Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag schriftelijk overleg over de Geannoteerde agenda voor de informele Europese Raad van 23 en 24 april 2026
2026D18330 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal fracties de behoefte
vragen en opmerkingen voor te leggen over de brief van de Minister van Buitenlandse
Zaken d.d. 15 april 2026 inzake de Geannoteerde agenda voor de informele Europese
Raad van 23 en 24 april 2026 (Kamerstuk 21 501-20, nr. 2399), de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 12 februari 2026 inzake het
Verslag informele bijeenkomst van de Europese Raad van 12 februari 2026 (Kamerstuk
21 501-20, nr. 2378), en de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 12 februari 2026 inzake
het Afschrift brief aan de Eerste Kamer inzake de antwoorden op de schriftelijke vragen
gesteld door de Eerste Kamerleden van Hattem (PVV) en Hartog (Volt) over de voorstellen
COM(2025)565 en COM(2025)552
De voorzitter van de commissie,
Van Meetelen
Adjunct-griffier van de commissie,
Moonen
Inhoudsopgave
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
II
Reactie van de Minister van Buitenlandse Zaken
I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde
agenda voor de informele Europese raad van 23 en 24 april. Over de Nederlandse inzet
hebben deze leden nog enkele vragen.
De leden van de D66-fractie vragen welke concrete inzet de Minister zal plegen om,
mede in het licht van de recente ontwikkelingen rondom de verkiezingen in Hongarije,
zo spoedig mogelijk de € 90 miljard aan Europese steun voor Oekraïne te deblokkeren?
Tevens vragen deze leden welke concrete stappen de Minister zal zetten om voortgang
te boeken in het toetredingsproces van Oekraïne tot de Europese Unie, in het bijzonder
ten aanzien van het openen van de eerste onderhandelingsclusters. Ook vragen deze
leden welke concrete inzet het kabinet zal plegen om te komen tot een nieuw Europees
sanctiepakket tegen Rusland.
De leden van de D66-fractie vragen of de Minister kan aangeven wat zijn concrete inbreng
zal zijn over de schaduwvloot en wanneer de Kamer de nodige wetswijzingen zal ontvangen
zodat Nederland harder kan optreden tegen de schaduwvloot op de Noordzee?
Midden-Oosten
De leden van de D66-fractie vragen welke inspanningen de Minister gaat leveren om
te komen tot een diplomatieke oplossing voor de situatie in het Midden-Oosten.
De leden van de D66-fractie vragen tevens of andere landen, zoals Frankrijk en het
Verenigd Koninkrijk, helder voor ogen hebben wat onze voorwaarden zijn voor een eventuele
deelname aan een missie in de straat van Hormuz.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de stukken
ter voorbereiding op de informele Europese Raad op 23-24 april 2026, hebben in dit
kader enkele vragen en willen een aantal aandachtspunten onder de aandacht brengen.
De leden van de VVD-fractie constateren dat er tijdens deze Raad zal worden ingegaan
op de actuele situatie in Oekraïne naar aanleiding van de Russische agressie-oorlog.
Deze leden merken hierbij op dat een Europese lening van € 90 miljard wordt tegengehouden
door Hongarije. Welke impact verwacht de Minister dat de verkiezingsoverwinning van
Tisza heeft op de opstelling van Hongarije? Is de Minister bereid om in contact te
treden met de aanstaande regering van Hongarije om hen aan te sporen om het Hongaars
veto te laten varen? Welke strategie heeft het kabinet ten aanzien van de aanstaande
regering van Hongarije en welke aanpak ten aanzien van Hongarije bepleit zij bij de
Commissie?
De leden van de VVD-fractie merken op dat er tijdens deze Europese Raad terecht veel
aandacht zal zijn voor het conflict in het Midden-Oosten. Ziet de Minister ruimte
om hierbij ook aan te stippen dat de strijd tegen terrorisme in het Midden-Oosten
niet vergeten mag worden en het onderwerp van berechting van IS-strijders een plek
op de Europese agenda blijft verdienen? Jezidi gemeenschappen vrezen het vrijkomen
van IS-strijders die misdaden zijn begaan in Syrië, nu door het toenemende conflict
het moeilijker wordt op sommige plekken in de regio de gevangenissen te bewaken en
het risico toeneemt op het ontstaan van nieuwe broeinesten. Met welke lidstaten kan
Nederland optrekken om de strijd tegen terrorisme in de regio op de agenda te houden
en een framework voor de berechting van IS-strijders te realiseren?
