Memorie van toelichting : Memorie van toelichting
Tweede Kamer der Staten-Generaal
36 945 X Jaarverslag en Slotwet van het ministerie van Defensie (X) 2025
Nr. 4 MEMORIE VAN TOELICHTING
Vergaderjaar 2025‒2026
A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 tot en met 2
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 afzonderlijk bij wet vastgesteld en ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2025 wijzigingen aan te brengen in:
1. de departementale begrotingsstaat van het ministerie van Defensie;
2. de begrotingsstaten inzake de agentschappen van dit ministerie;
De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
De Minister van Defensie,D. Yeşilgöz-Zegerius
B ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN (SLOTVERSCHILLEN)
1 Leeswijzer
In de Slotwet voor de Defensiebegroting (X) zijn technische uitvoeringsmutaties, mutaties van boekhoudkundige aard of mutaties voortvloeiend uit controlebevindingen opgenomen. Tevens zijn de verwachte overschrijdingen van de uitgaven, verplichtingen en ontvangsten op artikelniveau opgenomen in de Kamerbrief «Veegbrief Defensiebegroting» d.d. 16 december 2025, nummer 36 800 X, nr. 19. In de Slotwet is voor het agentschap Paresto geen toelichting opgenomen. De jaarverantwoording van Paresto is opgenomen in het Jaarverslag 2025.
De mutaties groter of gelijk aan de ondergrenzen in onderstaande staffel worden toegelicht.
Omvang begrotingsartikel (stand ontwerp-begroting) in € miljoen
Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)
Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)
< 50
1
2
=> 50 en < 200
2
4
=> 200 < 1000
5
10
=> 1000
10
20
2 Beleidsartikelen
Artikel 1 Inzet
Verplichtingen
De verplichtingen zijn € 59,7 miljoen lager dan ten tijde van de tweede suppletoire begroting werd geraamd. Met de tweede suppletoire begroting was verwacht dat de realisatie van de verplichtingen voor de steun aan Oekraïne € 5,9 miljard zou zijn. Uiteindelijk zijn er € 54,3 miljoen minder verplichtingen aangegaan, een relatief klein verschil ten opzichte van het begrote bedrag.
Uitgaven
De uitgaven zijn € 16,2 miljoen lager dan ten tijde van de tweede suppletoire begroting werd geraamd. Aan uitgaven voor inzet was minder nodig dan verwacht, dit geldt voor zowel inzet ten behoeve van hoofdtaak 1 (€ 11,2 miljoen), als hoofdtaak 2 op het BIV (€ 23,5 miljoen) als hoofdtaak 3 (€ 2,0 miljoen). Voor de steun aan Oekraïne is meer uitgegeven (€ 20,5 miljoen).
Ontvangsten
De ontvangsten zijn € 18,7 miljoen hoger dan ten tijde van de tweede suppletoire begroting werd geraamd. De toegenomen ontvangsten zijn met name het gevolg van hogere ontvangsten (€ 14,4 miljoen) vanuit de Europese Vredesfaciliteit (EPF) voor de levering van militair materieel aan Oekraïne.
Artikel 2 Koninklijke Marine
Uitgaven
De uitgaven zijn € 35,1 miljoen lager dan ten tijde van de tweede suppletoire begroting werd geraamd. Dit is voornamelijk het gevolg van onderrealisatie bij eigen personeel (€ 20,0 miljoen) aangaande het Individueel Keuzebudget (IKB), en van onderrealisatie bij externe inhuur en overige personele en materiële uitgaven (€ 15,1 miljoen).
Artikel 4 Koninklijke Luchtmacht
Verplichtingen
De verplichtingen zijn € 13,8 miljoen hoger dan ten tijde van de tweede suppletoire begroting werd geraamd. Het gaat om contracten betreffende de ondersteuning van de strategische samenwerking tussen TNO en NLR (Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum), en contracten ten behoeve van oefeningen. Dit is aangekondigd in de Kamerbrief «Veegbrief Defensiebegroting» d.d. 16 december 2025, nummer 36 800 X, nr. 19.
Artikel 5 Koninklijke Marechaussee
Uitgaven
De uitgaven zijn € 9,9 miljoen lager dan ten tijde van de tweede suppletoire begroting werd geraamd. Dit is voornamelijk het gevolg van het gedeeltelijk niet realiseren van een herstelbetaling over de periode 2023-2025 betreffende de Toeslag Onregelmatige Dienst Achteraf (TODA). De omvang van de herstelbetaling is uiteindelijk lager uitgevallen dan was verwacht.
