Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op van de leden Mooiman en Kops over ‘negatieve gevolgen van extra provinciale regels inzake netcongestie voor woningbouw
Vragen van de leden Mooiman en Kops (beiden PVV) aan de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over negatieve gevolgen van extra provinciale regels inzake netcongestie voor woningbouw (ingezonden 5 februari 2026).
Antwoord van Minister Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening)
(ontvangen 10 april 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026,
nr. 1274.
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel van de Telegraaf waarin staat dat nieuwe woningen in
Utrecht, Flevoland en Gelderland opnieuw 10.000 tot 15.000 euro duurder dreigen te
worden, omdat provincies eisen dat ontwikkelaars en bouwers «netbewust bouwen»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Klopt het dat onbekend is hoeveel bouwplannen nooit verder komen dan papier vanwege
netcongestie? Zo ja, bent u bereid dit met relevante partners elk half jaar in kaart
te brengen?
Antwoord 2
Er is geen totaaloverzicht hoeveel bouwplannen nooit verder komen dan papier vanwege
netcongestie. Via verschillende wegen houd ik zicht op de woningbouwplannen en de
voortgang hiervan. Dit doe ik onder andere via de Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw
(LMVW), de bestuurlijke overleggen woondeals en via de versnellingstafels. Aan de
versnellingstafels bespreken de gemeenten, corporaties en marktpartijen vastlopende
projecten om tot doorbraken te komen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de publiek-private
monitor waarmee alle informatie en knelpunten per project gebundeld wordt. Vertraging
in een woningbouwproject is overigens vaak niet aan één specifieke oorzaak te wijten.
De genoemde monitoringsinstrumenten geven voldoende richting om te kunnen sturen op
de woningopgave.
Vraag 3
Kunt u nader toelichten waarom na 1 juli 2026 netbeheerders geen ruimte meer mogen
reserveren voor woningbouw en de prioriteit naar congestieverzachters verschuift?
Antwoord 3
Op 1 januari 2026 is het prioriteringskader voor transportverzoeken in werking getreden.
De bevoegdheid voor het opstellen van dit prioriteringskader ligt bij de Autoriteit
Consument en Markt (ACM). In de oude werkwijze reserveerden de netbeheerders capaciteit
voor het aansluiten van alle (toekomstige) kleinverbruikers, zodat elke kleinverbruiker
transportcapaciteit kreeg zolang er capaciteit beschikbaar was. Grootverbruikers (ook
met maatschappelijke prioriteit, zoals ziekenhuizen en defensie), kwamen ondertussen
op een wachtlijst. Deze werkwijze doet geen recht aan de volgorde van het prioriteringskader
en moet daarom veranderen. Netbeheerders hebben aangegeven tot 1 juli 2026 nodig te
hebben om het nieuwe prioriteringskader voor kleinverbruikers te implementeren. Voor
kleinverbruikers hebben netbeheerders tijd nodig voor het duiden van de impact van
het nieuwe kader, het tijdig informeren van klanten en het aanpassen van bedrijfsprocessen.
Tot 1 juli 2026 blijft de oude werkwijze daarom gelden voor kleinverbruikers en kan
dus ook woningbouw, zolang daar capaciteit voor is, op de bestaande wijze worden aangesloten.
In het nieuwe prioriteringskader zijn drie categorieën opgenomen. Congestieverzachters
staan in de hoogste categorie. Congestieverzachters zorgen voor een afname van netcongestie.
In categorie twee vallen functies die essentieel zijn voor de nationale veiligheid
zoals ziekenhuizen. In categorie 3 zitten functies gericht op maatschappelijke basisbehoeften,
waaronder woningbouw. Woningbouw heeft daarmee ook in het nieuwe prioriteringskader
prioriteit ten opzichte van een groot aantal functies die niet in het kader zijn opgenomen.
Vraag 4
Deelt u de mening dat het, gelet op de huidige woningnood, een slechte zaak is dat
circa 10.000 gebouwde woningen in Nederland niet bewoond kunnen worden, omdat er geen
stroomaansluitingen beschikbaar zijn?
Antwoord 4
Dat er ongeveer 10.000 gebouwde woningen in Nederland niet bewoond kunnen worden omdat
er geen stroomaansluitingen beschikbaar zijn, herken ik niet. Bij het ministerie zijn
enkele projecten bekend waar deze situatie zich voordoet of dreigt. Maar elke woning
die niet bewoond kan worden is er één te veel. Daarom zet het kabinet vol in op het
verhelpen van netcongestie, onder andere met het Landelijke Actieprogramma Netcongestie
(LAN) en de crisisaanpak in de Flevopolder, Gelderland en Utrecht (FGU). Op 12 maart
is uw kamer door de Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei geïnformeerd over
de crisisaanpak voor de FGU-regio 2.
Vraag 5
Deelt u de mening dat het niet bevorderlijk is voor het behalen van de eisen van betaalbare
nieuwbouw, als ontwikkelaars moeten investeren door aanvullende provinciale eisen
wat de realisatie van nieuwbouwwoningen duurder maakt, terwijl er bovendien geen garantie
is dat er een aansluiting volgt? Graag uw visie.
