Lijst van vragen en antwoorden : Lijst van vragen en antwoorden over Nederlandse deelname aan een Amerikaans kennis- en innovatieprogramma voor Collaborative Combat Aircraft (CCA) (Kamerstuk 36592-60)
36 592 Defensienota 2024 – Sterk, slim en samen
Nr. 61
LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 7 april 2026
De vaste commissie voor Defensie heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Staatssecretaris
van Defensie over de brief van 19 maart 2026 inzake Nederlandse deelname aan een Amerikaans
kennis- en innovatieprogramma voor Collaborative Combat Aircraft (Kamerstuk 36 592, nr. 60).
De Staatssecretaris heeft deze vragen beantwoord bij brief van 7 april 2026. Vragen
en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De voorzitter van de commissie, Paternotte
Adjunct-griffier van de commissie, Manten
Vraag 1
Wat staat er in de letter of acceptance?
Antwoord:
De Letter Of Acceptance (LOA) is onderdeel van het Foreign Military Sales (FMS) proces
met een vaste structuur. In de LOA staan de afspraken tussen de Amerikaanse regering
en Defensie voor het gebruik van kennis en data over Collaborative Combat Aircraft
(CCA), de kosten van deelname aan het programma, wanneer de afspraken ingaan en wanneer
de betalingen gedaan moeten zijn. Overige onderwerpen zijn garanties, financiële voorwaarden,
risico’s en eventuele afhandelingen van disputen.
Vraag 2
Welk commitment geeft Nederland aan het CCA-programma, nu en in de toekomst, bij het
tekenen van de letter of acceptance?
Antwoord:
Defensie gaat met het tekenen van de LOA een eenmalige verplichting aan richting de
Amerikaanse overheid in de bandbreedte 50–100 miljoen. Daarmee krijgen Defensie en
betrokken kennisinstellingen TNO en NLR als deelnemer aan het programma kennis en
toegang tot data van CCA.
Noot: De standaard voor rapportage van bandbreedtes vanuit Defensie is op 23 april
2024 gewijzigd naar 50–250 miljoen euro. Zie Kamerstuk 27 830, nr. 431. In de brief van de Staatssecretaris van 19 maart 2026, Kamerstuk 36 592, nr. 60, is abusievelijke de voorheen geldende bandbreedte van 50–100 miljoen euro vermeld.
Vraag 3
Wat is de looptijd van het kennis- en innovatieprogramma?
Antwoord:
Het Nederlandse Concept Development & Experimentation (CD&E)-project MOBIUS is ingegaan
op 1 februari 2026 en loopt tot eind 2030. Een van de onderdelen van dit CD&E-project
is deelname aan opportune kennis- en innovatieprogramma’s, waarbij het Amerikaanse
CCA-programma zich hier als eerste voor leent. De vaststelling van de duur van het
CCA programma is onderdeel van de Project Arrangement die medio 2026 afgestemd wordt
voor de duur van tenminste het MOBIUS-project.
Vraag 4
Wat is uw toetsingskader geweest om dit programma aan te gaan en welke criteria heeft
u daarbij gehandhaafd?
Antwoord:
In de Maatregelennota naar aanleiding van de Defensienota 2024 «Sterk, slim en samen»
is een maatregel opgenomen voor concept development and experimentation op het terrein
van Autonomous Collaborative Platforms (ACP’s). Hieraan wordt onder meer uitvoering
gegeven met het programma MOBIUS, met als doel om gedurende het programma kennis te
vergaren. Met de op te bouwen kennis kan nader advies worden uitgebracht over het
al dan niet overgaan tot verwerving en implementatie van ACP’s. Deze brede theoretische
en praktische kennisbasis wordt in samenwerking met de Nederlandse kennisinstellingen
en industrie opgebouwd en sluit aan bij de doelstelling uit de Defensie Strategie
voor Industrie en Innovatie 2025–2029, Kamerstuk 31 125, nr. 134 om innovatie te versterken op 5 NLD-gebieden, waaronder intelligente systemen die
gebruik maken van AI en autonomie.
