Brief commissie : Brief van de commissie voor de Rijksuitgaven over het focusonderwerp voor de verantwoording over het jaar 2026
31 865 Verbetering verantwoording en begroting
Nr. 300
BRIEF VAN DE COMMISSIE VOOR DE RIJKSUITGAVEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 16 april 2026
Jaarlijks doet de commissie voor de Rijksuitgaven een voorstel aan de Kamer voor het
focusonderwerp in de verantwoording. De commissie stelt de Kamer voor het thema «Vereenvoudiging
van wetten en regels» aan te wijzen als focusonderwerp voor de verantwoording over
het jaar 2026.
Focusonderwerp 2026: Vereenvoudiging van wetten en regels
Er wordt al geruime tijd aandacht gevraagd voor het vereenvoudigen van wet- en regelgeving.
Veel wetten en regels zijn nu te ingewikkeld en er is onnodige regeldruk. Mensen en
bedrijven raken verstrikt in regels of verdwaald tussen loketten, en de uitvoering
loopt vast.
In de praktijk blijkt het moeilijk om wetten en regels ook echt te vereenvoudigen
of te schrappen. Niet alle regels en complexiteit zijn overbodig. De omstandigheden
van mensen en bedrijven zijn soms ingewikkeld en vragen dan om maatwerk. Met nieuwe
wetten of regels wordt daardoor vaak complexiteit toegevoegd, al dan niet na druk
vanuit een specifieke achterban. Dat kan betekenen dat waar de een baat heeft bij
vereenvoudiging, het de ander pijn doet. Dit maakt ook de politiek van vereenvoudigen
complex.
Ondertussen neemt de roep om echt werk te maken van vereenvoudiging toe. Publieke
dienstverleners, inspecties, toezichthouders en onafhankelijke adviseurs van kabinet
en parlement benadrukken het belang van een structurele aanpak. Zowel gericht op complete
hervormingen als concrete, stapsgewijze vereenvoudigingen die «ritme» brengen in vereenvoudiging.
Ook het draagvlak voor vereenvoudiging bij kabinet en parlement lijkt toe te nemen.
Er lopen al meerdere vereenvoudigingstrajecten en er zijn nieuwe aangekondigd, waaronder
een periodieke Vereenvoudigingswet.
Vragen aan kabinet en Algemene Rekenkamer verantwoording 2026
Vereenvoudiging van wet- en regelgeving is ook van groot belang voor de doeltreffendheid
en doelmatigheid van beleid en een goede besteding van belasting- en premiegeld. Dat
vereist immers wetten en regels die zo eenvoudig mogelijk zijn, «doenbaar» voor burgers
en bedrijven en goed kunnen worden uitgevoerd en gehandhaafd.
Vraag is welke lessen er zijn te trekken uit lopende of al afgeronde vereenvoudigingstrajecten
en wat er kan worden gedaan om ook op korte termijn concrete extra stappen te zetten
op belangrijke thema’s.
Concreet stelt de commissie voor om:
1) zowel het kabinet (in de jaarverslagen) als de Algemene Rekenkamer (in de rapporten
bij de jaarverslagen) te verzoeken extra aandacht te besteden aan de ervaring met
lopende of al afgeronde vereenvoudigingstrajecten en de daaruit te trekken lessen;
2) het kabinet te verzoeken in de afzonderlijke jaarverslagen ook aan te geven op welke
drie concrete budgettair omvangrijke en/of strategische thema’s de komende drie jaar
vereenvoudigingen in wetten en regels kunnen worden doorgevoerd, en daarbij in ieder
geval ook concreet aan te geven:
a) op wie die vereenvoudiging zich richt,
b) waaruit de huidige complexiteit bestaat en wat de gevolgen daarvan zijn voor mensen,
bedrijven en uitvoering en
c) op welke wijze en met welke concrete indicatoren voortgang (incl. nulmeting) het verminderen
van die complexiteit kan worden gemonitord1;
3) de Algemene Rekenkamer te verzoeken daarop te reflecteren en eventueel aanvullende
suggesties te doen voor kansrijke vereenvoudigingen.
De commissie stelt tot slot voor om de Minister van Financiën te vragen er zorg voor
te dragen dat ook in de komende jaren van deze kabinetsperiode – ook in het licht
van de zes ingestelde ministeriële taskforces en vereenvoudigingswetten – in de jaarverslaggeving
aandacht wordt besteed aan de voortgang van vereenvoudiging van wetten en regels,
bijvoorbeeld in het beleidsverslag.
De commissie beveelt de Kamer aan na vaststelling van het focusonderwerp het kabinet
en de Algemene Rekenkamer daarover schriftelijk te informeren, met het verzoek de
Kamer voorafgaand aan de Algemene Financiële Beschouwingen een reactie daarop te zenden.
De voorzitter van de commissie, Sneller
De waarnemend griffier van de commissie, Weeber
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.C. Sneller, voorzitter van de commissie voor de Rijksuitgaven -
Mede ondertekenaar
A.H.M. Weeber, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.