Voorstel van wet : Voorstel van wet
36 924 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet handhaving consumentenbescherming en de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek ter implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2225 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten (Implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet)
ARTIKEL I
ARTIKEL II
ARTIKEL III
ARTIKEL IV
ARTIKEL V
ARTIKEL VI
Nr. 2
VOORSTEL VAN WET
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat noodzakelijk is de Wet op het financieel
toezicht, Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet handhaving consumentenbescherming
en de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek te wijzigen ter implementatie van Richtlijn
(EU) 2023/2225 van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023 inzake kredietovereenkomsten
voor consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2008/48/EG;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Wet op het financieel toezicht wordt gewijzigd als volgt:
A
Artikel 1:1 wordt als volgt gewijzigd:
1. In de definitie van «krediet» wordt in onderdeel a na «geldsom» ingevoegd «en het
verlenen van uitstel van betaling».
2. De volgende definitie wordt in alfabetische volgorde ingevoegd:
richtlijn consumentenkrediet:
richtlijn (EU) 2023/2225 van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023
inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2008/48/EG;
B
Artikel 1:16 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid, komt te luiden:
1. Deze wet, met uitzondering van dit deel en de artikelen 2:36, tweede tot en met vierde
lid, 2:38, 2:39, 4:32, 4:34, 4:34a, eerste lid, en 4:35 is niet van toepassing op
financiële diensten die kunnen worden aangemerkt als dienst van de informatiemaatschappij
als bedoeld in artikel 15d, derde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en die
worden verleend door een financiële onderneming vanuit een vestiging in een andere
lidstaat.
2. In het tweede lid wordt «bedoeld in het zesde lid, onderdeel a, van artikel V van
de Aanpassingswet richtlijn inzake elektronische handel» vervangen door «bedoeld in
het vijfde lid, onderdeel a, van artikel V van de Aanpassingswet richtlijn inzake
elektronische handel».
C
Artikel 1:20 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:
a. In onderdeel c wordt na «of waartoe een zodanige overeenkomst behoort,» ingevoegd
«tenzij deze overeenkomst een optie tot aankoop van de zaak bevat of het bij het aangaan
van de overeenkomst de intentie is dat de consument op enig moment de eigendom van
de zaak verkrijgt, of».
b. Onder verlettering van onderdeel e tot f wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
e. overeenkomsten die voorzien in uitstel van betaling als bedoeld in artikel 58, tweede
lid, onderdelen d en e, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
2. Het tweede en derde lid komen te luiden:
2. Deze wet, met uitzondering van de artikelen 4:34b, 4:34c, 4:35 en 4:35b, is niet
van toepassing op overeenkomsten inzake krediet, niet zijnde hypothecair krediet,
in de vorm van overschrijding als bedoeld in artikel 3, onderdeel 19 van de richtlijn
consumentenkrediet.
3. De artikelen 1:77q, 4:23, 4:32, 4:34, 4:34a, 4:34b, 4:34c, 4:35b en 4:35c zijn niet
van toepassing op overeenkomsten inzake krediet, niet zijnde hypothecair krediet,
die zijn gesloten voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Implementatiewet herziene
richtlijn consumentenkrediet. Op die overeenkomsten blijven de artikelen 4:2d, 4:23,
4:32 en 4:34 van toepassing zoals die onmiddellijk voor dat tijdstip luidden.
3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
4. Voor kredietovereenkomsten in de vorm van kaarten met uitgestelde debitering als
bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van de richtlijn consumentenkrediet, geldt dat zij
tot zes maanden na inwerkingtreding van de Implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet
niet onder deze wet vallen voor zover deze kredietovereenkomsten binnen drie maanden
dienen te worden afgelost en ter zake waarvan slechts onbetekende kosten aan de consument
in rekening worden gebracht.
D
Na artikel 1:77p wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 1:77q
1. De Autoriteit Financiële Markten kan ten aanzien van krediet, niet zijnde hypothecair
krediet, een verbod of beperking opleggen om bepaalde kredieten waaronder begrepen
kredieten met bepaalde specifieke kenmerken aan te bieden of om bepaalde marktpraktijken
te verrichten, indien zij op redelijke gronden concludeert dat:
a. een krediet, krediet met bepaalde kenmerken of een marktpraktijk een significante
reden vormt tot bezorgdheid over de consumentenbescherming; en
b. andere bevoegdheden voor toezicht of handhaving niet volstaan of niet doelmatig of
evenredig zijn om deze reden tot bezorgdheid af te wenden;
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking
tot de criteria en factoren die kunnen leiden tot significante reden tot bezorgdheid
over de consumentenbescherming.
E
In artikel 1:107, tweede lid, onderdeel a, onder 11°, wordt na «onderdeel b» ingevoegd
«en vierde lid, onderdeel b».
