Overig : Verslag van de eerste plenaire zitting 2026 van de Benelux Interparlementaire Assemblee
36 287 Parlementaire Vergadering van de Benelux Interparlementaire Assemblee
J/ Nr. 12
VERSLAG VAN DE EERSTE PLENAIRE ZITTING 2026
Vastgesteld 9 april 2026
1. Inleiding
Op 20 en 21 maart vergaderde het Benelux parlement in het Luxemburgs parlement. Zo’n
veertig parlementsleden uit de drie Benelux-landen namen deel inclusief leden van
de Baltische Assemblee en de Baltic Sea Parliamentary Conference. Vanuit Nederland
namen vijftien Kamerleden deel, te weten de Eerste Kamerleden Artie Ramsodit en Roel van Gurp (beiden GroenLinks-PvdA), Elly van Wijk en Henk Marquart Scholz (beiden BBB), Pim van Ballekom (VVD), Theo Bovens (CDA), Alexander van Hattem en Ton van Kesteren (beiden PVV), Rik Janssen (SP), Hendrik-Jan Talsma (delegatieleider, ChristenUnie), Eddy Hartog (Volt) en Auke van der Goot (OPNL) en de Tweede Kamerleden Jan Schoonis (D66), Rachel van Meetelen (PVV) en Judith Bühler (CDA). De vrijdagmiddagzitting werd gewijd aan twee thema’s: De uitvoering van de
rapporten van Draghi en Letta over de toekomst van het Europese concurrentievermogen
en de toekomst van de Benelux. Bij de opening benadrukte Francine Closener, voorzitter
van het Benelux parlement (Luxemburg), dat binnen de Europese Unie de Benelux relevant
blijft door haar sterke samenwerking, met Schengen als een van de belangrijkste resultaten.
«Onze landen zijn uniek en tonen dat verdere integratie belangrijk is, vooral in de
praktische uitvoering,» zei Closener. Er was een gemeenschappelijk videotoespraak
van Luc Frieden, eerste Minister van Luxemburg, Bart de Wever, eerste Minister van
België en Rob Jetten, Minister-President van Nederland waarin zij spraken over de
onderlinge verbondenheid, het belang van de samenwerking en de toekomst van de Benelux
binnen de Europese Unie. Op zaterdagochtend namen de leden een aanbevelingen aan over
Schengen. Ook werd afscheid genomen van de secretaris-generaal van het Benelux parlement
Christine Bogaert en werd als nieuwe secretaris-generaal Valérie Houart benoemd. Namens
het comité van Ministers legde Ariadne Petridis de antwoorden neer op aanbevelingen
van het Benelux parlement.
2. Nederlandse interventies in plenaire debatten
Op de agenda van de plenaire zitting van vrijdagmiddag 20 maart stond eerst het thema
de toekomst van het Europese concurrentievermogen op de agenda. Verschillende experts
spraken over het belang en de invloed van de rapporten Draghi en Letta voor het verbeteren
van het concurrentievermogen. In zijn bijdrage sprak David Clarinval, vice-eerste
Minister en Minister van Werkgelegenheid, Economie en Landbouw over het sneller realiseren
van de economische ambities van Europa. Hij verwees naar de rapporten die duidelijk
maken wat er moet gebeuren, «maar de vraag blijft of er voldoende politieke wil is»
voegde hij eraan toe. In dit geheel rijst de vraag welke rol de Benelux kan spelen
aldus Clarinval. «De Benelux vervangt de Europese Unie niet, maar kan wel een nuttige
bijdrage leveren dankzij haar omvang en lange traditie van samenwerking» sprak hij.
De heren Evers en Bijleveld van het Nederlandse Ministerie van Economische zaken ging
in op de uitwerking van de rapporten in Nederland en het advies van Wennink dat op
basis van die rapporten is gevraagd. Veel van de aanbevelingen zijn inmiddels opgenomen
in het regeerakkoord en hebben geleid tot de oprichting van een ministeriële taskforce
lichtte zij toe. «Het doel is om onze welvaart te behouden, waarbij groei in productiviteit
essentieel is,» zei Evers waarbij de Benelux kan fungeren als een proeftuin voor Europese
samenwerking. Zij benadrukte dat in lijn met de rapporten van Letta, Draghi en Wennink
nauwere samenwerking binnen de Benelux belangrijk is om dagelijkse belemmeringen weg
te nemen, door onder andere administratieve lasten te verlichten en best practices
te delen. Namens het Directoraat-Generaal Interne Markt, industrie, ondernemerschap
en midden- en kleinbedrijf van de Europese Commissie maakte Eric Phillippart duidelijk
dat het soms beter is om verplichtingen af te schaffen en regelgeving te vereenvoudigen,
hoewel dit in de praktijk vaak lastig is. Een belangrijk knelpunt volgens Phillippart
is «gold-plating», waarbij lidstaten EU-regels strenger maken dan nodig, wat extra
lasten voor bedrijven veroorzaakt. Georges Rassel, voorzitter van de multisectorale
ondernemersfederatie FEDIL in Luxemburg schetste de situatie in Luxemburg waar diverse
obstakels op de arbeidsmarkt, zoals administratieve lasten voor buitenlandse werknemers
en complexe regelgeving die het invullen van documenten bemoeilijkt laten zien hoe
overbodige regelingen het concurrentievermogen van de EU belemmeren. Ook hij hield
een pleidooi voor het wegnemen van interne obstakels en overbodige regelgeving, «De
ambities voor het verbeteren van het concurrentievermogen zijn duidelijk, maar moeten
nu concreet worden uitgewerkt. Bedrijven willen veranderingen zien, zoals vereenvoudiging
van EU-regelgeving en een echte one Europe, one Market,» sprak hij. Jan Schoonis vroeg
de spreker of de Benelux ook niet een blauwdruk zou kunnen zijn voor de kapitaalmarkt
en Elly van Wijk vroeg of de landbouw ook onderdeel uitmaakt van de ministeriële taskforce
in Nederland, wat bevestigend werd beantwoord. Pim van Ballekom merkte op dat hij
niet optimistisch is over de voortgang, veel regels moeten nog worden afgeschaft,
«Het is belangrijk om juist concreet te kijken naar landenspecifieke aanbevelingen
en hoe die worden toegepast; het is niet altijd duidelijk of de landen de aanbevelingen
daadwerkelijk overnemen,» constateerde hij. Rachel van Meetelen sprak de vrees uit
dat het overnemen van de voorstellen van Draghi en Letta de nationale zeggenschap
ondermijnen.
