Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden : Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
36 915 VI Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Nr. 4
VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 23 april 2026
De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, belast met het voorbereidend onderzoek
van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst
van vragen met de daarop gegeven antwoorden.
De vragen zijn op 9 april 2026 voorgelegd aan de Minister van Justitie en Veiligheid.
Bij brief van 20 april 2026 zijn ze door de Minister van Justitie en Veiligheid, mede
namens de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, beantwoord.
Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van
het wetsvoorstel voldoende voorbereid.
De voorzitter van de commissie, Eerdmans
Adjunct-griffier van de commissie, Van Tilburg
Vragen en antwoorden
Vraag (1):
In hoeverre zijn de structurele middelen voor extra capaciteit bij de Dienst Justitiële
Inrichtingen (DJI) als gevolg van het amendement-Coenradie c.s. (Kamerstuk 36 800 VI, nr. 128) vanaf 2027 beschikbaar, aangezien hier een wetswijziging voor nodig is?
Antwoord:
De uitvoering van dit amendement wordt op dit moment nog nader uitgewerkt.
Vraag (2):
Kunt u, per amendement, in een tabel aangeven hoe de bij de begrotingsbehandeling
aangenomen amendementen structureel zijn verwerkt?
Antwoord:
In onderstaande tabel is weergegeven hoe de aangenomen amendementen bij de behandeling
van de begroting 2026 van Justitie en Veiligheid (structureel) verwerkt zijn. Omdat
het de begroting van 2026 betreft, zijn de meeste amendementen incidenteel. De amendementen
over aanvullende middelen voor meldpunt 144 (Kamerstuk 36 800 VI, nr. 671) en aanvullende middelen voor de capaciteit bij DJI (Kamerstuk 36 800 VI, nr. 1282) vroegen om structurele middelen, deze zijn dan ook structureel verwerkt.
Nr.
Indiener
Kamerstuk nr.
Onderwerp
Bedrag
(x € 1.000)
Dekking amendement
34
Michon-Derkzen
Sneller
36 180 VI, nr. 34
Over aanvullende middelen voor het Centrum voor Crimaliteitspreventie en Veiligheid
466
Artikel 92
66
Diederik van Dijk
Bikker
Boomsma
Tijs van den Brink
36 800 VI, nr. 66
Over aanvullende middelen voor de Decentralisatie-uitkering uitstapprogramma’s prostituees
500
Budget Ondermijning (artikel 33)
67
Teunissen
36 800 VI, nr. 67
Over aanvullende middelen voor meldpunt 144
2.000 structureel
Artikel 92
69
Ellian
Dobbe
36 800 VI, nr. 69
Over aanvullende middelen voor de Stichting Geschillencommissies Consumentenzaken
(SGC)
105
Budget Straffen en Beschermen (artikel 34)
77
Mutluer
Straatman
Coenradie
36 800 VI, nr. 77
Over aanvullende middelen voor de fraudehelpdesk
400
Artikel 92
124
Bikker
Coenradie
Diederik van Dijk
36 800 VI, nr. 124
Over aanvullende middelen voor het Platform ondermijning kleine zeehavens
1.000
Artikel 92
128
Coanradie
Eerdmans
Schilder
Bikker
Diederik van Dijk
36 800 VI, nr. 128
Over aanvullende middelen om de capaciteit van DJI te verhogen
10.000 in 2026
50.000 structureel vanaf 2027
2026: artikel 92
Vanaf 2027 structureel: 35 mln. middels het verhogen griffierechten grote vorderingen
+ 15 mln. vanuit artikel 92
129
Van der Werf
Michon-Derkzen
Mutluer
Straatman
Coenradie
El Abassi
Diederik van Dijk
Dobbe
36 800 VI, nr. 129
Over aanvullende middelen voor Offlimits
600
Artikel 92
135
Ellian
Sneller
Straatman
36 800 VI, nr. 70
Over middelen voor een compensatieregeling voor vrouwelijke rechters en officieren
van justitie in opleiding die in het verleden benadeeld zijn door het inschalingsbeleid
5.000
Budget ondermijning (3 mln. artikel 33), Budget Straffen en Beschermen (1 mln. artikel 34)
en budget sociale rechtsbijstand (1 mln. artikel 32)
Vraag (3):
Hoe verloopt de financiering van het Veteranen Search Team, in navolging op de motie-Boswijk
op de eerdere begroting (Kamerstuk 36 410 VI, nr. 55)?
Antwoord:
Voor 2025 heeft de politie een bijdrage verstrekt aan het Veteranen Search Team (VST).
De politie is daarna met het VST in overleg gegaan over een bijdrage voor 2026 en
verder naar aanleiding van de meerjarige begroting van het VST. Het laatste gesprek
tussen de politie en het VST heeft plaatsgevonden. De gemaakte afspraken over een
meerjarige bijdrage worden op korte termijn formeel bekrachtigd door politie.
Vraag (4):
Kunt u de ontwikkeling van het aantal gedetineerden per delictcategorie (drugs, geweld,
vermogens, zeden) jaarlijks weergeven over de afgelopen tien jaar?
Antwoord:
Op peilmoment 30 september van de jaren 2015 tot en met 2024 is de bezetting in het
gevangeniswezen voor wat betreft de vier gevraagde delictcategorieen zoals weergegeven
in de bijlage.
Er heeft een indeling plaatsgevonden op basis van het zwaarst bedreigende delict.
Vraag (5):
Kunt u de ontwikkeling van de gemiddelde detentiekosten per gedetineerde per jaar
sinds 2015, gecorrigeerd voor inflatie, weergeven?
Antwoord:
In de bijlage zijn de gemiddelde detentiekosten binnen het gevangeniswezen van de
afgelopen jaren opgenomen per capaciteitsplek. Deze kosten zijn weergegeven in prijspeil
van het betreffende jaar. De stijging wordt naast inflatie onder andere veroorzaakt
door hogere uitgaven in ICT, huisvesting en personeel. Ook nieuwe regelgeving en (personeels)inzet
voor zwaardere gedetineerden populatie in detentie zorgt voor een hogere prijs.
Voor inflatiecijfers wordt verwezen naar het CBS. Op de CBS website staat voor de
periode 2015–2025 een stijging van de consumenten prijs index (CPI) van ca. 35%
Jaar
dagprijs
per jaar
2015
€ 240
€ 87.600
2016
€ 237
€ 86.742
2017
€ 244
€ 89.060
2018
€ 268
€ 97.820
2019
€ 290
€ 105.850
2020
€ 315
€ 115.290
2021
€ 324
€ 118.260
2022
€ 345
€ 125.925
2023
€ 387
€ 141.255
2024
€ 435
€ 159.210
2025
€ 474
€ 172.852
2026
€ 488
€ 178.181
(bron: https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/83131NED)
Vraag (6):
Hoe heeft het aantal verdachten van terroristische misdrijven zich jaarlijks ontwikkeld
sinds 2015?
Antwoord:
In 2015, 2016, 2017, 2018 en 2019 zijn er respectievelijk 70, 160, 180, 90 en 90 verdachten
van terroristische misdrijven ingeschreven in het systeem van het OM. In 2020, 2021,
2022, 2023 en 2024 zijn er respectievelijk 20, 20, 25, 25 en 40 verdachten van terroristische
misdrijven ingeschreven in het systeem van het OM. Vanaf januari 2025 tot op heden
zijn er nog geen cijfers openbaar gedeeld. Het is daarbij belangrijk om te benadrukken
dat de personen die worden verdacht van terroristische misdrijven, niet altijd veroordeeld
worden voor een terroristisch misdrijf.
Vraag (7):
Kunt u de trend in het aantal detentieplaatsen en de bezettingsgraad per jaar weergeven?
Antwoord:
In de tabel in de bijlage wordt het gemiddeld aantal operationele plaatsen en de gemiddelde
bezettingsgraad voor het Huis van Bewaring (HvB), de gevangenis regulier en gevangenis
arrestant voor mannen per jaar weergegeven.
De bezettingsgraad van het HvB ligt in 2025 lager dan de jaren daarvoor. Dit is te
verklaren door de tijdelijk (fors) verlaagde instroom tijdens de ICT hack bij het
OM. Daarnaast is in 2025 gestart met het met maximaal 14 dagen eerder heenzenden.
Hiermee wordt ruimte in de gevangenis gecreëerd, waardoor afgestrafte vanuit het HvB
kunnen doorstromen met het doel de noodzakelijke ruimte in het HvB te creëren om preventieven
te laten instromen.
De bezetting in het regime voor arrestanten wordt gereguleerd door de arrestantenmaatregel.
Zoals aangegeven in de zevende voortgangsrapportage capaciteit is deze maatregel eind
2025 kort opgeschort toen er een moment beperkt ruimte was binnen de gevangenis voor
arrestanten. Het groot aantal arrestanten dat toen is opgespoord zorgde voor het verblijf
van veel arrestanten in politiecellen door te weinig ruimte in de gevangenis. De opschorting
is daarna teruggedraaid.
Hvb
Gevangenis
Arrestanten
Jaar
Plaatsen
Bezetting
Plaatsen
Bezetting
Plaatsen
Bezetting
’15
2.870
91,2%
2.915
89,1%
1.024
81,0%
’16
2.738
92,8%
2.514
94,2%
1.008
72,1%
’17
2.716
92,4%
2.617
92,7%
877
76,9%
’18
2.687
94,9%
2.636
96,7%
777
85,3%
’19
2.785
97,5%
2.816
98,1%
763
88,9%
’20
3.045
92,1%
2.819
95,1%
684
69,6%
’21
3.113
86,8%
2.930
95,8%
696
75,3%
’22
3.080
91,1%
2.934
96,7%
860
65,3%
’23
3.060
96,9%
2.950
99,4%
674
81,7%
’24
3.177
98,3%
2.984
99,6%
546
93,5%
’25
3.199
95,2%
2.987
99,6%
569
93,4%
Vraag (8):
Welk percentage van alle gedetineerden zit vast voor geweldsdelicten, drugsdelicten
en vermogensdelicten?
Antwoord:
Zie de tabel in de bijlage. Er heeft een indeling plaatsgevonden op basis van het
zwaarst bedreigende delict.
30/9/2024
Delict
%
– Vermogensmisdrijven zonder geweld
17,4
– Vermogensmisdrijven met geweld en afpersing
9,0
– Geweldsmisdr. (excl. seksuele misdr)
31,5
– Opiumwet
23,8
Vraag (9):
Wat is het aandeel van elke delictcategorie in de totale detentiekosten?
Antwoord:
De gemiddelde kosten van een gevangene in 2026 bedragen 488 euro per dag. DJI houdt
geen kosten per delictcategorie bij.
Vraag (10):
Hoe verhouden de kosten van detentie zich tot de totale begroting van Justitie en
Veiligheid (JenV) (in procenten)?
Antwoord:
De kosten van detentie (inclusief forensische zorg en exclusief vreemdelingenbewaring)
bedragen 19% van de totale begroting (op basis van de standen 1e suppletoire begroting
JenV).
Vraag (11):
Welk percentage van de politiecapaciteit wordt daadwerkelijk besteed aan opsporing
versus andere taken?
Antwoord:
De doelformatie van de werksoort Opsporing betreft 11.349 fte en had op peildatum
31-8-2025 een bezetting van 10.348 fte (zie ook bijlage Kerncijfers Politie bij het
Tweede Halfjaarbericht 2025, Kamerstukken II, 2025–2026, 29 628, nr. 1302). Dat is 19,7% van de totale operationele bezetting op die peildatum. Daarnaast wordt
er ook opsporingswerk gedaan in de gebiedsgebonden politie en door specialisten. De
daadwerkelijke inzet op opsporingswerk is in de praktijk dus nog groter.
Vraag (12):
Wat zijn de gemiddelde kosten per opgespoorde zaak, uitgesplitst naar delictcategorie?
Antwoord:
De administratie van de politie is niet ingericht om alle kosten te onderscheiden
naar de wettelijke taken van de politie. Daarmee wordt niet inzichtelijk gemaakt wat
de kosten voor opsporing per eenheid zijn, of wat de gemiddelde kosten per opsporingsonderzoek
zijn.
Vraag (13):
Wat zijn de gemiddelde kosten per veroordeling per type misdrijf?
Antwoord:
Het is niet mogelijk om de gemiddelde kosten per veroordeling te bepalen. De bekostiging
van de Politie is op basis van inputbekostiging en de financiële administratie is
derhalve niet ingericht op kosten per veroordeelde verdachte die de politie aanhoudt.
Voor de rest van de strafrechtketen geldt ook dat een dergelijke berekening niet mogelijk
is. Er is sprake van ongelijke grootheden: zo is voor detentie het aantal personen
leidend. Bij het OM en de rechtspraak kan een strafzaak meerdere verdachten hebben
en kan één verdachte betrokken zijn bij meerdere strafzaken. De verdere uitsplitsing
per type misdrijf is dus ook niet mogelijk.
