Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda met de inzet voor de Voorjaarsvergadering van de Wereldbank 2026 (Kamerstuk 26234-316)
2026D16310 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking hebben
onderstaande fracties de behoefte een aantal vragen en opmerkingen voor te leggen
aan de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over de geannoteerde
agenda met de inzet voor de Voorjaarsvergadering van de Wereldbank 2026 (Kamerstuk
26 234, nr. 316) en het verslag Jaarvergadering Wereldbank 2025 (Kamerstuk 26 234, nr. 314)
De voorzitter van de commissie,
Den Hollander
De griffier van de commissie,
Prenger
Inhoudsopgave
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Inbreng D66-fractie
Inbreng VVD-fractie
Inbreng GroenLinks-PvdA-fractie
Inbreng CDA-fractie
Inbreng JA21-fractie
Inbreng BBB-fractie
II
Antwoord/Reactie van de Minister
III
Volledige agenda
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Inbreng leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde
agenda voor de Voorjaarsvergadering van de Wereldbank. Zij onderschrijven het belang
van een goed functionerend multilateraal systeem en zien in de Wereldbank een cruciale
partner bij het bevorderen van duurzame, inclusieve groei, het tegengaan van klimaatverandering
en het versterken van stabiliteit in kwetsbare regio’s. Deze leden hebben nog enkele
vragen en opmerkingen over de inzet van het kabinet.
Wereldbank Governance en Multilateralisme
De leden van de D66-fractie vragen hoe het kabinet het uitblijven van hervormingen
in de Shareholding Review beoordeelt. Acht het kabinet deze uitkomst wenselijk, mede in het licht van de bredere
internationale roep om een eerlijkere vertegenwoordiging van lage-inkomenslanden binnen
multilaterale instellingen?
Voorts vragen deze leden of het kabinet concreet kan toelichten welke stappen Nederland
zet om de stem van lage-inkomenslanden binnen de Wereldbank structureel te versterken.
Hoe wordt de effectiviteit van deze inzet gemonitord en geëvalueerd?
Tevens vragen de leden van de D66-fractie hoe Nederland zich er binnen de Wereldbank
voor inzet dat geopolitieke spanningen niet leiden tot politisering van besluitvorming,
maar dat de Bank een betrouwbare en neutrale multilaterale actor blijft.
Oekraïne
De leden van de D66-fractie vragen hoe donorcoördinatie rond de wederopbouw van Oekraïne
concreet wordt verbeterd om versnippering en overlap van financiering te voorkomen.
Voorts vragen deze leden welke rol het kabinet ziet voor de Wereldbank in het stroomlijnen
van deze coördinatie, en hoe daarbij wordt samengewerkt met de Europese Unie en andere
multilaterale instellingen.
Gaza
De leden van de D66-fractie vragen hoe binnen het GRAD-fonds wordt geborgd dat Palestijnen
daadwerkelijk zeggenschap houden over de prioritering van wederopbouwinspanningen.
Daarnaast vragen deze leden hoe het kabinet de representatie van Palestijnen binnen
de «Board of Peace» beoordeelt, en welke inzet Nederland pleegt om inclusieve en legitieme
vertegenwoordiging te waarborgen. Voorts vragen de leden van de D66-fractie op welke
wijze wordt voorkomen dat wederopbouwprocessen top-down worden ingericht, zonder voldoende
lokale participatie en maatschappelijke inbedding.
Syrië
De leden van de D66-fractie vragen hoe wederopbouwfinanciering via multilaterale kanalen
kan bijdragen aan het versterken van lokaal bestuur in Syrië, conform de motie-Van
der Werf.1
Voorts vragen deze leden op welke wijze wordt bevorderd dat wederopbouwinspanningen
bijdragen aan bredere representatie van minderheden en regio’s buiten Damascus in
bestuurlijke structuren. Tevens vragen de leden van de D66-fractie welke rol het kabinet
ziet voor de Wereldbank in het ondersteunen van inclusieve, lokaal gedragen institutionele
opbouw.