Antwoord 5
In algemene zin zet dit kabinet er op in om kostenverhogende regels te voorkomen.
Maar gezien de schaarste op het elektriciteitsnet kijk ik naar alle mogelijkheden
waarmee de woningbouw wél kan doorgaan. Het «netbewust» bouwen van huizen is een belangrijke
maatregel om de bestaande netcapaciteit zo goed mogelijk te benutten, en daarmee dus
zoveel mogelijk woningen te realiseren met de beperkte netcapaciteit die er is. Samen
met de sector werk ik aan beter zicht op de kosten en opbrengsten van netbewuste nieuwbouw.
Het is van belang dat een goede afweging wordt gemaakt tussen de extra kosten die
dit mogelijk met zich meebrengt en de netcapaciteit die hiermee wordt bespaard. Maatschappelijke
baten en mogelijke energiebesparing voor de toekomstige bewoners worden hier ook bij
betrokken.
Vraag 6
Deelt u de mening dat het tegengaan van netcongestie belangrijk is, maar niet zou
moeten betekenen dat broodnodige woningbouw wordt gehinderd? Graag uw visie.
Antwoord 6
Netcongestie is een realiteit waar het hele land mee te maken heeft. Door de schaarste
aan transportcapaciteit wordt juist ook de woningbouw in toenemende mate geraakt.
Het is van groot belang dat alle opties die voorkomen dat woningbouw door netcongestie
wordt gehinderd serieus worden opgepakt.
Vraag 7 en 8
Wat bent u bereid op korte termijn te ondernemen om provincies en gemeenten te stimuleren
dat zij niet zomaar aanvullende eisen boven op het Besluit bouwwerken leefomgeving
kunnen instellen en gebruiken om vergunningen te weigeren?
Kunt u aangeven, in het kader van tegengaan van bovenwettelijke eisen, wat u tot nu
toe heeft ondernomen én van plan bent te gaan ondernemen om gemeenten op te roepen
geen bovenwettelijke eisen op te leggen aan nieuwbouwwoningen en toezicht te houden
op de naleving hiervan (bijvoorbeeld via bestuurlijk overleg, versnellingstafels of
woonafspraken), zoals de aangenomen motie Mooiman (Kamerstuk 36 600 XXII, nr. 25) heeft verzocht?
Antwoord 7 en 8
In het coalitieakkoord is opgenomen dat (duurzaamheids-)normen worden gestandaardiseerd
en dat er op toe gezien wordt dat alle gemeenten alle bovenwettelijke eisen aan de
bouw schrappen, zodat overal hetzelfde geldt. Het Besluit bouwwerken leefomgeving
(Bbl) regelt landelijk uniform dat bouwwerken veilig, gezond, bruikbaar en duurzaam
zijn. Strengere of aanvullende lokale regels voor bouwwerken vanuit die oogpunten
van het Bbl zijn niet toegestaan. Op de Woontop 2024 is dit ook herbevestigd met de
sector. Om hier meer duidelijkheid over te bieden werk ik aan een wetsuitleg over
de verdeling van publiekrechtelijke bevoegdheden over de 3 overheidslagen als het
over de regels van het Bbl gaat en een wetsuitleg over de ruimte die de wet medeoverheden
geeft om privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten ten aanzien van bouwtechnische
aspecten voor woningen waar ze geen eigenaar van zijn/worden (in combinatie met uitleg
artikel 23.7 Ow). Ik zal deze wetsuitleg op korte termijn met de Woontoppartners delen.
In uitvoering van het programma Schrappen Tegenstrijdige en Overbodige Eisen in Regelgeving
(STOER) worden via de regionale versnellingstafels de Landelijke Versnellingstafel
Woningbouw signalen behandeld in geval er aanvullende eisen gesteld worden waardoor
er knelpunten ontstaan in nieuwbouwplannen.
Vraag 9
Wat heeft u ondernomen en wat gaat u ondernemen om het belang van woningbouw zo zwaar
mogelijk te laten meewegen bij de vormgeving van beleid om netcongestie tegen te gaan?
Antwoord 9
Het terugdringen van het woningtekort is topprioriteit van dit kabinet en netcongestie
is een grote uitdaging in het realiseren van de woningbouwopgave. Het tegengaan van
netcongestie is voor het kabinet om die reden onlosmakelijk verbonden met het belang
van woningbouw. Netcongestie is dan ook een belangrijk onderdeel uit de opdracht aan
de Ministeriële Taskforce Versnelling Woningbouw. Er worden concrete voorstellen uitgewerkt
om te voorkomen dat woningbouw door netcongestie tot stilstand komt. Ook werkt mijn
ministerie nauw samen met KGG, de VNG, IPO, de ACM en regionale netbeheerders aan
de werkwijze voor het aanvragen van transportcapaciteit voor woningbouw onder het
nieuwe prioriteringskader.
Ondertekenaars
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.