Lijst van vragen : Lijst van vragen inzake Tussentijdse beleidsevaluatie Programma Noordzee 2022-2027 (Kamerstuk 35325-12)
2026D16574 LIJST VAN VRAGEN
De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft een aantal vragen voorgelegd
aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over zijn brief inzake de Tussentijdse beleidsevaluatie Programma Noordzee 2022–2027 (Kamerstuk 35 325, nr. 12).
De voorzitter van de commissie,
Huizenga
Adjunct-griffier van de commissie,
Meedendorp
Nr
Vraag
1
Hoe wordt ervoor gezorgd dat de natuurtransitie in Nederland op koers komt, zoals
dat bij de energietransitie gebeurd is?
2
Hoe wordt ervoor gezorgd dat de descriptoren van de Kaderrichtlijn Mariene Strategie
(KRM) voor natuur in dit Programma Noordzee gehaald gaan worden?
3
Hoe komt u op basis van de figuren 2.2a en 2.2b, waarin de stand van zaken met betrekking
tot de beleidsketens natuurtransitie wordt beoordeeld en de indruk wordt gewekt dat
de impact «voldoende» is, maar ook de verbetering op indicatoren in tabel II.4 grotendeels
onduidelijk of afwezig is en de beoordeling van «resultaten» in figuur 2.2b «onduidelijk
tot onvoldoende» is, tot de conclusie dat de impact van het Programma Noordzee op
de natuurtransitie voldoende is?
4
Hoe zien het verdere tijdpad en de agenda eruit voor de verdere behandeling in de
Kamer?
5
Welke impact hebben de implementatiecycli van de KRM en het ontwerp van de Partiële
Herziening van het Programma Noordzee op (de materie van) dit rapport, nu die geen
deel uitmaken van deze evaluatie? Wat en hoeveel missen we daarmee? Wat komt er nog?
Welke impact heeft dit?
6
Welke zeggingskracht heeft dit tussentijdse rapport als het doel is het vinden van
de juiste maatschappelijke balans, als we nog niet weten wat moet worden verstaan
onder maatschappelijke balans en ecologische draagkracht?
7
Zal het Programma Noordzee een integraal beeld opleveren? Waarom zijn er onderwerpen,
zoals maritieme veiligheid, recreatie en cultureel erfgoed, «minder goed gedekt»?
8
Waarom is recreatie niet meegenomen in de scope? Waarom wordt geen integraal beeld
nagestreefd?
9
Zijn alle activiteiten op de Noordzee gelijkwaardig ten opzichte van elkaar? Of is
de ene activiteit (visserij) ondergeschikt aan de andere (windenergieparken)?
10
Waarom is het natuureffect belangrijker dan economische waarde?
11
Welke ideeën zijn er om in het nieuwe Programma Noordzee vorm te geven aan het aandachtspunt
dat er meer moet worden gekeken naar de cumulatieve impact van verschillende menselijke
activiteiten op het ecosysteem, gelet op het feit dat in de evaluatie meermaals wordt
verwezen naar de behoefte aan een meer integraal of sectoroverstijgend beleid, waarin
explicieter prioritering moet worden aangebracht tussen belangen als energieproductie,
natuurbehoud, visserij en zandwinning?
12
Wordt er bij de meer integrale natuurversterking (als punt voor de natuurtransitie)
en het inzetten op natuurinclusief bouwen (figuur 2.2a) ook gekeken naar de vraag
hoe positieve effecten van natuurinclusief bouwen (NiB) behouden kunnen worden na
de levenstermijn (en eventuele repowering of ontmanteling) van het windpark? In hoeverre
wordt in dit kader nagedacht over eventuele aanpassing van de opruimplicht van windparken?
13
Op welke manier denkt u verandering aan te brengen, gelet op het feit dat in de evaluatie
wordt aangegeven dat het Kader Ecologie en Cumulatie (KEC) voor windprojecten naar
behoren functioneert, maar dat het effect dat wordt nagestreefd («in staat om te bezien
of en op welke wijze toekomstige extra wondparken op zee in overeenstemming zijn te
brengen met de Wet Natuurbescherming, de VR en de HR») onvoldoende is, doordat er
geen inzicht is in de cumulatieve impact van verschillende economische activiteiten
op meerdere ecosysteem componenten?
14
Komt er ook een definitieve beleidsevaluatie, gelet op het feit dat dit de tussentijdse
beleidsevaluatie Programma Noordzee 2022–2027 is? Hoe worden de uitkomsten en aanbevelingen
van deze beleidsevaluatie meegenomen in het nieuwe Programma Noordzee?
15
Wordt hier wel informatie en kennis uit gehaald, gelet op het feit dat in deze brief
wordt benoemd dat de implementatiecyclus onder de Europese KRM geen onderdeel is van
deze evaluatie? Wordt er bij de komende cycli van het Programma Noordzee gekeken of
deze kunnen worden afgestemd met de cycli van de KRM?
16
Wanneer publiceert de overheid het aanwijzingsbesluit waarin, volgens afspraak 4.34
van het Noordzeeakkoord, in uiterlijk 2025 de Hollandse Kust moest worden aangewezen
als vogelrichtlijngebied?
17
Wat is de zeggingskracht en representativiteit van dit rapport als Europese kaders
niet zijn meegenomen, het een tussentijdse evaluatie is, er drie onderwerpen niet
mee worden genomen, er beperkte informatie voorhanden is (zie beperkingen eerste helft
pagina 17) en we nog niet weten wat de maatschappelijke balans is, laat staan de ecologische
draagkracht?
18
In welke mate gaan de concrete natuurmaatregelen uit tabel 2.1 (op pagina 21) economische
ontwikkelingen en kansen verlammen (iedere maatregel voor zich en tezamen)? Welke
kosten gaan hiermee gepaard en zijn die maatschappelijk verantwoord?
19
Welke beperkende werking gaat uit van de toepassing van het voorzorgsprincipe, ten
gunste van kennisleemten?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R.A. Huizenga, voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat -
Mede ondertekenaar
M. Meedendorp, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.