Vraag (14):
Wat zijn de gemiddelde kosten per dag detentie, uitgesplitst naar type inrichting?
Antwoord:
Voor 2026 wordt voor operationele gevangeniswezen een dagprijs begroot van 488 euro
dit wordt in de registratie niet nader gespecificeerd naar type inrichting.
Vraag (15):
Wat zijn de gemiddelde kosten per persoon bij uitzetting na detentie?
Antwoord:
Op deze vraag kunnen we geen antwoord geven aangezien de vraag op meerdere manieren
geïnterpreteerd kan worden.
Vraag (16):
Wat zijn de kosten per procentpunt daling in recidive?
Antwoord:
Deze informatie is niet beschikbaar.
Vraag (17):
Wat zijn de kosten per succesvolle re-integratie, gedefinieerd als geen recidive binnen
twee jaar?
Antwoord:
Deze informatie is niet beschikbaar.
Vraag (18):
Wat zijn de gemiddelde kosten per afgeronde strafzaak binnen de Rechtspraak?
Antwoord:
In 2024 was de gerealiseerde kostprijs voor een strafzaak bij een rechtbank € 1.021,44
en voor een strafzaak bij een gerechtshof € 2.264,58. Dit staat ook opgenomen in het
jaarverslag van de Rechtspraak 2024 (tabel 29 op pagina 95). Dit zijn de directe kosten
die gemaakt worden voor het afhandelen van een zaak, exclusief huisvesting, ict, ondersteunende
diensten, etc. Het jaarverslag 2025 is eind april 2026 gereed. Daarin zal deze informatie
voor 2025 opgenomen zijn.
Vraag (19):
Kunt u de kosten en capaciteit van opsporing per politie-eenheid indicatief uitsplitsen?
Antwoord:
De administratie van de politie is niet ingericht om alle kosten te onderscheiden
naar de wettelijke taken van de politie. Daarmee wordt niet inzichtelijk gemaakt wat
de kosten voor opsporing per eenheid zijn, of wat de gemiddelde kosten per opsporingsonderzoek
zijn. Informatie over de capaciteit van de opsporing is terug te vinden in de Kerncijfers
Politie bij de halfjaarberichten politie. Zie ook de beantwoording van vraag 11.
Vraag (20):
Wat zijn de regionale verschillen in detentiecapaciteit en bezettingsgraad?
Antwoord:
De detentiecapaciteit voor mannelijke gevangenen in het Huis van bewaring, de gevangenis
regulier en voor arrestanten is op dit moment, peildatum 10 april 2026, zoals in de
bijlage weergegeven over het land verdeeld.
Cijfers over het bezettingspercentage per regio zijn niet automatisch te genereren.
DJI kan wel landelijke bezettingscijfers genereren. Zie het antwoord op vraag 7.
HvB
Detentiecapaciteit
Amsterdam
281
Haaglanden
468
Limburg
156
Midden Nederland
366
Noord Holland
387
Noord Nederland
54
Oost Brabant
366
Oost Nederland
270
Rotterdam
688
Zeeland West Brabant
95
Eindtotaal
3.132
Gevangenis & Arrestanten
Detentiecapaciteit
Amsterdam
380
Haaglanden
310
Limburg
266
Midden Nederland
736
Noord Holland
450
Noord Nederland
386
Oost Brabant
258
Oost Nederland
346
Rotterdam
452
Zeeland West Brabant
73
Eindtotaal
3.657
Vraag (21):
Wat zijn de gemiddelde doorlooptijden van strafzaken per arrondissement?
Antwoord:
De Rechtspraak verschaft geen informatie op niveau van arrondissement dan wel gerecht.
Rechtspraakbreed zijn in 2024 de doorloopstandaarden voor wat betreft strafrecht bij
de rechtbanken in 33% van gevallen behaald, voor de gerechtshoven is dit 25% (jaarverslag
Rechtspraak 2024, tabel 11, pagina 65). Het jaarverslag 2025 is eind april 2026 gereed.
Daarin zal deze informatie voor 2025 opgenomen zijn.
Vraag (22):
Kunt u detentiecijfers uitsplitsen naar leeftijdsgroepen?
Antwoord:
Op 30 september 2024 is de aanwezige gevangenispopulatie, zoals weergegeven in de
bijlage, verdeeld ten aanzien van de verschillende leeftijdsklassen:
aanwezig 30-9-2024
leeftijdsklassen
%
18/19 jaar
2,1
20 tm 22 jaar
6,7
23 t/m 29 jaar
20,6
30 t/m 39 jaar
31,3
40 t/m 49 jaar
21,8
50 t/m 59 jaar
12,6
60 jaar of ouder
5,0
totaal
100
Vraag (23):
Kunt u recidivecijfers uitsplitsen naar type delict en strafduur
Antwoord:
In de bijlage zijn de cijfers uitgesplitst naar type delict en strafduur. De meest
recente cijfers dateren uit 2017 (WODC database). Binnenkort worden de cijfers geupdate
tot 2022.
Volwassenen die in 2017 zijn uitgestroomd uit een PI
Type delict waarvoor zij veroordeeld zijn
Recidive na 2 jaar in %
Geweld
49,7
Zeden
20,5
Vermogen met geweld
51,9
Vermogen zonder geweld
55,6
Vernieling, lichte agressie en openbare orde
54,6
Drugsdelicten
33,3
Verkeersdelicten
50,5
overige delicten
50,4
Bron: WODC
Volwassen die in 2017 zijn uitgestroom uit een PI
Verblijfsduur
Recidice na 2 jaar in %
Tot 1 maand
47,5
1 tot 3 maanden
49,4
3 tot 6 maanden
49,5
6 maanden tot 1 jaar
45,3
1 tot 2 jaar
40,3
2 tot 4 jaar
44
4 jaar of meer
29,6
Bron: WODC
Vraag (24):
Wat is de gemiddelde detentieduur per delictcategorie?
Antwoord:
Deze gegevens kunnen niet worden uitgesplitst naar delictcategorie omdat er sprake
kan zijn van aansluitende vonnissen in verschillende categorieën.
De overall gemiddelde verblijfsduur bij het verlaten van de inrichting bedroeg in
2024 153 dagen, in 2023 was dit 124 dagen en in 2022 was dit 129 dagen.
Vraag (25):
Wat is het aandeel first offenders ten opzichte van recidivisten onder gedetineerden?
Antwoord:
Het percentage detentie-recidive binnen twee jaar na uitstroom in het gevangeniswezen
bedraagt 26,6% voor het uitstroomcohort 2022.
Als gevolg van het groot aantal personen dat een (korte) straf reeds op een politiebureau
heeft uitgezeten als gevolg van capaciteitsgebrek, kan er nu geen uitspraak worden
gedaan wie als first offender kan worden aangemerkt waar het instroom bij het gevangeniswezen
betreft.
Volgens het CBS (Statline) was in 2024 35% van alle verdachten van een misdrijf first
offender.
Dit wil niet zeggen dat ze instromen in het gevangeniswezen.
Bron: StatLine – Verdachten; geslacht, leeftijd en recidive
Vraag (26):
Hoe verhouden de Nederlandse detentiekosten per gedetineerde zich tot het EU-gemiddelde?
Antwoord:
De meest recente cijfers die ingaan op verschillen in detentiekosten tussen Europese
landen zijn afkomstig uit het Onderzoek financierbaarheid DJI van PwC uit april 2022. Dit onderzoek geeft weer dat de uitgaven aan detentie in
2019, afgezet tegen het Bruto Binnenlands Product (BBP), circa twee maal zo hoog zijn
als het Europees gemiddelde (0,3% tegenover 0,15% van het BBP). Een uitsplitsing van
kosten per gedetineerde is niet beschikbaar. Bij deze cijfers moet voorts de kanttekening
geplaatst worden dat gegevens van Europese landen niet zonder meer met elkaar vergeleken
kunnen worden. Het hangt er bijvoorbeeld vanaf welke functiegroepen en ondersteunende
diensten worden doorberekend in de dagprijzen.
Vraag (27):
Hoe verhoudt de bezettingsgraad van Nederlandse gevangenissen zich tot andere EU-landen?
Antwoord:
Over het algemeen kan worden gesteld dat de bezettingsgraad in een aantal andere Europese
landen ook hoog ligt en dat landen te maken hebben met overbezetting in het gevangeniswezen.
Zo is er in België sprake van overbevolking met een percentage van circa 120% en is
in Frankrijk een bezettingsgraad van 137% gerapporteerd. In Engeland is er een bezetting
van 99% gerapporteerd, maar worden gedetineerden daar op dit moment na één derde van
hun straf voorwaardelijk vrijgelaten. Ook zijn er landen met een lagere bezetting,
zoals Luxemburg, Spanje en Estland.
Doordat er per land andere criteria voor bezetting worden gebruikt en er in sommige
landen maatregelen worden ingezet laten de data zich niet goed vergelijken. Daarnaast
zijn deze cijfers een momentopname en verschillen de percentages ook per gevangenis.
In het rapport van Europris wordt er meer duiding gegeven over de bezettingsgraad
en overbevolking binnen Europese gevangenissen: Mapping Overcrowding in European Prisons
(2025).
Vraag (28):
Hoe verhouden recidivepercentages in Nederland zich tot die in andere EU-landen?
Antwoord:
In Nederland is het recidive cijfer 47% na detentie. Dit recidive cijfer is niet een
op een te vergelijken met de recidive cijfers in andere EU landen, omdat de criteria
van recidive niet Europees uniform zijn.
Vraag (29):
Hoe verhouden de kosten van opsporing zich tot de kosten van vervolging en detentie
binnen de strafrechtketen?
Antwoord:
Uit het antwoord op vraag 32 kan worden afgelezen dat de politie de grootste kostenpost
is binnen de strafrechtketen.
Van het totale politiebudget in 2025 (ca. € 8,2 mld.) wordt ongeveer € 2,3 mld. specifiek
toegerekend aan de opsporingstaak: ongeveer de helft van deze € 2,3 miljard gaat direct
naar rechercheteams. De overige politiebudgetten worden besteed aan taken zoals noodhulp,
handhaving en gebiedsgebonden politiearbeid.
De kosten zijn nog afgezien van de opsporingskosten van de diverse bijzondere opsporingsdiensten
buiten de scope van JenV zoals het FIOD, de Nederlandse Arbeidsinspectie en de Nederlandse
Voedsel- en Warenautoriteit.
De kosten voor vervolging en de daaropvolgende berechting zijn lager dan die voor
opsporing en detentie. De kosten van het OM, de (straf)rechtspraak en de gesubsidieerde
rechtsbijstand bedroegen in 2025 bij elkaar bijna € 1,8 mld.
De kosten voor detentie (kosten DJI) bedragen bijna € 3,4 mld.
Vraag (30):
Wat zijn de totale kosten per strafzaak van opsporing tot en met detentie?
Antwoord:
Het is niet mogelijk om de totale kosten per strafzaak van opsporing tot detentie
te bepalen.
De bekostiging van de Politie is op basis van inputbekostiging en de financiële administratie
is derhalve niet ingericht op kosten per strafzaak. Bovendien leidt niet elke verdachte
die de politie aanhoudt tot een strafzaak.
Voor de rest van de strafrechtketen geldt ook dat een dergelijke berekening niet mogelijk
is: niet elke strafzaak van het OM leidt tot een zaak bij de rechter, niet elke strafzaak
bij de rechtbank leidt tot een veroordeling, niet elke veroordeling leidt tot detentie.
Ook is er sprake van ongelijke grootheden: zo is voor detentie het aantal personen
leidend. Bij het OM en de rechtspraak kan een strafzaak meerdere verdachten hebben
en kan één verdachte betrokken zijn bij meerdere strafzaken.
Een indicatie van de totale kosten van opsporing tot detentie is wel beschikbaar:
zie het antwoord bij vraag 32.
Vraag (31):
Welk deel van de totale kosten zit in politie, Openbaar Ministerie (OM), rechtspraak
en detentie, uitgedrukt in percentages?
Antwoord:
De kosten van de Politie, OM, rechtspraak en detentie ten opzichte van de totale kosten
van de strafrechtketen (zie tabel antwoord bij vraag 32) bedragen in het jaar 2025
respectievelijk 58% (politie), 7% (OM), 3% (strafrechtspraak) en 24% (detentie).
Vraag (32):
Hoe ontwikkelen de kosten zich per schakel in de strafrechtketen over de afgelopen
vijf jaar?
Antwoord:
In onderstaande tabel zijn ter indicatie de kosten van de belangrijkste partners in
de strafrechtketen opgenomen binnen Justitie en Veiligheid.
Indicatie kosten strafrechtketen 2021–2025 (bedragen x € 1 mln.)
