Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag schriftelijk overleg over de Geannoteerde agenda Landbouw- en Visserijraad 27 april 2026 te Luxemburg (Kamerstuk 21501-32-1776)
2026D18843 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur hebben
de onderstaande fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister
van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over de geannoteerde agenda Landbouw-
en Visserijraad 27 april 2026 (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1776).
De voorzitter van de commissie,
Steen
De griffier van de commissie,
Jansma
Inhoudsopgave
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie
II
Antwoord van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
III
Volledige agenda
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
Landbouw- en Visserijraad van 27 april 2026. Deze leden hebben hierover nog enkele
vragen.
Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) na 2027
De leden van de VVD-fractie lezen dat tijdens de Raad een beleidsdiscussie zal plaatsvinden
over de voorstellen voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) na 2027 en dat
Nederland daarbij inzet op een doelgericht GLB, een weerbare en toekomstbestendige
sector en generatievernieuwing. Deze leden constateren dat het achtergronddocument
voor deze beleidsdiscussie nog niet beschikbaar is en vragen het kabinet daarom nader
toe te lichten welke concrete onderwerpen naar verwachting centraal zullen staan tijdens
de bespreking in de Raad en welke prioriteiten Nederland daarbij zal hanteren in de
onderhandelingen.
Inkomenssteun en gevolgen voor de Nederlandse landbouw
De leden van de VVD-fractie lezen dat het voorstel voor het nieuwe GLB onder meer
ziet op een gerichtere inzet van inkomenssteun en dat het beschikbare budget in reële
termen kan dalen ten opzichte van het huidige beleid. Deze leden vragen het kabinet
welke gevolgen het verwacht van deze ontwikkelingen voor de structuur en concurrentiepositie
van de Nederlandse landbouwsector, in het bijzonder voor bedrijven die sterk afhankelijk
zijn van investeringen in innovatie en verduurzaming. Tevens vragen zij in hoeverre
het kabinet verwacht dat de voorgestelde wijzigingen in inkomenssteun gevolgen kunnen
hebben voor de productiecapaciteit en voedselzekerheid binnen de Europese Unie (EU).
Flexibiliteit voor lidstaten en gelijk speelveld
De leden van de VVD-fractie lezen dat het nieuwe GLB mogelijk meer ruimte biedt aan
lidstaten om eigen keuzes te maken bij de inrichting van steunmaatregelen. Deze leden
vragen het kabinet hoe het in de onderhandelingen inzet op het waarborgen van een
gelijk speelveld binnen de EU en welke concrete waarborgen het noodzakelijk acht om
te voorkomen dat verschillen tussen lidstaten leiden tot concurrentieverstoringen
voor Nederlandse boeren en tuinders. Tevens vragen zij hoe het kabinet de uitvoerbaarheid
en administratieve lasten van het nieuwe GLB meeweegt in zijn inzet.
Marktsituatie in de landbouwsector
De leden van de VVD-fractie lezen dat de marktsituatie in de landbouwsector onder
druk staat door geopolitieke ontwikkelingen en stijgende kosten voor energie, transport
en kunstmest, wat leidt tot grotere onzekerheid in de voedselketen. Deze leden vragen
het kabinet hoe het de huidige weerbaarheid van de Nederlandse landbouwsector beoordeelt
en welke risico’s het ziet voor de continuïteit van bedrijven op de middellange termijn
indien deze kostenontwikkelingen aanhouden.
Actieplan Meststoffen
De leden van de VVD-fractie lezen dat de Europese Commissie (EC) werkt aan een Actieplan
Meststoffen dat moet bijdragen aan stabilisatie van de mestmarkt en het vergroten
van de leveringszekerheid. Deze leden vragen het kabinet welke concrete resultaten
het verwacht van dit actieplan op de korte en middellange termijn en hoe het kabinet
zich ervoor inzet dat maatregelen uit dit plan daadwerkelijk bijdragen aan lagere
kosten en grotere leveringszekerheid voor boeren. Verder vragen zij welke kansen de
Minister ziet om het gebruik van organische meststoffen, waaronder dierlijke mest,
beter te benutten om de afhankelijkheid van kunstmest te verminderen. Ziet het kabinet
mogelijkheden voor het gebruik van RENURE als oplossing binnen de Europese meststoffencrisis?
Staatssteun en marktverstoring
De leden van de VVD-fractie lezen dat de EC onderzoekt of lidstaten tijdelijk meer
ruimte kunnen krijgen om boeren te ondersteunen vanwege stijgende kosten. Deze leden
vragen het kabinet hoe het in de onderhandelingen inzet op het voorkomen van concurrentieverstoringen
tussen lidstaten en welke criteria het kabinet hanteert bij de beoordeling van eventuele
nationale steunmaatregelen. Tevens vragen zij in hoeverre het kabinet verwacht dat
deze tijdelijke maatregelen structurele gevolgen kunnen hebben voor het functioneren
van de interne markt.
Strategisch belang van landbouw en duurzaam bosbeheer bij natuurbranden
De leden van de VVD-fractie lezen dat het Cypriotisch voorzitterschap het onderwerp
natuurbranden heeft geagendeerd met het doel om inzichten uit te wisselen over het
strategisch belang van landbouw en duurzaam bosbeheer bij het voorkomen en beperken
van natuurbrandrisico’s. Deze leden vragen het kabinet welke mogelijke nieuwe verplichtingen
of beleidsmaatregelen op Europees niveau worden voorzien naar aanleiding van deze
discussie en welke gevolgen dit kan hebben voor Nederlandse boeren, terreinbeheerders
en andere betrokken partijen. Tevens vragen zij hoe het kabinet zich ervoor inzet
dat eventuele nieuwe maatregelen uitvoerbaar en proportioneel blijven en aansluiten
bij bestaande nationale beleidskaders.