Ook constateren de leden van de VVD-fractie dat de Europese Commissie naar alle waarschijnlijkheid
op maandag 22 april een beleidsstuk naar buiten zal brengen waar onder andere in zal
worden gegaan op de verlaging van de energiebelasting. Hoe kijkt de Minister aan tegen
het voorstel van de Commissie om de energiebelasting te verlagen? Vindt de Minister
dat dit een keuze is die primair is voorbehouden aan individuele lidstaten, of meent
de Minister dat een gecoördineerde gemeenschappelijke aanpak beter past bij de omvang
van het probleem?
De leden van de VVD-fractie constateren tenslotte dat er aandacht zal zijn voor het
volgende MFK. Hierbij willen de leden benadrukken dat wat hen betreft Nederland moet
inzetten op een sterk MFK dat bijdraagt aan de strategische doelen van Europa, waaronder
primair veiligheid, defensie en innovatie. Deelt de Minister deze opvatting? Wat is
de taxatie van de Minister van de positie van het Europees Parlement over het MFK
waar inmiddels in commissieverband over gestemd is en waarin staat dat de omvang van
het MFK 10 procent hoger zou moeten zijn? Welk effect heeft dit op de algehele discussie
over het MFK in Brussel?
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de
geannoteerde agenda van de informele Europese Raad van 23 en 24 april 2026. Zij hopen
dat er met de verkiezingsuitslag in Hongarije in de toekomst een aantal doorbraken
in de Europese Raad mogelijk zijn. Deze leden hebben nog enkele opmerkingen en vragen.
Tijdens de informele Europese Raad zal worden gesproken over het Meerjarig Financieel
Kader (MFK). Ook in dit verband vinden de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie het
hoopvol dat de opstelling van Hongarije wellicht zal veranderen aangezien dit kansen
biedt om de rechtstaatssconditionaliteit in de EU-begroting te versterken. Op welke
manier wordt dit de komende tijd onderzocht? Worden er voorstellen verwacht die verder
gaan dan het voorstel van de Commissie?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat er tijdens de Europese Raad wordt
gesproken over de inzet in de Straat van Hormuz. Op 19 maart 2026 stelden Frankrijk,
het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Italië, Japan en Nederland dat zij bereid zijn
om bij te dragen aan «passende inspanningen» om veilige doorvaart van de Straat van
Hormuz te waarborgen. Wat zijn volgens de Minister «passende inspanningen»? Is de
Minister het eens dat er zolang er geen duurzaam bestand is geen militaire inzet kan
zijn in de Straat van Hormuz? Op welke manier gaat Zr.Ms. De Ruyter bijdragen aan
ASPIDES?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich grote zorgen over de escalatie
van geweld in Libanon. Is de Minister bereid in EU-verband in te zetten op meer Europese
humanitaire hulp, en politieke en diplomatieke maatregelen om te zorgen dat hulpverleners
veilig kunnen bewegen en hun werk kunnen doen? Worden er verdere stappen en sancties
voorbereid in EU-verband wanneer Israël doorgaat met grootschalige vernietiging in
Libanon?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de regering zich inzet om in EU-verband
te komen tot een gezamenlijke aanpak van de secundaire effecten van de escalatie in
Iran en de Straat van Hormuz. Gaat het kabinet de aanbevelingen overnemen om de overwinsten
van energiebedrijven af te romen, gezien het feit dat grote energiebedrijven momenteel
miljardenwinsten maken?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de inzet van het kabinet op een
«sterk en toekomstbestendig» Meerjarig Financieel Kader. Kan de Minister concreet
aangeven welke totale omvang van het MFK het voor zich ziet en wat dit betekent voor
de Nederlandse afdrachten, zowel in absolute zin als per inwoner? Tevens vragen deze
leden welke maximale bijdrage het kabinet nog acceptabel acht. De leden constateren
dat de Europese Commissie inzet op een aanzienlijke verhoging van de EU-begroting.
Kan het kabinet toelichten waarom een dergelijke groei noodzakelijk zou zijn en welke
concrete resultaten eerdere budgetverhogingen hebben opgeleverd? De leden verzoeken
of de Minister ook kan ingaan op de effectiviteit van het huidige MFK.
De leden van de PVV-fractie vragen hoe de Minister de Kamer volledig en tijdig zal
informeren over de onderhandelingen over het MFK. Welke mogelijkheden heeft de Kamer
om daadwerkelijk invloed uit te oefenen op de Nederlandse inzet?