2021
2022
2023
2024
2025
Politie
6.424
6.951
7.343
8.151
8.209
OM
684
735
824
966
1.039
Rechtspraak (straf)
360
281
411
463
493
Rechtsbijstand (straf)
160
205
228
231
231
NFI
80
94
108
122
128
Justid
64
72
82
90
94
DJI
2.506
2.736
2.877
3.143
3.379
CJIB
151
167
193
216
228
Reclassering
263
275
293
306
320
totaal
10.693
11.516
12.359
13.688
14.122
Het is niet mogelijk om op korte termijn een exact overzicht van álle strafrechtketenkosten
te geven, omdat er vele, ook kleinere organisaties – al dan niet deels – een bijdrage
leveren aan de strafrechtketen, zowel binnen als buiten de scope van Justitie en Veiligheid.
Zo leveren bijzondere opsporingsdiensten zoals het FIOD, de Nederlandse Arbeidsinspectie
en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit ook een bijdrage aan de strafrechtketen.
Voor de rechtspraak en de rechtsbijstand geldt dat een schatting is gemaakt van het
aandeel dat betrekking heeft op de strafrechtketen op basis van het gewogen aantal
strafzaken en straftoevoegingen: voor zowel de rechtspraak als de rechtsbijstand geldt
dat de meeste capaciteit betrekking heeft op de civiele- en bestuursrechtelijke keten.
Voor de politie zijn de totale kosten gepresenteerd. Hierbij moet worden opgemerkt
dat de politie een bredere taak heeft dan alleen de opsporing (zie ook vraag 29).
De gepresenteerde bedragen zijn niet gecorrigeerd voor inflatie. De inflatie in de
periode 2021–2025 op basis van de consumentenprijsindex bedraagt circa 25%.
Vraag (33):
Kunt u aangeven welk percentage van de gevraagde informatie momenteel niet wordt geregistreerd
binnen de strafrechtketen?
Antwoord:
Niet duidelijk is op welke gevraagde informatie de vraagsteller exact op doelt. Indien
wordt gedoeld op de vragen 29 tot en met 32: uit de antwoorden op deze vragen blijkt
welke informatie wel en niet beschikbaar is. Hier is geen percentage aan te koppelen.
Vraag (34):
Welke datasets ontbreken structureel voor beleidsanalyse binnen JenV?
Antwoord:
Deze vraag kan niet worden beantwoord. Het is niet duidelijk op welke datasets en
welke beleidsanalyse de vraagsteller doelt.
Vraag (35):
Wat zou het kosten om ontbrekende data systematisch te registreren?
Antwoord:
Zie het antwoord bij vraag 34.
Vraag (36):
Kunt u een overzicht geven van de totale detentiekosten per delictcategorie over de
afgelopen vijf jaar, inclusief procentuele verdeling?
Antwoord:
DJI houdt geen totale detentiekosten per delictcategorie bij.
Vraag (37):
Wat zijn de gemiddelde kosten per strafzaak van opsporing tot en met detentie, uitgesplitst
per delictcategorie?
Antwoord:
Zie het antwoord op vraag 30.
Vraag (38):
Hoe heeft de kostprijs per detentieplaats zich ontwikkeld sinds 2019, gecorrigeerd
voor inflatie?
Antwoord:
Zie antwoord op vraag 5.
Vraag (39):
Welk aandeel van de totale begroting van JenV wordt besteed aan detentie en hoe heeft
dit zich ontwikkeld de afgelopen jaren?
Antwoord:
Onderstaand is op basis van de Jaarverslagen over afgelopen jaren en de begroting
2026 (stand 1e supp) de verhouding weergegeven tussen de kosten van detentie (DJI
inclusief forensische zorg en exclusief vreemdelingenbewaring) ten opzichte van de
totale begroting van JenV.
Vraag (40):
Wat zijn de kosten per gedetineerde per jaar, uitgesplitst naar type inrichting en
beveiligingsniveau?
Antwoord:
De gemiddelde kosten van een gevangene in 2026 bedragen 488 euro per dag. DJI houdt
geen kosten per type inrichting of beveiligingsniveau bij. Over het algemeen kan worden
aangegeven dat een zorgplaats of een hoog beveiligde plaats gemiddeld duurder is.
De gemiddelde kosten per jaar voor een tbs capaciteitsplaats worden begroot op circa
0,3 mln. Euro.
Vraag (41):
Wat is de gemiddelde duur van een tbs-maatregel, uitgesplitst naar type terbeschikkingstelling
(tbs)?
Antwoord:
Over de gemiddelde duur van de tbs-maatregel in 2025 zijn op dit moment geen vastgestelde
cijfers beschikbaar. De voorzitter van Tbs Nederland heeft laten weten dat de gemiddelde
duur van de opgelegde tbs-maatregel thans ruim 9 jaar is. Hierbij dient te worden
opgemerkt dat deze behandelduur niet kan worden gelijkgesteld aan de klinische behandelduur,
deze is over het algemeen korter. Een uitsplitsing naar de verschillende typen tbs-maatregel
is niet beschikbaar.
Vraag (42):
Hoeveel tbs’ers hebben we in Nederland die gedeeltelijk ontoerekeningsvatbaar zijn
verklaard?
Antwoord:
Er zijn hierover geen cijfers beschikbaar.
Vraag (43):
Hoeveel tbs’ers hebben we in Nederland die volledig ontoerekeningsvatbaar zijn verklaard?
Antwoord:
Er zijn hierover geen cijfers beschikbaar.
Vraag (44):
Hoeveel tbs-maatregelen worden jaarlijks opgelegd?
Antwoord:
Als indicatie geldt dat in 2024 ongeveer 355 tbs-maatregelen zijn opgelegd. In ongeveer
215 gevallen betrof het hier tbs met dwangverpleging en ongeveer 140 gevallen tbs
met voorwaarden. Hierbij gaat het om vonnissen opgelegd in eerste aanleg. Bron: Raad
voor de Rechtspraak (peildatum 14-11-2025).
Vraag (45):
Hoeveel tbs-maatregelen worden jaarlijks beëindigd?
Antwoord:
In de periode 2021 t/m 2025 ligt het aantal onvoorwaardelijke beëindigingen van tbs
met bevel tot verpleging tussen de 110 en 130.
Vraag (46):
Wat is de gemiddelde wachttijd voor plaatsing in een tbs-kliniek na oplegging van
de maatregel?
Antwoord:
In februari 2026 is de actuele gemiddelde wachtduur voor plaatsing in een tbs-kliniek
geschat op 13 maanden.
Vraag (47):
Hoeveel tbs’ers staan momenteel op een wachtlijst voor plaatsing?
Antwoord:
Eind februari 2026 stonden er 263 tbs-passanten op de wachtlijst voor plaatsing.
Vraag (48):
Wat zijn de gemiddelde kosten per tbs’er per jaar?
Antwoord:
De gemiddelde kosten per jaar voor een tbs capaciteitsplaats worden begroot op circa
0,3 mln. euro.
Vraag (49):
Wat zijn de totale jaarlijkse kosten van het tbs-stelsel?
Antwoord:
De kosten die DJI in 2026 maakt voor tbs-dwangverpleging zijn in de JenV-begroting
geraamd op 579,6 miljoen euro. Dit bedrag heeft alleen betrekking op de kosten van
DJI in het tbs-stelsel.
Vraag (50):
Hoe hebben de kosten per tbs’er zich ontwikkeld over de afgelopen tien jaar, gecorrigeerd
voor inflatie?
Antwoord:
In de bijlage zijn de gemiddelde dagprijzen per plaats voor tbs opgenomen van de afgelopen
jaren. Deze kosten zijn weergegeven in prijspeil van het betreffende jaar.
Voor inflatiecijfers wordt verwezen naar het CBS. Op de CBS website staat voor de
periode 2015–2025 een stijging van de consumenten prijs index (CPI) van ca. 35% (bron:
https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/83131NED).
jaar
dagprijs
2015
€ 504
2016
€ 547
2017
€ 564
2018
€ 577
2019
€ 600
2020
€ 615
2021
€ 652
2022
€ 670
2023
€ 753
2024
€ 811
2025
€ 860
Vraag (51):
Wat is het verschil in kosten tussen tbs met dwangverpleging en tbs met voorwaarden?
Antwoord:
De gemiddeld geraamde kosten per plaats van tbs-dwangverpleging bedragen 840 euro
per dag.
Tbs met voorwaarden valt binnen de JenV-begroting onder een ander onderdeel, namelijk
klinische behandelplaatsen forensische zorg. Hiervan is de gemiddelde kostprijs 823
euro per plaats per dag. De gemiddelde prijs van 823 euro heeft echter betrekking
op alle overige forensische zorgtitels (waaronder de tbs voorwaarden).
Vraag (52):
Wat is de gemiddelde verblijfsduur in een tbs-kliniek voordat wordt gestart met resocialisatie?
Antwoord:
De gehele duur van de behandeling is gericht op resocialisatie; het veilig en verantwoord
terugkeren van patiënten in de samenleving door middel van behandeling en het toevoegen
van stapsgewijze vrijheden in de vorm van verlof. Hier wordt vanaf de eerste dag in
een kliniek aan gewerkt. Zie het antwoord op vraag 41 voor de behandelduur.
Vraag (53):
Hoeveel tbs’ers stromen jaarlijks door naar een lichtere vorm van toezicht of behandeling?
Antwoord:
In de periode 2021 t/m 2025 ligt het aantal gestarte proefverloven tussen de 35 en
65; voor de gestarte voorwaardelijke beëindigingen ligt dit aantal tussen de 50 en
80.
Vraag (54):
Hoeveel tbs’ers keren jaarlijks terug in de samenleving zonder toezicht?
Antwoord:
Het is niet mogelijk de gevraagde informatie binnen de gestelde termijn op te leveren.
Vraag (55):
Wat is het recidivepercentage onder tbs’ers binnen twee jaar na uitstroom?
Antwoord:
Als indicatie geldt dat tussen de 19% en 23% van de uitstromende tbs-ers recidiveert
binnen een periode van twee jaar na de uitstroom. Ongeveer 19% recidiveert binnen
twee jaar na tbs met dwangverpleging en 23% na tbs met voorwaarden. Het gaat hierbij
om recidive ongeacht aard en ernst van gepleegde delict. Van alle recidivegevallen
na tbs met dwangverpleging gaat het bij ongeveer 4% om een zeer ernstig delict; bij
tbs met voorwaarden is dat ongeveer 5%. Bron: WODC, Drieschner, Hill en Weijters,
2018, «Recidive na tbs, ISD en overige forensische zorg».
Vraag (56):
Wat is het recidivepercentage onder tbs’ers binnen vijf jaar na uitstroom?
Antwoord:
Er zijn geen cijfers over de recidive binnen vijf jaar bekend, wel binnen vier jaar.
Als indicatie geldt dat ongeveer 30% van de uitgestroomde tbs-ers recidiveert binnen
een periode van vier jaar na de uitstroom. Het gaat hierbij om recidive ongeacht aard
en ernst van gepleegde delict. Voor tbs met voorwaarden is dat 33%. Bron: WODC, Drieschner,
Hill en Weijters, 2018, «Recidive na tbs, ISD en overige forensische zorg». Het percentage
recidivisten dat binnen vier jaar een zeer ernstig delict pleegt is 8%. Dit geldt
zowel voor tbs met verpleging als tbs met voorwaarden. Een zeer ernstig delict is
een misdrijf met een strafdreiging van acht jaar of meer.
Vraag (57):
Hoe verhouden de recidivepercentages van tbs’ers zich tot die van reguliere ex-gedetineerden?
Antwoord:
Als indicatie geldt dat 19% tot 23% van de uitstromende tbs-ers recidiveert binnen
een periode van twee jaar na de uitstroom terwijl 47% van de ex-gedetineerden recidiveert.
Bron: WODC, Drieschner, Hill en Weijters, 2018, «Recidive na tbs, ISD en overige forensische
zorg».
De recidivecijfers van ex-tbs-gestelden en die van ex-gedetineerden kunnen volgens
de onderzoekers van het WODC echter niet helemaal met elkaar worden vergeleken. Dit
komt doordat beide groepen justitiabelen op voorhand teveel van elkaar verschillen
in recidiverisico. Voorbeelden van deze onvergelijkbaarheid zijn onder meer:
• De populatie van ex-tbs-gestelden bevat een hoger percentage zedendaders waarvan bekend
is dat zij minder vaak recidiveren;
• Ex-tbs-gestelden zijn ouder (mede door de langere duur van de maatregel), en het is
bekend dat de criminele activiteit gemiddeld met leeftijd afneemt;
• Ex-tbs-gestelden zijn een selectie uit de tbs-groep waarbij op basis van risico-inschatting
is besloten om de maatregel te laten eindigen. Zou de mogelijkheid bestaan om gevangenisstraffen
te verlengen als men de recidivekans te hoog acht, zou de recidive van ex-gedetineerden
lager zijn.
Omdat deze en andere achtergrondkenmerken en selectie-effecten zelf voorspellend zijn
voor recidive, geeft een directe vergelijking een vertekend beeld.
