Voorstel van wet : Voorstel van wet
36 927 Regels ter uitvoering van Verordening (EU) 2024/900 betreffende transparantie en gerichte politieke reclame (Uitvoeringswet verordening transparantie en gerichte politieke reclame)
Artikel 1 begripsbepalingen
Artikel 2 Aanwijzing bevoegde autoriteiten
Artikel 3 Aanwijzing Commissariaat voor de Media als nationaal contactpunt en beheerder
register wettelijke vertegenwoordigers
Artikel 4 Aanwijzing toezichthouders
Artikel 5 Samenwerking AP, ACM en CvdM
Artikel 6 Sanctionering
Artikel 7 Toezeggingen
Artikel 8 Toepassing Kaderwet ZBO’s
Artikel 9 Wet op de politieke partijen en de Nederlandse autoriteit politieke partijen
Artikel 10 Inwerkingtreding
Artikel 11 Citeertitel
Nr. 2
VOORSTEL VAN WET
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is te voorzien in wettelijke
regels ter uitvoering van Verordening (EU) 2024/900 van het Europees Parlement en
de Raad van 13 maart 2024 betreffende transparantie en gerichte politieke reclame;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
Artikel 1 begripsbepalingen
– algemene verordening gegevensbescherming:
verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016
betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met verwerking van
persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking
van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);
– Autoriteit Consument en Markt:
Autoriteit Consument en Markt als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet
Autoriteit Consument en Markt;
– Autoriteit persoonsgegevens:
Autoriteit persoonsgegevens als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Uitvoeringswet
Algemene verordening gegevensbescherming;
– Commissariaat voor de Media:
Commissariaat voor de Media als bedoeld in artikel 7.1, eerste lid, van de Mediawet
2008;
– verordening:
Verordening (EU) 2024/900 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2024
betreffende transparantie en gerichte politieke reclame.
Artikel 2 Aanwijzing bevoegde autoriteiten
1. Het Commissariaat voor de Media is een bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 22,
derde en vierde lid, van de verordening.
2. De Autoriteit Persoonsgegevens is een bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 22,
vierde lid, van de verordening.
3. De Autoriteit Consument en Markt is voor uitvoering van deze wet belast met de coördinatie
op nationaal niveau met betrekking tot aanbieders van tussenhandeldiensten, bedoeld
in artikel 22, derde lid, van de verordening.
Artikel 3 Aanwijzing Commissariaat voor de Media als nationaal contactpunt en beheerder
register wettelijke vertegenwoordigers
1. Het Commissariaat voor de Media is de beheerder van het register wettelijke vertegenwoordigers,
bedoeld in artikel 21, vierde lid, van de verordening.
2. Het Commissariaat voor de Media is het nationaal contactpunt, bedoeld in artikel 22,
negende lid, van de verordening.
Artikel 4 Aanwijzing toezichthouders
1. Met het toezicht op de naleving van artikel 20 van de verordening zijn belast de
leden en buitengewone leden van de Autoriteit persoonsgegevens, de ambtenaren van
het secretariaat van de Autoriteit persoonsgegevens, alsmede de bij besluit van de
Autoriteit persoonsgegevens aangewezen personen.
2. Met het toezicht op de naleving van de artikelen 5 tot en met 17 en 21, eerste tot
en met het derde lid, van de verordening zijn belast de leden van het Commissariaat
voor de Media en de bij besluit van het Commissariaat voor de Media aangewezen medewerkers
van het Commissariaat voor de Media.
Artikel 5 Samenwerking AP, ACM en CvdM
1. De Autoriteit persoonsgegevens, de Autoriteit Consument en Markt en het Commissariaat
voor de Media zijn bevoegd om in het belang van een efficiënt en effectief toezicht
op de verordening afspraken te maken en daartoe samenwerkingsprotocollen vast te stellen.
Een samenwerkingsprotocol wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.