Klimaat
De leden van de D66-fractie vragen hoe Nederland zich ervoor inzet dat klimaatfinanciering
van de Wereldbank niet alleen omvangrijk is, maar ook eerlijk wordt verdeeld, met
bijzondere aandacht voor de meest kwetsbare landen. Voorts vragen deze leden hoe wordt
geborgd dat klimaatadaptatie – die direct raakt aan bestaanszekerheid – voldoende
prioriteit krijgt naast mitigatie. Ook vragen de leden van de D66-fractie of het kabinet
ruimte ziet om binnen de Wereldbank sterker te sturen op klimaatrechtvaardigheid en
op lokale betrokkenheid bij de totstandkoming en uitvoering van projecten. Tot slot
vragen de leden welke rol het kabinet voor de Wereldbank ziet weggelegd in het assisteren
bij het mobiliseren en coördineren van private financiering voor klimaatmitigatie
en -adaptatie, en wat de Nederlandse inzet hierop is.
Inbreng leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde
agenda met de inzet voor de Voorjaarsvergadering van de Wereldbank 2026 en het verslag
van de vorige Jaarvergadering. Zij hebben hierbij nog enkele vragen.
In een wereld van toenemende geopolitieke spanningen en instabiliteit vinden de leden
van de VVD-fractie het van belang dat middelen via de Wereldbank doelgericht worden
ingezet en aantoonbaar bijdragen aan Nederlandse strategische belangen, zoals veiligheid,
migratiebeheersing en economische kansen. Zij vinden het dan ook positief dat de Wereldbank
marktliberalisering steeds vaker als randvoorwaarde voor leningen hanteert. Wat deze
leden betreft, dient het kabinet erop toe te zien dat elke euro die uitgetrokken wordt
voor ontwikkelingssamenwerking onderhevig is aan een strategische toetsing. Hoe kijkt
de Minister hiernaar? Kan de Minister concreet toelichten hoe hij waarborgt dat Nederlandse
bijdragen aan de Wereldbank worden getoetst aan strategische criteria zoals migratiebeheersing,
nationale veiligheid en economische kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven?
De leden van de VVD-fractie blijven pal staan voor de ondersteuning van Oekraïne in
zijn strijd voor vrijheid en territoriale integriteit. De veiligheid van dit land
is onlosmakelijk verbonden met de stabiliteit op ons eigen continent. In dat kader
vormt de aanhoudende Russische aanwezigheid in het bestuur van de IBRD een fundamentele
aantasting van de morele autoriteit van de Wereldbank. De leden van de VVD-fractie
noemen het onbestaanbaar dat een agressor die een agressieoorlog op het Europese continent
voert en zich dagelijks schuldig maakt aan verwerpelijke oorlogsmisdaden, mede de
kaders bepaalt voor de besteding van IBRD-middelen en de allocatie van fondsen voor
herstel. Zij vragen de Minister daarom of hij bereid is om in internationaal verband
krachtig te pleiten voor het formeel opschorten van het Russische lidmaatschap.
De leden van de VVD-fractie maken zich daarnaast zorgen over het gelijke speelveld
binnen de Wereldbank. Zij merken op dat de noodzaak voor een fundamentele modernisering
van de financieringscriteria eveneens scherp naar voren komt bij de positie van China
binnen de mondiale financiële architectuur. Nederland heeft als aandeelhouder een
stemrecht van circa 1,89 procent in de IBRD en draagt daarmee substantieel bij aan
het kapitaal van dit instituut. Hoe beoordeelt de Minister het dat China, als tweede
economie ter wereld, nog steeds aanspraak maakt op financiering uit Wereldbankmiddelen?
Verder vragen de leden van de VVD-fractie de Minister wat hij concreet gaat doen om
de Chinese toegang tot deze financiering te beperken. Is hij bereid zich in internationaal
verband in te zetten voor het stopzetten van leningen zolang China zijn markt niet
daadwerkelijk en transparant openstelt voor westerse partijen?
De leden van de VVD-fractie constateren dat de huidige multilaterale architectuur
onvoldoende is toegerust op de huidige geopolitieke realiteit. Hierdoor reageert het
systeem pijnlijk traag op geopolitieke verschuivingen en raakt het verlamd door bureaucratie
en fragmentatie. Wat de leden van de VVD-fractie betreft vindt er dan ook een fundamentele
herbezinning plaats op de wijze waarop wij onze internationale invloed organiseren.