Vraag 5
In hoeverre zullen de vergaarde kennis en onderzoeksresultaten uit dit programma intellectueel
eigendom zijn van de Nederlandse overheid?
Antwoord:
Het programma deelt de experimentele data en analyses voor CCA met Nederland. Op grond
van de LOA worden nadere samenwerkingsafspraken, onder andere op gebied van intellectueel
eigendom, nog uitgewerkt in de Project Arrangement.
Vraag 6
Op welke manier zullen de vergaarde kennis en onderzoeksresultaten later gebruikt
kunnen en mogen worden ter bevordering van een Europees alternatief?
Antwoord:
De opgebouwde kennis stelt Defensie in staat om beter geïnformeerde keuzes te maken
voor toekomstige aanschaf van CCA van welke fabrikant dan ook.
Vraag 7
Op welke manier wordt het genoemde budget van 50–100 miljoen euro precies gebruikt?
Antwoord:
Om als partner in het Amerikaanse programma deel te nemen betaalt Defensie een buy-in
Fee in de vorm van een financiële bijdrage. Defensie en betrokken kennisinstellingen
TNO en NLR krijgen als deelnemer aan het programma kennis en toegang tot data over
CCA.
Vraag 8
Hoeveel testtoestellen zullen er via dit programma aangeschaft worden? Wat is de prijs
per toestel?
Antwoord:
Door Defensie worden geen testtoestellen aangeschaft, maar wordt toegang verkregen
tot het Amerikaanse CCA-programma.
Oorspronkelijk, voorafgaand aan het ondertekenen van de LOI op 16 oktober 2025 ging
Defensie er vanuit dat deelname aan het onderzoeksprogramma mogelijk was door middel
van aanschaf van twee testtoestellen. Dit bleek anders, zoals ook in de Letter of
Acceptance is verwoord. Er is door de Verenigde Staten gevraagd om een financiële
bijdrage ter hoogte van de aankoop van twee testtoestellen voor deelname aan het CCA
programma, waarna Nederland de beschikking krijgt over testdata en analyses. Alle
testtoestellen blijven eigendom van de Amerikaanse regering. De prijs en het aantal
toestellen in het Amerikaanse CCA-programma is (commercieel) vertrouwelijk informatie.
Vraag 9
Op basis van welke gronden kan de Nederlandse overheid nog uit het project stappen?
Welke afspraken zijn daaromtrent gemaakt en welke kosten zijn daarmee gemoeid?
Antwoord:
Na ondertekening van de LOA zullen nadere afspraken gemaakt worden over de inrichting
van de Nederlandse deelname via een Project Arrangement. Volgens de LOA is het mogelijk
om uit het programma te stappen met inachtneming van annuleringskosten.
Vraag 10
Zijn er derde partijen betrokken bij dit programma en, zo ja, welke partijen zijn
dat?
Antwoord:
De direct betrokken industriepartijen bij de eerste fase van het Amerikaanse CCA-programma
zijn Anduril en General-Atomics, die testvliegtuigen leveren. Daarnaast doen o.a.
Boeing, Northrop Grumman, Lockheed-Martin, Shield AI en RTX Collins mee aan de ontwikkelingen
van hard- en software voor CCA. De vervolgafspraken over het Amerikaanse CCA-programma
zullen verduidelijken met welke partijen de Amerikaanse regering verdere toenadering
zoekt.
Vraag 11
Hoeveel van het beschikbaar gestelde budget van dit kennis- en innovatieprogramma
zal aan Amerikaanse AI-bedrijven besteed worden?
Antwoord:
Defensie doet een financiële bijdrage (buy-in fee) voor toegang tot kennis en data
in het Amerikaanse CCA-programma. Dit geld wordt gebruikt voor het CCA-programma.