2. Onverminderd artikel 19, tweede lid, van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming,
onderscheidenlijk artikel 7, derde lid, onderdeel a, van de Instellingswet Autoriteit
Consument en Markt zijn de Autoriteit persoonsgegevens en de Autoriteit Consument
en Markt bevoegd uit eigen beweging, en desgevraagd verplicht, aan elkaar en het Commissariaat
voor de Media de gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering
van deze wet.
3. Het Commissariaat voor de Media is bevoegd uit eigen beweging, en desgevraagd verplicht,
aan de Autoriteit persoonsgegevens en de Autoriteit Consument en Markt gegevens te
verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet en de Uitvoeringswet
digitaledienstenverordening.
Artikel 6 Sanctionering
1. Het Commissariaat voor de Media en de Autoriteit Persoonsgegevens zijn ter handhaving
van de bepalingen, genoemd in artikel 4, eerste en tweede lid, en artikel 18 en 19
van de verordening bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning
binnen te treden zonder toestemming van de bewoner, voor zover dat voor de uitoefening
van de in artikel 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde bevoegdheden redelijkerwijs
noodzakelijk is.
2. De in artikel 4, eerste en tweede lid, bedoelde personen behoeven voor de uitoefening
van de in het eerste lid omschreven bevoegdheid de uitdrukkelijke en bijzondere volmacht
van het Commissariaat voor de Media of de Autoriteit persoonsgegevens, onverminderd
het bepaalde in artikel 2 van de Algemene wet op het binnentreden.
3. De Autoriteit Persoonsgegevens is ter handhaving van artikel 20 van de verordening,
bevoegd tot oplegging van:
a. een zelfstandige last in de vorm van een bindende aanwijzing; of
b. een zelfstandige last in de vorm van een voorlopige maatregel als bedoeld in artikel 22,
vijfde lid, onderdeel f, van de verordening transparantie en gerichte politieke reclame;
of
c. een last onder bestuursdwang; of
d. een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag, genoemd in artikel 25, tweede lid,
van de verordening transparantie en gerichte politieke reclame.
4. De Autoriteit Persoonsgegevens is ter handhaving van artikelen 18, 19 van de verordening,
bevoegd overeenkomstig artikel 83 van de Algemene verordening gegevensbescherming
tot oplegging van:
a. een last onder bestuursdwang; of
b. een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag genoemd in artikel 83, vijfde lid,
van de algemene verordening gegevensbescherming.
5. Het Commissariaat voor de Media is ter handhaving van de bepalingen genoemd in artikel 4,
tweede lid, bevoegd tot oplegging van:
a. een zelfstandige last in de vorm van een bindende aanwijzing; of
b. een zelfstandige last in de vorm van een voorlopige maatregel als bedoeld in artikel 22,
vijfde lid, onderdeel f, van de verordening transparantie en gerichte politieke reclame;
of
c. een last onder bestuursdwang; of
d. een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag, genoemd in artikel 25, tweede lid,
van de verordening transparantie en gerichte politieke reclame.
6. Degene tot wie een zelfstandige last als bedoeld in tweede lid, onderdelen a en b,
en het derde lid, onder a en b is gericht, handelt overeenkomstig die last.
7. De te betalen geldsom van een verbeurde dwangsom of een bestuurlijke boete komt toe
aan de Staat.
Artikel 7 Toezeggingen
1. Onverminderd artikel 5:45 van de Algemene wet bestuursrecht vervalt de bevoegdheid
van het Commissariaat voor de Media of de Autoriteit Persoonsgegevens met betrekking
tot artikel 20 tot het opleggen van een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom
aan een overtreder, indien het Commissariaat voor de Media of de Autoriteit Persoonsgegevens
op aanvraag van die overtreder besluit tot het bindend verklaren van een door de overtreder
gedane toezegging.
2. Het Commissariaat voor de Media of de Autoriteit Persoonsgegevens kan een besluit
nemen als bedoeld in het eerste lid, indien zij het bindend verklaren van een toezegging
doelmatiger acht dan het opleggen van een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom.
3. De overtreder dient de aanvraag voor het nemen van een besluit als bedoeld in het
eerste lid in, voordat het Commissariaat voor de Media of de Autoriteit Persoonsgegevens
een besluit omtrent het opleggen van een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom
heeft genomen.
