Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over het Fiche: Verordening versterking Carbon Border Adjustment Mechanism en verordening Tijdelijk Fonds voor Koolstofvrijmaking (Kamerstuk 22112-4283)
2026D15230 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
De vaste commissie voor Financiën heeft op 31 maart 2026 een aantal vragen en opmerkingen
voorgelegd aan de Staatssecretaris van Financiën over het door de Minister van Buitenlandse
Zaken op 6 maart 2026 toegezonden fiche op het beleidsterrein Financiën:
Fiche: Verordening versterking Carbon Border Adjustment Mechanism en verordening Tijdelijk
Fonds voor Koolstofvrijmaking (Kamerstuk 22 112, nr. 4283
De voorzitter van de commissie,
Jansen
Adjunct-griffier van de commissie,
Lip
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het BNC-fiche over de voorgestelde
versterking van het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) en de oprichting van
een tijdelijk fonds voor koolstofvrijmaking. Deze leden onderschrijven het belang
van effectief Europees klimaatbeleid dat bijdraagt aan emissiereductie, daarom juichen
deze leden de doorontwikkeling van CBAM toe. Wel maken deze leden zich zorgen over
enkele voorstellen die mogelijk leiden tot uitzonderingen of afzwakking van de effectiviteit
van CBAM. Daarom hebben deze leden hierover nog wel de volgende vragen en opmerkingen.
De leden van de D66-fractie ondersteunen de ambitie om CBAM te versterken en daarmee
het risico op koolstoflekkage te verminderen. Deze leden lezen dat er wel een risico
ontstaat op marktverstoring en uitvoerbaarheidsproblematiek bij specifieke CBAM-goederen
en dat deze onvoldoende zijn geanalyseerd. Op welke termijn zullen deze risico's wel
worden onderzocht? Kan de Staatssecretaris nader toelichten welke specifieke sectoren
en productgroepen het meeste risico lopen? Deze leden vragen ook in hoeverre het kabinet
hiervoor oplossingen ziet die niet de ambitie van CBAM verlagen.
Tevens vragen de leden van de D66-fractie hoe wordt voorkomen dat de bestaande drempelwaarde
van 50 ton gewicht per jaar leidt tot meer ontwijking, bijvoorbeeld door het splitsen
van zendingen? Vindt de Staatssecretaris een andere drempelwaarde op termijn een oplossing?
De leden van de D66-fractie lezen dat het kabinet kritisch is op het meenemen van
carbon credits binnen CBAM. Welke risico's neemt de Staatssecretaris mee in dit oordeel?
Kan de Staatssecretaris verder specifiëren onder welke omstandigheden dit wel mogelijk
of acceptabel zou kunnen zijn?
Ook lezen deze leden dat het kabinet kritisch is ten aanzien van het voorstel om de
Europese Commissie bevoegdheid te geven om CBAM-goederen te verwijderen. De leden
van de D66-fractie begrijpen de zorgen van het kabinet. Zowel ten aanzien van dit
punt als het punt van de carbon credits vragen deze leden de Staatssecretaris om een
inschatting te geven van het internationale speelveld. Wie zijn de like-minded landen
en hoeveel zijn er dit?
De leden van de D66-fractie begrijpen dat CBAM nog geen volledige oplossing biedt
voor koolstoflekkage via export. Tegelijkertijd lezen deze leden dat het kabinet kritisch
is op het voorgestelde tijdelijk fonds. Hoe zet het kabinet zich in om te komen tot
een effectieve en gerichte oplossing die Europese bedrijven helpt concurrerend te
blijven maar ook ondersteunt bij verduurzaming? Ook hier delen de leden van de D66-fractie
de zorgen van het kabinet en horen deze leden graag hoe het internationale speelveld
erbij ligt.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD- fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het Fiche over
de CBAM-versterking en Tijdelijk Fonds Koolstofvrijmaking. Deze leden hebben meerdere
vragen.