Vraag (58):
Hoeveel tbs’ers zijn in de afgelopen tien jaar opnieuw veroordeeld voor een geweldsdelict?
Antwoord:
Deze vraag is niet te beantwoorden vanuit de voor de Rechtspraak beschikbare managementinformatiesystemen.
Vraag (59):
Hoeveel tbs’ers zijn in de afgelopen tien jaar opnieuw veroordeeld voor een zedendelict?
Antwoord:
Deze vraag is niet te beantwoorden vanuit de voor de Rechtspraak beschikbare managementinformatiesystemen.
Vraag (60):
Wat is de gemiddelde leeftijd van tbs’ers bij instroom?
Antwoord:
De gemiddelde leeftijd voor de gehele zittende tbs-populatie wordt jaarlijks berekend
op peildatum ultimo september.
In de jaren 2020 tot en met 2024 varieert de gemiddelde leeftijd van de tbs’ers tussen
de 44 jaar en 45 jaar.
Vraag (61):
Wat is de gemiddelde leeftijd van tbs’ers bij uitstroom?
Antwoord:
Zie het antwoord op vraag nummer 60.
Vraag (62):
Hoe is de verdeling van tbs’ers naar type delict waarvoor de maatregel is opgelegd?
Antwoord:
De gevraagde informatie kan niet binnen de gestelde termijn worden opgeleverd.
Vraag (63):
Hoeveel tbs’ers verblijven in forensisch psychiatrische centra versus andere instellingen?
Antwoord:
Op 31-3-2026 bedraagt de totale bezetting van tbs-dwang 1.727 patiënten.
Daarvan verblijven er 1431 patiënten onder verantwoordelijkheid van een Forensisch
Psychiatrische Centra (FPC) en 296 patiënten onder verantwoordelijkheid van een Forensische
Psychiatrische Kliniek (FPK).
Een tbs-gestelde kan in een transmurale voorziening verblijven onder de verantwoordelijkheid
van de FPC’s of FPK’s.
Vraag (64):
Hoeveel incidenten (bijv. geweldsincidenten of ontsnappingen) vinden jaarlijks plaats
binnen tbs-instellingen?
Antwoord:
In 2024 vonden geen ontvluchtingen plaats, er vonden 32 onttrekkingen plaats (van
een onttrekking is sprake indien er een onttrekking aan het toezicht tijdens begeleid
verlof plaatsvindt of indien een justitiabele zich niet tijdig op de afgesproken plaats
bevindt of daar niet terugkeert tijdens of na onbegeleid verlof, transmuraal verlof
of proefverlof.)
Daarnaast werd 25 keer ernstige contrabande aangetroffen (zoals vuurwapen/steekwapen,
grote hoeveelheden drugs, communicatiemiddelen, geld).
Er was 7 keer sprake van agressie tegen personeel met ernstig letsel als gevolg.
De cijfers van 2025 zijn nog niet beschikbaar.
Vraag (65):
Hoeveel tbs’ers hebben onbegeleid verlof en hoeveel begeleid verlof?
Antwoord:
Op 31-12-2025 hebben 388 tbs-gestelden een machtiging begeleid verlof en 204 tbs-gestelden
een machtiging onbegeleid verlof.
Vraag (66):
Hoeveel tbs’ers maken jaarlijks gebruik van verlofregelingen?
Antwoord:
Op 31-12-2025 hebben 1.180 tbs-gestelden een verlofmachtiging.
Het betreffen de machtigingen voor begeleid verlof, onbegeleid verlof, transmuraal
verlof en proefverlof.
Vraag (67):
Hoe vaak wordt verlof ingetrokken wegens overtredingen?
Antwoord:
In 2025 is in 31 gevallen de verlofmachtiging officieel ingetrokken danwel van rechtswege
vervallen. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn vanwege het overtreden van de voorwaarden,
een onttrekking langer van 24 uur, verdenking van een strafbaar feit waarvoor voorlopige
hechtenis is toegestaan.
Vraag (68):
Wat is de gemiddelde duur van verloftrajecten binnen tbs?
Antwoord:
Een verlof traject is opgedeeld in verschillende fases.
Van de verlofmachtigingen die in 2025 zijn beëindigd is onderstaande de gemiddelde
duur geweest:
• Begeleid verlof: 530 dagen
• Onbegeleid verlof: 510 dagen
• Transmuraal verlof: 840 dagen
• Proefverlof: 490 dagen
Redenen voor het beëindigen van verlofmachtigingen zijn intrekking, opvolgende verlofmachtiging
(zoals overgang van begeleid naar onbegeleid verlof), niet evalueren machtiging, overplaatsing,
voorwaardelijke beëindiging en einde tbs.
Vraag (69):
Hoeveel tbs’ers krijgen verlenging van hun maatregel en wat is de gemiddelde verlengingsduur?
Antwoord:
De gevraagde informatie kan niet binnen de gestelde termijn worden opgeleverd.
Vraag (70):
Hoe vaak wordt tbs omgezet van voorwaarden naar dwangverpleging of andersom?
Antwoord:
Uit cijfers over de periode 2020 tot en met 2024 is op te maken dat circa 25% van
het aantal opleggingen tbs met voorwaarden (op enig moment) wordt omgezet naar een
tbs-maatregel met dwangverpleging.
Een tbs met dwangverpleging eindigt meestal met een voorwaardelijke beëindiging. In
2025 waren er circa 70 voorwaardelijke beëindigingen van de tbs met dwangverpleging.
Een voorwaardelijke beëindiging van de tbs met dwangverpleging is (juridisch gezien)
niet hetzelfde als een maatregel tbs met voorwaarden.
Vraag (71):
Wat zijn de gemiddelde behandelkosten per tbs’er per jaar?
Antwoord:
De gemiddelde kosten per jaar voor een tbs capaciteitsplaats worden begroot op circa
0,3 mln. Euro (zie ook antwoorden vraag 48 en 74).
Vraag (72):
Wat is het aandeel personeelskosten binnen de totale tbs-kosten?
Antwoord:
De Forensische zorg, waar de tbs-klinieken onder vallen, wordt gefinancierd op basis
van prestatiebekostiging. Dat gebeurt middels prestaties en tarieven die worden vastgesteld
door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) op basis van een kostprijsonderzoek. Naast
de kosten van de behandeling die worden gedeclareerd per tijdseenheid, valt het grootste
deel van de kosten (o.a. het verpleegkundig, opvoedkundig en verzorgend personeel)
binnen het integrale verblijfstarief. In dat tarief zitten naast de bekostiging van
dat personeel ook facilitaire kosten.
Het aandeel personeelskosten binnen de totale tbs-kosten is dan ook niet bepaalbaar.
Vraag (73):
Hoeveel behandelaren zijn er per tbs’er gemiddeld beschikbaar?
Antwoord:
De behandeling in een tbs-instelling wordt vormgegeven middels een behandelklimaat
op de afdeling en verschillende vormen van individuele therapie, dagbesteding en groepstherapie.
Er zijn geen normen over hoeveel behandelaren er beschikbaar zijn per tbs-gestelde.
De inzet van behandelaren wordt afgestemd op de specifieke zorgbehoefte van een tbs-gestelde.
Het is niet mogelijk om een gemiddeld aantal behandelaren per tbs-gestelde te benoemen.
Vraag (74):
Wat is de verhouding tussen beveiligingskosten en behandelkosten binnen tbs-instellingen?
Antwoord:
De Forensische zorg, waar de tbs-klinieken onder vallen, wordt gefinancierd op basis
van prestatiebekostiging. Dat gebeurt middels prestaties en tarieven die worden vastgesteld
door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) op basis van een kostprijsonderzoek. Een
deel van de geleverde behandelzorg wordt gedeclareerd per tijdseenheid, maar het grootste
deel van de kosten valt binnen het integrale verblijfstarief. In dat tarief zitten
naast de bekostiging van behandelinhoudelijk-personeel zoals sociotherapeuten ook
de beveiligingsmedewerkers, ondersteunende functies en facilitaire kosten zoals de
kosten voor huisvesting en (de aanschaf, de afschrijving en het onderhoud van beveiligingsinstallaties).
De verhouding tussen de kosten van de twee componenten behandeling en beveiliging
is niet vast te stellen.
In het antwoord op vraag 71 ziet u wel de gemiddelde kosten per tbs-plaats per dag.
Vraag (75):
Hoeveel tbs’ers hebben een dubbele diagnose (psychiatrisch en verslaving)?
Antwoord:
Deze gegevens zijn niet beschikbaar.
Diagnoses zijn onderdeel van het individueel medisch dossier. Dit dossier is medisch
vertrouwelijk. Gegevens zijn niet op geagregeerd niveau beschikbaar.
Vraag (76):
Hoeveel tbs’ers krijgen medicatie en wat zijn de gemiddelde kosten hiervan?
Antwoord:
De meeste patiënten gebruiken een vorm van medicatie (variërend van bijvoorbeeld paracetamol
tot antipsychotica). Registratie van medicatiegebruik vindt plaats in het individueel
medisch dossier, deze informatie kan niet op geaggregeerd niveau inzichtelijk worden
gemaakt.
Vraag (77):
Hoeveel tbs’ers worden jaarlijks overgeplaatst tussen instellingen?
Antwoord:
In 2025 zijn er circa 100 overplaatsingen geweest naar een ander Forensisch Psychiatrisch
Centrum of Forensisch Psychiatrische Kliniek. Het betrof ongeveer 90 unieke tbs-gestelden.
Vraag (78):
Wat is de gemiddelde duur van een tbs-traject tot volledige beëindiging?
Antwoord:
De behandelduur van de tbs met bevel tot verpleging wordt niet berekend tot en met
de volledige beëindiging.
Zie vraag 41 voor de DJI-definitie, de gebruikte meetmethode en behandelduur.
Vraag (79):
Hoeveel gedetineerden identificeren zich als transgender binnen het Nederlandse gevangeniswezen?
Antwoord:
Dit is niet bekend. DJI registreert niet of iemand transgender is. Daartoe bestaat
geen verplichting en geen noodzaak en personen hoeven dit niet te melden. Een vergelijking
met de totale populatie is dan ook niet maken.
Vraag (80):
Hoe heeft het aantal transgender gedetineerden zich ontwikkeld over de afgelopen vijf
jaar?
Antwoord:
Dit is niet bekend. Zie het antwoord op vraag 79.
Vraag (81):
Hoeveel transgender gedetineerden verblijven in mannengevangenissen en hoeveel in
vrouwengevangenissen?
Antwoord:
Dit is niet bekend. Zie het antwoord op vraag 79.
Vraag (82):
Hoeveel transgender gedetineerden verblijven in afzonderlijke of speciale afdelingen?
Antwoord:
Dit is onbekend. DJI registreert niet of iemand transgender is. Daartoe bestaat geen
verplichting en geen noodzaak en personen hoeven dit niet te melden.
Vraag (83):
Wat is de gemiddelde verblijfsduur van transgender gedetineerden in detentie?
Antwoord:
Dit is onbekend. Zie het antwoord op vraag 79.
Vraag (84):
Wat zijn de gemiddelde detentiekosten per transgender gedetineerde per jaar?
Antwoord:
Dit is onbekend. Er is geen specifieke regelgeving ten aanzien van het plaatsen van
transgenderpersonen. DJI registreert niet of iemand transgender is. Daartoe bestaat
geen verplichting en geen noodzaak en personen hoeven dit niet te melden.
Vraag (85):
Wat zijn de totale jaarlijkse kosten die samenhangen met transgender gedetineerden
binnen het gevangeniswezen?
Antwoord:
Dit is onbekend. Zie het antwoord op vraag 79.
Vraag (86):
Hoeveel transgender gedetineerden ontvangen medische zorg gerelateerd aan gendertransitie
tijdens detentie?
Antwoord:
Dit is onbekend. Zie het antwoord op vraag 79.
Vraag (87):
Hoeveel incidenten (zoals geweld of intimidatie) waarbij transgender gedetineerden
betrokken zijn, worden jaarlijks geregistreerd?
Antwoord:
Dit is onbekend. Zie het antwoord op vraag 79.
Vraag (88):
Wat is het recidivepercentage onder transgender gedetineerden vergeleken met de totale
populatie?
Antwoord:
Dit is niet bekend. DJI registreert niet of iemand transgender is. Daartoe bestaat
geen verplichting en geen noodzaak en personen hoeven dit niet te melden.
Vraag (89):
Wat is de stand van zaken omtrent het verbod op merkkleding in detentie?
Antwoord:
In juni 2024 is de Kamer geïnformeerd dat in de modelhuisregels een algeheel verbod
zal worden opgenomen op kleding en schoenen die genoemd worden op de lijst met niet
toegestane merken of die een waarde hebben van boven de € 500,– per stuk/per paar.