Artikel 7 Commando Materieel en IT
Ontvangsten
De ontvangsten zijn € 9,5 miljoen lager dan ten tijde van de tweede suppletoire begroting werd geraamd. Dit is het gevolg van een lagere afname van brandstof voor gebruik door derden, en is aangekondigd in de Kamerbrief «Veegbrief Defensiebegroting» d.d. 16 december 2025, nummer 36 800 X, nr. 19.
Artikel 8 Defensie Ondersteuningscommando
Uitgaven
De uitgaven zijn € 12,1 miljoen lager dan ten tijde van de tweede suppletoire begroting werd geraamd. Dit wordt veroorzaakt door lagere uitgaven voor het Nationaal Fonds Ereschuld (NFE) voor betalingen aan veteranen die een beroep op dit fonds hebben gedaan. De hoogte en het betalingsmoment van de schadevergoedingen fluctueren gedurende het jaar, waardoor geen zekerheid kan worden verkregen over de verwachte omvang van de uitgaven.
Ontvangsten
De ontvangsten zijn € 87,4 miljoen hoger dan ten tijde van de tweede suppletoire begroting werd geraamd. De Belastingdienst heeft bepaald dat Defensie over de schadevergoedingen vanuit de Regeling Volledige Schadevergoeding (RVS) geen belasting meer verschuldigd is. De eerder betaalde eindheffing is terugbetaald aan Defensie en initieel ontvangen op artikel 10 Apparaat kerndepartement. Het betreffende bedrag van € 82,5 miljoen is met de suppletoire begroting september 2025 overgeheveld naar artikel 8, alwaar de RVS wordt uitgevoerd. Deze overheveling is gecorrigeerd, zodat de realisatie € 82,5 miljoen hoger is dan was verwacht.
3 Niet-Beleidsartikelen
Artikel 9 Algemeen
Verplichtingen
De verplichtingen zijn € 20,5 miljoen lager dan ten tijde van de tweede suppletoire begroting werd geraamd. Dit hangt grotendeels samen met de uitgaven die hieronder worden toegelicht.
Uitgaven
De uitgaven zijn € 14,1 miljoen lager dan ten tijde van de tweede suppletoire begroting werd geraamd. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een lagere bijdrage aan de NAVO. De NAVO heeft minder uitgegeven aan de eigen organisatie zodat de afdracht voor Nederland aan de NAVO ook lager was.
Artikel 10 Apparaat kerndepartement
Verplichtingen
De verplichtingen zijn € 24,6 miljoen hoger dan ten tijde van de tweede suppletoire begroting werd geraamd. Dit betreft grotendeels een technische correctie die hieronder bij de uitgaven wordt toegelicht (€ 82,5 miljoen). Daarnaast is Defensie in 2025 een verplichting aangegaan met het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) voor het affinancieren van de begrotingsgefinancierde pensioenen. In februari 2026 is de meest recente raming van de benodigde middelen voor het betalen van de inkoopsom, met peildatum 31 december 2025, ontvangen. Deze raming is € 44,7 miljoen lager dan de raming van 1 december 2025, met peildatum 31 oktober 2025. De verplichtingen zijn hiervoor naar beneden bijgesteld. Tot slot heeft er onderrealisatie plaatsgevonden bij eigen personeel aangaande het Individueel Keuzebudget (IKB) (€ 13,2 miljoen).
Uitgaven
De uitgaven zijn € 41,2 miljoen hoger dan ten tijde van de tweede suppletoire begroting werd geraamd. Dit wordt gedeeltelijk verklaard door onderrealisatie van € 41,3 miljoen bij eigen personeel aangaande het Individueel Keuzebudget (IKB) en door onderealisatie bij de uitkeringen (pensioenen en wachtgelden). Daarnaast is € 82,5 miljoen meer gerealiseerd dan was verwacht bij de uitkeringen (pensioenen en wachtgelden). De Belastingdienst heeft bepaald dat Defensie over de schadevergoedingen vanuit de Regeling Volledige Schadevergoeding (RVS) geen belasting meer verschuldigd is. De eerder betaalde eindheffing is terugbetaald aan Defensie en initieel ontvangen op artikel 10. Het betreffende bedrag van € 82,5 miljoen is met de suppletoire begroting september 2025 overgeheveld naar artikel 8 Defensie Ondersteuningscommando, alwaar de RVS wordt uitgevoerd. Deze overheveling is gecorrigeerd, zodat de realisatie € 82,5 miljoen hoger is dan was verwacht.
Ondertekenaars
D. Yesilgöz-Zegerius, minister van Defensie
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.