Het is nog niet bekend hoeveel geld nodig is voor specifieke software voor semiautonome
operaties. Voor Nederland blijft de verklaring over Responsible AI in the Military
Domain (REAIM) altijd leidend.
Vraag 12
Waarom schrijft u dat de informatievoorziening over de CCA via deze brief een «uitzondering»
is?
Vraag 13
Waarom hecht u in deze casus extra waarde aan transparantie?
Antwoord:
Het is ongebruikelijk om de Kamer vooraf te informeren over R&D-samenwerking die tot stand komt met bondgenoten en partners. Mede door mediaberichtgeving
kan de indruk zijn ontstaan dat deelname aan het CCA-programma een ontwikkeltraject
betreft zoals de ontwikkeling en verwerving van de F-35. Ik hecht er daarom extra
waarde aan de Kamer te informeren over wat dit onderzoeksprogramma behelst en wat
met de deelname wordt beoogd.
Vraag 14
Hoe verhoudt deze casus zich tot de aangenomen motie van het lid Piri c.s. over elke
voorgenomen verwerving van defensiematerieel bij leveranciers van buiten de EU melden
aan de Kamer? (Kamerstuk 36 800 X, nr. 34)
Antwoord:
De motie van het lid Piri c.s. verzoekt de regering elke voorgenomen verwerving van
defensiematerieel bij leveranciers van buiten de EU voortaan proactief en per geval
aan de Kamer te melden voordat onomkeerbare stappen in het verwervings-proces worden
gezet. Er is bij de voorgenomen deelname aan het CCA-programma geen sprake van verwerving
van defensiematerieel. Het CCA-programma is een Kennis- en Innovatie programma waar
de afspraken uit het Defensie Materieel Proces niet van toepassing zijn.
Vraag 15
Kunt u toelichten wat er volgens u wel en wat niet binnen de reikwijdte van de motie-Piri
valt, dus wanneer de Kamer wel en wanneer niet vooraf wordt geïnformeerd?
Antwoord:
In de appreciatie van de motie Piri tijdens de Begrotingsbehandeling heb ik aangegeven
dat «oordeel Kamer» kan worden gegeven als deze in het licht van het DMP mag worden
bezien. In dit kader zal expliciet in DMP-brieven worden vermeld indien materieel
buiten de EU wordt aangeschaft. Defensie informeert de Kamer vooraf over alle voorgenomen
verwervingen van materieel en wapensysteem gebonden IT boven de financiële ondergrens
van € 50 miljoen, in lijn met de afspraken uit het Defensie Materieel Proces (Kamerstuk
27 830, nr. 431 van 23 april 2024).
Vraag 16
Wat verandert er in de informatievoorziening naar de Tweede Kamer nu de motie-Piri
is aangenomen?
Antwoord:
In de DMP-brieven over voorgenomen materieelverwerving wordt expliciet vermeld als
verwerving is voorzien bij leveranciers van buiten de EU.
Vraag 17
Wat is de verwachting van de duur van het Amerikaanse CCA-project? Is de verwachting
dat dit decennia is? Loopt dit gelijk op met dat van de F-35 (dat tot na 2060 doorloopt)?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord:
Het Amerikaanse programma is onderverdeeld in verschillende fases. Nederland doet
mee met de eerste fase. De duur van het totale CCA-programma is nog niet definitief
vastgesteld. De duur is niet gekoppeld aan het programma doorontwikkeling van de F-35
dat doorloopt tot 2052.
Vraag 18
Wanneer is het project MOBIUS van start gegaan? Wat is de omvang van dat project (menskracht
en budget)? Kunt u aanvullende informatie verstrekken over het project?
Antwoord:
MOBIUS is gestart op 1 februari 2026 met geld uit de Defensienota 2024. De project
omvang voor MOBIUS is 50–250 miljoen euro (conform de nieuwe bandbreedte voor rapportage
vanuit Defensie). MOBIUS gebruikt menskracht uit Defensie en ondersteuning van de
kennisinstituten en heeft als doelstelling om een brede kennisbasis op te bouwen met
betrekking tot het leveren van toekomstige effecten binnen (onbemenste) luchtoperaties.