Het uitsluiten van merken blijkt echter praktisch niet uitvoerbaar te zijn. De verwachting
is dat gedetineerden zullen wisselen van merk. Hierdoor zou een dergelijke lijst met
niet toegestane merken snel achterhaald zijn en keer op keer herzien dienen te worden.
Om te voorkomen dat dure (merk) kleding wordt ingezet voor een handeling (zoals ongewenste
ruil, handel en afpersing) zal daarom een algeheel verbod op kleding en schoenen worden
ingevoerd die een waarde hebben van boven de € 250,– per stuk/per paar. Dit verbod
is in de nieuwe Regeling model huisregels AIT neergelegd en de reeds bestaande Regeling
model huisregels EBI is hierop aangepast. Deze regelingen zijn op 1 november 2025
in werking getreden gelijktijdig met de maatregelen uit de penitentiaire beginselenwet.
De verwachting is dat de overige huisregels penitentiaire inrichtingen in september
2026 hier op zal zijn aangepast zodat het verbod geldt in alle penitentiaire inrichtingen.
Vraag (90):
Hoeveel geld wordt er besteed aan (wetenschappelijke) onderzoeken?
Antwoord:
Bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) worden er veel verschillende
onderzoeken gedaan door zowel het bestuursdepartement als de uitvoeringsorganisaties.
Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) is het onafhankelijke kennisinstituut
van JenV dat wetenschappelijk onderzoek uitvoert, in 2025 waren de totale uitgaven
van het WODC ca. 14,7 miljoen euro. Vanuit het bestuursdepartement wordt er beleidsonderzoek
gedaan, denk hierbij aan advisering van nieuw beleid, dan wel bijstelling van bestaand
beleid, hieraan werd in 2025 ca. 11,5 miljoen euro besteed.
Daarnaast wordt er ook veel onderzoeken gedaan in het primaire proces, zoals het forensisch
onderzoek, onderzoek in strafzaken en onderzoek naar delinquenten. De administratie
is niet geënt op het filteren op de uitgaven aan onderzoek in het primaire proces.
Vraag (91):
Hoeveel geld wordt er vanaf 2010 jaarlijks uitgegeven ter preventie van terrorisme
in Nederland? Graag uitgesplitst naar kosten van observaties, opsporingen, etc.? Hoeveel
fte houdt zich bezig preventie van terrorisme uit verschillende dreigingsgroepen (linksextremisten,
rechts-extremisten, jihadisme, etc.)? Graag uitgesplitst op een zo gedetailleerd als
mogelijk niveau.
Antwoord:
De aanhoudende terroristische dreiging is complex en veranderlijk, waardoor terrorismebestrijding
een belangrijk aandachtspunt blijft voor het kabinet. De veranderlijke dreiging maakt
dat het kabinet een strategie hanteert waarbij flexibel wordt ingespeeld op onderkende
en nieuwe dreigingen. Een breed scala van ketenpartners, binnen en buiten het Ministerie
van Justitie en Veiligheid, is hierbij betrokken en verantwoordelijk voor de eigen
inzet. De betrokken ketenpartners zijn daarmee ook verantwoordelijk voor de besteding
van hun eigen middelen.
Gelet op de gedifferentieerde verantwoordelijkheid is een dergelijk centraal overzicht
niet beschikbaar en maakt het ook niet mogelijk om daarover te rapporteren. De NCTV
vervult binnen de aanpak terrorismebestrijding een coördinerende rol en beoogt de
doelstellingen uit de Nationale Contraterrorisme Strategie te bewerkstelligen door
trends te signaleren, middelen over de ketenpartners te verdelen en hen te bewegen
deze doeltreffend in te zetten.
Vraag (92):
Hoeveel geld en politie-fte is ingezet met betrekking tot acties van Extinction Rebellion
en pro-Palestijnse demonstraties, waaronder bijv. ook de Rode Lijn? Kunt u een overzicht
geven van het aantal fte dat hiervoor is opgeofferd en bij welke gebieden deze fte’s
zijn weggehaald? Graag een overzicht vanaf 2010.
Antwoord:
De politie berekent niet per inzet wat de gemaakte kosten zijn. Dit wordt dan ook
niet geregistreerd en is niet te achterhalen. Hetzelfde geldt voor de fte inzet per
demonstratie van een specifieke organisatie.
Vraag (93):
Zijn er gegevens bekend over het veiligheidsgevoel van politieagenten per regio en
zijn er gegevens over dit gevoel van boa’s?
Antwoord:
Er is geen systematische en wetenschappelijke verzameling van gegevens over het veiligheidsgevoel
van politieagenten en boa’s bekend. Wel is er een studie naar door politieagenten
ervaren dreiging vanuit de georganiseerde criminaliteit: S. Mehlbaum, J. Broekhuizen, K. van den Akker (2024). Ongekend. Een onderzoek naar
de impact van dreiging vanuit georganiseerde criminaliteit op politiewerk. Politie&Wetenschap.
Vraag (94):
Welke middelen binnen deze begroting worden ingezet voor de aanpak van geweld tegen
vrouwen?
Antwoord:
Op de JenV-begroting wordt in het jaar 2026 circa 9 miljoen euro ingezet voor de aanpak
van geweld tegen vrouwen vanuit het begrotingsartikel 34.5.
Vraag (95):
Op welke begrotingsartikelen staan de middelen die worden ingezet voor de aanpak van
huiselijk geweld en femicide?
Antwoord:
De beleidsmiddelen die specifiek zijn gericht op de aanpak van huiselijk geweld en
femicide staan op begrotingsartikel 34.5. Veiligheid Jeugd.
Vraag (96):
Welke middelen binnen deze begroting worden ingezet voor bescherming van slachtoffers
van huiselijk geweld, zoals contactverboden, monitoring of ondersteuning?
Antwoord:
Op de begroting van het Ministerie van JenV wordt in 2026 voor beleid op het terrein
van bescherming van slachtoffers van huiselijk geweld circa 9 miljoen euro ingezet.
Daarnaast besteden ook verschillende uitvoerende organisaties middelen op dit terrein,
zoals Politie en Slachtofferhulp Nederland.
Vraag (97):
Wat is de oorzaak van de verdere vertraging in de oplevering van het Justitieel Complex
Vlissingen? Wat zijn hiervan de gevolgen en waarom is deze vertraging nu pas via de
voorjaarsnota aan de Kamer gemeld?
Antwoord:
Er is geen sprake van een verdere vertraging. De ontwikkeling van het JCV verloopt
volgens planning. De periode van september 2024 tot en met 2026 staat in het teken
van het ontwerpen van het JCV, waarna de bouw start. In 2025 is het schetsontwerp
opgeleverd, dit ontwerp wordt dit jaar vastgesteld. De planning is dat het complex
in 2030 in gebruik wordt genomen.3 In de voorjaarsnota is een kasschuif opgenomen. Deze ziet op het doorbelasten van
de kosten middels een jaarlijkse gebruiksvergoeding door het Rijksvastgoedbedrijf
aan de Dienst Justitiële Inrichtingen en de Raad voor de Rechtspraak op het moment
van ingebruikname.
Vraag (98):
Hoeveel geld is er tekort bij DJI tussen 2026 en 2030? Graag een splitsing per jaar
en per post waar tekorten op zijn.
Antwoord:
Voor het tekort bij DJI in de komende jaren verwijst SJenV u graag naar op 19 december
2025 gestuurde brief met het rapport «Langdurige schaarste capaciteit gevangeniswezen,
beleidsverkenning naar maatregelen en scenario’s» (TK, vergaderjaar 2025–2026, 24 587, nr. 1086). In het aangekondigde actieplan informeert de Staatssecretaris u nader over mogelijk
maatregelen
Vraag (99):
Welke specifieke posten worden geraakt door de efficiencytaakstelling?
Antwoord:
De efficiencytaakstelling is rijksbreed verdeeld naar rato van de apparaatsuitgaven
per departement en uitvoering, waarbij een aantal diensten is uitgezonderd. Deze zijn
benoemd in het coalitieakkoord. Voor de JenV-begroting zitten de apparaatsbudgetten
van de volgende organisatie(s/-onderdelen) in de grondslag: Bureau Financieel Toezicht,
Autoriteit Persoonsgegevens, Nationaal Register Gerechtelijke Deskundigen, Nederlands
Forensisch Instituut, Justid, Justis, Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch
Materiaal, Raad voor de Kinderbescherming, Centraal Justitieel Incassobureau, Commissie
Schadefonds Geweldsmisdrijven, Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen, Nederlands
Instituut Publieke Veiligheid, Onderzoeksraad Voor Veiligheid, Kerndepartement en
de budgetten voor de Shared Service Organisaties.
Vraag (100):
Welke specifieke posten worden geraakt door de additionele efficiencytaakstelling?
Antwoord:
Er is in het Coalitieakkoord één efficiencytaakstelling opgelegd (rijksbreed bijna
400 miljoen structureel). Hiervan is structureel ruim 22 miljoen euro op de JenV-begroting
ingeboekt. Daarnaast is er een taakstelling Vernieuwing Rijksdienst opgelegd van rijksbreed
1 miljard structureel. Hiervan is structureel 64 miljoen euro op de JenV-begroting
ingeboekt. Deze is op dezelfde wijze verdeeld als de efficiencytaakstelling. De taakstelling
Vernieuwing Rijksdienst is ook van toepassing op de posten die in het antwoord op
vraag 99 worden genoemd zijn.
Vraag (101):
Welke specifieke posten worden geraakt door de bezuiniging op subsidiebudgetten?
Antwoord:
De taakstelling op de subsidies is rijksbreed verdeeld naar rato van de subsidie-uitgaven
per departement. Hierop zijn geen uitzonderingen gemaakt. Voor de JenV-begroting raakt
deze taakstelling de volgende subsidiebudgetten: Opsporing, Stichting Arbeidsmarkt
en Opleidingsfonds Politie, Stichting Geschillencommissies Consumentzaken, Juridisch
Loket, Rechtspleging, Wetgeving, Perspectief Herstelbemiddeling, Centrum voor Criminaliteitspreventie
en Veiligheid, Platform Veilig Ondernemen, Aanpak criminaliteitsfenomenen, Intra-
en extramurale sanctie uitvoering, Stichting Reclassering Caribisch Nederland (BES),
Jeugdbescherming en jeugdsancties, Nederlands Rode Kruis, Korpora en de diverse overige
subsidiebudgetten op de verschillende beleidsartikelen.
Vraag (102):
Welke risico’s liggen er met betrekking op de uitvoering door de verschillende taakstellingen?
Antwoord:
Zoals in het coalitieakkoord benoemd zet dit kabinet in op vernieuwing van de Rijksdienst
onder coördinatie van de Minister van BZK. Er zullen maatregelen genomen dienen te
worden die ertoe leiden dat de overheid, waaronder ook de uitvoering, efficiënter
en effectiever kan werken.
Vraag (103):
Kunt u ingaan op de uitwerking van amendement-Coenradie (Kamerstuk 36 800 VI, nr. 128) over de extra middelen voor DJI-capaciteit? Hoe gaat u dit amendement uitvoeren,
en op welke manier wordt de dekking ingevuld wat betreft de verhoging van griffierechten
bij grote vorderingen?
Antwoord:
De uitvoering van dit amendement wordt op dit moment nog nader uitgewerkt.
Vraag (104):
Kan worden aangegeven welke stappen er in 2025 en tot nu toe in 2026 zijn gezet om
het wetsvoorstel zelfstandig strafbaarstelling van zelfbevrijding uit een justitiële
inrichting en tijdens verlof en onttrekken aan elektronisch toezicht verder te brengen?
Wanneer kan het wetsvoorstel bij de Kamer worden ingediend?
Antwoord:
Dit wetsvoorstel is sinds 19 september 2025 in consultatie gegaan. De consultatieadviezen
en de bevindingen van de uitvoeringstoetsen worden momenteel verwerkt. Na deze verwerking
kan de volgende stap in het wetgevingsproces worden gezet; dat wil zeggen het vragen
van advies aan de Raad van State.
Vraag (105):
Kunt u bevestigen dat de bouw van het Justitieel Complex Vlissingen in 2029 wordt
afgerond en dat in 2030 de eerste gevangenen in het complex worden gehuisvest?
Antwoord:
De bouw verloopt volgens de huidige informatie volgens planning.
Vraag (106):
Wanneer ontvangt de Kamer het bestedingsplan conform de werkwijze Beleidskeuzes uitgelegd
(CW3.1) voor de middelen uit het Coalitieakkoord voor DJI?
Antwoord:
Voor het zomerreces ontvangt de Kamer een voorstel over de bestemming van deze coalitie
akkoordmiddelen via het actieplan sanctie capaciteit.
Vraag (107):
Kunt u de investeringen in ICT in deze eerste suppletoire begroting toelichten? Hoeveel
gaat er naar de ICT-problematiek van het OM in 2026? Hoeveel gaat er als gevolg van
deze suppletoire begroting naar de ICT-problematiek van het OM in latere jaren?