De leden van de PVV-fractie vragen welke financiële risico’s verbonden zijn aan langetermijnverplichtingen
binnen het MFK. In hoeverre kan Nederland aansprakelijk worden gesteld voor verplichtingen
van andere lidstaten?
De leden van de PVV-fractie vragen het kabinet om per grote uitgavencategorie aan
te geven wat de concrete toegevoegde waarde is van EU-uitgaven ten opzichte van nationale
besteding.
De leden constateren dat er bijzonder aandacht uitgaat naar het ECF. Hoe waarborgt
het kabinet dat middelen uit het ECF daadwerkelijk terechtkomen bij innovatieve en
productieve sectoren, en niet verzanden in bureaucratische processen of politieke
verdelingsmechanismen?
De leden van de PVV-fractie vragen hoe de Minister de huidige balans tussen nettobetalers
en netto-ontvangers beoordeelt. In hoeverre is de Minister van mening dat deze verdeling
eerlijk is en welke inzet Nederland pleegt om deze balans te verbeteren?
De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister bereid is om het Nederlandse vetorecht
in te zetten bij de onderhandelingen over het MFK indien de Nederlandse financiële
belangen onvoldoende worden geborgd. Onder welke omstandigheden zal het kabinet daadwerkelijk
gebruik zou maken van dit veto?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de beschikbare stukken over de
informele Europese Raad van 23 en 24 april 2026. Deze leden hebben daarover nog enkele
vragen.
Oekraïne
De leden van de CDA-fractie steunen onverminderd de brede Europese steun aan Oekraïne.
Deze leden lezen dat Nederland blijft inzetten op spoedige implementatie van de steunlening
aan Oekraïne, de aanname van het twintigste sanctiepakket en de aanpak van de schaduwvloot.
Welke scenario’s heeft het kabinet in beeld als de Hongaarse blokkade op sancties
toch blijft bestaan? Kan het kabinet bovendien toelichten hoe Nederland inzet op betere
handhaving van sancties en op het anti-omzeilingsinstrument, zodat sancties niet via
derde landen worden uitgehold?
Midden-Oosten
De leden van de CDA-fractie maken zich grote zorgen over de bredere instabiliteit
in het Midden-Oosten. Deze leden lezen dat de Europese Raad zal spreken over Iran,
de blokkade van de Straat van Hormuz en de gevolgen voor veiligheid, energie, economie,
migratie en scheepvaart. Kan de Minister aangeven welke concrete uitkomsten Nederland
op deze punten nastreeft? Wat bedoelt de Minister precies met een gezamenlijke EU-aanpak
van de secundaire effecten van deze crisis?
De leden van de CDA-fractie vragen welke vormen van steun aan de Golfstaten in EU-verband
worden besproken. Deze leden vragen daarnaast of het kabinet aan kan geven of er voldoende
steun zou zijn voor het Nederlandse voorstel voor een nieuw EU-sanctieregime tegen
verantwoordelijken voor het belemmeren van vrije doorvaart. Kan de Minister ook verduidelijken
wat onder «passende inspanningen» wordt verstaan om veilige doorvaart in de Straat
van Hormuz te waarborgen, en wanneer volgens het kabinet aan de voorwaarden voor eventueel
Nederlands optreden is voldaan?
Meerjarig Financieel Kader
De leden van de CDA-fractie vragen hoe de Minister aankijkt tegen voorstellen van
het Europees Parlement om terugbetaling van NextGenerationEU buiten het MFK te houden
en via nieuwe eigen middelen te financieren, zoals een digitale heffing op grote technologiebedrijven.
Pact voor het Middellandse Zeegebied
De leden van de CDA-fractie zien het belang van nauwere samenwerking met de zuidelijke
buurlanden van Europa, juist op het gebied van veiligheid, migratie, handel en stabiliteit.
Kan de Minister nader toelichten hoe het actieplan voor het Middellandse Zeegebied
zich verhoudt tot bestaande initiatieven, zodat overlap en bestuurlijke drukte worden
voorkomen? Welke onderdelen van het pact acht de Minister voor Nederland het belangrijkst?
Hoe worden nationale competenties en belangen voldoende beschermd bij nieuwe partnerschappen?
En op welke punten heeft Nederland nog vragen bij de uitvoerbaarheid van het actieplan?
II. Reactie van de Minister van Buitenlandse Zaken
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R.F. van Meetelen, voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken -
Mede ondertekenaar
J.H.R. Moonen, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.