Er moet bewogen worden naar slagvaardige coalities van gelijkgestemde landen met een
gedeelde visie op veiligheid en democratische waarden in plaats van te blijven hangen
in instituten die door tegenstanders van binnenuit worden uitgehold. De leden van
de VVD-fractie vragen de Minister of hij de analyse deelt dat de huidige gefragmenteerde
architectuur onze strategische slagkracht ondermijnt en of hij bereid is de mogelijkheden
voor een model vergelijkbaar met de NAVO voor internationale hulp te verkennen.
Inbreng leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben de inzet voor de vergadering van de
Wereldbank gelezen. Zij hebben hierover nog enkele vragen en opmerkingen.
Allereerst lezen de leden van deze fractie dat Nederland substantiële invloed heeft
binnen de Bank, bijvoorbeeld als vaste vertegenwoordiger van de kiesgroep van dertien
landen. Maar deze leden zien ook met grote zorg dat het kabinet forse bezuinigingen
op ontwikkelingssamenwerking doorzet. Waar de ODA-prestatie onder het laatste kabinet
Rutte nog 0,6% was, wordt dit de komende jaren 0,45%. Welk effect heeft dit op de
bijdragen van Nederland aan de Bank? Welk effect heeft dit gehad, of zal dit hebben,
op de positie van Nederland in de Bank?
Klimaat
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de energiestrategie van de Bank
wordt herzien en het Climate Change Action Plan afloopt. Met grote zorg zien de leden van deze fractie dat politieke aandacht voor
het klimaat internationaal verslapt, terwijl mensen wereldwijd vragen om een aanpak
van de klimaatcrisis die onverminderd verergert. Deze leden vragen zich af hoe het
kabinet inzet op een hoge klimaatambitie na 2026, samen met gelijkgestemde landen
die een ambitieuze klimaataanpak voorstaan.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen met enige zorg dat de besteding van
de Nederlandse bijdrage van 935 miljoen aan het IDA21-programma voor lage-inkomenslanden,
zal worden gevolgd op «thema’s zoals de ontwikkeling van de private sector en banen,
schuldbeheer en belastinginning, watermanagement en voedselzekerheid, en stabiliteit
en veiligheid.» Hoewel dit belangrijke thema’s zijn, missen deze leden klimaatadaptatie-
en mitigatie in dit rijtje. Zij vragen de Minister om aan te geven of het voor het
kabinet ook een prioriteit is om te monitoren of onze bijdrage helpt bij de aanpak
van de grootste crisis van onze tijd.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen tevens, gezien de Bank de grootste
multilaterale klimaatfinancier is, hoe de Minister waarborgt dat klimaatfinanciering
leidt tot meetbare en transparante resultaten, gezien signalen dat de klimaatrelevantie
van bijdragen wordt overschat. Deze leden vragen hoe Nederland zich inzet voor meer
transparantie en onafhankelijke controle binnen de Wereldbank. Zo wijzen de leden
erop dat veel energiesectorhervormingen als klimaatrelevant worden aangemerkt, terwijl
deze vooral marktliberalisering bevorderen en risico’s bij ontwikkelingslanden leggen.
Tot slot op dit punt vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zich af of Nederland
zich ervoor zal inzetten dat de Wereldbank ontwikkelingslanden niet alleen ondersteunt
bij het verduurzamen van de energievoorziening – iets wat vaak tot rendement leidt
– maar ook tot zaken die van enorme waarde zijn en juist gebaat zijn bij publieke
investeringen, omdat private investeringen hier geen baat in zien, zoals biodiversiteit,
en klimaatadaptatie.
Eerlijke vertegenwoordiging
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich zorgen over de groeiende schuldenlast
in vooral Afrikaanse landen. Veel landen besteden inmiddels meer dan de helft van
hun inkomsten aan schulden, in plaats van aan zorg en onderwijs. Dit belemmert ontwikkeling
en raakt vooral meisjes en jonge vrouwen. De leden vragen of de Minister deze zorgen
deelt en hoe Nederland bijdraagt aan eerlijke schuldherstructurering.