F
Artikel 2:64c, eerste lid, onderdeel a, komt te luiden:
a. artikel 4:9, eerste lid, met betrekking tot de geschiktheid van de in dat artikel
bedoelde personen;
G
Artikel 2:81 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van het vierde lid tot vijfde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
4. Artikel 2:80, eerste lid, is niet van toepassing op het bemiddelen in krediet in
de vorm van uitstel van betaling, indien:
a. de bemiddelaar een leverancier van roerende zaken of diensten is die geen micro-,
kleine of middelgrote onderneming is als bedoeld in Aanbeveling van 6 mei 2003 van
de Commissie betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen
(PbEU 2003, C 1422) en die als nevenactiviteit voor een of meerdere aanbieders bemiddelt
in kredietovereenkomsten die voorzien in uitstel van betaling van ten hoogste drie
maanden na de levering van de zaak of de dienst; en
b. een aanbieder de bemiddelaar heeft aangemeld als bemiddelaar in de zin van onderdeel
a bij de Autoriteit Financiële Markten.
2. Het vijfde lid (nieuw) komt te luiden:
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking
tot de wijze waarop de aanmelding plaatsvindt, de gegevens die daarbij worden verstrekt
en de bescheiden die daarbij worden overgelegd.
H
Artikel 4:2d vervalt.
I
In artikel 4:23, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van
onderdeel c door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
d. verstrekt zij, indien het advisering betreft over een krediet, niet zijnde hypothecair
krediet, de consument een afschrift van het advies op een door de consument gekozen
duurzame drager.
J
Artikel 4:32 wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het tweede lid, wordt, onder vervanging van de punt door een komma aan het slot,
toegevoegd « alsook van de categorieën van gegevens die in aanmerking zijn genomen».
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
4. Een aanbieder van krediet, niet zijnde hypothecair krediet, informeert de consument
binnen 30 dagen na registratie van betalingsachterstanden inzake het krediet in een
stelsel van kredietregistratie over deze registratie en de rechten van de consument
overeenkomstig de Algemene verordening gegevensbescherming.
K
Artikel 4:34 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt na «de financiële positie» ingevoegd «die noodzakelijk is
en evenredig met de aard, duur, waarde en risico’s van het krediet voor de consument»
en wordt een zin toegevoegd, luidende: De beoordeling mag niet uitsluitend gebaseerd
zijn op de kredietgeschiedenis van de consument.
2. In het tweede lid wordt «kredietovereenkomst» vervangen door «overeenkomst inzake
krediet».
3. Onder vernummering van het derde tot vierde lid wordt een nieuw derde lid ingevoegd,
luidende:
4. Het eerste lid is niet van toepassing voor zover een nieuwe overeenkomst tot stand
komt als onderdeel van de maatregelen als bedoeld in artikel 4:35a en geen sprake
is van een belangrijke verhoging van de kredietlimiet, dan wel de som van de bedragen
die aan de consument ter beschikking zijn gesteld.
L
Na artikel 4:34 worden drie artikelen ingevoegd, luidende:
Artikel 4:34a
1. Een aanbieder van krediet, niet zijnde hypothecair krediet, betrekt bij de beoordeling,
bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, geen bijzondere categorieën van persoonsgegevens
of persoonsgegevens die via digitale sociale netwerken zijn verkregen.
2. Het is de aanbieder niet toegestaan bijzondere categorieën van persoonsgegevens te
verwerken, tenzij de verwerking:
a. ertoe dient de bijzondere categorieën van persoonsgegevens te verwijderen van de informatie
die door de consument is verschaft ten behoeve van de in het eerste lid bedoelde beoordeling,
teneinde de van bijzondere categorieën van persoonsgegevens geschoonde informatie
voor de beoordeling te gebruiken; en
b. noodzakelijk is om tot de in het eerste lid bedoelde beoordeling te komen.
3. De aanbieder geeft de consument de mogelijkheid tot inzage in de bijzondere categorieën
van persoonsgegevens die zijn verwerkt op grond van het tweede lid.
Artikel 4:34b
1. Een aanbieder van krediet verleent enkel een krediet, niet zijnde hypothecair krediet,
aan een minderjarige consument indien de overeenkomst inzake krediet niet voorziet
in uitstel van betaling, van roerende zaken of diensten en deze consument handelt
met toestemming van zijn wettelijke vertegenwoordiger, welke toestemming blijkt uit
een ondubbelzinnige en duidelijke bevestigende handeling.
2. De aanbieder beschikt over adequate processen om, voorafgaand aan de totstandkoming
van de overeenkomst, de door de consument opgegeven geboortedatum te verifiëren aan
de hand van een betrouwbare bron, teneinde de werkelijke geboortedatum vast te stellen.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld
met betrekking tot de wijze van alsmede de veiligheids- en betrouwbaarheidsnormen
ten aanzien van de verificatie van de geboortedatum van de consument.
Artikel 4:34c
Een aanbieder van krediet beschikt over adequate processen om naleving van artikel
58a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek te borgen.
M
Na artikel 4:35a wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 4:35b
1. Een aanbieder van krediet, niet zijnde hypothecair krediet, beschikt over processen
en beleid voor vroegtijdige signalering van consumenten die financiële moeilijkheden
ondervinden.