Als voorzitter van de Commissie Grensoverschrijdende Samenwerking opende Bovens opende
de vergadering over het tweede thema van de plenaire zitting op 20 maart over de toekomst
van de Benelux.
Rapporteur Van der Goot leidde het tweede thema over de toekomst van de Benelux in
door te benadrukken dat nieuwe geopolitieke ontwikkelingen ook kansen bieden en dat
de Benelux klein genoeg is om wendbaar te zijn. «De Benelux moet er zijn voor de burgers
en de toekomst van Benelux ligt niet vast, die maken wij hier met zijn allen,» sprak
Van der Goot. De voorzitter van het Benelux-Gerechtshof Francis Delaporte ging in
op de toekomstige uitdagingen van het Hof. De nieuwe Secretaris-Generaal van de Benelux
Unie, Ariadne Petridis, sprak over noodzaak van verdere samenwerking, gezamenlijke
crisisoefeningen en pragmatisch handelen in veiligheid, economie, energie en duurzaamheid.
Europa moet innoveren en investeren, maar versnelling met 27 lidstaten is moeilijk,
anders dan bij de Benelux. Volgens haar biedt het Politieverdrag en artikel 350 van
het EU-Verdrag een solide basis om als Benelux krachtig op te treden en beslissingen
op EU-niveau te coördineren zonder «gold-plating». Loth van de Auwermeulen van de
Universiteit Hasselt lichtte haar onderzoek naar de Benelux Unie toe met de unieke
positie binnen de EU dankzij artikel 350, maar ook door grootte, duidelijke doelstellingen,
wederzijds vertrouwen en geografische behapbaarheid. Sinds 1944 is er een Benelux-identiteit
en een lange traditie van samenwerking. Veel grensoverschrijdende projecten, zoals
de Einstein Telescoop, laten zien dat de Benelux nog meer kan verzilveren en een voorbeeldfunctie
vervult bij het wegnemen van Europese obstakels.
3. Overige
Tijdens de plenaire vergadering op 21 maart 2026 werd de aanbeveling over de Schendingenakkoorden
unaniem aangenomen. De aanbeveling vraagt onder meer om bij het overwegen van de herinvoering
van grenscontroles binnen het Schengengebied eerst te kijken naar alternatieve maatregelen,
zoals het versterken van politiesamenwerking en de bestrijding van grensoverschrijdende
criminaliteit, onder meer via het Benelux-politieverdrag en gemengde patrouilles.
Voor een betere bescherming van de buitengrenzen vraagt de aanbeveling betere afstemming
tussen de Benelux-landen van hun plannen en toe te werken naar een gemeenschappelijke
aanpak, onder meer via een geharmoniseerde procedure voor Schengenvisa die als voorbeeld
kan dienen voor andere landen en de Europese Commissie te steunen bij de invoering
van een nieuwe terugkeerverordening, met als doel geharmoniseerde procedures en wederzijdse
erkenning van terugkeerbesluiten binnen de EU. Voorts deed Van der Goot deed verslag
van de rekening van het dienjaar 2025 namens de verificateurs. Als ondervoorzitter
van de commissie Financiën lichtte Van der Goot de afgesproken procedure toe voor
de behandeling van het verzoek om advies van het Benelux parlement aan de commissie
voor Financiën en Begroting van de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers over
de resolutie «de totstandkoming van een verdiepte Benelux- en Europese kapitaalmarkt
en een bredere Belgische beleggingsstructuur». Er werd afscheid genomen van Christien
Bogaert als secretaris-generaal van het Benelux parlement met toespraken van Hendrik-Jan Talsma
namens de Nederlandse delegatie, Rik Janssen namens de fractie van Socialisten, Groenen
en Democraten, Jan Schoonis namens de liberale fractie en Theo Bovens namens de Christelijke
fractie. Allen dankten zij haar voor haar onbegrensde inzet, toewijding en betrokkenheid
bij het Benelux parlement en wensten haar opvolger Valérie Houart veel succes. Ariadne
Petridis gaf een toelichting op de nieuwe werkwijze van de secretarissen-generaal
van de Benelux Unie en legde de (bijgewerkte) antwoorden op de aangenomen aanbevelingen
Waterstof en Wederzijde erkenning van diploma’s en beroepskwalificaties neer.
De voorzitter van de delegatie, Talsma
De griffier van de delegatie, Bakker-de Jong
Indieners
F. Bakker-de Jong, griffier