Daarnaast vinden deze leden dat lage- en middeninkomenslanden beter vertegenwoordigd
moeten worden in internationale financiële instellingen zoals de Wereldbank. Zij vragen
welke stappen de Minister concreet zet om internationaal steun te vergaren om dit
te verbeteren, of de Minister initiatieven om de Wereldbank te hervormen vanuit het
mondiale Zuiden zal omarmen en ondersteunen.
Oekraïne
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen met zorg over de wederopbouw in Oekraïne
en dat de financieringsnoden in het huidige jaar en in de jaren daarna nog onzeker
zijn. Het is goed dat Nederland aanvullende bijdragen zal doen en Oekraïne blijft
steunen. Maar kan de Minister al een inschatting geven van wat andere landen van plan
zijn om te doen en wat het vooruitzicht is voor Oekraïne bij deze vergadering?
Inbreng leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
Voorjaarsvergadering van de Wereldbank van 13 tot en met 18 april 2026 en van het
verslag van de Jaarvergadering van oktober 2025. Deze leden onderschrijven het belang
van een sterke Wereldbank die bijdraagt aan stabiliteit, weerbaarheid en economische
ontwikkeling, juist in een wereld van geopolitieke spanningen, hoge schulden en groeiende
onzekerheid. Deze leden hebben nog enkele vragen hierbij.
De leden van de CDA-fractie lezen dat het centrale thema van de Voorjaarsvergadering
«Building Prosperity Through Policy» is, met veel nadruk op beleid, regelgeving en het ondernemingsklimaat als basis
voor groei en werkgelegenheid. Deze leden steunen die lijn, omdat werk en bestaanszekerheid
de beste basis vormen voor stabiliteit, minder irreguliere migratie en meer weerbare
samenlevingen. Wel vragen deze leden hoe het kabinet gaat bewaken dat deze agenda
niet blijft steken in algemene beleidsvoornemens, maar wordt vertaald in meetbare
resultaten op landenniveau. Aan welke concrete uitkomsten wil het kabinet de inzet
van de Wereldbank op dit punt toetsen?
De leden van de CDA-fractie lezen ook dat in lage-inkomenslanden de komende tien tot
vijftien jaar circa 1,2 miljard jongeren de arbeidsmarkt betreden, terwijl naar schatting
slechts 400 miljoen banen worden gecreëerd. Dat gat is enorm. Hoe wil het kabinet
bevorderen dat de Wereldbank zich niet alleen richt op algemene groei, maar vooral
op kansrijke toekomstbestendige arbeid, jeugdwerkgelegenheid en lokale mkb-ontwikkeling?
Welke rol ziet het kabinet daarbij voor de private takken van de Wereldbank, IFC (Internationale
Financieringsmaatschappij) en MIGA (Het Multilateraal Investeringsgarantieagentschap)?
Voorts lezen de leden van de CDA-fractie dat ongeveer een derde van de financiering
van de Wereldbank naar fragiele en conflictgevoelige landen en regio’s gaat. Deze
leden steunen dat, juist omdat instabiliteit in die regio’s direct kan doorwerken
in migratie, veiligheid en ontwrichting in Europa. Kan het kabinet nader toelichten
hoe Nederland erop zal aandringen dat de Wereldbank in deze context meer inzet op
lokale uitvoeringskracht, veiligheid van basisvoorzieningen en perspectief voor gastgemeenschappen
en vluchtelingen?
De leden van de CDA-fractie hechten groot belang aan de rol van de Wereldbank bij
opvang in de regio. In dat licht zijn deze leden positief over het belang dat het
kabinet hecht aan het International Development Association (IDA) en aan het loket dat gastgemeenschappen en vluchtelingenopvang ondersteunt.
Kan het kabinet concreet maken hoe groot de Nederlandse inzet op dit punt is binnen
IDA21? Hoe wordt bewaakt dat middelen ook echt terechtkomen in regio’s waar opvangdruk
hoog is en stabiliteit onder spanning staat?
De leden van de CDA-fractie vragen daarnaast aandacht voor de mondiale schuldenproblematiek.