Antwoord:
De investeringen in ICT staan vermeld in tabel 1 in de 1e suppletoire begroting. Aan
de precieze verdeling van de middelen zoals genoemd onder nr. 19 wordt nog gewerkt,
daarover zult u op een volgend budgettair besluitvormingsmoment worden geïnformeerd.
Het OM heeft aangegeven in 2026 naar verwachting geen extra middelen nodig te hebben
voor de ICT-problematiek. Volgens het OM zijn extra middelen vanaf 2027 nodig. In
het coalitieakkoord is er structureel € 50 miljoen vrijgemaakt voor de ICT-problematiek
bij het OM.
Vraag (108):
Waar zijn de € 129 miljoen gereserveerde middelen uit 2026 voor bestemd die met een
kasschuif worden verschoven naar 2029 en 2030? Waarom schuiven deze middelen naar
2029 en 2030?
Antwoord:
De gereserveerde middelen worden naar 2029 en 2030 geschoven om de reeks in een passender
ritme te zetten. Over de inzet van deze middelen zal ik uw kamer bij een later moment
informeren.
Vraag (109):
Wat is de vermoedelijke totale omvang van het Nederlandse criminele vermogen? Hoeveel
procent wordt daarvan afgepakt? Wat zijn de te verwachten opbrengsten uit het ontnemen
van wederrechtelijk verkregen voordeel als met de implementatie van de EU Confiscatierichtlijn
de mogelijkheid wordt geboden om ook zonder veroordelend strafvonnis criminele vermogens
af te pakken?
Antwoord:
Op basis van cijfers uit de wetenschap wordt aangehouden dat er jaarlijks € 16 miljard
aan crimineel geld het legale circuit in wordt gesluisd. Waarbij het overgrote deel
van het witwasgeld afkomstig zou zijn uit andere landen. Binnen de wetenschap zijn
er kritische kanttekeningen geplaatst bij deze cijfers, maar dat het om enorme grote
bedragen gaat, staat buiten kijf. Daarom blijft het kabinet ambitieus inzetten op
het afpakken van wederrechtelijk verkregen voordeel via de beslagdoelstellingen van
de politie en bijzondere opsporingsdiensten. Zodra beslag gelegd is op crimineel vermogen,
kunnen criminelen niet meer over het criminele vermogen beschikken. Het leggen van
beslag heeft daarmee direct impact, en niet pas nadat de soms jarenlang durende juridische
procedures voor het definitief afpakken van het vermogen zijn afgerond. De meest recente
beslagcijfers zijn die van 2024, waarin in totaal 410 miljoen euro aan crimineel vermogen
in beslag is genomen. Dit komt neer op 2,5% van de vermoedelijk totale omvang. Met
de implementatie van de Confiscatierichtlijn kunnen we ook crimineel vermogen afpakken
zonder voorafgaande veroordeling voor een strafbaar feit. Hiermee is het niet langer
nodig om de soms jarenlang durende juridische procedures voor het definitief afpakken
van het crimineel verkregen vermogen te doorlopen. De mate waarin dit een bijdrage
zal gaan leveren aan een verhoging van de beslagcijfers wordt gaandeweg inzichtelijk
en tussentijds gemonitord.
Het bedrag dat in de begroting van JenV is opgenomen betreft het incassoresultaat
als sluitstuk van het afpakproces. De incassoresultaten zijn niet representatief voor
de jaarlijkse inspanningen op afpakken. Zo zit er veel tijd tussen het moment van
beslag leggen en het incasseren van de gelden door het CJIB. Anderzijds vloeit slechts
een deel van het afgepakte geld naar de algemene middelen van de staat. Waar mogelijk
wordt afgepakt crimineel vermogen gebruikt om slachtoffers en benadeelden te compenseren.
Pas als dat niet nodig of mogelijk is, dan belandt het in de algemene middelen van
de staat onder de noemer strafrechtelijk afpakken.
Vraag (110):
Hoeveel boeten en transacties zijn er per jaar de afgelopen tien jaar uitgeschreven?
Hoeveel aanmaningen zijn hierop gevolgd en ten belope van welke bedragen?
Antwoord:
Gemiddeld stroomden er bij het CJIB de afgelopen 10 jaar jaarlijks 8,7 miljoen boetes
en transacties in.
Het aantal opgelegde aanmaningen betreft gemiddeld jaarlijks 1,8 miljoen, waarbij
het om een gemiddeld bedrag van € 173 miljoen per jaar gaat.
Vraag (111):
Waarom kan niet worden geanticipeerd op de benodigde vervanging van flitspalen en
trajectcontroles, met als gevolg dat de inkomsten uit boetes en transacties de komende
jaren lager moeten worden geraamd?
Antwoord:
Het effect van het onderhoud en vervanging/uitbreiding van flitspalen en trajectcontroles
wordt meegenomen in de raming. Dit wordt jaarlijks geactualiseerd naar de meest recente
inzichten, waarbij rekening wordt gehouden met eventuele vertragingen of wijzigingen
in het beheer.
Vraag (112):
Hoe wordt uitvoering gegeven aan de aangenomen motie-Teunissen over de pakkans van
mensen die betrokken zijn bij dierenmishandeling vergroten (Kamerstuk 36 800 VI, nr. 113)?
Antwoord:
Op dit moment wordt samen met het Openbaar Ministerie, de NVWA, de LID en de politie
bekeken op welke manier er optimaal uitvoering kan worden gegeven aan deze motie.
De uitvoering moet gedaan worden binnen de bestaande kaders en middelen. Ik verwacht
uw Kamer rond de zomer nader te kunnen informeren.
Vraag (113):
Wat is de status van de nieuwe koers politiehonden, welk deel van de honden wordt
met deze methode getraind en hoe ziet dit er in de praktijk concreet uit?
Antwoord:
De Koers Politiehonden is het programma dat tot doel heeft de verwerving en inzet
van politiehonden en opleiding en toetsing van hondengeleiders verder te professionaliseren.
Het is gericht op alle honden die in dienst zijn bij de politie (surveillancehonden,
speurhonden en specialistische honden).
De politie is momenteel bezig om – in samenspraak met de werkvloer – een nieuw leertraject
voor hond en geleider in te richten. Daarnaast worden thema’s als vakontwikkeling,
organisatieontwikkeling, innovatie, expertise, kennis en onderzoek beter geborgd binnen
de organisatie. Verder is er binnen de koers veel aandacht voor het verbeteren van
de verwerving van honden, dierenwelzijn (onder andere via de samenwerking met Hogeschool
Aeres die onderzoek doet naar een duurzame diensthond) en een efficiëntere bedrijfsvoering.
Ook wordt samen met onder meer JenV het juridisch kader rondom politiehonden kritisch
onder de loep genomen. Het is de bedoeling dat de genoemde processen uiterlijk 2027
geborgd en toegepast zijn binnen de relevante politieonderdelen.
Vraag (114):
Hoeveel dienstongevallen met het label «diensthond» zijn de afgelopen vijf jaar, uitgesplitst
naar jaar, bij de politie geregistreerd?
Antwoord:
De aantallen meldingen van arbeidsongevallen met het label «diensthond» zijn als volgt:
2021: 37
2022: 51
2023: 47
2024: 62
2025: 70
Vraag (115):
Hoeveel gesprekken zijn de afgelopen drie jaar met de Koninklijke Nederlandse politiehond
Vereniging gevoerd, uitgesplitst naar jaar? Waar gingen deze gesprekken over en wat
waren de uitkomsten?
Antwoord:
In mei 2023 heeft het laatste overleg plaatsgevonden tussen de politie en het hoofdbestuur
van de KNPV. Daarbij is onder meer gesproken over de stand van zaken van de Koers
Politiehonden, de ontwikkelingen op het gebied van verwerven van honden en aanpassingen
in het keuringsreglement in verband met de richtlijn «aangelijnd werken». Afgesproken
is dat men elkaar op de hoogte zou houden van relevante ontwikkelingen
Vraag (116):
Wanneer kunnen de uitkomsten van de evaluatie naar geweldsmiddelen bij de politie,
waaronder de inzet van politiehonden, worden verwacht? Door wie wordt deze evaluatie
uitgevoerd?
Antwoord:
De evaluatie wordt uitgevoerd door de Politieacademie. Dit onderzoek heeft vertraging
opgelopen en wordt naar verwachting in de zomer van 2027 afgerond.
Vraag (117):
Hoe wordt de investering in de toegang tot het recht uitgesplitst? In welke programma’s,
organisaties en potjes wordt geïnvesteerd?
Antwoord:
In grote lijnen worden de middelen voor «toegang tot het recht» in 2025–2026 onder
andere ingezet langs de volgende zes sporen:
1. Digitale toegang en gebruiksgemak: vereenvoudiging van online dienstverlening en formulieren.
2. Ketenbrede klantbeleving: beter zicht op de totale route van rechtzoekenden en gezamenlijke
verbeteringen in de keten.
3. Eerstelijns sociaaljuridische ondersteuning: professionalisering en opbouw van een
landelijk dekkend netwerk, zonder nieuwe loketten toe te voegen.
4. Publieksinformatie en transparantie: betere vindbaarheid en duiding van juridische
informatie en uitspraken.
5. Onderzoek en vernieuwing: evidence-based ontwikkeling, o.a. rond alternatieve geschilbeslechting.
6. Regionale verbreding: pilot mediation in strafzaken in Caribisch Nederland.
Deze lijst is nog niet definitief. In overleg met partners wordt bezien wat haalbaar
en realistisch is binnen het beschikbare kader. Hierbij wordt nauw samengewerkt met
ketenpartners.
Vraag (118):
Kunt u per begrotingsartikel aangeven waaraan de uitgaven besteed worden die bestuurlijk
gebonden en beleidsmatig gereserveerd zijn?
Antwoord:
In onderstaande tabel is per begrotingsartikel weergegeven waaraan de uitgaven die
bestuurlijk gebonden en beleidsmatig gereserveerd zijn besteed worden. De juridisch
verplichte uitgaven (ca. 95% van de begroting) zijn in deze tabel niet meegenomen.
Tabel Justitie en veiligheid uitgaven bestuurlijk gebonden en beleidsmatig gereserveerd
(bedragen x € 1 mln.)
Justitie en Veiligheid uitgaven bestuurlijk gebonden en beleidsmatig gereserveerd
Uitgaven bestuurlijk gebonden
Uitgaven beleidsmatig gereserveerd
31. Politie
129
Bijdrage ZBO’s/RWT’s: Politie
100
Bijdrage ZBO’s/RWT’s: Programma NMKC
29
32. Rechtspleging en rechtsbijstand
629
Bijdrage medeoverheden: Caribisch deel van het Koninkrijk (BES)
15
Bijdrage ZBO’s/RWT’s: College voor de Rechten van de Mens
13
Bijdrage ZBO’s/RWT’s: Nationaal Register Gerechtelijke Deskundigen
2
Opdrachten: Mediation in Strafrecht
2
Opdrachten: Overig
8
Opdrachten: Toevoegingen rechtsbijstand
572
Opdrachten: Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen
7
Subsidies: Overig
9
33. Veiligheid en criminaliteitsbestrijding
186
8
Bijdrage Agentschappen: Dienst Justis
32
Bijdrage medeoverheden: Overig
9
Opdrachten: Bewaring, verkoop en vernietiging inbeslaggenomen voorwerpen
21
Opdrachten: Gerechtskosten
44
Opdrachten: Onrechtmatige Detentie
7
Opdrachten: Overig
33
Opdrachten: Schadeloosstellingen
24
Opdrachten: Verkeershandhaving OM
9
8
Subsidies: Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)
1
Subsidies: Overig
6
34. Straffen en beschermen
11
28
Bijdrage medeoverheden: Aanpak criminaliteitsfenomenen
–
10
Opdrachten: Aanpak criminaliteitsfenomenen
–
5
Opdrachten: Intra- en extramurale sanctie uitvoering
6
3
Opdrachten: Jeugdbescherming en jeugdsancties
1
1
Opdrachten: Overig
–
1
Subsidies: Intra- en extramurale sanctie uitvoering
2
3
Subsidies: Subsidies jeugdbescherming en jeugdsancties
2
5
36. Contraterrorisme en nationaal veiligheidsbeleid
120
8
Bijdrage Agentschappen: Overig
2
Bijdrage medeoverheden: Bewaken en Beveiligen
55
Bijdrage medeoverheden: Brede Doeluitkering Rampenbestrijding
1
Bijdrage medeoverheden: Overig
34
Bijdrage ZBO’s/RWT’s: Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV)
4
Bijdrage ZBO’s/RWT’s: Onderzoeksraad voor Veiligheid
18
Opdrachten: NCSC
1
Opdrachten: Overig
2
8
Subsidies: Overig
2
Totaal
1.075
44
Vraag (119):
Wat is de stand van zaken van de wetgeving rondom de confiscatie van crimineel verdiend
vermogen zonder voorafgaande veroordeling?