2. Een aanbieder van krediet, niet zijnde hypothecair krediet, verwijst een consument
die moeilijkheden ondervindt bij de nakoming van zijn betalingsverplichtingen door
naar schuldadviesdiensten als bedoeld in artikel 57, eerste lid, onderdeel aa, van
Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
N
In de bijlage behorend bij artikel 1:79 wordt in de opsomming van artikelen uit het
Algemeen deel in de numerieke volgorde ingevoegd «1:77q» en worden in de opsomming
van de artikelen van Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen in de numerieke
volgorde ingevoegd:
4:34a
4:34b
4:34c
4:35b
O
In de bijlage behorend bij artikel 1:80 wordt in de opsomming van artikelen uit het
Algemeen deel in de numerieke volgorde ingevoegd «1:77q» en worden in de opsomming
van de artikelen van Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen in de numerieke
volgorde ingevoegd:
4:34a
4:34b
4:34c
4:35b, eerste lid
ARTIKEL II
Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt gewijzigd als volgt:
A
Het opschrift van afdeling 1 van titel 2a komt te luiden:
AFDELING 1. BEPALINGEN TER UITVOERING VAN RICHTLIJN (EU) 2023/2225 VAN HET EUROPEES
PARLEMENT EN DE RAAD VAN 18 OKTOBER 2023 INZAKE KREDIETOVEREENKOMSTEN VOOR CONSUMENTEN
EN TOT INTREKKING VAN RICHTLIJN 2008/48/EG
B
Artikel 57 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:
a. In onderdeel d wordt «te boven gaan» vervangen door «overschrijden».
b. Onderdeel e komt te luiden:
e. overschrijding:
een stilzwijgend aanvaarde debetstand op een rekening waarbij een kredietgever een
consument gelden ter beschikking stelt die het beschikbare tegoed of de overeengekomen
geoorloofde debetstand op een rekening van de consument overschrijden;
c. Onderdeel f komt te luiden:
f. kredietbemiddelaar:
een natuurlijk persoon of rechtspersoon die niet optreedt als kredietgever of notaris
en die niet enkel een consument direct of indirect met een kredietgever in contact
brengt, en die in het kader van zijn bedrijfs- of beroepsactiviteiten tegen een vergoeding
in de vorm van geld of een andere overeengekomen financiële beloning:
1°. aan consumenten kredietovereenkomsten voorstelt of aanbiedt;
2°. consumenten bijstaat bij de voorbereiding van het sluiten van kredietovereenkomsten
anders dan bedoeld onder 1°, of
3°. namens de kredietgever met consumenten kredietovereenkomsten sluit;
d. Onderdeel i komt te luiden:
i. jaarlijks kostenpercentage:
de totale kosten van het krediet voor de consument, uitgedrukt in een percentage op
jaarbasis van het totale kredietbedrag, zoals bedoeld in artikel 71;
e. Aan onderdeel j wordt voor de puntkomma ingevoegd «op het opgenomen kredietbedrag».
f. Onderdeel n komt te luiden:
n. gelieerde kredietovereenkomst:
een kredietovereenkomst waarbij geldt dat:
1°. het betreffende krediet of de betreffende diensten uitsluitend dient of dienen ter
financiering van een overeenkomst voor de levering van een bepaalde roerende zaak
of de verrichting van een bepaalde dienst, en
2°. die twee overeenkomsten objectief gezien een commerciële eenheid vormen;
g. Onderdeel t komt te luiden:
Richtlijn:
Richtlijn (EU) 2023/2225 van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023
inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2008/48/EG;
h. Er worden elf onderdelen toegevoegd, luidende:
u. nevendienst:
een dienst die samen met de kredietovereenkomst aan de consument wordt aangeboden;
v. profilering:
profilering in de zin van artikel 4, punt 4, van de Algemene verordening gegevensbescherming;
w. koppelverkoop:
het aangaan of aanbieden van een kredietovereenkomst als onderdeel van een pakket
met andere onderscheiden financiële producten of diensten waarbij de kredietovereenkomst
niet afzonderlijk wordt aangeboden aan de consument;
x. gebundelde verkoop:
het aanbieden of verkopen van een kredietovereenkomst als onderdeel van een pakket
met andere verschillende financiële producten of diensten waarbij de kredietovereenkomst
ook afzonderlijk aan de consument wordt aangeboden, maar waarbij niet noodzakelijkerwijs
dezelfde voorwaarden gelden als wanneer deze in combinatie met die andere producten
of diensten wordt of worden aangeboden;
y. adviesdiensten:
adviseren als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;
z. vervroegde aflossing:
de volledige of gedeeltelijke kwijting van de verplichtingen van de consument op grond
van een kredietovereenkomst, vóór de datum die is overeengekomen in de kredietovereenkomst;
aa. schuldadviesdiensten:
schuldbemiddeling in de zin van artikel 47 van de Wet op het consumentenkrediet;
ab. platform:
de aanbieder van een online marktplaats waarop de aanbieder niet alleen eigen roerende
zaken of diensten verkoopt maar via welke marktplaats ook derden roerende zaken of
diensten verkopen;
ac. Richtlijn consumentenrechten:
Richtlijn (EU) 2011/83 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011
betreffende consumentenrechten, tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad
en van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking
van Richtlijn 85/577/EEG en van Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de
Raad;
ad. Notificatierichtlijn:
Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015
betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en
regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij;
ae. Algemene verordening gegevensbescherming:
Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016
betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van
persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking
van Richtlijn 95/46/EG.