4. De termijn, bedoeld in artikel 5:45, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht
wordt opgeschort met ingang van de dag waarop het Commissariaat voor de Media of de
Autoriteit Persoonsgegevens de aanvraag ontvangt, tot de dag waarop de het Commissariaat
voor de Media of de Autoriteit Persoonsgegevens een besluit op de aanvraag heeft genomen.
Artikel 5:45, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige
toepassing.
5. De overtreder gedraagt zich overeenkomstig het besluit, bedoeld in het eerste lid.
6. Het Commissariaat voor de Media of de Autoriteit Persoonsgegevens bepaalt gedurende
welke periode het besluit, bedoeld in het eerste lid, geldt en kan deze periode telkens
verlengen.
7. Het Commissariaat voor de Media of de Autoriteit Persoonsgegevens kan een besluit
als bedoeld in het eerste lid, of een besluit tot verlenging als bedoeld in het zesde
lid, wijzigen of intrekken indien:
a. er een wezenlijke verandering is opgetreden in de feiten waarop het besluit berust;
b. het besluit berust op door de overtreder verstrekte onvolledige, onjuiste of misleidende
gegevens;
c. overtreder in strijd met het vijfde lid, handelt.
Artikel 8 Toepassing Kaderwet ZBO’s
1. De artikelen 21 en 22 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen zijn niet van
toepassing op de Autoriteit persoonsgegevens, Autoriteit Consument en Markt en het
Commissariaat voor de Media voor de toepassing van deze wet.
2. Artikel 23 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen vindt slechts toepassing
ten aanzien van het door, de Autoriteit persoonsgegevens en Autoriteit Consument en
Markt gevoerde financiële beheer en de administratieve organisatie.
Artikel 9 Wet op de politieke partijen en de Nederlandse autoriteit politieke partijen
1. De Nederlandse autoriteit politieke partijen, bedoeld in artikel 111, van de Wet
op de politieke partijen, is bevoegd om de gegevens, bedoeld in artikel 14, eerste
lid, van de verordening, te verwerken.
2. Onverminderd artikel 19, tweede lid, van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming,
onderscheidenlijk artikel 7, derde lid, onderdeel a, van de Instellingswet Autoriteit
Consument en Markt zijn de Autoriteit persoonsgegevens en de Autoriteit Consument
en Markt uit eigen beweging bevoegd, en desgevraagd verplicht, aan de Nederlandse
autoriteit politieke partijen, bedoeld in artikel 111 van de Wet op de politieke partijen,
gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet en de
Wet op de politieke partijen.
3. Het Commissariaat voor de Media is bevoegd uit eigen beweging en desgevraagd verplicht
aan de Nederlandse autoriteit politieke partijen, bedoeld in artikel 111 van de Wet
op de politieke partijen, gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering
van deze wet en de Wet op de politieke partijen.
4. De Nederlandse autoriteit politieke partijen, bedoeld in artikel 111 van de Wet op
de politieke partijen, is uit eigen beweging bevoegd, en desgevraagd verplicht, aan
de Autoriteit persoonsgegevens, de Autoriteit Consument en Markt en het Commissariaat
voor de Media gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van
deze wet.
Artikel 10 Inwerkingtreding
1. Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het
Staatsblad waarin zij wordt geplaatst met uitzondering van artikel 9.
2. Indien het bij koninklijke boodschap van 12 mei 2025 ingediende voorstel van wet
houdende regels betreffende de financiering van politieke partijen en transparantieregels
met betrekking tot hun interne organisatie en financiën, evenals regels met betrekking
tot het toezicht en het verbieden van politieke partijen (Wet op de politieke partijen)
(Kamerstukken 36 742) tot wet is of wordt verheven en artikel 111 van die wet in werking treedt, treedt
artikel 9 van deze wet op hetzelfde tijdstip in werking.
Artikel 11 Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald als: Uitvoeringswet verordening transparantie en gerichte
politieke reclame.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.