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda
voor de Landbouw- en Visserijraad van 27 april 2026. Over de agenda en enkele visserijgerelateerde
zaken hebben deze leden vragen en opmerkingen.
Gemeenschappelijk Landbouwbeleid
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat er in de Raad wordt gesproken over
de toekomst van het GLB. Deze leden vragen of de agenda voor dit gesprek inmiddels
al bekend is en of deze inmiddels gedeeld kan worden met de Kamer. Het kabinet zal
zich uitspreken voor een doelgericht GLB, een weerbare en toekomstbestendige sector,
leefbaarheid op het platteland, generatievernieuwing en inzet op groene doelen. Kan
het kabinet duidelijk maken welke aanpassingen van het GLB of specifieke maatregelen
het op deze punten aandraagt? Wat bedoelt het kabinet in het bijzonder met «inzet
op groene doelen»? Welke doelen zijn dit en hoe moet het GLB aangepast worden om deze
(sneller) te halen? Deze leden wijzen op artikel 10 van het GLB 2025, waarin EU-lidstaten
wordt gevraagd om te voorzien in initiatieven die ten goede komen aan het klimaat,
milieu, dierenwelzijn, welvaart en duurzaam bosbeheer. Komt een dergelijk artikel
in het herziene GLB en pleit het kabinet voor het uitbreiden van dit artikel?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie verwachten dat de Landbouw- en Visserijraad
deels in het teken zal staan van de situatie in Iran en de gevolgen van de stijgende
brandstofprijzen voor boeren. Deze leden dringen eropaan om publieke middelen aan
te wenden voor maatregelen die zorgen voor structurele verduurzaming van de landbouwsector.
Deze leden lezen dat het kabinet werkt aan een steunpakket, waar «verlichting op het
knellende mestdossier» een onderdeel van is (Telegraaf, 20 april 2026, «Reddingsboei
voor vissers om Iran-oorlog: miljoenensteun en versneld verduurzamen van vloot» (https://www.telegraaf.nl/politiek/reddingsboei-voor-vissers-om-iran-oor…)). Zij vragen in hoeverre dit steunpakket in samenwerking met EU-lidstaten en de
EC is vormgegeven en welke middelen het kabinet hiervoor aanwendt. Welke inbreng levert
het kabinet bij de Raad op dit punt en wat is zijn boodschap richting Europese collega’s?
Zal het kabinet zich inspannen voor maatregelen waarmee met zekerheid te zeggen is
dat deze effectief bijdragen aan het structureel verduurzamen van de landbouw?
Diversen Visserij
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben nog enkele diversenpunten over visserij.
Ten eerste lezen deze leden in de krant dat de regering voornemens is om tientallen
miljoenen («twintig tot dertig miljoen euro») vrij te maken voor de verduurzaming
van de vissersvloot (Telegraaf, 20 april 2026, «Reddingsboei voor vissers om Iran-oorlog:
miljoenensteun en versneld verduurzamen van vloot» (https://www.telegraaf.nl/politiek/reddingsboei-voor-vissers-om-iran-oor…)). Om hoeveel vissers gaat het die in dit pakket steun zouden ontvangen? Op welke
Europese regelingen doet het kabinet hiervoor een beroep en hoeveel van de totale
steun komt direct ten goede van verduurzaming? Welk aandeel is afkomstig uit het European
Maritime Fisheries and Aquaculture Fund (EMFAF)-fonds en ten goede van welke prioriteiten
van dit fonds worden de middelen straks ingezet? Deze leden waken ervoor dat de fossiele
industrie straks wordt gespekt met geld wat is bedoeld voor het structureel verduurzamen
van de visserij. Hoe worden de middelen verdeeld over de visserijsector? Wordt ook
de bodemberoerende visserij, met een grote milieu-impact, gesubsidieerd door dit steunpakket?
Welke bewezen effectieve manieren van verduurzaming en brandstofbesparing worden door
het kabinet straks gecompenseerd? Deze leden manen de regering tot een ambitieuze
verduurzamingsstrategie voor de vloot, omdat dit op termijn de beste manier is om
de visserij een duurzame toekomst te geven. Kan het kabinet aantonen wat het aan resultaat
verwacht door het steunpakket? Tot hoeveel brandstof- en kostenbesparing zal het steunpakket
leiden? Hoe onderbouwt het kabinet dat de middelen doelmatig worden ingezet en het
gewenste effect zullen hebben en niet in feite de fossiele industrie subsidiëren?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie uiten hun zorgen over de dalende makreelpopulatie
en de dreigende overbevissing van de pijlinktvis. Ten eerste wijzen deze leden op
de belabberde staat van het makreelbestand, waardoor volgens experts een totaalverbod
op de vangst dreigt (AD, 31 maart 2026, «Overbeviste makreel verder in gevaar: «Risico
op totaal vangstverbod» (https://www.ad.nl/binnenland/overbeviste-makreel-verder-in-gevaar-risic…)). Het blijft deze leden verbazen dat supermarkten die een verkoopverbod op makreel
hebben ingevoerd, blijkbaar meer doen voor de gezondheid van de populatie dan de meeste
EU-landen. Kan het kabinet uitleggen welke gevolgen het heeft voor de toekomst van
het makreelbestand dat het makreelquotum ver boven het wetenschappelijke advies van
de International Council for the Exploration of the Sea (ICES) komt te liggen? Is
het op basis van wetenschappelijk onderzoek te verantwoorden dat het makreelquotum
zo hoog is, tegen het ICES-advies in? Graag horen deze leden wat de houding is van
het kabinet wat betreft het vastgestelde makreelquotum.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie uiten hun zorgen over de vangst op de pijlinktvis.