De leden lezen dat tussen 2022 en 2024 circa 741 miljard dollar meer uit ontwikkelingslanden
wegvloeide via rente en aflossingen dan er aan nieuwe financiering binnenkwam. Dat
is zorgelijk. Deze leden steunen de inzet op schuldentransparantie, beter schuldbeheer
en een herzien schuldenraamwerk. Zij vragen wel hoe het kabinet de effectiviteit van
de huidige Three-Pillar Approach beoordeelt. Leidt deze aanpak nu al tot aantoonbaar lagere financieringskosten, meer
transparantie en meer begrotingsruimte voor landen? Zo nee, wat moet er volgens het
kabinet scherper?
De leden van de CDA-fractie vinden het terecht dat Nederland meer aandacht vraagt
voor klimaatrisico’s en binnenlandse schulden in de schuldhoudbaarheidsanalyses. Wel
vragen deze leden of het kabinet ook wil bevorderen dat schuldaanpakken beter worden
gekoppeld aan investeringen in voedselzekerheid, waterbeheer en economische weerbaarheid.
Juist op die terreinen kunnen landen immers structureel sterker worden.
Ten aanzien van Oekraïne steunen de leden van de CDA-fractie onverminderd de inzet
op wederopbouw, economische stabilisatie, transparantie en anticorruptie. Deze leden
lezen dat de geschatte wederopbouwkosten voor de komende tien jaar zijn opgelopen
naar 588 miljard dollar. Dat onderstreept de noodzaak van strakke coördinatie. Kan
het kabinet toelichten welke aanvullende Nederlandse inzet tijdens deze Voorjaarsvergadering
wordt gepleegd om donorcoördinatie, monitoring en institutionele hervormingen in Oekraïne
verder te versterken? Hoe wordt voorkomen dat versnippering of overlap ontstaat?
De leden van de CDA-fractie lezen verder dat de Wereldbank ook een rol ambieert in
Gaza en mogelijk ook in Syrië, mits aan duidelijke politieke en institutionele voorwaarden
wordt voldaan. Deze leden vinden dat begrijpelijk, maar hechten sterk aan transparantie,
controleerbaarheid en het voorkomen dat middelen wegvloeien of hervormingen ondermijnen.
Kan het kabinet voor zowel Gaza als Syrië nader aangeven welke randvoorwaarden voor
Nederland minimaal moeten zijn vervuld voordat verdere betrokkenheid van de Wereldbank
kan worden gesteund?
De leden van de CDA-fractie steunen de inzet op klimaatadaptatie en water. Waterbeheer,
drinkwater, landbouw en bescherming tegen droogte en overstromingen zijn direct verbonden
met bestaanszekerheid en migratiedruk. Voornoemde leden vragen hoe het kabinet de
Nederlandse waterexpertise concreet wil verbinden aan de nieuwe waterstrategie van
de Wereldbank. Welke kansen ziet het kabinet voor Nederlandse kennisinstellingen,
waterbedrijven en uitvoeringspartners? En hoe wordt voorkomen dat dit vooral bij intenties
blijft?
De leden van de CDA-fractie lezen ook dat wordt verkend of een Center of Excellence voor water(management) in Nederland toegevoegde waarde kan hebben. Deze leden vragen
het kabinet deze gedachte verder uit te werken. Welke vorm zou zo’n centrum kunnen
krijgen, welke partners zouden daarbij betrokken kunnen worden en hoe zou dit de positie
van Nederland binnen Wereldbankprogramma’s kunnen versterken?
Verder lezen de leden van de CDA-fractie dat de Wereldbank tijdens de Jaarvergadering
van 2025 het belang van de private sector, aanbestedingshervormingen en het mobiliseren
van privaat kapitaal opnieuw heeft benadrukt. Deze leden steunen dat, mits publieke
doelen voorop blijven staan en aanbestedingen eerlijk, transparant en doelmatig verlopen.
Kan het kabinet toelichten hoe Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen beter kunnen
aanhaken bij Wereldbankprojecten, zonder dat ontwikkelingsdoelen ondersneeuwen? Welke
concrete vervolgstappen zet het kabinet sinds de Jaarvergadering van 2025 op dit punt?
