisten die onze eigen identiteit haten. Dit land is ook zeker niet van Rob Jetten. Dit land is van de Nederlanders. Het is het land van onze jeugd en moet het land van onze kinderen blijven. Een land gestoeld op de joods-christelijke beschaving en niet op de verstikkende woestijnwetten uit Mekka. Dus ook hierom moeten onze grenzen op slot, moeten we inzetten op remigratie — vrijwillig, maar ook verplicht voor criminele profiteurs en illegalen. We moeten islamitische scholen sluiten. Ik vind ook dat we hoofddoekjes bij minderjarige moslimmeisjes wettelijk moeten verbieden. Er moet een verbod komen op de oproep tot het islamitisch gebed of, nog beter, op de bouw van nieuwe moskeeën.
Maar premier Jetten en zijn collega's maken deze keuzes niet. Ze doen niets aan de asieltsunami en ze faciliteren de verdere islamisering van Nederland. Ook daarom komen wij in verzet, en veel Nederlanders met ons. Dat zijn mensen die klaar zijn met de open grenzen, met de asieltsunami, met de dwangwet, met de voorrang voor statushouders op onze huizen, met de ombouw van ons land tot één groot opvangkamp en met het weggeven van Nederland aan de islam.
Voorzitter. Ook op sociaal-economisch gebied is er een crisis in Nederland. Miljoenen Nederlanders en hun gezinnen zitten financieel klem. De energierekening, de huur, de boodschappen, de sportclub van de kinderen: het is voor de ruggengraat van onze samenleving vaak onbetaalbaar geworden. Dit kabinet maakt het alleen maar erger. De koopkracht daalt voor alle groepen. De armoede stijgt. Voor veel Nederlandse gezinnen is de kassa in de Nederlandse supermarkt inmiddels een bron van angst. Elke kassabon voelt duurder dan ooit en hoger dan hun budget kan dragen. De Consumentenbond wrijft het ons ook in: in België, Duitsland, maar ook Frankrijk ben je voor je boodschappen tot 20% goedkoper uit. Veel mensen vinden dat je in Nederland aan de kassa wordt kaalgeplukt. Ze hebben gelijk. Een derde van de huishoudens heeft moeite rond te komen. Het Rode Kruis spreekt van 450.000 mensen in verborgen voedselnood. Voedselnood in Nederland! Het is toch niet te geloven? Sinds 2020 heeft het Rode Kruis hier in Nederland al een miljoen boodschappenkaarten uitgedeeld; dat zijn prepaidkaarten waarmee mensen in voedselnood zelf hun boodschappen kunnen doen. Voor een rijk land als Nederland vind ik dat een schandvlek op onze geschiedenis.
Voorzitter. Laten we eerlijk zijn. Het is toch ook onaanvaardbaar dat er wel horden asielzoekers maximaal gepamperd worden met luxediners en all-inclusiveopvang, maar dat de Nederlanders die dit land hebben opgebouwd achteraan mogen aansluiten in de rij voor een voedselbon? En wat doet deze coalitie? Wat doen al die kabinetsleden in vak K? Ze noemen het een nieuw begin. Maar de Nederlander weet wel beter. In vak K zitten niet de bouwers van een betere toekomst, maar de architecten van de afbraak. Hun koers voert rechtstreeks naar een nationaal ravijn. Dat is geen oppositieplaatje; dat is een overlevingskreet van een volk dat vindt dat het niet meer gehoord wordt. Want wat is het antwoord van premier Jetten? Het antwoord is geen lastenverlichting, maar botte bezuinigingen en lastenverzwaring, zoals de vrijheidsbijdrage: een cynische naam voor ordinaire diefstal die een gezin meer dan €500 à €600 per jaar kan kosten.
Voorzitter. De diepste en, denk ik, meest giftige wond die het kabinet-Jetten maakt, is het rigoureus en meedogenloos snijden in de zorg en de sociale zekerheid. Het gaat om maar liefst 15 miljard euro structureel. Ze bezuinigen 470 miljoen op de ouderenzorg, terwijl eenzelfde bedrag van 470 miljoen wordt uitgegeven aan de crisisopvang voor asielzoekers. Ik vraag me af hoe diep je nog kan zinken als je de belangen van asielzoekers blijkbaar belangrijker vindt dan de zorg voor onze ouders en schoonouders. Alleen al voor deze morele schandvlek verdient het kabinet vandaag een motie van wantrouwen.
Voorzitter. Ook het eigen risico gaat fors omhoog. Volgens het CPB stijgt dat naar €520 in 2030. Premier Jetten hakt ook in de ouderenzorg en in de gehandicaptenzorg — dat is toch ongelofelijk? — in de wijkverpleging en in de huishoudelijke hulp. Zelfs de aftrek van specifieke zorgkosten moet eraan geloven. Het is een ongekende veldslag tegen de meest kwetsbaren in onze samenleving, tegen mensen die zich vanwege hun leeftijd of een handicap niet meer kunnen verweren. Miljarden worden weggeroofd bij onze ouderen en gehandicapten. Het is het morele failliet van kille boekhouders, een rekensom die geen weldenkend mens kan uitleggen zonder door de grond te gaan van schaamte.
Voorzitter. Ook in de WIA, de wet voor de arbeidsongeschikten, en de WW voor de werklozen, wordt gesneden, zelfs voor bestaande gevallen. Dat gebeurt eigenlijk nooit in Nederland. Ook uitkeringen van mensen die die nu al hebben, de zogenaamde bestaande gevallen, worden gekort. Dat is valser dan vals. Je kunt mensen die hebben gerekend op hun inkomen niet zomaar tot €1.000 per maand afpakken. Ik vraag oprecht aan de premier: waarom in hemelsnaam dit soort asociale maatregelen?
Voorzitter. Dan het voorstel om de pensioenleeftijd te verhogen. Mensen moeten van het kabinet eerder tot hun 70ste doorbeulen. Doorwerken tot je 70ste. Zeg dat maar eens tegen de verpleegster die na 30 jaar nachtdiensten fysiek en mentaal is gesloopt. Zeg dat maar eens tegen de politieagenten die op hun 70ste al opgebrand zijn door het multicultureel geweld op straat. Voor al die Nederlanders is 70 geen leeftijd, maar een vonnis. Werken tot aan de rand van het graf; dat wordt het. Dat is wat premier Jetten van de Nederlander vraagt. Ik zeg: stop deze waanzin. Trek dat idiote voorstel vandaag in. Ik wil geen voorstel om terug te gaan naar de tekentafel en te kijken hoe we het verzachten. Niks verzachten. Het voorstel moet helemaal van tafel. Handen af van onze AOW.
Voorzitter. In plaats van het serieus nemen van al die noodsignalen van onze bevolking en onze eigen mensen, geven premier Jetten en zijn team wel miljarden weg aan andere zaken. Zo komen er miljoenen euro's extra voor de publieke omroep, gaan er miljarden naar extra asielopvang, gaan er miljarden naar een fonds om onze fantastische boeren de nek om te draaien, gaat er een kwart miljard extra — dat wordt, geloof ik, nog betwist tussen coalitiepartijen — naar ontwikkelingshulp voor Afrika en wordt er maar liefst 60 miljard extra voor windmolens op zee gereserveerd. 60 miljard euro voor windmolens op zee! Welke idioot — sorry, voorzitter — of welke gek verzint zoiets? De komende drie jaar gaat er ook nog eens meer dan 10 miljard euro naar Oekraïne. Oekraïne verdient natuurlijk steun — begrijp me niet verkeerd — maar in verhouding heeft Nederland echt al veel meer gegeven dan al die andere landen in Europa, zeker meer dan Griekenland, Italië en Spanje. Laat die landen nu eens extra hun portemonnee trekken; is de premier dat met me eens?
Voorzitter. Zowel werkenden als mensen met een uitkering en onze eigen ouderen en gehandicapten worden dus uiteindelijk allemaal gepakt om die asielinstroom en -opvang, de windmolens op zee en de hulp aan Afrika te kunnen betalen. Ik vraag aan u, aan de premier en via hem dus ook aan de andere architecten van het coalitieakkoord: waar is uw geweten, waar is uw moreel kompas, waar is uw fatsoen? U zou zich kapot moeten schamen. De burger krijgt van u geen maatregelen om de lasten voor de mensen die het moeilijk hebben te verlichten, maar een dikke middelvinger. Vooral de lagere en de middeninkomens zijn de klos. Zij hebben het nakijken. Zij mogen hun portemonnee trekken. Wij accepteren dit niet. Wij willen — ik zei het al — een asielstop, waarmee we miljarden kunnen besparen.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik hoorde de heer Wilders zeggen: handen af van de AOW en niet terug naar de tekentafel. Ik ben het met de heer Wilders eens dat die AOW-plannen van het kabinet niet goed waren, maar ik wilde aan de heer Wilders het volgende vragen. Er ligt een motie voor. Die wordt morgen in stemming gebracht. Dat is een motie van de SGP. Ik heb 'm mede mogen ondertekenen. Daarin is inderdaad sprake van goeie verzachtingen. Ik wil aan de heer Wilders vragen of hij die motie kan steunen. Hij kent 'm, want het is de aangehouden motie van de SGP.
De heer Wilders (PVV):
Nee, natuurlijk niet. Dat heb ik net al gezegd. We gaan niet voor een verzachting. Dan komt er nog steeds een ingreep op de AOW uit, die wij niet willen en die volgens mij niemand in Nederland met gezond verstand wil. Dan moeten we blij zijn? Zijn we helemaal gek geworden? Als het kabinet zegt dat het morgen via de belastingen de boodschappen €10.000 duurder gaat maken en daarna tegen de heer Markuszower zegt dat het geen €10.000 maar €5.000 doet, staat u dan te juichen? Wij niet.
(Geroffel op bankjes)
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dat is dus de vraag, meneer Wilders, want als we doen wat de heer Wilders wil, is het een kwestie van alles of niets.
De heer Wilders (PVV):
Zo is dat.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dan is er dus niets. Dan heeft de heer Wilders niets bereikt voor die Nederlander. Dat is ongeveer hetzelfde als toen de heer Wilders in 2010 zei: handen af van de AOW-leeftijd, die mag niet hoger worden dan 65 jaar. Het eerste wat de heer Wilders toen deed, was een inruil waardoor de AOW-leeftijd door de koppeling met de levensverwachting wél omhoog zou gaan. Daarom zitten we nu hier: omdat de heer Wilders er in 2010 niet voor heeft gevochten om die AOW-leeftijd op 65 jaar te laten, zijn er afspraken gemaakt en is er een koppeling gekomen waardoor de AOW-leeftijd met de levensverwachting meestijgt. Nu komt dit kabinet met plannen en zegt: we gaan de Nederlanders nog harder pakken. Nou komen wij met een motie die zegt: nee, ga nou terug naar de tekentafel en maak het wat zachter. Gaat de heer Wilders nou weer alles of niets spelen of gaat de heer Wilders samen met ons proberen de pijn voor de Nederlander te verzachten?
De heer Wilders (PVV):
Een ingewikkelde, lange interruptie. Ik kan die niet helemaal begrijpen, maar als ik dan toch probeer om de kern ervan te vatten, dan is mijn antwoord: handen af van de AOW. Wij gaan niet snijden in de AOW. Wij gaan ook niet zorgen dat mensen langer moeten doorwerken. Als dat wat verzacht wordt, moeten ze nog steeds langer doorwerken. Het antwoord op uw vraag is dus: in geen honderdduizend jaar.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Als de heer Wilders echt meent wat hij net zei, zal hij die motie morgen toch moeten steunen, want die zorgt ervoor dat de Nederlanders minder pijn lijden, dat die ramp niet plaatsvindt, dat de AOW-leeftijd verlaagd wordt en dat de mensen dus eerder met pensioen kunnen gaan. De heer Wilders moet morgen echt die motie steunen, want anders houdt hij die ramp niet tegen.
De heer Wilders (PVV):
Voor de 27ste keer; misschien kan de heer Markuszower zijn oren opendoen: wij gaan dat niet steunen. Wij gaan dat niet steunen, want wat we willen, is gewoon: handen af van de AOW. Als er een hele slechte ingreep ligt waarvan iedereen — van de vakbonden tot weet ik wie dan ook, ook de ouderen zelf — zegt dat dat niet kan en dat we dat niet moeten doen, gaan wij toch geen genoegen nemen met een slap aftreksel daarvan? Dat gaat immers nog steeds pijn doen in de AOW. Wij gaan dat dus niet steunen. U kunt wel iedere keer op uw knieën gaan voor dit kabinet en alle ombuigingen voor de helft accepteren, maar daar zullen de mensen ú boos op aankijken, niet ons.
(Geroffel op bankjes)
De heer Wilders (PVV):
Ik zei het al: wij willen ook geen miljarden meer voor klimaat, stikstof, asiel en andere gekke ideeën. Wij willen dat geld teruggeven aan de Nederlander via een forse lastenverlichting en voor fatsoenlijke zorg, vooral fatsoenlijke ouderenzorg en fatsoenlijke gehandicaptenzorg. Wat zou het geweldig zijn om het lage btw-tarief van 9% op boodschappen af te schaffen; dat zou zo veel mensen helpen. Dat kan ook, bijvoorbeeld als je de ontwikkelingshulp schrapt. Dat is precies hetzelfde bedrag. Wat zou het mooi zijn als we met het geld dat we zouden kunnen besparen met een asielstop én een stop op de gezinshereniging, de AOW-leeftijd helemaal zouden kunnen bevriezen of verlagen, of als we de tandarts voor volwassenen weer in het basispakket van de zorg kunnen stoppen, zodat mensen ook de tandarts weer vergoed krijgen. Er zijn duizend keuzes, maar dit kabinet doet niets van dit alles. Er zijn alleen maar lastenverzwaringen en slechte keuzes en ze laten de Nederlander ervoor betalen.
Voorzitter. Zo'n kabinet verdient geen steun, maar een snoeiharde oppositie. Het verdient ook geen dealtjes, geen achterkamertjes, geen meebuigen. De PVV zal zich met hand en tand verzetten tegen de sloop van ons land en zal dit kabinet politiek bestrijden. Met Jetten en zijn team gaat Nederland namelijk diepdonkere dagen tegemoet. Wij zullen echter niet rusten voordat we verlost zijn van dit kabinet, met al die vreselijke plannen. De Nederlander moet zijn land weer terugkrijgen en op één komen te staan, maar dat staat hij niet bij dit kabinet; dat is wel helder. Dat is onacceptabel en daarom zal ik — ik had 'm al aangekondigd — in tweede termijn een motie van wantrouwen indienen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Brekelmans voor zijn inbreng in eerste termijn namens de VVD.
De heer Brekelmans (VVD):
Dank, voorzitter. Allereerst felicitaties aan het kabinet en aan premier Jetten voor het feit dat het kabinet zo snel is gevormd en dat er een goed en enthousiast team van mensen staat om voor Nederland aan de slag te gaan.
Mensen thuis snakken er het meest naar dat Den Haag meer gaat leveren. Een groot aantal problemen dat al jarenlang op onze bureaus ligt, moet niet leiden tot meer Haags gedoe en meer ruzie, maar moet daadwerkelijk worden opgelost. Dat vraagt iets van ons allemaal, zeker met een minderheidskabinet. Dat vraagt om een open houding, veel samenwerking en veel afstemming. Ik kijk ernaar uit om dit samen met het nieuwe kabinet en met zowel de coalitie als de oppositie te gaan doen, om samen te bouwen aan een sterker Nederland. Uiteraard zal de VVD het kabinet scherp blijven controleren en controleren of er wordt uitgevoerd wat er in het regeerakkoord staat. Daarbij zal ze elke dag blijven strijden voor een veilig Nederland, een sterke economie en grip op migratie.
Voorzitter. Op vele plekken die ik in mijn vorige functie, als minister van Defensie, heb mogen bezoeken, met name in Oekraïne, maar ook in het Midden-Oosten, heb ik van dichtbij gezien wat het betekent als mensen in oorlog moeten leven. Ik heb gezien wat het betekent als je vrijheid je volledig is afgenomen, als je niet meer je eigen keuzes kunt maken, als je de hele dag alleen maar bezig bent met overleven en als je je de hele dag zorgen maakt of je familie en vrienden nog veilig zijn. Bij mensen die in oorlog leven, kun je het zien als je ze in de ogen kijkt.
Oorlog is het ergste dat er is. Er is niemand die zich dat meer realiseert dan militairen. Die hebben het niet alleen van dichtbij beleefd, maar hebben daarbij zelf ook het grootste gevaar gelopen. Militairen werken juist dagelijks aan het voorkomen van oorlog, het voorkomen van meer oorlog in Europa. Dat is de reden dat we hebben afgesproken om meer in defensie te investeren, zowel binnen het NAVO-bondgenootschap als nu ook met dit kabinet, ook in Nederland. Zo zorgen we ervoor dat de vrijheid in stand blijft die we nu al 80 jaar met elkaar vieren en dat ook onze kinderen en kleinkinderen vrij en veilig kunnen opgroeien.
De gevolgen van oorlog zijn echter breder dan alleen wat er in Oekraïne gebeurt. Het is alsof Rusland dagelijks een grote steen in het water gooit, een grote steen op Oekraïne gooit, en de rest van Europa de rimpelingen daarvan ervaart. We hebben dat de afgelopen jaren ook in Nederland gezien. Oorlog in Oekraïne en geopolitieke turbulentie raken ons allemaal. Ze zorgen ervoor dat we de afgelopen jaren allemaal geconfronteerd zijn met hogere prijzen, waardoor de energierekening hoger en de boodschappen duurder werden en voor mensen steeds moeilijker betaalbaar waren. Het leidt tot migratie van mensen naar Nederland, wat nog meer druk legt op het beperkte aantal woningen en onze voorzieningen. Het leidt tot onzekerheid bij mensen. Het leidt tot onzekerheid bij bedrijven om te investeren en bij mensen om grote levenskeuzes te maken.
Vanwege al deze redenen zijn investeringen in defensie zo belangrijk, juist nu. Ik ben trots dat wij als Nederland met het nieuwe kabinet deze investeringen doen, dat we daarmee de verantwoordelijkheid nemen voor onze eigen veiligheid en dat we dat ook op een manier doen waarmee we de rekening niet doorschuiven naar onze kinderen en kleinkinderen. Daar kunnen heel veel landen, ook heel veel landen in Europa, echt een voorbeeld aan nemen.
Voorzitter. Het zou zomaar eens kunnen dat ook dit kabinet weer een geopolitiek kabinet wordt. Het zou zomaar kunnen dat in de komende dagen of weken de Verenigde Staten een aanval uitvoeren op Iran. Daar heerst een vreselijk terreurregime dat ontelbare slachtoffers maakt onder vreedzame demonstranten. Het zou ook zomaar kunnen dat Rusland in de komende jaren een gerichte confrontatie uitlokt met de NAVO. Het zou ook kunnen dat China een blokkade uitvoert op Taiwan, of zelfs erger. In zulke scenario's, die niet ondenkbeeldig zijn, staat in één keer alles op zijn kop. Dan is het nodig dat we buffers hebben en die schokken kunnen opvangen. Ik vind het heel goed dat het kabinet in alle plannen die worden gemaakt ook daar rekening mee houdt. Gegeven deze dreigingen hebben wij geen tijd te verliezen bij het versterken van onze defensie en het versterken van onze weerbaarheid. Ik hoor dan ook graag van de premier welke specifieke prioriteiten en stappen hij samen met de minister van Defensie voor zich ziet.
Bij een sterk Defensie hoort ook een sterke industrie, want met een sterk leger kun je winnen op het slagveld, maar een sterke economie en industrie zorgen ervoor dat je de oorlog wint. Ik wil specifiek aandacht vragen voor de defensie-industrie, want die moet in staat zijn om veel sneller veel meer spullen te leveren. Dit vereist actieve betrokkenheid en actieve inzet van het kabinet, niet alleen van de minister van Defensie, maar breder in het kabinet. Mijn vraag is hoe het kabinet hiernaar kijkt en wat we hier op korte termijn op kunnen verwachten.
Eén ding waar defensiebedrijven, onze krijgsmacht en onze bondgenoten om vragen, is zekerheid, om langjarig grote investeringen te kunnen doen. Daarom is het zo belangrijk dat die 3,5% de komende tien jaar in onze begroting staat, maar het zou nog meer zekerheid bieden als we die ook vastleggen in de wet. De VVD ziet het wetsvoorstel, dat ook in het regeerakkoord staat, dan ook graag snel tegemoet.
Laten we daarbij geen dag uit het oog verliezen dat Oekraïne doorlopend wordt gebombardeerd en aangevallen door Rusland, dat Oekraïners aan de frontlinie elke dag onze leveringen nodig hebben om te overleven en in stand te blijven, en dat diezelfde Russische agressie ook de rest van Europa bedreigt en Oekraïne die ook voor ons tegenhoudt. Ik spoor het kabinet daarom aan om de leveringen onverminderd door te zetten en de druk op Rusland te verhogen, met daarbij tot slot een concrete vraag, die meerdere ministers raakt: wat gaat Nederland doen om de Russische schaduwvloot aan te pakken? Is het kabinet bereid om hier, net als Frankrijk, bovenop te zitten en daarnaast ook snel met een breder plan te komen voor de veiligheid op de Noordzee?
De heer Vermeer (BBB):
Ik weet niet hoeveel tijd de heer Brekelmans nog heeft. Hoelang is dat ongeveer nog?
De voorzitter:
Dertien minuten.
De heer Vermeer (BBB):
Oké. Ik wil even vragen aan de heer Brekelmans of hij het ook nog over Nederland gaat hebben.
De heer Brekelmans (VVD):
Ik denk dat de heer Vermeer niet goed naar mij heeft geluisterd. Alsof investeringen in defensie niet om Nederland zouden gaan. Ik heb net uitgelegd en toegelicht dat we investeren in defensie, omdat wij willen zorgen dat agressie en oorlog niet dichterbij komen, dat de prijzen, of het nou gaat om energie of de boodschappen, niet ineens omhoogschieten, dat er niet in één keer tienduizenden of zelfs honderdduizenden migranten naar Nederland komen, en dat mensen niet in onzekerheid leven en zich afvragen of hun kinderen en kleinkinderen nog wel veilig zijn. Daar gaan al deze investeringen om. Als de heer Vermeer dat nog steeds niet begrijpt en investeringen in defensie wegzet als iets ver weg, dan zou ik hem vooral aanraden om eens met zijn collega Tuinman daarover te spreken.
De heer Vermeer (BBB):
De heer Brekelmans noemt dit allemaal, maar die energie en die boodschappen zijn al duurder geworden. Dat komt niet door de externe omstandigheden, maar onder andere door hoge netwerkkosten en door te veel investeringen in windturbines waarvan de stroom naar het buitenland gaat. Die boodschappen zijn al duurder geworden. Die asielinstroom is er al en die kunnen we al niet aan. Ik hoor de heer Brekelmans in zijn verhaal zeggen "wij hebben het hier over een geopolitiek kabinet", terwijl de heer Jetten zelf zei: ik wil een beter Nederland. Dus laten we het alsjeblieft over Nederland hebben. En dat is geen vraag.
De heer Brekelmans (VVD):
Ik heb het net de hele tijd over Nederland gehad. Als de heer Vermeer denkt dat defensie en militairen iets zijn voor ver weg, dan spijt mij het heel erg, maar dan heeft hij gewoon niet begrepen hoe het werkt. Wat Nederlandse huishoudens en gezinnen, of zij nou veel of weinig verdienen, de afgelopen jaren hebben meegemaakt, is dat de prijzen in één keer heel erg toenamen door wat er in Oekraïne gebeurde en dat meer dan 100.000 Oekraïners naar Nederland zijn gekomen, omdat zij moesten vluchten. Meer dan driekwart van mijn spreektijd zal gaan over allerlei andere onderwerpen die Nederlanders natuurlijk ook heel erg raken, maar laten we niet doen alsof datgene wat in Oekraïne gebeurt of de investering in defensie iets is voor ver weg. Dat raakt de basis van ons land en de basis van iedere Nederlander.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Vermeer (BBB):
Aan investeren in de Nederlandse defensiecapaciteit heeft ook Nederland iets; dat is duidelijk. Dat is echter maar een fractie van al het geld dat wordt besteed. Daarnaast is het zo dat de energieprijzen al ruim voor de inval in Oekraïne omhooggingen. Daar hebben wij destijds ook voor gewaarschuwd. De rest van de verhogingen komt door extra netwerkkosten én door accijnzen, energiebelasting et cetera. Alsjeblieft, ga nou niet doen alsof dat allemaal komt door die verschrikkelijke oorlog waarvan wij hopen dat die snel stopt.
De heer Brekelmans (VVD):
Dat heb ik ook niet gezegd. Natuurlijk heeft de snelle stijging van de energieprijzen meer oorzaken. Dat er te weinig woningen zijn heeft ook meer oorzaken. Wat je wel ziet, is dat de prijzen in één keer omhoogschieten als Rusland ineens Oekraïne binnenvalt, want daar zijn we niet op voorbereid. Ik noemde net andere voorbeelden van zaken die de komende jaren zouden kunnen gebeuren, waardoor de prijzen weer ineens omhoog kunnen schieten. Daar moet je op dat moment een buffer voor hebben. Als je ervoor zorgt dat je de defensie op orde hebt en er een sterk NAVO-bondgenootschap is, dan hebben dat soort gebeurtenissen in de wereld niet zo'n grote impact op ons. Dat is waar we elke dag mee bezig zijn.
De heer Stoffer (SGP):
De heer Brekelmans heeft het over de investeringen in defensie. Die steunen wij uiteraard van harte. Daar zijn we altijd een voorstander van geweest, ook in de tijd dat iedereen dacht dat de wereldvrede was aangebroken. Hij heeft het ook over de Nederlandse defensie-industrie. Daar gaat mijn vraag over. In het voorvorige leven van de heer Brekelmans heb ik met hem een stevige aanvaring gehad over de onderzeeboten, die niet in Nederland worden gebouwd, maar door Franse bedrijven. Ik moet nog steeds zien in hoeverre het Nederlandse bedrijfsleven daarvan meeprofiteert. Nou ja, misschien dat de opvolger van de heer Brekelmans ons dat t.z.t. nog weleens laat zien. Maar goed. Die fout heeft de heer Brekelmans een tijd gemaakt; daar kunnen we niks meer aan doen. Wat nu speelt, zijn al die investeringen die nu komen. Dan is mijn vraag: hoe gaat het Nederlandse bedrijfsleven hiervan profiteren? De afgelopen verkiezingstijd ben ik meerdere keren bij bedrijven geweest. De heer Diederik van Dijk, mijn collega, was nog vaker bij de defensie-industriebedrijven. Hij maakte zich grote zorgen: kunnen wij meeprofiteren van al die investeringen en ervoor zorgen dat dit geld hier in Nederland blijft staan? Ik ben benieuwd hoe de heer Brekelmans daartegen aankijkt. Hij heeft de afgelopen twee jaar vast een beetje bijgeleerd.
De heer Brekelmans (VVD):
De heer Stoffer weet heel goed — het is een beetje flauw dat hij dat nu zo zegt — dat de Nederlandse industrie voor minimaal 1 miljard iets voor die onderzeeboten doet. Laten we niet een heel technisch debat voeren over schepen boven het wateroppervlak en boten onder het wateroppervlak. Natuurlijk staat daarin centraal dat wij willen dat de Nederlandse bedrijven dat werk voor een heel groot deel kunnen doen. We hebben een geweldige maritieme industrie. Er moet een hele modernisering van de Nederlandse marinevloot plaatsvinden, en ik hoop dat de Nederlandse industrie daarvan het overgrote deel kan doen. De reden waarom ik dit punt aankaart, is juist dat ik nu zie dat het kabinet de komende jaren oplopend tot 19 miljard budget erbij krijgt, en ik hoop dat we dit zo veel mogelijk ook door de Nederlandse industrie kunnen laten doen. Maar tegen de heer Stoffer zeg ik daar ook bij: die industrie is er nu nog niet; als je nu iets bestelt, kost het vaak vele jaren voordat het geleverd wordt. Vandaar dat ik het kabinet aanspoor om daar ook als overheid een actieve rol in te pakken, om ervoor te zorgen dat ook de Nederlandse industrie in staat wordt om aan een heel groot deel van dat extra defensiebudget invulling te geven.
De heer Stoffer (SGP):
Ik wil niet blijven hangen in het verleden, want als je het over de industrie hebt, moet je wat dat betreft vooruitkijken. Ik hoop dus dat de heer Brekelmans en ik elkaar daarin vinden. Mijn vraag is: kunnen de VVD en de SGP, en ik hoop ook alle anderen, dit kabinet met elkaar telkens opjagen, zodat we de defensie-industrie inderdaad ook opbouwen en we voor de bedrijven die we al hebben — want er zijn er een heel aantal, en die maken zich er zorgen over of ze ook die opdrachten krijgen — schouder aan schouder staan om ervoor te zorgen dat ook het Nederlandse bedrijfsleven volop uit deze ruif kan meepikken?
De heer Brekelmans (VVD):
Zeker, daar zullen we ons samen voor inzetten. En ik kan meteen het bruggetje maken naar de heer Dassen, want die gaat me natuurlijk vragen om dat ook in Europa samen te doen. Ook dat is waar, want het is niet zo dat Nederlandse bedrijven alles kunnen doen. Het is net zo belangrijk dat wij niet alleen in Nederland de defensie-industrie opschalen, maar dat andere Europese landen dat net zozeer doen. We moeten oppassen dat we wat dat betreft geen economisch hek zetten rond ons land, maar dat we er juist voor zorgen dat we als Nederland kunnen meeprofiteren van de grote orders die Duitsland en ook Polen gaan doen. Dat vraagt om veel meer internationale samenwerking. Dus daar spoor ik het kabinet net zozeer toe aan: zorg ervoor dat we ook op Europees niveau en met buurlanden die defensie-industrie een enorme impuls geven.
De heer Dassen (Volt):
Voorzitter. Een sterk begin van de heer Brekelmans, met zijn betoog. Ik denk namelijk dat het niet te onderschatten is wat de geopolitieke situatie op dit moment voor invloed heeft op juist ook de discussie die we hier vandaag hebben over hoe we de zorg gaan betalen en onze sociale zekerheid op orde blijven houden. De heer Brekelmans zegt net dat het kabinet wellicht ook een geopolitiek kabinet wordt. Ik denk dan wel meteen aan de vraag hoe we van Europa een geopolitieke speler gaan maken. Uiteindelijk zijn wij als Nederland een klein land in die hele grote wereld en zullen we als Europa nu ook stappen moeten nemen voor die geopolitieke volwassenwording. Ik ben benieuwd welke stappen de VVD daartoe bereid is te zetten, en dan heb ik het niet over het afschaffen van het vetorecht op het buitenlandbeleid. Welke hervormingen binnen Europa zijn er volgens de VVD nu nodig om toe te werken naar, zoals Mario Draghi het zegt, dat federale Europa dat eigenlijk nodig is voor deze tijd?
De heer Brekelmans (VVD):
Ik denk dat het antwoord — en dat zeg ik op basis van mijn eigen ervaring van de afgelopen anderhalf jaar — niet per se institutioneel is. Het zou inderdaad goed zijn als we ervoor zouden zorgen dat Europa veel slagvaardiger besluiten kan nemen, ook wat betreft de veto's in het buitenlandbeleid. Maar we weten ook dat dat een ontzettend moeilijke weg is, omdat een aantal landen daarin dwarsliggen en ook zullen blijven dwarsliggen. Daarom is het van belang dat we ons niet laten gijzelen door een of twee landen, maar ook dat we kijken hoe je binnen Europa nou flexibeler met elkaar zou kunnen gaan samenwerken. Daarom vind ik het ook goed dat er voor zowel de steun aan Oekraïne als de plannen die worden gemaakt voor een vredesakkoord, met een coalition of the willing wordt gewerkt, dus dat je het met een groep Europese landen die bereid zijn om daarin het voortouw te nemen, bekijkt en andere landen daarbij aanhaken. Ik denk dat je bij steeds meer geopolitieke thema's naar dat soort constructies zult moeten gaan, noodgedwongen, omdat je niet wil dat je gegijzeld wordt door een of twee landen die dwarsliggen, of het nou gaat over steun voor Oekraïne of het handhaven van het vredesakkoord.
De heer Dassen (Volt):
Die zorg deel ik natuurlijk. We hebben Orbán natuurlijk gezien de afgelopen week, die het steunpakket voor Oekraïne tegenhoudt vanwege zijn eigen belangen. Tegelijkertijd zit mijn zorg er ook wel heel erg in dat als we nu buiten de Europese Uniestructuren met elkaar gaan werken, we uiteindelijk op de langere termijn de Europese Unie gaan verzwakken. Ik zie inderdaad heel veel voorstellen van dit kabinet voor intergouvernementele samenwerking, dus tussen landen en ook buiten Europa. Maar ja, dan verzwak je wel de Europese Unie als geheel. Dus daar zit wel een hele grote zorg bij mij.
De andere vraag die ik graag aan u wil stellen — de voorzitter is mij nu namelijk aan het manen — gaat over de afdracht die we hebben richting de Europese Unie. Als je wilt dat dat een machtsblok wordt, dan moet je het ook de middelen geven om daar te komen. Eerder heeft uw voorganger in dit debat gezegd: de korting die Schoof wilde, die 1,6 miljard, willen wij overeind houden. Ik ben benieuwd of de VVD inmiddels tot het inzicht is gekomen dat dat eigenlijk onmogelijk is als je daadwerkelijk wilt dat Europa een geopolitieke speler wordt.
De heer Brekelmans (VVD):
Volgens mij is het vooral van belang dat je de Europese begroting en het MFK moderniseert. Volgens mij zijn we het namelijk met elkaar eens dat er een aantal grote prioriteiten zijn, of het nou gaat om veiligheid of om onze economie. Wat mij betreft zet het kabinet zich ook in voor het verleggen van de focus op de begroting naar wat de huidige tijd van ons vraagt. Als je onderaan de streep kijkt naar wat landen individueel afdragen en je zelfs corrigeert voor hoeveel Nederland profiteert van het onderdeel zijn van een interne markt, dan zie je dat Nederland echt gigantisch uit de pas loopt met andere landen. Het feit dat het kabinet en de minister van Financiën zich inzetten om een korting te bedingen, is volgens mij dus heel goed. Dat is in mijn ervaring ook helemaal niet iets dat in Europa gek gevonden wordt. Iedereen ziet namelijk dat Nederland relatief veel afdraagt. Als het gaat om het MFK komt ieder land op voor zijn eigen belang. Ik zou het heel goed vinden als het kabinet dat ook voor ogen houdt op het moment dat ze daar in Brussel over onderhandelen.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Dassen (Volt):
Hier zit precies mijn zorg. Iedereen komt inderdaad op voor zijn eigen belang. Dat maakt de Europese Unie ook zo zwak. Dat is ook precies waarom we juist die institutionele hervormingen nodig hebben. Dan gaan we namelijk, juist in die geopolitieke wereld die de heer Brekelmans net schetst, meer denken vanuit het Europese belang. Stel namelijk dat Trump zijn handen verder van Europa aftrekt — dat is geen ondenkbaar scenario — en Poetin inderdaad doorgaat met het ondermijnen van onze democratieën en een aanval uitvoert, zoals de heer Brekelmans zelf schetst. Dan zullen we toch met elkaar in de Europese Unie heel sterk moeten staan. Dat kan niet als iedereen voor zijn eigen belang opkomt. Als je het hebt over hoe we van Europa een machtsblok gaan maken, een die ook vraagt om de nieuwe mentaliteit die in het coalitieakkoord staat, moeten we volgens mij ook af van die kruideniersmentaliteit waardoor we zeggen dat er geen extra middelen naar Europa moeten. Als je wil dat het een geopolitieke speler wordt, zal het MFK, de begroting van Europa, groter moeten worden. Dan zullen er juist meer investeringen moeten komen in economie, defensie en klimaat. Ik zie de minister van Financiën bedenkelijk kijken, maar ik ben ervan overtuigd dat als we dat niet doen, we ook niet gaan zorgen dat Europa de geopolitieke speler wordt die op dit moment nodig is.
De heer Brekelmans (VVD):
Wat we eerder hebben gezien — het is steeds een cyclus van zeven jaar — is dat wanneer er meer geld naar Brussel gaat, het dan van alles een beetje meer wordt. Dat kunnen we ons niet permitteren. We zien namelijk dat er een enorme veiligheidsdreiging op Europa afkomt. We zien ook dat Europa achter begint te lopen als het gaat om innovatie, industrie en bijvoorbeeld toegang tot grondstoffen. Je zult dus ook een stevige discussie met elkaar moeten voeren over welke prioriteiten je stelt in Europa. Ik denk dat het niet goed is voor onze positie als Nederland als wij nu zouden zeggen: hier hebt u meer geld. Iedereen in Brussel kijkt immers mee met dit soort debatten. Ook leidt dat niet tot het aanbrengen van een veel scherpere focus binnen Europa. Als het gaat om de besluitvorming, zou ik het liefst willen dat de EU in staat is om geopolitiek op te treden. Denkt u eens even in dat we ervoor hadden gekozen om de steun aan Oekraïne via de EU te laten lopen. Dan hadden we echt een enorm probleem gehad met elkaar. Stel dat wij hadden gewerkt aan veiligheidsgaranties en aan een robuuste vrede in Oekraïne via de EU. Dan hadden we een enorm probleem gehad met elkaar. Het zijn namelijk inmiddels niet meer een of twee landen die vaak dwarsliggen, maar meerdere. De realiteit is dus dat als wij voor onze veiligheid willen zorgen, we ook af en toe intensieve samenwerkingsverbanden moeten aangaan met landen die dat wél willen. Uiteindelijk vind ik het belangrijk dat we Europa veilig houden en Oekraïne steunen. Dat vind ik belangrijker dan dat je zegt: het moet altijd via de EU. Dan kunnen we onszelf in veel gevallen in de voet schieten.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heb een vraag over de dreiging. Een deel van de analyse van de VVD delen we wel. Poetin is natuurlijk een gevaarlijke dictator die de Oekraïners groot onrecht aandoet, en dat heeft bredere veiligheidsimplicaties. Ik ben alleen verbaasd dat in het regeerakkoord nadrukkelijk wordt gezegd dat we de VS nog als bondgenoot zien. Trump is niet bepaald een type waar je lekker van op aan kunt als het gaat om onze veiligheid. Mijn vraag gaat ook over de dreiging van binnenuit. Dat miste ik wel in het regeerakkoord. Ik zie daar helemaal geen analyse over. Ik ben benieuwd of de VVD vindt dat oprukkend radicaal-rechts, uiterst rechts, ook een dreiging is waar we ons toe moeten verhouden.
De heer Brekelmans (VVD):
Zeker. Ik kom daar zo meteen nog op. Ik maak me grote zorgen over kwaadaardige regimes die proberen zich te mengen in onze samenleving, vaak op een heel doortrapte manier. Ik maak me ook zorgen over het feit dat mensen het vaak niet doorhebben, bijvoorbeeld dat er een Russisch narratief wordt verspreid, dat mensen zomaar klakkeloos overnemen. Dat vraagt ook iets van de weerbaarheid van onze samenleving, wanneer we dat zien van kwaadaardige mogendheden. Het kan soms ook gaan via andere kanalen, bijvoorbeeld weekendscholen of in sommige gevallen ook salafistische moskeeën. Daar moeten we heel scherp op zijn en we moeten ook in staat zijn om daartegen op te treden als dat nodig is.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Oké, maar dat was mijn vraag niet. Mijn vraag is heel concreet: vindt de VVD ook het oprukkende uiterst rechts een probleem?
De heer Brekelmans (VVD):
Dan moeten we wel even goed de definitie hanteren, maar als het gaat om extreemrechts en als dat leidt tot racisme, tot geweld en tot affiniteit met Rusland, dan maak ik me daar zeer veel zorgen over.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat is goed om te horen. We worden namelijk wel gewaarschuwd op basis van onderzoeken. De VN-rapporteur voor armoede waarschuwt ons ook: als je de ongelijkheid in een land steeds verder uit de hand laat lopen of niet aanpakt en je bezuinigt op je sociale voorzieningen, dan zie je dat daarmee de aantrekkingskracht van uiterst rechts wordt vergroot. Dat blijkt gewoon uit onderzoek. Het tast je sociale weefsel aan. Dus als de heer Brekelmans zegt — en daar ben ik blij om — dat hij dat ook wel een zorgelijke ontwikkeling vindt, zouden zijn minister van Financiën en zijn kabinet dan niet even opnieuw moeten kijken naar die zogenaamde financiële plaat die is geschetst? De vermogens worden namelijk ontzien en mensen met weinig geld moeten wel gaan bijdragen aan onze defensie-industrie. De ongelijkheid wordt daarmee dus niet verkleind, maar vergroot.
De heer Brekelmans (VVD):
Ik zou die twee onderwerpen toch uit elkaar willen houden. Ik kom er zo meteen op, maar het is van belang om de sociale zekerheid, de zorg en andere zaken beschikbaar en toegankelijk te houden voor mensen die dit nodig hebben. We moeten er ook voor zorgen dat het betaalbaar blijft, want we zien dat de kosten enorm toenemen. Er zijn mensen en groeperingen in Nederland die extremistisch gedachtegoed hebben en de Nederlandse overheid niet alleen ondermijnen, maar ook met geweld kwaad willen doen, wat leidt tot racisme en soms tot antisemitisme. Ik vind dat wij daar heel gericht keihard tegen moeten optreden en niet moeten zeggen: we kunnen dat misschien wat verminderen door bepaalde sociaal-economische maatregelen te nemen. Wij moeten dat heel gericht aanpakken.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Brekelmans (VVD):
Dat brengt mij bij de nationale veiligheid, in aansluiting hierop. Ik vind het niet alleen belangrijk dat wij als land veilig zijn, maar ook dat alle Nederlanders zich in ons land veilig voelen, een land waar misdaad en criminaliteit worden bestraft en waar een straf ook daadwerkelijk een straf is, die wordt uitgezeten, een land waarin wij de politie de middelen bieden die zij nodig hebben. Daarom is de VVD er trots op dat dit kabinet honderden miljoenen vrijmaakt voor de politie.
Ik wil ook in een land leven waar iedereen zich veilig voelt en waar we alles op alles zetten om ervoor te zorgen dat vrouwen en meisjes veilig over straat durven, ook 's avonds na een avondje stappen.
Ik wil ook een overheid die niet accepteert dat vreemde regimes zich met onze inwoners bemoeien. Ik wil dat iedereen die zich tegen onze vrije manier van leven keert, hard wordt aangepakt, of het nou terroristen zijn of de georganiseerde misdaad.
Ik vraag het kabinet daarom om op korte termijn duidelijkheid te geven over de besteding van het extra budget voor onze nationale veiligheid, en specifiek voor de politie, zodat agenten duidelijkheid hebben over de middelen die zij ter beschikking hebben om onze veiligheid te garanderen.
Kan het kabinet toezeggen dat de nationaal coördinator die zich bezighoudt met de aanpak van geweld tegen vrouwen nog voor de zomer aan de slag gaat? Ook zie ik graag nog voor de zomer een voorstel tegemoet om het demonstratierecht aan te passen, zodat dit belangrijke, fundamentele recht niet wordt misbruikt om de openbare orde te verstoren.
De heer Eerdmans (JA21):
Nationale veiligheid is een goed onderwerp. Ik ben er blij mee dat de coalitie heeft gezegd dat er structureel 400 tot 775 miljoen, geloof ik, wordt ingezet voor de hele keten: van politie tot en met de executie van straffen. Nu heb ik ook gehoord dat de directeur van het gevangeniswezen, de heer Saris, heeft gezegd: als we de veroordeelde criminelen die we eerder vrijlaten en los laten lopen, willen opsluiten en het cellentekort willen beperken, kost dat alleen al 500 miljoen per jaar. Dan denk ik dat we nog lang niet zijn waar we wezen moeten.
De heer Brekelmans (VVD):
Ik ben in ieder geval blij dat dit kabinet extra geld heeft vrijgemaakt voor de gevangenissen. We weten ook dat er goed naar moet worden gekeken hoe we ervoor kunnen zorgen dat we mensen zo min mogelijk vervroegd vrijlaten, dat zal de heer Eerdmans met me eens zijn. Maar we moeten ook tot andere oplossingen komen om ervoor te zorgen dat mensen hun volledige straf uitzitten. Daar zijn nog allerlei andere maatregelen voor te bedenken. Ik ben blij dat het geld dat is vrijgemaakt een deel van de oplossing biedt, maar ik ben het met de heer Eerdmans eens dat dat het probleem niet volledig oplost. Laten we samen optrekken om te kijken welke dingen we nog meer kunnen doen om ervoor te zorgen dat mensen niet vervroegd worden vrijgelaten.
De heer Eerdmans (JA21):
Het enige antwoord daarop is toch: iets meer geld erbij. Dat is zeker, alleen al om het niet verder te laten oplopen. Maar het verhaal in Nederland is helaas dat er 4.000 criminelen gewoon loslopen op straat. Er moet meer geld bij. Ik ben wel blij als de VVD dat erkent en ten tweede als de VVD dit moment gebruikt om bijvoorbeeld met JA21 te kijken of er geld bij kan bij de Miljoenennota.
De heer Brekelmans (VVD):
Ik heb de bewindspersonen die er in het vorige kabinet mee bezig zijn geweest ook vaak horen zeggen: meer geld is wel een deel van de oplossing, maar niet de enige oplossing. Als je meer geld ter beschikking hebt, heb je niet in een keer in hele korte tijd genoeg cellen gebouwd, genoeg gevangenissen gebouwd en al het onderhoud gedaan dat nodig is. Je hebt ook niet in hele korte tijd alle mensen aangenomen die daarvoor nodig zijn. Er is een tekort aan gevangenisbewakers, er zijn vacatures bij de politie. Ik zou zeggen, laten we het kabinet en de verantwoordelijke bewindspersonen de ruimte geven om te zeggen: we hebben nu extra budget, dat staat ook meerjarig in de boeken, maar we zullen ook aan al die andere elementen moeten werken. Laat hen eerst met een voorstel komen. Vervolgens bekijken wij dat samen kritisch en zeggen we of we dat voldoende vinden. Wellicht hebben uw en mijn partij ook nog andere oplossingen die we dan aan het kabinet meegeven.
De heer Struijs (50PLUS):
Ik ben wel nieuwsgierig naar de houding van de VVD, want ik deel dat het mooi is dat er extra geld bij komt, maar het is bij lange na niet genoeg. De hele rechtsstaat staat onder water. Het gaat echt een hersteloperatie vergen. Kijk alleen al naar wat procureur-generaal Otte in de Kamercommissie zei, namelijk dat de ellende rond de ICT nog lang niet is opgelost. Dat leidt ertoe dat mensen soms niet worden veroordeeld en dat er binnenkort weer seponeringen komen. Kortom, deelt meneer Brekelmans de analyse dat we beginnen aan een grote hersteloperatie?
Een tweede vraag die ik wil stellen, gaat over slim investeren in defensie. Er is zo'n grote overlap. Kijk bijvoorbeeld naar cybersecurity en de aanpak daarvan. Kijk naar de georganiseerde misdaad, die regelmatig als lange arm wordt gebruikt om mensen te liquideren. Is meneer Brekelmans het met me eens dat we die slimme investeringen van defensie ook moeten gebruiken voor de samenwerking met de politie op dit soort terreinen, of om de infrastructuur te verbeteren, bijvoorbeeld? Ik zoek een weg, de komende jaren, waarbij we het geld van Defensie ook slim investeren voor onze nationale veiligheid. Ziet hij ook die overlap?