Door de opwarming van de Noordzee verplaatst het dier zich naar onze wateren en neemt
de vangst toe. Echter, zo stellen experts, zonder regulering van de vangst dreigt
de pijlinktvis gevangen te worden voordat ze eitjes hebben afgezet, waardoor de populatie
te snel wordt uitgeput (Vroege Vogels, 17 april 2026, «Overbevissing van de pijlinktvis
in de Noordzee» (https://www.bnnvara.nl/vroegevogels/artikelen/overbevissing-van-de-pijl…)). Is het kabinet bekend met deze problematiek en is het voornemens om beleid te
maken op de vangst van de pijlinktvis? Onderschrijft het kabinet dat in de huidige
situatie te weinig oog is voor het herstellen van de populatie? Deze leden benadrukken
het belang van goede monitoring van de dalende visbestanden. Is het kabinet voornemens
om de pijlinktvispopulatie en -vangst beter te monitoren en zo ja, hoe? Is het kabinet
bereid om hier op de Landbouw- en Visserijraad aandacht aan te besteden en te verkennen
of er meer EU-lidstaten zijn waarmee ze kan optrekken om het voorzorgsprincipe van
het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB) beter toe te passen op de vangst van pijlinktvis?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie spreken grote zorgen uit over de voortdurende koers van
de EU, waarbij de Nederlandse soevereiniteit over ons landbouw- en visserijbeleid
steeds verder wordt uitgehold door groene idealen en Brusselse bemoeizucht. Onze boeren
en vissers vormen de ruggengraat van onze voedselzekerheid en mogen niet langer worden
opgeofferd aan abstracte doelen.
1. Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) na 2027: Voedselproductie boven Landschapstuinieren
De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister bereid is om in Brussel te eisen
dat het GLB na 2027 primair gericht blijft op voedselzekerheid en economische levensvatbaarheid
en dat elke verdere verschuiving naar klimaatideologie wordt geblokkeerd. Hoe gaat
de Minister voorkomen dat de nationale beleidsvrijheid verder wordt ingeperkt door
de Brusselse visie voor landbouw en voedsel?
2. Marktsituatie en Oekraïne: Stop de oneerlijke concurrentie
De leden van de PVV-fractie zijn van mening dat de sinds oktober 2025 geldende vrijhandelsovereenkomst
(DCFTA) met Oekraïne zorgt voor een massale import van goedkope landbouwgoederen,
wat onze eigen boeren die aan veel strengere eisen moeten voldoen in een onmogelijke
positie brengt. Enkel monitoring is volstrekt onvoldoende. Kan de Minister in de Raad
afdwingen dat er harde en automatisch werkende vrijwaringsclausules worden geactiveerd
zodra Oekraïense importen de Nederlandse marktprijzen ondergraven? Deze leden eisen
onmiddellijke actie tegen de stijgende inputprijzen in plaats van het afwachten van
weer een nieuw Actieplan Meststoffen.
3. Mestbeleid: Onvoorwaardelijke erkenning van RENURE
De leden van de PVV-fractie vinden het onacceptabel dat Nederland voor de toepassing
van eigen innovaties zoals RENURE en digestaat nog steeds moet smeken bij de EC. De
starre Nitraatrichtlijn dient als een verstikkend dictaat. Is de Minister bereid om
in Luxemburg de rug recht te houden en onvoorwaardelijk te eisen dat RENURE per direct,
zonder aanvullende groene restricties, wordt erkend als kunstmestvervanger? Waarom
wordt de herziening van de Nitraatrichtlijn niet direct ingezet om het gebruik van
digestaat als duurzaam alternatief voor kunstmest EU-breed toe te staan, zoals ook
door andere lidstaten is gevraagd?
4. Handelsverdragen (Mercosur): Geen uitverkoop van de agrarische sector
De leden van de PVV-fractie zijn faliekant tegen de voorlopige toepassing van het
Mercosur-verdrag per 1 mei aanstaande. Het importeren van vlees uit landen die niet
aan onze standaarden voldoen is een klap in het gezicht van de Nederlandse veehouder.
Is de Minister bereid om zich in Europees verband hard uit te spreken tegen de voorlopige
toepassing van het Mercosur-verdrag om de Nederlandse veehouderij te beschermen tegen
oneerlijke concurrentie?
5. Visserij: Ruimte voor de vloot en terugkeer van de puls
De leden van de PVV-fractie zijn van mening dat onze vissers worden weggepest door
torenhoge brandstofprijzen en disproportionele regels, zoals cameratoezicht en weegverplichtingen.
Gaat de Minister de energietransitie in de visserij aangrijpen om de pulsvisserij,
een bewezen effectieve en brandstof besparende methode, opnieuw op de agenda te zetten
als essentieel onderdeel van een rendabele vloot?
De leden van de PVV-fractie wijzen de inzet van camera’s op vaartuigen resoluut af
als een inbreuk op de privacy en autonomie van onze vissers.
De leden van de PVV-fractie roepen de Minister op om in Luxemburg eindelijk de Nederlandse
belangen voorop te stellen. Kies voor de Nederlandse boer en visser en herstel onze
nationale soevereiniteit.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de agenda voor het schriftelijk
overleg van de vaste commissie voor de Landbouw- en Visserijraad in april en hebben
enkele vragen.
