Nota van wijziging : Nota van wijziging
36 746 Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet financiering sociale verzekeringen teneinde aan flexibele arbeidskrachten meer zekerheden te verschaffen over werk en inkomen (Wet meer zekerheid flexwerkers)
Nr. 9
NOTA VAN WIJZIGING
Ontvangen 2 april 2026
Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel I, onderdeel N, wordt in het voorgestelde artikel 668a, vijftiende lid,
«lid 15 of lid 16» vervangen door «lid 13 of 14».
B
In artikel I wordt na onderdeel O een onderdeel ingevoegd, luidende:
Oa
In artikel 671c, vierde lid, wordt «lid 8» vervangen door «lid 7».
C
In artikel I wordt na onderdeel P een onderdeel ingevoegd, luidende:
Pa
In artikel 677, zesde lid, wordt «lid 8» vervangen door «lid 7».
D
Artikel V wordt als volgt gewijzigd:
1. De aanhef komt te luiden:
Na artikel 227 van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek worden twee artikelen
ingevoegd, luidende:
2. Het voorgestelde artikel 228, vijfde lid, komt te luiden:
5. Artikel 668a, eerste, vijfde en zesde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek,
zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop artikel I, onderdeel
N, subonderdelen 2 en 3, van de Wet meer zekerheid flexwerkers in werking treedt,
blijft van toepassing op een op dat moment geldende collectieve arbeidsovereenkomst
of regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan waarin aan artikel 668a,
vijfde of zesde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, toepassing is gegeven
voor zover het arbeidsovereenkomsten betreft waarop deze op dat moment van toepassing
was, voor de duur van de looptijd van de collectieve arbeidsovereenkomst of regeling,
maar ten hoogste gedurende twaalf maanden na die inwerkingtreding.
3. Na het voorgestelde artikel 228 wordt een nieuw artikel toegevoegd, luidende:
Artikel 229
1. Voor de werknemer die diensten verricht ten behoeve van het huishouden van de natuurlijke
persoon tot wie hij in dienstbetrekking staat in de gevallen dat de diensten worden
betaald uit een Zvw-pgb als bedoeld in artikel 13a van de Zorgverzekeringswet, of
een persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 3.3.3 van de Wet langdurige zorg,
artikel 2.3.6 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, of artikel 8.1.1 van
de Jeugdwet blijft, tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, gelden dat:
a. artikel 228, lid 1, niet van toepassing is;
b. artikel 628ab van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing is;
c. artikel 628ac, leden 4 tot en met 8, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van
overeenkomstige toepassing is; en
d. voor de toepassing van artikel 667, vierde lid, en 668a, eerste lid, voor «60 maanden»
wordt gelezen «zes maanden».
Toelichting
De wijzigingen in de onderdelen A tot en met C betreffen technische aanpassingen van
onjuiste verwijzingen in de wettekst.
Onderdeel D, subonderdeel 2
Met onderdeel D is artikel 228, vijfde lid, gewijzigd zodat de oude tekst van artikel
668a, eerste, vijfde en zesde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek gedurende
12 maanden van toepassing blijft op een reeds bestaande collectieve arbeidsovereenkomst
of regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan waarin aan dat vijfde
of zesde lid toepassing is gegeven, voor zover het arbeidsovereenkomsten betreft die
zijn overeengekomen voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel N,
subonderdelen 2 en 3. Zoals het in het oorspronkelijke wetsvoorstel was geformuleerd,
zou de toepassing van artikel 668a, eerste, vijfde en zesde lid, van Boek 7 van het
Burgerlijk Wetboek bij collectieve arbeidsovereenkomst of regeling door of namens
een daartoe bevoegd bestuursorgaan ook gaan gelden voor arbeidsovereenkomsten die
op of na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel N, subonderdelen 2 en 3, tot
stand zijn gekomen en waarop de collectieve arbeidsovereenkomst of regeling door of
namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan van toepassing is. Dit volgde uit het zinsdeel
«en de arbeidsovereenkomsten waarop deze van toepassing worden». Met het overgangsrecht
in artikel 228, vijfde lid, is beoogd eerbiedigende werking toe te kennen voor bestaande
gevallen. Voor nieuwe arbeidsovereenkomsten is het toepassen van de oude regels niet
op zijn plaats.
Onderdeel D, subonderdeel 3
Uit de uitvoeringstoets van de Sociale Verzekeringsbank is gebleken dat het wetsvoorstel
binnen de huidige voorwaarden en uitvoering van het pgb niet uitvoerbaar is, zonder
grote gevolgen voor pgb-houders en forse uitvoeringslasten voor de pgb-keten die van
dien mate zijn dat uitvoering niet binnen afzienbare tijd (voor 2030) mogelijk is.