De heer Brekelmans (VVD):
Daar kan ik het alleen maar mee eens zijn, natuurlijk. De heer Struijs kaart heel terecht de problemen rondom ICT aan, zowel bij de politie als bij andere organisaties in de nationale veiligheidsketen. Daar zal volop aan gewerkt moeten blijven worden. We laten op dit moment heel veel liggen door gebrekkige ICT en gebrekkige gegevensuitwisseling. Ik denk dat het daarnaast ook goed is dat we bij Defensie kijken hoe we de investeringen die we doen ook in bredere zin bijdragen aan onze veiligheid. Ik vind het zelf bijvoorbeeld heel goed dat de AIVD en de MIVD heel nauw samenwerken, omdat je ziet dat bedreigingen vanuit het buitenland steeds meer overlopen in bedreigingen in het binnenland. Hetzelfde geldt voor cyber. Ook daar kun je niet altijd direct vaststellen of er een militaire mogendheid achter zit of dat er een link is met bepaalde hackersgroepen. Laten we ook zorgen dat we daarop de krachten weten te bundelen en dat we iedere euro die we investeren, zo efficiënt mogelijk inzetten.
De heer Struijs (50PLUS):
Het gaat bij ons nog breder, want ik zie gedurende de opbouw ook samenwerkingsverbanden tussen bijvoorbeeld het gevangeniswezen en Defensie, die zelf aangeven: misschien moeten we hier en daar eens bijspringen. We doen dat natuurlijk al bij het stelsel bewaken en beveiligen, bij de statische en de dynamische beveiliging. Die samenwerkingsverbanden, DSI en dat soort dingen, zijn ook een geweldig oefenterrein voor militairen. Hoe kijkt de heer Brekelmans daartegen aan?
De heer Brekelmans (VVD):
Kijk naar bijvoorbeeld de Koninklijke Marechaussee, die een civiele en een militaire poot heeft, waar ook enige overlap in zit. Hetzelfde geldt voor de speciale teams die de heer Struijs noemt, met de politie. Dan kun je inderdaad goed kijken hoe je zorgt voor optimale samenwerking en dat er ook wederzijds capaciteiten worden opgebouwd. Waar ik geen voorstander van ben, is het beeld: laten we Nederlandse militairen zomaar overal neerzetten waar er een bepaald tekort is. Ten eerste hebben onze militairen het hartstikke druk. Die zijn iedere dag bezig om ons veilig te houden, de krijgsmacht op te bouwen en te moderniseren, en om heel veel jonge militairen die zich melden, op te leiden. Het beeld dat weleens wordt geschetst — niet door u, hoor — alsof al die militairen de hele dag niets zouden zitten te doen, is dus pertinent onjuist. Ten tweede is het ook niet het specialisme van militairen. Als wij zeggen dat we meer mensen willen inzetten voor bijvoorbeeld de bewaking in gevangenissen, dan moeten we gewoon meer gevangenisbewakers aannemen. Maar kijken naar waar de overlap zit met bijvoorbeeld de speciale interventieteams of de Koninklijke Marechaussee, uiteraard: laten we daar die synergie optimaal benutten.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Struijs (50PLUS):
Tot slot, voorzitter. Wij zijn het er voor een deel eens, maar ik wil dit kabinet ook een beetje aanjagen op integraliteit. Ik heb in het verleden te vaak gezien dat men op de ministeries zegt "wij hebben het geld binnen en dat is van ons". Ik wil stimuleren dat er gewoon intelligente overlap wordt benut. Ik nodig de heer Brekelmans er ook toe uit om daarin samen met de Kamer op te trekken.
De heer Brekelmans (VVD):
Die uitnodiging neem ik van harte aan. Dat is een heel goed punt. Ik ken de ministers van Defensie en van Justitie en Veiligheid een beetje en die kunnen heel goed met elkaar samenwerken. Die gaan die synergiën absoluut vinden.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Brekelmans (VVD):
Voorzitter. We kunnen investeren in onze veiligheid, maar als we die willen bereiken en ook de uitgaven aan onderwijs, zorg en alles wat ons zo dierbaar is in stand willen houden, dan kan dat alleen met een sterke en groeiende economie. Een sterke economie betekent in deze tijd ook een weerbare economie, zodat we met alle onrust om ons heen in staat zijn om schokken op te vangen, dat we meer onafhankelijk zijn, zeker op terreinen die ons kwetsbaar maken, zoals energie en grondstoffen. We moeten ervoor zorgen dat onze ondernemers, onze bedrijven, onze infrastructuur, klaar zijn voor de toekomst. Ik zeg tegen het kabinet, via u, voorzitter: dan hebben we nog wel het een en ander te doen, want het motorblok van ons land heeft iedere dag onderhoud nodig.
We moeten haarscherp blijven zien waar het geld en de welvaart in onze samenleving wordt verdiend, bij al die bedrijven en al die ondernemers die onze steun verdienen. Ondernemers moeten worden beloond als ze bereid zijn risico's te nemen en hun nek uit te steken. Zij verdienen dat het kabinet elke dag bezig is om het werk voor hen makkelijker te maken, door ruimte te geven en regels te schrappen; door de randvoorwaarden te scheppen zodat bedrijven kunnen en durven investeren en door de concrete obstakels die zij ervaren, stuk voor stuk op te lossen. Anders is de realiteit namelijk dat bedrijven die investeringen niet doen of, sterker nog, dat ze weggaan uit Nederland.
Voorzitter. Dat vraagt om actie van het hele kabinet, een focus op groei en op ondernemerschap. Daarom is in het coalitieakkoord ook vastgelegd dat er een concreet doel is van 1,5% groei per jaar. Mijn vraag aan het kabinet is hoe het daar naar toe wil werken. Kunnen we daar voor de zomer nog een plan op verwachten? In het vorige kabinet heeft minister Karremans een grote prioriteit gemaakt van het schrappen van regels. Ook van dit kabinet ziet de VVD graag spoedig een eerste lijst met regels die kunnen worden geschrapt, bijvoorbeeld via een vereenvoudigingswet, zoals in het coalitieakkoord is gezegd, zodat we ondernemers in ons land direct meer ruimte geven. Kan de premier toezeggen dat dit met voorrang en urgentie wordt opgepakt?
Of je nu als ondernemer een groot bedrijf leidt of zelfstandige bent, iedereen heeft meer ruimte nodig om te kunnen ondernemen. Kan het kabinet ook toezeggen dat binnen drie maanden met de Zelfstandigenwet aan de slag wordt gegaan, zodat er snel duidelijkheid komt voor al onze zzp'ers en ook zij weer de zekerheid ervaren dat ze kunnen doen waar ze goed in zijn?
Voorzitter. Naast …
De voorzitter:
Er is eerst een interruptie van de heer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Ik heb nog wel een vraag aan de heer Brekelmans over de zzp'ers. Het is heel goed dat wij ervoor zorgen dat die mensen beschermd worden, maar ook hun pensioenvoorzieningen moeten beschermd worden. Hoe kijkt de heer Brekelmans aan tegen het nieuws over box 3 dat vandaag gekomen is, namelijk dat dat onzalige plan volgens de minister nu toch maar teruggedraaid moet worden, terwijl de VVD dat zo graag door wilde zetten?
De heer Brekelmans (VVD):
Ik heb natuurlijk ook gezien, en dat zult u in uw omgeving ook hebben gemerkt, dat het de afgelopen weken tot heel veel vragen en heel veel onrust heeft geleid. Er zijn ook veel voorbeelden waarin het plan zoals het er nu ligt, oneerlijk uitpakt. Ik weet dat de nieuwe staatssecretaris en ook de minister van Financiën daar vanaf dag één kritisch naar kijken en dat ze ook hebben aangegeven dat we hier nog eens heel goed naar moeten kijken. Dat betekent dat er, voordat het naar de Eerste Kamer gaat maar ook in de verdere uitwerking ervan, heel goed zal moeten worden gekeken wat het voor verschillende groepen betekent en dat het ook aangepast zal moeten worden. Volgens mij is dat heel erg goed, want zoals het er op dit moment ligt, pakt het gewoon verkeerd uit.
De heer Vermeer (BBB):
De heer Brekelmans doet nu net alsof dat inzicht in de laatste weken gekomen is, omdat mensen zich beginnen te roeren. We hebben hier meer dan anderhalf jaar een debat over gehad en hebben alles precies voorgerekend. Is de VVD gewoon niet meer in contact met de maatschappij en is het zo dat men pas op het laatste moment, als de wet bij de Eerste Kamer ligt, gaat kijken: wat vinden de mensen er nou van en wat is de impact op de burgers van Nederland?
De heer Brekelmans (VVD):
Kijk, zonder helemaal de techniek in te gaan: deze wet kent een heel lange geschiedenis. Daar hebben meerdere staatssecretarissen aan gewerkt. Op het einde is een BBB-staatssecretaris dag en nacht bezig geweest met die wet. De situatie zoals die nu is, is natuurlijk helemaal slecht. Op dit moment worden mensen belast op basis van een rendement dat er niet is, een fictief rendement. We willen allemaal naar een situatie waarin er op basis van daadwerkelijke winsten wordt belast. We weten ook dat het heel moeilijk uitvoerbaar is om dat direct te doen, dus is er gewerkt aan een tussenstap. We hebben de afgelopen tijd gezien hoe die tussenstap uitwerkt. Voor een groot aantal mensen pakt die verkeerd uit. Dan vind ik het heel goed dat nu ook een nieuw kabinet, na al die signalen gehoord te hebben, zegt "we gaan terug naar de tekentafel, we gaan het aanpassen en we gaan ervoor zorgen dat er een wet komt die wel eerlijk is", en dat dat vervolgens richting de Eerste Kamer maar ook met anderen op een zorgvuldige manier wordt uitgewerkt.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Vermeer (BBB):
Ik zou met alle liefde de techniek in willen duiken, maar dat zal ik de rest hier besparen. Het is gewoon een feit dat alle argumenten die nu genoemd worden, hier drie weken geleden in amendementen voorlagen. Die zijn weggestemd, ook door deze coalitie; voor een deel, want voor één onderdeel geldt dat niet, namelijk een motie om bij het Belastingplan dingen aan te passen.
Maar nog even over het verwijt aan de BBB-staatssecretaris. Die gaf precies dezelfde nadelen aan en heeft alleen gezegd: vanwege budgetneutraliteit, vanwege het feit dat ik binnen dit kabinet daar geen enkele financiële ruimte voor krijg, kan ik niet anders dan deze tussenvorm neerzetten. Ga nou dus niet doen alsof dit bedacht is door BBB, want we weten al anderhalf jaar lang hoe wij hierover denken.
De heer Brekelmans (VVD):
De heer Vermeer begon met iets over mijn partij te zeggen. Ik probeer daarom alleen de feiten aan te geven, namelijk dat hier door meerdere kabinetten en ook uitgebreid in de Kamer over is gesproken en dat het — dat is gewoon feitelijk — op het einde de verantwoordelijkheid was van een BBB-staatssecretaris. Het is inderdaad zo dat er amendementen zijn ingediend. Zoals dat gaat als daar geen dekking voor is, en het gaat om grote bedragen, heeft de BBB-staatssecretaris die vervolgens ontraden, en dat lijkt mij heel terecht. Volgens mij is het heel goed dat, gegeven hoe het nu uitpakt ... U zegt het zelf ook terecht: er is nog tijd om aanpassingen te maken. Het zou pas op zijn vroegst in 2028 ingaan. Dus dat kan in het wetgevingstraject en het kan ook nog via het Belastingplan. Er is nog ruimte om ervoor te zorgen dat dingen die nu verkeerd in de wet zitten, worden gerepareerd. Ik vind het heel goed dat ze hier met een nieuwe ploeg, met een nieuwe staatssecretaris van Financiën, die het direct heeft opgepakt, en de minister van Financiën, naar gaan kijken en dat ze alle zorgen, die eerder ook door u en andere partijen zijn geuit, daarin meenemen.
De heer Eerdmans (JA21):
Ik wil hier toch even opkomen voor collega Vermeer. Er was heel veel ophef voor nodig, tot aan de prins van Oranje aan toe, zeg ik maar, om dat onzalige verhaal van box 3 van tafel te krijgen. We zijn er onderaan de streep blij mee dat het nu wordt herzien, maar het was wel wekenlang, ook door mijn collega Hoogeveen, sleuren en trekken zonder resultaat, tot een amendement om dat niet te doen aan toe, wat nu wordt ingewilligd, denk ik. Als je mensen wilt wegjagen en ondernemers angst wilt aanjagen rond het fiscaal klimaat, dan was de box 3-wet wel echt een voltreffer. Dus ik ben blij dat dat nu van tafel is. We gaan er met elkaar naar kijken, denk ik, om dat beter te doen.
Collega Brekelmans had het over het investeringsklimaat. Dan pak je gewoon de doorrekening erbij, wat goed is. Het kabinet heeft laten zien wat er gebeurt met de cijfers en dan zie je die tabel op bladzijde 10, waar onderaan de streep — ik maak het toch heel even af, voorzitter — netto 5,5 miljard lastenverzwaring staat. We hoorden allemaal mooie verhalen, ook van de voormalige leider van de VVD, over dat er van alles gaat veranderen ten gunste van ondernemers en burgers. Echter, er komen gewoon lastenverzwaringen aan: onderaan de streep 1,7 miljard voor bedrijven en 3,8 miljard voor gezinnen. Dat is geld. Dat is veel geld. Mijn vraag is: wat gaat er nou omlaag voor de mensen? Ik geloof dat we het niet moeten hebben over: we hebben niks met de schenk- en erfbelasting gedaan, want dat is zo fijn. Nee, we willen graag dat de lasten omlaaggaan in Nederland. Wat heeft de VVD nou gedaan in dit akkoord aan die lastenverlichtingen voor mensen?
De heer Brekelmans (VVD):
Volgens mij zijn er een heleboel belangrijke zekerheden, bijvoorbeeld als het gaat om bedrijven. Die zekerheden hebben we in stand gehouden. In het verleden werd heel makkelijk gezegd: we hebben extra geld voor iets nodig, dus laten we het vpb-tarief verhogen. Dat doet dit kabinet niet. Voor een heleboel andere lasten van bedrijven, zoals hoge energielasten, zijn middelen vrijgemaakt, zodat die voor bedrijven niet omhooggaan. Zo zijn er talloze zekerheden die bedrijven nodig hebben om te investeren, in stand gehouden.
Natuurlijk is het zo dat er aan de ene kant wordt bezuinigd. Er vinden hervormingen plaats en er vinden bepaalde belastingverhogingen plaats, maar we hebben heel duidelijk ook rekening gehouden met het feit dat we willen, zoals ik net zei, dat bedrijven hier in Nederland blijven en dat ze die investeringen in Nederland doen. Onderaan de streep — dat zie je ook in de cijfers — gaat uiteindelijk de werkgelegenheid omhoog, zorgen we ervoor dat bedrijven hier in Nederland blijven en moeten we ook al die andere dingen doen die in het regeerakkoord zitten en die ook voor bedrijven van belang zijn. We moeten namelijk werken aan netcongestie, Nederland van het stikstofslot halen en ervoor zorgen dat regels worden geschrapt. Ook dat zullen we allemaal moeten doen en ik zie ook dat dat allemaal in het regeerakkoord staat.
De voorzitter:
De heer Eerdmans, dan mevrouw Bikker, dan de heer Klaver en dan de heer Dassen. De heer Eerdmans.
De heer Eerdmans (JA21):
Dat is oké. Maar je moet niet zeggen dat de lasten gaan dalen als je ook zegt dat we gelukkig hebben kunnen voorkomen dat de erf- en schenkbelasting door D66 of door wie dan ook wordt verhoogd en dat we anders nog hogere benzineaccijns zouden krijgen. Ik zou graag willen weten dat het dankzij de VVD ergens omlaaggaat. Op de vraag waar dat is gebeurd, kan ik het antwoord geven, want dat is bij één ding, namelijk de benzineaccijns. Die wordt door jullie een jaar uitgesteld. Dat is oké, maar vanaf '27 komt die dus bij die 5,5 miljard nettolastenverzwaring. Daar maakt JA21 zich gewoon zorgen over, want daar staat helemaal niks tegenover. Dat is gewoon pijnlijk, want die krabbels voor energieverrekening en compensatie zijn bij elkaar hooguit een miljard. Dus ja, daar laten jullie echt even zien dat de VVD geen voet bij stuk heeft gehouden. De VVD heeft geen voet bij stuk gehouden als het gaat om de lastendalingen voor de gewone mensen en de bedrijven.
De heer Brekelmans (VVD):
Ik ga niet zeggen dat als we met elkaar grote hervormingen moeten doorvoeren, dit voor een deel met belastingverhogingen moet. Voor een groot deel zijn het inderdaad hervormingen en bezuinigingen, maar ik gaf dus ook aan dat het in het verleden, ook nog niet zo heel lang geleden, een reflex was om het merendeel van de rekening bij bedrijven neer te leggen. Dat doen we heel duidelijk niet. Er is heel goed gekeken naar welke bedrijven hier het meeste last van hebben. Bedrijven in de industrie hebben te maken met veel hogere energiekosten dan in andere landen. De heer Eerdmans kan dan zeggen "het is maar een miljard", maar het zijn wel precies de bedrijven waarvoor het essentieel is dat dat geld daarnaartoe gaat.
We zorgen er uiteindelijk voor dat onder de streep het investeringsklimaat dusdanig is dat in Nederland ook de werkgelegenheid toeneemt, dat er sprake is van economische groei en dat de werkloosheid omlaaggaat. Dat zijn allemaal hele belangrijke zaken. We hebben dat met elkaar voor elkaar weten te krijgen en ik zei net ook al dat het kabinet voor een heleboel dingen, netcongestie, stikstof, infrastructuur en allerlei andere zaken, extra investeringen doet. En dat komt direct ten goede aan de bedrijven die in Nederland willen kunnen investeren.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Eerdmans (JA21):
Dat ontken ik niet, want er wordt inderdaad geïnvesteerd en er is ook economische groei. Maar heel eerlijk, als je je handje ophoudt, dan blijft er minder over, waardoor we ten opzichte van het basispad in koopkracht omlaaggaan. En dat is juist wat ik "de kruimels" noem. De VVD beroept zich daarop en zegt: dan valt het allemaal toch wel mee. Nee! Onder de streep is dat echt een grote aanslag. Ik heb het dan dus niet alleen over de bedrijven, maar ook over Jan met de pet, de gewone man, want die moet uiteindelijk gaan betalen. Alleen al wat hij moet gaan betalen voor benzine, vind ik een van de grootste bedreigingen, want benzine gaat straks per liter gewoon €0,20 omhoog. En dat is dus echt al vanaf 2027, over een jaar. Ik hoop dat de VVD daar met JA21 tegen ten strijde gaat trekken, voor de portemonnee van al die mensen.
De heer Brekelmans (VVD):
De heer Eerdmans haalt nu een aantal dingen door elkaar. In zijn betoog noemt hij verschillende dingen, bijvoorbeeld de koopkracht. Maar we zien dat de koopkracht van alle gezinnen, weliswaar beperkt, omhooggaat. De economische indicatoren laten zien hoe de bedrijvigheid in Nederland zich ontwikkelt en de seinen staan daar uiteindelijk allemaal op groen. Maar u mag er natuurlijk op rekenen dat u de VVD aan uw zijde vindt — we zullen daarbij zelfs vooraan staan — als er gekeken moet worden wat dit alles voor bedrijven betekent. We willen ervoor zorgen dat het er onder de streep voor zorgt dat bedrijven meer kunnen ondernemen, meer kunnen investeren en voor Nederland kiezen in plaats van voor andere landen. Als je naar het hele regeerakkoord kijkt, is het onder de streep positief, maar wij zullen ons er iedere dag voor inzetten dat dat zo blijft en zo mogelijk nog beter wordt.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Even terug naar box 3. Het debat daarover is pas gevoerd in de Kamer. De Kamer kreeg in die debatten steeds twee belangrijke argumenten te horen tegen de verbetervoorstellen, voorstellen die vervolgens zijn weggestemd. De ene was "het is ontzettend belangrijk dat er op 15 maart een stabiele wet is", want daardoor zou er duidelijk zijn voor de sector. Het andere was budgetneutraliteit. De wet is aangenomen. Het protest is groot. De zorgen zijn groot bij heel veel mensen in Nederland. En de minister komt nu met de aankondiging dat het toch anders moet. Hoe kijkt de VVD naar die argumenten, namelijk de datum en de budgetneutraliteit? Hoe kijkt zij verder terug op wat er de afgelopen tijd is gebeurd en de plotselinge uitlatingen van de minister van Financiën?
De heer Brekelmans (VVD):
Het wetstraject is zo dat het nog naar de Eerste Kamer moet en de geluiden in de Eerste Kamer zijn natuurlijk vrij kritisch. Het is dus maar de vraag of het überhaupt een meerderheid zou halen als je het op deze manier naar de Eerste Kamer zou brengen. Ik denk dat we daar niet doof voor moeten zijn. Ten tweede kunnen een aantal reparaties ook nog via het Belastingplan of op andere momenten worden verwerkt. Ik denk dus dat het heel goed is dat de nieuwe staatssecretaris en de minister van Financiën, eigenlijk het kabinet, hebben gezegd dit direct op te pakken en niet te laten liggen. Er is namelijk wel degelijk urgentie. Het is niet makkelijk. Het is niet zo dat er nu hele eenvoudige oplossingen voorhanden zijn; dat zal ik absoluut niet pretenderen. Er is nog tijd. Het gaat namelijk in 2028 in en het kan bijvoorbeeld ook via het Belastingplan. Ik denk dat het heel goed is dat we de staatssecretaris en de minister aan het werk laten gaan om te kijken welke aanpassingen er mogelijk zijn en wat alle consequenties daarvan zijn. Hoe zorgen we gericht voor de mensen voor wie het oneerlijk uitpakt of bijvoorbeeld voor mensen die in bedrijven investeren? Dat zijn echt niet de grote investeerders. Dat zijn gewoon mensen die hun investeringen en bezit niet in een start-up, maar in een gewoon bedrijf hebben zitten. We moeten goed kijken hoe het voor hen uitpakt. Ik zou zeggen: laten we het kabinet daar ook de ruimte voor geven.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Volgens mij moet je dat juist doen tijdens de wetsbehandeling in de Tweede Kamer en niet op de valreep repareren voordat je iets naar de Eerste Kamer stuurt. Daar hebben we op een ander dossier ook al wat mindere ervaringen mee, zeg ik in alle vriendelijkheid en rust. Ik heb toch ook nog iets anders. De minister van Financiën zegt dit zonder daar een dekking bij te leveren. Hoe denkt de VVD dat dit betaald gaat worden? Wordt de hypotheekrenteaftrek dan opeens wel gebruikt of zijn er andere voorstellen? Op welke manier denkt de VVD deze verbetering te bekostigen? Wat vindt mijn collega van de VVD ervan dat de minister van Financiën nu opeens veranderingen aankondigt zonder daar een dekking bij te leveren?
De heer Brekelmans (VVD):
Wat ik de minister van Financiën en volgens mij ook de staatssecretaris heb horen zeggen, is het volgende: "We gaan er nog naar kijken. We gaan terug naar de tekentafel. We houden alle elementen die in die wet zitten tegen het licht. We kijken hoe die uitpakken. We kijken wat voor aanpassingen er nog mogelijk zijn en ook wat daarvan de financiële consequenties zijn." Ik heb zelf nog geen concrete voorstellen vanuit het kabinet gehoord. Volgens mij hebben ze gezegd er opnieuw naar te gaan kijken, en niet meer dan dat. Volgens mij is dit dus ook niet het moment om er zo concreet over te spreken, maar moeten we de staatssecretaris en de minister eerst de ruimte geven om nog eens kritisch naar die wet te kijken, te kijken welke aanpassingen er mogelijk zijn, wat dat dan betekent en wat daar de financiële consequenties van zijn. Vervolgens moeten we daar dan weer met elkaar het debat over hebben.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik haal hier al wel een belangrijke les uit, namelijk dat je, als je begint met budgetneutraliteit in plaats van met een visie op hoe iets er op de lange termijn uit moet zien, soms wetten in een korset gooit die een misvormt resultaat hebben. Dan kan je daarna wel weer gaan repareren, maar de gevolgen voor de samenleving zijn groot. Ik zie nu op allerlei terreinen dat het kabinet doorbraken wil. Die wil ik ook. Ik ben van de generatie politici die voor de lange termijn dingen voor elkaar wil krijgen. Dat hoeft niet allemaal volgende week, maar wel met een stukje power. Het gaat erom dat je de dingen die je voorstelt, ook daadwerkelijk gaat realiseren. Als we beginnen bij budgetneutraliteit maar geen visie hebben op hoe het uiteindelijk het beste kan gaan werken, dan krijgen we telkens de geitenpaadjes en de tussenoplossingen waar we zo graag vanaf wilden. Wat mij betreft is box 3 het laatste voorbeeld van hoe het niet moet en is het juist bij al die andere dingen die het kabinet nu voorstelt, zo belangrijk dat we niet zomaar beginnen. Natuurlijk, die rekening moet betaald worden. Mijn doorrekening klopt ook altijd, want ik hou er niet van dat de staatsschuld oploopt; dat gaan we niet doen. Maar het je moet wel eerst een goede visie hebben en dan pas de plannen maken, in plaats van andersom.
De heer Brekelmans (VVD):
Als je naar het regeerakkoord kijkt, zie je volgens mij dat dat ook gebeurt. Er ligt volgens mij een heel duidelijke visie op hele belangrijke thema's. Daar zit ook een financiële onderbouwing bij. Het kabinet zorgt er ook voor dat de overheidsfinanciën op orde zijn. Volgens mij is dat ontzettend belangrijk. In zo'n wetsbehandeling kunnen er natuurlijk terechte zorgen worden aangekaart en amendementen worden ingediend, maar ik vind wel dat we met elkaar echt de spelregel moeten vasthouden dat we pas amendementen aannemen als er een dekking tegenover staat. Volgens mij moeten we ook niet willen dat bij die wetsbehandeling was gezegd: we dienen amendementen in, daarbij gaat het om miljarden en we zien wel wanneer het kabinet het een keer oplost. Op die manier moeten we niet met elkaar willen omgaan, maar dat zegt u ook niet. Die wetsbehandeling was natuurlijk aan het einde van een kabinetsperiode. Ik kan me voorstellen dat er toen bepaalde dingen werden gezegd in de trant van: dat is aan een volgend kabinet. Volgens mij is het nu aan dit kabinet om te kijken hoe het deze wet gaat repareren, hoe het daarmee omgaat. Ik wacht af met welke voorstellen het kabinet daarvoor komt. Ik ga ervan uit dat daar dan een deugdelijke financiële onderbouwing onder zit. Ik weet zeker dat ik daar bij beide bewindspersonen op kan rekenen.
De heer Vermeer (BBB):
Mevrouw Bikker gebruikt wel heel vriendelijke woorden voor wat hier feitelijk gebeurt. Ik ben er echt pislink over. Er wordt hier steeds gedaan alsof het gaat om een uitgestoken hand, maar dit is gewoon een dikke middelvinger naar de Kamer. Toen wij namelijk drie weken geleden die amendementen indienden, was de dekking opeens relevant. We zijn nog geen drie weken verder en er wordt door het kabinet gewoon even gezegd: we gaan dat aanpassen en we gaan dat terugdraaien. Er wordt geen woord, geen letter gezegd over welke dekking dan ook. Dit is gewoon schandalig! Als u als minderheidskabinet en als minderheidscoalitie samen zaken wil doen met deze Kamer, dan heeft u haar ook te respecteren. Dan moet u niet op deze manier dit bommetje droppen, terwijl wij hier het debat voeren. Wat vindt de heer Brekelmans daarvan? Kan hij daar als fractievoorzitter eens even op reflecteren, zonder dat hij nadenkt over de consequenties voor zijn eigen kabinet?
De heer Brekelmans (VVD):
Laten we nou niet pislink zijn op elkaar. Ik zou 'm willen omdraaien. U heeft terechte punten gemaakt tijdens de wetsbehandeling. Op dat moment moest het kabinet, gegeven de ruimte die het daarvoor had, aangeven: "We snappen de onderliggende zorg die daar zit echt wel. Alleen, er is geen dekking voor, dus we moeten dit amendement ontraden." Al die kritiek gehoord hebbende, zegt een nieuw kabinet nu maar één ding, namelijk: we gaan nog eens een keer naar die wet kijken. Er is nog niet vooruitgelopen op concrete maatregelen, maar het zegt alleen: we hebben de eerdere kritiek vanuit de Kamer gehoord, we horen een heleboel signalen vanuit de samenleving en we zien dat er ook kritiek op is vanuit de Eerste Kamer. Dan zeggen twee bewindspersonen, die dat allemaal gehoord hebben, en ook de eerdere kritiek van BBB en JA21, waarvoor alle credits, dat ze het serieus nemen. Ik zou tegen de heer Vermeer zeggen dat dat wel echt een uitgestoken hand is, ook als dat niet zo overkomt, in de zin van: laten we proberen dit samen op te lossen. Het moet allemaal ordentelijk geregeld worden hoe dat er dan precies uit komt te zien en welke dekking daar dan tegenover staat. Daarom ga ik nu niet heel goedkoop zeggen: dit elementje uit de wet draaien we terug. Ik vind dat het kabinet namelijk met een weloverwogen voorstel moet komen, dat gedekt is en ook niet verkeerd uitpakt voor mensen voor wie dat heel zwaar zou uitpakken. Ik zou zeggen: geef de bewindspersonen daar even de ruimte voor en dan komen we daar later over te spreken.
De heer Vermeer (BBB):
Ik vind dit heel ingewikkeld. Volgens deze redenatie hadden we namelijk beter het kabinet nog drie weken uit kunnen stellen, want dan was er waarschijnlijk weer ergens een paar miljard gevonden om dit op te lossen. Ik vind dat echt ongekend, omdat het niet alleen om dekking ging, maar zelfs om allerlei uitvoeringsredenen en partners, zoals de banken en zo, waardoor wij steeds te horen hebben gekregen: het kan niet op een andere manier, want we moeten nu een besluit nemen. Ik vind dat er dan echt een loopje met ons wordt genomen. Ik hoop dat dit het laatste voorbeeld is dat we hier de komende jaren, of twee jaar, gaan behandelen.
De heer Brekelmans (VVD):
Nogmaals, die ingewikkeldheden en bezwaren, of het nou gaat om uitvoering door de Belastingdienst of door de banken, zijn niet in één keer weg. Die ingewikkeldheden zijn er nog steeds. Vandaar dat ik nu ook niet net doe alsof ik een heel simpel voorstel heb dat alles oplost. Het enige wat ik het kabinet heb horen zeggen, is: wij zijn niet doof voor de eerdere kritiek en ook niet voor de kritiek van de afgelopen weken; wij zijn bereid om daar als nieuw kabinet, met nieuwe bewindspersonen, nog een keer naar te kijken. Alle zaken die dit zo ingewikkeld maken, waaronder de kwestie of de Belastingdienst en de banken het kunnen uitvoeren, zijn natuurlijk niet weg. Daarom kom ik hier niet met een hele simpele oplossing waardoor mensen denken: die Brekelmans van de VVD heeft nu in één keer de waarheid in pacht. Het is nu aan het kabinet om het uit te werken en om met een goed voorstel te komen dat ook uitvoerbaar is. Dan gaan wij daar vervolgens met elkaar het debat over aan.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik heb het gevoel dat de nieuwe fractievoorzitter van de VVD zijn oude baan mist. Dat denk ik in ieder geval na het horen van het eerste deel van zijn betoog. Het was een gloedvol betoog over het belang van defensie. Ik heb er met veel plezier naar geluisterd. Mijn vraag is de volgende. Ik snap heel goed dat de VVD wil investeren in defensie; dat willen wij ook. Waarom wordt de rekening zo eenzijdig neergelegd bij al die mensen die dit land draaiende houden, bij de middenklasse?
De heer Brekelmans (VVD):
De rekening wordt daar niet eenzijdig neergelegd. Als je kijkt naar de koopkracht van mensen — ik heb het over verschillende gezinnen en verschillende inkomenscategorieën — zie je dat iedereen er, weliswaar licht, op vooruitgaat. Er zijn een heleboel dingen ter tafel geweest. Denk aan de zekerheid die mensen hebben als het gaat om een eigen woning of aan autorijden. Dat zijn dingen die direct de middenklasse zouden raken, maar niet zijn gebeurd. Aan de ene kant heb je hervormingen, maar er zijn ook extra belastingverhogingen nodig. U zult begrijpen dat ik daar als VVD'er, in welke functie dan ook, nooit blij van word, maar die zijn er ook onderdeel van. Op een of andere manier zal de totaalrekening namelijk toch betaald moeten worden. Ik vind niet dat we kunnen zeggen: we gaan de uitgaven voor defensie verhogen en we leggen de rekening neer bij onze kinderen en kleinkinderen. Dat daarbij helaas ook hoort dat er naast hervormingen ook wat belastingverhogingen nodig zijn, is de realiteit.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Die kinderen en kleinkinderen betalen nu de rekening. Het zijn die mensen die nu de rekening betalen. Net was het de heer Brekelmans die heel trots zei dat hij ontzettend blij was dat nu bijvoorbeeld niet de belasting op wind of de belastingen op vermogen omhooggaan. Daar was u allemaal heel trots op. U was heel blij dat die zaken waren tegengehouden. Maar de consequentie daarvan is dat het geld alleen maar wordt opgehaald bij werkende mensen in dit land, bij mensen die zorg moeten gebruiken en nu een hogere eigen bijdrage of een hoger eigen risico moeten betalen voor de zorg, bij mensen die als ze ouder zijn nog langer moeten doorwerken omdat de AOW-leeftijd wordt verhoogd. Dit wordt dus alleen maar opgehaald bij gewone mensen in dit land, bij die middenklasse, die de ruggengraat is van onze samenleving. Ik vraag de heer Brekelmans hetzelfde wat ik de heer Paternotte vroeg: is hij bereid om te kijken naar een andere verdeling, naar een manier waarop we misschien iets meer kunnen belasten op vermogen of op winsten van grote bedrijven, zodat het wat eerlijker verdeeld wordt?
De heer Brekelmans (VVD):
Als je kijkt naar de maatregelen die te maken hebben met de inkomstenbelasting, dan zie je dat mensen die meer verdienen, die in de hoogste schijf zitten, meer betalen. Het beeld dat we dat helemaal niet zouden doen, klopt dus niet. Ik was het volledig eens met wat de heer Paternotte hierover zei. We moeten echt oppassen dat we niet de rekening bij bedrijven neerleggen, en dat die vervolgens zeggen: dan gaan we weg uit Nederland. Dat punt is, ook door belastingverhogingen in het verleden, voor een heleboel bedrijven wel bereikt. Dat zou iedere werknemer van die bedrijven raken. Vervolgens zou dat ook alle toeleveranciers raken, net als alle werkgelegenheid daaromheen. Ik sta volledig achter het feit dat het kabinet heeft gezegd dat de economie de motor is van onze veiligheid, dat die ervoor zorgt dat we de sociale voorzieningen, maar ook het onderwijs en noem maar op, in stand kunnen houden, en dat we er dus voor moeten zorgen dat we de rekening zo verdelen dat bedrijven niet uit Nederland weggaan.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Mensen zijn de motor die dit land draaiende houden. Zij zorgen ervoor dat wij hier vooruitkomen. Ik vind het echt onbegrijpelijk dat dit kabinet de rekening eenzijdig daar neerlegt en doet alsof de hoogste inkomens met de plannen van dit kabinet meer betalen. Dat is gewoon niet waar. Dat is onjuist. Het zou goed zijn als we ons gewoon bij de feiten houden. De vormgeving van de maatregelen zorgt ervoor dat juist die middenklasse het hardste wordt geraakt. Het klopt dat ook de lagere inkomens worden geraakt, maar daar gaat vast nog wel íéts voor geregeld worden in de marge. Maar juist de mensen die overal net buiten vallen, die net te veel verdienen voor een toeslag en die net te veel verdienen voor een armoederegeling, laat dit kabinet de rekening betalen. Ik had gehoopt dat de heer Brekelmans zou zeggen: dat is gewoon niet goed gegaan; het is een fout die we gaan herstellen. In plaats daarvan zegt hij: "Nee, ik sta achter de keuzes van dit kabinet. Het is goed dat bedrijven niet meer belasting hoeven te betalen. Het is goed dat we niet meer belasting uit vermogen halen." Gewone mensen in dit land kunnen niet dreigen met het verlaten van dit land. Zij mogen dus lekker de rekening betalen. Het is helder waar de VVD staat.
De heer Brekelmans (VVD):
Kijk naar alle maatregelen bij elkaar en naar de koopkracht van mensen. Je ziet dan de komende jaren bij iedereen, ongeacht of mensen nu veel of wat minder verdienen, een plus. Het is een klein plusje — dat zeg ik er eerlijk bij tegen de heer Klaver — maar het is wel een plus. Ik ben het er natuurlijk mee eens dat het de mensen binnen bedrijven zijn die samen de motor vormen van onze economie. Maar het is voor mensen het meest belangrijk om ervoor te zorgen dat werk en innovatie in Nederland plaatsvindt. Je wil niet dat bedrijven op het moment dat de belastingen weer worden verhoogd, zeggen dat ze die investeringen dan maar in het buitenland gaan doen, want dan gaan die banen dus naar het buitenland toe. Ik vind het dus ook heel goed dat dankzij dit kabinet het aantal banen toeneemt en de werkloosheid afneemt. We zorgen er ook voor dat we een heleboel dingen die voor mensen zekerheden zijn in het leven — denk aan een eigen huis of aan de kosten van autorijden — stabiel en in stand houden. Als je dan vraagt, gelet op alles waar we voor staan, of in de plannen die voorliggen het juiste evenwicht zit, dan zou mijn antwoord "ja" zijn.
De heer Dassen (Volt):
De nieuwe fractievoorzitter van de VVD heeft het in zijn hele betoog tot op heden nog niet gehad over "de hardwerkende Nederlander". Ik begrijp dat wel. Je ziet namelijk dat de lasten van de hardwerkende Nederlander op dit moment met 8 miljard verzwaard worden. Dat is nogal een bedrag. De heer Brekelmans staat hier nu ook vrolijk in de beantwoording richting de heer Klaver aan te geven dat dit allemaal niet zo erg is. Maar als je het hebt over maatschappelijke weerbaarheid, dan moet het ook gaan over de vraag waar je de rekening neerlegt. Is de heer Brekelmans dan van mening dat we 8 miljard aan rekeningen bij die hardwerkende Nederlander moeten neerleggen?
De heer Brekelmans (VVD):
Ik denk toch dat de heer Dassen niet helemaal goed naar mij geluisterd heeft. Ik ben begonnen bij Defensie. Als ik iemand nou een hardwerkende Nederlander zou willen noemen, dan zijn het wel militairen. Ik heb het vervolgens gehad over de politie. Als iemand een hardwerkende Nederlander is, dan is het wel de politie. Daarna heb ik het gehad over ondernemers. Als iemand een hardwerkende Nederlander is, dan zijn zij het wel. Ik ben geëindigd met zzp'ers, die ook hardwerkende Nederlanders zijn. Dat beeld klopt dus niet. Ik heb eerder aangegeven dat iedereen een steentje moet bijdragen. De opgave die er ligt, met alle stijgende kosten die er zijn en die onhoudbaar zijn, is verdeeld. Maar uiteindelijk zie je onder de streep dat de werkgelegenheid toeneemt, dat de economie groeit en dat iedereen er in koopkracht op vooruitgaat. Dan zeg ik dat onder de streep de balans die hier gevonden is voor de hardwerkende Nederlander, als u het net als ik graag zo wil noemen, positief is.
De heer Dassen (Volt):
Ik denk dat die niet heel positief is. Je ziet dat door de maatregelen van dit kabinet de koopkracht van veel mensen er juist op achteruitgaat. Dan is de vraag: ja oké, we hebben ook arbeidstekorten; hoe zorg je er nou voor dat mensen meer gaan werken? Dat doe je juist door te zorgen dat de belasting op arbeid ook omlaaggaat. De rekening wordt nu juist bij arbeid gelegd en niet bij vermogen. Als we mensen willen laten werken, zou het dan niet verstandig zijn om ervoor te zorgen dat we de vermogens in Nederland zwaarder gaan belasten? Denk aan de schenk- en erfbelasting, de vermogensbelasting en eventueel de hypotheekrenteaftrek.
De heer Brekelmans (VVD):
Ik denk dat u het antwoord al weet, meneer Dassen. Ik denk dat gegeven alles wat er gebeurt rondom woningen en ook gegeven het beperkte aantal woningen, het voor mensen heel moeilijk is om een woning te vinden. Zeker voor mensen die net een hypotheek hebben afgesloten, is het vaak kantje boord. Het is heel goed dat dit kabinet voor de komende jaren zekerheid geeft voor alles rond het eigen huis. Er zijn heel veel mensen die reizen met de trein. Er zijn ook heel veel mensen die die mogelijkheid niet hebben. Die reizen met de auto en dat brengt veel kosten met zich mee. Dit kabinet heeft gezegd: wij zorgen ervoor dat de kosten van autorijden stabiel zijn of dat er een zekerheid blijft. Volgens mij zijn er een heleboel dingen die ervoor zorgen dat mensen wel die zekerheid hebben. Uiteindelijk moeten we met z'n allen ervoor zorgen dat het totaal in balans is en dat dat sluit. Ik vind het heel goed dat het kabinet heeft gezegd: nee, we schuiven die rekening niet door naar volgende generaties; we zorgen ervoor dat het sluitend is, zodat als er iets gebeurt in de wereld wat een grote schok teweegbrengt — daar hebben we het net over gehad — we een buffer hebben om dat op te vangen.
De voorzitter:
De heer Dassen, tot slot.
De heer Dassen (Volt):
Tot slot. Ik heb hier met de heer Paternotte het debat over geprobeerd te voeren en probeer dat nu ook met de heer Brekelmans. Het is heel moeilijk om te kijken of hier ergens ruimte zit. Ik denk dat veel oppositiepartijen aangeven: hier zit een zorg; die vrijheidsbijdrage, de belasting voor middeninkomens is gewoon te hoog. Ik proefde bij de heer Paternotte niet echt ruimte en ik proef bij de heer Brekelmans niet echt ruimte. Ik vraag me dan het volgende af. Waar is de uitgestoken hand van deze coalitie? Waar zit dadelijk de ruimte? Of is die er eigenlijk niet? Ik wil die vraag aan de heer Brekelmans stellen: is hier ruimte? Of zegt de heer Brekelmans eigenlijk: nou, ik vind het wel prima als het zo is, dit is wat wij met de VVD uitonderhandeld hebben en hier gaan we ons aan houden?
De heer Brekelmans (VVD):
Vandaag staan we hier voor het debat over de regeringsverklaring. Er is een regeerakkoord waar wekenlang — ik wilde zeggen "maandenlang", maar het is gelukkig heel snel gegaan — over onderhandeld is. Volgens mij op een heleboel terreinen is de conclusie uit dit debat dat dit kabinet en deze ministers daarmee aan de slag gaan en dat ze verder gaan werken aan de uitwerking. In sommige gevallen gebeurt dat met sociale partners en in andere gevallen is daar nog geen meerderheid voor, dus zal er een meerderheid moeten worden gevonden. Natuurlijk zullen we in die uitwerking nog over een heleboel dingen te spreken komen met elkaar. Als u nu aan mij vraagt wat ik vind van wat er nu ligt, dan vind ik natuurlijk dat de balans die er nu in zit, ook als je kijkt wat dat onderaan de streep voor mensen betekent, goed is. Maar dat betekent niet dat er in de nadere uitwerking van een aantal van de maatregelen niet met de VVD of met mij te praten valt. We zullen ervoor moeten zorgen dat er in beide Kamers een meerderheid voor is. We zullen ervoor moeten zorgen dat dingen waar nog veel onduidelijk over is, in de uitwerking nader worden uitgewerkt. Daar zullen wij ook de komende tijd in gaan samenwerken, meneer Dassen.
De heer Jimmy Dijk (SP):
De VVD en de SP hebben de afgelopen jaren een wezenlijk verschil van mening gehad over de Trumpnorm, de NAVO-norm, over hoe daartegen aan te kijken. U verkondigde: daarvoor zal bezuinigd moeten worden op sociale zaken, op zorg en op AOW en pensioenen. De SP waarschuwde: het zal ten koste gaan van zorg, van sociale zekerheid en van AOW en pensioenen. Maar ik kan het u niet verwijten, want u bent er altijd eerlijk over geweest. Ik heb een vraag gekregen van een wijkverpleegkundige. Die zegt: "Steunkousen aantrekken, hulp bij dementie, het verschonen van wonden en ook een oogje in het zeil houden, dat is wat ik nu aan het doen ben voor zieke ouderen. Mensen verwaarlozen en vereenzamen nu al vaak thuis zonder dat iemand het in de gaten heeft en daardoor komen mensen in het ziekenhuis terecht." De vraag van deze wijkverpleegkundige aan mij was — ik stel 'm u graag: hoe gaan bezuinigingen op de wijkverpleging ervoor zorgen dat de deze problemen opgelost worden?
De heer Brekelmans (VVD):
We zijn het met elkaar eens dat we ervoor moeten zorgen dat de zorg in Nederland, of het nou wijkverpleging is of welke zorg dan ook, toegankelijk blijft voor mensen die die zorg nodig hebben. Als ik kijk naar hoe de zorg zich ontwikkelt, dan baart mij dat veel zorgen. Dat zult u met mij eens zijn. We zien dat de kosten echt enorm snel toenemen en dat — de cijfers werden ook al door de heer Paternotte genoemd — nu een op de zes mensen in de zorg werkt, maar dat dat als we niks doen richting een op de vier gaat. Als dat de komende jaren, tien, vijftien jaar, zo doorgaat, is dat niet houdbaar. Dus even los van alle investeringen in defensie, waar ik natuurlijk hartgrondig voor sta, vind ik dat we sowieso heel kritisch moeten kijken naar hoe we ervoor zorgen dat de zorg toegankelijk blijft voor mensen die die zorg nodig hebben, maar ook hoe we ervoor zorgen dat die betaalbaar blijft en dat we genoeg mensen hebben om die zorg uit te kunnen voeren. Het kabinet zal natuurlijk voor die verschillende onderdelen van de zorg — het voorbeeld dat u noemde, is er daar een van — gaan uitwerken hoe we hier invulling aan geven op een manier waarop we er aan de ene kant voor zorgen dat mensen die daadwerkelijk zorg nodig hebben daar toegang toe houden, maar er aan de andere kant ook voor zorgen dat het naar de toekomst houdbaar blijft.
De voorzitter:
De antwoorden mogen ook wat korter, meneer Brekelmans.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik heb net een kwartier zitten luisteren naar een bijdrage over Defensie. Ik stel één simpele vraag van een wijkverpleegkundige en er komt geen begin van een antwoord. Ik stelde u de vraag: wat lossen de bezuinigingen op de wijkverpleging op? Niets. Wat er gebeurt, is dat mensen uit zicht verdwijnen. En wat u ook nog doet — dat is uw verantwoordelijkheid, de verantwoordelijkheid van uw partij — is de huishoudelijke zorg zo goed als afschaffen. Oudere mensen, zieke oudere mensen, worden onzichtbaar, door u. Die komen in het ziekenhuis terecht. Dat zijn kosten, meneer Brekelmans, en persoonlijk leed, drama. Dus ik stel u opnieuw de vraag: wat lost het op om op de wijkverpleging te gaan bezuinigen? Waar wordt het beter voor de ouderen en de wijkverpleegkundigen die nu aan het werk zijn? Op welke manier lost dat een probleem op?