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de voorstellen van de EC voor
de invulling van het GLB om lidstaten de ruimte te geven om de basisbetaling vast
te stellen binnen een bandbreedte per hectare. Het kabinet heeft in het BNC-fiche
aangegeven deze bandbreedte te willen verlagen en de ondergrens te schrappen, terwijl
andere lidstaten er mogelijk voor kiezen zwaarder in te zetten op de basisbetaling.
Hoe ziet de Minister de inzet van het kabinet om de bandbreedte te verlagen en de
ondergrens te schrappen in verhouding tot het risico op een ongelijk speelveld tussen
lidstaten die juist kiezen voor een hogere basisbetaling? Welke concrete inzet zal
de Minister in de Raad kiezen om een gelijk speelveld binnen de EU te waarborgen?
De leden van de CDA-fractie hebben vernomen dat de RVO de definitieve beschikkingen
voor de GLB-aanvragen 2025 heeft verstuurd. Deze leden krijgen signalen dat een aanzienlijk
deel van de aanvragen voor eco-regelingen is afgekeurd. In de sector bestaan zorgen
over de betrouwbaarheid van de controle met het Areaal Monitoring Systeem (AMS), waarbij
gebruik wordt gemaakt van satellietbeelden en algoritmes om te beoordelen of aan voorwaarden.
De leden van de CDA-fractie betreuren dat de afkeuringen voor eco-regelingen leiden
tot onzekerheid en mogelijk afnemende bereidheid onder boeren om deel te nemen aan
de eco-regeling terwijl deze regeling een belangrijke pijler vormt onder de verduurzaming
van de landbouw. Is de Minister bereid om beschikkingen die hebben geleid tot substantiële
verlagingen of afkeuringen van eco-regelingvergoedingen opnieuw te laten beoordelen
waarbij menselijke beoordeling leidend is? Op welke wijze wil de Minister de deelname
aan de eco-regeling in 2026 bevorderen in het licht van de huidige signalen van onvrede
en onzekerheid?
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de maandelijkse voortgangsrapportage
over de onderhandelingen over het GLB 2028–2034. Deze leden hebben hierover de volgende
vragen.
De leden van de CDA-fractie hechten groot belang aan de strategische autonomie van
de EU op het gebied van voedselproductie en eiwitvoorziening. Deze leden constateren
dat de Europese afhankelijkheid van geïmporteerde eiwitgewassen al jaren een kwetsbaarheid
vormt voor de voedselzekerheid en de concurrentiepositie van de Europese veehouderij.
Kan de Minister toelichten wat de inzet van Nederland is in de GLB-onderhandelingen
ten aanzien van een Europese eiwitstrategie, en op welke wijze het nieuwe GLB kan
bijdragen aan het verminderen van de Europese importafhankelijkheid van eiwitgewassen?
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de sterk gestegen kunstmestprijzen
als gevolg van verstoringen in de energie- en handelsroutes, met name rond de Straat
van Hormuz, en van het aangekondigde EU-Actieplan Meststoffen. Deze leden constateren
dat de afhankelijkheid van buitenlandse kunstmest de weerbaarheid van de Europese
landbouwsector structureel ondermijnt. Zij zien RENURE als een kansrijke bijdrage
aan een duurzamere en minder importafhankelijke meststoffenvoorziening. Kan de Minister
toelichten wat de Nederlandse inzet is in de GLB-onderhandelingen op het faciliteren
van RENURE-toepassing en welke stappen hij in dat licht zet om belemmeringen in de
Europese regelgeving voor RENURE op korte termijn te verminderen?
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de recente besluitvorming in
de Europese Visserijraad over het makreelquotum. Deze leden constateren dat het vastgestelde
quotum van 299.010 ton aanzienlijk hoger ligt dan het wetenschappelijk advies van
ICES van 174.000 ton, terwijl het makreelbestand de afgelopen tien jaar al sterk is
afgenomen. Kan de Staatssecretaris toelichten hoe hij in Europees verband inzet op
het alsnog sluiten van internationale afspraken over de verdeling van het makreelquotum
binnen de door ICES geadviseerde grenzen en welke stappen hij onderneemt om te voorkomen
dat de daadwerkelijke vangst het vastgestelde quotum overschrijdt?
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de Europese plannen om visserijsectoren
tegemoet te komen bij de sterk gestegen brandstofkosten als gevolg van de geopolitieke
spanningen in het Midden-Oosten. Deze leden maken zich zorgen dat het financieren
van brandstofcompensatie ten koste gaat van de middelen die zijn bestemd voor structurele
verduurzaming van de visserijsector en daarmee de transitie naar een toekomstbestendige
visserij vertraagt in plaats van versnelt. Zij zijn van mening dat eventuele tijdelijke
steun beleidsmatig beter past binnen EMFAF-prioriteit twee of drie, gericht op markt-
en gemeenschapsondersteuning, dan binnen prioriteit één, die is gereserveerd voor
innovatie en natuurherstel. Kan de Staatssecretaris toelichten of Nederland voornemens
is gebruik te maken van de Europese mogelijkheden voor brandstofcompensatie en zo
ja, uit welke EMFAF-prioriteit hij deze middelen wil inzetten en hoe hij daarbij borgt
dat de innovatiemiddelen voor verduurzaming intact blijven?
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
Landbouw
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda en de
onderliggende stukken en hebben hierover de volgende vragen en opmerkingen.