2. Het derde lid vervalt, onder vernummering van het vierde en vijfde lid tot derde
en vierde lid.
3. In het vierde lid (nieuw), onderdeel b, onder 1° wordt na «de kredietgever bij het»
ingevoegd «vermarkten,».
C
Artikel 58 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:
a. Aan onderdeel b, wordt, onder vervanging van de puntkomma door de komma, toegevoegd:»
waaronder voor in de uitoefening van een beroep of bedrijf gebruikte terreinen en
gebouwen;».
b. Onderdeel c, onder 1°, komt te luiden:
1°. zij een verplichting of optie tot aankoop van het object van de overeenkomst inhouden,
een dergelijke verplichting of optie bij afzonderlijke overeenkomst is toegevoegd,
waaronder tevens is begrepen dat tot de verplichting tot aankoop eenzijdig door de
kredietgever wordt besloten of indien het bij het aangaan van de overeenkomst de intentie
is dat de consument op enig moment het eigendom van het object verkrijgt, dan wel
c. De onderdelen d en e komen te luiden:
d. kredietovereenkomsten die voorzien in uitstel van betaling, waarbij:
1°. een leverancier van roerende zaken of een dienstverlener geen diensten van de informatiemaatschappij
aanbiedt in de zin van artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de notificatierichtlijn,
bestaande uit een overeenkomst op afstand, of de leverancier of dienstverlener een
micro-, kleine of middelgrote onderneming is, als bedoeld in Aanbeveling van 6 mei
2003 van de Commissie betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen
(PbEU 2003, C 1422);
2°. de consument de tijd wordt gegeven om de door die leverancier geleverde zaken of door
die dienstverlener verleende diensten te betalen zonder dat een derde krediet aanbiedt
en zonder dat de leverancier of dienstverlener een platform is;
3°. de aankoopprijs zonder rente en zonder andere kosten wordt betaald, en slechts redelijke
kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte worden gerekend als bedoeld in
artikel 96, tweede lid, onderdeel c, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, en
4°. de betaling in haar geheel moet worden verricht binnen 50 dagen na de levering van
de zaak of de dienst.
e. kredietovereenkomsten die voorzien in uitstel van betaling, waarbij:
1°. een leverancier van roerende zaken of een dienstverlener geen micro-, kleine of middelgrote
onderneming is, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel h, tweede alinea,
van de richtlijn, en diensten van de informatiemaatschappij aanbiedt in de zin van
artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Notificatierichtlijn en geen platform is;
2°. de consument de tijd wordt gegeven om door die leverancier geleverde zaken of door
die dienstverlener verleende diensten te betalen zonder dat een derde krediet aanbiedt
of overkoopt en zonder dat de leverancier of dienstverlener een platform is;
3°. de aankoopprijs zonder rente en zonder andere kosten wordt betaald, en slechts redelijke
kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte worden gerekend als bedoeld in
artikel 96, tweede lid, onderdeel c, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, en
4°. de betaling in haar geheel moet worden verricht binnen 14 dagen na de levering van
de zaak of de dienst;
2. Het derde lid komt te luiden:
3. Op kredietovereenkomsten in de vorm van overschrijding zijn uitsluitend de artikelen
58a lid 1, 68a, 69, 70, 70a, 73 en 76 van toepassing.
3. Het vierde lid vervalt.
D
In onderafdeling 2 worden voor artikel 59 twee artikelen ingevoegd, luidende:
Artikel 58a
1. De kredietovereenkomst wordt slechts op verzoek van de consument aangegaan.
2. Een consument is enkel door zijn uitdrukkelijke instemming gebonden aan een kredietovereenkomst
of nevendienst.
3. In het geval van standaardopties vindt de in lid 2 bedoelde instemming plaats door
middel van een ondubbelzinnige en duidelijke bevestigende handeling die een vrije,
specifieke, geïnformeerde en ondubbelzinnige aanwijzing vormt van de goedkeuring door
de consument van de inhoud van de standaardopties en de betekenis daarvan. Uit het
gebruik van vooraf aangekruiste standaardopties die de consument moet afwijzen, kan
geen uitdrukkelijke instemming worden afgeleid.
Artikel 58b
De kredietgever verstrekt alle overeenkomstig de Richtlijn verstrekte informatie en
toelichting kosteloos aan de consument, ongeacht het voor de verstrekking gebruikte
medium.
E
Artikel 59 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. Een kredietgever verricht een oneerlijke handelspraktijk als bedoeld in artikel 193b
van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, indien hij reclame maakt voor een kredietovereenkomst
die oneerlijk, onduidelijk of misleidend is. In ieder geval scheppen de bewoordingen
in reclame geen valse verwachtingen betreffende de beschikbaarheid of de kosten van
een krediet of het totale door de consument te betalen bedrag.