Dit helpt Defensie om de juiste keuzes te maken voor eventuele toekomstige materieelverwerving.
Vraag 19
Is aan (een van) de landen die onderdeel zijn van het GCAP gevraagd of Nederland als
waarnemer of anderszins zou kunnen aansluiten met het oog op de oriëntatie op een
CCA-capaciteit? Kijken die landen ook naar compatibiliteit met de F-35, gegeven dat
alle drie de landen in dat programma (VK, Italië en Japan) ook F-35-programmapartners
zijn?
Antwoord:
Het Global Combat Air Program (GCAP) bevindt zich in een conceptstadium met een initiële
focus op bemenste zesde generatie systemen. Het programma heeft ons op dit moment
geen mogelijkheden geboden tot deelname aan een kennis- en innovatieprogramma. Defensie
verkent de mogelijkheden van deelname aan programma’s in de ontwikkeling van onbemenste
systemen binnen en buiten Europa middels het MOBIUS project.
Vraag 20
In de VS ontwikkelen meerdere fabrikanten verschillende CCA-varianten; op welke van
die projecten richt de Nederlandse belangstelling zich?
Antwoord:
Nederland volgt alle projecten en initiatieven in zowel de VS als daarbuiten op de
voet.
Vraag 21
Is het nu genoemde budget van 50–100 miljoen euro bovenop of in plaats van de gesuggereerde
uitruil met de aankoop van een zesde extra F-35 toestel, zoals beschreven in uw brief
van 19 december jl.? (Kamerstuk 36 592, nr. 56)
Antwoord:
Dit geld komt voort uit bestaand budget uit de Defensienota 2024. De aanschaf van
de zesde F-35 staat los van het kennis- en innovatie programma. Beide budgetten zijn
gescheiden.
Vraag 22
Uit de via de Woo vrijgegeven documenten omtrent de CCA ontstaat de indruk dat recent
reeds getekend is voor de aanschaf van twee CCA-testtoestellen; kunt u dat bevestigen?
Zo ja, waarom is de Kamer daarover niet geïnformeerd en kunt u daarover alsnog meer
informatie verschaffen, zoals welke fabrikant(en) en type(s) het hier betreft? Hoe
ziet de verdere planning hieromtrent eruit? Welke verplichtingen is Nederland verder
aangegaan? Zo nee, hoe is dan de gang van zaken in december 2025/januari 2026 geweest
zoals te lezen in de verstrekte Woo-documenten?
Antwoord:
Zie antwoord vraag 8.
Vraag 23
Bent u bereid de Letter of Intent concerning Autonomy and Collaborative Combat Aircraft
Cooperation, die Nederland en de Verenigde Staten afgelopen oktober ondertekenden,
openbaar te maken?
Vraag 24
Kunt u ook de Letter of Acceptance, die u van plan bent 8 april te tekenen, openbaar
maken?
Antwoord:
Ik kan deze LOI en ook de LOA ter vertrouwelijke inzage aanbieden aan de Kamer.
Vraag 25
Kunt u aanvullende informatie verstrekken over het Memorandum of Understanding voor
Research, Development, Testing & Evaluation, dat Nederland en de Verenigde Staten
medio juni 2025 hebben ondertekend, dan wel dit document delen?
Antwoord:
De Memorum of Understanding is een verdrag met vertrouwelijke informatie en kan niet
openbaar gedeeld worden.
Vraag 26
Welke kennis en toegang krijgen Defensie, TNO en NLR door deelname aan het programma?
Antwoord:
Defensie, TNO en NLR krijgen toegang tot experimentele data en kennis. Na ondertekening
van de LOA zullen nadere afspraken gemaakt worden over de inrichting van de Nederlandse
toegang tot kennis en data middels een Project Arrangement.