De leden van de BBB-fractie constateren dat het achtergronddocument voor de beleidsdiscussie
over het GLB na 2027 nog niet beschikbaar is. Deze leden vragen zich af of dit document
inmiddels al wel beschikbaar is en of de Minister dit achtergronddocument met de Kamer
kan delen. Datzelfde geldt door het achtergronddocument voor de beleidsdiscussie over
de marktsituatie.
De leden van de BBB-fractie constateren dat er serieuze zorgen bestaan over een mogelijk
ongelijk speelveld tussen lidstaten, onder andere door verschillen in basisbetalingen
en de toegenomen flexibiliteit binnen het GLB. Deze leden delen deze zorgen en vragen
de Minister hoe hij dit risico beoordeelt en welke concrete inzet Nederland pleegt
om een ongelijk speelveld te voorkomen. Ook vragen zij of de Minister bereid is zich
in te zetten voor een beperktere bandbreedte in basisbetalingen tussen lidstaten.
De leden van de BBB-fractie constateren voorts dat de Europese Rekenkamer wijst op
toenemende complexiteit, onzekerheid en risico’s op vertraging in de uitvoering van
het nieuwe GLB. Deze leden vragen hoe de Minister deze kritiek beoordeelt en of hij
de zorg deelt dat boeren hierdoor juist minder zekerheid krijgen.
De leden van de BBB-fractie constateren dat de EC werkt aan een Meststoffenactieplan
om de afhankelijkheid van kunstmest te verminderen en de leveringszekerheid te vergroten.
Deze leden vragen wanneer de Kamer dit Meststoffenactieplan kan verwachten en wat
de Nederlandse inzet hierbij is. In dat kader lezen zij dat door de Minister wordt
ingezet op vermindering van kunstmestgebruik. Zij vragen of dit impliciet betekent
dat ook de stikstofgebruiksruimte verder wordt beperkt en geven aan dat dit wat hen
betreft zeer zorgelijk zou zijn. Zij vragen de Minister expliciet of minder kunstmestgebruik
betekent dat ook minder stikstofgebruiksruimte beschikbaar komt en hoe wordt voorkomen
dat dit leidt tot lagere opbrengsten en verdere druk op boeren.
De leden van de BBB-fractie zijn van mening dat juist het beter benutten van dierlijke
mest kan bijdragen aan het verminderen van kunstmestgebruik. Deze leden vragen of
de Minister deze opvatting deelt en welke inzet Nederland pleegt om de toepassing
van dierlijke mest te verruimen.
De leden van de BBB-fractie constateren dat de Nitraatrichtlijn zou worden geëvalueerd
en dat vanuit de sector nadrukkelijk wordt gepleit voor aanpassing om meer ruimte
te bieden voor dierlijke meststoffen. Deze leden vragen naar de stand van zaken van
deze evaluatie en of de Minister van mening is dat de Nitraatrichtlijn moet worden
aangepast. Tevens vragen zij of de Minister bereid is zich in Europees verband in
te zetten voor herziening van deze richtlijn.
De leden van de BBB-fractie constateren dat boeren worden geconfronteerd met sterk
stijgende kosten voor niet alleen kunstmest, maar ook energie en transport, wat leidt
tot grote onzekerheid in de sector. Deze leden vragen welke concrete maatregelen de
Minister in Europees verband inzet om deze kostenstijgingen te mitigeren en hoe de
weerbaarheid van de landbouwsector daadwerkelijk wordt versterkt.
De leden van de BBB-fractie vragen de Minister welke Europees juridische belemmeringen
er zijn om het nationale fosfaatplafond in Nederland te kunnen verhogen. Wat is de
juridische status van de laatste derogatiebeschikking en de gemaakte afspraken in
ruil voor de laatste derogatie nu deze is «verlopen»?
De leden van de BBB-fractie benadrukken tot slot dat de landbouwsector van essentieel
belang is voor voedselzekerheid, leveringszekerheid en strategische autonomie van
Europa. Deze leden vragen hoe dit strategisch belang concreet wordt vertaald in de
Nederlandse inzet richting de Raad en op welke wijze wordt voorkomen dat Europese
regelgeving de productiekracht van de landbouwsector verder ondermijnt.
Visserij
De leden van de BBB-fractie vragen of het is toegestaan om te vissen op houting, aangezien
hierover momenteel in de sector onduidelijkheid bestaat.
De leden van de BBB-fractie vragen wat de huidige stand van zaken is van de makreelonderhandelingen.
Hoe borgt de Staatssecretaris het gelijke speelveld voor Nederlandse vissers ten opzichte
van andere kuststaten? Kan de Kamer hierover per brief apart worden geïnformeerd,
inclusief de inzet van het kabinet, mogelijke vervolgstappen en de gevolgen voor de
Nederlandse visserijsector?
De leden van de BBB-fractie vragen hoe de Staatssecretaris aankijkt tegen het feit
dat andere kuststaten afwijken van het hoofdadvies van ICES. Welke gevolgen heeft
dit voor het makreelbestand en de positie van de EU? Wat is het Nederlandse visserijbelang
in de Groenlandse wateren?
De leden van de BBB-fractie vragen hoe de Staatssecretaris zich inzet voor een allesomvattend
akkoord met Noordoost-Atlantische kuststaten over makreel en hoe wordt omgegaan met
overbevissing door derde landen, waaronder Rusland.
De leden van de BBB-fractie vragen hoe wordt voorkomen dat de Nederlandse visserij
onevenredig wordt geraakt door strengere Europese quota, terwijl andere landen minder
strenge scenario’s hanteren.