De heer Brekelmans (VVD):
Als je kijkt naar welke vorm van zorg ook, of het nou de wijkverpleegkundige is of een andere vorm van ouderenzorg, dan zie je dat de uitgaven de komende jaren gigantisch toenemen. Dat is ook belangrijk, want mensen worden ouder en hebben die zorg nodig. Het is belangrijk dat die voor de mensen die u noemt, juist voor hen, toegankelijk blijft. Alleen, we moeten kritisch kijken naar of en hoe dat geld wordt uitgegeven. Zijn het de mensen die echt die zorg nodig hebben die het krijgen of wordt er niet ook te veel tijd besteed aan mensen die daar misschien op een andere manier invulling aan kunnen geven? Kan het ook op een andere manier gefinancierd worden? Anders ben ik bang dat die kosten de komende jaren zo veel toenemen dat de mensen over wie u het hebt de toegang tot die zorg niet meer hebben of dat dan inderdaad niet een op de zes, maar een op de vier mensen zou moeten werken in de zorg, terwijl die mensen er niet zijn, en dat dan in plaats van twee keer in de week nog maar één keer in de week of zelfs één keer in de twee weken iemand langskomt. Dus het kabinet gaat nu met nog steeds stijgende budgetten, maar iets minder stijgend dan wanneer we niks zouden doen, kijken hoe we er met alle partijen in de zorg voor kunnen zorgen dat we daar afspraken over maken, een akkoord over kunnen sluiten, zodat de mensen die u noemt, die het echt nodig hebben, wel toegang blijven houden tot die zorg.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Alleen wereldvreemde mensen zeggen dat mensen nu zorg krijgen die ze misschien niet nodig hebben en dat we zo meteen alleen maar zorg gaan geven aan mensen die het écht nodig hebben. Zijn die zorgverleners dan nu voor Piet Snot mensen aan het wassen of wonden aan het schoonmaken? U blijft de vraag ontwijken. Als je investeert in huishoudelijke zorg en investeert in wijkverpleging, dan voorkomt dat dat mensen in het ziekenhuis terechtkomen met ergere klachten. Om een Engels spreekwoord te gebruiken: het is penny wise, pound foolish om te bezuinigen op de huishoudelijke zorg en om te bezuinigen op de wijkverpleging, om vervolgens hogere kosten te gaan maken in de ziekenhuizen. Het is zeer onverstandig. Het is menselijk leed. Ik blijf de vraag herhalen. Wat levert het op en waar wordt het er beter van in de zorg als uw partij op de wijkverpleging gaat bezuinigen? Op welke manier wordt het daar beter van voor degene die de zorg verleent en voor degene die de zorg nodig heeft?
De heer Brekelmans (VVD):
De heer Dijk schetst hier het beeld dat de zorg voor mensen die afhankelijk zijn van de huishoudelijke hulp, of van welke manier van zorg dan ook, niet door zou gaan of dat ik die zou willen stopzetten. Ik maak me net zo hard voor die mensen als dat de heer Dijk dat doet. Alleen zie ik, als ik kijk naar de kosten van de zorg, dat een bepaalde kostencategorie in sommige gevallen in een paar jaar tijd met 10 miljard is toegenomen. Dat is net zo veel als de grootste investering sinds decennia die we nu in defensie doen. In de zorg gebeurt dat gewoon zonder dat we iets doen. Nou kunnen we dat ten dele verklaren door vergrijzing. Er zijn andere redenen waarmee we dat kunnen verklaren, maar ik vraag me toch echt af of op dit moment iedere euro van het geld, van die bijna 100 miljard die we besteden aan de zorg, op de juiste manier besteed wordt. U heeft zelf het voorbeeld van zorgfraude genoemd. Ik ben het er zeer mee eens om dat heel kritisch aan te pakken; laten we daar ook samen naar kijken. Maar met de stijgende budgetten in de zorg, die als dat zo doorgaat gewoon onhoudbaar zijn, lijkt het mij heel verstandig dat dit kabinet nu kijkt hoe we ervoor gaan zorgen dat we zorg, of het nou de huishoudelijke hulp of een andere vorm van zorg is, toegankelijk houden voor de mensen die die zorg echt nodig hebben. U en ik zijn het er allebei over eens dat dat moet gebeuren.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik heb de VVD veel campagne horen voeren voor de harde werkers van Nederland. We trekken al langer samen op. Ik weet ook hoezeer de VVD zich altijd inzet voor al die gewone gezinnen en gewone middeninkomens. Daar zijn mooie teksten over te vinden, ook in dit coalitieakkoord. Maar dan pak ik de financiële plaat en de doorrekening. Daarin zie ik als uitkomst dat het juist de hoogste inkomensgroep is die er het meest op vooruitgaat. Hoe reflecteert de VVD op die uitkomst?
De heer Brekelmans (VVD):
Als je kijkt naar hoe het in zijn totaliteit uitpakt, dan zie je dat het voor iedere inkomenscategorie om een plusje gaat, maar wel een klein plusje. Het gaat echt over nul komma een paar procent. Er zitten héle lichte verschillen tussen de inkomensgroepen, maar je kunt zeggen dat het ongeveer hetzelfde is voor de verschillende inkomenscategorieën. Ik vind het heel goed dat er is gezegd dat we voor de mensen die het meest kwetsbaar zijn, mensen in armoede of chronisch zieken, specifieke gelden beschikbaar stellen, voor chronisch zieken 350 miljoen en voor mensen in armoede 150 miljoen, en dat we kijken wie dat nou echt nodig heeft, zodat we mensen die net onder de armoedegrens zakken daarmee kunnen helpen. De besteding van die middelen moet nog verder worden uitgewerkt; dat zit nog niet in deze cijfers. Volgens mij is het heel goed om ook het kabinet te vragen om dat de komende tijd verder uit te werken en dat we dan met elkaar bekijken of dat voldoende in balans is. Maar als ik het nu bekijk, dan zie ik dat iedereen, of je nou veel of weinig verdient, er licht op vooruitgaat en dat de verschillen tussen verschillende inkomenscategorieën echt minimaal zijn.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Het CPB zegt ook duidelijk: een aantal dingen kunnen we nu nog niet goed doorrekenen. Er moeten dus ook nog een heel aantal effecten bekend worden; dat geef ik meteen toe. Maar het eindbeeld is nou dat het de hoogste inkomensgroepen zijn die er het meest op vooruitgaan. We weten allemaal dat het voor de middeninkomens niet alleen gaat om hoeveel je verdient, om het koopkrachtplaatje. We weten allebei dat daar een heel verhaal onder zit. Het gaat om bestaanszekerheid. Weet je wanneer je inkomen krijgt? Weet je of je een betaalbaar huis kan vinden? Weet je als je je werk verliest of je een regeling hebt waardoor je ook weer snel aan de slag kan, ja dan nee? Dat maakt allemaal uit. We weten allebei dat the fear of falling een van de redenen is dat de politiek onstuimig is geraakt in de afgelopen jaren, omdat de middenklasse dat te vaak heeft meegemaakt. Dan moet het toch een ongewenste uitkomst zijn, ook in de ogen van de VVD, ook gezien die eerdere campagne, dat het de hoogste inkomensgroep is die er nu het meest op vooruitgaat? Ik heb telkens begrepen dat dit een openingsbod is. Dan is het toch alle reden om werk aan de winkel te maken en ervoor te zorgen dat de middenklasse erop vooruitgaat?
De heer Brekelmans (VVD):
Uiteraard, wij staan allebei voor de middenklasse. We staan voor de middengroepen die elke dag naar hun werk gaan en hard werken. Typisch geldt dat het hen het hardste raakt als bepaalde belastingen worden verhoogd of bepaalde uitgaven omhooggaan. Daarom heb ik natuurlijk direct heel kritisch gekeken hoe het voor iedereen uitpakt. Ik heb gekeken of de middenklasse, hoe je die ook definieert, in de plus zit. Ik denk dat het heel goed is dat voor alle inkomenscategorieën geldt dat er sprake is van een kleine plus. Hoe dat voor verschillende mensen uitwerkt, is natuurlijk heel verschillend. Dit kabinet geeft voor de kindregeling, dus de kinderbijslag en het kindgebonden budget samen, 600 miljoen extra uit. Dat zal mevrouw Bikker als fractievoorzitter van een gezinspartij heel positief vinden. Dat betekent dat een gezin met kinderen misschien wel meer in de plus zal zitten dan in die cijfers staat. Die nuance zit alleen natuurlijk niet in de cijfers die we nu van het CPB hebben. Het kabinet zegt nu een aantal regelingen, specifiek voor bijvoorbeeld mensen met een chronische ziekte of mensen in armoede, verder uit te werken en te kijken hoe dat voor verschillende groepen uitpakt. Het zegt in de rest van het jaar te kijken of dat nog steeds voldoende in balans is. Daar moeten we natuurlijk samen naar blijven kijken.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik zal zeker een motie indienen om de armoede omlaag te krijgen; dat is heel erg nodig. Tenminste, tenzij de toezeggingen fantastisch zijn, want dat kan morgen ook gewoon gebeuren. Mijn grote zorg zit 'm er alleen nu in dat we niet duidelijk de piketpalen slaan over wat de gevolgen mogen zijn voor de middenklasse van alle maatregelen die we nemen. We weten allebei dat als je de eigen bijdrages verhoogt, dat juist het hardste terechtkomt bij de middenklasse. Voor de laagste inkomensgroep zijn er namelijk vaak weer toeslagen en allerlei tegemoetkomingen. Zij voelen die rekening helemaal. We weten allebei dat als mensen in de WW belanden, de hoogste inkomens zich vaak veel beter hebben kunnen bijverzekeren en regelingen hebben kunnen treffen waardoor de val veel minder groot is. We weten ook dat de laagste inkomens dan vaak al dicht bij het bijstandsniveau zitten. Voor de middenklasse is die val het grootst. Er zitten dus allerlei maatregelen in dit coalitieakkoord die juist grote gevolgen hebben voor mensen die op dit moment keihard werken en die de ruggengraat zijn van ons land. Ik zou dan hopen op een stevigere uitspraak van de VVD, in dit debat al. Als we nu verdergaan, moet de middenklasse er in de volgende ronde niet het minst op vooruitgaan. De hogere inkomens gaan er nu het meest op vooruit. Dat moet weer in balans komen. Dus: sta op voor de middenklasse.
De heer Brekelmans (VVD):
Mevrouw Bikker hoeft zich echt geen seconde ... Ik sta fier voor de middenklasse. Dat is het hele punt niet. Met een heleboel van wat u zegt, mevrouw Bikker, ben ik het honderd procent eens. Die maatregelen worden verder uitgewerkt. We zullen moeten kijken hoe dat voor de middenklasse uitpakt. De middenklasse is een heel breed begrip. Ik had het net over gezinnen met kinderen, maar het gaat ook om ondernemers. Het gaat om mensen, jong en oud. Voor verschillende gezinnen in de middenklasse kan het ook anders uitpakken. Maar we moeten er inderdaad voor zorgen dat de middenklasse en gezinnen er niet op achteruitgaan. Het moet in balans zijn. Als er plusjes zijn, moeten die ook op een eerlijke manier verdeeld zijn. Ik ben het er honderd procent mee eens dat de middenklasse daarin vaak vergeten wordt, omdat we ons richten op de lagere inkomens. Daarom noemde ik net het feit dat we de hypotheekrente niet aanpassen en het feit dat we ervoor zorgen dat autobezit en autorijden in stand blijft. Dat zijn allemaal dingen die in brede zin de middenklasse raken.
Het enige waar ik het niet mee eens ben, is het beeld dat de middenklasse nu harder wordt geraakt of het negatiever heeft dan andere. Dat zei mevrouw Bikker op het eind. In de koopkrachtplaatjes gaat de middenklasse er namelijk op vooruit; er is een plus voor de middenklasse. De verschillen met de wat hogere en lagere inkomens zijn echt heel miniem. Maar ik ben het helemaal met mevrouw Bikker eens dat we daar in de uitwerking van de maatregelen, als we in meer detail gaan kijken naar specifieke groepen in de middenklasse, volop aandacht voor moeten houden. Daar zullen we samen volop voor staan.
De heer Van Baarle (DENK):
Over die CPB-doorrekening. Wat staat er bij de laagste inkomstencategorie, dus de laagste 20%, met tot 107% wml, voor getal over de koopkrachtontwikkeling?
De heer Brekelmans (VVD):
+0,2, zeg ik uit mijn hoofd.
De heer Van Baarle (DENK):
Nee, er staat 0,0. De heer Brekelmans zegt nu een stuk of dertien keer dat iedereen erop vooruitgaat. Maar bij de laagste inkomenscategorie staat gewoon een dikke nul. Dan heb je het over de schoonmakers en de mensen die in de logistiek werken: de mensen met de allerlaagste inkomens in Nederland. Wat hij hier zegt, klópt toch niet?
De heer Brekelmans (VVD):
Ik heb daarbij ook aangegeven dat mensen — dat zei ik net ook — ofwel licht in de plus, maar beperkt … Ik heb ook aangegeven dat er een heleboel regelingen zijn — met name voor mensen met een lager inkomen, die ik zojuist noemde — die nog moeten worden uitgewerkt en die nog niet in deze cijfers verwerkt zitten. Het armoedecijfer zat in 2025 op 2,9% en gaat naar 2,7% in 2030. Dat is ten opzichte van afgelopen jaar een lichte daling, maar we zullen inderdaad moeten kijken of er onder de streep ook nog sprake blijft van een kleine plus, weliswaar een hele kleine, als die maatregelen, ook specifiek voor lagere inkomenscategorieën, verder zijn uitgewerkt.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Van Baarle (DENK):
Nee, dat was niet de vraag, want de heer Brekelmans staat hier nu, op zijn Rotterdams gezegd, al een tijdje lang onzin te verkopen. Hij zegt namelijk dat iedereen erop vooruitgaat. Er staat voor de mensen met de laagste inkomens gewoon een dikke nul. Die gaan er helemaal niet op vooruit, die schoonmakers, die mensen in de logistiek en die mensen die voor de laagste inkomens vaak zware beroepen uitoefenen. Ik zeg tegen de heer Brekelmans: geef nou toe dat wat u zegt niet klopt en toon als VVD nou de bereidheid om voor die mensen, waarvoor er gewoon helemaal niets bij komt, waardoor het aantal mensen in armoede volgens de CPB-cijfers toeneemt met tienduizenden mensen, iets extra's te gaan doen en meer dan er nu in die plannen staat. Met het fooitje, met alle respect, dat er nu in staat, ga je die honderden euro's aan belastingen, waarbij gewoon doelbewust de laagste inkomenscategorie harder wordt geraakt dan de hogere inkomens, niet kunnen wegpoetsen. Mijn vraag aan hem is: geef toe dat u het mis heeft en laat zien dat u die mensen tegemoet wil komen.
De heer Brekelmans (VVD):
Ik heb gezegd dat er voor alle inkomenscategorieën sprake is van een hele lichte plus. Wat de heer Van Baarle zegt, klopt inderdaad, namelijk dat er voor de laagste inkomenscategorie gemiddeld, als mediaan, 0 staat, maar vervolgens staat bij een deel daarvan +0,3 en gaat een deel daarvan licht omlaag. Ik heb ook gezegd dat een aantal regelingen die specifiek voor die categorie zijn, nog moeten worden uitgewerkt en niet in deze cijfers zitten. Ik heb net ook gezegd dat het per persoon, per gezin, heel erg kan verschillen. Het verschilt nogal of je kinderen hebt en of je kinderbijslag en het kindgebonden budget, waar samen 600 miljoen extra voor is, krijgt of niet. Het verschilt in de praktijk ook nogal of mensen die eerst tot die categorie behoorden nu een baan krijgen, want uiteindelijk neemt de werkgelegenheid ook toe en een baan is uiteindelijk de beste manier om uit de armoede te komen. Laten we dus afwachten hoe het plaatje er in het vervolg uitziet, ook meer in detail, als het kabinet dit verder uitwerkt. Als er dan bepaalde groepen zijn waarvoor geldt dat die erop achteruitgaan — dat is de zorg van de heer Van Baarle, zeker als het gaat om de laagste inkomenscategorieën — weet ik zeker dat het kabinet en de betrokken ministers daar ook verder in de uitwerking rekening mee zullen houden.
Mevrouw De Vos (FVD):
De heer Brekelmans is al ongeveer anderhalf uur aan het woord en al die tijd is het geen enkele keer gegaan over een ontzettend belangrijk onderwerp. Dan heb ik het natuurlijk over migratie. Dat snap ik ook wel, want de VVD doet zich graag voor als …
De heer Brekelmans (VVD):
Daar kom ik nog op.
Mevrouw De Vos (FVD):
Ja, wellicht dan in de laatste twee minuten van het betoog, maar ik heb toch alvast een vraag. Ik begrijp dat namelijk wel, want de VVD doet zich graag voor als een migratiekritische partij, maar in de praktijk zien we dat juist onder de VVD de afgelopen jaren, alleen al onder Rutte, 3 miljoen migranten naar Nederland zijn gekomen. Ook onder dit kabinet gaat er eigenlijk niets veranderd worden. Er worden wat punten en komma's verschoven, maar er wordt niet gesproken over remigratie. De Spreidingswet blijft in stand en aan de instroom gaat structureel niets veranderen, omdat de internationale verplichtingen blijven staan. Ik vraag me af of de heer Brekelmans erkent dat er in de praktijk eigenlijk niets gaat veranderen.
De heer Brekelmans (VVD):
Ik denk dat mevrouw De Vos het regeerakkoord niet gelezen heeft of in ieder geval niet goed gelezen heeft, want er is heel duidelijk afgesproken dat de door het vorige kabinet ingediende asielwetten — minister Van Weel heeft er in de hele korte tijd dat hij minister was, voor gezorgd dat die wetten zijn uitgewerkt en in de Tweede Kamer zijn ingebracht — zullen worden uitgevoerd. Daar zitten op nationaal niveau een aantal hele wezenlijke aanscherpingen van het asielbeleid in. We gaan het Europees Migratiepact, dat ook strenger is, volledig uitvoeren. Daarnaast zeggen we op het internationale vlak dat we het vluchtelingenrecht willen moderniseren en dat we afspraken met derde landen willen maken over opvang in de regio. Op ieder niveau, zowel nationaal als Europees en internationaal, nemen we dus stevige maatregelen en er staat heel specifiek dat de asielinstroom omlaag moet. Als mevrouw De Vos het beeld wil schetsen alsof er niks zou gebeuren en alsof de VVD, het vorige kabinet en ook dit kabinet hier niet volle bak mee aan de slag zouden gaan, heeft zij het regeerakkoord volgens mij niet goed gelezen.
Mevrouw De Vos (FVD):
Ik heb het regeerakkoord wel gelezen. Daarin staat bijvoorbeeld dat dit kabinet voldoende structurele en flexibele opvangplekken gaat realiseren. Dat heeft uiteraard een aanzuigende werking op de instroom. De heer Brekelmans noemt een paar dingen die ik net heb aangeduid als "punten en komma's", want er gaat structureel niets veranderen. Nogmaals, Nederland is nog steeds gebonden aan de internationale verplichting dat wij asielaanvragen in behandeling moeten nemen en asiel moeten verlenen als dat volgens internationale regels verplicht is. Dus nogmaals de vraag. Je kan zeggen "we gaan er nu over praten of we dat misschien een beetje kunnen wijzigen", maar dan ben je ook weer afhankelijk van andere landen. Erkent de heer Brekelmans dat je niet onder de opzegging van internationale verdragen uit kan als je structureel iets zou willen doen?
De heer Brekelmans (VVD):
Er staat heel duidelijk in het regeerakkoord dat internationale verdragen gemoderniseerd moeten worden. Ik heb ook de heer Paternotte bijvoorbeeld horen zeggen dat we af moeten van het model dat mensen via levensgevaarlijke tochten vanuit Afrika of het Midden-Oosten helemaal hiernaartoe komen, met alle ellende van dien, en dat degenen die dat kunnen en kunnen betalen zich hier melden. Volgens mij willen we allemaal van dat model af. Ik zie een kabinet dat dit onderwerp enorm serieus neemt. Het zegt heel duidelijk dat de asielinstroom omlaag moet. De strengere nationale asielwetten gaan zij uitvoeren. Het Europese Migratiepact, dat hier ook aan bijdraagt, gaan ze onverkort uitvoeren. Ze gaan zich er internationaal voor inzetten om daar waar het Vluchtelingenverdrag ons in de weg zit, tot een veel beter model te komen. Daar gaan ze werk van maken.
Wat ik ook heel goed vind — dat zeg ik toch maar even — is dat alle plannen die erin staan realistisch en uitvoerbaar zijn en niet allemaal symbooldingetjes die heel leuk klinken voor de bühne, maar waarvan mensen zich op een gegeven moment ook afvragen of er daadwerkelijk wat wordt geregeld. Alles wat in het regeerakkoord staat, is uitvoerbaar. Alles zal eraan bijdragen dat we meer grip krijgen op migratie en de asielinstroom omlaaggaat. Er staat zelfs in: als dat niet gebeurt, zal dit kabinet ook kijken of er nog meer maatregelen nodig zijn.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw De Vos (FVD):
Ik hoor een heleboel woorden, maar geen daden. Dat is ook precies hoe we de VVD kennen. Het Migratiepact is een Europese spreidingswet die ervoor zorgt dat we straks aan Italië wel tienduizenden euro's per asielzoeker mogen betalen, maar ze nog steeds door kunnen lopen. Er zijn namelijk geen binnengrenzen. U kunt zeggen niet aan symboolpolitiek te doen en tenminste met realistische voorstellen te komen; ik ken een aantal andere Europese landen die daadwerkelijk met realistische daden komen. Zij zeggen gewoon: wij betalen liever een boete en er komt hier niemand meer binnen. Dat is wat Nederland nodig heeft en dat gaat er met de VVD duidelijk niet komen.
De heer Brekelmans (VVD):
Ik heb het gevoel dat mevrouw De Vos niet naar mij luistert en haar interrupties al had voorbereid. Volgens mij heb ik heel duidelijk aangegeven dat op elk denkbaar niveau het kabinet zegt: wij willen dat de asielinstroom omlaaggaat, wij willen grip krijgen op migratie en wij zijn bereid daarvoor maatregelen te nemen. Het zijn allemaal realistische maatregelen. Het is geen symboolpolitiek. De interrupties die mevrouw De Vos had voorbereid kloppen gewoon niet.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog en dubbelingen mogen worden weggelaten.
De heer Brekelmans (VVD):
Ik ga naar de hervormingen. Ik heb het over de veiligheid en onze economie gehad, maar wat ook enorm belangrijk is, is dat het kabinet ervoor zorgt dat problemen die al jarenlang vastzitten, eindelijk worden opgelost. Ze moeten ervoor zorgen dat het land van het stikstofslot af gaat, met haalbare doelen en realistisch beleid en met eindelijk duidelijkheid voor boeren en agrarische ondernemers, zodat zij verder kunnen en met een gerust hart kunnen investeren. Een vraag aan de nieuwe minister en staatssecretaris is: wanneer kunnen wij een concrete uitwerking verwachten om Nederland van het stikstofslot af te halen?
Daarnaast moet de overheid ervoor zorgen dat er meer huizen worden gebouwd.
De voorzitter:
Ik denk dat mevrouw Ouwehand het over het vorige onderwerp wil hebben. Gaat uw gang.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Zeker, over stikstof. Ik ga eerst iets aardigs zeggen, dus schrik daar niet van. Het was namelijk een VVD-minister die echt de moed had om … Ik heb het dan over Christianne van der Wal. Ik vond lang niet alle plannen even goed genoeg, maar zij probeerde echt de boeren en de Kamer ervan te overtuigen dat we er nu voor moeten zorgen dat we de natuur beschermen, omdat we anders nooit van dit slot komen. Dat vond ik toen heel hoopgevend. Ik ben nu minder enthousiast over de plannen. Ik heb vooral een vraag over de billboards die de VVD heeft gemaakt over dat Lelystad Airport opengaat. De nieuwe minister van Landbouw heeft volgens mij de moeilijkste baan in dit kabinet; die moet al moeilijke gesprekken voeren met boeren over dat er verandering nodig is. De VVD heeft dan gezegd: ja, maar dat vliegveld gaat natuurlijk open. Dat zorgt ook voor stikstofuitstoot. Waar zadelt de VVD-fractie de nieuwe landbouwminister dan eigenlijk mee op?
De heer Brekelmans (VVD):
Volgens mij maakt mevrouw Ouwehand precies mijn punt duidelijk, namelijk dat we ervoor moeten zorgen dat Nederland van het stikstofslot af gaat. We hebben in Lelystad een luchthaven die helemaal klaar is. Die ligt daar klaar om gebruikt te worden. Die wordt wel enigszins gebruikt, maar die ligt daar nu toch vooral veel stof te happen. Gezien de hoeveelheid tijd en moeite die het in Nederland kost om iets te bouwen en de beperkte ruimte, is het echt heel zonde om te zeggen: dat vliegveld daar moet leeg blijven.
Voor Defensie geldt dat we meerdere locaties nodig hebben om onze luchtmacht te versterken, en dat heel goed in kaart is gebracht waar dat kan met de minste overlast voor omwonenden en de natuur; dat is in Lelystad. Als je kijkt hoe we ervoor kunnen zorgen dat we de omgeving van Schiphol ontlasten doordat er ook vluchten op andere plekken plaatsvinden, zie je dat dat kan in Lelystad. De meest efficiënte manier om dat te doen is daar zowel militair als civiel en commercieel luchtverkeer te hebben. Dat betekent dat het wat betreft natuur en stikstof alleen maar van belang is dat heel snel de nodige maatregelen worden genomen, of het nou gaat om woningen, natuurherstel of luchthavens die nu leeg zijn en die we ontzettend hard nodig hebben, zodat we daar gebruik van kunnen maken.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Maar als het goed is, weet de VVD uit de periode van Rutte IV ook goed dat de grootste stikstofbelasting natuurlijk uit de veehouderij komt — dat is die ammoniak — maar dat boeren zeggen, en daarmee hebben ze een punt: wij willen niet in ons eentje voor die opgave staan. Waarom mogen die biomassacentrales gewoon doordraaien? Waarom mag dit vliegveld gewoon open? Dat is een terechte zorg van ze: waarom worden wij wel aangepakt en worden andere stikstofuitstoters de hand boven het hoofd gehouden of, sterker nog, wordt een grotere stikstofuitstoot toegestaan? Dat wordt toch onmogelijk voor de minister die deze klus moet klaren? Ik begrijp niet dat de VVD dit heeft gedaan.
De heer Brekelmans (VVD):
Mevrouw Ouwehand weet ook dat iedere sector moet bijdragen aan de oplossing voor het stikstofprobleem en dat er doelen zijn voor de industrie, voor mobiliteit en voor andere economische sectoren. En ja, die zijn er natuurlijk ook voor de landbouw en de veeteelt, omdat daar de grootste uitstoot is. Als je kijkt naar de doelen die zijn gesteld, zie je volgens mij dat dat evenwichtig is. Iedere sector zal zijn bijdrage moeten leveren. We weten ook dat de meeste bijdrage wordt geleverd door de landbouw. Het is heel goed dat er 20 miljard is vrijgemaakt, zodat er daadwerkelijk een plan kan worden gemaakt en zodat dat concreet kan worden uitgewerkt. Dat geeft boeren ook de zekerheid en duidelijkheid waar ze al zo lang om vragen. Ik kijk er heel erg naar uit dat dat verder wordt uitgewerkt, zodat we over hopelijk niet al te lange tijd wat betreft het stikstofprobleem, dat we als land al zo lang met ons meedragen, echt tegen elkaar kunnen zeggen: we hebben Nederland uit het slot gehaald; we kunnen weer ondernemen, waar dat een probleem was kunnen we weer woningen bouwen en we kunnen leegstaande vliegvelden weer gebruiken. Vandaar dat ik het kabinet en de minister net vroeg om zo snel mogelijk te komen met een uitwerking van de plannen die nu nog op hoofdlijnen in het regeerakkoord staan.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik hoop natuurlijk hetzelfde, maar er zijn wel een paar dingen nodig. De doelen moeten wel aansluiten bij wat er daadwerkelijk nodig is om de natuur te beschermen. Anders eindig je toch weer bij de rechter en volgens mij wil je dat niemand aandoen. Het is ook nodig dat je geen beloftes doet die de boeren het gevoel geven: "Zijn ze daar betoeterd in Den Haag? Ik moet veranderen, maar er gaat wel een vliegveld open". Mijn oprechte verzoek aan de VVD-fractie is dus om de stellige belofte dat vliegveld Lelystad opengaat voor vakantievluchten, terug te nemen. Je maakt het de minister van Landbouw moeilijk en je maakt het de minister van Klimaat moeilijk, want de klimaatdoelen moeten ook nog worden gehaald. Het is zeer omstreden om te midden van een natuur- en klimaatcrisis te beloven dat vliegveld Lelystad opengaat voor vakantievluchten. Ik vind dat onverstandig. Ik snap dat de VVD haar eigen achterban wil plezieren met die billboards, maar dit doe je je coalitiegenoten toch niet aan?
De heer Brekelmans (VVD):
Ik heb volgens mij net toegelicht dat het gewoon heel zonde is dat Lelystad Airport er al jarenlang ligt, ook gezien alle eerdere investeringen die daarvoor zijn gedaan, terwijl daar nu geen gebruik van wordt gemaakt. Dat is heel inefficiënt. Het kan Schiphol ontlasten, het kan ervoor zorgen dat in de regio allerlei investeringen worden gedaan die een belangrijke economische bijdrage leveren en Defensie heeft het gewoon keihard nodig. Als die vluchten met F-35's daar niet kunnen plaatsvinden, zal dat namelijk ergens anders moeten. We kunnen namelijk niet zeggen: we bewaken ons luchtruim niet omdat we daar de ruimte niet voor hebben. Dit is alleen maar weer een onderbouwing van het feit dat we Nederland van het stikstofslot moeten halen. Daarom maakt het kabinet daar ook 20 miljard voor vrij. Ik doe niet de belofte dat Lelystad morgen open is, mocht dat uw vraag zijn. Ik zie namelijk ook wel dat daar een aantal ingewikkeldheden liggen als het gaat om de vergunningen en de stikstofruimte. Het begint met het politieke besluit dat dit kabinet heeft gezegd: Lelystad Airport gaat open. En het politieke besluit is dat we Nederland van het stikstofslot gaan halen. We hebben daar 20 miljard beschikbaar voor; we gaan die plannen uitwerken. Ik zeg dan: kom snel met die uitwerking, zodat we er ook zo snel mogelijk voor kunnen zorgen dat Lelystad opengaat.
De heer Vermeer (BBB):
Er speelt nog iets rond die opening — laat ik "voorgenomen opening" zeggen — van Lelystad Airport voor burgerluchtvaart. Dat is de garantie dat die laagvliegroutes niet over de Noordwest-Veluwe gaan. Staat de heer Brekelmans daar als VVD'er ook voor? Zorgt hij er ook voor dat die garantie er komt?
De heer Brekelmans (VVD):
Voor zover ik weet zijn daar in de afgelopen jaren in de uitwerking verschillende stappen voor gezet. Er heeft een hele luchtruimherziening plaatsgevonden. Daarin is gekeken welke corridors kunnen worden gebruikt. Vanuit mijn vorige rol, bij Defensie, weet ik dat er natuurlijk ook gekeken wordt hoe dat interfereert met de militaire kant. Het lijkt me niet meer dan logisch dat er in de nadere uitwerking zo goed mogelijk gekeken wordt hoe we ervoor kunnen zorgen dat omwonenden daar zo min mogelijk last van hebben.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel. Dat is een belangrijke toezegging; daar houd ik de heer Brekelmans graag aan. Dan nog een ander punt. Hij stelde ook een vraag over stikstofdoelen en de plannen daarvoor. De heer Brekelmans heeft zelf in de Ministeriële Commissie Economie en Natuurherstel gezeten, en hij weet ook dat daar al plannen voor liggen. Nu zien wij echter in het coalitieakkoord staan dat er voor de industrie een ammoniakdoel komt, een NH3-doel. Maar de industrie produceert vooral ook veel NOx. Wat is de reden dat er nu niet in dat akkoord staat dat er ook een NOx-doel is? Gaat de heer Brekelmans er ook voor zorgen … Gaat hij het kabinet eraan houden dat er ook op dat terrein een evenwichtige verdeling is tussen sectoren?
De heer Brekelmans (VVD):
De doelen die zijn vastgesteld zijn in die zin evenwichtig, volgens mij. Voor verschillende sectoren geldt 50%. Voor de landbouw is het, even uit mijn hoofd, 42% tot 46%, in ieder geval zoiets. Je kijkt heel gericht hoe je ervoor kunt zorgen dat de industrie daar ook een bijdrage aan kan leveren; dat lijkt mij zeer terecht. Dat moet wat mij betreft wel op een manier dat de industrie niet uit Nederland vertrekt. Kijkend naar de totalen moeten we met elkaar vaststellen dat, als je vergelijkt wat de industrie, de landbouw en andere sectoren daaraan bijdragen, het toch voor het overgrote deel om de landbouw gaat. Ik vind echter dat iedere sector daar een evenredige bijdrage aan moet leveren. Dat zit ook in de vastgestelde doelen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Vermeer (BBB):
Nou, dat zit niet in die doelen, want er staat in het coalitieakkoord niets over NOx voor de industrie. Daar zullen we dan bij de uitwerking van de plannen nog op terugkomen. Ik wil nog wel teruggrijpen op één puntje: het eerste deel van het verhaal van de heer Brekelmans ging over geopolitieke belangen. Ik miste daar volledig de voedselzekerheid en de relatie met het in Nederland houden van de agrarische productie.
De heer Brekelmans (VVD):
Dat is zeer belangrijk en dat is zeker van belang als we in staat willen zijn om schokken op te vangen. Ik denk dat we ons dan ook de volgende hele kritische vraag moeten stellen. Is datgene wat we in Nederland produceren voldoende divers? Als je namelijk in overgrote mate één bepaalde voedselsoort produceert, betekent dat, als je geen toegang meer zou hebben tot ander voedsel, je allemaal met elkaar een heel eenzijdige maaltijd hebt. Als je het dus door die bril wil bekijken, door de bril van weerbaarheid en door een geopolitieke bril, laten we onszelf dan niet alleen de vraag stellen of we genoeg produceren, maar of datgene wat we produceren ook voldoende gevarieerd is. Anders zitten we straks 's ochtends, 's middags en 's avonds met een heel eenzijdige maaltijd.
De voorzitter:
Neeneenee, meneer Vermeer!
De heer Vermeer (BBB):
O, sorry.
De voorzitter:
U was al met uw derde interruptie bezig.
De heer Vermeer (BBB):
O, ja.
De voorzitter:
Uw punt was volgens mij wel heel helder.
De heer Vermeer (BBB):
Nou, ja …
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog, meneer Brekelmans.
De heer Brekelmans (VVD):
Hier komen we vast nog wel een keer op terug, voorzitter.
De voorzitter:
Dat denk ik ook wel.
De heer Brekelmans (VVD):
Ik wil de nieuwe minister en het kabinet aansporen om naast het stikstofslot ook de woningbouw van het slot te halen: op alle plekken waar dat kan een schop in de grond, liever vandaag nog dan morgen. Hoe gaat de minister van VRO ervoor zorgen dat we op korte termijn regels en procedures schrappen die op dit moment acuut in de weg zitten? Hoe zorgen we voor de juiste prikkels om te bouwen en te investeren?
Voorzitter. Hetzelfde kan ik vragen over de energievoorziening. Bedrijven moeten kunnen uitbreiden en er moeten meer huizen kunnen worden gebouwd, in plaats van dat we projecten moeten stopzetten omdat er een gebrek is aan elektriciteit. De aanpak van het tekort op het stroomnet moet daarom de hoogste prioriteit hebben. Ik wil daarnaast niet dat kwaadaardige regimes de macht hebben over onze energievoorziening. Dat is ook de reden dat de VVD niet voor niets erop hamert om vaart te blijven maken met kernenergie. Hoe sneller we daarin concrete stappen zetten, hoe beter. Ik verwacht op dat terrein ambitie en urgentie van het kabinet. Ik vraag daarom ook wanneer we daarvoor een concreet plan en tijdpad kunnen verwachten.
Voorzitter. Ik zei net al in een interruptie dat de VVD uiteraard de instroom van het aantal migranten naar ons land wil terugdringen. Daar pleiten we altijd voor en daar zetten we ons altijd voor in. De asielinstroom moet omlaag en we moeten voorkomen dat kansarme migranten een lange en levensgevaarlijke overtocht naar Nederland maken. Ook moeten we kritischer omgaan met arbeids- en studiemigratie. Mensen die wij als land nodig hebben zijn uiteraard van harte welkom, maar we kunnen niet onbegrensd mensen hiernaartoe laten komen om ze hier te laten wonen, werken en studeren. Het is heel simpel: onze voorzieningen kunnen dat niet aan. Mijn vraag aan de nieuwe minister is hoe hij ervoor gaat zorgen dat de asielwetten zo snel mogelijk, en voor de zomer, in werking treden. Kan het kabinet ook zo snel mogelijk komen — we hadden het er net over — met een concreet voorstel en een concreet actieplan om tot een modernisering van het internationaal vluchtelingenrecht te komen?
Voorzitter. Op al deze terreinen geldt dat er de afgelopen jaren heel veel is gepraat en gediscussieerd. We weten wat we moeten doen. De plannen liggen er en die zijn goed vastgelegd in het regeerakkoord. Nu is het vooral zaak dat ze snel en strak worden uitgevoerd. Maar er is meer nodig, want niet alleen op belangrijke thema's als migratie, wonen en stikstof en energie zijn forse ingrepen en reparaties nodig. Over de hele breedte is het noodzakelijk om voorzieningen te hervormen. Ik zei net ook al in interrupties dat de VVD wil dat goede zorg toegankelijk en beschikbaar blijft voor mensen die dat echt nodig hebben. Als je ziek bent — heel simpel gezegd — moet er snel een dokter of arts beschikbaar zijn, niet alleen vandaag en morgen maar ook in de toekomst, en ook op een manier dat mensen in staat zijn en blijven om hun ziektekosten te betalen. De VVD wil ook dat er vangnet is waar je gebruik van kunt maken als het echt even tegenzit in het leven, dat je hulp krijgt als je het echt niet zelf kunt, dat we met elkaar steeds gezonder ouder worden maar er ook oog voor hebben dat zwaar werk een zware tol kan eisen.
Voorzitter. Als het over dit soort onderwerpen gaat — we hebben het er net al over gehad — dan realiseer ik mij terdege dat er een aantal moeilijke keuzes in dit akkoord staan. Maar die keuzes zijn nodig om ervoor te zorgen dat de zorg en de sociale zekerheid, die voor mensen heel belangrijk zijn, beschikbaar en betaalbaar blijven. Dan is het ook nodig om hervormingen door te voeren. Want als wij dat als huidige generatie politici niet doen en daar niet toe in staat zijn, dan zorgen we voor het Nederland van vandaag maar leggen we een heel groot probleem neer bij het Nederland van morgen en overmorgen.
Voorzitter. U heeft misschien gemerkt dat de VVD-fractie ongeduldig is. Dat komt omdat de veiligheidsdreigingen toenemen, ondernemers meer ruimte willen en de economie van het slot moet. Ik begon met: mensen snakken naar de oplossingen waar al zo lang over wordt gesproken. Geen van deze kabinetsleden zit er om op de winkel te passen, ook niet om zich eerst een paar maanden te gaan inlezen, wel om draagvlak te vinden maar ook niet om iedereen te vriend te houden. Daarom is het motto van het regeerakkoord ook zo goed. Direct aan de slag! Als het kabinet dit direct laat zien, dan staat het daarmee aan de kant van de mensen die ons land zo sterk maken en het elke dag draaiende houden. Ik zeg tegen de heer Dassen: daar komt ie! Dat zijn de hardwerkende Nederlanders, die zo belangrijk zijn voor ons land en die zich ook inzetten voor de mensen om hen heen.
Voorzitter. Omgekeerd kan het kabinet dan ook iets van de VVD-fractie verwachten. Mijn fractie zal het kabinet uiteraard scherp houden, opdat er geleverd wordt. En waar nodig zullen we zelf met initiatieven komen en voorstellen doen. Maar bovenal zullen we met een open houding met het kabinet samenwerken. We doen dat met de ministers en de staatssecretarissen van het kabinet en uiteraard met de coalitiepartijen. Maar evenzeer zullen we dat doen met de andere partijen om tot meerderheden te komen en met alle partners en organisaties in het land die daarbij een belangrijke rol spelen.
Voorzitter. Als er iets is wat ik heb geleerd bij Defensie, dan is het hoe je als team, op elkaar vertrouwend, grootse dingen kunt doen. Dat doe je door elkaar niet tegen te werken, maar door met elkaar samen te werken. U kunt erop rekenen dat mijn fractie zich daar volop voor zal inzetten.
Dank u wel.
(Geroffel op bankjes)
De heer Wilders (PVV):
De heer Brekelmans zei: mensen snakken naar actie. Maar weet u waar mensen echt naar snakken? Dat ze hun land weer terugkrijgen. Dat er een asielstop komt. Dat ze weer hun eigen huizen met voorrang kunnen krijgen. En u doet daar allemaal niets aan! U heeft een of ander kulverhaal in antwoord op de collega van Forum voor Democratie, namelijk dat u wél wat doet, maar u doet helemaal niks. U doet helemaal niets! U laat de mensen keihard in de steek. Ik zou over drie dingen die dan nog wel in het akkoord staan, een concrete vraag willen stellen. Misschien dat u daar nog iets mee kan goedmaken.
Eén. In het stuk van de coalitie staat dat u een tijdelijke asielstop voor nareizigers kan invoeren. Er komen 53.000 nareizigers aan en mijn vraag is dan ook: wanneer? Heeft u een datum waarop die stop kan worden ingevoerd? Hetzelfde geldt voor de voorrang van statushouders bij huurwoningen. Ook daar schijnt u vanaf te willen. Kunt u mij een datum geven wanneer die wordt ingetrokken, zodat statushouders geen voorrang meer krijgen? De laatste is het intrekken van die dwangwet. Ik weet nog goed dat uw voorganger, inmiddels vicepremier, een paar jaar geleden hemel en aarde heeft bewogen om die wet niet door de Eerste Kamer te krijgen. Dat is helaas mislukt. Maar toch: kunt u een datum geven wanneer die dwangwet door u of door uw kabinet wordt ingetrokken als het aan u ligt?
De heer Brekelmans (VVD):
Om iets te kunnen doen aan de nareis, is het nodig om het tweestatusstelsel in te voeren. Daarom heb ik de minister gevraagd om heel veel tempo te maken met de asielwetten die nu in de Eerste Kamer liggen. De heer Van Weel en mevrouw Keijzer, zijn voorgangers, hebben die wetten door de Tweede Kamer gebracht. Het is dan ook niet voor niks dat ik de minister aanspoor om daar tempo mee te maken.
Statushouders. Die mensen hebben een status en mogen in Nederland blijven. Die zullen ergens naartoe moeten. Je kunt nu zeggen "we verbieden de voorrang", maar dan blijven ze in de asielzoekerscentra zitten. U maakte er zelf een punt van dat er al 19.000 statushouders in een azc zitten. Het kabinet zegt: we zorgen er eerst voor dat we tussenvoorzieningen hebben, waardoor die statushouders weg kunnen uit die asielzoekerscentra en ze een plek hebben, waar ze mensen die op zoek zijn naar een sociale huurwoning niet in de weg zitten. Dat lijkt mij de juiste volgorde. Als dat goed op orde is — dat staat heel duidelijk in het regeerakkoord — zal de voorrang voor statushouders worden afgeschaft.
Tot slot zeg ik tegen de heer Wilders dat het volgens mij heel goed is dat in het regeerakkoord staat dat we de asielinstroom omlaag willen brengen. Dat kan alleen maar met maatregelen die op alle niveaus uitvoerbaar zijn: nationaal, Europees en internationaal. Maar we hebben er ook mee te maken dat we de mensen die nu hier zijn, op een zo efficiënt mogelijke manier moeten opvangen. Ze moeten weg uit cruiseschepen en weg uit hotels. En ook moet niet alles meer in Ter Apel en Budel. We moeten daarom de opvang die daarvoor nodig is op orde brengen. Volgens mij is dat het juiste om te doen en leidt dat ertoe dat alle maatregelen die hierin zitten, versneld worden uitgevoerd, ook alle strenge maatregelen waar u in het verleden voor hebt gepleit en waar uw eigen minister mee bezig is geweest.
De heer Wilders (PVV):
Dit is een ongelofelijk nietszeggende riedel. Het is geen begin van een antwoord op mijn vraag. Ik heb drie vragen gesteld. U heeft een flutakkoord ondertekend wat betreft asiel. Er gebeurt werkelijk helemaal niets op die twee wetten van uw oud-collega van de PVV in het kabinet. Er gebeurt helemaal niets. Er gebeurt echt helemaal niets, terwijl het wel kan. Duitsland doet het. Oostenrijk doet het. Binnen de Europese wetgeving een vorm van een asielstop of een stop voor nareizigers invoeren doen ze allemaal. Uw eigen D66-coalitiegenoot stemt tegen de wetten die u blijkbaar nodig heeft om iets aan de nareis te doen. Ook dat is dus onzeker. Ik herhaal de vraag toch nog maar een keer. Kunt u als VVD een datum geven waarop die tijdelijke asielstop voor nareizigers wordt ingevoerd? Misschien kunt u gewoon met een datum volstaan in plaats van weer een verhaal van vijf minuten te geven. Kunt u aangeven wanneer de voorrang voor statushouders op huurwoningen, een doorn in het oog van miljoenen Nederlanders, verdwijnt? En kunt u aangeven wanneer de dwangwet wordt ingetrokken? Gewoon drie keer een datum is genoeg.
De heer Brekelmans (VVD):
Meneer Wilders, ik ga er niet over wanneer de Eerste Kamer wetten behandelt. U doet hier net alsof ik zou kunnen zeggen wanneer het tweestatusstelsel wordt ingevoerd en wanneer er iets gedaan zou kunnen worden aan nareis. Ik spoor het kabinet aan om hier tempo mee te maken. Ik vind, kijkend naar wat er het afgelopen anderhalf jaar is gebeurd, dat de leider van de PVV nogal hoog van de toren blaast. Dat zeg ik toch even. De PVV was de grootste partij, had een regeerakkoord waar van alles in stond en heeft in de elf maanden dat ik het van dichtbij heb gezien, bar weinig geleverd. De PVV heeft discussies gevoerd over lintjes. De PVV heeft discussies gevoerd over borden in Denemarken. Iedere week zat ik in de ministerraad te wachten op de wetgeving. Die wetgeving kwam er toen de heer Van Weel en mevrouw Keijzer verantwoordelijk werden voor die wetgeving. Toen was die er ineens heel snel en is die ook heel snel door de Tweede Kamer geleid. Enige zelfreflectie over wat er de afgelopen jaren is gebeurd, enige zelfreflectie over data en wanneer dingen hadden kunnen worden ingevoerd, had u dus toch wel gesierd.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Wilders (PVV):
De heer Brekelmans heeft het moeilijk, want hij kan geen antwoord geven. Hij gaat dan maar een beetje terugschieten. Dat mag, hoor. Dat hoort allemaal bij de politiek, maar dat is niet uw sterkste eerste optreden als fractievoorzitter. Ik blijf erbij: mijn conclusie is niet anders dan dat de VVD een slap regeerakkoord heeft ondertekend en dat u ook niet kan zeggen wanneer de tijdelijke asielstop voor nareizigers wordt ingevoerd. Met andere woorden, u heeft de kiezer en de Nederlander voor de gek gehouden. U heeft geen idee wanneer de voorrang voor statushouders op huurwoningen, die discriminatie van Nederlanders, wordt afgeschaft. Ik heb drie keer om een datum gevraagd. U heeft niet het begin van een antwoord. Dan het intrekken van de dwangwet. Heel Nederland staat op zijn achterste benen, omdat er dadelijk overal azc's door de strotten van de gemeenteraden worden geduwd. Wat zegt de VVD vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen? "Ik heb geen idee wanneer." U heeft niet alleen niets gepresteerd in het regeerakkoord, maar u heeft de mensen hier drie keer faliekant laten stikken.