2. Onder vernummering van het tweede lid tot vierde lid worden twee leden ingevoegd,
luidende:
2. Een kredietgever verricht een oneerlijke handelspraktijk als bedoeld in artikel 193b
van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek indien hij in reclame voor kredietovereenkomsten,
overeenkomsten betreffende effectenkrediet niet daaronder begrepen, geen duidelijke
en opvallende waarschuwing opneemt om consumenten ervan bewust te maken dat lenen
geld kost.
3. Een kredietgever verricht een oneerlijke handelspraktijk als bedoeld in artikel 193b
van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek indien hij in reclame voor kredietovereenkomsten,
overeenkomsten betreffende effectenkrediet niet daaronder begrepen, waarin een rentevoet
of cijfers betreffende kredietkosten worden vermeld geen standaardinformatie opneemt
die voldoet aan de verplichtingen uit artikel 8, derde tot en met zesde lid, van de
Richtlijn.
3. Het vierde lid (nieuw) wordt als volgt gewijzigd:
a. In onderdeel a, wordt «vermeld» vervangen door «vermeldt».
b. Onderdeel b komt te luiden:
b. de verplichtingen uit artikel 8, derde tot en met het zesde lid, van de Richtlijn
niet in acht neemt wanneer een rentevoet of kredietkosten in de reclame worden vermeld.
F
Artikel 60 komt te luiden:
Artikel 60
1. De kredietgever, of in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar, verstrekt aan de
consument geruime tijd voordat deze door een kredietovereenkomst of een aanbod wordt
gebonden de duidelijke en begrijpelijke precontractuele informatie die nodig is om
aanbiedingen te kunnen vergelijken en om een geïnformeerde beslissing te kunnen nemen
over het al dan niet sluiten van een kredietovereenkomst, en verstrekt in ieder geval
de voorgeschreven precontractuele informatie in de zin van artikel 3, aanhef en onder
13 van de Richtlijn, op de in artikel 10 van de Richtlijn voorgeschreven wijze.
2. Indien de kredietgever, of in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar, de precontractuele
informatie als bedoeld in lid 1 minder dan één dag voordat de consument aan een kredietaanbod
of de kredietovereenkomst gebonden is, verstrekt, stuurt hij de consument tussen één
of zeven dagen daarna een herinnering op papier of op een andere gekozen duurzame
drager over zijn herroepingsrecht ingevolge artikel 66.
3. De kredietgever, of in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar, verstrekt bij het
aanbod van een kredietovereenkomst en eventuele nevendiensten een adequate toelichting,
waarmee hij de consument in staat stelt te beoordelen of de voorgestelde kredietovereenkomst
en eventuele nevendiensten zijn toegesneden op de behoeften en financiële situatie
van de consument. De toelichting is een aanvulling op de informatie, bedoeld in lid
1 en, indien van toepassing, een aanvulling op de vereisten, bedoeld in artikel 72
en bestaat uit de volgende elementen:
a. de essentiële kenmerken van de voorgestelde kredietovereenkomst of nevendiensten;
b. de specifieke effecten die de voorgestelde kredietovereenkomst of nevendiensten kunnen
hebben voor de consument, met inbegrip van de gevolgen voor wanbetaling of betalingsachterstand
van de consument, en
c. in geval van nevendiensten, een uitleg of elk onderdeel afzonderlijk kan worden beëindigd
en welke gevolgen een dergelijke beëindiging heeft voor de consument.
4. Indien de kredietgever, of in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar, de consument
een gepersonaliseerde aanbieding doet op basis van een geautomatiseerde verwerking
van persoonsgegevens, informeert de kredietgever, of in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar,
de consument op heldere en begrijpelijke wijze hierover, onverminderd de bepalingen
van de Algemene verordening gegevensbescherming.
5. De kredietgever of, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar, verstrekt de consument
geruime tijd voordat deze door een overeenkomst of een aanbod betreffende effectenkrediet
wordt gebonden, de in artikel 10 van de Richtlijn voorgeschreven precontractuele informatie,
met uitzondering van de informatie, bedoeld in lid 3, onderdelen b, c, en e van dat
artikel, op de in dat artikel voorgeschreven wijze. Daarbij deelt de kredietgever
of, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar, de consument eveneens mee:
a. dat een doorlopend krediet wordt verleend of toegezegd tegen onderpand van een effectenportefeuille
en dat de kredietlimiet afhankelijk is van een bepaald dekkingspercentage en, indien
van toepassing, bepaalde spreidingseisen;
b. welk dekkingspercentage en welke spreidingseisen worden gehanteerd ten aanzien van
de in onderpand gegeven effectenportefeuille, en
c. in het geval dat de kredietgever voor verschillende soorten financiële instrumenten
andere dekkingspercentages hanteert, per soort financieel instrument, welk dekkingspercentage
daarop van toepassing is.
