Amendement (gewijzigd/nader/vervangend) : Gewijzigd amendement van het lid Michon-Derkzen ter vervanging van nr. 12 over dat bewijs met alle middelen kan worden geleverd of een werknemer scholier of student is
36 746 Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet financiering sociale verzekeringen teneinde aan flexibele arbeidskrachten meer zekerheden te verschaffen over werk en inkomen (Wet meer zekerheid flexwerkers)
Nr. 43
GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID MICHON-DERKZEN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER
NR. 12
Ontvangen 21 april 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In artikel I, onderdeel E, wordt na het voorgestelde artikel 628ac, derde lid, een
lid ingevoegd, luidende:
3a. Bij het bepalen of een werknemer scholier of student is in de zin van lid 2 onderscheidenlijk
lid 3 is artikel 152 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering onverkort van
toepassing.
Toelichting
Indiener vindt dat dit amendement logischer aansluit bij de doelen van de wet en de
wensen van studenten en jongeren om flexibel bij te verdienen wat bij ondernemers
voorziet in een behoefte.
De memorie van toelichting stelt in paragraaf 8.4 dat de administratieve lasten van
het inschrijvingscriterium substantieel zijn. Met dit amendement verlaagt de regeldruk
aanzienlijk. Het inschrijvingscriterium vereist jaarlijkse verificatie, omgang met
DUO-portalen, aparte behandeling van buitenlandse studenten, en creëert onzekerheid
bij tussenjaren en studiewisselingen.
Dit amendement beoogt de administratieve lasten voor het bedrijfsleven te verlagen
door expliciet vast te leggen dat de status van scholier of student, zoals bedoeld
in de uitzonderingsbepalingen voor de oproepovereenkomst (artikel 7:628ac Burgerlijk
Wetboek), kan worden aangetoond met alle wettelijke bewijsmiddelen. Hiertoe wordt
een nieuw lid ingevoegd dat de onverkorte toepasbaarheid van artikel 152 van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bevestigt. Hierin is geregeld dat bewijs met
alle middelen kan worden geleverd en dat de waardering hiervan aan de rechter is.
Met dit amendement worden geen extra regels gesteld ten opzichte van het huidige bewijsrecht.
Zonder deze wijziging ontstaat er onduidelijkheid over de vraag of het eerste lid
van 628ac kan worden beschouwd als een lex specialis ten opzichte van artikel 152
van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Met toevoeging van het nieuw lid
wordt expliciet geregeld dat dit niet het geval is en dat het gewone bewijsrecht geldt.
Hiermee blijven andere legitieme bewijsmiddelen (zoals een studentenkaart of bewijs
van studiefinanciering) behouden als bewijsmateriaal. Daarnaast wordt behouden dat
iemand als student of scholier blijft gelden voor de duur waarvoor het bewijs van
inschrijving wordt afgegeven.
Michon-Derkzen
Ondertekenaars
Ingrid Michon-Derkzen, Tweede Kamerlid
Kabinetsappreciatie
Appreciatie:
Oordeel Kamer
Stemmingsuitslagen
Aangenomen met handopsteken
| Fracties | Zetels | Voor/Tegen |
|---|---|---|
| D66 | 26 | Voor |
| VVD | 22 | Voor |
| GroenLinks-PvdA | 20 | Voor |
| PVV | 19 | Tegen |
| CDA | 18 | Voor |
| JA21 | 9 | Voor |
| FVD | 7 | Voor |
| Groep Markuszower | 7 | Voor |
| BBB | 3 | Voor |
| ChristenUnie | 3 | Voor |
| DENK | 3 | Tegen |
| PvdD | 3 | Voor |
| SGP | 3 | Voor |
| SP | 3 | Tegen |
| 50PLUS | 2 | Voor |
| Keijzer | 1 | Voor |
| Volt | 1 | Voor |