De heer Brekelmans (VVD):
Het leuke van de heer Wilders is dat zijn reactie wanneer je hem weerwoord geeft, altijd "het is niet uw sterkste optreden" is. Dat bevestigt volgens mij dat wat ik zei waar is en dat de heer Wilders, als ik hem dat eerlijk zou vragen, het ook met mij eens is. Hij heeft het over het antwoord dat ik geef. Kijk, ik kan heel makkelijk dingen roepen. De heer Wilders doet dat al een jaar of twintig. Ik kan heel makkelijk een datum roepen en zeggen dat het dan en dan moet gebeuren, maar ik probeer gewoon een oprecht en wat dat betreft genuanceerd antwoord te geven. Ten aanzien van tempo maken met het tweestatusstelsel: het moet eerst door de Eerste Kamer heen, en dan kan er iets aan nareis worden gedaan. Voor statushouders die nu vastzitten in azc's zullen we iets van tussenvoorzieningen moeten regelen. Er staat in het regeerakkoord dat de voorrang dan zal worden afgeschaft. Wat betreft de asielopvang zullen we ervoor moeten zorgen dat de instroom omlaag gaat. Met alle elementen in het regeerakkoord, die realistisch zijn en die u allemaal heeft laten liggen, is die Spreidingswet straks niet meer nodig. Aan al die elementen wordt met tempo gewerkt, maar ik ga hier niet makkelijk data roepen en met data strooien. Ik zou zeggen: meneer Wilders, kijkt u eerst eens even terug op wat u in die anderhalf jaar zelf heeft bereikt. Dat is helemaal niks.
(Geroffel op bankjes)
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik vind het altijd leuk dat de VVD-fractie gaat roffelen als ik begin met spreken.
(Geroffel op bankjes)
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, dank u wel. Dank. Dank u wel. Kijk, als dat de nieuwe verhoudingen kenmerkt, dan gaat het hier wel goedkomen. Ik heb een informatieve vraag aan de heer Brekelmans. Nog niet zo lang geleden werd de begroting van KGG hier behandeld. Toen ging het even over de vraag hoe het nou eigenlijk met de klimaatplannen en de klimaatdoelen staat. Er was even een discussie tussen de D66-woordvoerder en de VVD-woordvoerder, namelijk: is er nou wel of niet afgesproken in het regeerakkoord dat er extra maatregelen op klimaat bij komen. Wat is daarover afgesproken?
De heer Brekelmans (VVD):
Er is afgesproken wat u daarover in het regeerakkoord kunt lezen. Volgens mij vinden er een heleboel investeringen plaats die ervoor zorgen dat we ons energiesysteem klaarmaken voor de toekomst. Dat gaat om het halen van klimaatdoelen, maar ook om het minder afhankelijk worden als het gaat om onze energievoorziening. Er vinden daarvoor breed investeringen plaats. Ik ben blij dat dat ook geldt voor bijvoorbeeld kernenergie. Natuurlijk wordt er naar de klimaatdoelen gekeken en moeten we daar zo veel mogelijk aan voldoen. Maar we moeten ook realistisch zijn, want we zien bij een heleboel maatregelen die eerder waren voorgesteld, dat we geen millimeter met elkaar opschieten als het effect is dat een bedrijf de grens overgaat en vervolgens vervuilender gaat produceren. We hebben er ook niet zo veel aan als we allerlei investeringen doen, maar ons stroomnet het niet aankan, omdat het vanwege netcongestie niet lukt om huizen en bedrijven daarop aan te sluiten. Volgens mij draagt het plan dat er nu ligt dus niet alleen bij aan het halen van die doelen en het zetten van grote stappen daarin, maar is het ook realistisch. Volgens mij is dat precies hetgeen nodig is.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Mijn vraag was: is er afgesproken dat er extra maatregelen bij kunnen komen bovenop wat er nu is afgesproken, als we zien dat het eigenlijk niet voldoende is om de doelstellingen te halen? Begrijp ik het goed dat de heer Brekelmans op dit moment zegt: nee, wat in het regeerakkoord staat, is het; daar komt niks extra's bij?
De heer Brekelmans (VVD):
In het regeerakkoord staan de afspraken die zijn gemaakt. Voor alle maatregelen, dus ook voor maatregelen op andere terreinen, die we net ook met elkaar bespraken, geldt dat het kabinet ze verder gaat uitwerken. Als er allerlei ideeën zijn die uitvoerbaar zijn en die binnen de budgetten passen die we daarvoor hebben, dan sta ik er natuurlijk best voor open om daar met u over te spreken. Wat er in het regeerakkoord staat, zijn de afspraken die er nu zijn. Volgens mij dragen die aan de ene kant bij aan de klimaatdoelen — dat zijn grote stappen — maar is het minstens zo belangrijk dat we ervoor zorgen dat we minder afhankelijk zijn van andere landen als het gaat om onze energievoorziening, op een manier die bedrijven en mensen kunnen meemaken en waardoor bedrijven niet de grens overgaan.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Dit is gewoon echt een informatieve vraag, in de zin van: hoe moet ik lezen wat hier staat? Nu begrijp ik toch dat er ruimte is om te zeggen: er zijn wel degelijk nog aanvullende afspraken te maken bovenop wat er inmiddels in het regeerakkoord staat. Dat betekent dus dat we nog wel aanvullende maatregelen op het gebied van klimaat kunnen treffen. Klopt dat?
De heer Brekelmans (VVD):
Ik geef aan dat dat voor alles geldt. Het is niet zo dat we hebben gezegd: op deze terreinen mogen we geen afspraken meer maken, maar op het gebied van klimaat kunnen we nog allerlei dingen doen. Volgens mij ligt hier een goed pakket, maar voor alles geldt: er is geen meerderheid, want we zijn een minderheidscoalitie. Dus als er nog aanvullende ideeën zijn, kunnen we daarover spreken.
De heer Stoffer (SGP):
Over drie weken is het 18 maart en zijn de gemeenteraadsverkiezingen. Ik ben wel benieuwd hoe erg de heer Brekelmans hecht aan de autonomie van de gemeenteraden. Wat vindt hij ervan dat we ons vanuit Den Haag echt bemoeien met zaken die ze in Blaricum, Bloemendaal of Barneveld eigenlijk heel prima zelf kunnen regelen, maar waarover wij vanuit Den Haag zeggen: daar gaan wij ons eens mee bemoeien?
De heer Brekelmans (VVD):
Ik denk dat meneer Stoffer een bepaalde sluis met mij in wil waarvan ik eerst even wil weten hoe die eruitziet.
De heer Stoffer (SGP):
Wat een wantrouwen!
De heer Brekelmans (VVD):
Nee, hoor! Ik wil gewoon eerst weten wat voor mooie …
De voorzitter:
Help de heer Brekelmans uit de droom, meneer Stoffer!
De heer Stoffer (SGP):
Ik heb best verstand van sluizen, stuwen en bruggen, moet ik zeggen.
De heer Brekelmans (VVD):
Ik kies mijn woorden bewust.
De heer Stoffer (SGP):
Heel verstandig!
Waar het natuurlijk om gaat — dat begrijpt de heer Brekelmans al lang — is dat de heer Kisteman, zijn fractiegenoot, onlangs het vorige kabinet heeft gevraagd om een onderzoek, een verkenning, te doen naar de openstelling van winkels op zondag. Dat is om te voorkomen dat gemeenten daar zelf over gaan en om vanuit Den Haag te bepalen dat in gemeenten als Barneveld, Katwijk en Kampen de winkels gewoon open moeten. Dan gaat de lokale democratie daar niet meer over. Wil de VVD nu echt zo over de lokale democratie heen walsen?
De heer Brekelmans (VVD):
Er zijn volgens mij een heleboel ondernemers die heel graag op zondag open zouden willen, omdat heel veel mensen juist dan willen winkelen. Tegen ons, en misschien ook wel tegen u, zeggen ze: het is voor mij echt nadelig om in deze gemeente of dit dorp mijn winkel te hebben; als ik naar een andere gemeente zou gaan, levert mij dat veel meer op. Dat is heel zonde voor die gemeente, waarvoor het winkelcentrum juist zo ontzettend belangrijk is. Mijn beeld is dat ook in de gemeente waar het meer wordt opengesteld, heel goed rekening wordt gehouden met de lokale gevoeligheden die er op dat terrein zijn. Als er in bepaalde gemeente helemaal geen behoefte is om op zondag te winkelen, of als het mensen heel erg tegen de borst stuit, zijn in heel veel gevallen de winkels ook op zondag dicht. Het standpunt van onze fractie is: geef ruimte aan ondernemers om dat te doen als dat past. Volgens mij is dat ook goed voor de winkelstraat, voor de gemeenten en voor de ondernemers. Er wordt over het algemeen goed rekening gehouden met de omwonenden. Ik ga wat dat betreft uit van vertrouwen in ondernemers. Dat is het standpunt van onze fractie, maar ik weet dat de heer Stoffer daar anders over denkt.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Stoffer (SGP):
Ik denk dat we de lokale democratie daar op lokaal niveau en democratisch over moeten laten beslissen. De VVD walst daar wat overheen. Ik wil daar nog iets bij zeggen. Dit is niet zozeer een vraag. Ik denk dat mensen in dit land niet zozeer behoefte hebben aan 24 uur per dag en 7 dagen in de week maar doorgaan. Ze hebben behoefte aan rust. Dat vind ik niet alleen: ik trek daarin bijvoorbeeld samen op met de SP, een partij die vanuit een hele andere optiek daarnaar kijkt, namelijk echt vanuit het belang van de mensen die het daar zwaar mee hebben. Ik zou tegen mensen die op 18 maart gaan stemmen willen zeggen: als je voor rust kiest, stem dan gewoon op de SGP.
De voorzitter:
Dat hoort eigenlijk niet in deze zaal, meneer Stoffer. Daar hoeft de heer Brekelmans ook niet op te reageren.
De heer Brekelmans (VVD):
Het is wel heel verleidelijk.
De voorzitter:
Nee, u gaat niet hetzelfde doen, meneer Brekelmans!
De heer Brekelmans (VVD):
Laat ik dan dit zeggen: als een ondernemer de vrijheid wil hebben om te ondernemen en als mensen graag op zondag zelf willen kunnen bepalen waar ze zin in hebben, denk dan goed na over wat u doet, in het bijzonder op 18 maart.
De voorzitter:
Heel subtiel.
De heer Dassen (Volt):
Ik luisterde net even naar het interruptiedebat tussen de heer Brekelmans en de heer Klaver. Ik pakte nog even het akkoord erbij. Daarin staat volgens mij heel duidelijk dat er additionele maatregelen zullen worden genomen op het moment dat de klimaatdoelen van 2040 niet gehaald worden. Kan ik ervan uitgaan dat de VVD daar dan ook gewoon volledig achterstaat?
De heer Brekelmans (VVD):
Dat is ook wat ik net zei. Er ligt nu een pakket. Ik zeg dat dit een stevig pakket is, dat bijdraagt aan de klimaatdoelen en ook aan onze energieonafhankelijkheid. Ik zeg dus op dit moment niet dat er meer bij moet. Zoals ik net zei, kan er bij de nadere uitwerking natuurlijk gesproken worden over de vraag of er nog meer nodig is; dat staat ook specifiek in het regeerakkoord wat betreft klimaat. Ik zeg er direct tegen de heer Dassen bij dat het niet zo veel zin heeft om bepaalde investeringen te doen als het stroomnet dat niet aankan. Het heeft niet zo veel zin om aanvullende maatregelen te nemen als dat betekent dat bedrijven de grens overgaan. Ik vind het belangrijk dat we dat realisme wel steeds voor ogen houden.
De voorzitter:
Volgens mij is dit een herhaling van het debatje met de heer Klaver; laten we dat niet doen. Meneer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
Nou, niet helemaal volgens mij, want er staat in dat er nieuwe geborgde maatregelen nationaal genomen zullen worden als die doelen van 2040 niet gehaald worden. In de doorrekening zien we al dat je 20% aan CO2-reductie tekortkomt. De verwachting is dus dat er toch additionele maatregelen genomen moeten gaan worden. Dan ga ik er toch van uit dat de VVD van mening is dat dit ook daadwerkelijk moet gaan gebeuren.
De heer Brekelmans (VVD):
Ik zei net ook dat de voornemens die in het regeerakkoord zitten, verder moeten worden uitgewerkt. Dat geldt voor alle terreinen. Denk ook aan de nadere uitwerking door de minister van KGG en de staatssecretaris KGG. Maar goed, dit onderwerp heeft allemaal raakvlakken met andere ministers. Het is niet zo dat ik op dit moment allemaal aanvullende zaken ga voorstellen, maar in de nadere uitwerking zal dat gesprek uiteraard worden vervolgd.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Brekelmans. Het woord is aan de heer Eerdmans, voor zijn inbreng in de eerste termijn namens de fractie van JA21.
De heer Eerdmans (JA21):
Voorzitter, dank. Ik wil de premier, de heer Jetten, en zijn ploeg van ministers en staatssecretarissen van harte feliciteren met hun aanstelling en hen veel succes wensen met de taken die voor ze liggen. De rit zal ongetwijfeld hobbelig zijn. Aboutaleb zei het ooit zo: 20% spreek je met elkaar af en 80% kom je onderweg tegen. Denk aan tegenvallers, een epidemie, een oorlog op je continent of een nieuwe vluchtelingencrisis. Een extra uitdaging is het ophogen van het zeer magere vertrouwen in de politiek. Onder het vorige kabinet is dat weggezakt tot 4%. Volgens mij is het de hoop van veel kiezers dat dit kabinet professioneel in plaats van ruziënd aan de slag gaat. Niet kakelen, maar eieren leggen.
Voorzitter. Om hier maar even mee te starten: ik ben ook benieuwd hoe dit kabinet de rol ziet van de nieuwe minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Er is bekend geworden dat China sancties heeft ingesteld tegen de heer Sjoerdsma. De vraag is waarom het kabinet, de heer Jetten, uiteindelijk kiest voor deze portefeuille voor de heer Sjoerdsma. Want hoe je het ook wendt of keert: China staat wereldwijd in de top zes als het gaat om handelspartners voor Nederland. Het is de tweede economie. We hebben natuurlijk ook de ingewikkelde situatie rond Nexperia. Vindt er dan straks een handelsmissie met China plaats zónder de minister van Handel? Daar hoor ik graag een reflectie op van het kabinet. De minister ziet zelf in ieder geval geen enkel probleem.
Voorzitter. Het wordt zeker een spannende kabinetsperiode. Die werd maandag tijdens de bordesscene al ingeluid door een handjevol demonstranten met de nodige toeters en sirenes. Heb je eindelijk een klimaatdrammer als premier, is het nog niet goed.
Voorzitter. In de coalitie is een extra moeilijkheidsgraad ingebouwd, zo weten we allemaal, namelijk die van het bereiken van een meerderheid in het parlement. De grote vraag vandaag is: hoe ziet nou de premier het proces voor zich waarin ze met oppositiepartijen zoals JA21 zaken gaan doen? Dat is ons niet duidelijk. Het debat horend tot nu toe denk ik dat dat voor niemand heel duidelijk is. In welke vorm ziet het kabinet die samenwerking? Worden het deelakkoorden per onderwerp? Kan er over portefeuilles heen worden gestapt bij onderhandelingen? Kan het coalitieakkoord worden opengebroken voor Prinsjesdag? Dat zijn allemaal vragen die nu boven de markt hangen en waar ik heel erg benieuwd naar ben. Graag een eerste reactie van het kabinet.
Zoals bekend staat JA21 constructief in de wedstrijd. Wij zijn bereid om akkoorden te sluiten, om beleid bij te sturen en daar ook zelf onderbouwde voorstellen voor aan te leveren. Geen dichte deuren, maar ook zeker geen garanties aan de voorkant. Er zijn voor JA21 simpelweg drie categorieën. De eerste categorie is: mee eens. Dat zijn maatregelen die wij steunen, zoals het openen van Lelystad Airport, de asielwetten, investeringen in defensie of het jaarlijks schrappen van de 500 regels voor ondernemers. Categorie twee is: oneens. Wij zullen niet instemmen met eurobonds, de Spreidingswet, onhaalbare klimaatdoelen of een nieuwe autobelasting. De derde categorie is misschien wel de meest interessante categorie. Dat is de categorie waar voor de coalitie in de richting van JA21 veel te winnen valt. Dat zijn namelijk zaken zoals keuzes die wij niet zouden hebben gemaakt, maar waar wellicht met onze hulp een verbetering kan worden bereikt.
De heer Vermeer (BBB):
Ik ben blij met de ideeën van heer Eerdmans over eurobonds. Maar is hij er dan ook scherp op dat elke andere vorm van gemeenschappelijke schulden, ook al heten die schulden geen eurobonds, ook afgewezen moet worden? Hoe kijkt hij daartegen aan?
De heer Eerdmans (JA21):
Daar kijken wij zeer kritisch naar. Zoals bekend vinden wij het een definitiespel. Er is gezegd "dat zijn geen eurobonds", terwijl we weten dat mevrouw Von der Leyen alweer bezig is met een nieuw programma van miljardeninvesteringen, ook op basis van gezamenlijke schulden. Dat zijn gevaarlijke ontwikkelingen, zeggen wij. Er wordt een beetje gespeeld met de term, maar wij willen niet dat Nederland aan de lat staat voor de schulden die andere landen kunnen maken.
De heer Vermeer (BBB):
Dan ben ik toch iets confuus, want de heer Eerdmans wil de eurobonds niet en hij staat kritisch tegenover andere vormen. Of was dat een slip of the tongue en bedoelde hij ook: dat wil ik gewoon niet?
De heer Eerdmans (JA21):
Nee, wij zijn tegen eurobonds. Ik vind dat het kabinet daar soms wat schimmig over doet door te zeggen: dat zijn geen eurobonds; daar kunnen we mee instemmen. Daar is JA21 tegen. Wij zijn tegen het fenomeen van gezamenlijke schuldenopbouw waar Nederland voor aan de lat moet staan. Wij vinden het prima om gezamenlijk in Europa aanbestedingen of investeringen te doen, maar elk land staat voor zijn eigen schuld. Wij denken dat het risicovol is als dat wordt vermengd. Ook economen zijn daar kritisch over richting het kabinet. Neem bijvoorbeeld het SAFE-programma dat momenteel loopt voor militaire investeringen.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Vermeer (BBB):
Hoe kijkt de heer Eerdmans dan aan tegen gemeenschappelijke garanties?
De heer Eerdmans (JA21):
Dat is hetzelfde idee op het moment dat er schulden worden gemaakt. Als de Europese Commissie geld gaat lenen en dat doorleent aan lidstaten, dan zal er uiteindelijk moeten worden terugbetaald. Dat zijn hele goedkope leningen en daar wordt veel op ingeschreven. Er zijn heel veel landen die daar nu aan meedoen. Dat moet uiteindelijk wel worden terugbetaald. Gebeurt dat niet, dan staan we met z'n allen daarvoor aan de lat. Daar is JA21 tegen.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Eerdmans (JA21):
Dat is dus de derde categorie. Er worden keuzes gemaakt waar wij het niet mee eens zijn, maar waarbij wij misschien wel kunnen helpen met verbeteringen. Denk aan lagere lasten, een stevigere asielmaatregel of meer geld voor veiligheid en leefbaarheid.
Voorzitter. Net als de coalitie ziet ook JA21 dat er stappen nodig zijn om de sociale zekerheid en de zorg ook op lange termijn betaalbaar te houden. Tegelijkertijd laten doorrekeningen van het CPB zien dat daar voor werkenden en ondernemers vrij weinig tegenover staat. Op korte termijn — ik had het er al over in een interruptiedebatje met de VVD — zit er een lastenverzwaring aan te komen van structureel 5,5 miljard voor zowel ondernemers als burgers. De lage en middeninkomens worden daardoor hard getroffen. Voor JA21 staat heel duidelijk voorop dat de manier waarop werkenden en bedrijven nu worden gepakt volstrekt onvoldoende wordt gecorrigeerd door het akkoord van de coalitie. Daar moet echt meer tegenover staan.
Voor JA21 zijn vier belangrijke thema's: asiel, lasten, veiligheid en klimaat. Op asiel zien we een aantal bewegingen in de goede richting. De asielwetten worden doorgezet, overlastgevende asielzoekers worden harder aangepakt en er is een wens tot versnelling en vereenvoudiging van procedures, maar een fundamentele wijziging van het asielbeleid, zoals JA21 dat voorstaat, komt er niet. Wij willen van recht op asiel hier naar recht op asiel en opvang daar. In de praktijk is dit beleid ten opzichte van dat van het vorige kabinet een afzwakking, terwijl de asielcrisis eigenlijk alleen maar is gegroeid. Elke week komen er nog steeds bijna 1.000 asielzoekers Nederland binnen. Wij lezen niets over de terugkeerhubs en de deals met partnerlanden om onze asielopvang en de procedures elders te gaan regelen. Wij zien geen daadwerkelijke modernisering van het internationaal vluchtelingenrecht, waarvan de noodzaak wel wordt erkend in het coalitieakkoord. De Spreidingswet blijft, zoals gezegd, in stand, waardoor er de komende jaren tientallen extra azc's door heel Nederland worden geplaatst met dwang richting gemeenten. De voorrang voor statushouders op sociale huurwoningen blijft van kracht, evenals de verplichte taakstelling tot het huisvesten van statushouders. En we missen eigenlijk in alle opzichten afrekenbare targets voor een fors lagere instroom en een lager inwilligingspercentage van Nederland. Wat betreft die twee asielwetten: D66 in Eerste Kamer heeft inmiddels aangegeven daartegen te gaan stemmen en ook het CDA laat steun hiervoor in de Eerste Kamer in het midden. Ik wil heel graag een duidelijke reactie van de premier. Wat gaat het kabinet nou doen als die twee wetten sneuvelen in de senaat? Want regeren is wel vooruitzien.
Voorzitter. Dan de rust in de portemonnee. Die slogan gaat een heel eigen leven leiden is onze indruk. Er is één concrete lastenverlichting en dat is het uitstel van de verhoging van de brandstofaccijns voor één jaar, maar daartegenover komen de suikertaks, de tulpentaks en de vrijheidsbijdrage. Dat is dus uiteindelijk onder streep die lastenverzwaring van netto 1,7 miljard voor bedrijven en 3,5 miljard voor gezinnen. En box 3, de wet over box 3. We hadden het er al over. Dat was een rampzalig plan. Dat gaat terug naar de tekentafel, precies zoals collega Hoogeveen dat heeft betoogd. Gelukkig heeft de minister van Financiën daarop gereageerd. Ik denk dat dat echt wel schade heeft veroorzaakt, internationaal, aan het fiscale vertrouwen. We worden als onbetrouwbaar weggezet. Ik geloof zelfs dat de prins van Oranje die woorden gebruikte. Dat is best wel erg. De vraag die mevrouw Bikker stelde is natuurlijk terecht: hoe wordt dit nou betaald? Dat is een heel goede vraag, want er wordt gewijzigd en dat moet wel betaald worden. Ik ben benieuwd naar het antwoord. JA21 wil de energiebelasting omlaag. Wij willen de benzineaccijns langer of eigenlijk voor altijd in ieder geval op dezelfde hoogte houden en niet laten verhogen. Wij willen ruimte voor ondernemers door die vennootschapsbelasting te laten dalen, want Nederland draait op het bedrijfsleven en niet op steeds hogere lasten en onzekerheid.
Voorzitter. Dan ga ik naar veiligheid. Dat is een hele belangrijke voor ons. Er is een gezagscrisis gaande en dat wordt gelukkig ook door de coalitie erkend. Het is code zwart in ons gevangeniswezen. Er lopen nog steeds 4.000 veroordeelde criminelen buiten rond en het OM heeft honderden rechercheurs te weinig om zaken, zoals verkrachtingszaken, op te pakken. De politie is soms meer een vervoersbedrijf voor demonstranten dan de ogen en oren in de wijk. Gelukkig komen er nu meer crisisplekken voor verwarde figuren en komt er een aanscherping van de wetgeving rond huiselijk geweld en femicide. De vraag is alleen of dit genoeg is. Is die 400 miljoen wel voldoende? Niets in het akkoord spreekt over een koerswijziging op het interne beleid van de politie, terwijl er juist op dat vlak zo veel te winnen is om het gezag te heroveren. Daar is juist nu onvoorwaardelijk vertrouwen nodig in de politie. Stop met dure en ongewenste diversiteitsprojecten. Steek nou die manuren en het geld in de wijkagent. Geen fouilleerpalen meer die bepalen wie wel of niet gefouilleerd mag worden.
Tot slot het klimaatbeleid. Want alles wat niet kan op asiel, dat lukt hier wel en dat is bijzonder: keiharde doelstellingen, heel veel ronkende teksten en natuurlijk veel meer geld. Er komt een hele forse schep bij. De SDE++-subsidies en ook wind op zee, gigantische bedragen erbij: 4.000 windturbines. De verplichte warmtepomp is weer terug van weggeweest. Het belangrijkste is dat we vast blijven houden aan onhaalbare klimaatdoelen. Daar blijven we ons maar aan verplichten, voor 2040 en 2050. Dat betekent 22 miljard euro extra en dat is simpelweg €7.000 per gezin, per portemonnee.
Dan nog heel even over energie. U weet het: JA21 vond en vindt het definitief sluiten van de gasputten in Groningen een historische fout. Dat was dom en kortzichtig, want 83% van ons gas — mind you — komt intussen uit Noorwegen en de VS, maar ook uit Rusland. We worden qua energie steeds afhankelijker van het buitenland. Inmiddels gaan er steeds meer stemmen op die zeggen dat we die gasreserve niet definitief zouden moeten afsluiten. Zelfs TNO kwam afgelopen week met een oproep: niet dichtmetselen, die putten in Groningen, want een acuut gastekort in Nederland is denkbaar. Hou dat gasveld open. Ik ben heel benieuwd naar de reactie van de premier en het kabinet op de oproep van TNO.
Voorzitter. Ik sluit af. Er is een brede maatschappelijke wens tot meer migratiebeperking, meer veiligheid en meer lastendaling. Dat is ook tot uitdrukking gekomen op 29 oktober, tijdens de verkiezingen. Dat is ook de reden dat JA21 op de onderwerpen die ik heb genoemd met eigen plannen zal komen. We gaan bekijken wat de coalitie daarmee doet, want ik vond de woorden die de premier aan het begin sprak mooi: "We gaan stoppen met het gevecht en geruzie op de vierkante millimeter, we gaan luisteren en we gaan buiten de bubbel van de coalitie om kijken wat er nog meer aan wensen over is." We gaan het zien. JA21 is niet op zoek naar het conflict. Wij zijn op zoek naar de oplossing. We hopen dat het kabinet deze handschoen oppakt.
Dank je wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors een heel kort ogenblik. Daarna gaan we verder met het betoog van de heer Bontenbal. De vergadering is een heel kort ogenblik geschorst.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik geef het woord aan de heer Bontenbal voor zijn inbreng in eerste termijn namens de fractie van het CDA. Het woord is aan hem. Ik verzoek om stilte in de zaal.
De heer Bontenbal (CDA):
Voorzitter. Voordat ik aan mijn betoog begin, spreek ik eerst mijn waardering uit voor oud-premier Schoof. Namens het CDA bedank ik hem voor zijn inzet voor ons land. Premier Schoof verbond zich aan een moeilijke opdracht en heeft deze verantwoordelijkheid tot het einde toe willen dragen. Een marathon uitlopen, ook als er tegenwind is en er geen bloemen bij de finish worden uitgereikt, vraagt om een sterk karakter en een flinke dosis uithoudingsvermogen. Ik denk dat ik namens velen spreek als ik zeg: veel dank, Dick Schoof, dat u ons land wilde dienen. Ook bedank ik alle bewindspersonen uit het vorige kabinet voor hun inzet voor ons land.
Voorzitter. Deze week is het nieuwe kabinet beëdigd. Ik zie een team staan dat met elkaar het goede wil doen voor Nederland. We zien een team dat een frisse start wil maken, een team van mensen met de energie om Nederland weer vooruit te helpen. Tegen onze kersverse premier zeg ik het volgende. Veel wijsheid bij uw nieuwe rol. Veel dank voor de goede samenwerking de afgelopen maanden. Ik zal hier, vanuit de Tweede Kamer, uw werk constructief en kritisch volgen. Ik wens alle bewindspersonen veel sterkte, kracht en wijsheid toe. Handel in het belang van heel Nederland, zou ik hen willen meegeven. Wees een team, help elkaar en los conflicten snel op. Wees dienstbaar, want u bent dienaar van de Kroon. En — dat is het allerbelangrijkste — wees beschikbaar voor het gesprek met de Tweede Kamer, met alle fracties.
Dit kabinet is een minderheidskabinet. Het zal het moeten hebben van veel overleg met de Tweede Kamer. De opgaven waar dit kabinet voor staat, zijn groot. Er moet veel werk worden verzet. Maar dat kan niet zonder draagvlak in het parlement. Ik hoop dat deze minderheidscoalitie leidt tot een andere politieke cultuur, waarin we meer samenwerken en minder harde confrontaties zien. Nederland is groot geworden door overleg en compromis. Daar zat altijd en daar zit nog steeds onze kracht. Deze andere politieke cultuur vraagt om een andere houding van het kabinet, van de coalitie- en van de oppositiepartijen. Die vraagt om rolvastheid en voorspelbaarheid van het kabinet. Die vraagt om inschikkelijkheid en luisterbereidheid bij de coalitiepartijen en om een constructieve houding bij oppositiepartijen. Ik zal als fractievoorzitter van het CDA mijn uiterste best doen om deze andere cultuur mee te helpen vormgeven.
Voorzitter. Het is niet zo heel lang geleden dat het gevoel van optimisme overheerste in onze samenleving. We geloofden in vooruitgang. In vele opzichten ging het ons ook goed. Maar dat beeld is de afgelopen jaren gekanteld. We waanden ons veilig, maar intussen bereidde Rusland zich voor op een oorlog met Europa. We investeerden te weinig in de economie van de toekomst. Daardoor werden we te afhankelijk van andere werelddelen. We waren ook te traag met het aanpakken van problemen, zoals de woningnood, het migratievraagstuk, het stikstofprobleem en de energietransitie. Dat raakte ook de legitimiteit van de politiek zelf. De veenbrand in de samenleving die er was, en die er ook nog steeds is, werd onvoldoende serieus genomen. De politiek werd daarmee zelf het probleem. Als mensen — en we zien dit vooral bij jongeren — hun geloof in de democratische rechtsstaat zelf verliezen, kunnen extreme en totalitaire krachten weer de kop opsteken.
Vanuit deze zorg om de toekomst van ons mooie land en onze democratie zijn we als CDA de verkiezingscampagne in gegaan. We deden dat met een verhaal met drie speerpunten. Eén. We moeten orde op zaken stellen. Twee. We moeten ruimte geven aan de samenleving. Drie. We moeten investeren in de economie van de toekomst. Daarbij hebben we geprobeerd steeds zo eerlijk mogelijk te zijn over wat mogelijk is en wat nodig is.
Voorzitter. Het coalitieakkoord is gepresenteerd. We hebben daar al eerder een debat over kunnen voeren. Inmiddels heeft ook het CPB de plannen kunnen doorrekenen en een inschatting kunnen geven van de effecten van de plannen van het nieuwe kabinet. Daardoor wordt ook steeds duidelijker hoe groot de opdracht is waarvoor het kabinet staat.
Laten we eerlijk zijn over deze opdracht: de belofte om fors te investeren in defensie drukt een hele stevige stempel op het coalitieakkoord en de hervormingen die erin worden aangekondigd. De ombuigingen die nodig zijn, zijn fors groter dan die waar kabinetten de afgelopen jaren voor hebben gestaan. In de Tweede Kamer heeft een ruime meerderheid de belofte van Nederland bij de NAVO-top in Den Haag, om ten minste 3,5% van het bbp te investeren in defensie in 2035, gesteund. In deze kabinetsperiode gaan we deze belofte waarmaken.
Dat doen we met een goede reden. De afgelopen weken hebben we kunnen zien en lezen hoe Rusland Oekraïense steden blijft aanvallen. Rusland is meedogenloos. Hun oorlog is meedogenloos. Deze week herdenken we dat het vier jaar geleden is dat Rusland Oekraïne binnenviel. Het is een zinloze oorlog, die aan beide kanten honderdduizenden doden heeft gekost. Dat waren mannen en vrouwen van wie gehouden werd en die niet bestemd waren om aan een front te sterven.
Rusland ondermijnt ook direct de veiligheid van Nederland, via hybride oorlogsvoering, met cyberaanvallen, met sabotage van infrastructuur zoals zeekabels en met beïnvloeding van verkiezingen. Rusland bedreigt de veiligheid van heel Europa. We zullen ons ertegen moeten wapenen. Wat op het spel staat, is onze vrijheid. Onze manier van leven staat op het spel. De menselijke waardigheid zelf staat op het spel, voor Europa en voor Nederland zelf. Daarom investeren we fors in defensie. We investeren in onze vrijheid. Dit zijn allemaal loze woorden als we niet daadwerkelijk de daad bij het woord voegen. Dat wil deze coalitie waarmaken.
Voorzitter. Naast de investeringen in defensie wil het nieuwe kabinet ook de woningnood aanpakken, het stikstofprobleem oplossen en rust brengen in het migratiebeleid. Jongeren en ouderen vinden geen of geen passende woning. Dat heeft veel impact op het leven van mensen. Het stikstofprobleem moet worden aangepakt, zodat er binnen de milieugrenzen weer ontwikkelingen mogelijk worden voor boeren, bouwers en bedrijven. De toestroom van migranten en een asielketen die niet op orde is, zorgen terecht voor boosheid in de samenleving. De energietransitie is nodig en mogelijk, maar wordt nu belemmerd door problemen op het elektriciteitsnet en door trage vergunningsverlening. De coalitie wil deze problemen echt aanpakken. Ook die ambitie vraagt om extra investeringen die impact hebben op de begroting. Die investeringen hebben we als politieke partijen beloofd te doen in de verkiezingscampagne.
Voorzitter. Het coalitieakkoord is geen makkelijk verhaal. Het bevat namelijk ook een aantal ingrijpende hervormingen en lastenverzwaringen voor burgers en bedrijven. Die hervormingen en lastenverzwaringen zijn ook tijdens de verkiezingscampagne aan de orde gekomen. Ook andere politieke partijen hebben moeilijke keuzes moeten maken in hun verkiezingsprogramma en de daaropvolgende CPB-doorrekening. Uiteraard heb ik de kritiek op een aantal maatregelen op het gebied van de sociale zekerheid en de zorg goed gehoord. Ik heb ook de e-mails gelezen die mensen mij daarover de afgelopen dagen hebben gestuurd. Die heb ik allemaal gelezen. Ik wil daar een aantal opmerkingen over maken.
In de eerste plaats: ik begrijp deze zorgen. Het coalitieakkoord is een startpunt en het beleid moet nog door dit kabinet worden uitgewerkt. De precieze vormgeving van maatregelen is nog niet bekend en dat geeft ook onzekerheid. In de uitwerking zal rekening moeten worden gehouden met de uitvoerbaarheid, met de rechtvaardigheid en met het draagvlak voor de aangekondigde maatregelen. Niet voor niets staat er heel duidelijk in het coalitieakkoord dat dit kabinet in overleg treedt met sociale partners en medeoverheden.
Daarnaast is het belangrijk om de hervormingen in perspectief te zetten. Zowel de uitgaven voor de zorg als de uitgaven voor de sociale zekerheid groeien in de plannen van het nieuwe kabinet de komende jaren door, alleen minder hard dan wanneer er geen hervormingen zouden plaatsvinden. De zorguitgaven stijgen tot 2030 met ruim 5%, van 120 miljard euro naar 126 miljard euro, en de uitgaven voor sociale zekerheid stijgen met ruim 3%, van 157 miljard naar 162 miljard per jaar. Ja, we voeren stevige hervormingen door, maar die zijn afgezet tegen het totaal aan uitgaven niet onredelijk of onhaalbaar.
In de derde plaats: hervormingen in de zorg en de sociale zekerheid zijn hoe dan ook nodig vanwege niet-financiële redenen. Die zijn misschien wel belangrijker dan de financiële argumenten die ik net gaf. In de zorg gaat het tekort aan zorgpersoneel de komende jaren het grootste knelpunt zijn. Er is nu al een tekort van enkele tienduizenden zorgmedewerkers. Dat kan, als we niets doen, oplopen tot meer dan 300.000 vacatures in 2035. Dat is onhoudbaar. Op het gebied van de sociale zekerheid zien we dat ook de vakbonden zelf de noodklok luiden over de toenemende instroom in de WIA. Als deze trend doorzet, telt Nederland over vijf jaar 1 miljoen arbeidsongeschikten. Dat is onhoudbaar, aldus vakbond CNV.
Tegelijkertijd is het CDA niet doof voor de kritiek uit de oppositie en maatschappelijke organisaties. Die richt zich hoofdzakelijk op de verhoging van de AOW-leeftijd, op de inperking van de WW en de WIA en het overgangsrecht daarbij en op het risico van bezuinigen op de zorg voor gehandicapten. Over dat laatste heeft mevrouw Bikker ook al iets gezegd. In het coalitieakkoord hebben we als onderdeel van de aangekondigde hervormingen ook verzachtende maatregelen opgenomen. We investeren extra in gezinnen met kinderen. We hebben extra geld uitgetrokken voor chronisch zieken en gehandicapten. Voor degenen die huishoudelijke hulp niet zelf kunnen organiseren, blijft de gemeente dit doen. We hebben extra geld vrijgemaakt voor armoedebestrijding. We investeren in kwetsbare wijken via het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. We investeren in een programma als Kansrijke Start. Daarmee willen we de meest kwetsbaren helpen.
Is dat genoeg? Met een coalitieakkoord spreken politieke partijen een commitment uit om met elkaar in de geest van het coalitieakkoord de verantwoordelijkheid te nemen om ons land te besturen. Gedurende deze reis zullen er altijd nieuwe omstandigheden komen en nieuwe inzichten zijn die het kabinet nopen om in de uitwerking van het beleid andere keuzes te maken. Dat is altijd zo geweest. We hebben nu een CPB-doorrekening met een eerste inschatting van de effecten van het beleid. Over een paar weken zal het CPB met zijn nieuwe Centraal Economisch Plan komen. Daar zullen weer een aantal nieuwe inzichten in staan die door het kabinet verwerkt zullen moeten worden. Deze coalitie is zich er goed van bewust dat zij een minderheidscoalitie is en dat we andere partijen nodig zullen hebben om onze plannen te realiseren.
Daarnaast leest u op elke pagina van het coalitieakkoord dat het kabinet zijn plannen wil uitwerken in goed overleg met de sociale partners, de polder en de medeoverheden. Dat staat er niet voor niks. Het is belangrijk dat het kabinet de signalen vanuit die sociale partners en vanuit het parlement serieus neemt en daar in de uitwerking van de plannen rekening mee houdt; de CDA-fractie zal daarop toezien. Daarbij is het wel belangrijk dat het kabinet een helder proces schetst: op welke momenten kan de Kamer bijsturen? Kan de minister-president dat proces zo helder mogelijk schetsen? Wanneer komt het kabinet langs bij de oppositiepartijen en wanneer wordt het overleg met sociale partners en medeoverheden gevoerd?
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik vind het mooi dat collega Bontenbal begon met het bedanken van minister-president Schoof en ook alle andere kabinetsleden, die in de afgelopen periode keihard hebben gewerkt. Daar sluit ik me graag bij aan. In het begin van het betoog van collega Bontenbal stond hij ook terecht stil bij de ingewikkelde situatie dat er gewoon meer defensie nodig is, omdat in Oekraïne al vier jaar lang een afgrijselijke oorlog woedt en we de geopolitieke omstandigheden heel snel zien veranderen. Ik steun dat van harte. Ik weet ook dat dit soms moeilijke keuzes vraagt: hoe ga je dat betalen? We hebben te investeren in defensie. Het is ook aan deze bewindspersonen om daar op een goede manier werk van te maken, maar de coalitie doet dit met een vrijheidsbijdrage. Ik heb collega Bontenbal daar eerder voor zien pleiten en ik heb dit ook in het CDA-verkiezingsprogramma zien staan. Ik herinner me nog goed deze goede woorden: "Een bijdrage wordt gevraagd van burgers én bedrijven, evenredig en naar daadkracht". Vindt collega Bontenbal deze uitkomst voor burgers en bedrijven evenredig en naar daadkracht?
De heer Bontenbal (CDA):
Het is niet precies zoals ik het wilde. U heeft in onze CPB-doorrekening gezien hoe we 'm hebben vormgegeven. Het is niet gelukt om het precies zo te krijgen. Dus als u mij vraagt of het exact is zoals ik wilde, dan zeg ik: nee. Dat geldt overigens voor meer maatregelen uit het coalitieakkoord; ik heb helaas niet op alle punten m'n zin gekregen. Wat er wél in zit, is dezelfde verhouding als wij in onze CPB-doorrekening hadden, namelijk een derde bedrijven en twee derde burgers. Dat doen we heel vaak. Als het bijvoorbeeld over de energiebelasting gaat, dan zie je ook vaak dat de verdeling van een derde en twee derde gebruikt wordt.
Dan over de verdeling over de huishoudens. Je ziet dat we met die tabelcorrectiefactor hebben gewerkt. Sorry voor de techniek, maar dat is een percentage over de verschillende inkomensgroepen. Wij wisten toen we eraan begonnen dat het het gelijke percentage over die verschillende schijven zou zijn. Daarmee zou het dus ook gelijk, in dezelfde mate, relatief, bij alle inkomensgroepen op dezelfde manier terechtkomen. Dat zie je ook in de tabel bij de antwoorden op de feitelijke vragen. Op pagina 16 zie je ook voor verschillende huishoudens een inschatting van hoe dat uitpakt. Het is dus niet hetzelfde bedrag voor huishoudens. Twee keer modaal betaalt echt veel meer dan één keer modaal. Een alleenstaande betaalt echt minder dan iemand met twee mensen in een huishouden. Daar zit wel degelijk die draagkracht in.
In de CPB-doorrekening zie je dat alle maatregelen bij elkaar worden opgeteld. Tijdens het schrijven van het coalitieakkoord kunnen wij die doorrekening niet doen en pas na een CPB-doorrekening zie je wat de effecten daarvan zijn. Terecht is al een aantal keer opgemerkt dat het CPB ook niet alles meteen mee kan nemen. De armoede-envelop zit daar bijvoorbeeld niet goed in. Voor bijvoorbeeld het verhogen van het eigen risico is een bepaalde correctie in de inkomstenbelasting nodig. Het CPB kiest er in zijn modellen voor om dat dan in de eerste en tweede schijf te doen. Maar dat is een keuze die het CPB maakt. Ik wil hiermee het volgende zeggen. In de uitwerking zijn er nog genoeg knoppen, denk ik, waar je aan kunt draaien om de verhouding beter te krijgen. Ik heb de kersverse premier nadat het CPB-verhaal was gepresenteerd, horen zeggen: ik ga in de loop van de augustusbesluitvorming kijken of dat koopkrachtbeeld eerlijk en rechtvaardig is. Daar ga ik hem stevig aan houden.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Maar ik weet ook dat die plannen nú worden gemaakt. Dat begint vanaf vandaag. Als we vandaag hier als Kamer zeggen "alles is fantastisch en prima dat de hoogste inkomens er het meest op vooruitgaan", dan zou dat verder de uitwerking worden. Dat is denk ik niet wat de heer Bontenbal wil. Het is in ieder geval niet wat de ChristenUnie wil. Ik wil namelijk dat we ervoor zorgen dat de middeninkomens het positieve effect merken van een kabinet dat er zit en dat voor doorbraken gaat zorgen. Daar wil ik graag aan meebouwen. Maar mijn zorg als ik hiernaar kijk, is dat we nu juist zien dat de middeninkomens en de lagere inkomens de grootste lastendruk gaan ervaren, terwijl we met alles wat de heer Bontenbal schetst in de komende jaren een hele grote bijdrage van ze gaan vragen; van de veranderingen in de zorg tot aan de woningbouw. Er komt nogal wat af op de middenklasse. Dan is het zo onverstandig om juist bij de middenklasse een groot deel van de rekening te leggen. Ik doe hier echt de stevige oproep: pak dat anders aan. Kijk naar evenredigheid en naar draagkracht en zorg ervoor dat gezinnen die rekening met rust kunnen betalen. Maar het gaat niet alleen om die rekening. Het gaat ook over al die andere fronten. Dat zit niet in doorrekeningen, maar ik maak me er wel zorgen om.
De heer Bontenbal (CDA):
Ja, dat is terecht. Die zorgen deel ik ook. U noemt de bijdragen voor gezinnen, dus het extra geld dat daarvoor uitgetrokken is. We weten natuurlijk nog niet precies hoe dat allemaal uitpakt. Laten we eerlijk zijn: deze CPB-doorrekening is een eerste inschatting. Dat zegt het CPB zelf ook. Een aantal dingen is nog niet meegenomen. Tegelijkertijd, in een eerder debat kwam ook terecht naar voren dat het gemiddelde of de mediaan wel kan kloppen, maar dat dat niet wil zeggen dat er ook nog allerlei uitschieters zijn. Ik ben het met de heer Paternotte eens dat ik me natuurlijk vooral ook zorgen maak over de huishoudens waar die stapeling van maatregelen plaatsvindt. We hebben natuurlijk niet voor niets bijvoorbeeld in het pakket Zorg de 350 miljoen voor chronisch zieken en gehandicapten opgenomen. Dat is fors meer dan wat er nu beschikbaar is. We hebben niet voor niets een armoede-envelop van, ik dacht, 150 miljoen opgenomen om ook aan die kant wat extra's te doen. Dat is dus wel vanuit het besef dat daar soms gaten kunnen vallen en dat je dat moet repareren, want uiteindelijk willen wij allemaal niet dat er mensen hier door de bodem heen zakken. Dat wil niemand. Dat wil geen enkele coalitiepartij.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Als je in een auto zit naast een chauffeur die telkens de aanwijzingen van de navigatie negeert en zegt "ja, maar ik weet zeker dat daar onze bestemming is", dan kan je daar weleens onrustig van worden. Ik weet niet of collega Bontenbal dat weleens heeft meegemaakt. Als iemand maar rechtdoor blijft rijden terwijl er telkens wordt gezegd "sla rechtsaf, sla rechtsaf", dan word je daar onrustig van. Linksaf mag ook, hoor, zeg ik tegen de heer Klaver.