De leden van de VVD-fractie lezen ten aanzien van de essentie van het voorstel dat
de Europese Commissie voorstelt de CBAM-reikwijdte uit te breiden naar 180 nieuwe
GN-codes met downstream-goederen zoals spijkers, pompen, voertuigonderdelen en huishoudelijke
apparaten. Daarmee wil de Europese Commissie indirecte koolstoflekkage beperken, maar
het kabinet waarschuwt voor risico’s zoals marktverstoring, heterogene emissiewaarden
en complexiteit in de uitvoerbaarheid. Kan het kabinet onderbouwen hoe voor deze 180 nieuwe
GN-codes wordt geborgd dat de gehanteerde standaardwaarden voor ingebedde emissies
proportioneel en realistisch zijn en hoe wordt voorkomen dat Nederlandse bedrijven
worden geconfronteerd met te hoge of te lage heffingen ten opzichte van hun werkelijke
emissiewaarden?
De leden van de VVD-fractie lezen dat de Commissie brede bevoegdheden krijgt om aanvullende
bewijslast te eisen wanneer verhoogd risico op ontwijking wordt vastgesteld. Op welke
wijze zal het kabinet borgen dat aanvullende bewijslast alleen wordt opgelegd voor
specifieke risicogoederen en hoe wordt ervoor gezorgd dat Nederlandse importeurs niet
onnodig worden geconfronteerd met disproportionele administratieve lasten?
De leden van de VVD-fractie lezen dat het voorstel eisen versoepelt voor het rapporteren
van werkelijke emissies bij elektriciteitsimport en een nieuwe standaardwaarde introduceert
gebaseerd op emissies van buurlanden. In hoeverre acht het kabinet de voorgestelde
standaardwaardemethode robuust genoeg om regionale verschillen in verduurzaming weer
te geven en hoe wordt voorkomen dat landen met relatief hoge emissies profiteren van
ruimere gemiddelden?
De leden van de VVD-fractie lezen dat voor het tijdelijke fonds de Europese Commissie
7 aluminiumcodes, 8 meststoffencodes en 127 staalcodes selecteerde, maar het kabinet
stelt dat onduidelijk is welke indicatoren zijn gebruikt en waarom juist deze goederen
het hoogste resterende risico op koolstoflekkage hebben. Is het kabinet bereid om
de Europese Commissie te verzoeken om de gebruikte indicatoren openbaar te maken en
de geschiktheid per sectorgroep toe te lichten, zodat beter kan worden beoordeeld
of de selectie proportioneel en doelmatig is?
De leden van de VVD-fractie zijn wat betreft de Nederlandse positie ten aanzien van
het voorstel blij met de kritische houding van het kabinet op dat het fonds buiten
het MFK om wordt gefinancierd en via verplichte bijdragen van lidstaten buiten het
eigenmiddelenbesluit. Dit kan ertoe leiden dat Nederland moet bijdragen zonder instemming,
terwijl de baten onzeker zijn. Kan het kabinet aangeven hoe groot de verwachte nettobijdrage
van Nederland is aan het fonds en in hoeverre Nederland bereid is een fonds te steunen
dat buiten reguliere begrotingskaders wordt opgezet?
De leden van de VVD-fractie lezen op het punt van de implicaties voor uitvoering en/of
handhaving dat de Douane en de NEa aanzienlijke extra lasten krijgen door 180 nieuwe
GN-codes, complexere waardeketens en intensievere bewijslastcontrole. Hoe beoordeelt
het kabinet de huidige capaciteit van Douane en de NEa om deze uitbreidingen tijdig
en effectief te handhaven en welke aanvullende middelen of aanpassingen zijn volgens
het kabinet noodzakelijk om overbelasting en vertragingen te voorkomen?
De leden van de VVD-fractie lezen ten aanzien van de regeldruk voor het bedrijfsleven
dat volgens de Europese Commissie 7.500 nieuwe importeurs onder CBAM komen, waarvan
circa de helft mkb. Hoewel veel mkb onder de drempel blijft, verwacht de Europese
Commissie een jaarlijkse stijging van nalevingskosten tussen 8–43 miljoen euro EU-breed.
Hoe beoordeelt het kabinet de administratieve en financiële lasten voor mkb-bedrijven
in Nederland en welke maatregelen kunnen volgens het kabinet worden getroffen om de
lastenstijging te beperken?
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben het fiche met interesse gelezen. Deze
leden hebben enkele vragen en opmerkingen.