Vraag 27
Welke typen data over CCA krijgen Defensie, TNO en NLR precies beschikbaar via deelname
aan het Amerikaanse programma? Gaat het daarbij om testdata, simulatiegegevens, operationele
conceptdata, softwaredata of alleen algemene programmadata?
Antwoord:
Zie antwoord vraag 26.
Vraag 28
Blijft de toegang van TNO en NLR tot data bestaan als Nederland later besluit niet
over te gaan tot aanschaf van CCA?
Antwoord:
Deelname aan dit kennis- en innovatieprogramma staat los van eventuele toekomstige
CCA-verwerving. Opgedane kennis blijft aanwezig bij betrokkenen, ook als is een project
afgelopen en kan ingezet voor andere doeleinden. Nadere afspraken daarover worden
in de Project Arrangement gemaakt.
Zie ook antwoord op vraag 26.
Vraag 29 en 30
Mogen TNO en NLR de verkregen data opslaan in eigen systemen in Nederland?
Mogen TNO en NLR de data gebruiken voor eigen onderzoek en modelontwikkeling, of alleen
voor het specifieke CCA-programma?
Antwoord:
Na ondertekening van de LOA zullen nadere afspraken gemaakt worden over de inrichting
van de Nederlandse toegang tot kennis en data middels een Project Arrangement.
Vraag 31
Kan Nederland via TNO en NLR eigen kennis opbouwen die later ook inzetbaar is in een
Europees CCA-traject?
Antwoord:
Ja.
Vraag 32
Wie bezit de intellectuele eigendomsrechten op analyses of kennisproducten die TNO
en NLR ontwikkelen op basis van Amerikaanse programmadata?
Vraag 33
In hoeverre mogen TNO en NLR de verkregen kennis benutten in Europese samenwerkingsverbanden?
Vraag 34
Zijn er voorwaarden waaronder de VS de data-toegang voor TNO en NLR kunnen beperken,
opschorten of intrekken?
Antwoord:
Het programma deelt experimentele data en analyses met Nederland. Op grond van de
LOA worden nadere samenwerkingsafspraken, onder andere op gebied van intellectueel
eigendom, nader uitgewerkt in toekomstige project arrangement.
Vraag 35
Hebben TNO en NLR recht op updates van data en technische informatie naarmate het
Amerikaanse programma zich verder ontwikkelt?
Antwoord:
Alle informatie conform de afspraken uit de op te maken Project Arrangement is ter
beschikking van Defensie en de kennisinstituten voor de duur van Nederlandse deelname
aan het Amerikaanse programma.
Vraag 36
Hoe verhoudt uw stelling dat Europa slechts in een «beginstadium» verkeert zich tot
deze concrete Europese tijdlijn en technologische voortgang? Gezien het feit dat Airbus
recentelijk voor het «Wingman»-programma heeft aangekondigd dat het al dit jaar testvluchten
uitvoert met twee gemodificeerde platforms, uitgerust met het soevereine Europese
MARS-missiesysteem (Multiplatform Autonomous Reconfigurable and Secure) en dat Airbus
streeft naar een operationele CCA-capaciteit voor de Duitse luchtmacht in 2029?
Antwoord:
In de brief van 19 maart jl. (Kamerstuk 36 592, nr. 60) is toegelicht dat Defensie door deelname aan het CCA-programma nu concrete kansen
kan benutten voor het opdoen van kennis tijdens de fase van test, onderzoek en ontwikkeling
van onbemenste gevechtsvliegtuigen die kunnen samenwerken met bemenste jachtvliegtuigen.