De heer Bontenbal (CDA):
Ik probeer meestal zelf achter het stuur te zitten!
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Het maakt mij niet uit, als we maar gas geven, zeg ik dan meestal thuis. Maar terug naar die vergelijking: als die navigator zegt "sla linksaf" of "sla rechtsaf" en de bestuurder maar rechtdoor rijdt, dan maak je je zorgen. We hebben nu een aantal waarschuwingen liggen van het maatschappelijk middenveld. De gehandicaptenzorg en allerlei instanties zeggen dat deze zorgbezuinigingen te hard gaan neerslaan op een hele kwetsbare groep, maar ook op de middenklasse.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
We hebben de vakbonden, die zeggen: als u zo doorgaat, komt dat te hard terecht bij de harde werkers. Dan is mijn vraag aan collega Bontenbal: alstublieft, blijf niet doorrijden met "er komen nog wel meer rapporten", maar geef nu het heldere signaal dat de middenklasse erop vooruit moet gaan.
De heer Bontenbal (CDA):
Ik ben terughoudend met dat soort uitspraken, want het beleid wordt nog uitgewerkt. Ik weet de effecten niet precies. Ik ben er in mijn campagne eerlijk over geweest dat we wel offers gaan vragen. Ik bedoel overigens niet te zeggen dat u niet eerlijk bent geweest; ik zie u knikken. Maar ik denk dat heel veel partijen in de campagne hebben aangegeven waar de pijn zit. De partijen die hun verkiezingsprogramma hebben laten doorrekenen, hebben in ieder geval laten zien waar de pijn zit. In de meeste verkiezingsprogramma's en doorrekeningen zitten hele forse bezuinigingen op de zorg, omdat we met elkaar blijkbaar ook vinden dat dat kan.
In het verhaal dat wij gehouden hebben, zat inderdaad ook bijvoorbeeld die vrijheidsbijdrage. Dat was niet omdat ik dat leuk vind of omdat het een mooi campagnepuntje was; dat was omdat ik dacht: als we zulke offers vragen en we niet alles in bezuinigingen kunnen stoppen, zullen we een extra bijdrage moeten vragen, die ook zichtbaar is. We doen dus een beroep op de samenleving en zeggen: vrijheid kost iets. Ik snap dat daar allerlei mooie termen aan gehangen worden die aan mijn naam verbonden worden. Ik ben er niet trots op dat die vrijheidsbijdrage in mijn programma stond, maar het is wel het meest eerlijke. Het is toch ook een moreel signaal dat je zegt: vrijheid is niet gratis en kost ons wat. De terechte vragen gaan over de verdeling daarvan. Daar ben ik gevoelig voor. Ik weet ook dat de premier daar gevoelig voor is, want dat heeft hij gezegd. Maar ik zou ook zeggen: geef dit kabinet even de tijd om dit uit te werken, want er zijn echt nog veel knoppen waar je aan kunt draaien. Ik zal dit kabinet meegeven: doe dit op een eerlijke en rechtvaardige manier.
De voorzitter:
De heer Dassen, de heer Klaver en dan de heer Stoffer.
De heer Dassen (Volt):
Ik vind het mooi dat de heer Bontenbal laat zien dat er bij het CDA wat twijfel zit over de precieze uitwerking die we nu van het CPB hebben teruggekregen. Hij geeft aan dat nu misschien te veel lasten bij de middeninkomens worden neergelegd en dat we dadelijk moeten kijken of dat voor mensen wel eerlijk en rechtvaardig gaat zijn. Ik proef bij de heer Bontenbal ook dat er wellicht gekeken moet worden naar andere knoppen om aan te draaien. Dan wil ik even refereren aan wat zijn oud-collega Marnix van Rij, van het CDA, ooit heeft gezegd, namelijk: er wordt elk jaar 29 miljard aan belastingvoordelen uitgedeeld waarvan iedereen zegt dat die niet doelmatig zijn; daar moet het kabinet wat aan doen. Daarvan heeft die staatssecretaris gezegd dat daar een rechte rug en harde keuzes voor nodig zijn. Ik wil de heer Bontenbal vragen of het CDA bereid is om nog eens kritisch naar die fiscale regelingen te kijken, juist om te zorgen dat we de lasten op arbeid weer kunnen verlagen.
De heer Bontenbal (CDA):
Kijk, het lastige is het volgende. Wij hebben een coalitieakkoord gesloten. Daarin staan dingen waar ik heel blij mee ben en dingen waar ik niet blij mee ben, maar ik heb mijn handtekening daaronder gezet en ik ben trouw aan de handtekening die ik zet. Dat is hoe dat werkt in coalities. Op het moment dat wij zaken veranderen in het coalitieakkoord, zullen we dat altijd met z'n drieën moeten bediscussiëren. Ik zie het zo voor me dat het minderheidskabinet met de Kamer in overleg zal moeten om er plannen doorheen te krijgen. In dat overleg tussen Kamer en kabinet, oppositie en kabinet, maar ook sociale partners en kabinet zal men tot voorstellen komen die hopelijk passen binnen het coalitieakkoord, maar die misschien soms ook net over het randje gaan. Dan is het aan het kabinet om bij de coalitiepartners terug te komen om te vragen of die dat kunnen dragen. Mijn fractie zal er, natuurlijk binnen bepaalde grenzen — wij hebben ook onze principes enzovoorts — alles aan doen om dit kabinet lang te laten zitten en om de hervormingen die nodig zijn, door te voeren. De kiezer zit namelijk niet te wachten op weer een verkiezingscampagne.
Dan concreet uw vraag: stel dat er een beroep gedaan wordt op de CDA-fractie om bijvoorbeeld dingen die wij graag zouden behouden, uit die lijst met fiscale regelingen te halen; mag daar dan over gesproken worden? Dan leg ik nergens een blokkade. Daar kan dus met ons over gesproken worden. Ik zeg niet gelijk "ja". Ik weet dat wij een minderheidskabinet zijn, en de CDA-fractie zal ervoor open moeten staan dat er af en toe keuzes worden gemaakt die niet helemaal in ons verkiezingsprogramma stonden.
De heer Dassen (Volt):
Dit is volgens mij precies de zoektocht. Ik kijk waar bij het CDA de ruimte zit. Ik snap dat het CDA dan met D66 en met de VVD wil spreken, maar ik hoop toch dat we in dit debat enige duidelijkheid krijgen over waar die ruimte dan precies zit. Ik begrijp dat er bij de fiscale regelingen ruimte zit, dat het CDA daar best wel over wil praten en dat het CDA daar misschien ook wel enkele regelingen ziet die eruit kunnen waardoor de belasting op arbeid naar beneden kan. Een vervolgvraag gaat over vermogen, over schenk- en erfbelasting. Mensen die een schenking of een erfenis ontvangen, hebben daar niks voor hoeven doen. In mijn ogen is dat iets waar we best wel wat meer kunnen vragen, zeker omdat we weten dat de komende jaren 240 miljard wordt overgedragen door de mensen van babyboomgeneratie aan hun kinderen en kleinkinderen.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Dassen (Volt):
Is dat iets waar het CDA van zegt: we moeten misschien ook eens kritisch kijken naar de schenk- en erfbelasting; misschien kunnen we daar wat mee doen zodat de lasten op arbeid voor alle Nederlanders naar beneden kunnen?
De heer Bontenbal (CDA):
Nog even over die fiscale regeling. Het is niet zo dat we niks aanpakken. Er zijn echt wel hele pijnlijke maatregelen. Neem bijvoorbeeld de sierteelt. Dat is zo'n fiscale regeling die als ondoelmatig is geëvalueerd en waar we mee stoppen. Dat doet pijn en dat hebben we geaccepteerd, wetend dat we een aantal van die fiscale regelingen moeten afbouwen. Het is dus niet zo dat we niks doen.
Over schenk- en erfbelasting: in mijn verkiezingsprogramma staat heel simpel dat we daar een schuif tussen willen, dus dat het schenken gedurende het leven makkelijker moet zijn. Dan maak je dus een schuif tussen schenk- en erfbelasting. Het staat niet in dit coalitieakkoord. Als u mij dus vraagt "wilt u het persoonlijk en bent u bereid om daarop te bewegen?", dan zeg ik "ja". Ik blijf echter wel binnen de afspraken in het coalitieakkoord. Voor we daarbuiten gaan, ga ik het gesprek aan met mijn coalitiepartners. Het kan soms zijn dat je met elkaar een nieuw arrangement moet verzinnen en dat je met elkaar ook tot een nieuwe onderhandeling komt. Ik wil heel graag in de geest van het coalitieakkoord, ook met respect voor de belangen van de andere twee partijen, daarin verder gaan. De CDA-fractie heeft geen taboes en gaat op een hele redelijke manier naar alle voorstellen kijken. Ook als er soms dingen tussen zitten die wij niet prettig vinden, zullen wij altijd het belang van Nederland bij onze keuzes zwaarder laten wegen dan ons eigen verkiezingsprogramma.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Dassen (Volt):
Dit zijn al twee dingen waar dan ieder geval met de CDA-fractie over te praten valt: fiscale regelingen — "sierteelt" is een heel klein stukje van alle miljarden — en de schenk- en erfbelasting. Dan valt met de CDA-fractie misschien ook nog over een laatste punt te praten.
De heer Bontenbal (CDA):
Het moet niet te gek worden, meneer Dassen. Ik heb al veel te veel weggegeven.
De heer Dassen (Volt):
Dit is de uitgestoken hand waar we volgens mij het hele debat al op zitten te wachten: dat we uiteindelijk ook echt daadwerkelijk kunnen gaan kijken waar we over kunnen gaan praten.
De voorzitter:
Uw laatste punt.
De heer Dassen (Volt):
De hypotheekrenteaftrek. Is dat nog iets waarvan de CDA-fractie zegt "wellicht moeten we daar ook nog wat mee doen"? Ik snap dat het lastig is voor de VVD, maar wellicht zegt de CDA-fractie: "We willen uiteindelijk ook dat de woningmarkt eerlijker wordt. We willen ook nog wel wat doen aan de hypotheekrenteaftrek."
De heer Bontenbal (CDA):
Zullen we afspreken dat u een poging doet om de VVD-fractie te overtuigen? Dan belt u mij daarna en dan fiks ik de rest.
(Hilariteit)
De heer Dassen (Volt):
Ik ga nu natuurlijk de VVD-fractie overtuigen. U ziet zo de heer Brekelmans naar achter lopen en dan …
De voorzitter:
Er is straks een dinerschorsing en dan heeft u alle tijd.
De heer Dassen (Volt):
Helemaal goed!
De heer Bontenbal (CDA):
U bent een knappe jongen als u dat binnen een uur redt.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik wilde een aantal vragen stellen, ook over de vrijheidsbelasting, de Bontenbalheffing, of hoe we 'm ook noemen.
De heer Bontenbal (CDA):
Nu doet u het weer!
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Haphap. De heer Dassen heeft daar zojuist eigenlijk al voldoende over gevraagd. Er zit ruimte en dat is ook nodig, want het moet volgens mij eerlijker om ervoor te zorgen dat de lasten eerlijker verdeeld worden. Daarom ga ik naar afspraken over de AOW. De AOW-leeftijdsverhoging stond niet in het verkiezingsprogramma van het CDA, als ik het goed heb. Volgens mij heeft het CDA altijd gezegd: handen af van de AOW. Waarom is hier toch toe besloten? Waarom verdedigt de heer Bontenbal hier bijna alsof het zijn eigen idee is dat die leeftijd toch omhoog moet? Hij weet dondersgoed dat dit een afspraak was uit het pensioenakkoord, waar al onze partijen onder stonden. Het is toch een verdraaid slecht idee om dit te doen?
De heer Bontenbal (CDA):
Ik verdedig het niet als mijn eigen idee. Ik verdedig het als een afspraak uit het coalitieakkoord. Dat is wat anders. U heeft zelf vaak in coalities gezeten. Daar zitten soms maatregelen in die je fijn vindt en soms maatregelen die je niet fijn vindt. Het klopt dat de verhoging van de AOW-leeftijd niet in ons verkiezingsprogramma stond, maar met elkaar maak je een totaalplaat. Een van de dingen waarover wij lang gediscussieerd hebben — dat heeft u vast wel kunnen lezen in de constructies — betreft de financiële degelijkheid van het hele verhaal. Wij wilden niet alleen maar voor de komende jaren wat doen en zorgen dat die plaat ongeveer rondkwam, maar ook voor de langere termijn. Wat betreft de zorgquote en de uitgaven aan de sociale zekerheid loopt het te hard op als we niks doen. Dat drukt dan andere uitgaven weg die de overheid ook zou willen doen. Dat is een politieke discussie die wij hier op dat niveau met elkaar zouden moeten voeren. De zorgkosten gaan van 11% naar ik meen iets van 18% — ik weet het niet precies — in 2060 als we niks doen. Vinden we dat met elkaar politiek acceptabel? Het gaat wel ten koste van iets anders. Dat geldt ook voor de sociale zekerheid. Uiteindelijk kunnen die enorme posten, sociale zekerheid en zorg, een soort koekoeksjong zijn die andere uitgaven eruit drukken. Dat is de politieke discussie die wij moeten hebben.
De voorzitter:
Uw antwoorden kunnen wat korter, meneer Bontenbal.
De heer Bontenbal (CDA):
Daar heeft u wel gelijk in, ja.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Het viel me ook op, voorzitter!
Dit is precies wat ik bedoel met het verdedigen van de AOW-leeftijdsverhoging. "De kosten voor de sociale zekerheid lopen op en daarom gaan we nu bezuinigen op de AOW." Ik weet niet of u weet wie er ooit de aanstichter van is geweest om te zeggen: we moeten de een-op-eenkoppeling loslaten van de AOW. Wel, dat was de heer Buma. Die heeft hierover een motie ingediend in het parlement. Die heeft eigenlijk gezegd: laten we eens onderzoeken of die een-op-eenkoppeling er wel moet zijn. Dit is een ontzettend belangrijk punt geweest van de vakbeweging en mijn partij, namelijk om ervoor te zorgen dat we die een-op-eenkoppeling eraf halen. Het is nog maar vijf jaar geleden. De wereld is niet veranderd ten opzichte van toen: de levensverwachting is niet verder omhooggegaan. We hebben dit juist gedaan om te anticiperen op de stijgende kosten van de AOW. Snapt u dat dit bij ons volstrekt in het verkeerde keelgat schiet? We hadden een afspraak. Ik had gehoopt dat u het pensioenakkoord had verdedigd zoals u hier nu het regeerakkoord verdedigt. Volgens mij is dit namelijk precies wat we willen: met meer dan 76 zetels en de maatschappelijke partners afspraken maken voor niet de komende 4 jaar maar voor de komende 10, 20, 30, 40 jaar. Dat is de enige manier waarop we vooruit kunnen. Waarom is het CDA op dit punt — het spijt me om het te moeten zeggen — gewoon onbetrouwbaar?
De heer Bontenbal (CDA):
Die kwalificatie deel ik niet. Ik denk dat wij een ontzettend betrouwbare partij zijn. Ik vind dat geen fijne kwalificatie. Deze discussie heeft u net ook met de heer Paternotte gevoerd. Mijn wedervraag zou zijn: vindt u dat zo'n akkoord tot in de eeuwigheid zou moeten blijven gelden omdat er geen einddatum aan zit? Maar ik snap uw punt wel. Het is niet dat ik zeg "het is totaal onzin wat u zegt" en dat ik de pijn niet zou begrijpen die erachter zit. In het vorige debat kwam het ook naar voren. Ook de vakbonden hebben dit akkoord verdedigd. Ze hebben pijn genomen en dingen ingeleverd enzovoort. Dus ik snap dat. Maar u moet ook de worsteling snappen, want partijen willen de sociale zekerheid op de langere termijn ook gezond houden. Dit verhaal is een startpunt. Op elke bladzijde staat: we gaan in gesprek met sociale partners, medeoverheden en de Kamer. Laten we dus kijken waar we uit komen, maar ik ga deze kaart niet zomaar uit het kaartenhuis trekken. Want dan zou ik weer onbetrouwbaar zijn naar mijn coalitiepartners.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Fijn dat u betrouwbaar bent naar de coalitiepartners, maar u bent niet betrouwbaar naar de mensen met wie u afspraken heeft gemaakt over het pensioenakkoord.
De heer Bontenbal (CDA):
Maar nu gaat u weer op de man spelen. Dat vind ik niet prettig.
De voorzitter:
Meneer Bontenbal, meneer Bontenbal, u spreekt steeds door de interrumpanten heen. Dat moet u niet doen. Meneer Klaver heeft het woord.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Het is helder dat u kiest voor de afspraken die in het regeerakkoord staan. Maar ik sta hier om te benadrukken hoe zwaar dit voor ons weegt, precies om de reden die u aangeeft. Dit was voor ons het zoet in een akkoord. Dit is wat wij hebben binnengehaald. Daarvoor hebben wij afspraken geslikt uit dat pensioenakkoord die moeilijk lagen. Ik ben blij dat de gesprekken niet publiek waren die ik met mijn fractiegenoten heb moeten voeren toen de pensioenwet ter stemming voorlag in de Tweede Kamer. Er waren namelijk ook mensen die zeiden: er zijn inhoudelijke redenen om hier tegen te stemmen. Maar na het gesprek dat we toen hebben gehad in onze fractie zeiden we wel: wij stáán voor onze handtekening, want ook wij hebben zaken binnengehaald; we zouden niet willen dat dit onderuit wordt geschoffeld. Dit is precies waar de pijn bij ons zit en waar de pijn bij vakbonden zit.
En waarom is dit nou zo saillant op dit moment? Een minderheidskabinet zoekt naar bredere afspraken om doorbraken te realiseren die over meer gaan dan vier jaar. Er zijn in onze achterban ook mensen die zeggen: "Laat ze het lekker uitzoeken daar in het kabinet. Ze wilden niet met jullie, dus waarom zou je nu in vredesnaam afspraken maken?" Wat moet ik tegen hen zeggen? "Nee, dat moeten we wel doen. We gaan afspraken maken over de langere termijn"? Maar nu krijg ik terug: over vier jaar is die afspraak toch niks meer waard. Dat wil ik niet! Het zegt iets over de cultuur in dit huis en ik vind dat die moet veranderen. Een afspraak is een afspraak. Fijn dat u dat en de afspraken die u heeft gemaakt met deze coalitie hier verdedigt. Dat siert u, maar ik zou willen dat u met dezelfde hartstocht en passie de afspraken verdedigt die wij hebben gemaakt in het pensioenakkoord.
De heer Bontenbal (CDA):
Ik heb u gehoord. Het eerste wat ik heb gedaan in de week na het presenteren van het coalitieakkoord, is alle vakbonden uitnodigen. Ik heb ze allemaal een-voor-een gesproken. De pijn die zij hierover hebben, hebben ze in vrij duidelijke bewoordingen bij mij op tafel gelegd. Ik zeg daarom tegen het kabinet: aan de slag. Ga aan het werk en voer het gesprek. Ik neem aan dat het kabinet met een vrij zware vertegenwoordiging met de sociale partners in de polder gaat praten. Ik vraag ze daar goed naar te luisteren.
De heer Stoffer (SGP):
Mijn inschatting is dat binnen de coalitie het CDA de partij is die het meest oog heeft voor het gezin en de gemeenschap. In het Nederlandse belastingplan zie je echter eigenlijk een soort prikkels om vaders en moeders allemaal de arbeidsmarkt op te krijgen. Of dat wel of niet kan, je hebt geen vrije keuze om zorg en werk op die manier te verdelen die het meest optimaal voor je gezin is. Dat wordt extra schrijnend in de situatie dat een vader of een moeder niet kan werken of dat er een kind is dat zo veel zorg vraagt, dat het niet kan. Het zorgt er ook voor dat vrijwilligerswerk onder druk komt te staan. Hoe kijkt de heer Bontenbal daartegen aan?
De heer Bontenbal (CDA):
In het verleden hebben we vaak samen opgetrokken op dit punt. CDA, SGP en ChristenUnie hebben dit punt samen aangekaart en we hebben daarmee ook meerdere kleine succesjes behaald. Als dat weer zou lukken, vindt u mij aan uw zijde. Ik zal dat in coalitieverband altijd netjes afstemmen.
De heer Stoffer (SGP):
Dit antwoord klinkt mij als muziek in de oren. Ik herinner mij ook nog het C3-akkoord. Minister Heinen herinnert zich dat waarschijnlijk ook, maar hij kijkt nu wel ietwat naar beneden. We hebben toen stevige gespreken gehad met een goed resultaat. Als ik hem zo hoor doet ie dat, maar ik zou graag zien dat de heer Bontenbal met mij de handschoen oppakt om bij het volgende Belastingplan samen opnieuw te kijken of we iets kunnen doen aan de kloof tussen een- en tweeverdieners. Met alle zorgen daarbij die ik zojuist uitsprak, moeten we kijken of we iets kunnen doen wat goed is voor gezinnen en ook voor de gemeenschap.
De heer Bontenbal (CDA):
Daar zou ik graag één randvoorwaarde bij willen leggen: laten we ook bij alles wat we doen, streven naar vereenvoudiging. Als dat mooi gecombineerd zou kunnen worden, dan ben ik helemaal voor.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Stoffer (SGP):
Voor vereenvoudiging zijn we op zich altijd, maar het moet uiteindelijk wel het doel dienen dat die kloof minder groot wordt, dat gezinnen er beter van worden en dat de gemeenschap er beter van wordt. Maar die handschoen pakken we wat mij betreft graag op. Dus ik kom in contact met de heer Bontenbal.
De heer Bontenbal (CDA):
Er staan in het coalitieakkoord wat haakjes. Er staat ergens in de financiële paragraaf dat er een programma voor fiscale vereenvoudiging komt. Er staan wat suggesties in die tekst en het is dus ook niet zo dat de staatssecretaris Fiscaliteit de komende tijd op zijn handen kan gaan zitten.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik hoor de heer Bontenbal net zeggen dat hij de zorgen van de oppositie over de bezuinigingen op de gehandicaptenzorg van 140 miljoen euro begrijpt. Maar mijn vraag is: vindt hij dat dat kan?
De heer Bontenbal (CDA):
Dat kan ik niet beoordelen. Het punt is natuurlijk dat je … Uiteindelijk zou ik zeggen: in de uitwerking van het coalitieakkoord moet er gekeken worden of die bezuinigingen haalbaar zijn. Als u vraagt of gehandicapten ontzien moeten worden en of we er gewoon voor moeten zorgen dat deze groep altijd de zorg krijgt die ze nodig heeft, dan zeg ik ja. Maar je kunt niet meteen zeggen dat er geen enkele bezuiniging mogelijk is. Dat zou u ook nooit zeggen. Ik heb het even niet over deze sector, maar als een sector niet efficiënt zou werken, dan is het gek om te zeggen dat er niet efficiënter zou kunnen worden gewerkt. Dus het is gek om te zeggen dat er nooit geld vanaf mag. Volgens mij moet het basisprincipe zijn dat de mensen die het meest kwetsbaar zijn, de zorg krijgen die ze nodig hebben en dat die zorg adequaat is.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik probeer het hele debat grote bedragen en technische discussies terug te brengen naar wat er gebeurt bij mensen. Ik heb het u de vorige keer ook voorgelegd. Als je met mensen in de gehandicaptenzorg spreekt, zeggen ze: "We zijn van vier begeleiders op een groep naar twee gegaan. Er zijn al heel veel bezuinigingen, miljoenen, op onze sector losgelaten. Het kan niet langer zo." Ik vraag aan de heer Bontenbal of hij vindt dat het wel kan. Als hij zegt dat hij het niet weet, dan verbaast mij dat enorm. U moet uw mails namelijk hebben gelezen. Daar zitten vast gehandicaptenzorgverleners in. Die zeggen massaal: dit kan niet, dus doe het niet.
De heer Bontenbal (CDA):
Het klopt dat ik die mails heb gelezen. Het is ook niet zo dat wij dit zomaar hebben gedaan. Iedereen die ooit een coalitieakkoord heeft gemaakt, weet dat je de contouren van beleid maakt. Dat moet worden uitgewerkt. Of het kan en in welke mate, of dat daar toch moet worden bijgeschaafd, is uiteindelijk — het is heel vervelend — dus toch echt aan vak K. Als de bewindspersonen uit vak K straks bij mij komen en zeggen dat het niet haalbaar is, dat het op een andere manier moet en dat ze deze groep willen ontzien, dan is het CDA uiteraard bereid om te zeggen dat deze groep gewoon de zorg moet krijgen die hij nodig heeft.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dit verbaast mij dus, omdat u zelf bij die onderhandelingen heeft gezeten. U heeft zelf getekend voor dit bedrag. Hoe kunt u tekenen voor een bedrag als u niet exact weet wat de gevolgen zijn? De mensen in de gehandicaptenzorg zeggen nu al dat het niet kan. Er zijn zichtbaar schrijnende situaties in de gehandicaptenzorg. Ik pik nu alleen de gehandicaptenzorg eruit. Ik had het ook met u willen hebben over de chronisch zieken en gehandicapten, waarover iedereen in deze zaal die een rol vervult in het minderheidskabinet zegt: maar we compenseren met 315 miljoen euro. Ja, maar aan de andere kant wordt er 618 miljoen euro afgepakt via de belastingen om je specifieke zorgkosten te kunnen kwijtschelden. Sorry, maar dan worden mensen dus gewoon harder gepakt als ze chronisch ziek of gehandicapt zijn. Het zijn al die dingen waarvoor u heeft getekend. Die dingen kloppen uiteindelijk mooi in cijfers en in spreadsheets, maar als we met mensen spreken over hoe het bij mensen thuis uitpakt, dan horen we dat het bezuinigen op de thuiszorg ervoor zal zorgen dat mensen thuis vereenzamen en vervuilen, omdat er niemand meer langskomt. Of u nou een soort maatwerkpakketje achteraf heeft om nog iets te compenseren of niet, chronisch zieken en gehandicapten gaan erop achteruit. De gehandicaptenzorg zal nog meer onder druk komen te staan als u erop gaat bezuinigen. Ik vind het bizar dat u heeft getekend voor de bezuinigingen op de gehandicaptenzorg zonder dat u daadwerkelijk weet wat de effecten zijn. Dat is onbegrijpelijk!
De heer Bontenbal (CDA):
Nee, want de bezuinigingen gingen natuurlijk over een veel grotere post. Daar zitten de gehandicapten potentieel in, maar in de uitwerking zul je zien hoe die bezuiniging verdeeld wordt. Dat weet je nog niet. Het is aan het kabinet om dat uit te werken. Het kabinet zal dat doen, gehoord hebbende wat de Kamer en het zorgveld zeggen. Het is dus niet zoals u het nu zegt. Dat is uitwerking van beleid. We zijn vandaag in debat om daar sturing aan te geven.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter, ik heb een punt van orde. Het gaat over 140 miljoen euro die gewoon ingeboekt staat voor volgend jaar.
De heer Bontenbal (CDA):
Dat was het vorige kabinet.
De voorzitter:
Dat is geen punt van orde, maar we noteren het als een persoonlijk feit.
De heer Vermeer (BBB):
Ik vond het net een beetje een absurde discussie, want als je niet zeker weet of iets kan, dan ga je het niet opschrijven, lijkt mij. Dan is dit coalitieakkoord namelijk niet alleen een openingsbod, maar ook gewoon een soort pentekening, in de zin van: misschien zou dit allemaal wel kunnen. Nee. Daar sta je toch achter of niet? Het is heel vreemd als de heer Bontenbal daar nu al niet meer achter staat en het brengt als "ook maar een idee" en "we gaan het nog weleens zien". Maar dat terzijde.
Ik wilde het hier eigenlijk hebben over het feit dat de heer Bontenbal rond dat pensioenakkoord steeds verwees naar het kabinet. Ik wil heel graag weten waar de heer Bontenbal vindt dat de verantwoordelijkheid voor het akkoord, zoals het coalitieakkoord, en het vinden van meerderheden voor plannen ligt. Ligt die verantwoordelijkheid volgens de heer Bontenbal bij het kabinet of bij de coalitiepartijen?
De heer Bontenbal (CDA):
In mijn optiek moet de rolverdeling als volgt zijn. Het kabinet zoekt meerderheden in de Kamer. Het heeft altijd meer nodig dan de drie coalitiepartijen. Het liefst is de steun wat mij betreft zo breed mogelijk. Als in de uitwerking buiten de randen van het coalitieakkoord wordt gegaan, bijvoorbeeld doordat de maatregelen niet matchen of het financieel kader knelt, dan zal er met de drie coalitiepartijen over gesproken worden of dat door deze drie partijen kan worden gedragen. Dat lijkt mij de meest zuivere rolverdeling. Ik wil voorkomen dat we in dezelfde situatie komen als bij de onderhandelingen over de Onderwijsbegroting. Daar waren het de coalitiefractievoorzitters die met elkaar aan het onderhandelen waren. Ik sta nog steeds achter de deal die toen gesloten is, maar de manier waarop was niet goed. Er had een kabinet moeten zitten dat onderhandelde met de oppositie. Dat is, denk ik, de manier, want anders maak je fouten. We hebben toen ook gezien dat er fouten werden gemaakt.
De heer Vermeer (BBB):
Dat betekent dus dat uw uitnodiging aan mij om een kop koffie te drinken puur voor de vriendelijkheid en de persoonlijke contacten is, maar dat wij helemaal geen zaken kunnen doen met u, want u houdt zich aan het coalitieakkoord. Wij moeten zakendoen met het kabinet. Als het kabinet er met ons dan niet uitkomt, moet het naar u toe om weer te onderhandelen en horen wij wel weer terug wat er gaat gebeuren. Nou, ik wens u veel succes de komende tijd.
De heer Bontenbal (CDA):
Ik zou allereerst willen zeggen: wat is er mis met vriendelijkheid? Over iemand die een kop koffie drinkt met een collega zou ik zeggen: waardeer het. Ik ga graag koffiedrinken met u. U suggereert ook dat er geen contact mogelijk is tussen fractievoorzitters en het kabinet. U kunt mij dingen meegeven. Ik heb toevallig best wel wat telefoonnummers in mijn telefoon staan van mensen die in vak K zitten. Het is niet zo dat ik daar geen rol in kan spelen. Ik kan heel goed naar u luisteren en uw wensen meenemen. Sterker nog, ik denk dat er in het huidige coalitieakkoord al allerlei zaken staan die niet per se uit de drie kokers van deze partijen komen. Die zijn erin gekomen door gesprekken van fractievoorzitters met ons. Er werd net gerefereerd aan iets wat de heer Struijs heeft gezegd tijdens die gesprekken, over fraude in de zorg. Dat staat er niet voor niks in. Er staat iets in over een transparantieregister, wetende dat D66, maar ook zeker de heer Dassen, daar steeds over begonnen is. Dus wij hebben in die ronde wel degelijk geluisterd naar wat anderen hebben gezegd en geprobeerd dat een plek te geven. U heeft als fractie zelf complimenten gemaakt over de stikstofparagraaf en de woonparagraaf, omdat daarbij ook geluisterd is naar uw partij. Laten we daar dus niet negatief over doen, want er wordt wel degelijk geluisterd. Ik kan daar als fractievoorzitter in de Kamer ook een rol in spelen. Dus ik ga graag koffiedrinken met u.
De voorzitter:
Afrondend, meneer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Ik heb niet gezegd dat ik het niet waardeer. Ik heb gezegd dat het dus alleen over vriendelijkheid gaat en dat wij bij het kabinet moeten zijn als wij willen dealen over zaken, en niet bij de coalitiepartners. Daarnaast heb ik ook niet gezegd dat er geen contact is tussen fractievoorzitters en kabinet, want dat zou wel een hele vreemde figuur zijn. Dat heb ik dus ook niet gesuggereerd. Dat wilde ik graag even duidelijk stellen, want die suggestie werd hier wel gewekt.
De heer Bontenbal (CDA):
Het is duidelijk wat u ervan vindt.
De heer Struijs (50PLUS):
Ik heb een paar vragen over het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Een mooi programma, maar ik zie Joke en Arie in Groenoord in Schiedam, die op een flatje wonen voor €700 huur. Die huur gaat maar omhoog en de schimmel staat al drie jaar op de muur. Ze gaan na zessen niet naar buiten, want het is echt onveilig in die wijk. Ondertussen zijn er veel klachten en hebben ze echt zorg nodig, van de wijkverpleegkundige en noem allemaal maar op. Dat is nu. Dat staat niet op zichzelf. Hier begint het echt te stapelen. Ik heb echt veel zorgen over de zorg, maar nu even over het nationaal programma. Het is wat mij betreft nog steeds te vrijblijvend. Ik zie dat er mooie dingen gebeuren, maar als je vier jaar moet wachten tot een gemeente een keer echt aan de slag gaat, nog even los van de financiën … Bent u bereid om vanuit de regering te stimuleren dat er meer coördinatie komt, dat er meer bandbreedte komt, dat er stippellijnen komen, zo van: zo doen we het hier en daarmee kunnen we voort? Er zijn namelijk nog te veel onveilige buurten. Er is te veel ellende in heel veel wijken in Nederland. Ik zoek de brug tussen regering en gemeenten.
De heer Bontenbal (CDA):
U heeft zelf in uw interruptie eerder ook gezegd dat u wilt dat departementen samenwerken, dat er over onderwerpen heen wordt gewerkt. Ik denk dat dat de kracht is van het NPLV-programma. Als u mogelijkheden ziet om dat programma steviger en effectiever te maken, sta ik daar honderd procent voor open. Ik wil wel voor één ding waken. Er zit natuurlijk heel veel wijsheid en kennis bij deze programma's zelf. Ik wil ervoor waken dat Den Haag weer gaat voorschrijven hoe zij het moeten doen, want dat gaat ook een hoop ellende opleveren. Ik zou vooral willen dat de wijsheid die in die programma's wordt opgedaan … In Leeuwarden doen ze het anders dan in Rotterdam-Zuid, Tilburg enzovoort. Ik vind het overigens een schitterend programma en ben heel blij dat we het kunnen doorzetten. Maar laten we niet vanuit Den Haag voor hen gaan bedenken hoe het moet. Als we hen kunnen stimuleren om kennis met elkaar te delen en bepaalde dingen effectief te doen, ben ik uw man.
De heer Struijs (50PLUS):
Nou, dan ben ik uw man, want ik wil de kennis van Rotterdam-Zuid, Amersfoort of Heerlen zeker delen. Alleen, het komt niet bij elkaar. Het moet bij elkaar gebracht worden, op een centraal punt. Ik heb het over meer coördinatie. Ik ben niet snel van de staatscommissies of een landelijk programma. Geef het een naam, maar wel vanuit de opgebouwde kennis en niet vanuit de sturing vanuit Den Haag; dat delen we. Maar er moet meer coördinatie en daadkracht komen, want de mensen aan het einde van de lijn zitten nog steeds met een waardeloze woning, energiekosten en veel ziektekosten. Ze durven na zessen de straat niet meer op. Daar ben ik dus op uit.
De heer Bontenbal (CDA):
Zou het dan een idee zijn dat de heer Struijs en ik een aantal managers van dit soort programma's — Marco Pastors is daar bijvoorbeeld één van — gewoon eens op de koffie vragen, om dan met elkaar dat gesprek te voeren, mee te schrijven en te kijken wat er dan beter kan? Dan kijken we of we dit samen in de Kamer een stapje verder vooruit kunnen helpen. Ik zou dat heel tof vinden.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Struijs (50PLUS):
Ik roep mijn collega-Kamerleden graag op om zich daarbij aan te sluiten. Dank u wel!
De heer Bontenbal (CDA):
Ja, gaan we doen.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heb de heer Bontenbal de vorige keer ook al gevraagd waar die stikstofdoelen nou vandaan komen. Volgens mij is de wet namelijk helder, net als de uitspraak van de rechter. De heer Bontenbal paste toen eigenlijk een lelijk Haags trucje toe. De heer Stoffer vond de doelen nog te scherp. Toen zei de heer Bontenbal: als mevrouw Ouwehand vindt dat we te weinig doen en de heer Stoffer vindt dat we te veel doen, dan zal ik het wel goed hebben. Zo werkt dat toch niet? De doelen die de coalitie heeft afgesproken, zijn maar de helft van die 50% minder in 2030, terwijl die in de gerechtelijke uitspraak nog is bevestigd. Zojuist stond de heer Vermeer hier. Toen zei de heer Bontenbal letterlijk: ik heb naar uw partij geluisterd als het gaat over stikstof. Dat zien we: het zijn nu BBB-doelen. Maar je moet toch niet luisteren naar de BBB? Je moet toch eerst en vooral naar de rechter luisteren?
De heer Bontenbal (CDA):
Dat was geen Haags trucje.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
O.
De heer Bontenbal (CDA):
Dat was humor. Dat kan ook weleens in deze Kamer, mevrouw Ouwehand. Ik zou zeggen: probeer het ook eens een keer!
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Oké. Haagse humor dan zeker!
De heer Bontenbal (CDA):
Sorry, mevrouw Ouwehand.
De voorzitter:
Meneer Bontenbal, was dat uw antwoord?
De heer Bontenbal (CDA):
Neeneenee, ik ben nog niet klaar.
De voorzitter:
Meneer Vermeer, volgens mij is de heer Bontenbal nog met zijn antwoord bezig.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Een persoonlijk feit, zeker.
De voorzitter:
Een persoonlijk feit? Dat mag.
De heer Vermeer (BBB):
Er werd iets gezegd waar ik een persoonlijk feit over wil maken.
De voorzitter:
Gaat uw gang.
De heer Vermeer (BBB):
Als dit humor is, dan wil ik bij alles wat de heer Bontenbal zegt wel even horen of hij dat als humor bedoelt of het ook echt meent, want ik kan er anders geen touw aan vastknopen.
De voorzitter:
Jajaja, waarvan akte. Ik stel voor dat u de interruptie van mevrouw Ouwehand gaat beantwoorden, meneer Bontenbal.
De heer Bontenbal (CDA):
Mevrouw Ouwehand …
De voorzitter:
En hoewel ik dol ben op humor: graag zonder humor.
De heer Bontenbal (CDA):
… ik maak geen grappen meer! Ik ben ervan overtuigd dat datgene wat er nu staat, een hele forse stap is, die de duidelijkheid geeft die nodig is en die Nederland weer op het goede spoor zet om het land van het stikstofslot af te halen en de boeren weer perspectief te geven. Dat dit serieus is, blijkt uit het akkoord, uit de maatregelen die we bereid zijn te nemen. Er zitten een aantal maatregelen tussen die we eerder niet bereid waren te nemen. We zetten doelen in de wet en zetten er ook een flinke pot geld naast, zodat we zeker weten dat we die doelen ook kunnen halen. Ik vind het dus eigenlijk jammer dat uw evaluatie is dat het weer te weinig is en dat het niet goed is. Het is een hele forse stap ten opzichte van het vorige kabinet. U ziet en leest in dit akkoord dat hier een coalitie zit die het stikstofprobleem echt wil oplossen en de boeren weer toekomstperspectief wil geven. Laten we dus gewoon beginnen; laten we meters maken. Er is ook weer een regeling aangekondigd. We kunnen ellenlang blijven zeuren over doelen voor straks, maar ik wil een kabinet zien dat gewoon nu meters gaat maken.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
"Ellenlang blijven zeuren over doelen ..." Ik heb de VVD-minister hier meermaals voor gecomplimenteerd, ook vandaag nog: het kabinet-Rutte IV probeerde uit te leggen dat er grote dingen moesten gebeuren. Het probeerde ook de boeren daarin mee te nemen. Het was toen het CDA dat weer een nieuwe discussie over doelen veroorzaakte, door een spaak in de wielen te steken. Maar er was onderbouwing voor die doelen. Die coalitie dacht echt niet: we gaan nu zó veel voor de natuur doen dat het ook nog wel gehalveerd kan worden. De heer Bontenbal heeft dus met zijn partij zelf die discussie weer laten ontstaan, maar nu zegt hij: ik ben ervan overtuigd dat dit genoeg is. Waar is die overtuiging op gebaseerd? Die is namelijk niet op basis van de ecologische analyse en ook niet op basis van de uitspraak van de rechter. Waar komt die overtuiging dan vandaan?
De heer Bontenbal (CDA):
We hebben ons laten informeren in de verschillende rondes. Daarin hebben we natuurlijk ook zelf ons huiswerk gedaan. We hebben ook gekeken hoeveel geld er nodig is. In die paragrafen staat ook heel duidelijk dat we gaan doen wat nodig is. Mocht het dus niet genoeg zijn, dan zullen we altijd bekijken wat er nog extra nodig is om die doelen wel te halen. Laten we gewoon aan de slag gaan. Ik denk dat er heel veel mogelijk is en ook dat er heel veel resultaat kan worden geboekt, als we hier in de Kamer die stappen zetten die nodig zijn en het kabinet heel snel het beleid gaat uitwerken. Er staan heel veel dingen in het coalitieakkoord waar heel duidelijk bij staat: we gaan het voor de zomer uitwerken. U ziet dus ook de haast in dit akkoord. Bij de uitwerking van het beleid zult u heel vaak hier aan de microfoon staan om het bij te sturen en te bediscussiëren. Maar laten we het uitwerken en beginnen, want volgens mij kunnen we flinke stappen zetten op het gebied van stikstof en toekomstperspectief voor boeren.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dit is echt onverstandig. De heer Bontenbal gaat er volledig aan voorbij dat deze natuurcrisis heel serieus is en dat Nederland aan de lat staat om te zorgen dat natuurgebieden niet verder verslechteren. Hij zadelt een coalitiegenoot, de nieuwe minister van Landbouw, op met doelen die onvoldoende zullen zijn. Wat er minstens nodig is, is dat de hele coalitie — D66, de VVD, maar zeker ook het CDA, dat vorige keer de boel aan het ondermijnen was — gaat staan voor de doelen waarvoor de minister van Landbouw gewoon aan de bak moet om die natuurcrisis op te lossen. Als je dat niet doet, dan staat hij er alleen voor. Dan komen er weer nieuwe uitspraken van de rechter. En we weten dat de onrust hierover heel groot is, en dat snap ik heel goed. Dus doe die stap naar voren en ga als CDA staan voor die doelen, waar de rechter uitspraken over heeft gedaan. Dan hebben we een kans dat we het ook voor elkaar krijgen. Als je je doelen al halveert, dan wordt het 'm niet.
De heer Bontenbal (CDA):
Waar ik voor sta, is wat daar staat. Daar staat heel veel ambitie en tempo in. Er staat een bak van 20 miljard om het mogelijk te maken. Dat je zo veel geld uittrekt, ook voor natuur, in een tijd dat je fors moet hervormen, laat zien dat deze coalitie ambitie heeft. Ik zal ze daar ook aan houden.
De heer Struijs (50PLUS):
Ik hoorde de heer Bontenbal aan het begin van zijn betoog hele mooie waarden uitspreken die me aan het hart gaan, maar er is een waarde die heet betrouwbaarheid. Ik wil het echt even hebben over de AOW. Ik heb namelijk aan die onderhandelingstafel gezeten. Ik heb daarna als voorzitter van de Politiebond in vele zalen beloofd, niet alleen aan politiemensen maar ook aan leraren: "Dit is in bloed geschreven. De regering spreekt zich echt uit: zo blijft het staan. Die 67 jaar, daar komen we niet meer aan. De AOW wordt niet verhoogd. Dat is toegezegd door de minister en de minister-president." Zo ben ik de zaal ingegaan. Ik kwam bij 50PLUS in een zaal vol mensen die zich druk maakten over hun pensioen en hun AOW. We hadden een felle strijd, want wij hebben in ons programma op laten nemen: we laten de 65 jaar los en we gaan naar 67 jaar, want wij hebben destijds een goede deal met de regering gemaakt. Het gaat over betrouwbaarheid. Is het niet zo, meneer Bontenbal, dat betrouwbaarheid ook het hoogste goed is voor deze regering en dat we de AOW nooit mogen verhogen? Het gaat toch niet waar zijn dat u alle tussenstappen die meneer Markuszower allemaal doet toch gaat steunen als CDA? Ik hoop dat u gaat inzetten op die betrouwbaarheid als het om de AOW gaat.
De heer Bontenbal (CDA):
Ik zou een flauw trucje kunnen uithalen en kunnen zeggen: wat heeft meneer Markuszower dan gezegd of gedaan? U doelt vermoedelijk op een motie die is ingediend en aangepast. Op het moment dat er in die motie staat dat we met elkaar en met sociale partners kijken of er een andere manier van invulling is, dan is het niet gek, gehoord wat er hier allemaal gezegd wordt, dat je daar welwillend naar kijkt. Het zou heel gek zijn als ik daar niet welwillend naar keek, gelet op wat er hier allemaal gezegd werd. Dat zou u toch ook gek vinden, denk ik.
De heer Struijs (50PLUS):
Nee, ik vind dat juist gek omdat we een afspraak hebben met de regering. En die wordt overgenomen, nam ik altijd aan, in het kader van betrouwbaarheid. Ik vind het dus wel gek. Ik had dus gehoopt van het CDA te horen: we houden ons aan die afspraak van destijds, want dit trekt het hele pensioenstelsel omver. De betrouwbaarheid van heel veel staat op het spel, en dat is een heel hoog goed.
De heer Bontenbal (CDA):
Ja, maar dan zou mijn wedervraag zijn: vindt u dat alles in het pensioenakkoord tot in het oneindige altijd volgehouden moet worden?
De heer Struijs (50PLUS):
Nee, maar we hebben toen wel afgesproken minimaal vijftien jaar, want we hebben er ook vijftien jaar over gedaan om het voor elkaar te krijgen. Dat waren de woorden waarmee we afscheid hebben genomen van de regering midden in de nacht.
De voorzitter:
Dit was uw laatste interruptie, meneer Struijs. Meneer Bontenbal.
De heer Bontenbal (CDA):
Dan zou ik de vraag kunnen stellen: is de geldigheid van het pensioenakkoord dan volgens u vijftien jaar? Dat gaat u denk ik ook niet beamen.
De voorzitter:
We gaan geen vragen terugstellen, meneer Bontenbal.
De heer Bontenbal (CDA):
Het is een akkoord zonder einde. Mijn vraag is: is het onbetrouwbaar om dan op het moment dat je nieuwe feiten, omstandigheden, ziet daar toch een discussie over te openen, gelet op de toekomst van de sociale zekerheid en de houdbaarheid daarvan?
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ook destijds was die dubbele vergrijzing al bekend en is daar ook rekening mee gehouden. Je kan zeggen over die afspraken: tot in het oneindige. Nou, ik verwacht niet dat dit in de hemel nodig is. Maar er is ook een andere kant. Die pensioenwet is er pas net doorheen en om 'm dan alweer open te breken, dat is wel heel snel.
Maar ik sta hier met een heel andere vraag en dat is de volgende. Ik heb gezien dat er geïnvesteerd gaat worden door dit kabinet in het Zuidasdok, in het openbaar vervoer. Dat is belangrijk, maar ik heb een grote zorg en dat is dat dit kabinet alleen naar de Randstad kijkt terwijl er zo veel nodig is op al die andere plekken: het vierde perron in Deventer, om een voorbeeld te geven, en de stations straks langs Nedersaksenlijn en het zorgen voor al de snelwegen waar we zien dat het vastloopt, neem tussen Papendrecht en Gorinchem. En zo kan ik nog veel meer voorbeelden geven. Vindt collega Bontenbal dat dit kabinet ervoor moet zorgen dat het als het gaat om het openbaar vervoer of de infrastructuur niet alleen naar de Randstad gaat?