Deze leden staan net als het kabinet positief tegenover uitbreiding van de reikwijdte
van het CBAM. Deze leden vragen de Staatssecretaris welke mogelijkheden de Staatssecretaris
ziet voor verdere uitbreiding, bovenop het Commissievoorstel. Deze leden lezen dat
«een aantal lidstaten pleit voor verregaandere uitbreiding» en vragen de Staatssecretaris
om dit toe te lichten. Om wat voor uitbreiding gaat het hier? Hoe staat het kabinet
daartegenover? Ziet het kabinet het bijvoorbeeld als een optie om producten uit de
chemische industrie toe te voegen aan het CBAM? Zo niet, waarom niet? Welke alternatieven
ziet het kabinet om de chemische industrie te laten verduurzamen zonder oneerlijke
concurrentie van buiten de Europese Unie?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen verder dat het Commissievoorstel aanpassingen
rondom de import van elektriciteit bevat. Deze leden vragen of de Staatssecretaris
meer achtergrondinformatie kan bieden rond dit thema. Om welke landen gaat het, behalve
het door de Staatssecretaris al genoemde Verenigd Koninkrijk? Hoeveel elektriciteit
importeert de Europese Unie jaarlijks en hoeveel verschil zullen de voorgestelde aanpassingen
daarin naar verwachting maken? Deze leden vragen ook of de Staatssecretaris een verdere
toelichting kan geven op de voorgestelde bevoegdheid om «uitzonderingen toe te kennen
aan landen die worden geïntegreerd in de Europese elektriciteitsmarkt en/of beschikken
over gelijkwaardige CO2-beprijzing in hun elektriciteitssector». Bestaan hier objectieve voorwaarden voor?
Kan een dergelijke bevoegdheid er bijvoorbeeld ook toe leiden dat een eventuele uitzondering
onderdeel wordt van onderhandelingen met derde landen?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich net als het kabinet zorgen over
de voorgestelde bevoegdheid om specifieke goederen uit het CBAM te verwijderen. Deze
leden vragen of er randvoorwaarden aan dit voorstel zitten en of er bijvoorbeeld een
maximumduur aan de genoemde «ernstige en onvoorziene omstandigheden» verbonden is,
of dat het de Commissie volledig vrij zou staan om discretionair te bepalen dat een
goed geen deel meer uitmaakt van het CBAM.
Deze leden merken op dat drempelwaardes in regelgeving soms kunnen leiden tot omzeiling,
bijvoorbeeld door het (al dan niet administratief) opsplitsen van bedrijven. Deze
leden vragen de Staatssecretaris in hoeverre dat risico bestaat voor het CBAM en in
hoeverre dat risico groter wordt door de voorgestelde uitbreiding van de reikwijdte.
Ook vragen deze leden of de Staatssecretaris de zorgen over «marktverstoring» door
de uitbreiding kan toelichten, en welke oplossingen het kabinet hiervoor ziet. Hetzelfde
geldt voor de zorg over de toepassing van standaardwaarden, waardoor de heffing soms
te laag en soms te hoog kan uitvallen. Deze leden vragen of dat ook geldt voor het
al bestaande CBAM en of dit risico toeneemt met de uitbreiding. Doelt de Staatssecretaris
hiermee op de mogelijkheid dat downstreamgoederen een meer heterogene samenstelling
hebben dan de goederen die op dit moment al onder het CBAM vallen, waardoor de variatie
in ingebedde emissies groter is?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen hoe gaat worden gewaarborgd dat het
tijdelijke fonds voor koolstofvrijmaking alleen ten goede komt aan producenten die
investeren in verduurzaming. Kan de Staatssecretaris dit verder toelichten?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het BNC-fiche over de verordening
tot versterking van het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM). In grote lijnen
delen deze leden de analyse en inzet van het kabinet. Deze leden hebben enkele aanvullende
vragen.
De leden van de CDA-fractie zijn het met het kabinet eens dat bij de voorstellen aandacht
moet zijn voor de balans tussen klimaatambitie enerzijds en mogelijke marktverstoring,
handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid voor bedrijven en overheden anderzijds.