6. In afwijking van het eerste lid, geldt voor de aanbieder van of bemiddelaar in een
kredietovereenkomst waarbij krediet zonder rente of andere kosten wordt verleend,
waarbij voor een totaalbedrag van minder dan € 200 aan krediet wordt verleend of volgens
welke krediet binnen drie maanden moet worden afgelost en er slechts onbetekenende
kosten verschuldigd zijn, geen verplichting om te voldoen aan de in artikel 10, vijfde
lid, van de Richtlijn voorgeschreven informatie.
7. Indien de kredietgever of, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar, lid 1, 3 of
lid 5 niet in acht neemt, verricht hij een oneerlijke handelspraktijk als bedoeld
in artikel 193b van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
G
In onderafdeling 3 worden voor artikel 61 twee artikelen ingevoegd, luidende:
Artikel 60a
1. De kredietgever heeft recht tot gebundelde verkoop. Koppelverkoop is niet toegelaten.
2. Onverminderd lid 1 kan de kredietgever de consument verzoeken om een betaal- of spaarrekening
bij de kredietgever te openen of aan te houden, met als doel het opbouwen van kapitaal
om het krediet terug te betalen, het krediet af te lossen, het samenvoegen van middelen
om het krediet te verkrijgen of het verschaffen van bijkomende zekerheid voor de kredietgever
in geval van niet-nakoming.
3. De kredietgever kan de consument verzoeken een verzekeringsovereenkomst met betrekking
tot de kredietovereenkomst af te sluiten. De kredietgever is verplicht de verzekeringspolis
van een andere dan de dienstverlener van zijn voorkeur te aanvaarden, mits de door
die verzekeringspolis geboden waarborg gelijkwaardig is aan die van de door de kredietgever
voorgestelde verzekeringspolis, zonder dat de voorwaarden van het kredietaanbod aan
de consument worden gewijzigd.
4. De kredietgever stelt de consument in kennis dat hij ten minste drie dagen de tijd
krijgt om verzekeringsaanbiedingen met betrekking tot de kredietovereenkomst te vergelijken,
zonder dat deze aanbiedingen worden gewijzigd en waarbij de consument uitdrukkelijk
kan verzoeken om voor het verstrijken van deze termijn een verzekeringspolis af te
sluiten.
Artikel 60b
1. Na een periode van maximaal 10 jaar nadat sprake is van volledige remissie van een
consument waarbij in het verleden oncologische ziekten zijn gediagnosticeerd, waarbij
volledige remissie inhoudt dat de ziekteactiviteit naar het oordeel van de hulpverlener
die de consument heeft behandeld niet meer detecteerbaar is, worden geen persoonsgegevens
betreffende de oncologische ziekten van de consument gebruikt in situaties van koppelverkoop
en gebundelde verkoop in het kader van een verzekeringsovereenkomst met betrekking
tot een kredietovereenkomst.
2. Ongeacht het tijdstip van volledige remissie, worden de in het eerste lid bedoelde
persoonsgegevens in elk geval niet meer gebruikt in situaties van koppelverkoop en
gebundelde verkoop in het kader van een verzekeringsovereenkomst met betrekking tot
een kredietovereenkomst na een periode van 15 jaar na het einde van de medische behandeling
van de consument.
H
Artikel 61 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. De kredietovereenkomst en iedere eventuele wijziging in die kredietovereenkomst wordt
op papier of op een andere duurzame drager aangegaan. De kredietgever verstrekt de
consument een exemplaar van de kredietovereenkomst en behoudt zelf ook een exemplaar.
2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:
a. In onderdeel b wordt «de identiteit en geografische adressen van de overeenkomst
sluitende partijen, vervangen door «,de identiteit telefoonnummers, e-mailadressen
en geografische adressen van de overeenkomst sluitende partijen».
b. In onderdeel j wordt «gratis» vervangen door «kosteloos».
c. Aan onderdeel n wordt voor de puntkomma toegevoegd «of betalingsachterstand».
d. In onderdeel q wordt na «zoals» ingevoegd «de duurzame drager die moet worden gebruikt
voor de overeenkomstig artikel 66 lid 2 bedoelde kennisgeving of».
e. Na onderdeel w worden, onder vervanging van «en» aan het slot van onderdeel v door
een puntkomma en de punt aan het slot van onderdeel w door een puntkomma, de volgende
onderdelen toegevoegd, luidende:
x. de relevante contactgegevens van verleners van schuldadviesdiensten en een aanbeveling
aan de consument om contact met deze dienstverleners op te nemen in het geval van
terugbetalingsproblemen; en
y. het soort duurzame drager waarop de consument informatie ontvangt, met inachtneming
van een eventueel van toepassing zijnde keuzemogelijkheid van de consument.
3. Onder vernummering van het derde tot en met zevende lid tot vierde tot en met achtste
lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
3. De informatie, bedoeld in lid 2, is duidelijk leesbaar en er wordt rekening gehouden
met technische beperkingen van de drager waarop de informatie wordt weergegeven. De
informatie wordt op passende en geschikte wijze getoond op de verschillende kanalen.