De heer Bontenbal (CDA):
Daar ben ik zeer mee eens. Het Zuidasdok verbindt ook juist het oosten met andere delen van het land. Dat is de reden dat ik daar wel mijn handtekening onder heb gezet. Mensen uit, ik meen, Zwolle en Twente kunnen op die manier ook makkelijk de andere kant op en vanuit de Randstad naar Twente gaan. Het is dus niet alleen een Randstaddingetje. Het is het verbinden van heel veel regio's met elkaar. Dat is de reden waarom wij 'm zo hebben opgenomen, maar we moeten zeer zeker goed kijken naar regio's. Dat is voor ons heel belangrijk. Niet voor niks wordt ook het rapport Elke regio telt! expliciet benoemd in dit coalitieakkoord.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Als ik Den Haag uitrijd en ik rijd lekker naar het oosten naar mijn familie op de Veluwe of als ik doorrijd naar Hardenberg of naar een andere plek waar hele leuke ChristenUnie-mensen wonen, dan hoor ik één ding: wij missen de liefde voor het platteland en voor onze prachtige woonomgeving te vaak in Den Haag. En als ik dan spreek over de investeringen in het openbaar vervoer, of het nou gaat om de Lelylijn, de Nedersaksenlijn of een van die andere prachtige projecten, dan zien zij ook wel dat dat Zuidasdok helpt, maar zij zien ook dat alleen dat genoemd staat en dat al deze andere plannen het nakijken hebben. Wat gaat het CDA eraan doen om deze omissie in het regeerakkoord te herstellen?
De heer Bontenbal (CDA):
Volgens mij is er een heel lijstje — ik weet niet of dat op deze manier in het coalitieakkoord staat — met prioritaire projecten, waar dit er een van is. Als u zegt dat we moeten kijken naar een eerlijke spreiding, zodat niet alles in de Randstad terechtkomt, ben ik het daar zeer, zeer mee eens. Dat weet u ook van het CDA.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dat is mooi gezegd, maar de financiële plaat zegt op dit moment nog iets anders, namelijk: wel het Zuidasdok en niet die andere projecten. Maar dan toch, kan ik als het gaat om woningbouw en om alle andere extra gelden die zijn neergezet op dit CDA rekenen, zodat we niet opnieuw hebben dat alleen aan het Zuidasdok of de omgeving Amsterdam wordt gedacht? Kunnen juist ook al die andere prachtige plekken in Nederland, provincies die afhankelijk zijn van de Lelylijn, het Noorden of de prachtige Veluwe — collega Stoffer staat naast me — erop rekenen dat in tegenstelling wat tot nu toe in dit regeerakkoord is gebeurd, daar wel wordt geïnvesteerd?
De heer Bontenbal (CDA):
Als u zegt "extra geïnvesteerd": wij houden ons aan de financiële kaders zoals die in het coalitieakkoord zitten. Als wij manieren vinden om daar meer geld naartoe te krijgen, valt daar met mij uiteraard over te praten. Maar dan is wel de vraag: waar halen we het dan vandaan? U mag weten dat ik woordvoerders op IenW heb die allemaal uit de regio komen. Die weten dus heel goed wat het belang is van de regio en die zullen daar ook in elk debat aandacht voor vragen.
De heer Stoffer (SGP):
Ik wil even doorgaan op de vragen die collega Bikker stelde. Ik moet zeggen dat ik vanmorgen best met enige angst keek naar het vak K, want ik dacht: minister Karremans, is die uit zijn pak geknapt? We hadden in het vorige kabinet minister Madlener, die veel te strak in zijn pak genaaid was. Die had gewoon te weinig geld voor de infrastructuur. Ik heb nog eens naar de plannen gekeken en het is opnieuw zo. Daar komt denk ik het probleem uit voort dat mevrouw Bikker ook schetst, dat er gewoon onvoldoende oog voor is dat we in de regio voldoende kunnen doen. Maar, misschien nog wel belangrijker, het gaat ons dadelijk ook echt raken: het onderhoud van onze waterwerken, de bruggen die allemaal aan het eind van hun levensduur zijn, enzovoorts. Mijn vraag is dus eigenlijk om met de woordvoerders IenW, maar ook samen met het kabinet, toch eens te kijken naar deze ramp rond de infrastructuur, die langzaam op ons afkomt, zowel in de regio alsook in de Randstad, zeg ik, en die ook onze veiligheid raakt. Het gaat echt wel vier jaar duren. Het gaat nog wel vier jaar redelijk goed. Maar ik denk dat we naar de langere termijn moeten kijken. Ik zou graag voor de komende periode willen kijken of we de ramp rond de infrastructuur die langjarig op ons afkomt met elkaar kunnen voorkomen. Mijn vraag aan de heer Bontenbal is of hij dat ook wil doen. Dat kan ook met de woordvoerders IenW en het kan natuurlijk ook samen met het kabinet.
De heer Bontenbal (CDA):
In het huidige coalitieakkoord is er natuurlijk voor gekozen om heel erg te investeren in onderhoud. Dat is dus niet zozeer in nieuwe aanleg, maar in onderhoud. Ook daar — dat weet u ook — zit een flinke opgave en een flink probleem. Laten we ook eerlijk zijn: er is niet heel veel geld beschikbaar. In die schaarste hebben wij moeten kiezen. Daar is dit het resultaat van. Als wij in een andere tijd hadden gezeten, waarin de staatsschuld er anders uitzag en het tekort niet al richting de 3% ging, dan hadden wij vermoedelijk meer geld kunnen vrijmaken voor deze infrastructuur, want die is heel belangrijk. Alleen is de vraag: ten koste waarvan? Er is geen gratis geld.
De voorzitter:
De heer Stoffer, korter dan zojuist, graag.
De heer Stoffer (SGP):
Ik doe mijn best, voorzitter. Dit is mijn oude vak, dus je kijkt daar toch altijd wel met een bepaalde liefde naar. Ik had het ook op de tafel gelegd bij de informateur. Die heeft ook echt haar best gedaan, moet ik zeggen. Toch gaat het ook op het onderhoud — ik geef het maar mee — langjarig echt mis. Deze kabinetsperiode, al zou die vier jaar duren, gaat het echt nog wel lukken, maar voor de langere termijn gaat het mis. Mijn vraag is niet om acuut hiernaar te kijken, maar wel of we dit met elkaar zullen oppakken om te kijken of we dit langjarig kunnen oppakken; ik snap namelijk de krapte in het budget. Ik zie de minister-president een beetje knikken. Die komt van oorsprong ook uit dat vak; ik kom daar morgen ook nog wel op terug. Mijn vraag aan de heer Bontenbal is dus of hij ook met ons die handschoen op wil pakken.
De heer Bontenbal (CDA):
Ja, dat wil ik, maar als de heer Jetten of een van zijn collega's zo zit te knikken, dan kan ik hem ook gelijk mooi die kant op parkeren. Ik ben slechts een eenvoudige fractievoorzitter. Daar zit een kabinet met heel veel ambtelijke ondersteuning, dat echt beter kan helpen dan deze eenvoudige jongen dat zou kunnen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Stoffer (SGP):
Als we er samen chefsache van kunnen maken, dan denk ik dat het echt goedkomt.
De heer Bontenbal (CDA):
Laten we afspreken dat ook wij twee die kop koffie gaan drinken met een van deze bewindspersonen.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Van minister van AZ naar minister van OV; het is nu al een topdag aan het worden, zou ik zeggen. Ik zie de heer Jetten ook genieten.
De heer Bontenbal heeft het erover dat alles binnen het financieel kader moet. Heb ik dat goed verstaan?
De heer Bontenbal (CDA):
Nou, ik ga het preciezer formuleren. Wij hebben een coalitieakkoord gemaakt. Daar zit een financieel kader bij. Dat is onderdeel van de afspraken. Als u zegt dat u daar anders naar kijkt … Ja, de keuzes voor dat kader zijn onderdeel van het coalitieakkoord. Daar zou u dus andere keuzes in kunnen maken. Deze keuze hebben wij gemaakt in ons coalitieakkoord.
De voorzitter:
Mag ik een beetje rust in de zaal? Het is namelijk onrustig. Meneer Eerdmans. Meneer Eerdmans, meneer Eerdmans.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Joost.
De voorzitter:
Een beetje rustiger in dat vak!
De heer Bontenbal (CDA):
Even bijblijven, Joost.
De voorzitter:
Meneer Klaver. "Het duurt zo lang", zegt meneer Eerdmans.
(Hilariteit)
De heer Bontenbal (CDA):
Mand!
De voorzitter:
Meneer Klaver, breng daar verandering in.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
De concentratieboog is op bij de heer Eerdmans, begrijp ik.
De voorzitter:
Al best lang, hoor!
(Hilariteit)
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Bij het vorige debat is hier in de Kamer een motie breed aangenomen. Een meerderheid van de Kamer zegt dus: het is prima dat u een financieel kader heeft gemaakt, maar dat is niet van ons. Dat is niet omdat de heer Eerdmans en ik het dan eens zijn over wat dat kader wel zou moeten zijn, maar het laat zien dat er geen meerderheid is voor het kader dat er nu ligt. Eigenlijk is mijn vraag aan de heer Bontenbal: zou het niet verstandig zijn voor het kabinet om te kijken of het met een meerderheid van deze Kamer een financieel kader zou kunnen maken waar het de komende jaren op kan sturen? Als je dat niet doet, dan is het namelijk iedere week bal. Het ging hier al even over de manier waarop je aan meerderheden gaat werken. Er is hier niemand die zegt "dit is mijn financieel kader", dus niemand gaat zich hieraan houden. Dan gaan we wisselende meerderheden vinden, waardoor we elkaar toch weten te treffen, of we laten het gewoon in het tekort lopen op allemaal wijzen. Ik kan mij voorstellen dat dat niet de meest handige manier is om de overheidsfinanciën de komende tijd te sturen. Staat de heer Bontenbal ervoor open om te kijken of we hier met een meerderheid — dan moet het kabinet zelf kiezen welke meerderheid het zoekt en of het meer naar rechts of meer naar links kijkt — toch een financieel kader kunnen maken dat kan bogen op een meerderheid in het parlement? Zou dat hier niet wat rust, reinheid en regelmaat brengen? Ik ben namelijk bang dat als u het niet doet, u keihard op een muur af rijdt.
De heer Bontenbal (CDA):
U weet dat ik voor veel opensta, meneer Klaver. Overigens zal het kabinet dat dan moeten doen. De eerste begroting is natuurlijk de lakmoesproef. Daar zit impliciet een financieel kader in. Er wordt straks onderhandeld over de begroting. Daar gaat de eerste strijd plaatsvinden, en de eerste zoektocht naar meerderheden.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat het echt een illusie is om te denken dat de Kamer op haar handen gaat zitten tot de begroting. U heeft geen meerderheid, meneer Bontenbal, en de oppositie wél. Wij gaan hier niet op onze handen zitten tot augustus. Het kabinet denkt: "Weet je wat? We zien in augustus allemaal wel welke afspraken we dan gaan maken." Zou het juist voor de betrouwbaarheid en de slagvaardigheid van het kabinet niet verstandig zijn om er al eerder afspraken over te maken? Het is namelijk niet zo dat er pas in augustus geld uitgegeven gaat worden. Dat kunnen we hier in het parlement op ieder moment van de dag doen. Ik zou dat toch in overweging willen geven. Nog één ding. Het coalitieakkoord is van de coalitiepartners. Alleen verwijzen naar het kabinet vind ik net iets te eenvoudig. Als fractievoorzitters in het parlement hebben we hierin ook onze verantwoordelijkheid. Ik ben dus benieuwd wat de heer Bontenbal ervan vindt als ik vraag of het niet goed zou zijn als er een financieel kader wordt gemaakt dat kan bogen op een meerderheid in het parlement.
De heer Bontenbal (CDA):
Kijk, ik wil heel graag rolvastheid. Daarmee bedoel ik dat het kabinet gaat praten met de Kamer, dus met de oppositiepartijen en met de coalitiepartijen, alsook met maatschappelijke organisaties en de polder. Dat bepaalt wat eruit komt en wat wel of niet gedragen wordt door de oppositie en door de coalitie. Dat kan je niet vooraf zeggen. Maar ik zou het gek vinden als wij die rol zouden pakken. Ik vind dat het kabinet in charge is. Daar zijn natuurlijk bepaalde tijdlijnen voor. Het is heel simpel. We maken begrotingen, miljoenennota's, voorjaarsnota's en najaarsnota's. Het is heel logisch om het in die cyclus mee te nemen. Als we dat niet zouden doen, zou het een rommeltje worden. We moeten er ook al heel snel aan beginnen. De voorbereidingen daarvoor worden namelijk al vrij snel getroffen. Ik ga er dus van uit dat de bewindspersonen heel snel met de oppositie praten, ook over dit soort zaken.
De voorzitter:
Meneer Dassen heeft een interruptie. Ik stel voor dat u dan weer voortgaat met uw betoog, meneer Bontenbal.
De heer Bontenbal (CDA):
Ik ben bijna klaar.
De heer Dassen (Volt):
Helemaal prima. Op de website Omzien naar elkaar van het CDA zien we dat het mooi is als mensen niet naast elkaar wonen, maar met elkaar. Nou is de kostendelersnorm een van de redenen waarom mensen soms niet met elkaar kunnen wonen, terwijl ze dat wel graag zouden willen. Ik weet dat het CDA eerder van mening was dat we hiervan af moeten. Gezien het aantal mantelzorgers dat we hebben en gezien de noodzaak die gehandicapte of zieke mensen soms voelen om samen te wonen, maar dat niet kunnen omdat ze dan gekort worden, denk ik dat we daarvan af moeten. Is de fractievoorzitter van het CDA dat met me eens? Moeten we niet kijken of we met het kabinet afspraken kunnen maken om de kostendelersnorm helemaal af te schaffen?
De heer Bontenbal (CDA):
Als de kostendelersnorm afgeschaft zou kunnen worden, zou dat mooi zijn. Maar dan ga ik toch wel weer zeggen dat ik dat alleen kan doen als ik daar met z'n drieën uitkom. Het staat namelijk niet in het coalitieakkoord. Maar persoonlijk vind ik dat we als CDA-fractie geen voorstander zijn van de kostendelersnorm.
De heer Dassen (Volt):
Volgens mij is een meerderheid in deze Kamer geen voorstander van de kostendelersnorm. Wellicht kunnen we aan het kabinet vragen om met mogelijkheden of uitwerkingen te komen, zodat we er inderdaad van af kunnen. Mijn vraag aan de heer Bontenbal is of hij van mening is dat we het kabinet met die opdracht op pad moeten sturen.
De heer Bontenbal (CDA):
Ik denk dat het past bij de gemaakte afspraken over fiscale vereenvoudiging. Die staan redelijk achteraan in het coalitieakkoord. Maar of deze maatregelen door de drie coalitiepartijen worden gedragen, gaan we zien. Dat moet ik ook gewoon met ze bespreken; dat kan ik niet op voorhand zeggen. Maar de mening van de CDA-fractie is: daar zouden we best wat aan willen doen, ja.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Dassen (Volt):
Oké, maar ik ben aan het bekijken of we het kabinet met een opdracht op pad kunnen sturen, bijvoorbeeld om mogelijkheden uit te werken of om te kijken wat de consequenties ervan zijn. Dat is juist omdat de drie partijen het er zo eventueel over eens kunnen worden. Je zult namelijk een basis moeten hebben waarop je dat gaat doen. Kunnen we het kabinet een boodschap sturen dat het met een scenario moet komen waarin het als mogelijkheid wordt uitgewerkt?
De heer Bontenbal (CDA):
Ik zou zeggen: het kabinet luistert vandaag mee. Ik denk dat het kabinet meeschrijft. De verantwoordelijke bewindspersonen zullen dit gewoon op een lijstje zetten. Daar is geen koffie voor nodig. Ik denk dat ze dit zelf zullen meenemen in het programma dat ze nog moeten gaan schrijven. Maar ik zou ook zeggen: geef ze even tijd om deze fiscale hervormingen uit te werken.
De heer Vermeer (BBB):
Ik voel een motie aankomen, maar misschien heb ik het mis. Ik heb even een vraagje aan de heer Bontenbal over die begrotingsregels. Aangezien het budgetrecht hier bij de Kamer ligt, zouden wij ook gewoon als gezamenlijke fracties een alternatief begrotingsregelsvoorstel kunnen maken en dat als opdracht aan het kabinet kunnen meegeven. Is de heer Bontenbal het daarmee eens?
De heer Bontenbal (CDA):
Ik kan het er niet eens mee oneens zijn, want als de Kamer dat besluit, dan is dat gewoon de beslissing van de Kamer en heeft het kabinet het gewoon te doen. Het is niet een keuze of ik dat wel of niet … Alleen, de vraag is wat de drie coalitiepartijen doen. Het zal u niet verbazen dat die zich willen houden aan het coalitieakkoord, tenzij we goeie redenen zien om daarvan af te wijken. Dan is het de vraag of de rest van de oppositie tot overeenstemming komt. Ik denk namelijk dat er in deze Kamer ook wel veel verschil van mening is over hoe die begrotingsregels er dan uit zouden moeten zien. Ik heb net een discussie gehoord over lastenverzwaring voor burgers en bedrijven en er zijn in deze Kamer wel nogal verschillende meningen.
De heer Vermeer (BBB):
Ik zie de heer Bontenbal bijna verlangend naar die verschillen kijken. Hij denkt: dan kunnen wij ons verhaal gelijk houden. Ik denk dat er best een meerderheid te vinden is voor het openen van een aantal regels, waarbij er dan vervolgens nog een nadere invulling mogelijk is, maar daar komen we zeker op terug.
De voorzitter:
Meneer Bontenbal, u vervolgt.
De heer Bontenbal (CDA):
Voorzitter, ik rond af. Het CDA zal zich met veel energie blijven inzetten voor een land waarin iedereen meetelt en waarin we oog houden voor de meest kwetsbaren. We blijven ons inzetten voor een land waarin jongeren weer hoopvol over de toekomst kunnen zijn. We blijven ons inzetten voor een land waarin mensen naar elkaar omzien en hun verantwoordelijkheid kunnen nemen om voor iedereen een goed leven mogelijk te maken.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors. O, o, o, nog twee interrupties, drie interrupties. Het is net een markt hier. Ik heb meneer Eerdmans, ik heb meneer Wilders en dan meneer Dijk. Ik vraag nog even om wat rust in de zaal vanwege de concentratieboog van de heer Eerdmans.
De heer Eerdmans (JA21):
Ik ben weer wakker. Het ging in één keer zo snel. Drie weken geleden vroeg mijn collega Nanninga aan de heer Bontenbal hoe het eigenlijk met de CDA-fractie in de senaat staat rond die asielwetten. Wordt het spannend of niet? Toen sprak de heer Bontenbal sussende woorden: nee, die senaatsfractie van het CDA gaat gewoon uit van het verkiezingsprogramma, dus dat komt goed. Intussen hebben wij mevrouw Bakker-Klein en de heer Bovens — zo heten ze, geloof ik — uit de senaatsfractie van het CDA gehoord. Die zeggen: nou nee, we zijn niet getrouwd met het coalitieprogramma. Op zich, theoretisch, is dat wel zo, maar nou is natuurlijk wel de vraag: als de CDA-fractie tegenstemt, gaan die asielwetten het dan gewoon niet halen? Mijn vraag is echt wat het CDA dan doet.
De heer Bontenbal (CDA):
Ik ga ervan uit dat die wetten het wel halen. We hebben een minister van Asiel en Migratie. Die gaat zijn stinkende best doen om die wetten met goeie argumenten door die Kamers te krijgen. Zou dat eventueel niet lukken, waar ik niet van uitga, dan is er altijd nog de implementatiewet van het Migratiepact, waarin beide wetten integraal zitten. Als het niet via de twee asielwetten lukt, lukt het dus alsnog gewoon via die andere wet.
De heer Eerdmans (JA21):
U weet: in de asielwetten zitten de illegaliteitsstrafbaarstelling, ongewenstverklaringen, dwangsommen. Dat soort elementen zit in die asielwetten. Die zitten niet in het pact. Dat zijn dus al punten die we gaan verliezen als de CDA-fractie in de Eerste Kamer daartegen stemt. Ik begrijp dat de heer Bontenbal zich nu meer zorgen maakt dan drie weken geleden, want toen was het allemaal een kwestie van "nee, geen enkel punt, want de CDA-fractie stemt gewoon voor".
De heer Bontenbal (CDA):
Nee, ik maak me daar geen zorgen over. Dat is dus een verkeerde interpretatie.
De heer Wilders (PVV):
Het CDA heeft zich er altijd op laten voorstaan een fatsoenlijke partij te zijn. Ik heb in mijn inbreng al gezegd dat ik 15 miljard aan ombuigingen op zorg en sociale zekerheid onfatsoenlijk en asociaal vind. Wat mij betreft verdwijnen die dus allemaal, maar wat ik bijzonder onfatsoenlijk vind, is dat u nu ook aan de zogenaamde bestaande gevallen komt. Dat is in Nederland eigenlijk not done. Zowel bij de WIA als bij de WW worden ook de mensen die al een uitkering hebben, dus niet alleen de nieuwe gevallen maar ook de mensen die al een arbeidsongeschiktheidsuitkering of een WW-uitkering hebben, fors gepakt. Dat zijn een paar honderdduizend mensen in de verschillende regelingen en dat loopt behoorlijk op. Mijn vraag is: wat is er fatsoenlijk aan om toch te korten op de uitkering van mensen die al in een situatie zitten en daar niets meer aan kunnen doen — als je arbeidsongeschikt bent, kun je daar immers vaak niets aan doen — of om het dagloon in ieder geval zodanig te laten dalen dat ook de bestaande gevallen nu de pineut zijn? Daarbij gaat het dus ook mensen die daar met hun hypotheek of anderszins rekening mee hebben gehouden.
De heer Bontenbal (CDA):
Ik denk dat we onderscheid moeten maken tussen die verschillende maatregelen. Wat WW, WIV en IVA betreft gelden de maatregelen voor nieuwe gevallen, maar ik vermoed dat u het heeft over het maximumdagloon. Ik ga daar niet omheen lopen: die maatregel is heel pijnlijk; die vind ik ook heel pijnlijk. Als u vraagt of ik ergens een flinke steen in de schoen heb, zeg ik: ja, op dat punt. Daar ga ik niet omheen lopen. Ik heb wel een coalitieakkoord getekend. Daar staat dit in. Ik kan deze kaart dus niet zomaar uit het kaartenhuis trekken, maar ik snap uw punt ook.
De heer Wilders (PVV):
Dan stel ik toch voor dat we daar wat aan doen. U was in 1993 10 jaar. U kunt het zich dus misschien niet herinneren, maar in 1993 was er het zogenaamde bami-akkoord, een deal tussen de Partij van de Arbeid en het CDA, vooral over de bestaande gevallen: moeten die ook worden gekort? Dat is uiteindelijk niet gebeurd, maar dat leidde wel tot onenigheid binnen het CDA tussen premier Lubbers en Eelco Brinkman. Lubbers zei: we moeten niet aan die bestaande gevallen komen. Brinkman zei: dat moeten we wel gaan doen. Dat leidde tot veel onrust, zodanig dat het CDA na de verkiezingen enorm op zijn lazer kreeg vanwege die bestaande gevallen, de oudere partijen in een keer acht, negen zetels kregen en de SP ook met weet ik hoeveel zetels terugkwam. Dat heeft bij uw achterban dus … Ik geef toe dat het een tijd geleden is, maar het is onfatsoenlijk om aan bestaande gevallen te komen en aan bestaande gevallen, mensen die gewoon hun leven hebben ingericht met vaste lasten en hun kinderen, wat te doen. Ik zou u dus toch nog een keer willen vragen, zeker als het een steen in uw schoen is, om met mij te kijken of we dat niet onderuit kunnen halen en of we de bestaande gevallen — honderdduizenden mensen — kunnen ontzien.
De heer Bontenbal (CDA):
Ik heb een coalitieakkoord getekend waar ik niet zomaar mijn handtekening onder vandaan ga halen. U heeft zelf in een coalitie gezeten en ik heb u toen u hier stond meermaals horen zeggen: je tekent een coalitieakkoord waar ook soms nare dingen in zitten. Dit is er eentje van. Ik heb u ook steeds toen u hier stond, horen zeggen: ja jongens, ik teken een coalitieakkoord waar dingen in zitten die ik graag wil en ook dingen die ik niet graag wil. Dit is er eentje van. Als er ruimte is om dit aan te passen, zal ik dat doen, maar dat doe ik wel met drie coalitiepartijen. Ik ben met mijn collega's een commitment aangegaan en ik zal geen onbetrouwbare coalitiepartner zijn. Dan moeten we dus zoeken naar een manier om dat te verzachten. Er zit natuurlijk ook wel een reden achter dat er aan het maximale dagloon wordt gedraaid. De vraag is of dat moet in die mate waarin dat nu gebeurt. Maar het zijn natuurlijk wel de wat hogere inkomens die hierdoor geraakt worden. Daarom is er aan die knop gedraaid. De mensen met de laagste inkomens worden als het goed is ontzien, maar ik heb ook de rapporten van het CPB gelezen en weet ook wat het effect is. Ik herhaal wat ik zeg: dit vind ik geen fijne maatregel, absoluut niet.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Wilders (PVV):
Van mij hoeft het helemaal niet. Het ging mij er ook niet om of het de hoge of de lage maximale daglonen zijn. Het gaat over bestaande gevallen, over mensen die niets meer aan hun situatie kunnen veranderen. Ik hoop dat u goed bent voor uw woord en dat u op z'n minst een poging gaat doen voor alle mensen die dit debat volgen en hier last van hebben. Nogmaals, het zijn er 260.000 of zo, een hele hoop. Ik hoop dat u toch gaat kijken en gaat proberen om binnen uw eigen coalitie die mensen te ontzien.
De heer Bontenbal (CDA):
Die poging zal ik doen, maar ik zal ook een betrouwbare coalitiepartner zijn. U heeft zelf in een coalitie gezeten. U weet dat er stenen zijn in zo'n coalitieakkoord die je zelf niet fijn vindt. Er komen steeds nieuwe feiten en cijfers. Er komt straks een nieuwe CPB-doorrekening. We krijgen nieuwe koopkrachtplaatjes. Het is een huis waar regelmatig een verbouwing aan plaatsvindt. Dat hebben we de afgelopen jaren ook gezien. Je gaat als coalitiepartners met elkaar een commitment aan. Als daar verschuivingen in plaatsvinden, zal dat altijd evenredig moeten zijn in wat de drie partners aan wensen hebben. Ik zal een betrouwbare coalitiepartner zijn. Maar ik snap uw punt ook heel goed. Ik voel de pijn daar ook.
De heer Jimmy Dijk (SP):
De heer Bontenbal is van de drie partijen in dit minderheidskabinet de enige niet-liberale partij. Het is de enige partij die niet het Angelsaksisch model voor zich ziet, maar het Rijnlands model, en daar ook veel waarde aan hecht. Ik kom dan toch even terug op de hele AOW-discussie. Ik heb gisteren gezien dat er drie vakbonden waren, de FNV, de VCP, maar ook CNV, die echt hebben aangegeven: wij gaan op deze manier echt niet aan tafel. Als de plannen van de AOW-verhoging niet van tafel zijn, dan komen zij niet in gesprek. Hoe gaat u dat oplossen?
De heer Bontenbal (CDA):
Ze zijn al bij mij aan tafel geweest. Ik heb ze allang uitgenodigd. Ik heb al met ze gesproken. Ik denk dat dit kabinet het ook zal doen. Ik denk dat deze vakbonden gewoon zullen komen en zullen praten. Ik weet ook dat ze heel duidelijk en heel helder hun mening op tafel leggen. Dat hebben ze bij mij ook gedaan. Ik kreeg van de heer Fortuin van CNV de afgelopen dagen ook al een appje met: we zetten het Malieveld vol. Ik weet dus hoe boos ze zijn. Ik weet ook dat ze die boosheid in het gesprek met het kabinet zullen neerleggen, maar ik verwacht niet dat ze zeggen niet te komen als ze een uitnodiging krijgen van het kabinet, waarin het kabinet met een hele serieuze delegatie met de polder en de sociale partners enzovoorts gaat praten. Dat geloof ik niet. Zij hebben ook wensen. Het CNV zegt zelf bijvoorbeeld over de WIA: het loopt uit de hand. Ook vakbonden willen een aantal dingen regelen. Ik denk dus: kom in gesprek en leg de wensen op tafel. Laten we kijken waar we komen. Alle partijen willen Nederland beter en sterker maken. Dat is in ieder geval de gezamenlijke basis. Dat lijkt mij voldoende om op een uitnodiging in te gaan.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Laat er geen misverstand over zijn: er moet een boel beter in de WIA, maar daarop korten is niet de oplossing. Het ging mij om de AOW. De vakbonden hebben inderdaad duidelijk aangegeven: we komen uit beleefdheid wel op gesprek, maar we gaan niet meewerken aan een verhoging van de AOW-leeftijd. Dan zie ik dat er hier nu voorstellen worden gedaan — Groep Markuszower zie ik nu niet meer — om dat plannetje van het kabinet een beetje af te zwakken. Ik denk dat het nog meer olie op het vuur gooien is bij de vakbonden als het CDA zo meteen met die voorstellen gaat instemmen. Ik vraag me dus af op welke manier het CDA de banden, de relaties met de vakbonden denkt te gaan verbeteren. Je kunt ze uitnodigen met het huidige plan, maar dan zijn ze snel klaar, na een kopje koffie en misschien een koekje. En dan staat daarna het Malieveld vol.
De heer Bontenbal (CDA):
Maar dan zou ik zeggen dat de heer Dijk niet voor de vakbonden hoeft op te komen. Ze zijn zelf mondig. Ze zijn erg mondig. Of zij dingen niet fijn vinden, laten ze me dus echt zelf weten. Ik vermoed dat ik als ik op mijn telefoon kijk, daar al berichten over zie. De vakbonden spreken voor zichzelf en het is aan mij om de contacten met hen te leggen en open te houden. Dat zal ik blijven doen. Ik zal dus blijven investeren in de relatie met de vakbonden. Dat heb ik ook al gedaan.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik denk dat het helemaal niet verkeerd is als politieke partijen in dit huis opkomen voor de vakbondsrechten en de vakbonden. Dat lijkt me zelfs erg goed. Als het hier steeds gaat over hardwerkende Nederlanders, dan is het nogal belangrijk dat er een vakbond is die kracht heeft en dat er politieke partijen zijn die zij aan zij met de vakbonden opkomen voor de rechten van werknemers. Het lijkt me dus heel goed als u wel opkomt voor de vakbonden.
Maar mijn punt blijft dat zij heel duidelijk hebben aangegeven, gisteren weer: afspraak is afspraak. Werknemers en werkgevers hebben dat gezegd en de voorzitter van de SER zei het ook heel duidelijk. U zet wel echt de verhoudingen tussen de vakbonden en dit kabinet op het spel als u zo meteen meegaat met de rechtse motie van Groep Markuszower om toch mee te gaan werken aan de afbraak van de AOW.
De heer Bontenbal (CDA):
Mijn ervaring met de vakbonden is dat het professionals zijn. Deze mensen weten heel goed waar ze mee bezig zijn. Die komen op voor de belangen van hun achterban. Heel veel partijen in deze Kamer luisteren daarnaar, gelukkig niet alleen die aan de linkerkant van het politieke spectrum. Het is aan hen en aan mij om die contacten goed te houden, maar dat is mijn inspanning. Ik weet dat het professionals zijn die blijven praten en die ook heel duidelijk zijn over hun mening; dat heb ik gemerkt, ja. Ze zijn heel duidelijk over wat ze vinden, maar ik heb ook gemerkt dat er altijd een redelijk gesprek met deze vakbonden mogelijk is. Ik ga er dus van uit dat dat in de komende maanden blijft plaatsvinden.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors tot 20.45 uur voor de dinerpauze. De vergadering is geschorst tot 20.45 uur.
De vergadering wordt van 19.38 uur tot 20.48 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en ik verzoek u om uw plaats in te nemen, zowel de mensen in vak K als die in de Kamer. Het woord is aan mevrouw De Vos voor haar inbreng in eerste termijn namens Forum voor Democratie. Ik verzoek om een beetje rust in de zaal.
Mevrouw De Vos (FVD):
Dank u, voorzitter. Vanaf 1977 tot aan het jongste kabinet, dat hier vandaag zit, is Nederland geregeerd door in principe twee à drie à vier partijen. We hadden de kabinetten-Van Agt met VVD, CDA, Partij van de Arbeid en D66, de kabinetten-Lubbers met VVD, CDA en PvdA, de kabinetten-Kok met VVD, D66, Partij van de Arbeid, het kabinet-Balkenende met VVD, CDA en de LPF, de kabinetten-Balkenende II, III en IV met ook weer VVD, CDA, D66, Partij van de Arbeid en eenmaal de ChristenUnie, de kabinetten-Rutte met VVD, CDA, PvdA, D66 en tweemaal de ChristenUnie. Schoof was een uitzondering met VVD, PVV, BBB en NSC. En nu vandaag zit daar dan het kabinet-Jetten, met ook weer VVD, CDA en D66. Dezelfde partijen in wisselende samenstelling regeren Nederland al minstens 50 jaar. Structurele veranderingen ten opzichte van de koers van die afgelopen 50 jaar zijn dan ook totaal onwaarschijnlijk. Wie ze wel verwacht, is volstrekt naïef. De spelers zijn gewisseld, maar het thema blijft hetzelfde. Als je naar een wedstrijd van Feyenoord gaat, moet je ook niet verrast opkijken dat je Ajax niet ziet spelen.
Voorzitter. Dit raakt aan het structurele probleem dat Nederland kent, een probleem dat Forum voor Democratie ook wel samenvat met de term "partijkartel". Het is het partijkartel van gevestigde partijen dat grosso modo dezelfde mening heeft over ieder groot onderwerp. Al deze partijen willen in meer of mindere mate migratie en klimaat- en stikstofbeleid. Allemaal pleiten ze in meer of mindere mate voor machtsoverdracht aan de Europese Unie, voor geld naar ontwikkelingshulp, en voor inmenging in buitenlandse oorlogen. Allemaal zijn ze in meer of mindere mate voorstander van hogere belastingen om dit alles te kunnen betalen.
Wat deden deze zogenaamd fatsoenlijke partijen namelijk in de afgelopen vijf decennia? Op hun lijst van markante prestaties uit die periode staan onder andere de ongeremde immigratie van miljoenen migranten. De materiële kosten — denk aan gezondheidszorg, criminaliteit, uitkeringen — bedroegen de afgelopen tien jaar maar liefst 27 miljard euro per jaar. De immateriële kosten zijn nog vele malen hoger. Het Nederland dat veel Nederlanders in de afgelopen 50 jaar steeds minder als hun thuis zijn gaan herkennen, verdwijnt alsmaar verder uit zicht. We zagen klimaatbeleid dat al honderden miljarden heeft gekost, dat ons vestigingsklimaat vernietigt en ons landschap onherkenbaar verandert. We zagen beknelling van boeren en vissers, en de gestage afbraak van de beste agrarische sector ter wereld. We zagen een stijging van de woningnood tot ongekende hoogte en vernietiging van de private huursector. In het kielzog van dit alles was er een significante verarming van modale huishoudens. Wie bijvoorbeeld in 1990 nog voor vier keer een modaal salaris een huis kon kopen, telt daar 35 jaar later minstens tien modale salarissen voor neer.
Voorzitter. Kabinet-Jetten zet in versneld tempo de koers in deze onverantwoorde richting voort. In het regeerakkoord lezen we het volgende. De massale immigratie blijft doorgaan. We blijven gecommitteerd aan internationale asielverdragen. De Spreidingswet blijft in stand. Er wordt met geen woord gerept over remigratie. We krijgen een zogeheten "vrijheidsbijdrage", een orwelliaanse benaming voor een oorlogsbelasting: dit jaar 3 miljard euro en vanaf 2027 zelfs 5 miljard euro. Dat is €600 per huishouden per jaar. De stikstofdoelen worden per wet vastgelegd. Als ze niet worden gehaald, wordt mogelijk overgegaan op korting van fosfaat- en dierenrechten. Er is sprake van krimp van de veestapel en er is 2,7 miljard voor de uitkoop van boeren en nog eens ruim 17 miljard voor aanvullende maatregelen. Het eigen risico stijgt naar €460 en zelfs naar €520 in 2030. Überhaupt gaan de belastingen verder omhoog voor huishoudens en bedrijven. Zo stijgt de inkomstenbelasting over de eerste twee schijven met bijna 1 procentpunt.
Alles wordt duurder om de idiote plannen van dit kabinet te financieren: de windturbineparken en warmtepompen in het kader van de energietransitie, de miljarden aan Oekraïne en de wapenindustrie, de opvang, verzorging en huisvesting van immigranten en hun nakomelingen. Het gaat niet alleen om asielzoekers in azc's, maar ook om statushouders, die een woning krijgen, en kleinkinderen van immigranten, die meer aanspraak maken op zorg, vaker een uitkering krijgen, meer strafbare feiten plegen enzovoort.
Voorzitter. Waarom gebeurt dit alles? Omdat dit kabinet, net als de vorige kabinetten van de afgelopen 50 jaar, bevangen is door een ideologie van oikofobie, van zelfhaat. Want niet de veiligheid van onze eigen vrouwen en meisjes en onze hele bevolking staat voorop, maar de economische wensen van mensen die van overal ter wereld hiernaartoe willen komen. Ik kan het die mensen niet kwalijk nemen, maar het is niet in ons belang om aan hun wensen toe te geven. En dus is het de taak van de mensen in deze zaal om nee te zeggen. Niet de mogelijkheid voor onze eigen kinderen om een woning te vinden en een gezin te stichten staat bovenaan de prioriteitenlijst, maar de huisvesting van honderdduizenden vreemdelingen, die geen band hebben met ons land en die enkel en alleen hiernaartoe zijn gekomen omdat onze voorzieningen beter zijn dan die van Italië of Polen.
In plaats van op een realistische en gezonde wijze om te gaan met onze natuur en economie zijn onze machthebbers in de ban van een onnavolgbare afkeer van alle vormen van menselijke groei en vooruitgang, een afkeer die zich uit in de absurde overtuiging dat de mens een funeste invloed heeft op het mondiale klimaat en dat boeren de natuur kapotmaken.
In plaats van ondernemers, onderwijzers, artsen en verpleegkundigen, zzp'ers en al die andere beroepsgroepen die Nederland draaiende houden vertrouwen te geven, worden ze aan alle kanten overspoeld door regels, controles en belastingen, die iedere vorm van creativiteit uit de samenleving drukken.
In plaats van de nationale democratie te beschermen en te versterken door bindende referenda in te voeren, wordt het mandaat van ons als volksvertegenwoordigers zonder pardon overgeheveld naar anonieme bureaucraten in de Brusselse burelen, die Nederland niet begrijpen, niet vertegenwoordigen en dus besluiten nemen die nooit in het Nederlands belang kunnen zijn.
Voorzitter. Het Nederlands belang is uiteindelijk de kern. Dat zou onze eerste prioriteit moeten zijn, maar de plannen van dit kabinet laten zien dat ook deze nieuwe ploeg de belangen van anderen belangrijker vindt, dat zelfhaat de overhand heeft. Forum voor Democratie zet daar liefde voor Nederland tegenover. Ik houd tot in mijn diepste vezels van dit land en vind het iedere dag opnieuw afschuwelijk om te zien wat het wordt aangedaan. Het doet me iedere dag opnieuw intens verdriet om te zien hoe zijn toekomst wordt geknakt. Ik zal me samen met iedereen binnen onze partij tot het uiterste inspannen om het tij te keren.
Het goede nieuws is dat de huidige koers uiteindelijk een keuze is. Forum voor Democratie zet daar andere keuzes tegenover. Wij willen allereerst een structurele besparing van 50 miljard per jaar op de overheidsuitgaven. Hoe? Door te stoppen met de massale immigratie en terugkeer te stimuleren. Opbrengsten? Pakweg 25 miljard euro per jaar. Dit kán. Hongarije kiest er bijvoorbeeld voor om Europese regels niet uit te voeren en geen asielzoekers op te vangen. Daarvoor betalen ze een dwangsom van 1 miljoen euro per dag. Maar 365 miljoen euro per jaar valt in het niet bij de 25 miljard euro die de immigratie ons nu jaarlijks kost. Door te stoppen met al het klimaat- en stikstofbeleid. Ook pakweg 25 miljard euro per jaar. Door alle bijdragen te saneren aan ontwikkelingssamenwerking, aan internationale organisaties zoals de EU en vele andere, en door geen bijdragen meer te sturen naar ngo's. Door de omvang- en apparaatskosten van de landelijke overheid en haar instituten terug te brengen met ten minste 3% per jaar. De vrijgekomen 50 miljard euro, minimaal, kunnen we dan investeren in belastingverlaging voor hardwerkende Nederlanders en in nieuwe grote projecten. Dat geeft ruimte voor een radicaal ander belastingsysteem, een systeem dat arbeidsproductiviteit en economische groei bevordert en administratieve lasten minimaliseert. Wij willen simpelere en lagere belastingen, een vlaktaks van 20% in plaats van allerlei schijven met progressieve tarieven die succes bestraffen. Wij willen een belastingvrije voet van €30.000 en geen belasting over de eerste €1.000 die met een tweede baan verdiend wordt, zodat het weer aantrekkelijk wordt om meer te werken. De btw-tarieven omlaag: het hoge tarief naar 19% en het lage tarief naar 6%. De energiebelastingen terug naar het niveau van voor 2010, het eigen risico terug naar €200 en nog heel veel meer.
Deze belastinghervormingen kunnen stapsgewijs worden doorgevoerd en gefinancierd worden uit de reductie van overheidsuitgaven en de structureel hogere belastingbasis uit koopkrachtstijging, investeringen en economische groei. Het betekent een impuls voor alle werkende Nederlanders. Daarnaast willen wij ook een ambitieus investeringsprogramma om Nederland na jarenlang interen weer klaar te maken voor de komende decennia. Wij willen investeringen in infrastructuur, mobiliteit, woningbouw, energieonafhankelijkheid en innovatieve groei van maakindustrie, diensten en de agrarische sector.
Met de genoemde besparingen op de overheidsuitgaven kun je zo 25 miljard euro per jaar beschikbaar stellen. Een selectie van de mogelijkheden: een schiphol op zee door verplaatsing van de luchthaven naar zee, zo'n tien kilometer voor de kust van IJmuiden. Voor geluidsreductie en behoud van economische groei is verplaatsing essentieel. Het oude Schiphol kan dan vrij worden gemaakt voor woningbouw en natuur. Nieuwe maasvlaktes en uitbreiding van de haven voor industrie, logistiek en energieopwekking. Een impuls voor mobiliteit, niet alleen in de vorm van noodzakelijk onderhoud, tunnels, spoorwegen, bruggen en sluizen, maar bijvoorbeeld ook de aanleg van nieuwe en de verbreding van bestaande rijkswegen. Versterking van de maakindustrie via een impuls voor het mkb door middel van gerichte verlichting van belasting- en regeldruk en herstel van het vertrouwen in de ondernemer. En uiteraard herstel van onze agrarische topsector. Een einde aan de sanering en in plaats daarvan investeringen in onze leidende wereldpositie, inclusief innovatie en natuurbeheer. Energieonafhankelijkheid via serieuze inzet op kernfusie en kernenergie, heropening van Groningen, herstart van de aardgaswinning voor eigen gebruik en als strategische reserve en voor het bevingsbestendig maken van Groningen. Een volledige, ruimhartige compensatie en herstel voor de Groningers. Volledige afbouw van alle regelgeving en bureaucratie die Nederland in hun greep houden.
Voorzitter. De prioriteiten zijn helder. Dit kabinet kiest voor afbraak, voor "weg met ons" en voor alles en iedereen ter wereld, behalve voor de Nederlandse bevolking. Forum voor Democratie kiest voor creativiteit en groei, voor het Nederlandse belang en voor de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen.
We zullen het nieuwe kabinet scherp volgen en kritisch benaderen. Daar waar wel raakvlakken zijn, kan men uiteraard rekenen op onze steun. Daar waar we van mening verschillen, en dat zal meestal het geval zijn, zullen we keihard oppositie voeren.
Ik wens het nieuwe kabinet alle wijsheid toe bij de grote verantwoordelijkheid die op zijn schouders rust.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw De Vos. U heeft een interruptie van de heer Stoffer.
De heer Stoffer (SGP):
Ik heb een bepaald onderdeel gemist en ik ben eigenlijk wel benieuwd waarom Forum voor Democratie alle gemeenten wil dwingen om op zondag de winkels open te laten gaan. Plaatsen als Kampen, Staphorst, Urk en nog veel meer andere plaatsen zitten daar compleet niet op te wachten.
Mevrouw De Vos (FVD):
Wij zijn heel groot voorstander van ruimte voor de gemeenten zelf. Wij vinden dat het aan de gemeenten is om te kiezen of zij wel of niet op zondag hun winkels open zouden willen doen.
De heer Stoffer (SGP):
Ik had de indruk dat Forum voor Democratie altijd scherp was op zaken en dat ze ook waardering had voor de joods-christelijke cultuur in Nederland. Maar ik wil Forum er dan toch aan herinneren dat de motie, waar ik het daarstraks al over had met de VVD, de motie-Kisteman, gemeenten dwingt om winkels open te stellen op zondag. Die motie heeft Forum gesteund en ik ben wel benieuwd waarom ze dat heeft gedaan.
Nu ik het over de joods-christelijke cultuur heb: als ik kijk naar de stemmingslijsten van Forum voor Democratie op het gebied van Israël en het Joodse volk, dan denk ik af en toe "het lijkt ongeveer op de stemmingslijst van DENK". Wat is er aan de hand bij Forum? Zou mevrouw De Vos daarop kunnen reflecteren?
Mevrouw De Vos (FVD):
Ik wil met alle plezier op allerlei moties reageren, maar ik weet nu natuurlijk niet precies wat de inhoud van die moties is. Bij ons is het uitgangspunt altijd dat het Nederlands belang vooropstaat. Als er internationale zaken spelen en het Nederlands belang wel of niet gebaat is bij een bepaalde motie, dan zullen wij die motie om die reden wel of niet steunen. Voor de specifieke motie over het openen van winkels geldt eigenlijk hetzelfde. Ik ken de precieze tekst van die motie niet — ik wil die graag zien — maar voor ons is het uitgangspunt dat we gemeenten in principe zo veel mogelijk ruimte geven om zelf keuzes te maken. Dat zal vermoedelijk ook gelden voor wat er wel of niet open mag op de zondag.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Stoffer (SGP):
Dit klinkt mooi, maar als ik naar het stemgedrag van Forum kijk, dan zie ik dat Forum op het gebied van Israël en het Joodse volk en wat betreft de openstelling van winkels op zondag afslagen heeft genomen die echt lijken op wat D66 doet en wat DENK doet. Ik zou zeggen: bezin u daar nog maar eens op.
