Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden : Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
36 915 J Wijziging van de begrotingsstaat van het Deltafonds voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Nr. 3
VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 21 april 2026
De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat, belast met het voorbereidend
onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm
van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.
De vragen zijn op 9 april 2026 voorgelegd aan de Minister en Staatssecretaris van
Infrastructuur en Waterstaat. Bij brief van 20 april 2026 zijn ze door de Minister
en Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat beantwoord.
Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van
het wetsvoorstel voldoende voorbereid.
De voorzitter van de commissie, Huizenga
De griffier van de commissie, Schukkink
1
Hoeveel geld wordt uitgegeven aan projecten rond het Grevelingenmeer? En aan de verzouting
daarvan?
Antwoord:
Het Grevelingenmeer is het grootste zoutwatermeer van Noord-West Europa door de aanleg
van de Brouwersspuisluis in 1978. Er wordt geen geld uitgegeven aan de verzouting
van het Grevelingenmeer. In het kader van de 3e tranche Kaderrichtlijn Water (KRW)
wordt t/m 2027 circa 1 miljoen euro geïnvesteerd in herstel van zeegrasvelden in het
Grevelingenmeer.
2
In hoeverre worden de BES-eilanden ook meegenomen in het Deltafonds, gezien het feit
dat kustbescherming een groot adaptatieprobleem is voor de BES-eilanden, en de BES-eilanden
volgens het vonnis van de Bonaire-klimaatzaak integraal moeten worden meegenomen in
het Nederlandse Klimaatadaptatieplan?
Antwoord:
De bepalingen over het Deltafonds zijn onderdeel van de Waterwet. De reikwijdte van
de Waterwet is beperkt tot Europees Nederland. Hierdoor maken de BES-eilanden (Caribisch
Nederland) geen onderdeel uit van de scope van het Deltafonds. Voor de BES-eilanden
geldt dat financiering van infrastructuur, klimaatadaptatie en waterbeheer via andere
instrumenten verloopt, zoals bijzondere uitkeringen, het BES-fonds en aanvullende,
thematische programma’s.
Op 28 januari 2026 heeft de rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in de door Greenpeace
Nederland aangespannen procedure tegen de Nederlandse Staat over klimaatverandering
op Bonaire.
Op 10 april 2026 stuurde het kabinet de Kamer een brief over deze uitspraak (Kamerstukken
32 813, nr. 1558). In deze brief geeft het kabinet aan in te zetten op het vaststellen van een klimaatadaptatieplan
om ervoor te zorgen dat de BES-eilanden klimaatbestendig zijn, nu en in de toekomst.
Het kabinet streeft ernaar om nog dit jaar de Nationale Klimaatadaptatiestrategie
vast te stellen, waarin nadrukkelijk aandacht is voor de BES-eilanden.
3
Acht u het realistisch om het verwachte tekort voor 2026 te dekken met een verschuiving
van € 225 miljoen vanuit 2027, gezien de resterende middelen voor waterveiligheid
in dat jaar?
Antwoord:
Met de verschuiving van € 225 miljoen vanuit 2027 naar 2026 kan de productie in 2026
worden doorgezet. Aanleiding voor de benodigde middelen was de pilot overprogrammering.
In de begrotingstoelichting is aangegeven dat deze zogenaamde overprogrammering op
de fondsen nu stapsgewijs wordt teruggebracht om nieuwe overschrijdingen, zoals in
2025, te voorkomen. Verschuiving van de middelen vanuit 2027 geeft de ruimte om dit
stapsgewijs te doen.
4
Hoe verhoudt de verlaging van de uitgaven op artikel 1 (waterveiligheid) met € 260 miljoen
in 2027 zich tot de beoogde versnelling van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP)?
Antwoord:
In het kader van de pilot «realistisch ramen en overprogrammering» is in de Voorjaarsnota
2025 de overprogrammering voor het Deltafonds, die op artikel 1 Investeren in waterveiligheid
wordt verantwoord, verhoogd omdat in eerdere jaren bleek dat de productie achter bleef.
Door verbetering van de prestaties van o.a. het HWBP, leidend tot volledige uitputting
in 2025, blijkt de overprogrammering tot een nadelig saldo in 2025 te hebben geleid.
Dit nadelige saldo werkt door in 2026 waardoor € 225 miljoen uit 2027 is overgeboekt
om in 2026 uit te komen op een beheersbare overprogrammering. Met deze verschuiving
bedraagt het beschikbare bedrag voor het gehele Deltafonds zowel in 2026 als in 2027
€ 2,1 miljard.