Antwoord:
Het wetsvoorstel voor de implementatie van de confiscatierichtlijn is aanhangig gemaakt
bij de Raad van State voor een adviesaanvraag. Het streven is om het wetsvoorstel
in de zomer van 2026 aan de Tweede Kamer aan te bieden.
Vraag (120):
Wat is de reden van de tegenvallende opbrengsten van het afpakken van crimineel verdiend
vermogen?
Antwoord:
De raming voor afpakken is al enige jaren niet meer representatief voor de hoogte
van de ontvangsten op strafrechtelijke afpakken. In de begroting van 2026 is de geraamde
opbrengst uit strafrechtelijk afpakken geschat op circa 384 miljoen euro. Deze raming
is onder andere gebaseerd op in het verleden behaalde opbrengsten uit grote schikkingen
met banken. De realisaties zijn de afgelopen jaren lager geweest dan geraamd, vooral
vanwege het ontbreken van dergelijke grote schikkingen. In de Voorjaarsnotabesluitvorming
is besloten de raming bij te stellen om meer recht te doen aan de realistisch gezien
te verwachten ontvangsten op strafrechtelijk afpakken.
Vraag (121):
Kunt u toelichten waarom het ondermijningsbudget naar beneden wordt bijgesteld vanwege
te verwachten onderuitputting?
Antwoord:
Het ondermijningsbudget wordt voor drie jaar omlaag bijgesteld met € 15 miljoen per
jaar om de verwachte ruimte door onderuitputting in te kunnen zetten ter dekking van
problematiek op andere posten van de begroting van JenV. Gezien de onderuitputting
van de afgelopen jaren is de verwachting dat er ook de komende drie jaren op het totale
budget van meer dan € 800 miljoen per jaar een onderuitputting van € 15 miljoen per
jaar zal zijn. Mocht het ondermijningsbudget de komende drie jaar toch in de knel
komen door deze bijstelling dan zal binnen de begroting van JenV naar oplossingen
worden gezocht.
Vraag (122):
Hoe vaak is in 2025 en 2026 een zelfstandig houdverbod opgelegd en hoe vaak een levenslang
houdverbod, met een uitsplitsing naar sectoren veehouderij, gezelschapsdieren en overig?
Antwoord:
Door de rechtbank is het zelfstandig houdverbod in 2025 in 75 zaken en in het eerste
kwartaal van 2026 in 25 zaken als maatregel opgelegd. Het betrof in 2025 in minder
dan 10 zaken een levenslang houdverbod, in het eerste kwartaal van 2026 is geen levenslang
houdverbod opgelegd. Een uitsplitsing naar sector is in de voor de Rechtspraak beschikbare
managementinformatiesystemen niet te maken.
Vraag (123):
Klopt het dat de neerwaartse bijstelling op afpakken niet veroorzaakt wordt door lagere
afpakopbrengsten uit het criminele circuit? Kunt u toelichten hoe deze opbrengsten
gerealiseerd gaan worden?
Antwoord:
Ja, dat klopt. De raming voor afpakken is al enige jaren niet meer representatief
voor de hoogte van de structurele ontvangsten op strafrechtelijke afpakken. De hoogte
van de raming is destijds opgesteld op basis van in het verleden behaalde opbrengsten
uit een aantal grote schikkingen met banken. De afgelopen jaren hebben zich geen grote
schikkingen meer voorgedaan.
Op het afpakken van crimineel vermogen wordt gestuurd via de beslagdoelstellingen
en met een steeds hogere ambitie. In het Strategisch programma criminele geldstromen
2024–2028 van opsporing en vervolging staan de beslagdoelstellingen van de politie
en de bijzondere opsporingsdiensten opgenomen. De beslagdoelstellingen van de politie
lopen op van € 190 miljoen in 2023 naar € 220 miljoen in 2026. Ook met de bijzondere
opsporingsdiensten zijn kwalitatieve en kwantitatieve afspraken gemaakt over het thema
«criminele geldstromen/afpakken en beslag», toenemend van € 91,6 miljoen in 2023 tot
€ 118 miljoen in 2027. Hierbij wordt het belang onderkend dat al in een vroeg stadium
wordt gekeken naar het afpakpotentieel van een zaak en dat specialisten tijdig worden
betrokken. Om die reden is er in de Veiligheidsagenda van de Politie 2023–2026 afgesproken
dat er een financiële paragraaf wordt opgenomen in elke ondermijningszaak van de politie,
waarvoor een landelijke standaard wordt ontwikkeld. Bovendien wordt het wettelijk
instrumentarium voor afpakken uitgebreid met de implementatie van de confiscatierichtlijn
(via de maatregel confiscatie zonder voorafgaande veroordeling en de maatregel vervallenverklaring
aan de staat) en worden de mogelijkheden van de internationale gegevensdeling voor
het traceren van crimineel vermogen eenvoudiger en sneller gemaakt. Ook wordt ingezet
op versterking van de samenwerking met derde landen voor het afpakken van crimineel
vermogen, onder andere met de Verenigde Arabische Emiraten, Turkije, Marokko. Dit
doe we om ook transnationaal een vuist te kunnen maken tegen georganiseerde criminaliteit
en te voorkomen dat crimineel geld in derde landen wordt geïnvesteerd en witgewassen.
Vraag (124):
Kunt u toelichten waarom het realistisch is de raming voor opbrengsten uit boeten
en transacties jaarlijks te verlagen als deze opbrengsten de afgelopen jaren geen
voor de Kamer zichtbare structurele onderschatting hebben laten zien?
Antwoord:
De raming wordt niet jaarlijks verlaagd, maar herijkt. Op basis van de realisatie
van de afgelopen jaren en het nieuwe prijspeil, wordt een raming opgesteld voor de
opbrengsten uit boeten en transacties. Het effect van het onderhoud en vervanging/uitbreiding
van flitspalen en trajectcontroles wordt meegenomen in de raming. Dit wordt jaarlijks
geactualiseerd naar de meest recente inzichten, waarbij rekening wordt gehouden met
eventuele vertragingen of wijzigingen in het beheer. Het is niet zo dat de raming
van de afgelopen jaren telkens in de realisatie weer geen onderschatting liet zien.
Zo zijn de begrotingen en realisaties als volgt geweest:
2020
2021
2022
2023
2024
ontwerpbegroting
964.807
964.807
964.807
961.807
963.738
Jaarverslag
747.224
1.085.775
781.636
873.909
929.866
Vraag (125):
Hoe worden de middelen bestemd voor de cellencapaciteit ingezet? Graag een uitsplitsing
per project wat al bekend is voor de periode 2026–2031.
Antwoord:
Voor het zomerreces ontvangt de Kamer een voorstel over de bestemming van de middelen
uit het coalitieakkoord en het amendement Coenradie via het actieplan sanctietoepassing.
Vraag (126):
Welke argumentatie ligt ten grondslag voor het bezuinigen op de Raad voor de Kinderbescherming
en niet op een ander departement?
Antwoord:
Zie hiervoor het antwoord op vraag 99 en 100. Buiten de in het coalitieakkoord genoemde
uitzonderingen zijn er geen uitzonderingen gemaakt. De Raad voor de Kinderbescherming
wordt niet als uitzondering genoemd en zit om die reden in de rijksbrede grondslag.
Vraag (127):
Is in kaart gebracht wat de effecten zullen zijn van de bezuinigingen op de Raad voor
de Kinderbescherming?
Antwoord:
– Bij de Raad voor de Kinderbescherming is voor de komende jaren een taakstelling ingeboekt
die voortvloeit uit het Coalitieakkoord.
– Momenteel wordt in kaart gebracht welke consequenties dit heeft voor de uitvoering
van de taken van de Raad voor de Kinderbescherming.
– Er wordt daarbij gekeken naar besparingsmogelijkheden op het gebied van de bedrijfsvoering
en het optimaliseren van het primair proces, naar de inzet van nieuwe technologie
en de voorstellen die voortkomen uit de Taskforce Slagvaarfdige overheid. Mocht dit
onvoldoende opleveren, dan wordt ook gekeken of bepaalde (wettelijke) taken nog wel
bij de Raad voor de Kinderbescherming kunnen blijven.
Vraag (128):
Waar wordt de € 10 miljoen voor extra DJI-capaciteit als gevolg van het amendement-Coenradie
c.s. (Kamerstuk 36 800 VI, nr. 128) precies aan besteed?
Antwoord:
De uitvoering van dit amendement wordt op dit moment nog nader uitgewerkt.
Vraag (129):
Klopt het dat de oplevering van het Justitieel Complex Vlissingen is vertraagd, zo
ja, wat is daarvan de reden en wanneer wordt het Justitieel Complex Vlissingen geopend?
Druist dit in tegen de toezegging dat de gevangenis in 2030 operationeel is?
Antwoord:
Er is geen sprake van een (verdere) vertraging van de oplevering van Justitieel Complex
Vlissingen. Zie de beantwoording van vraag 97.
Vraag (130):
In hoeverre is het voorstelbaar dat er inderdaad € 35 miljoen structureel wordt opgehaald
middels wetswijziging verhoging griffierechten voor grote vorderingen?
Antwoord:
Zie het antwoord op vraag 103.
Vraag (131):
Heeft Nederland met de middelen die bij voorjaarsnota extra zijn gereserveerd voor
de huisvesting van Europol voldaan aan de verdragsrechtelijke verplichtingen jegens
Europol of is voorzien dat er de komende jaren nog meer geld bij moet vanuit de JenV-begroting?
Antwoord:
De middelen die nu zijn gereserveerd zijn bestemd om aan de verdragsrechtelijke verplichtingen
op de zeer korte termijn te voldoen. Voor de verplichtingen op middenlange termijn
zijn geen middelen gereserveerd. Voor de lange termijn, waarbij een verdubbeling van
Europol is beoogd, vinden nog gesprekken met de Europese Commissie plaats over de
financiering daarvan.
Vraag (132):
Hoe verhouden de financieringsafspraken die zijn gemaakt met Europol zich tot financieringsafspraken
met andere organisaties die in Nederland zijn gevestigd zoals Eurojust, Interpol,
de Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons (OPCW), Europees Geneesmiddelenbureau
(EMA) en het Europees Octrooi Bureau? Kan voor elk van deze organisaties worden aangegeven
hoe de afspraken met betrekking tot financiering van huisvesting zich verhouden tot
de afspraken die zijn gemaakt met Europol?
Antwoord:
Voor iedere internationale organisatie worden apart afspraken gemaakt. Dit betekent
dat er per organisatie unieke afspraken liggen. De komst van een internationale organisatie
is gezien de economische baten die dit oplevert gewild bij landen. Dat betekent dat
er voor de komst van een internationale organisatie vaak meerdere landen in de race
zijn en dat er een zogeheten «bid book» wordt opgesteld. Huisvesting van de internationale
organisatie is hierin één van de onderdelen. Afhankelijk van de internationale organisatie
en de wens deze in een land binnen te halen, kan dit leiden tot verschillende uitkomsten
op huisvestingsgebied. Dit is bijvoorbeeld te zien voor de Europese agentschappen,
waarbij de huisvestingskosten soms geheel door de EU worden gedragen, soms geheel
door het gastland en alle varianten daartussen.
Ook voor de in Nederland gevestigde internationale organisaties gelden organisatie
specifieke afspraken. Voor het Ministerie van JenV geldt voor Europol dat in de «housing
agreement» met Europol is afgesproken dat Nederland de eigenaarskosten draagt en Europol
de gebruikerskosten. Voor tijdelijke huisvesting kunnen andere afspraken gemaakt worden.
Voor Eurojust geldt dat een procentuele verdeling is gemaakt tussen Eurojust en Nederland.
Zo is voor iedere internationale organisatie een individuele afspraak per departement
gemaakt die bij het desbetreffende verantwoordelijk departement bekend is.
Vraag (133):
Voor hoeveel ambtenaren bij het Ministerie van JenV geldt de nullijn?
Antwoord:
De nullijn geldt voor alle medewerkers die onder de CAO-Rijk vallen. Bij het Ministerie
van Justitie en Veiligheid (JenV) zijn dit de medewerkers die het Bestuursdepartement
werken, en een deel van de medewerkers bij het Openbaar Ministerie (OM) en de Raad
voor de Rechtspraak (Rvdr), en de meeste andere uitvoeringsorganisaties, waaronder
grote agentschappen als DJI en de IND. Dit betrof ca. 51.700 medewerkers in januari
2026. De zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s), rechterlijke macht en de politie vallen
niet onder de CAO-Rijk en kennen geen nullijn.
Vraag (134):
Hoeveel medewerkers bevinden zich in de lagere loonschalen (schaal 1 t/m 6)? Wat is
het aandeel van deze groep binnen de uitvoering (uitvoeringsorganisaties vs. Beleid)?