4. In het vijfde lid (nieuw) wordt «gratis» vervangen door «kosteloos» en wordt «en
3» vervangen door «en 4».
5. In het zesde lid (nieuw) wordt «de leden 2 en 3» vervangen door «de leden 2 en 4».
I
Artikel 62 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt in de eerste zin na «wijziging van de debetrentevoet» ingevoegd
«geruime tijd».
2. Het tweede lid komt te luiden:
2. De partijen kunnen evenwel in de kredietovereenkomst overeenkomen dat de informatie,
bedoeld in lid 1, periodiek aan de consument wordt verstrekt indien:
a. de wijziging in de debetrentevoet rechtstreeks met de wijziging van een referentierentevoet
samenhangt;
b. het publiek via passende middelen kennis kan nemen van de nieuwe referentierentevoet;
en
c. de informatie over de nieuwe referentierentevoet beschikbaar is in de gebouwen van
de kredietgever en, indien van toepassing op de website en via de mobiele applicatie
en samen met het bedrag van de nieuwe periodieke betalingstermijnen persoonlijk aan
de consument wordt meegedeeld.
J
Artikel 63 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt «regelmatig» vervangen door «ten minste maandelijks».
2. In het tweede lid wordt na «De consument wordt,» ingevoegd «geruime tijd».
3. Aan het derde lid wordt voor de punt toegevoegd «, indien de kredietgever een website
heeft, op die website, en indien de kredietgever een mobiele applicatie heeft, via
die mobiele applicatie».
4. Er worden twee leden toegevoegd, luidende:
4. Indien de kredietgever de geoorloofde debetstand op een rekening feitelijk verlaagt
of annuleert, brengt hij de consument daarvan op overeengekomen wijze op de hoogte,
ten minste 30 dagen vóór de dag waarop deze wijziging ingaat.
5. Wanneer de geoorloofde debetstand op een rekening wordt verlaagd of beëindigd, biedt
de kredietgever de consument, voordat een incasso- of invorderingsprocedure wordt
ingeleid, zonder extra kosten de mogelijkheid om het daadwerkelijk opgenomen bedrag
naar de mate van die verlaging of beëindiging terug te betalen. Een dergelijke terugbetaling
vindt plaats in 12 gelijke maandelijkse termijnen, tenzij de consument ervoor kiest
eerder af te lossen, tegen de debetrentevoet die van toepassing is op de geoorloofde
debetstand.
K
Artikel 66 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van het tweede tot en met zevende lid tot derde tot en met achtste
lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:
2. In afwijking van lid 1 verstrijkt de termijn van ontbinding in elk geval 12 maanden
en 14 dagen na de sluiting van de kredietovereenkomst indien de kredietgever de contractuele
voorwaarden en informatie overeenkomstig artikel 61 niet heeft verstrekt en geldt
geen termijn indien hij de consument niet over de termijn voor ontbinding heeft geïnformeerd
overeenkomstig artikel 61 lid 2, onderdeel q.
2. In het vierde lid (nieuw) wordt «lid 2» vervangen door «lid 3».
3. In het vijfde lid (nieuw) wordt «lid 3» vervangen door «lid 4».
4. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
9. In het geval van een gelieerde kredietovereenkomst voor de aankoop van een roerende
zaak dat onder een teruggavebeleid valt met volledige terugbetaling gedurende een
bepaalde periode van meer dan 14 kalenderdagen, wordt het recht van ontbinding verlengd
in overeenstemming met de duur van dat teruggavebeleid.
L
Na artikel 67 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 67a
De kredietgever kan de kredietovereenkomst niet ten nadele van de consument beëindigen
of wijzigen op grond van een onjuist uitgevoerde beoordeling van de kredietwaardigheid
in de zin van artikel 4:34 van de Wet op het financieel toezicht, tenzij de consument
in het kader van die beoordeling bewust informatie heeft achtergehouden of onjuist
heeft weergegeven.
M
Artikel 68 wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het eerste lid wordt een zin ingevoegd, luidende: «Bij de berekening van deze
verlaging worden alle door de kredietgever aan de consument in rekening gebrachte
kosten in aanmerking genomen.»
2. In het derde lid wordt «€ 75.000» vervangen door «€ 100.000» en wordt na de eerste
zin een zin ingevoegd, luidende: «Indien de door de kredietgever gevorderde vergoeding
hoger is dan het werkelijk geleden verlies, kan de consument een overeenkomstige vermindering
vorderen.»
N
Na artikel 68 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 68a
Indien een consument in verzuim is, of een kredietgever op basis van een mededeling
van de consument vermoedt dat de consument moeilijkheden ondervindt bij het nakomen
van de uit de kredietovereenkomst voortvloeiende verplichtingen, verwijst de kredietgever
de consument door naar schuldadviesdiensten.
O
Artikel 70 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt «artikel 6 lid 1, onderdeel e, van de richtlijn» vervangen
door «artikel 25 lid 1 van de Richtlijn».