Mevrouw De Vos (FVD):
Nogmaals, wij kiezen voor het Nederlands belang. Er komen ook heel vaak moties voorbij om onvoorwaardelijk een ander land, vaak Israël, te steunen. Daar gaan wij niet in mee. Wij willen met allerlei landen samenwerken. We willen ook met Israël samenwerken, maar we handelen wel vanuit het Nederlands belang. We gaan dus niet blind honderd procent steun geven aan een ander land. Dat is de overweging geweest.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw De Vos. Het woord is aan de heer Van Baarle voor zijn inbreng in de eerste termijn namens DENK.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Ik heb in de afgelopen periode echt heel veel mensen gesproken die zich grote zorgen maken over het beleid van het nieuwe kabinet. Ze maken zich zorgen vanwege de recordbezuiniging op de zorg, de recordbezuiniging op de sociale zekerheid, het feit dat de armoede toeneemt met tienduizenden mensen, het feit dat de rijken in verhouding rijker worden en de armen armer, dat het eigen risico wordt verhoogd naar €520, dat er niks bij komt voor internationale solidariteit, dat grote vermogens en hoge winsten worden ontzien en dat de erkenning van Palestina wordt tegengehouden. Dat is beleid waar de VVD de vingers bij aflikt, maar dat voor de mensen in het land een hele grote teleurstelling is. Dit is een kabinet van en voor de rijken en de vermogenden. Dit is een kabinet dat Nederland doelbewust laat verarmen voor Trump en de NAVO. Het is hard VVD-beleid.
De mensen in het land moeten lijden. Het is gewoon niet uit te leggen. Het is gewoon niet uit te leggen dat het eigen risico wordt verhoogd naar €520. Het is niet uit te leggen dat er 3,4 miljard euro aan extra belastingen komt voor de NAVO-norm, de Trumptaks van honderden euro's per huishouden. Het is niet uit te leggen dat er 900 miljoen euro aan belastingen komt op boodschappen met suiker erin, een soort baklavabelasting van €100 per huishouden. Het is niet uit te leggen dat er 600 miljoen euro aan extra belastingen komt door minder zorgaftrekposten en dat er 950 miljoen extra belasting komt op brandstof na 2027. Er leven al honderdduizenden mensen in armoede. Er zijn kinderen afhankelijk van voedselhulp. Er zijn mensen die niet naar de dokter gaan vanwege zorgkosten. Deze regering gaat het voor deze mensen erger maken. Ze gaat ervoor zorgen dat er tienduizenden mensen in armoede bij komen.
Hoe kan dit kabinet het laten gebeuren dat de armoede in dit land toeneemt? Hoe kan dit kabinet ervoor kiezen om willens en wetens de rijken rijker te maken en de armen in verhouding armer? Ik zeg tegen minister-president Jetten: dit kunt u de mensen in Nederland niet aandoen. Deelt de minister-president dat de uitkomst nooit mag zijn dat de armoede stijgt, maar dat die armoede juist moet gaan dalen? Deelt de minister-president dat de uitkomst nooit mag zijn dat de verdeling van de welvaart nog onrechtvaardiger wordt? Deelt premier Jetten dat we nu al kunnen zien dat er echt veel meer extra geld moet zijn om te voorkomen dat mensen er financieel op achteruitgaan, om te voorkomen dat de inkomensverdeling onrechtvaardiger wordt? Is hij bereid dat te doen?
Er zit voor de gewone Nederlander ontzettend veel pijn in het beleid van deze regering. Mensen trekken het niet dat de AOW-leeftijd nog verder wordt verhoogd en dat sommige mensen tot na hun 70ste moeten doorwerken. Mensen leven vaak toe naar hun pensioen. Ze willen van hun kleinkinderen gaan genieten, of van hun rust. Die mensen voelen zich nu hard gepakt. Mensen werken zich vaak kapot om hun hoofd boven water te houden en willen gewoon van hun oude dag kunnen genieten. Ze willen niet tot bijna hun dood hoeven werken. Dit is een nog hardere klap voor al die mensen met zware beroepen: de bouwvakkers, de fabrieksarbeiders, de stukadoors, de schilders. Trek dat AOW-plan in, vraag ik aan minister-president Jetten.
Mensen trekken het ook niet dat het eigen risico zo enorm verhoogd wordt. Mensen schrokken zich al kapot toen het eigen risico naar €460 zou gaan. Mensen zijn zich helemaal te pletter geschrokken nu ze lezen dat het eigen risico volgens het Centraal Planbureau zelfs gaat stijgen naar €520. €520! Ontzettend veel mensen gaan al niet naar een arts vanwege de hoge kosten. Mensen blijven met pijn en klachten rondlopen. Dat gaat op deze manier alleen maar erger worden. Is de minister-president bereid om die absurde verhoging van het eigen risico van tafel te halen?
Een groot deel van Nederland voelt zich door dit kabinet en de coalitie belazerd. Alle coalitiepartijen beloofden Nederlandse gezinnen dat de belastingen niet omhoog zouden gaan of dat ze omlaag zouden gaan. D66 zei voor de verkiezingen: 1,6 miljard minder belastingen. De VVD zei: 6,4 miljard minder belastingen. Het CDA zei: het blijft gelijk. Na de verkiezingen worden gezinnen opgezadeld met een toename van de belastingen van 4 miljard euro. Ook was geen enkele coalitiepartij eerlijk over het eigen risico. Bij D66 zou dat gelijk blijven. Bij het CDA en de VVD zou het groeien. Maar €520? Dat heeft niemand opgeschreven. Geen enkele partij is hier eerlijk over geweest.
Alle coalitiepartijen beloofden voor de verkiezingen dat Nederlanders er niet op achteruit zouden gaan. Na de verkiezingen zorgen deze partijen ervoor dat de koopkracht bij alle Nederlanders minder wordt. Mensen in het land zijn deze politiek van voor de verkiezingen dingen beloven en na de verkiezingen exact het tegenovergestelde doen, echt zat.
Voorzitter. Het steekt DENK ook dat het kabinet van premier Jetten PVV-beleid gaat uitvoeren. Mensen hadden echt de hoop dat dit na de verkiezingen zou verdwijnen. Als de antivluchtelingenwet van Faber aangenomen wordt, dan gaat dit kabinet deze wet gewoon uitvoeren. Ook de agenda van integratiewantrouwen gaat door, met de financiering van moskeeën die aan banden gelegd moet worden, een zwarte lijst voor imams, toezicht voor Koranscholen en het extra beboeten vanwege het boerkaverbod. Al die lopende voorstellen van het PVV-kabinet lopen ook door, zoals het aan banden leggen van de gebedsoproep en het vaker kunnen afpakken van paspoorten. Het zijn allemaal maatregelen waar Geert Wilders zijn vingers bij aflikt. Waarom wordt er nog steeds gesproken over integratie, vraag ik aan premier Jetten. Deelt hij de opvatting dat alle Nederlanders die hier geboren zijn, helemaal niet meer hoeven te integreren? Snapt hij dat alle maatregelen die ik zojuist opnoemde, door Nederlanders worden gezien als de zoveelste uiting van wantrouwen in de richting van Nederlandse minderheden?
Als we kijken naar de maatregelen tegen discriminatie in het akkoord, zien we vooralsnog geen extra budget en vooral een opsomming van bestaand beleid. Wat gaat deze regering nou écht extra doen met de bestrijding van discriminatie? Komt er extra geld? Komt er een ambitieus nieuw plan, met echte doelen? Op dit punt overweegt mijn fractie een motie.
Veel mensen in ons land zijn ook teleurgesteld over de karige woorden over Palestina in het coalitieakkoord. Mensen hoopten op eindelijk harde sancties tegen Israël, hoopten dat Palestina zou worden erkend, hoopten op écht extra budget voor de Palestijnen en hoopten op een totaal wapenembargo tegen Israël. Ze zagen premier Jetten voor de verkiezingen bij de Rode Lijndemonstratie. De mensen zijn nu teleurgesteld, omdat er zo weinig voor Palestina in het beleid staat. Daarom vraag ik premier Jetten of hij vindt dat Israël een genocide pleegt in Gaza. Erkent premier Jetten dat Netanyahu een oorlogsmisdadiger is en dat Israël oorlogsmisdaden pleegt? Is premier Jetten bereid om de Palestijnse Staat te erkennen, een totaal wapenembargo tegen Israël in te stellen, de Israëlische regering tot persona non grata te verklaren en economische sancties tegen Israël in te stellen? Premier Jetten kan het lef tonen om de misdaden van Israël écht aan te pakken en om het internationaal recht na te leven. Wij zeggen tegen hem: doe dat; stel die mensen niet teleur.
Voorzitter. Het kabinet voert op heel veel vlakken VVD-beleid uit. Daarmee is dit kabinet eigenlijk niet het kabinet-Jetten I, maar het kabinet-Yeşilgöz I. Dit is vanwege de recordbezuiniging op de zorg, de recordbezuiniging op de sociale zekerheid, de belastingen voor kwetsbare mensen, het eigen risico naar €520, het langer moeten doorwerken, het later krijgen van AOW en een agenda van integratiewantrouwen die neerkomt op het onder de loep leggen van minderheden. De komende vier jaar zal DENK er alles aan doen om de plannen beter te maken en slecht beleid tegen te houden. Wij zullen elke verhoging van het eigen risico bestrijden, elke maatregel die de armoede vergroot, proberen terug te draaien, elke discriminerende integratiemaatregel aanvallen en in elk debat strijden voor de erkenning van Palestina en voor de naleving van het internationaal recht. Wij zullen amendementen indienen. We zullen moties indienen. We zullen alternatieven presenteren. Wij zullen laten zien dat het ook anders kan. Gemotiveerd en strijdbaar alternatieven bieden: dat is wat DENK gaat doen, elk debat weer, totdat het beleid beter wordt voor al die mensen in Nederland die iets beters verdienen.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Baarle. Het woord is aan de heer Stoffer, voor zijn inbreng namens de Staatkundig Gereformeerde Partij in eerste termijn. Gaat uw gang.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Het kan niet anders of onze nieuwe premier heeft hem al ontmoet in zijn tijd aan het Binnenhof. Dat moet in de hal van de oude Tweede Kamer zijn geweest. Daar stond hij namelijk altijd op een vaste plek, met zijn staf in de hand. Het is de stok waarmee hij zijn volk leidde. Hij staat trouwens op grote hoogte. Dat is ook niet meer dan terecht.
Voorzitter. U zult begrijpen dat ik het niet over een gewone Nederlandse medeburger heb. Ik bedoel de profeet Mozes, als leider van het volk Israël. Hij staat als een van de grote wetgevers op het kunstwerk in de hal van het Binnenhof. Mozes bracht het volk Israël de tien geboden over, de wet van God. Maar zelfs Mozes was een voorbijganger. Zijn opvolger, Jozua, kreeg bij zijn aantreden een heel duidelijke opdracht mee: "Wijk niet af van de wet van Mozes, naar rechts of naar links, opdat u verstandig zult handelen overal waar u gaat. Dit boek met deze wet mag niet wijken uit uw mond, maar u moet het dag en nacht overdenken, zodat u nauwlettend zult handelen overeenkomstig alles wat erin geschreven staat. Dan immers zult u uw wegen voorspoedig maken en dan zult u verstandig handelen." Een koning in Israël moest altijd een afschrift van de wet van God bij de hand hebben.
Voorzitter. Deze week is de leidersstaf van ons volk overgedragen aan het kabinet-Jetten. We zijn uiteraard benieuwd welke wetten we zullen krijgen van premier Jetten. Welk advies kunnen we de nieuwe regering en Kamer beter geven dan op Mozes te letten, dacht ik zo. Zijn aanwezigheid in het parlement roept ons namelijk op om bij al onze plannen de wet van God niet uit het oog te verliezen. In het parlement zijn we gewend om te letten op hoger recht waaraan we gebonden zijn. Daarbij mogen we zeker het hoogste recht niet vergeten. Laat het woord van God ons beleidskompas en onze aanwijzing voor de regelgeving zijn.
Voorzitter. Daarom overhandig ik, samen met de Gereformeerde Bijbelstichting, de premier graag een exemplaar van de Statenbijbel, zoals ik die twee jaar geleden ook aan premier Schoof mocht overhandigen.
De voorzitter:
De bode zal dat voor u verzorgen.
De heer Stoffer (SGP):
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Stoffer (SGP):
Want dan heeft ook deze regering altijd een afschrift van de goede wet van God bij de hand.
Voorzitter. In de loop van de formatie heb ik het nodige gezegd over de houding van de SGP richting het nieuwe kabinet. Ik kreeg de indruk dat het kabinet dit signaal heeft opgevangen. We zullen nu moeten gaan zien hoe het kabinet er in de praktijk mee omgaat. Dat geldt ook voor de uitwerking van de voorgestelde bezuinigingen. Die zijn wat ons betreft te drastisch. Daar maken wij ons als SGP zorgen over. Denk aan diegenen die een WIA-uitkering krijgen. Denk aan hen voor wie langer doorwerken een zware belasting is. Denk aan het belang van voldoende zorg, bijvoorbeeld de beschikbaarheid van huishoudelijke hulp en kraamzorg.
Het Sociaal en Cultureel Planbureau waarschuwt dat juist groepen die toch al kwetsbaar zijn, nog harder geraakt worden. Dat komt niet alleen door de losse maatregelen, maar juist ook door de stapeling ervan. Meer zorgvuldigheid is vereist om te voorkomen dat burgers in de knel raken. Hoe gaat het kabinet dit waarborgen, is onze vraag.
Ik heb tijdens het vorige debat een motie ingediend om de AOW-plannen aan te passen. Die zal ik deze week in stemming laten brengen, nu het kabinet aan de slag is gegaan. Ook vindt de SGP het belangrijk dat er voorafgaand aan eventuele bezuinigingen duidelijk in beeld is wat de gevolgen zijn voor kwetsbare groepen en hoe onwenselijke effecten worden voorkomen. Mijn vraag is: hoe pakt het kabinet dat aan?
Voorzitter. Overigens verdienen ook onze boeren, ondernemers, scholen en zorgverleners meer ruimte, want ze gaan gebukt onder te veel regels en lasten. Hoe pakt het kabinet die handschoen samen met hen op? Ik wijs dan bijvoorbeeld op de kritiek van de onderwijsinspectie dat de stapel wetten en regels te hoog is. Ziet het kabinet bijvoorbeeld ook het belang van een nationaal ondernemersakkoord?
Voorzitter. Vandaag vraagt de SGP in het bijzonder aandacht voor het leven, de zondag en het gezin. In de nadagen van het kabinet-Rutte IV is de bescherming van het leven pijnlijk verslechterd. Ik denk dan bijvoorbeeld aan het afschaffen van de beraadtermijn en het makkelijker verstrekken van de abortuspil, wat ons betreft onbegrijpelijk. We zien inmiddels de hoogste aantallen abortussen ooit. Een getal van bijna 40.000 mensenlevens. Dat kan het kabinet toch niet negeren? Vindt het kabinet dan ook dat het verminderen van het aantal abortussen doelstelling van het beleid zou moeten zijn, zoals dat ook het geval was in het meest recente kabinet met deze coalitiepartijen? Is het kabinet bereid om met ons te kijken wat we kunnen doen voor kwetsbare vrouwen en kinderen?
Voorzitter. De rustdag is in de boeken van Mozes een heilige zaak. God zet deze dag apart om ieder mens werkelijk tot rust te brengen, van de hoogste heer tot de laagste loonwerker en ook de vreemdeling. En zelfs het vee, de dieren, die profiteren mee. De rustdag was een verademing na de slavernij van het volk Israël in Egypte. En wie zelf bevrijd is, mag geen systeem in stand houden dat anderen uitput. Ook nu nog is de rustdag een waarschuwing tegen vormen van moderne individualistische slavernij die de samenleving ontbinden. Een gezamenlijke rustdag stelt een grens aan een economie van 24 uur en zeven dagen. Erkent de regering in ieder geval het belang van de vrijheid van gemeenten om recht te doen aan de lokale behoeften en ook koopzondagen te kunnen beperken?
Voorzitter. Het gezin is het weefsel dat onze samenleving bijeenhoudt. Ouders en kinderen moeten voldoende tijd en aandacht voor elkaar kunnen hebben. Anders nemen klachten van stress en depressie alleen maar toe. Het is daarom alarmerend dat de keuze voor zorg in plaats van arbeid in de belastingheffing nog steeds ongenadig afgestraft wordt. Veel eenverdieners hebben gewoon geen keuze, omdat ze dagelijks veel zorg moeten en willen verlenen aan hun geliefden. Ze verdienen geen straf, maar steun. In de bestaande onrechtvaardigheid mag het kabinet wat ons betreft niet berusten. Mijn vraag is dan ook: gaat de regering de kloof tussen eenverdieners en tweeverdieners structureel verkleinen?
Voorzitter. Bij het noemen van de naam Mozes denk ik natuurlijk ook aan het Joodse volk. Het is beschamend dat Joden, bijvoorbeeld studenten aan onze universiteiten, vertrekken naar Israël omdat ze zich hier in ons Nederland niet meer veilig voelen. Maar ook de staat Israël wordt aanhoudend bedreigd, bijvoorbeeld in de spanning rond Iran. Kunnen we ervan uitgaan dat het kabinet pal staat voor de veiligheid van Israël?
Voorzitter, tot slot. Sinds de graven van Holland in Den Haag besturen, belijden we al dat de overheid regeert bij de gratie van God. Dat betekent dat mensen niet naar willekeur en eigen inzicht mogen heersen. We zijn allemaal gebonden aan het hoogste recht. Daarom wenst de SGP het kabinet van harte die bescheidenheid en afhankelijkheid van God toe. En weet dat velen in dit land voor u bidden.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Stoffer. Het woord is aan mevrouw Ouwehand voor haar inbreng namens de Partij voor de Dieren in eerste termijn. Gaat uw gang.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Onze felicitaties aan de nieuwe minister-president en zijn ploeg, met heel wat bekende gezichten en ook een aantal nieuwe gezichten. Gefeliciteerd, heel veel wijsheid bij deze zware taak. Ik hoop u enige inzichten mee te kunnen geven.
Om te beginnen: het is niet heel erg goed nieuws, maar we leven dus in het bepalende decennium. De aarde is voor zover we weten de enige planeet in het universum waar mensen en dieren kunnen leven. Willen we dat niet verpesten, dan zullen we de klimaatcrisis móéten stoppen, net zoals het uitsterven van plant- en diersoorten. Omdat vooral rijke westerse landen weigerden dat te doen, hebben we alleen dit decennium nog, zo zijn we al gewaarschuwd, om de belangrijkste wissels om te zetten. Dat is dus de situatie waarin dit kabinet aantreedt: het bepalende decennium voor natuur en klimaat. De eerste helft is al voorbij en was allerbelabberdst. Nu staat deze ploeg aan het begin van de tweede helft en de grote vraag is: snapt deze ploeg wat er moet gebeuren en hoe groot de urgentie is?
Gezien het oprukkende antidemocratische uiterst rechts, de autoritaire krachten, het fascisme, en het tempo waarin dat gaat, is het misschien ook wel voor onze democratische samenleving het bepalende decennium. In dat licht is het denk ik van belangrijke symbolische waarde dat het kabinet vandaag zijn eerste debat heeft met de Kamer op de dag waarop we de Februaristaking herdenken, de enige openlijke grootschalige protestactie in bezet Europa tegen de razzia's op de Joodse bevolking. 85 jaar geleden stonden gewone mensen op in Amsterdam tegen dit onrecht. Zij toonden grote moed en lieten zien waartoe we als Nederlanders in staat zijn als we bereid zijn om moed te tonen en solidariteit op te brengen. Die kernwaarde zou ons hoop moeten bieden voor wat er mogelijk is.
Het is dus een bepalend tijdsgewricht. De basis van ons bestaan en van onze samenleving staat op het spel. Het komt er serieus op aan en daar komen al die andere problemen nog bij: een groot tekort aan betaalbare woonruimte, armoede en ongelijkheid, racisme en discriminatie die toenemen, dat mensen ziek worden van onze industrie, van landbouwgif, van de ongezonde voedselomgeving, de Russische agressieoorlog tegen Oekraïne, de onderdrukking, de mensenrechtenschendingen en genocides in Palestina, in Sudan, tegen de Koerden, in Iran en in Congo.
Het kabinet wacht een zware taak. Er is veel gezegd over de generatie politici die nu is aangetreden. Die zou dingen vast anders gaan doen. Ik weet het niet helemaal. Ik krijg toch een beetje een jarentachtiggevoel als ik naar deze coalitie kijk. Nou was ik laatst op het Grauzone Festival en daar zijn de jarentachtigvibes wel fijn, maar als je de financiële kaders ziet waar dit kabinet mee aan de slag gaat, zijn de herinneringen aan Thatcher in een nieuw jasje toch wat minder prettig. Het kettingzaagkapitalisme waar de VVD zich door laat inspireren, dat we kennen van Trump en Milei, brengt een samenleving doorgaans weinig goeds.
Dus nieuwe generatie, maar oude neoliberale ideeën. Er komt geen hogere winstbelasting. Grote bedrijven ontspringen dus de dans en vooral de opgave waar we voor aan de lat staan. Geen afbouw van de hypotheekrenteaftrek. Geen miljonairsbelasting. Belasting op vervuilende bedrijven, ook niet. De CO2-heffing die er was, wordt afgeschaft. Het is dus de borrelclubelite van vastgoedjongens en dubieuze uitzendbureaus die informateur Hans Wijers pootje heeft gelicht die in dit coalitieakkoord heeft gewonnen. De rijke en grote bedrijven worden ontzien en klimaat, natuur en gewone mensen hebben het nakijken. Het gevolg hiervan is heel pijnlijk voor veel mensen die al in een kwetsbare positie zitten. De armoede zal toenemen. Mensen die arbeidsongeschikt zijn of worden dreigen aan de bedelstaf te raken. Als je je baan kwijtraakt, krijg je nog maar een jaar WW. Lage inkomens en de middenklasse worden hard geraakt door de Bontenbalbelasting. Mensen komen in onzekerheid te zitten over wanneer ze met pensioen kunnen gaan en dat is voor mensen met zware beroepen onverteerbaar. Ouderen gaan de wijkverpleging mijden omdat ze het niet kunnen betalen en er komen bezuinigingen op de gehandicaptenzorg.
Uit onderzoek blijkt dat dit soort neoliberaal beleid en bezuinigingen op sociale voorzieningen ook nog eens de voedingsbodem voor radicaal- en extreemrechts vergroten. Daar waarschuwde de VN-rapporteur voor armoede onder meer voor. Zijn boodschap was: investeer in publieke en sociale voorzieningen en zie dat niet als een kostenpost, maar als een belangrijk instrument om je sociale weefsel en je democratische samenleving in stand te houden en extreemrechts geen kans te geven. Hoe reageert de premier daarop?
Voorzitter. Als gezegd: de basis van ons bestaan staat op het spel. We hebben hele grote zorgen over de doelen voor klimaat en natuur. Die voldoen niet aan de minimale ondergrens die je van het kabinet wel mag verwachten. De duiding was al: mooie woorden, weinig daden. Dat lijkt me voor een Feyenoordsupporter, wat de premier is, toch zijn eer te na. Dus de plannen voor klimaat en natuur moeten terug naar de tekentafel en minstens aan de minimale ondergrens voldoen voordat ze aan de Kamer worden gepresenteerd. Houd je aan uitspraken van de rechter, zoals in de Bonaire-uitspraak. Belast de grote vervuilers en vermogenden in plaats van hardwerkende mensen. Maak een einde aan de fossiele subsidies. Houd de CO2-heffing in stand. Open toch niet Lelystad Airport, een nieuw vliegveld voor vakantievluchten, midden in de klimaatcrisis die je maar niet weet op te lossen. Is de premier hier alsnog toe bereid?
Voorzitter. Dan nog wat uitgebreider over stikstof. Het is echt verbazingwekkend dat dit kabinet onder leiding van Jetten zegt dat het natuurlijk voor de rechtsstaat staat, maar dat de uitspraak van de rechter, die nog eens bevestigt dat de stikstofuitstoot veel harder naar beneden moet dan het kabinet nu in het coalitieakkoord heeft opgeschreven, kennelijk kan worden genegeerd. Waar zijn die nieuwe cijfers op gebaseerd? Ik heb het volgens mij de afgelopen tweeënhalf jaar niet één keer gezegd, maar mevrouw Wiersma had gewoon gelijk: dit zijn de BBB-plannen, die deze coalitie overneemt. Ook omdat de minister van Landbouw, die aan de slag moet met de plannen voor de stikstofuitstoot, een hele zware dobber gaat krijgen, kan deze coalitie a hem niet op pad sturen met plannen die onder de maat zijn en b hem er niet alleen voor laten staan. Is de minister-president dus bereid om bijvoorbeeld maandelijks een persconferentie over klimaat en natuur te geven, zodat Nederlanders ook meegenomen worden in het belang van een stabiel klimaat en een gezonde biodiversiteit, en zodat de minister van Landbouw en de minister van Klimaat en Groene Groei — welkom ook, trouwens — daar niet alleen voor komen te staan?
Wie draagvlak wil voor maatregelen om de veehouderij aan te pakken, doet er goed aan om het niet te hebben over vlees dat zo lekker is, maar over de dieren en hoe zij moeten leven in de gangbare veehouderij. Meer dan 20 miljoen dieren in Nederland komen niet eens levend de stal uit per jaar. Dat zijn er meer dan 55.000 per dag. Die hebben geen behandeling gekregen; die zijn daar gecrepeerd, vanwege longontstekingen of vanwege het feit dat ze door hun poten zijn gezakt of dat ze niet meer bij eten of drinken konden. Laat dat zien aan mensen en ze begrijpen heel goed dat we andere keuzes maken en boeren helpen omschakelen naar een meer plantaardige en duurzame landbouw. Vertel mensen dat koeien om melk te geven ieder jaar een kalfje moeten baren en dat dat kalfje vrijwel direct na de geboorte wordt weggehaald, zodat de melk naar de zuivelfabriek kan. Dat is wreed. Als mensen dat niet weten, dan zullen ze denken: ja, maar waarom moet deze koeienboer nu stoppen? We kunnen overschakelen naar een duurzamere en diervriendelijkere landbouw. Het helpt enorm als we laten zien waarom we dat doen: voor de dieren.
Voorzitter. Wat voor klimaat en natuur geldt, geldt zeker ook voor de internationale rechtsorde. Het hemeltergende onrecht dat de Palestijnen wordt aangedaan, vroeg al decennialang om maatregelen. Het is dus verbijsterend dat de VVD het kennelijk voor elkaar heeft gekregen dat de Rode Lijneisen niet in het coalitieakkoord terecht zijn gekomen. Is de premier bereid om alsnog te zeggen: "De groeten, wij houden ons aan de internationale rechtsorde. We erkennen Palestina. We maken trouwens ook een einde aan de schandalige belastering van de VN-rapporteur. Ik nodig haar uit op mijn werkkamer om haar te steunen bij de leugens die over haar worden verspreid"?
Voorzitter, tot slot. Terug naar de Februaristaking. Als die mensen de moed toonden om hun eigen veiligheid op het spel te zetten om het op te nemen voor de Joodse bevolking, dan moeten wij toch zeker in staat zijn om de moed te tonen om te doen wat nodig is. Maar het is ook belangrijk om op de dag van de Februaristaking te zien wat eraan vooraf is gegaan. Dat waren de razzia's, maar voor de razzia's werd de Joodse bevolking al geterroriseerd door de knokploegen van de NSB. Dat waren geen Marokkanen. De opdracht om racisme en discriminatie te bestrijden kan ook geen dag langer wachten. De plannen van het kabinet tonen geen enkele reflectie op de haatzaaierij die we de afgelopen jaren hebben gezien, laat staan dat ze zeggen: partijen die daaraan hebben meegedaan, zullen eerst moeten reflecteren.
Voorzitter. De opdrachten zijn dus groot. Dit kabinet staat voor gelijkwaardigheid en gelijkheid in een gezonde samenleving, en daar zal de Partij voor de Dieren het op afrekenen.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Bikker voor haar inbreng in de eerste termijn.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Wat goed dat er een kabinet aan de slag kan. Nederland staat eerlijk gezegd al veel te lang in stilstand. Bouwen aan een beter Nederland gaat toch echt veel beter met een kabinet dat missionair is. Dus allereerst mijn hartelijke felicitaties aan de minister-president, aan de ministers en aan de staatssecretarissen met het mooie feit dat u aan de slag gaat en dat u ons land wil dienen. U heeft een hele mooie dag gehad, maar we weten ook dat het een zware job is. Dus: felicitaties, zet 'm op en dank u wel.
Voorzitter. Ook dank aan de drie partijen die met een coalitieakkoord zijn gekomen. Nederland heeft er namelijk behoefte aan dat we problemen echt gaan aanpakken in plaats van ze steeds vooruit te schuiven. Nederland heeft geen behoefte aan de korte termijn en aan nog meer geitenpaadjes, maar aan serieuze oplossingen. Het is eigenlijk tijd dat onze vergaderzaal weer bol staat van debatten die echt impact hebben op de toekomst van Nederland. Ik heb het over samen dingen kunnen bereiken, elkaar soms wat kunnen geven en soms resultaat halen, maar in ieder geval weten dat we problemen niet doorschuiven of dat we vooral elkaar de schuld geven. Dat zie en waardeer ik in de eerste grondtrekken van het coalitieakkoord.
Het zal iets vragen van de houding van ons allemaal, maar ook van die van de coalitiepartijen. De coalitie zegt: we gaan aan het werk; we investeren flink in defensie. Ik zeg: dat is heel goed, want het is belangrijk om je land te verdedigen. De vraag daarbij is wel wélk land je verdedigt. Een land besturen is namelijk nog geen samenleving bouwen. In de doorrekening en in het coalitieakkoord liggen wat zorgen voor de ChristenUnie. Het kabinet zal nu echt de omslag moeten maken van politieke bloedgroep naar een kabinet voor het hele land. Het gaat om vier jaar lang — dat zeg ik met nadruk; zet 'm op! — samen bouwen aan een sterker en beter Nederland met de hele Kamer.
Voorzitter. Daar zeg ik bij dat de middenklasse de ruggengraat van Nederland is. Dat zijn de harde werkers, van de thuiszorg tot de treinmachinist en van de ondernemer tot de onderwijzer. We hebben in de afgelopen decennia volop gezien wat er gebeurt als de bestaanszekerheid van dit kloppende hart van elke samenleving onder druk komt te staan. Dan gaat het niet alleen om de vraag of je genoeg verdient, maar ook om de zekerheid dat je kunt blijven rondkomen, dat je betaalbaar kunt wonen, dat je naar school kunt of dat je je kinderen naar school, de universiteit of een andere opleiding kunt sturen, dat je de zorg kunt betalen bij tegenslag en dat dat niet alleen voor jezelf zo is, maar ook voor je kinderen. In de afgelopen decennia is de ene na de andere studie verschenen die nog eens onderstreepte dat de gevolgen groot zijn als je als overheid die basis niet op orde hebt.
De fear of falling van de middenklasse is niet alleen een Amerikaans probleem. Eerlijk gezegd kraakt het ook in Nederland. Ook Jan Modaal, zoals we de gemiddelde Nederlander zijn gaan noemen, moet er zeker van zijn dat als het leven tegenzit, er een goed vangnet is. Daarom rust er een grote verantwoordelijkheid op dit kabinet. Na jaren van politieke chaos en de opkomst van populisme is de vraag of dit minderheidskabinet een antwoord kan geven dat deze tijd vraagt. Onderzoek laat zien dat de Nederlandse middenklasse nu niet massaal wegzakt, maar wel kwetsbaarder wordt. Veel mensen houden hun positie alleen vast door harder te werken, met twee inkomens en minder zekerheid. Tegelijkertijd groeit het gevoel dat de politiek, Den Haag, wij hier, hen onvoldoende ziet. Juist daardoor ontstaat onvrede en wantrouwen. Dat is de voedingsbodem voor populisme. Het versterken van de middenklasse is wat de ChristenUnie betreft daarom niet alleen oog en hart voor zo veel goede mensen hebben — dat is óók heel belangrijk — maar ook sociaal beleid. Het is cruciaal voor een sterke democratie.
Juist daarom is het belangrijk om te vereenvoudigen, om wetten weer inzichtelijk te maken voor mensen, zodat je weet waar je aan toe bent, en om het belastingstelsel en de toeslagen daadwerkelijk eenvoudig te maken. Ik mis de ambitie wel een beetje in dit coalitieakkoord.
Deze coalitie van VVD, CDA en, als grootste partij, D66 investeert in defensie. Juist daarom moet het kabinet ervoor waken om een gat te schieten in de portemonnee van de gewone middenklasse, van al die mensen die keihard werken en die de boodschappen steeds duurder zien worden. Daarom heb ik een paar vragen aan de minister-president. Welke concrete maatregelen gaat dit kabinet nemen om de middenklasse meer zekerheid te bieden en het vertrouwen in de politiek te herstellen? Waarom zouden mensen door dit beleid weer meer vertrouwen krijgen in de overheid in plaats van zich verder af te keren? De WRR heeft al eerder gewaarschuwd dat het onder druk zetten van de middenklasse een voedingsbodem kan vormen voor populisme. Waarom kiest het kabinet er dan voor om beleid te voeren dat de middenklasse eigenlijk harder raakt dan bijvoorbeeld de hogere klasse? In alle mildheid zeg ik: is dat nou wel zo verstandig? U heeft net in de interrupties wel gezien welk vuur daarachter brandt.
Voorzitter. De ChristenUnie staat volledig achter de investeringen in defensie, want vrede en veiligheid in Europa zijn helaas niet langer vanzelfsprekend. Vier jaar oorlog in Oekraïne laat zien hoe precair de geopolitieke verhoudingen zijn. Om ons heen ontstaat een nieuwe wereldorde. Juist in zo'n tijd moet Nederland pal staan voor vrede, voor recht, voor vrijheid. Dat vraagt ook dat we bereid zijn om onze defensie te versterken, maar bij elk nieuw voorstel stelt de ChristenUnie ook dezelfde vraag: wie zijn hier de verliezers en wie dragen uiteindelijk de lasten? Eerlijk gezegd maak ik mij zorgen, want het lijkt erop dat de rekening van deze plannen te vaak terechtkomt bij ouderen, bij mensen die elke dag hard werken — dat zei ik al — maar ook bij mensen die te maken hebben met ziekte. Mensen worden twee keer zo zwaar belast als het bedrijfsleven wanneer het om de vrijheidsboete gaat. Dat geeft deze plannen toch een neoliberale bijsmaak. Ze maken onze samenleving niet socialer, wel kwetsbaarder.
Voor de ChristenUnie kunnen de plannen van de coalitie alleen gaan werken als bezuinigingen niet worden afgewenteld op mensen in de meest kwetsbare omstandigheden. We hebben daar in het debat over het eindverslag van de informateur al over gesproken en we hebben toen specifiek de gehandicaptenzorg aangestipt, die keihard wordt geraakt door de bezuinigingen van dit kabinet. Dat moet anders. Is een half miljard bezuinigen op deze groep bouwen aan een beter Nederland? Ik heb een andere samenleving voor ogen. De aangehouden motie om niet op de gehandicaptenzorg te bezuinigen, breng ik daarom na dit debat in stemming. Voorzitter, ik zou ook willen vragen om die toe te voegen aan de stemmingslijst. Deze mensen mogen namelijk niet de verliezers zijn van het beleid dat dit kabinet voorstelt.
Voorzitter. Dan het belang van de regio. Dit kabinet mag geen Randstadkabinet worden, want Nederland is veel groter dan alles wat hier net rond Den Haag zit. En gelukkig maar, want dat maakt Nederland ook véél mooier, zeg ik er graag bij. De ChristenUnie maakt zich zorgen over Groningen. Het kabinet schrapt de bewindspersoon voor Groningen en vervangt die door een regeringscommissaris. Daarmee zegt het kabinet stabiliteit te willen brengen in herstel, maar tegelijkertijd verdwijnt de politieke verantwoordelijkheid van de regeringstafel. Juist vertrouwen is daar zo hard nodig. Uit een recente enquête van RTV Noord blijkt dat slechts 8% van de Groningers denkt dat het ergste voorbij is. Veel mensen vrezen nog steeds nieuwe aardbevingen. Waarom kiest het kabinet er dan voor om Groningen verder van de besluitvorming af te plaatsen in plaats van het zwaarder te laten meewegen door een minister of staatssecretaris in te zetten? Welke doorzettingsmacht heeft de regeringscommissaris zonder plek in het kabinet?
Voorzitter. Ik wil ook stilstaan bij ontwikkelingssamenwerking, want daar wringt wel iets fundamenteels. Het kabinet presenteerde met trots een regeringsverklaring en een coalitieakkoord waarin extra geld werd beloofd voor ontwikkelingssamenwerking, humanitaire hulp, onderwijs, vrouwenrechten en stabiliteit in kwetsbare regio's. Maar als we naar de cijfers van het CPB kijken, dan is die belofte simpelweg verdwenen. De 257 miljoen die zogenaamd extra beschikbaar zou komen, wordt de komende tien jaar gebruikt om gaten in de binnenlandse begroting te vullen. Dat is niet investeren in de wereld, maar een politieke truc, een belofte op papier zonder dat er in werkelijkheid geld bij komt. Dit klinkt als, dit duikt als, dit zwemt als een PVV-begroting; ik geloof dat dit dáár wel wordt gedeeld. Daarom vraag ik het kabinet: waarom eerst beloven en dan helemaal niet doen?
Voorzitter. De ChristenUnie staat op voor heel Nederland. Elke regio telt. Als dat ergens tot uitdrukking moet komen, dan is dat wel in de investeringen in de infrastructuur, maar daar wordt maar een schijntje voor uitgetrokken; een karrespoor voor de regio. Wat betekent dat? Dat het kabinet alleen nog in de regio Amsterdam gaat investeren? Nee toch zeker? Maar waarom wordt het Zuidasdok dan wel volop genoemd in het coalitieakkoord, maar worden het vierde perron bij Deventer, station Dordrecht Leerpark, het station bij Bergentheim of een van de andere stations aan de Nedersaksenlijn daarin niet genoemd? Waarom wordt er niet geïnvesteerd in die andere stations, aan de Nedersaksenlijn, in het gecombineerde onderhoud bij Haarlem, in de nu gepauzeerde aanpak van de A2 bij Deil of in de A15 tussen Papendrecht en Gorinchem? Ik kan nog wel even doorgaan. Waarom wordt niet geïnvesteerd in de broodnodige, miljarden kostende vernieuwing van de spuisluizen bij IJmuiden? Ik maak me hier grote zorgen over. Kan de premier die zorgen wegnemen?
Ik rond af. Na een lange periode van politieke onrust is het goed dat er weer een kabinet staat dat verantwoordelijkheid neemt voor ons land. Besturen in deze tijd is immers niet eenvoudig. De uitdagingen zijn groot, zowel hier in Nederland als in de wereld om ons heen. Daarom wil ik het kabinet wijsheid en kracht toewensen. Dat doe ik graag met de woorden waarmee de koning zijn troonrede vaak afsluit, woorden die wat mij betreft ook op de komende Prinsjesdag mogen klinken: "U mag zich in uw belangrijke werk gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden." In veel kerken is deze week voor dit kabinet gebeden om wijsheid bij het maken van keuzes en om kracht om vol te houden met wijs, rechtvaardig en standvastig bestuur. En nu aan de slag!
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Bikker. Het woord is aan Jimmy Dijk namens de SP.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dank u wel, voorzitter. Is iedereen nog een beetje wakker? Ja? Ik zag iedereen zo whoeah een beetje wegzakken de afgelopen uren, een beetje zo hoeuh, huppa. Nee? Totaal niet? Oké, nou, mooi, dan gaan we beginnen.
Voorzitter. Ik hoorde in de regeringsverklaring van premier Rett… "Premier Rutte" wou ik zeggen. Ja, jullie lachen net zo, maar alleen het appeltje op de fiets is er niet. Ik hoorde meneer Jetten het hebben over de toekomst, die hij positief en realistisch tegemoetziet. Hij had het erover dat iedereen een goed leven moet hebben, waarbij de verschillen niet te groot zijn en waarbij mensen niet meteen door het ijs zakken als het tegenzit. Maar als ik dan naar de plannen kijk, dan zie ik dat alle plannen voor meer ongelijkheid zorgen. De zorg wordt afgebroken. Het eigen risico gaat naar €520. Onze chronisch zieken en gehandicapten worden extra hard geraakt. De thuiszorg wordt wegbezuinigd. De wijkverpleging wordt duurder. De zorg voor onze ouderen en gehandicapten wordt afgepakt. Het is het verder privatiseren van onze zorg. En dit vergroot de ongelijkheid.
De sociale zekerheid wordt onzekerheid. Mensen moeten van dit kabinet nog langer doorwerken; tot 71,5 jaar! Nu is er wel een voorstel van wat afvallige PVV'ers, maar ik zou zeggen: slappe hap. U werkt mee aan sociale afbraak. Er is niks constructiefs aan afbraak. De WW-duur wordt gehalveerd. Arbeidsongeschikten worden gekort. Het is het verder privatiseren van onze sociale zekerheid. Dit vergroot de ongelijkheid.
Hetzelfde geldt voor de woningmarkt: geen volkshuisvesting, maar wederom meer markt. De huren worden weer verhoogd. Sociale huurwoningen worden verkocht. Corporaties krijgen te weinig geld om bij te kunnen bouwen. Het is het verder privatiseren van onze volkshuisvesting. En dit vergroot de ongelijkheid.
Dan de NAVO-taks, de Bontenbalboete, de Trumpbelasting. Het is in ieder geval een inkomensbelasting die de lagere inkomens en de middeninkomens heel hard treffen. De bijdrage hiervoor van bouwvakkers, vuilnismannen en verpleegkundigen is veel hoger dan van deze ministersploeg zelf. Hoe duidelijk wilt u de ongelijkheid nog krijgen?
De allerarmsten — jullie krijgen het gewoon echt voor elkaar — de allerarmsten gaan er het meest op achteruit en de allerrijksten gaan er het meest op vooruit. Echt hoe krijg je het voor elkaar!? Dit had je toch kunnen zien bij de presentatie van het regeerakkoord? Daar heb je geen CPB-doorrekening voor nodig, hoor. Als je deze ongelijkheid bij elkaar optelt, dan is dit de uitkomst. Dus hier een beetje quasi verbaasd gaan zitten doen en doen alsof het foutjes of misverstanden waren … Dit zijn geen fouten of misverstanden. Dit is bewust politiek beleid. En iedere crisis, iedere crisis, is het exact hetzelfde verhaal. Ik vraag premier Jetten daarom: waarom moeten gewone mensen iedere keer voor de crisis betalen die de politiek veroorzaakt? Er werd decennia gewaarschuwd voor een bankencrisis. Winsten en bonussen waren al uitgedeeld. Daarna ontstond er een crisis. Wie mochten dat betalen? Wéér werd er gekeken naar de zorg. Altijd wordt er gekeken naar de zorg. Wéér werd er gekeken naar de volkshuisvesting. Altijd wordt er gekeken naar de volkshuisvesting. Wéér wordt er gekeken naar sociale zekerheid. Altijd wordt er dan gekeken naar de sociale zekerheid van de werkende mensen, die part nog deel hebben aan zo'n crisis. Dáár kunnen jullie het wel gaan halen. Dáár durven jullie het wel.
Natuurlijk: een verhoging van de AOW-leeftijd! Waarom niet? Laten we die bouwvakker en die verpleegkundige langer laten doorwerken. Mensen zijn moe, mensen zijn op. En u verplaatst de eindstreep nog een keer. Onrechtvaardiger en ongelijker wordt het niet. Een energiecrisis, winstflatie — dat is een nieuw woord, maar het bestond allang — en dikke winsten van bedrijven die geprivatiseerd zijn: het was niets nieuws. Maar wanneer kwam de politiek in actie? Toen het de hogere middenklasse in de portemonnee raakte, omdat toen de energierekeningen ook voor die klasse torenhoog waren. Toen leefden de mensen in de uitgeklede volkshuisvesting al jaren in schimmelwoningen, tochtige woningen met vocht, tocht en schimmel aan de muren in de slaapkamers. Zij betaalden al jarenlang een torenhoge energierekening. Dat is niets nieuws. Het zijn weer gewone mensen die de prijs mogen gaan betalen.
Nu is er een internationale crisis. 19 miljard euro, 19 miljard euro: ze schudden het zo uit de mouw. Het is er in één keer. Het was er nooit, niet voor de zorg, niet voor de sociale zekerheid en niet om eerder met pensioen te gaan. Want, meneer Jetten, dát is namelijk het goede leven: eerder kunnen stoppen met werken. Het leven draait namelijk niet alleen om werken. Je werkt om te leven en je leeft niet om te werken, maar u draait dat om. Iedereen mag langer gaan doorwerken, behalve natuurlijk de mensen die een dikke portemonnee hebben. Die stoppen ietsje eerder, want dat kan. Het gaat om 19 miljard euro, uit bezuinigingen op zorg en sociale zekerheid, een hoger eigen risico en een NAVO-taks, wat juist de lagere en de middeninkomens harder treft. Dat komt van deze ministersploeg. Hoe krijg je het voor elkaar?
Het zijn geen foutjes, het zijn geen misverstanden; het is zeer bewust politiek beleid. Er worden namelijk wel degelijk andere belangen gediend. Vastgoedbeleggers krijgen namelijk belastingkortingen. De helft van de 12 miljard aan hypotheekrenteaftrek gaat naar de 20% rijkste Nederlanders met de grootste huizen, maar daar durven jullie nog geen cent van te vragen. En de dikke winsten van marktpartijen in de zorg? Ik zie er niets over. Muisstil is het, muisstil. En publiek geld van onze mensen, van de zorg die onze mensen horen te krijgen, dat in private zakken gaat? Ik hoor er niets over van het kabinet, helemaal niets. Het is bewust beleid: markt in de woningbouw, markt in de zorg en markt in de sociale zekerheid.
En dan nog waar mensen het meest boos over worden. Misschien merkt u ook aan mij dat ik hier geagiteerd van raak. Hoe is het mogelijk dat je de WW-duur wilt halveren terwijl je zelf een wachtgeldregeling hebt van drie jaar — drie jaar! — en twee maanden? Er is hier net iemand vertrokken die hier drie maanden zat en die nu twee jaar wachtgeld krijgt. Ga dat alstublieft uitleggen in de havens en in de industrie, waar mensen nu door AI hun baan verliezen, op staat worden gezet. Leg het ze maar uit. Het vertrouwen van mensen die dit werk doen in de politiek, is nul. Politici zetten onze schoonmakers, vuilnismannen en gevangenispersoneel op een nullijn, maar willen wel de hoogstbetaalde ambtenaren nog meer laten verdienen. Hoe legt u dit uit? Probeer het eens. Als wij coalitiepartijen hiernaar vragen, krijgen we namelijk antwoorden waaruit blijkt dat ze niet eens weten wat een schoonmaker verdient, terwijl ze daar wel beslissingen over willen nemen. Politici die bankiers meer bonussen geven, laten partijgenoten adviezen schrijven waarin zelfs wordt voorgesteld om politici 18% meer te gaan laten verdienen.
Voorzitter. Sorry, maar dit zijn geen foutjes of misverstanden; dit is zeer bewust politiek, elitair beleid. Het is ongelofelijk welke belangen hier gediend worden. Het leidt tot meer armoede, meer onzekerheid en meer ongelijkheid. Het ergste is wat hierachter zit: het zijn geen losse maatregelen, het zijn geen losse dingen. Dat zeg ik tegen de hele oppositie: hou op met shoppen. Jullie zijn geen shoppositie. Wat de linkerhand geeft, wordt door de rechterhand weer afgenomen. Jullie houden dit in het zadel: het kabinet van elitair Nederland wordt in het zadel gehouden als jullie daaraan mee blijven werken. Ik kijk ook naar de heer Markuszower. Je moet je niet op de borst kloppen alsof je een oplossing hebt gevonden voor de verhoging van de AOW-leeftijd. Hou nou toch op!