De twee in de brief genoemde grotere internationale samenwerkingsprogramma’s voor
toekomstige jachtvliegtuigen (FCAS, GCAP) waar eventuele onbemenste gevechtscapaciteit
onderdeel van uitmaakt zijn in een beginstadium en bieden deze mogelijkheden (nog)
niet. Dit neemt niet weg dat Defensie in het programma MOBIUS de mogelijkheden blijft
verkennen van deelname aan andere programma’s voor kennisopbouw en ontwikkeling van
dit soort systemen, wereldwijd en specifiek in Europees verband. Defensie werkt daarnaast
in NAVO- en in EU-verband en bilateraal met verschillende partners nauw samen op kennis-
en innovatiegebied in het luchtdomein en wisselt in dit kader informatie uit over
het opzetten van kansrijke projecten en initiatieven, waaronder op de gebieden van
onbemenst en autonomie. MOBIUS is opgezet met de intentie om meerdere sporen te kunnen
volgen. Volgen van het Amerikaanse CCA-programma sluit andere samenwerkingen op geen
enkele wijze uit.
Vraag 37
Is er diepgaand onderzoek gedaan naar de compatibiliteit van deze Europese software-oplossingen
met de F-35, of wordt hier blind vertrouwd op Amerikaanse proprietary systemen die
juist kunnen leiden tot een nieuwe lock-in? Gezien het feit dat in de brief wordt
gesteld dat Europese alternatieven geen integratie bieden met de Nederlandse vijfde-generatie-jachtvliegtuigen
(F-35) terwijl de Europese focus momenteel juist ligt op het creëren van een open
architectuur (zoals het MARS-systeem en de MindShare-software)?
Antwoord:
Deelname aan het Amerikaanse programma biedt Defensie op dit moment de kans om unieke
kennis- en data op te doen voor CCA, waaronder open architectuur-kennis, die defensiebreed
nodig is en zich niet alleen beperkt tot CCA of vliegende systemen.
Vraag 38
U noemt de betrokkenheid van TNO en NLR; heeft Defensie onderzocht hoe de deelname
aan een Europees programma, waar Nederland als partner meer invloed heeft op de broncode
en systeemarchitectuur, de Nederlandse positie in de Europese defensie-industrie op
de lange termijn versterkt in vergelijking met een ondergeschikte rol in een Amerikaans
programma?
Antwoord:
Er is geen sprake van een vergelijkbaar Europees programma waaraan Defensie kan deelnemen.
Deelname aan het Amerikaanse programma biedt Defensie op dit moment de enige mogelijkheid
om kennis op te doen over CCA, waaronder open architectuur-kennis, die defensiebreed
nodig is en zich niet alleen beperkt tot CCA of vliegende systemen.
Vraag 39
Worden er door het tekenen van de Letter of Acceptance op 8 april onomkeerbare stappen
gezet die tot een lock-in leiden?
Antwoord:
Nee. Er is geen sprake van een lock-in omdat het geen materieelverwerving is en ook
omdat CCA een open architectuur bevat. Er is enkel sprake van het opdoen van kennis
en vergaren van data. Het MOBIUS-project is geen materieelverwervingsprogramma voor
operationele inbedding, maar een test, onderzoek en ontwikkeling programma om kennis
op te doen met de volgende generatie onbemenste vliegsystemen en autonomie. Volgens
de LOA is het mogelijk om uit het project te stappen met inachtneming van annuleringskosten.
Vraag 40
Klopt het dat u twee testtoestellen gaat aanschaffen? Kan daarover meer informatie
worden verschaft?
Antwoord:
Zie antwoord vraag 8.
Vraag 41
Kunt u specificeren wat er precies betaald/gekocht zal worden met de aangegeven 50–100
miljoen euro?
Antwoord:
Defensie gaat met het tekenen van de LOA een eenmalige verplichting aan. Daarmee krijgen
Defensie en betrokken kennisinstellingen TNO en NLR als deelnemer aan het programma
kennis en toegang tot data over CCA.
Vraag 42
Zijn er ook Europese alternatieven overwogen en zo ja, welke?
Antwoord:
Zie antwoord vraag 36.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.M. Paternotte, voorzitter van de vaste commissie voor Defensie -
Mede ondertekenaar
N.E. Manten, adjunct-griffier