2. In het tweede lid wordt onder vervanging van «, en» aan het slot van onderdeel c
door een puntkomma en onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door
«, en» een onderdeel toegevoegd, luidende:
e. de terugbetalingsdatum.
3. Er worden drie leden toegevoegd, luidende:
3. In geval van regelmatige overschrijding biedt de kredietgever de consument, indien
beschikbaar, adviesdiensten aan en verwijst hij de consument kosteloos door naar schuldadviesdiensten.
4. Indien de kredietgever de overschrijding niet langer toestaat of de overschrijdingslimiet
verlaagt, brengt hij de consument daarvan op overeengekomen wijze op de hoogte, ten
minste 30 dagen vóór de dag waarop deze wijziging ingaat.
5. Wanneer de overschrijding wordt verlaagd of beëindigd, biedt de kredietgever de consument,
voordat een incasso- of invorderingsprocedure wordt ingeleid, zonder extra kosten
de mogelijkheid om het daadwerkelijk opgenomen bedrag naar de mate van die verlaging
of beëindiging terug te betalen. Een dergelijke terugbetaling vindt plaats in 12 gelijke
maandelijkse termijnen, tenzij de consument ervoor kiest eerder af te lossen, tegen
de debetrentevoet die van toepassing is op de overschrijding.
P
In artikel 71 wordt «artikel 19» vervangen door «artikel 30».
Q
Aan artikel 75 wordt een lid toegevoegd, luidende:
4. Onverminderd de bepalingen van de vorige afdeling en artikel 345 lid 1 onderdeel
d van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek kan de kredietgever enkel een krediet verlenen
aan een minderjarige consument indien de kredietovereenkomst niet voorziet in uitstel
van betaling van roerende zaken of diensten en deze consument handelt met toestemming
van zijn wettelijke vertegenwoordiger, die blijkt uit een ondubbelzinnige en duidelijke
bevestigende handeling.
R
Artikel 76 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. De kredietgever en de leverancier van goederen of diensten bedingen, aanvaarden of
brengen geen andere kredietvergoeding in rekening, en niet op een ander tijdstip dan
op grond van de leden 2 en 3 is toegestaan.
2. In het tweede lid vervalt «,ten einde het aanvaarden door de kredietgever van te
grote risico’s tegen te gaan,».
3. In het derde lid vervalt «, de vorm van de kredietvergoeding bedoeld in lid 1,».
4. Het vierde lid komt te vervallen.
S
Aan artikel 77 wordt een lid toegevoegd, luidende:
3. Lid 1, aanhef en onder b, geldt niet voor consumentenkredietovereenkomsten waarop
afdeling 1 van deze titel van toepassing is.
ARTIKEL III
In de bijlage, onderdeel b; handhaving door de Stichting Autoriteit Financiële Markten
van de Wet handhaving consumentenbescherming wordt de rij:
Richtlijn 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 inzake
kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van Richtlijn 87/102/EEG
van de Raad (PbEG 2008, L133).
Het bepaalde ingevolge de artikelen 2:60, 2:80, 4:20, derde en vierde lid, en 4:33,
derde en vierde lid, van de Wet op het financieel toezicht
vervangen door de rij:
Richtlijn (EU) 2023/2225 van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023
inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2008/48/EG
Het bepaalde ingevolge de artikelen 2:60, 2:80, 4:20, derde en vierde lid, en 4:33,
derde en vierde lid, van de Wet op het financieel toezicht en de artikelen 7:58b,
7:60, 7:60a, 7:60b, 7:62, 7:66, 7:67a, 7:68, 7:68a, 7:70, 7:75, vierde lid, 7:77 van
het Burgerlijk Wetboek
ARTIKEL IV
In de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek wordt na artikel 211a een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 211aa
1. Titel 2a van Boek 7, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van de Implementatiewet
herziene richtlijn consumentenkrediet, blijft van toepassing op consumentenkredietovereenkomsten
met bepaalde looptijd bedoeld in artikel 57 lid 1 die vóór inwerkingtreding van die
wet zijn gesloten.
2. Titel 2a van Boek 7, met uitzondering van de artikelen 62, 63 en 70 lid 1 en 2, zoals
dat luidde voor inwerkingtreding van de Implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet,
blijft van toepassing op consumentenkredietovereenkomsten met onbepaalde looptijd
bedoeld in artikel 57 lid 1 die vóór inwerkingtreding van die wet zijn gesloten.
3. Voor kredietovereenkomsten in de vorm van kaarten met uitgestelde debitering als
bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van de richtlijn (EU) 2023/2225 van het Europees
Parlement en de Raad van 18 oktober 2023 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten
en tot intrekking van Richtlijn 2008/48/EG, geldt dat zij tot zes maanden na inwerkingtreding
van de Implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet niet onder deze wet
vallen voor zover deze kredietovereenkomsten binnen drie maanden dienen te worden
afgelost en ter zake waarvan slechts onbetekende kosten aan de consument in rekening
worden gebracht.
ARTIKEL V
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat
voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
ARTIKEL VI
Deze wet wordt aangehaald als: Implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Financiën,
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.