De leden van de CDA-fractie vragen ten slotte ook aandacht voor de shareholding review
en het Voice-traject. Deze leden vinden het goed dat lage-inkomenslanden sterker worden
betrokken bij bestuur en besluitvorming. Tegelijk is het van belang dat de Wereldbank
bestuurbaar blijft en effectief kan opereren. Hoe beoordeelt het kabinet de huidige
stand van zaken? En welke uitkomst acht het kabinet voor Nederland wenselijk, nu een
formele stemrechtherziening waarschijnlijk uitblijft?
Inbreng leden van de JA21-fractie
De leden van de fractie van JA21 hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda en
de Koninkrijksinzet voor de voorjaarsvergadering van de Wereldbankgroep die zal plaatsvinden
tussen 13 en 18 april 2026. Zij hebben een aantal vragen en opmerkingen.
China
De leden van de fractie van JA21 brengen in herinnering dat het Development Committee tijdens de jaarvergadering in oktober voor de achtste keer niet tot een gezamenlijke
slotverklaring wist te komen. Ook was er wederom geen overeenstemming over het opnemen
van verwijzingen naar klimaat- en genderbeleid en de positie van China binnen de Wereldbank.
Kan het kabinet uitweiden over de laatste stand van zaken rond deze twee twistpunten?
Deelt het kabinet de mening dat China, gelet op het inkomensniveau en de toegang tot
kapitaalmarkten, niet langer in aanmerking zou moeten komen voor reguliere IBRD-leningen?
Hoe wordt deze kwestie aangevlogen in de komende Voorjaarsvergadering? Hoe ziet het
huidige krachtenveld eruit? Welke mogelijkheden heeft Nederland vanuit haar positie
als voorzitter van een kiesgroep om dit te agenderen? Kan de Minister toezeggen hier
een inspanning voor te willen doen?
Klimaat- en milieudoelstellingen
De leden van de fractie van JA21 brengen in herinnering dat in 2022 verschillende
hervormingen zijn doorgevoerd bij de Bank. Dit betrof onder meer het toevoegen van
klimaat- en milieuoverwegingen aan haar formele doelstellingen. Een minimaal vereiste
voor de leden van de fractie van JA21 is dat dit proces niet afleidt van het oorspronkelijke
kernmandaat. Kan het kabinet toelichten hoe sinds de herijkingen van 2022, klimaat-
en milieuoverwegingen concreet worden meegewogen in projectselectie en -beoordeling,
en hoe wordt voorkomen dat deze nadruk ten koste gaat van de kernopdracht van de Bank
op het terrein van economische ontwikkeling en basisinfrastructuur? Zijn er recente
cijfers bekend over het aandeel klimaatprojecten in vergelijking met klassieke infrastructuur-
of armoedebestrijdingsprojecten? Kan de Minister iets meedelen over hoe klimaateisen
tegenwoordig worden meegewogen in de projectbeoordeling? Hoe komen klimaat- en milieuambities
specifiek naar voren in de aangekondigde focus van de Bank rondom werkgelegenheid?
Kan het kabinet toezeggen aandacht te blijven vragen voor een gebalanceerde en realistische
afweging?
Oorlogssituaties
Ten slotte zijn de leden van de fractie van JA21 benieuwd naar de Nederlandse behartiging
van de verschillende belangen namens haar kiesgroep, met onder meer Israël en Oekraïne.
Kan de Minister toelichten hoe Nederland als voorzitter van EDS19 binnen de Wereldbank
de belangen en wensen van de kiesgroeplanden weegt, mede in relatie tot de bestaande
oorlogssituaties? Los hiervan werd begin deze maand bekend dat een internationale
coördinatiegroep is opgericht, met daarin onder meer het Internationaal Energieagentschap
(IEA), het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbankgroep, om de gevolgen
van de oorlog in het Midden-Oosten te mitigeren. Kan het kabinet een toelichting geven
over deze ontwikkeling en waar dit samenwerkingsverband specifiek op zal gaan inzetten
Inbreng leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
Voorjaarsvergadering van de Wereldbank. Deze leden hebben hierover nog enkele vragen
en opmerkingen.