5
Kunt u toelichten waarom er € 152,8 miljoen voor het project Bestaande Spuimiddelen
(bij de Afsluitdijk) wordt teruggeboekt naar de investeringsruimte?
Antwoord:
Aan de Kamer is eerder toegelicht (Kamerstukken 36 800 A, nr. 11) dat tijdens de uitwerking van de renovatieopgave van de Bestaande Spuimiddelen is
gebleken dat renovatie geen toekomstbestendige oplossing biedt voor de afvoercapaciteit
als gevolg van klimaatverandering en zeespiegelstijging. Bovendien bleken de uitvoeringsrisico’s
te groot te zijn om dit renovatieproject voort te zetten. Omdat het renovatieproject
is stopgezet, vloeit het projectbudget automatisch terug naar de Investeringsruimte
van het Deltafonds. Daarmee worden deze middelen onderdeel van toekomstige integrale
besluitvorming over de inzet van de vrije middelen van het fonds.
Het stopzetten van het project betekent dat er niet, zoals bij de afronding van projecten,
sprake is van een feitelijke mee- of tegenvaller. Evenmin is er sprake van vertraging
in de besluitvorming of uitvoering. Omdat het project niet wordt uitgevoerd in de
vorm zoals eerder gepland zal allereerst worden onderzocht hoe de benodigde afvoercapaciteit
in de toekomst kan worden gerealiseerd.
6
Is bij de terugboeking voor Bestaande Spuimiddelen sprake van een feitelijke meevaller
of van een vertraging in de besluitvorming of de uitvoering?
Antwoord:
Zie het antwoord op vraag 5.
7
Zijn de teruggeboekte middelen voor Bestaande Spuimiddelen op een later moment alsnog
nodig voor de spuimiddelen van de Afsluitdijk?
Antwoord:
Na het stopzetten van het renovatieproject in de voorgenomen vorm zal als eerstvolgende
stap worden onderzocht wat een passend vervolgtraject is om de in de toekomst noodzakelijke
afvoercapaciteit te realiseren. Daarbij wordt rekening gehouden met de samenhang van
deze opgave met keuzes elders in het watersysteem, waaronder de afvoerverdeling over
de Rijntakken en het peilbeheer van het IJsselmeer. Op het moment dat uit het vervolgtraject
bekend is welke investeringsproject daarvoor nodig is, wordt bezien welke budgettaire
ruimte dit vergt. Ook wordt dan bezien of deze ruimte binnen de investeringsruimte
gevonden kan worden.
8
Klopt het dat in de tabel met belangrijkste uitgavenmutaties de overboeking van de
KRW-reservering (artikel 5) naar KRW-uitvoering (artikel 7) per abuis is vermeld voor
de jaren 2027–2029 in plaats van voor de jaren 2026–2028?
Antwoord:
Inderdaad zijn de bedragen in het Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties
(2.1) in de verkeerde jaren terecht gekomen.
De bedragen hadden in de periode 2026–2028 moeten staan, zoals in de toelichting en
de verdiepingsbijlage is aangegeven.
9
Kunt u toelichten waar de € 82 miljoen extra voor de Kaderrichtlijn Water aan wordt
besteed, aanvullend op de € 168 miljoen (verdeeld over 2026 en 2027) die bij de eerste
suppletoire begroting 2025 al extra is uitgetrokken? Betreft het grotere tegenvallers,
prijsstijgingen en/of uitvoering van extra maatregelen?
Antwoord:
Op 11 februari 2025 is de Tweede Kamer per brief geïnformeerd over de budgettaire
spanning binnen het KRW-uitvoeringsprogramma van Rijkswaterstaat (Kamerstukken 27 625, nr. 699). Deze spanning was opgelopen tot circa € 420–500 mln. De brief benoemt de oorzaken
van de kostenstijging en gaat in op enerzijds het verkleinen van de budgetspanning
en de andere risico’s binnen het programma, en anderzijds op het stapsgewijs verhogen
van het budget. Met versoberingen kan namelijk niet de volledige budgetspanning worden
opgelost.
Bovenop de € 168 mln die bij de eerste suppletoire begroting 2025 al extra is uitgetrokken,
is destijds een reservering van € 82 mln getroffen binnen de investeringsruimte van
het Deltafonds zodat – indien nodig – de helft van de budgettaire spanning (168 +
82 = € 250 mln) gedekt zou zijn. In de eerste suppletoire begroting 2026 wordt de
reservering daadwerkelijk toegevoegd aan het programmabudget.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R.A. Huizenga, voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat -
Mede ondertekenaar
M. Schukkink, griffier