Voorzitter. Dit zijn de partijen die meewerken aan elitair Nederland …
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
De heer Dijk zei net: hou nou toch op. Maar het lijkt erop dat de SP nooit is begonnen. De SP zit nu al hoelang in dit parlement? Nog nooit iets bereikt, voor niemand niet. Vanavond gaat u met deze teksten, meneer Dijk, weer niks bereiken. U vecht voor die AOW. Ik vecht voor die AOW, maar wij hebben een motie die hopelijk morgen wordt aangenomen. U schreeuwt alleen maar aan de zijlijn.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik schreeuw liever aan de zijlijn dan dat ik help met de afbraak van de AOW-leeftijd, waar zo veel mensen in mijn socialistische traditie voor hebben geknokt. Door hen zijn die sociale verworvenheden opgebouwd. Ik laat me ook niet aanleunen dat we niks voor mekaar krijgen. Ik zie daar twee Kamerleden zitten. Eentje heeft in één jaar tijd meer bereikt voor Groningen dan u als afvallige PVV'er in al die tijd. De ander heeft meer bereikt voor de gehandicaptenzorg en de ouderenzorg dan u in al die tijd met kletskoek daar aan de rechterkant. Nu een beetje de toffe jongen gaan uithangen terwijl je een afgesplitste partij bent! U bent gekozen op een PVV-programma en u neemt daar afstand van, poeh!
De voorzitter:
Laten we het een beetje op de inhoud houden, meneer Dijk.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dit is behoorlijk inhoudelijk, voorzitter.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Even voor de goede orde, even voor de goede orde.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Zetelroof is het, meneer Markuszower.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Alles goed en wel, maar ik heb van geen enkel programma afstand genomen. Het is een geweldig programma, dat PVV-programma. Dat heeft overigens ook raakvlakken met het SP-programma, maar voor beide partijen geldt dat je het uiteindelijk wel moet realiseren. En de vraag is, meneer Dijk: wat gaat u … Ik vraag via de voorzitter wat de heer Dijk vanavond of morgen gaat realiseren. Wat gaat hij binnenhalen?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik ga in ieder geval niet binnenhalen dat ik, zoals u, ben gekozen op een programma voor een lagere AOW-leeftijd, dat ik zetelroof pleeg, nu een toffe jongen ga spelen, en zo meteen meewerk aan het verhogen van de AOW-leeftijd. Dat wil dit elitaire kabinet gaan doen. Dat gaat mij in ieder geval niet overkomen. Dat ga ik vandaag niet bereiken. Ik ben er ontzettend trots op dat ik dat vandaag niet ga bereiken. Maar ik kan u wel het volgende vertellen. Binnenkort gaan wij inderdaad samen met de vakbonden in de havens, in het stads- en streekvervoer, in de vervoerssector, in actie komen. Dan wil ik u nog weleens zien, zien of u nog steeds de stoere jongen bent die hier denkt dat hij iets voor mekaar kan krijgen met een flinterdunne motie. Die gaat helemaal niets bereiken, meneer Markuszower, behalve dat u een opening geeft voor dit kabinet om de AOW-leeftijd verder te gaan verhogen. Al die mensen die keihard werken, moeten door u nog langer doorwerken.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik heb het idee dat de heer Dijk die motie helemaal niet heeft gelezen.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Zeker wel.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Nou, dan is de heer Dijk blijkbaar niet in staat om 'm goed te interpreteren. De motie zegt eigenlijk tegen het kabinet: ga nou terug naar de tekentafel. Dus het plan dat er lag in het coalitieakkoord, is nu van tafel. We hebben tegen het kabinet gezegd: ga terug naar de tekentafel. Het kabinet zegt zelf: oké, wij gaan terug naar de tekentafel. De heer Dijk wéét dus nog helemaal niet of het niks inhoudt. Ik garandeer u, meneer Dijk: die motie is een hele goede motie en die gaat ervoor zorgen dat mensen die nu bang zijn dat ze langer door moeten werken, gerustgesteld worden en dat ze weten dat ze, mede door de motie, mede door de SGP en door onze fractie, dat niet hoeven. Zij kunnen dus eerder met pensioen, door ons. Niet door de SP, maar door ons.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Misschien moet u zelf die motie nog een keer goed lezen. Er staat namelijk alles in behalve dat. U kunt een aap gaan verkopen met een mooie ring, maar het is en blijft een lelijk ding. Daar laat ik het even bij. Het was een beetje een verbasterd spreekwoord, maar goed. Dat heeft toch ook zo zijn charme?
De voorzitter:
U komt tot een afronding, meneer Dijk.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik kom inderdaad tot een afronding. Ik had nog ontzettend mooie voorbeelden van hoe solidariteit georganiseerd wordt voor kinderen in armoede. Dat bewaar ik dan voor de tweede termijn.
Voorzitter. Ik zei het al: het zijn niet de losse maatregelen uit dit akkoord, maar de samenhangende visie en het mensbeeld waar de SP niet aan kan en zal meewerken. En dat hoeft ook helemaal niet, want dit is een minderheidskabinet. Wij zijn dus met meer. De verenigde oppositie kan alle sociale afbraak stoppen. Want er is niks constructiefs aan afbraak. Minder afbraak is en blijft afbraak. We moeten bouwen aan een coalitie met vakbonden, maatschappelijke organisaties en iedereen die wil werken aan een beter alternatief voor Nederland. Want dat is er wel degelijk, en dat is het alternatief van werkend Nederland in plaats van welgesteld Nederland.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Dijk. Het woord is aan de heer Vermeer voor zijn inbreng namens de BBB in eerste termijn. Gaat uw gang.
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter, dank u wel. Een nieuw kabinet. De heer Jetten, Rob Jetten, de jongste premier ooit. Veel optimisme. Wij wensen dit kabinet het goede toe. Als het goed gaat met Nederland, gaat het hopelijk ook goed met de mensen om wie het gaat, de Nederlanders. Nu is optimisme in Den Haag totaal iets anders dan een goed gevoel in het land. Hoe het kabinet op het bordes staat, is een foto. Maar hoe staat het kabinet in de samenleving? Die vraag telt werkelijk.
Dit coalitieakkoord is ontworpen aan de Haagse tekentafel, maar BBB kiest voor de keukentafel, daar waar mensen echt leven. Daar spreken we boeren over hun onzekerheid. Daar luisteren we naar mensen die zich afvragen waarom de voorzieningen in hun dorp verdwijnen. Daar luisteren we naar ondernemers die worstelen om hun bedrijf draaiende te houden, en naar burgers die hun wijk zien verpauperen of veranderen op een nare manier waardoor ze zich er zelf niet meer thuis voelen.
Voorzitter. De BBB luistert naar mensen. We zien ze staan en brengen hun zorgen naar Den Haag. Opnieuw nemen we verantwoordelijkheid, maar nu vanuit de oppositie. Als dit kabinet over mensen heen walst, zullen wij fel reageren. Tegelijkertijd blijven we opbouwend daar waar goede voorstellen komen. Maar we verkopen onze huid niet goedkoop, want het gaat ons om een beter Nederland. We zien dat dit kabinet een aantal stappen zet die wij waarderen: er is oog voor innovatie, strategische autonomie en bescherming van vitale infrastructuur. Dat is verstandig. Op meerdere terreinen wordt de lijn voortgezet die wij hebben ingezet.
Voorzitter. Maar erkennen is niet hetzelfde als oplossen. Neem asiel. De hoge asielinstroom wordt erkend, maar er is geen harde instroomgrens en de Spreidingswet blijft. Statushouders krijgen voorrang op woningen terwijl gescheiden ouders in een garagebox of auto wonen en jongeren noodgedwongen bij hun ouders blijven. Dit is maatschappelijk onhoudbaar.
Over de gevolgen voor de mensen in het land wordt met geen woord gerept. Wat betekent dit voor onze cultuur en tradities, voor integratie? Wat betekent dit voor onze identiteit? Verbinding in een samenleving vraagt om een gemeenschappelijke basis voor verbinding. Dat gaat om meer dan getallen. Het gaat om wie we zijn en waar we heen willen met ons land.
Neem landbouw. Het oude denken keert terug. Stikstof wordt weer leidend. 2 miljard extra in de begroting voor de korte termijn is onder andere weggehaald bij structureel agrarisch natuurbeheer. Generieke krimp ligt op tafel. Gedwongen onteigening wordt niet uitgesloten. Voedselzekerheid ontbreekt volledig in het strategisch beleid. Dit is tekentafelpolitiek: terwijl boeren ons voeden, banen bieden en het platteland leefbaar houden, groeit hun onzekerheid. Kijk naar de werkelijke staat van de natuur en niet alleen naar modellen. Stop die onzekerheid. Geef boeren perspectief in plaats van een zak geld, een zak geld om hun erf op te geven. Boeren zorgen voor voedsel, ruimte en samenhang in onze samenleving. Zij onderhouden het landschap en houden dorpen levend. Geef ze vertrouwen en ruimte om te ondernemen. Zorg voor eerlijke regels, goede voorzieningen en bereikbaarheid. Investeer in sterke regio's, zodat mensen kunnen blijven wonen, werken en leven daar waar zij geworteld zijn.
Kijk naar de woningmarkt. Er is veel aandacht voor grootschalige projecten. Begrijpelijk, maar Nederland is meer dan plekken waar je duizenden woningen kunt stapelen. In veel regio's is geen behoefte aan megawijken, maar aan maatwerk, een paar huizen extra die een dorpje leefbaar kunnen houden, jongeren perspectief geven en voorzieningen overeind houden. Juist daar is behoefte aan investeringen, bereikbaarheid en onderhoud.
En dan de belastingen. De zogenaamde vrijheidsbijdrage om Defensie te betalen raakt werkenden en de middenklasse. De NAVO-taks van Bontenbal kost gewone huishoudens honderden euro's netto. Stel dat beiden modaal verdienen, dan leveren ze €600 in door deze sluipende belastingverhoging. Dat is het en niets anders. Verdediging van de inwoners van het land en ons grondgebied is een kerntaak van de overheid. Vrijheid krijgt een verpakking om de belastingen nog verder te kunnen verhogen. Ik acht het CDA in staat om zelfs de zon nog te belasten.
Nederland staat voor grote keuzes: vergrijzing, veiligheid, woningnood, energie en concurrentiekracht. Klimaatbeleid van de tekentafel, dat onze industrie wegjaagt, helpt niets. Wat Nederland nodig heeft, is beleid met oog voor belangen die er werkelijk toe doen. Dat zijn onze Nederlandse belangen. Beleid dat samenleving en economie ruimte geeft, zonder een verstikkende overheid die alles naar zich toe trekt. Het heet normeren, maar het is verplichten. Normeren van de warmtepomp is verplichten van de warmtepomp. Jammer dat de liberalen van de VVD daar zo blind voor zijn.
Voorzitter. BBB kiest voor wat werkt in de praktijk, voor beleid dat uitvoerbaar is, dat mensen raakt en dat hun leven verbetert. Alleen dan is beleid geloofwaardig. Wij zijn en blijven koersvast: grip op migratie, eerlijke verdeling van ruimte en sterke regio's, een economie die draait op vakmensen en familiebedrijven, opkomen voor kwetsbaren en een overheid die beleid maakt dat werkt. De theorie moet de praktijk dienen en niet andersom. De overheid is er voor haar inwoners en niet andersom.
Neem die box 3-belastingen op winsten die nooit op je bankrekening zijn gekomen en die samen met inflatie zorgen voor verdamping van zuurverdiend spaarvermogen en vertrek van kapitaal. Dat is plukken van mogelijke toekomstige inkomsten. Terwijl we dit debat voeren, melden de media dat de nieuwe vermogenstaks van het kabinet moet worden omgebouwd. Het kabinet zit er net en het eerste plan gaat terug van tekentafel naar tekentafel.
En neem de klimaatkamikaze die leidt tot extra energiearmoede met steeds hogere netwerkkosten en vertrek van bedrijven met werkloosheid en grotere afhankelijkheid van het buitenland tot gevolg. Neem het verhogen van de AOW of het zo bang maken van zzp'ers en hun opdrachtgevers voor boetes dat ze stoppen met werken en inhuren, terwijl we iedereen nodig hebben en we ook nog eens medeverantwoordelijk worden voor de schulden van andere Europese landen.
Voorzitter. Dit kabinet bezuinigt Nederland en de Nederlanders kapot. Mensen met een laag inkomen en/of een chronische ziekte staan nu al onder financiële druk door de huidige stapeling van zorgkosten. En wat betekenen de verdere maatregelen nog voor deze mensen? Wat betekent het voor mensen in de IVA, waar de uitkeringen met €900 per maand omlaaggaan? Dan kun je niet in je eigen huis blijven wonen terwijl er ook niets anders te vinden is.
Ook ons energiebeleid komt van de tekentafel in Den Haag. De transitie legt niet alleen beslag op de portemonnee van burgers en bedrijven, maar ook op het landschap. Zo daalt de vervuiling neer in de regio. Onze horizon en ons landschap worden vervuild met een kluwen aan hoogspanningsmasten, velden vol zonnepanelen en parken met windturbines. Slapeloosheid op het platteland in ruil voor groene nachtrust in de stad!
Voorzitter. Vandaag zagen we bij box 3 een VVD opereren zoals ook wij die hebben leren kennen: strikt en streng als het om begrotingsregels gaat, maar op sommige momenten via de minister van Financiën net zolang buigen en schuiven, totdat de eigen plannen financiële dekking krijgen. Dat is niet verantwoord begroten, dat is niet zorg dragen voor de staatsfinanciën, dat is partijpolitiek.
Over geld gesproken: wij hier in de Tweede Kamer gaan niet over een paar miljard heen en weer schuiven. Nee, wij gaan over 100% van de begroting, van voor tot achter. Want dit is geld van het volk en de overheid moet er zijn voor de Nederlanders, niet andersom. Deze Kamer heeft het budgetrecht. Een kabinet dat leunt op een minderheidscoalitie zal zich dat moeten realiseren en daarnaar moeten handelen, of zal er snel genoeg achter komen bij het zoeken naar meerderheden.
Voorzitter, ik rond af. Nederland en West-Europa neigen naar het Romeinse Rijk in zijn nadagen. Destijds tastte de loodvergiftiging de hersenen aan. In onze tijd staat de modellenrealiteit van de Haagse tekentafel gezond verstand in de weg. De nieuwe coalitie kijkt naar de Haagse tekentafel. BBB kijkt naar de keukentafel. We zullen alles op alles zetten om dat elke dag hier in Den Haag in beeld te krijgen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Vermeer. Het woord is aan de heer Struijs voor zijn inbreng namens de fractie van 50PLUS. Meneer Struijs, gaat uw gang.
De heer Struijs (50PLUS):
Voorzitter, regering, minister-president. Wat fijn dat 50PLUS terug in de Kamer is. Wij zijn een verrijking, gelooft u mij, want we hebben vanavond over een paar dingen niet gesproken. De keuzes die vandaag gemaakt worden, gaan niet alleen over het eerlijk verdelen van geld. Ze gaan ook over de vraag of wij bouwen aan een land dat recht doet aan wat we hebben opgebouwd, of we verstandig omgaan met ons economische en sociale kapitaal en of we erkennen dat samenhang en bestaanszekerheid de fundamenten zijn van een stabiele samenleving, van een land dat generaties verbindt en polarisatie tegengaat.
Ik wil een generatiepact afsluiten met de Kamer en deze regering. Laat ik helder zijn: ik ben het echt zat dat 50-plussers in menige discussie, ook in de media, worden weggezet als last, als dor hout, als kostenpost. De ondertoon van minachting is soms hoorbaar. Leeftijdsdiscriminatie ligt doorlopend op de loer, maar de werkelijkheid is gewoon echt anders. Miljoenen 50-plussers werken hard, zijn vrijwilliger, mantelzorger, bestuurder, oppasoma of -opa, buurtverbinder en noem het allemaal maar op. Elke sportclub of scouting in Nederland valt om op het moment dat zij stoppen met hun vrijwilligerswerk. Zie dit als een kapitaal. Zie dit als een kapitaal en laat dat ook in de doorberekeningen terugkomen. Dan krijgen we namelijk een eerlijk beeld van de lusten en de lasten.
Ervaring is het geheugen van de gemeenschap. Zonder ouderen verliest een samenleving haar herinnering. De jeugd droomt van morgen, de ouderen begrijpen gisteren en samen vormen zij het heden. Dit is de kern van een generatiepact rondom AOW, pensioenen, zorg, wonen, veiligheid en ga zo maar door. Wij hebben zorgen om de keuzes die tot nu toe zijn gemaakt, maar ik begrijp uit de ondertoon nu wel een beetje dat er toch ruimte is. Dat is hard nodig.
Wij willen ook absoluut geen verdere verhoging van de AOW-leeftijd. De uitzichtloosheid bij de jeugd is daardoor veel te groot. En we hebben een afspraak gemaakt, waar ik al eerder aan gerefereerd heb: betrouwbaarheid is een groot goed. Dat gaat ook over het behoud van inkomenszekerheid, de WIA voor arbeidsongeschikten, de verkorting van de WW en de stapeling van maatregelen bij ouderen en chronisch zieken. Zorg voor juridische houdbaarheid van de WIA-kortingen. Ik ga even stapelen, maar dit soort dingen houden je echt wakker. We worden overstroomd door meldingen hierover.
Ik noem ook de zorg. De bezuiniging op de Wet langdurige zorg, de verhoging van het eigen risico, de bijdrage voor de wijkverpleging: u moet eens weten wat dat doet. Neem ook de steun voor de mantelzorg. Er zijn 5 miljoen mantelzorgers. Laten we met de regering en deze Kamer op zoek gaan naar manieren om de mantelzorg te versterken en uit te breiden. Laten we dat soort initiatieven met elkaar zoeken.
Ik doe een beroep op de integratie van de regering: ga niet in je hok zitten. Kijk bijvoorbeeld naar de woningen. Laten we seniorenwoningen gaan bouwen, levensloopbestendig. Dat geeft een enorme doorstroom op de markt. Laten we ook creatief zijn. Ik noem het bewonen van vakantieparken en het inrichten van huizen voor twee woningen. Laten we die spelregels nou eens flink onder de loep nemen, zodat het makkelijker wordt en iedereen dadelijk weer een dak boven zijn hoofd heeft waarvoor hij gekozen heeft. Nogmaals, wonen is zo'n voorbeeld van iets waar je als een satépen doorheen kan gaan.
Ik noem het verlagen van het maximumdagloon en de afschaffing van de inkomensvoorziening voor arbeidsongeschikten. Zo kan ik wel even doorgaan. We moeten met z'n allen kijken waar de mogelijkheden liggen om het hele sociale stelsel omhoog te houden. Voor ons is de armoede, die toeneemt in Nederland, echt de ondergrens. U hoeft maar door mijn geliefde stad Rotterdam heen te lopen en je ziet het, je voelt het. Daarom doe ik ook een beroep op de samenwerking met de gemeentes. Ik heb al in een eerdere discussie aangegeven dat de leefbaarheid en veiligheid in gemeentes omhoog moeten. Er zijn hele mooie projecten, nationale projecten, maar die worden te slecht gecoördineerd. Laten we ze stimuleren aan de hand van de goede voorbeelden. Gaat u eens een keer naar een sociale woning toe. Het eerste dat ik daar te horen krijg, is: leg uw hand eens op de muur; het is hier al vier jaar vochtig aan de muur, want de isolatie blijft uit en de energiekosten gaan omhoog.
Kortom, we maken het ons wel erg moeilijk. We moeten hier met z'n allen doorheen. Natuurlijk gaat het allemaal energie kosten. Wij willen vooruit. Het kan niet zo zijn dat de betrouwbaarheid van de politiek nu helemaal door het ijs zakt. Mensen willen zien dat we iets gaan doen. Dat is hartstikke belangrijk. Uiteraard wil ik het hebben over veiligheid. Inderdaad, het gaat om wijken waar mensen na zessen de straat niet meer op gaan. Daar moeten we met z'n allen wat aan doen.
Voorzitter. Ik doe een beroep op de minister van Defensie. Die heeft geld. Laten we het geld uiteraard uitgeven aan de defensie en onze verdediging, maar we kunnen dat geld ook combineren met cybersecurity en infrastructuur. Ik doe een beroep op deze regering om het vele geld dat wij terecht uitgeven aan onze veiligheid van de buitenlandse en binnenlandse grenzen, slim te gebruiken. De rechtsstaat staat onder water en blijft onder water. Ja, we krijgen er geld bij, maar het is ook hard nodig. Ik voorspel binnen drie maanden weer een seponeringsgolf vanuit het OM. Er zijn boeven die gewoon in de gevangenis horen. Het gaat maar door, jaar op jaar.
Kortom, we hebben echt veel werk aan de winkel. Maar goed, naast armoede en al dat soort dingen, ben ik wel blij dat we even af zijn van die box 3. Dat is onorthodox gedaan door deze minister van Financiën. Dat willen we toch niet met z'n allen: fictief rendement en zo. Het is misschien niet politiek correct hoe het allemaal gegaan is, maar ik ben blij dat die maatregel teruggenomen is en weer wordt bekeken. Box 3 gaat niet alleen over grote vermogens, maar ook over die kleine belegger die naast zijn AOW daardoor zijn pensioen krijgt.
Maar er is iets anders aan de hand. Wist u dat we vanavond deze hele discussie over bezuinigingen niet eens hadden hoeven voeren? Weet u wat er echt gebeurd is? Het is onvoorstelbaar, als u zich daar echt een keertje in verdiept. Het vermogen van gepensioneerden in de pensioenfondsen — dat is overigens uitgesteld loon dat we met z'n allen bij elkaar hebben gespaard — staat nu ongeveer op 1.450 miljard. Het had 1.990 miljard kunnen zijn volgens de actuariële berekening. Wat er gebeurd is, is interessant. DNB heeft namelijk ontzettend veel invloed gehad op de beleggingen. Wat heeft DNB voornamelijk gedaan? Die heeft geadviseerd om op staatsobligaties — lees: schulden; die krijg je namelijk altijd uitbetaald, maar hebben een heel laag rendement — te investeren. Wat is er gebeurd? We hebben een soort verkapte eurobonds met z'n allen. Elke belegger — ik heb het niet over speculanten — zei: wat zijn jullie daar dom mee bezig geweest; als je gewoon had belegd zoals iedereen in de wereld adviseert, namelijk een beetje in het middengebied, hadden we al tegen de 2.000 miljard gezeten. Van die 2.000 miljard konden we eindelijk eens de indexering van de pensioenen betalen, waar we al vijftien jaar op moeten wachten. Daar betaal je dan ook weer die 30% belasting van. Als je dat omrekent, vliegen de miljarden je om de oren. We hadden een heleboel bezuinigingen die we vanavond doen, niet hoeven doen. Ik doe een dringend beroep op deze regering en de minister van Financiën om nog eens naar de spelregels van beleggen en naar de rol van DNB, die het te politiek maakt, te kijken, en om met gezond verstand het rendement weer terug te brengen. Het gaat om hartstikke veel geld; durf daarnaar te kijken. Ik hoop dat we daarin kunnen optrekken.
Ik ga langzaam maar zeker afsluiten. Waarom moet u blij zijn dat 50PLUS in de Kamer zit? Onze ervaringsdeskundigheid op relaties is ontzettend hoog, door schade en schande. Ik wil u toch even meenemen in de drie vormen van het huwelijk die wij kennen. Dat doe ik via de voorzitter, maar ik kijk daar uiteraard de minister-president en deze regering voor aan. We hebben het slechte huwelijk, het verstandshuwelijk en het liefdevolle huwelijk. In het eerste huwelijk, het slechte huwelijk, vraagt de ene partner aan de andere partner dagelijks: hoelang moeten we nog? In het verstandshuwelijk zegt de ene partner tegen de andere partner, of in het café: ik geef mijn relatie een rapportcijfer 6; we komen er wel doorheen. In een liefdevol huwelijk zeg je tegen elkaar: ik heb zo mijn gebreken, maar ik hou van je. Dat gun ik deze regering — dat gun ik de minister-president ook bij zijn huwelijk uiteraard — maar dat wordt hard werken.
Dank je wel.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
In de Achterhoek vouwen we dan roosjes, meneer Struijs. Dan maken we een boog. Ja, met bier, mevrouw Van der Plas! Het woord is aan de heer Dassen voor zijn inbreng in de eerste termijn namens Volt.
De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Allereerst natuurlijk van harte gefeliciteerd aan de nieuwe ploeg. De staatssecretarissen, de ministers en de minister-president wens ik veel wijsheid en succes toe in hun nieuwe rol. Ik kijk uit naar de samenwerking en ook naar wat er mogelijk is, wat we kunnen verbeteren, om Nederland en Europa uiteindelijk een stuk mooier te maken.
Voorzitter. Stelt u zich voor dat u plotseling 25 miljoen euro erft, niet door hard werken, maar omdat uw overgrootvader ooit een chemiebedrijf begon. Marlene Engelhorn snapte dat deze erfenis mogelijk was gemaakt door de samenleving. Zij gaf haar geld weg omdat ze begreep dat geld niet een doel maar een middel is: het is een middel om een rechtvaardige samenleving mee te bouwen.
De erfenis die wij moeten doorgeven, is een weerbare Europese samenleving. Want wat heeft een erfenis voor waarde als de wereld waarin je kind opgroeit instabiel, onveilig en onleefbaar is? De waarde van de erfenis van dit kabinet heeft te maken met de vraag hoe zij gaan handelen en welke keuzes zij gaan maken. Die keuzes, bijvoorbeeld rond het belasten van vermogens of het belasten van arbeid, gaan niet alleen over geld, maar over weerbaarheid. Die gaan over de vraag of we een gedeelde samenleving willen bouwen of een die uiteenvalt door individualisme. Bouwen we een samenleving die kansen geeft aan iedereen, of een die ongelijkheid en armoede alleen maar groter maakt?
Voorzitter. Weerbaarheid is namelijk niet alleen defensie, maar ook een moeder die aan het einde van de maand nog genoeg overhoudt voor haar kinderen, een scholier die online veilig wil zijn, zonder de beïnvloeding van big tech, een oma die de wereld schoner en groener wil doorgeven aan haar kleinkinderen, met duurzame banen. Het is ook een verenigd Europa dat niet wacht tot China of de Verenigde Staten de regels dicteert, maar zelf spreekt, met eigen mond, op het wereldtoneel. Dat is de essentiële weerbaarheid die nog te veel ontbreekt in het akkoord van D66, CDA en de VVD. Dat is geen detail, maar de basis voor onze samenleving en van onze toekomst.
Voorzitter. Weerbaarheid begint bij een sterk en onafhankelijk Europa. Het is goed dat het kabinet dat idee onderschrijft. De volwassenwording van Europa als machtsblok vraagt om een nieuwe mentaliteit.
De heer Struijs (50PLUS):
Meneer Dassen, waar ik nieuwsgierig naar ben, is het volgende. We hebben het te weinig over digitalisering en Europa, over die combinatie. We willen zelfstandiger worden ten opzichte van Amerika. Die digitalisering gaat ook over AI. Ziet u kansen om, samen met deze regering, AI beter te reguleren — dan heb ik het over Europese, en het liefst Nederlandse, producten — zodat we met z'n allen ook beter worden als het gaat om effectiviteit en het beslechten van bureaucratie, bijvoorbeeld ten aanzien van de rijksambtenaren? Gisteren zei een hoge politieambtenaar tegen mij: als wij AI echt zouden mogen invoeren, zouden we meer wijkagenten op straat hebben, want dan worden processen-verbaal door AI gemaakt en hoeven die alleen nog maar te worden nagekeken. Geeft u hier eens een reflectie op, want ik sla enorm aan op de digitaliseringsopmerking.
De heer Dassen (Volt):
Ik denk dat er heel veel op ons afkomt. Het is een van de grootste uitdagingen van deze tijd om kunstmatige intelligentie in goede banen te leiden. Die biedt ook enorme kansen om effectiever te worden als samenleving en om de bureaucratie tegen te gaan. Maar dan moeten we die wel op een goede manier reguleren. Ik denk dat Europa daarin een voorsprong heeft ten opzichte van andere continenten. Tegelijkertijd moeten we opletten dat we niet al onze AI bouwen op volledig Amerikaanse systemen. Dan zijn we namelijk alsnog onze hele basis aan het bouwen op de systemen van de Verenigde Staten. We hebben de laatste tijd voldoende debatten gehad over het feit dat we dat volgens mij niet meer willen. Daar zullen dus Europese alternatieven voor moeten komen. Daar zal geld voor beschikbaar moeten zijn. Ik zal daar dadelijk ook nog een paar vragen over stellen.
De heer Struijs (50PLUS):
Ik vind het een fantastische uitnodiging om samen met Volt op te trekken om deze regering hiervan te overtuigen. Dank je wel.
De heer Dassen (Volt):
Graag. Dat is dat intergenerationele aspect waar de heer Struijs het volgens mij net over had: het feit dat we kennis kunnen bundelen om ervoor te zorgen dat we klaar zijn voor de toekomst. Ik ga die uitdaging dus graag aan.
Voorzitter. Ik was gebleven bij het punt dat het kabinet ook onderschrijft dat we een sterk en onafhankelijk Europa nodig hebben. In het regeerakkoord staat: "De volwassenwording van Europa als machtsblok vraagt een nieuwe mentaliteit." Maar daar horen dan ook de middelen van een machtsblok bij, en dan zien we dat de 1,6 miljard bezuinigingen op de afdracht nog fier overeind staan. Dat is de gebruikelijke kruideniersmentaliteit. We verdienen als land miljarden aan de Europese Unie. En nu moet het een grootmacht worden, maar dan wel voor een prikkie. Dat is dan geen doorbraak, maar dat is wensdenken. Mijn vraag aan het kabinet is: worden het lagere afdrachten en de EU klein houden of komt er een hogere afdracht zodat het ook echt een grotere begroting krijgt en ook echt een machtsblok kan worden? Want Europa is sterk daar waar niet 27 stamhoofden spreken, maar juist één Unie. De oproep van Mario Draghi was: alleen een federaal Europa kan een machtsfactor zijn in deze wereld. Welke hervormingen is het kabinet voornemens door te voeren om daar daadwerkelijk te komen? De Verenigde Staten spreken krachtig en eensgezind op het wereldtoneel. Dat moeten we als Europa ook. Europa kan daarbij een duurzame en innovatieve koploper zijn en een voorvechter van mensenrechten. Graag een reactie daarop.
Dat is namelijk nodig in een instabiele wereld. Van Oekraïne tot Gaza, van Iran tot Sudan: Nederland kan niet afwachten tot deze transformerende storm voorbij is. Weerbaarheid betekent nu kiezen voor defensie voordat de prijs te hoog wordt. Het is goed dat dit kabinet daarin gaat investeren. Het is cruciaal om te zorgen dat we onze onafhankelijkheid van de Verenigde Staten vergroten. Maar dat moeten we dan in grotere stapjes doen dan nu gedaan wordt, zodat we echt toewerken naar die Europese defensiemacht.
Weerbaarheid betekent ook investeren in internationale ontwikkelingssamenwerking. Wereldwijd trekken de VS zich terug, en Rusland en China vullen dit gat maar al te graag. Onder Schoof I werd onze internationale positie uitgekleed. Laat Jetten I dit PVV-beleid niet doorzetten, maar investeren in extra inzet op vrouwenrechten, onderwijs, gezondheid en voedselzekerheid. Dat maakt de wereld veiliger voor de meest kwetsbaren, maar ook voor onszelf. Graag een reactie.
Voorzitter. Er zijn meer punten waarvan wij gehoopt hadden dat die niet meer terug zouden komen, zoals de asielwetten met strafbaarstelling illegaliteit en het doorgaan van de grenscontroles. Is de minister-president het met mij eens dat die eigenlijk per direct kunnen en zouden moeten stoppen? Het is slecht voor de economie, ze hebben geen toegevoegde waarde en het is uiteindelijk ook niet per se het symbool van een sterk en verenigd Europa. Graag een reactie daarop.
Dan het morrelen aan het demonstratierecht. Dat is een grondrecht dat mensen in staat stelt om zich te laten horen als ze niet vertegenwoordigd worden, want democratie is meer dan eens in de vier jaar stemmen. Het is ook het recht om te protesteren, om te botsen, om ongemakkelijk te zijn. Graag een reactie waarom het kabinet hiermee aan de slag wil, terwijl we op verzoek van de Kamer experts hebben gevraagd, die eigenlijk aangeven: dit hoeft niet, dit is niet nodig en het is ook niet de wens die vanuit de gemeentes en de burgemeesters klinkt.
Voorzitter. Een weerbare samenleving geeft niet alleen veiligheid vandaag, maar ook hoop voor morgen. Het betekent de wereld schoon doorgeven aan onze kinderen en kleinkinderen. Het zou de ambitie van dit kabinet moeten zijn om vol aan de slag te gaan met de "silent killer" klimaatverandering, die onze leefomgeving aantast, van vervuilde lucht tot uitgeputte bodems. Waarom wordt die niet in volle vaart aangepakt? Want het is nog onvoldoende. De doorrekening bevestigt wat iedereen vermoedde: als je de CO2-belasting weggooit, vervuilers subsidieert en een extra vliegveld opent, dan haal je de klimaatdoelen niet. Welke aanvullende maatregelen gaat het kabinet nemen om het gat te dichten? En waar zet het zich in Europa voor in, omdat die eind 2026 ook met aanvullende maatregelen zullen gaan komen? Als je namelijk vasthoudt aan het oude, dan kan het nieuwe niet geboren worden. Dat is wat de planbureaus zeiden. Dus waarom kiest het kabinet er dan niet voor om juist nu versneld te investeren in de klimaattransitie, ook als economischegroeistrategie? Welke fossiele subsidies is dit kabinet bereid op te geven om ruimte te maken voor de sectoren van de toekomst, zoals biobased materialen en groene chemie? Hoe zorgen we ook dat er ruimte gaat komen voor die groene start-ups en scale-ups van morgen?
Voorzitter. Een weerbare toekomst betekent ook digitale weerbaarheid. Gelukkig raken we ons daar steeds meer van bewust, net zoals van de gevolgen van algoritmes en social media. Digitale weerbaarheid betekent niet alleen maar limieten voor social media, maar ook echte investeringen in Europese alternatieven. Nu draait alles op Amerikaanse tech: onze telefoons, ziekenhuizen, onze overheid. Als we willen dat de Amerikaanse techbureaus niet meer over onze digitale dorpspleinen gaan, als we willen dat de Amerikaanse overheid niet door onze data gaat, dan is er een ambitieuze pot geld nodig en wat ons betreft ook een minister van Digitale Zaken. Hoe gaat het kabinet dat geld beschikbaar maken, zodat die Europese alternatieven er ook daadwerkelijk gaan komen? Want als je het hebt over nieuwe technologieën, kunstmatige intelligentie: we bouwen alles op Amerikaanse systemen en daarmee liggen onze onafhankelijkheid en onze economische weerbaarheid dadelijk weer in de handen van die grote techbedrijven. Graag een reactie daarop. Overigens een compliment aan de minister-president dat hij begonnen is met Bluesky. Dat bleek dus toch niet zo heel moeilijk. Nu nog van X af, zou ik zeggen.
Voorzitter. De weerbare samenleving valt of staat bij solidariteit en met dit akkoord wordt de kloof tussen vermogenden en niet-vermogenden groter. De komende jaren gaat 240 miljard overgeheveld worden door de babyboomgeneratie aan hun kinderen en kleinkinderen en deze kinderen en kleinkinderen hebben daar niets voor hoeven doen. Laten we daar een eerlijke bijdrage van vragen, of de hypotheekrenteaftrek of de meer dan 30 miljard belastingcadeautjes die elk jaar aan de achterban worden uitgedeeld. Want als we betere keuzes maken, kunnen we die vrijheidsbijdrage de nek omdraaien voordat die de middeninkomens de nek omdraait en zorgen we ervoor dat werken ook daadwerkelijk weer gaat lonen, een wens van alle drie de coalitiepartijen. Wat gaat het kabinet doen om deze heilige huisjes af te breken en de sociale cohesie te vergroten?
Daarbij moeten we het ook hebben over de kostendelersnorm. De gedachte is dat als mensen samenwonen, ze minder kosten hebben en daarom ook minder ondersteuning nodig hebben. Als iemand pech heeft of een ongeluk krijgt, wordt die gekort wanneer die bij een oudere broer of zus intrekt. Dit creëert drempels om woningen te delen, juist in een tijd waarin de woningnood hard aangepakt moet worden. De minister-president vroeg hier vorig jaar in zijn rol als Kamerlid nog aandacht voor en ik zie hier niks over terug in het akkoord. Ik hoor dus graag een reactie over wat hier de mogelijkheden zijn. Er is een meerderheid in de Kamer en ik denk dus dat er mogelijkheden zijn om dit nu echt aan te pakken.
Voorzitter. We zien overal om ons heen waar groeiende ongelijkheid toe leidt: concentratie van macht, kansenongelijkheid, onvrede over onrechtvaardigheid en verlies van vertrouwen. Het is een voedingsbodem voor populisme en extremisme en met het PVV-kabinet van de afgelopen jaren hebben we een sneakpreview gekregen van wat er gebeurt als zij aan de macht komen. Hoe zorgt het kabinet ervoor dat het niet een tussenpaus gaat worden, zoals we dat nu in de Verenigde Staten hebben gezien? Kan de minister-president daar een reflectie op geven?
Toen Marlene Engelhorn haar erfenis weggaf, zei ze: dit geld heb ik niet verdiend, maar ik kan er wel iets mee doen dat wel verdiend wordt. Dat is precies waar weerbaarheid over gaat: niet wachten tot de rekening komt, maar nu investeren in een samenleving die niet alleen rijkdom, maar ook veiligheid, kansen en een leefbare wereld doorgeeft. Een weerbare Europese samenleving, want dat is de enige erfenis die telt voor dit kabinet.
Dus ik zou zeggen: aan de slag voor een sterk land, voor een Europa dat telt en voor een wereld die we mooi kunnen doorgeven.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Dassen. Daarmee zijn we toch echt aan aanbeland bij de laatste spreker en dat is niemand minder dan de heer Markuszower, die zijn inbreng levert namens de Groep Markuszower. U heeft het woord.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Zeer veel dank, meneer de voorzitter. Vanochtend heeft de kersverse minister-president zijn regeringsverklaring uitgesproken. Onze fractie feliciteert premier Jetten met zijn benoeming als minister van Algemene Zaken en met het installeren van zijn kabinet. Wij hopen dat dit kabinet zijn eigen slogan "Aan de slag" omarmt en succesvol zal zijn, want Nederland kan met de staat waarin ons land verkeert wel wat successen gebruiken. Het kabinet-Jetten I is zeer zeker niet ons kabinet en van vele beleidsvoornemens gruwelen wij. Een aantal keuzes van deze minderheidscoalitie zijn zelfs totaal onacceptabel te noemen en onze fractie zal juist tegen die keuzes ten strijde trekken. Dat zullen wij doen samen met gelijkgezinde fracties in deze Kamer. Het voordeel van een minderheidscoalitie is dat feitelijk de fracties in dit huis regeren en de leden van het kabinet de materiële uitvoeringsmachine zijn van onze Tweede Kamer. Naast de felicitaties wens ik het kabinet toe dat ze vooral dat goed in hun oren knopen. Doen ze dat niet, vergeten zij dat zij eigenlijk in dienst zijn van deze Tweede Kamer en dus van het Nederlandse volk, dan zal dit kabinet niet een lang leven beschoren zijn.
Voorzitter. Deze maand peilde het EenVandaag Opiniepanel dat bijna drie op de vier Nederlanders geen vertrouwen hebben in de politiek. Een begrijpelijk hoog cijfer, want wat hebben wij dit mooie land in de modder laten zakken. Wij hebben onze soevereiniteit laten afpakken door de bureaucraten in Brussel. Wij betalen, maar zij bepalen. Het zou precies andersom moeten zijn. We zitten vast in een zelfgecreëerde juridische gevangenis, omdat wij de afgelopen decennia als een blind paard allerlei verdragen hebben getekend, verdragen die bovendien enorm worden opgerekt door vaak wereldvreemde rechters, die helemaal in de knel zitten van de belangenverstrengelingen, of in ieder geval de schijn daarvan. Hierdoor zijn Nederlanders steeds minder baas in eigen land geworden en wordt de volksvertegenwoordiging — wij dus — gepasseerd. We hebben ons laten degraderen tot een provincie van de Europese Unie en betalen daar letterlijk elke dag de hoofdprijs voor.
Ondertussen kunnen onze bedrijven en woningen niet meer aangesloten worden op energie- en stroomnetten. Woningen kunnen niet meer gebouwd worden en onze boerenstand, en dus onze voedselzekerheid, wordt vernietigd. We hebben ons namelijk als ezels gecommitteerd aan stikstofnormen. Nederland heeft getekend voor klimaatdoelen die onbetaalbaar en onhaalbaar zijn. Of ze enig effect sorteren, kan eigenlijk niemand aantonen. Onze Nederlandse vissers bijvoorbeeld hadden een innovatieve, in Nederland ontwikkelde techniek uitgevonden, pulsvisserij. Dat was een geweldig slimme techniek, goed voor het milieu, want minder bodemverstoring, met minder bijvangst, dus veel diervriendelijker, en minder vervuilend en goedkoper, want minder brandstofverbruik. Maar die techniek werd verboden, want de landen die wél wat te vertellen hebben in de EU waren jaloers op die dekselse Nederlandse vissers. Ondertussen ploegt kabinet na kabinet ons hele land, onze hele kust en onze hele zee kapot om waanzinnige windmolens te kunnen plaatsen. Dit kabinet smijt er nog eens miljarden euro's per jaar op stuk. En waarom? Omdat ministers als Rob Jetten destijds geloven dat Nederland dan voor 0,000036 graden Celsius bijdraagt aan een mogelijke daling van de globale temperatuur. Verkeerde keuzes die wij hier maken, hebben een verwoestend effect op ons eens zo mooie land.
Wij hebben niks meer te zeggen over wie wij ons land binnenlaten en, misschien nog wel erger, over wie wij eruit willen gooien. Wij kunnen nu niet eens buitenlandse moordenaars, verkrachters en drugsbaronnen die hier in Nederland dood en verderf zaaien ons land uitzetten. Dat moet en dat kan anders. Daarom zal onze fractie binnen een maand een initiatiefwetsvoorstel indienen dat regelt dat veroordeelde criminelen met een dubbele nationaliteit na het uitzitten van hun straf ons land uitgezet worden.
Staat u mij toe, voorzitter, wat cijfers met u door te nemen die illustreren wat bijvoorbeeld de keuze om massa-immigratie toe te staan met ons land heeft gedaan. Bijna 30% van de Nederlanders heeft een migratieachtergrond. In vele wijken, met name in de grote steden, zijn Nederlanders inmiddels vreemdeling en minderheid in eigen land geworden. De netto-impact van de migratie op onze rijksbegroting is meer dan 46 miljard euro per jaar. Dat is bijna €5.500 per huishouden per jaar. Bijna 45% van alle sociale huurwoningen, corporatiewoningen, wordt bewoond door mensen met een migratieachtergrond. Meer dan de helft van alle verdachten in Nederland heeft een migratieachtergrond. Daders van seksuele uitbuiting zijn zelfs in 90% — 90% — van de gevallen allochtoon. Onze bijstandspot wordt vooral opgegeten door buitenlanders. Immers, 65% van alle bijstandontvangers is allochtoon.
Dit kabinet wil de AOW-leeftijd en het eigen risico verhogen. Ze willen bezuinigen op onze ouderen- en gehandicaptenzorg. Zelfs de duur van de werkloosheidsuitkering willen ze halveren. Dit kabinet snoeit dus en het snoeit hard in de verzorgingsstaat, een verzorgingsstaat die vooral door Nederlanders is opgebouwd, maar waar onevenredig veel buitenlanders gebruik van maken, mensen die er nooit één cent aan hebben bijgedragen. Mede door de enorme kostenpost die de niet-westerse migrant voor Nederland is, implodeert nu de Nederlandse verzorgingsstaat. Het is oneerlijk. Nederlanders hebben dit land opgebouwd en ten behoeve van de buitenlanders wordt het nu langzaam maar zeker afgebroken. De massa-immigratie heeft keihard ingebeukt op onze cultuur. Veel Nederlanders zijn mede daardoor ernstig in de war. Ze weten vaak niet eens meer het biologische verschil tussen man en vrouw en vinden begrippen als "God", "vaderland" en "gezin" primitief of zelfs fout. Dat terwijl juist het geloof in de Nederlandse normen en waarden, de liefde voor het mooie, soevereine land dat Nederland kan zijn en het bewustzijn dat de gewone Nederlandse gezinnen de ruggengraat van onze samenleving vormen, de ingrediënten zijn die een gezonde samenleving voeden.
Hoe ernstig die bijna permanente staat van verwarring is, werd vorige week pijnlijk duidelijk tijdens een raadsvergadering in onze hoofdstad, Amsterdam. Linkse dwaallichten, dus politici van D66, GroenLinks en PvdA, hadden bedacht dat je studenten en statushouders samen in één woonproject kon laten wonen. Het resultaat was dat veel van die statushouders de studentes gingen aanranden en verkrachten. Het debat van vorige week over dit wrede experiment ontaardde, omdat diezelfde linkse politici weigerden uit te spreken dat de verkrachters en aanranders man waren. Dat woord, "man", is namelijk niet woke. Ze weigerden al helemaal om te zeggen dat die mannelijke daders stuk voor stuk uit Afrika of het Midden-Oosten kwamen. Het niet willen en kunnen benoemen van de problemen is niet alleen een teken van verwardheid: het is levensgevaarlijk. Want zolang wij niet toegeven dat onze homo's, onze vrouwen, onze Joden, onze dochters, onze kinderen, onze normen en waarden en onze steden bezwijken door de komst van immigranten uit landen hier ver vandaan, met een cultuur ver verwijderd van de onze, zullen de problemen alleen maar toenemen.
Voorzitter. Terug naar de actuele politiek. Het debat van vandaag lijkt een herhaling van het debat van drie weken geleden. Net als drie weken geleden vindt onze fractie veel discussies prematuur. Zoals gezegd vinden ook wij veel voornemens van het kabinet niet goed. Maar wij kiezen ervoor om die inhoudelijke kritiek te geven op het moment dat het kabinet concrete voorstellen naar de Kamers stuurt. Wij kiezen ervoor om niet alleen maar vanaf de zijlijn te schreeuwen, zoals de heer Dijk, maar om daadwerkelijk ons best te doen om de slechte plannen van het kabinet beter te maken.
Een uitzondering op deze regel willen we vandaag wel maken. Dat betreft de maatregel van het verhogen van de AOW-leeftijd. Die staat wat ons betreft symbool voor de vele uiterst onverstandige en ongevoelige voornemens van het kabinet. Daarom dienen wij morgen samen met de SGP een motie in die de regering verzoekt om de aangekondigde verhoging weer terug te draaien. Ik hoop en verwacht dat de coalitiepartijen die motie gaan steunen. Dat doet recht aan al die hardwerkende Nederlanders die de afgelopen weken met pijn en verbazing kennis hebben genomen van dat onzalige plan. Dat is dan hopelijk ook een blauwdruk van de manier waarop wij in de toekomst de plannen van het kabinet ten positieve kunnen keren.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer in het debat over de regeringsverklaring.
De beraadslaging wordt geschorst.
De voorzitter:
We zijn ook aan het einde gekomen van deze vergaderdag. Morgen om 10.15 uur zetten wij dit debat voort. Ik sluit de vergadering van woensdag 25 februari.