De leden lezen dat het kabinet inzet op voortzetting van de afspraak dat 45% van de
financiering van de Wereldbank klimaatrelevant moet zijn. Deze leden zijn op dit punt
niet overtuigd. Zij vragen de Minister om nader te onderbouwen waarom een dergelijk
hoog percentage wenselijk is, en hoe wordt geborgd dat middelen daadwerkelijk bijdragen
aan economische ontwikkeling, stabiliteit en welvaart in plaats van primair aan klimaatdoelen.
Kan de Minister concreet aangeven welke effecten dit vooraf afgesproken percentage
heeft op groei, werkgelegenheid en armoedebestrijding in ontvangende landen? En deelt
de Minister de mening dat je dit niet vooraf moet vastleggen, maar dat maatwerk toegepast
dient te worden?
In het verlengde hiervan vragen de leden van de BBB-fractie of deze klimaatdoelstelling
ook geldt voor middelen die worden ingezet voor wederopbouw in conflictgebieden, zoals
Oekraïne. Deze leden wijzen erop dat de wederopbouwkosten voor Oekraïne worden geraamd
op circa 588 miljard dollar voor de komende tien jaar. Acht de Minister het wenselijk
dat in een dergelijke context, bijna de helft van de middelen geoormerkt dienen te
worden als klimaatrelevant? In hoeverre helpt dit de directe wederopbouw van infrastructuur,
economie en basisvoorzieningen? Kan de Minister concreet uiteenzetten hoe deze klimaatvoorwaarde
bijdraagt aan het herstel van landen in oorlogssituaties, en of dit niet juist leidt
tot vertraging, hogere kosten of minder effectieve inzet van middelen?
Daarnaast lezen de leden in de geannoteerde agenda veel over klimaatadaptieve maatregelen
en investeringen, onder meer op het gebied van water en infrastructuur. Deze leden
vragen de Minister om de vertaalslag naar Nederland te maken. In hoeverre voert dit
kabinet zelf klimaatadaptief beleid, met name in relatie tot de inzet van klimaat-
en natuurgelden? Hoe wordt geborgd dat deze middelen doelmatig en effectief worden
ingezet, en welke concrete resultaten zijn daarvan zichtbaar in Nederland?
De leden van de BBB-fractie missen daarnaast expliciete aandacht voor voedselzekerheid
in de geannoteerde agenda en de onderliggende stukken. Hoewel uitgebreid wordt ingegaan
op thema’s als klimaat, water en economie, blijft voedselzekerheid onderbelicht. Deze
leden achten dit een niet uitlegbaar gemis. De wereldbevolking groeit en wordt welvarender,
wat leidt tot een toenemende vraag naar voedsel en in het bijzonder naar dierlijke
eiwitten. Tegelijkertijd staat de productiecapaciteit onder druk door klimaatverandering,
bodemdegradatie en schaarste aan ruimte. Deze leden vragen de Minister hoe hij deze
ontwikkeling duidt. Hoe kijkt de Minister naar de spanning tussen een groeiende voedselvraag
en een afnemende productiecapaciteit wereldwijd? Welke rol ziet de Minister voor de
Wereldbank in het waarborgen van mondiale voedselzekerheid? Bestaat er een samenhangende
internationale strategie op dit punt, en zo ja, hoe ziet deze eruit? En is de Minister
bereid dit in te brengen in Washington?
Tot slot vragen de leden van de BBB-fractie of bovenstaande vragen, en de inzet van
dit kabinet op het wereldtoneel, mee kan worden genomen in het nationale voedselstrategieplan
waar de Kamer om heeft gevraagd en dat voor de zomer wordt verwacht. De leden vragen
graag een reactie van de Ministers.
De leden van de BBB-fractie zien de beantwoording met belangstelling tegemoet.
II Antwoord/Reactie van de Minister
III Volledige agenda
Geannoteerde agenda met inzet voor de Wereldbank Voorjaarsvergadering 2026
26 234-316 – Brief regering d.d. 27-03-2026 Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
S.W. Sjoerdsma.
Verslag Jaarvergadering Wereldbank (oktober 2025)
26 234-314 – Brief regering d.d. 17-11-2025, Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, A. de
Vries.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R. den Hollander, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking -
Mede ondertekenaar
M. Prenger, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.