Structurele oplossingen zorgen voor dilemma’s tussen de nieuwe beweging richting meer
zekerheid op de arbeidsmarkt, het doenvermogen van pgb-houders én de vrijheid binnen
en vormgeving van het pgb. Daarbij nemen we ook de constatering mee dat het doenvermogen
voor pgb-houders om het werkgeverschap goed uit te voeren eigenlijk beperkt is. Een
nieuwe vormgeving van het pgb waardoor er minder vaak of niet meer sprake is van individueel
werkgeverschap zou een koerswijziging binnen het pgb zijn. Ook dit is niet binnen
afzienbare tijd mogelijk. Dit betekent dat het wetsvoorstel invoeren per de beoogde
datum van inwerkingtreding voor deze groep werkgevers niet mogelijk is. Dit brengt
een dilemma met zich hoe daarmee om te gaan. Uitzonderingen specifiek voor pgb-houders
stuiten snel op gelijke behandelingsgrenzen voor werknemers, omdat dat met zich brengt
dat pgb-zorgverleners geen aanspraak kunnen maken op de extra bescherming die dit
wetsvoorstel biedt. Het alternatief, namelijk het gehele wetsvoorstel uitstellen totdat
ofwel de wijzigingen voor de SVB uitvoerbaar zijn ofwel er een structurele oplossing
is, zou betekenen dat de verbeteringen in de positie van flexwerkers over de hele
linie voorlopig uitblijven. Dat heeft gevolgen voor alle flexwerkers. Dit is lastig
verdedigbaar nu het probleem zit bij een kleine groep werkgevers. Verdere verkenning
van een structurele oplossing is noodzakelijk, om vergelijkbare situaties in de toekomst
te voorkomen en deze situatie niet langer dan noodzakelijk te laten duren, ook met
het oog op de rechten van de groep werknemers die het betreft. Daarom wordt uitvoering
gegeven aan de aangenomen de motie van Kamerlid Flach (SGP), waarin wordt opgeroepen
een verkenning uit te voeren naar een vereenvoudigd en verlicht regime voor budgethouders,
waarbij het verlichten van de administratieve lasten en de arbeidsrechtelijke verplichtingen
nadrukkelijk wordt betrokken.1
Mede in het licht van het hiervoor beschreven dilemma is de regering van mening dat
uitstel voor een aantal onderdelen van het wetsvoorstel voor pgb-houders en pgb-zorgverleners
die bij deze particuliere werkgevers in dienst staan het meest zorgvuldig is. Dit
zijn de onderdelen die nu onuitvoerbaar worden geacht. Dit betekent dat tijdelijk
oproepovereenkomsten (waaronder een nulurencontract) nog gebruikt kunnen worden door
pgb-houders en pgb-zorgverleners, dat de introductie van het bandbreedtecontract niet
geldt, en de tussenpoos van de ketenbepaling op 6 maanden blijft staan. Voor het gebruik
van oproepovereenkomsten is het dus niet noodzakelijk dat er sprake is van een scholier
of student met een bijbaan. Voor alle pgb-zorgverleners kan gebruik gemaakt blijven
worden van oproepovereenkomsten, met de huidige voorwaarden die daarbij horen.
Ten aanzien van oproepovereenkomsten wordt volledigheidshalve opgemerkt dat die voor
deze groep vallen onder de oproepdefinitie in het voorgestelde artikel 7:628a, eerste
lid BW. De huidige regels die gelden voor oproepcontracten (die in het tweede lid
van dat artikel vermeld worden) blijven daardoor ook van toepassing op oproepovereenkomsten
van pgb-zorgverleners. Op grond van het voorgestelde artikel 27, eerste lid, van de
Wet financiering sociale verzekeringen blijft op deze oproepovereenkomsten ook de
hoge WW-premie van toepassing.
De van rechtswege omzetting van oproepcontracten naar bandbreedtecontracten, zoals
voorzien in het eerste lid van het voorgestelde artikel 228 Overgangswet nieuw Burgerlijk
Wetboek, moet zolang het overgangsrecht geldt voor deze groep niet plaatsvinden. Dit
wordt geregeld door het eerste lid, onderdeel a, van het in te voegen artikel 229.
Ook bij de ketenbepaling en de Ragetlieregel blijft de tussenpoos staan op de huidige
tussenpoos van 6 maanden. Dit is in onderdeel d van het artikel geregeld.
De overige onderdelen van het wetsvoorstel (het benadelingsverbod, de wijziging van
de uitzendovereenkomst en het deel van het overgangsrecht dat ziet op cao’s) hebben
ofwel geen effect op de uitvoeringspraktijk, ofwel zijn al niet van toepassing op
arbeidsovereenkomsten tussen pgb-houders en pgb-zorgverleners. Zo kunnen pgb-houders
niet als uitzendwerkgevers kwalificeren.
Dit is nadrukkelijk tijdelijk geregeld en het doel is dan ook dat dit onderscheid
op het vroegst mogelijke moment wordt opgelost, bijvoorbeeld door een andere vormgeving
van het pgb. Het voorgestelde artikel 229 geldt tot een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip. De regering is zich er terdege van bewust dat een structurele uitzondering
gelet op gelijke behandelingsgrenzen zeer kwetsbaar is en ook overigens onwenselijk.
In de tussentijd moet een structurele oplossing gevonden worden in een nieuwe vormgeving
van het pgb, waardoor er minder vaak of niet meer sprake is van individueel werkgeverschap
en het individueel werkgeverschap minder schuurt voor individuele pgb-houders.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tekent deze nota van wijziging mede
namens de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.A. Vijlbrief
Ondertekenaars
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Bijlagen
Stemmingsuitslagen
Aangenomen met handopsteken
| Fracties | Zetels | Voor/Tegen |
|---|---|---|
| D66 | 26 | Voor |
| VVD | 22 | Voor |
| GroenLinks-PvdA | 20 | Voor |
| PVV | 19 | Voor |
| CDA | 18 | Voor |
| JA21 | 9 | Tegen |
| FVD | 7 | Tegen |
| Groep Markuszower | 7 | Tegen |
| BBB | 3 | Tegen |
| ChristenUnie | 3 | Voor |
| DENK | 3 | Voor |
| PvdD | 3 | Voor |
| SGP | 3 | Tegen |
| SP | 3 | Voor |
| 50PLUS | 2 | Voor |
| Keijzer | 1 | Voor |
| Volt | 1 | Voor |
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.