Antwoord:
Binnen het Ministerie van Justitie en Veiligheid waren er in januari 2026 ca. 13.100
medewerkers die onder de CAO-Rijk vallen met loonschalen 1 t/m 6. Bij de uitvoering
bevinden 32% van de medewerkers zich in loonschalen 1 t/m 6, bij beleid is het aandeel
van deze groep 2%.
Vraag (135):
Welke functies/beroepen vallen voornamelijk binnen de lagere loonschalen (schalen
1 t/m 6)? Wat is de huidige en verwachte personeelskrapte binnen deze functies?
Antwoord:
De functies/beroepen die voornamelijk binnen de loonschalen 1 t/m 6 vallen zijn: (Inrichtings)beveiligers,
Medewerkers Verwerken en Behandelen, Inrichtingswerkers. Deze functies zijn goed voor
86% van de schalen 1 t/m 6. Op de functies (Inrichtings)beveiliger en Medewerkers
Verwerken en Behandelen is de formatie hoger dan de bezetting. De formatie voor de
functie (Inrichtings)beveiliger is 5894 fte en de bezetting 4131 fte. Voor de functie
Medewerker Verwerken en Behandelen is de formatie 2241 fte en de bezetting 2071 fte.
Op deze functies is er dus sprake van personeelskrapte. Er wordt momenteel verwacht
dat deze krapte zich voorlopig voort zal zetten.
Vraag (136):
Zijn er interne analyses of risico-inschattingen gemaakt over de effecten van de nullijn,
bijvoorbeeld op de instroom of uitstroom? Zo ja, kunnen deze worden gedeeld?
Antwoord:
Er zijn vooralsnog geen interne analyses of risico-inschattingen gemaakt door JenV
over de effecten van de nullijn voor zowel uitstroom als instroom. Ook rijksbreed
zijn er geen analyses of risico-inschattingen gemaakt.
Vraag (137):
Hoe rijmt u de afroming van € 5,1 miljoen aan eigen vermogen bij de Justitiële ICT
Organisatie (JIO) met de investeringen die tegelijkertijd worden gedaan bij het JIO?
Waarom zijn de middelen aan eigen vermogen niet tot besteding gekomen als blijkt dat
er ook investeringen nodig zijn?
Antwoord:
De afroming van het surplus eigen vermogen vindt plaats zoals is voorgeschreven in
regeling agentschappen om te voldoen aan de 5% norm. Door te hoge tarieven heeft JIO
meer omzet ontvangen dan verhoudinggewijs is uitgegeven aan kosten. De te hoge tarieven
van JIO zijn hierop aangepast.
Vraag (138):
Kunt u een volledig overzicht verstrekken van de besteding van de circa € 76 miljoen
aan eindejaarsmarge die op de JenV-begroting wordt ingezet, uitgesplitst naar alle
afzonderlijke posten met bijbehorende bedragen?
Antwoord:
De Eindejaarsmarge (EJM) wordt bepaald door de stand van specifieke mee- en tegenvallers
in een jaar. De EJM kent een maximum van 1% van het departementale begrotingstotaal,
die volgens de begrotingsregels meegenomen mag worden naar het volgende begrotingsjaar.
Onderstaande Tabel biedt een overzicht van de besteding van de eindejaarsmarge die
op de JenV-begroting ingezet wordt.
Tabel Overzicht aangenomen amendementen begroting 2026 Justitie en Veiligheid
Eindejaarsmarge Justitie en Veiligheid
Bedrag
(x € 1.000)
Artikel 31
9.309
BOA Hermansmiddelen
2.000
Borging Forensische Geneeskunde
1.100
Forensische opsporing: aanpak drugscriminaliteit
1.309
Handhaving lachgasverbod opiumwet
2.500
Meldpunt 144
2.000
Subsidie NODOV
400
Artikel 32
2.700
CRM i.v.m. uitbreiding taken
300
Toegang tot het Recht
2.400
Artikel 33
30.751
EU-gelden (e-justice/e-evidence)
3.500
Financieringsresultaat Justis
384
Retour gekomen middelen ondermijning CJIB
4.067
Uitgestelde betalingen 2025
20.000
Verstevigen wettelijke grondslag gegevensverwerking
1.000
Vertraging van ICT-toepassingen en Communicatieplan
500
Vertraging subsidiebeschikkingen anti-semitisme
1.300
Artikel 34
11.743
3RO
2.900
Financieringsresultaat Justis
943
Kinderalimentatie BES
2.600
Projectenbudget CJIB
3.300
Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming
2.000
Artikel 36
5.274
Beveiliging internationale organisatie
1.000
NAVO Top
350
Onderzoek TNO
581
Waarschuwingsketen bij luchtdreigingen
500
EJM: Continueren onderhoudssituatie WAS contracten
2.843
Artikel 91
11.395
IB software SOC
600
IB2.0 ivm niet tijdige aanbesteding voor software
700
LIEC versterking IV
625
Programma agressie en geweld (POK/WAU)
294
Programma Toekomst Financiële Administratie (TFA)
309
Vervanging audiovisuele voorzieningen uitwijklocatie
1.000
Uitvoering programma TFA IV 2027–2028
5.400
Verstevigen wettelijke grondslag gegevensverwerking
100
Raad van Voorzitterschap Raad van Europa
2.367
Overig
5.073
Amendement Van Kent
5.073
Eindtotaal
76.245
Vraag (139):
Kunt u de opbouw van de € 156 miljoen voor ICT-problematiek in 2026 verstrekken, uitgesplitst
naar organisatie (JIO, OM en overige), type kosten (beheer, vervanging, nieuwe systemen,
inhuur) en afzonderlijke projecten?
Antwoord:
De € 156 miljoen wordt over een aantal jaar verspreid ingezet. 17 miljoen wordt ingezet
voor compartimentering bij JIO, die ICT-dienstverlening doet voor diverse JenV-organisaties.
24,5 miljoen wordt ingezet voor vervanging van het financieel-administratief systeem
dat door AenM- en JenV-organisaties wordt gebruikt. 50 miljoen wordt beschikbaar gesteld
aan het OM in aanvulling op de middelen uit het coalitieakkoord voor versterking van
de ICT (waaronder informatiebeveiliging). De overige aanwending is nog onderwerp van
nadere uitwerking waarbij het kan gaan om vervanging van legacy en verbetering van
cyberweerbaarheid.
Vraag (140):
Kunt u toelichten op basis van welke analyses of evaluaties is geconcludeerd dat de
beschikbaar gestelde ICT-middelen toereikend zijn om de problematiek bij JIO en het
OM op te lossen en welke concrete doelstellingen en prestatie-indicatoren worden gehanteerd
om de voortgang te meten?
Antwoord:
Er is onderzoek geweest bij diverse organisaties om een inschatting te maken van welke
middelen op dit moment nodig zijn. De ICT-inbreuk bij het OM is daar één van de aanleidingen
voor geweest. Ook inbreuken bij andere Rijksorganisaties hebben geleid tot onderzoeken.
Daarnaast is er sprake van systemen in kritiek bedrijfsprocessen die vanwege hun ouderdom
vervangen moeten worden. Het gaat om te veel verschillende systemen en programma’s
in verschillende fasen om hiervoor alle concrete doelstellingen en prestatie-indicatoren
op te kunnen nemen.
Vraag (141):
Hoe ziet de efficiencytaakstelling op de JenV-begroting er concreet uit, waar wordt
precies gesneden en hoe ziet punt 62 «vernieuwing rijksdienst/slagvaardige overheid»
er concreet uit?
Antwoord:
Zie hiervoor het antwoord op vraag 99 en 100.
Vraag (142):
In welke subsidies wordt er op de JenV-begroting precies gesneden?
Antwoord:
Zie hiervoor het antwoord op vraag 101.
Vraag (143):
Kunt u toelichten hoe het grote verschil tussen de geraamde en gerealiseerde opbrengsten
uit het afpakken van crimineel vermogen is ontstaan?
Antwoord:
Zie antwoord op vraag 120.
Vraag (144):
Hoe wordt de onderuitputting op toevoegingen rechtsbijstand verklaard? Heeft dat te
maken met een mogelijk geblokkeerde toegang tot het recht? In hoeverre wordt de inzet
van sociaal raadslieden benut en hoe kan deze nog effectiever worden ingezet om toegang
tot het recht te borgen en te voorkomen dat problemen onnodig escaleren en juridiseren?
Antwoord:
Het budget van de Raad voor Rechtsbijstand wordt begroot aan de hand van onder meer
het aantal toevoegingen van de afgelopen jaren. Het daadwerkelijke aantal toevoegingen
verschilt per jaar.
In het jaarverslag van de Raad voor Rechtsbijstand van 2025 is er ten opzichte van
2024 een afname in de toevoegingen te zien op met name bestuursrecht, asiel en strafrecht.
Dat kan verschillende oorzaken hebben zoals een lagere instroom van asielaanvragen,
minder strafzaken en een meer responsieve overheid.
Nederland kent een breed scala aan eerstelijns voorzieningen die bijdragen aan de
toegang tot het recht, onder andere het Juridisch Loket, rechtswinkels en sociaal
raadslieden. De inzet en effectiviteit van sociaal raadslieden wordt primair op gemeentelijk
niveau beoordeeld.
De toegang tot het recht is een prioriteit van dit kabinet. De afgelopen jaren is
stevig ingezet op de versterking en verbreding van de eerstelijns dienstverlening.
Op lokaal en regionaal niveau wordt meer en nauwer samengewerkt met lokaal georganiseerde
partners zoals sociaal raadslieden. Deze aanpak is inmiddels op verschillende plekken
van grote meerwaarde gebleken en zal de komende jaren worden doorontwikkeld.
Voortvloeiend uit de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK).
Zijn deze middelen door sommige gemeentes in het land aangewend om te investeren in
sociaal raadslieden. Bij het volgende financiële besluitvormingsmoment zal besloten
worden over het continueren van deze middelen vanuit het Rijk.
In dit kader is ten slotte relevant dat Lilian Marijnissen sinds september 2025 actief
is als kwartiermaker landelijke dekkend netwerk sociaaljuridische dienstverlening.
Begin 2027 zal zij haar eindrapportage met aanbevelingen aanbieden. Hierin zal aandacht
zijn voor het brede landschap aan eerstelijns voorzieningen, waaronder ook sociaal
raadslieden.
Vraag (145):
Kunt u aangeven hoe groot de voorraad zelfmelders ten tijde van de beantwoording is?
In hoeveel van deze gevallen dreigt verjaring in verband met het capaciteitsgebrek?
Antwoord:
In de week van 6 april 2026 betreft de voorraad volwassen, mannelijke zelfmelders
2.788 personen. In 2026 dreigen 6 zaken van 3 personen in de zelfmeldvoorraad te verjaren.
Deze personen zijn reeds opgeroepen.
Zoals aangegeven in de Zevende voortgangsrapportage capaciteit DJI van 6 maart 2026
zijn gelet op de problematiek in het gevangeniswezen maatregelen nodig. Indien keuzes
uitblijven, lopen voorraden zelfmelders en arrestanten verder op en kan dat op termijn
leiden tot verjaring.
Vraag (146):
Kunt u aangeven hoe groot het cellentekort is ten tijde van de beantwoording?
Antwoord:
Het tekort aan plekken voor mannelijke gedetineerden in het Huis van bewaring en de
gevangenis (incl. arrestanten) was in maart ca. 460 plekken. Dit tekort wordt momenteel
opgevangen door de capaciteitsmaatregelen. Naar verwachting loopt het tekort vanaf
oktober 2026 verder op, doordat er vanaf dat moment gefaseerd ca. 400 plekken uit
de sterkte gaan in verband met noodzakelijke renovaties.
Door de capaciteitsmaatregelen is een voorraad aan arrestanten en zelfmelders ontstaan.
Om deze voorraad weg te kunnen werken zijn ook cellen nodig, de voorraad is niet meegenomen
in bovenstaande cijfers met betrekking tot de instroom.
Vraag (147):
Kunt u aangeven hoe groot het personeelstekort bij DJI is ten tijde van de beantwoording?
Antwoord:
Binnen DJI is op dit moment sprake van een personeelstekort van circa 1.000 FTE, dit
wordt deels opgevangen door een interne flexibele schil (bewaking) van circa 350fte
en inhuur.
Vraag (148):
Kan meer inzicht worden geboden in de invulling van dit «gemeenschapsfonds» en hoe
middelen worden toegekend? Worden essentiële schakels in de buurt, zoals sociaalwerkorganisaties,
meegenomen bij de uitwerking en invulling van deze maatregel? En hoe worden zij betrokken
bij de implementatie?
Antwoord:
Dit wordt nader uitgewerkt en u wordt hierover geïnformeerd door de Minister van Binnenlandse
Zaken.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
B.J. Eerdmans, voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid -
Mede ondertekenaar
I. van Tilburg, adjunct-griffier
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.