De leden van de BBB-fractie vragen of de Staatssecretaris bereid is om de garnalensector
de ruimte te geven om eerst de effecten van ingezette verduurzamingsstappen te laten
zien, alvorens aanvullende maatregelen te overwegen.
De leden van de BBB-fractie vragen welke mogelijkheden de Staatssecretaris ziet voor
zowel actieve als passieve visserij binnen windmolenparken en of er een tijdspad kan
worden gegeven voor de implementatie van nieuwe wet- en regelgeving. Kan de Kamer
hierover per brief apart worden geïnformeerd?
De leden van de BBB-fractie vragen hoe de Staatssecretaris aankijkt tegen het feit
dat in landen zoals Denemarken soorten als zwarte zee-eend en eidereend worden bejaagd,
terwijl in Nederland extra beschermingsmaatregelen gelden. Leidt dit tot een ongelijk
speelveld waarbij de visserij mogelijk onterecht het slachtoffer wordt? Indien dat
het geval is, zou het niet logischer zijn om eerst in gesprek te gaan met landen zoals
Denemarken over hun beleid, in plaats van aanvullende gebiedssluitingen voor de visserij
te overwegen? Zijn er mogelijk nog andere vogelsoorten waarvoor dit ook geldt?
De leden van de BBB-fractie vragen of er een actuele stand-van-zakenbrief kan worden
gestuurd over de uitvoering van aangenomen visserijmoties.
De leden van de BBB-fractie vragen of erop of rondom de Doggersbank naast visserijactiviteiten
ook defensieactiviteiten plaatsvinden en hoe deze activiteiten zich tot elkaar verhouden.
De leden van de BBB-fractie vragen of de Staatssecretaris bereid is om naar aanleiding
van het door Wageningen University & Research (WUR) gemaakte wetenschappelijke rapport
in gesprek te gaan met zowel de WUR als het Voedingscentrum over het advies omtrent
visconsumptie.
De leden van de BBB-fractie vragen welke wetenschappelijke rapporten er zijn over
de trek van paling in zout water, inclusief de levensstadia glasaal en schieraal en
of deze worden meegenomen in beleid.
De leden van de BBB-fractie vragen wat de actuele stand van zaken is rondom de brandstofcrisis
in de visserij en welke concrete stappen worden gezet om noodsteun te realiseren.
De leden van de BBB-fractie vragen waarom Nederland achterblijft bij andere lidstaten
in het verstrekken van steunmaatregelen en hoe dit wordt rechtgezet om een gelijk
speelveld te waarborgen.
De leden van de BBB-fractie vragen of de Staatssecretaris bereid is zich in Europees
verband in te zetten voor snelle en flexibele inzet van het European Maritime, Fisheries
and Aquaculture Fund voor noodsteun.
De leden van de BBB-fractie vragen welke concrete maatregelen worden genomen om het
brandstofverbruik in de visserij te reduceren en innovatieve technieken sneller mogelijk
te maken.
De leden van de BBB-fractie vragen of het klopt dat Nederlandse vissers in buitenlandse
havens niet meer mogen bunkeren en zo ja, of de Staatssecretaris hierover in gesprek
gaat met zijn buitenlandse collega’s.
De leden van de BBB-fractie vragen of de Staatssecretaris bekend is met de brief over
de toekomstige financiering van wetenschappelijk onderzoek binnen het visserijbeleid
en of hij de zorgen deelt dat zonder geoormerkte middelen de kwaliteit van visserijonderzoek
en quota-onderbouwing onder druk komt te staan.
De leden van de BBB-fractie vragen hoe wordt gewaarborgd dat er in de toekomst voldoende
middelen beschikbaar blijven binnen Europese fondsen voor visserijonderzoek, gezien
het belang hiervan voor het vaststellen van quota en technische maatregelen.
De leden van de BBB-fractie vragen hoe de Staatssecretaris aankijkt tegen de oproep
om de financiering voor wettelijk verplichte visserij onderzoekstaken breder te positioneren
richting de Ministeries van Financiën en Buitenlandse Zaken, gezien het bredere belang
voor maritiem beleid.
De leden van de BBB-fractie vragen of het kabinet voornemens is om naast de mosselsector
ook andere visserijsectoren in aanmerking te laten komen voor duurzame subsidies vanuit
het European Maritime, Fisheries and Aquaculture Fund.
De leden van de BBB-fractie vragen hoe de Staatssecretaris aankijkt tegen de zorgen
van Duitsland over de disproportionaliteit van de voorgestelde regels rondom het wegen
van visproducten en of Nederland zich inzet voor vereenvoudiging van regelgeving.
De leden van de BBB-fractie vragen hoe de Staatssecretaris de impact van cameratoezicht
bij weeglocaties beoordeelt en of dit proportioneel is.
De leden van de BBB-fractie vragen wat de stand van zaken is rondom de implementatie
van het IT CATCH-systeem en in hoeverre andere lidstaten dit niet op orde hebben.
Is de Staatssecretaris bekendmet signalen dat containers blijven staan in Nederlandse
havens door problemen met IT CATCH? Wat wordt hieraan gedaan? Is de Staatssecretaris
bereid om in Europees verband te pleiten voor coulance bij de implementatie van IT-systemen,
zodat Nederlandse vissers en handelaren niet de dupe worden van problemen in andere
lidstaten?
Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie
De leden van de SGP-fractie hebben begrepen dat de EC het Visserijfonds wil openzetten
voor crisissteun in verband met de sterk gestegen brandstofprijzen en de gevolgen
daarvan voor de visserijvloot. Deze leden horen graag wat de stand van zaken is. Deze
leden constateren dat tientallen kotters aan wal blijven liggen vanwege de bijna verdubbelde
gasolieprijzen. Zij geven daarbij aan dat deze grote impact van de brandstofprijzen
mede te wijten is aan het pulskorverbod. Deze leden constateren eveneens dat verschillende
Europese lidstaten, waaronder Frankrijk, al compenserende maatregelen voor hun visserijsector
hebben aangekondigd of ingevoerd. Deze leden horen graag of het kabinet ook voor de
Nederlandse kottervisserij wil werken aan een vorm van brandstofcompensatie en een
stilligregeling en hoe beschikbare Europese middelen hiervoor worden benut. Hoe waardeert
de Staatssecretaris de voorstellen die hiervoor zijn gedaan vanuit de visserijsector?
Welke maatregelen is hij bereid te nemen?
De leden van de SGP-fractie hebben begrepen dat veel akkerbouwers recent van de Rijksdienst
voor ondernemend Nederland (RVO) een afwijzing hebben gekregen voor de ecoregeling
2025 in verband met tekortkomingen bij braaklegging van gronden. Deze leden hebben
hier enkele vragen over. In de eerste plaats horen zij graag waarom deze akkerbouwers
nu pas bericht hebben gekregen over de afwijzing. Het kan gaan om verkeerde inschattingen
die zich dit seizoen weer kunnen voordoen. In dit stadium is er echter nauwelijks
ruimte meer om bouwplannen aan te passen. In de tweede plaats hebben deze leden begrepen
dat een (groot) deel van de afwijzingen te maken zou hebben met gebruik van satellietbeelden
waarop bloeiende groenbedekking slecht herkend zou zijn en met, vanwege de extreme
droogte in het voorjaar, laat opgekomen bloemenmengsels. De financiële gevolgen voor
bedrijven kunnen groot zijn. Deze leden horen graag in hoeverre satellietbeelden en
bijbehorende algoritmen worden getoetst aan de praktijk. Zij horen ook graag in hoeverre
rekening gehouden wordt met overmacht door de extreme voorjaarsdroogte en het daardoor
laat opkomen van de vereiste groenbedekking. Zij horen graag welke mogelijkheden de
Minister ziet om de genoemde afwijzingen te heroverwegen en te voorkomen dat bewijslast
en de klimatologische risico’s eenzijdig bij boeren wordt gelegd.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie
De leden van de PvdD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de
Landbouw- en Visserijraad, die 27 april 2026 zal plaatsvinden, en de bijbehorende
stukken en hebben hier nog enkele vragen en opmerkingen over die zij graag onder de
aandacht willen brengen.
Gemeenschappelijk Landbouwbeleid na 2027
De leden van de PvdD-fractie constateren allereerst dat het voorstel voor het nieuwe
GLB wordt besproken in een tijd waarin Europa wordt geconfronteerd met een klimaatcrisis,
biodiversiteitscrisis en een toenemende druk op water en bodemkwaliteit. Verder is
er ook geconstateerd in onderzoek van Wageningen University and Research (WUR) (WUR,
maart 2018, «Distribution of CAP pillar 1 payments to farmers in the EU» (https://edepot.wur.nl/444994)) dat een aanzienlijk deel van de publieke middelen binnen het GLB terechtkomen bij
een relatief kleine groep grote landbouwbedrijven. Deze leden vragen de Minister hoe
de verdeling van publieke middelen gerechtvaardigd wordt. Deelt de Minister de opvatting
dat publieke middelen op eerste plaats moeten worden ingezet voor maatschappelijke
doelen zoals natuurherstel, klimaatadaptatie, biodiversiteitherstel en verbetering
van dierenwelzijn? Zo ja, hoe wordt dit door de huidige verdeling geborgd? Zo nee,
wat staat er voor de Minister wel op de eerste plaats waar de publieke middelen voor
ingezet moeten worden in relatie tot een weerbare en toekomstbestendige sector, leefbaarheid
op het platteland en inzet op groene doelen die genoemd worden in de agenda?
De leden van de PvdD-fractie vragen verder of de Minister de opvatting deelt dat publieke
subsidies niet zouden moeten bijdragen aan schaalvergroting en concentratie in de
landbouw, wat nu opnieuw dreigt te gebeuren? Zo ja, wat gaat de Minister doen om dit
te voorkomen? Hoe gaat hij zich hier op Europees niveau over positioneren?
Strategisch belang van landbouw en duurzaam bosbeheer bij het versterken van risicopreventie
en weerbaarheid tegen natuurbranden
De leden van de PvdD-fractie lezen dat tijdens de Landbouw- en Visserijraad ook een
uitwisseling zal plaatsvinden over het strategische belang van landbouw en duurzaam
bosbeheer voor het voorkomen en beperken van consequenties van natuurbranden. Kan
de Minister toelichten welke rol hij ziet voor landbouwsystemen bij het versterken
van de weerbaarheid van het landschap tegen natuurbranden? Kan de Minister aangeven
welke prioriteiten Nederland gaat inbrengen in het BNC-fiche wat op dit moment aan
wordt gewerkt?
Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB)
De leden van de PvdD-fractie vragen ook aandacht voor de evaluatie van het GVB. Een
brede coalitie van Europese natuurorganisaties hebben gesteld dat het huidige visserijbeleid
tekortschiet in een duidelijke implementatie en handhaving (WWFEU, 18 november 2025,
«Don’t sink the Common Fisheries Policy – fulfil its potential» (https://www.wwf.eu/?20123366/cfp-position-paper). Deze leden wijzen op problemen zoals overbevissing, bijvangst en aantasting van
mariene ecosystemen. Volgens onderzoeken staat door deze problemen gecreëerd door
menselijk handelen 90 procent van de Europese Zeegebieden onder druk. Erkent de Staatssecretaris
de problemen rondom duidelijke uitvoering en handhaving van het gemeenschappelijk
Visserijbeleid? Zo ja, welke concrete stappen gaat hij zetten?
De leden van de PvdD-fractie vragen verder in hoeverre Nederland gebruikmaakt van
bestaande mogelijkheden binnen het visserijbeleid waarmee ecologische en maatschappelijke
criteria zwaarder wegen en grote overtreders strenger worden gestraft voor wanpraktijken
binnen de visserij. Daarnaast vragen deze leden hoe de Staatssecretaris zich gaat
inzetten op betere controle op visserijactiviteiten zodat illegale praktijken beter
kunnen worden aangepakt. Is de Staatssecretaris bereid zich in te zetten voor het
beëindigen van subsidies die overcapaciteit en destructieve visserijmethoden in stand
houden? Kan de Staatssecretaris aangeven hoe Europese middelen beter kunnen worden
ingezet voor herstel van visbestanden en de bescherming van mariene ecosystemen?
De leden van de PvdD-fractie willen verder de Minister erop wijzen dat er nog steeds
te veel boven het quotum wordt gevist op makreel. Makreel is een sleutelsoort en cruciaal
voor het gezond houden van ecosystemen in de Noordzee en Atlantische oceaan. Deze
leden vragen of de Staatssecretaris kan toezeggen dat hij dit steeds dringender probleem
tijdens de Landbouw- en Visserijraad zal aankaarten en terug kan koppelen aan de Kamer
welke verdere maatregelen er zullen komen om te voorkomen dat dit onomkeerbare gevolgen
gaat hebben voor de makreelpopulatie en mariene ecosystemen.
De leden van de PvdD-fractie maken zich ook zorgen over de effecten van het ontbreken
van regulering bij nieuwe doelsoorten. Deelt de Staatssecretaris de zorgen van deze
leden dat het ontbreken van regulering bij nieuwe doelsoorten (zoals de ongequoteerde
pijlinktvis) een direct risico vormt voor overbevissing en de schadelijke consequenties
die hieraan vastzitten zoals verdere ecologische verstoring? Kan de Staatssecretaris
toelichten waarom er voor nieuwe doelsoorten zoals de pijlinktvis nog geen vangstquotum
of andere effectieve regulering geldt, ondanks de groeiende visserijdruk? Is de Staatssecretaris
bereid om op korte termijn nationale voorzorgsmaatregelen te nemen die het overbevissen
gaan voorkomen? Zo ja, in hoeverre zullen lessen van situaties uit het verleden, zoals
de overbevissing van tong, schol en garnalen, worden meegenomen en toegepast?
De leden van de PvdD-fractie vragen in het licht van het toekomstbeeld waar door experts
over wordt gewaarschuwdin hoeverre de Staatssecretaris het huidige visserijbeheer
preventief genoeg acht of dat het nog te reactief is ingesteld. Welke stappen gaat
de Staatssecretaris zetten op zowel nationaal als Europees niveau om dit te verbeteren?
Kan de Staatssecretaris toezeggen dat hij zich zoveel mogelijk gaat inzetten op de
afbouw van de visserij, maar dat in het geval van ontwikkeling van nieuwe visserijen,
ecologische grenzen leidend gaan zijn in zijn beleid zodat overbevissing voorkomen
kan worden?
Verslag Landbouw- en Visserijraad 30 maart 2026 en terugkoppeling gesprek met de Eurocommissaris
voor Gezondheid en Dierenwelzijn
De leden van de PvdD-fractie hebben daarnaast ook kennisgenomen van het feit dat de
Staatssecretaris namens Nederland steun heeft uitgesproken voor een EU-breed verbod
op pelsdierhouderij en het uitfaseren van kooihuisvesting richting de Eurocommissaris
voor Gezondheid en Dierenwelzijn, Olivér Várhelyi. Deze leden verwelkomen deze inzet,
maar hebben hier nog enkele vragen over. Kan de Staatssecretaris toelichten welke
concrete stappen Nederland op korte termijn zal gaan zetten om een EU-breed verbod
op pelsdierhouderij en handel in bont daadwerkelijk te realiseren? Hoe gaat de Staatssecretaris
samenwerken met andere lidstaten om het voorstel voor een EU-breed verbod te versnellen?
Hoe gaat de Staatssecretaris om met het initiatief van Oostenrijk om druk op te voeren
op de EC, als blijkt dat de EC in gaat zetten op dierenwelzijnsaanpassingen in plaats
van een totaalverbod?
II Antwoord van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
III Volledige agenda
Geannoteerde agenda Landbouw- en Visserijraad 27 april 2026 te Luxemburg + voortgangsrapportage
over voortgang onderhandelingen GLB 2028–2034
Kamerstuk 2026Z07943 – Brief Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen
– 15 april 2026
Verslag Landbouw- en Visserijraad 30 maart 2026 en terugkoppeling gesprek met de Eurocommissaris
voor Gezondheid en Dierenwelzijn
Kamerstuk 21 501-32-1775 – Brief Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen
– 10 april 2026
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
H.S. Steen, voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Mede ondertekenaar
R.P. Jansma, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.