Ten aanzien van de uitvoerbaarheid vragen deze leden welke concrete knelpunten de
Staatssecretaris ziet in de uitvoerbaarheid van de uitgebreide CBAM, met name voor
de Douane, de NEa en bedrijven. Deze leden lezen ook dat het kabinet flexibiliteit
wil in de implementatie en deze leden vragen wat het kabinet daarbij noodzakelijk
acht om de uitvoerbaarheid te waarborgen en wat het maximaal haalbare tempo is. Welke
onderdelen acht het kabinet op dit moment niet uitvoerbaar en hoe is het kabinet voornemens
zich in te gaan zetten in de Raad en met welke landen kan de Staatssecretaris samen
optrekken?
Voor een gelijk speelveld en concurrentie vragen de leden van de CDA-fractie in hoeverre
het kabinet denkt dat het CBAM effectief is in het waarborgen van een gelijk speelveld
wanneer de export uit de Europese Unie niet wordt gecompenseerd. Deze leden vragen
hoe het kabinet het risico beoordeelt dat bedrijven hun productie naar buiten de Europese
Unie verplaatsen.
De leden van de CDA-fractie lezen dat de Europese Commissie extra bevoegdheden krijgt
om wanneer noodzakelijk in te grijpen, bijvoorbeeld bij ernstige en onvoorziene omstandigheden
die ernstige schade aan de interne markt veroorzaken. Deze leden vragen of het kabinet
nader kan ingaan over wat voor omstandigheden dit kan gaan, wat de termijn is waarop
de Europese Commissie kan handelen en wat de voorwaarden zijn voor handelen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben met kritische belangstelling kennisgenomen van
de kabinetsappreciatie over de twee Europese commissievoorstellen ter versterking
van het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM). Deze leden zijn in algemene zin
kritisch op het CBAM-instrumentarium en in het bijzonder op de voorgestelde uitbreidingen
en het nieuwe fonds. Deze leden delen de zorgen van het kabinet over de proportionaliteit,
de uitvoerbaarheid en de mogelijke marktverstoringen die deze voorstellen met zich
meebrengen.
De leden van de BBB-fractie maken zich zorgen over de verenigbaarheid van het voorgestelde
Tijdelijk Fonds voor Koolstofvrijmaking met de internationale handelsregels. In hoeverre
is de financiële steun via dit fonds daadwerkelijk verenigbaar met de WTO-regels,
aangezien expliciete steun voor export strikt verboden is? Deelt het kabinet de vrees
dat dit fonds, ondanks het meer generieke karakter om WTO-problemen te omzeilen, alsnog
kan leiden tot vergeldingsmaatregelen van handelspartners?
Het bevreemdt deze leden dat er wordt gekozen voor een financieringsconstructie die
buiten de reguliere kaders van de Europese begroting valt. Waarom wordt dit fonds
gefinancierd via «externe bestemmingsontvangsten» buiten het Meerjarig Financieel
Kader (MFK) om? Wat zijn de exacte gevolgen van deze constructie voor de democratische
controle door de lidstaten en het Europees Parlement en hoe wordt de transparantie
over de besteding van deze middelen gewaarborgd als de reguliere begrotingsregels
niet onverkort van toepassing zijn?
Deze leden verbazen zich over het vasthouden aan en verfijnen van importheffingen
op de import van energie. In een tijd waarin energiezekerheid en betaalbaarheid cruciaal
zijn, achten deze leden het contraproductief om de import van elektriciteit te belasten.
Kan het kabinet rechtvaardigen waarom er in de huidige economische realiteit überhaupt
«de facto» importheffingen worden ingesteld op energie-import? Hoewel er wordt gesproken
over een «versoepeling» door standaardwaarden aan te passen op basis van de gemiddelde
emissiefactor van buurlanden, blijft de kern dat er een drempel wordt opgeworpen voor
de vrije instroom van elektriciteit. Hoe rijmt het kabinet dit met de noodzaak om
de energierekening voor burgers en het bedrijfsleven betaalbaar te houden?
Ziet het kabinet ook het risico dat deze heffingen de leveringszekerheid in gevaar
brengen, zeker nu de Europese Commissie ook nog eens de bevoegdheid krijgt om landen
die niet volledig aan de EU-standaarden voldoen, uit te sluiten of extra te belasten?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
C.A. (Chris) Jansen, voorzitter van de vaste commissie voor Financiën -
Mede ondertekenaar
W.A. Lips, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.