Lijst van vragen : Lijst van vragen inzake Opvolging motie-Grinwis c.s. over toekomstbestendig vernieuwen van spoorknoop Haarlem (Kamerstuk 36800-A-28) (Kamerstuk 29984-1274)
2026D14415 LIJST VAN VRAGEN
De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft een aantal vragen voorgelegd
aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over de brief van de Staatssecretaris
inzake de Opvolging motie-Grinwis c.s. over toekomstbestendig vernieuwen van spoorknoop Haarlem
(Kamerstuk
36 800 A, nr. 28) (Kamerstuk 29 984, nr. 1274).
De voorzitter van de commissie,
Huizenga
De griffier van de commissie,
Schukkink
Nr
Vraag
1
Zitten er in IenW- of ProRail plannings-, asset management- en/of projectmanagementsystemen
«red flag functies» of waarschuwingsfuncties die waarschuwen voor verspilling van
belastinggelden van grote omvang als deelprojecten om budgettaire of andere redenen
niet samen kunnen worden opgepakt?
2
Had IenW of ProRail eerder dan de point of no return kunnen zien dat het in dit project
tegen budgettaire grenzen aanliep, waardoor verbetering die in het eerste deel worden
aangebracht er straks, bij het tweede deel, weer uit moeten?
3
Zo ja, als dit enkel bij ProRail zichtbaar is, heeft ProRail dit voor de zogenaamde
«point of no return» bij IenW aangegeven? Zo nee, waarom niet?
4
Zijn er andere projecten waarvoor dit ook geldt of dreigt te gelden? Graag een limitatieve
lijst met toelichting.
5
In hoeverre zijn in dit project scenarioanalyses uitgevoerd waarin expliciet is doorgerekend
wat de meerkosten zijn van het niet gelijktijdig uitvoeren van vervanging en capaciteitsuitbreiding?
6
Hoe wordt binnen IenW en ProRail systematisch gemonitord of infrastructurele projecten
waarbij een meekoppelkans vervalt later leiden tot hogere totale kosten voor de belastingbetaler?
7
Klopt het dat door ProRail aan de gemeente Haarlem is gecommuniceerd dat, ondanks
de vergevorderde status van het aanbestedingstraject, er toch nog mogelijkheden zouden
zijn? Zo ja, waarom is het dan nu toch niet mogelijk?
8
Waarom is het technisch niet mogelijk om de huidige wissels iets langer in bedrijf
te houden?
9
Wat is de verklaring voor het feit dat de wissels op 31 december 2028 nog kunnen worden
gebruikt en op 1 januari 2029 niet meer?
10
Waarom is niet ingegaan op de door de gemeente Haarlem voorgestelde voorfinanciering?
11
Waarom wordt in de Kamerbrief gesproken over de «eventuele frequentieverhoging tussen
Haarlem en Amsterdam», terwijl de frequentieverhoging reeds is afgesproken in de HRN-concessie?
12
Hoe verhoudt de ontstane situatie zich tot de afgesproken 10.000 extra woningen in
Haarlem en 40.000 extra woningen rondom Amsterdam Sloterdijk? Komen deze woningaantallen
nu ook op losse schroeven te staan?
13
Wat zijn de gevolgen voor de mobiliteit in de regio Haarlem en aan de westkant van
Amsterdam als de geplande frequentieverhoging niet doorgaat?
14
Als de vernieuwing van de spoorknoop Haarlem nu toch geen doorgang kan vinden, wat
is dan de nieuwe afspraak voor de grootschalige en op de toekomstige treinenloop afgestemde
verbouwing? Kan hier een nauwkeurige planning van worden gegeven?
15
Op welke wijze gaat het kabinet met de lokale overheden bindende afspraken maken voor
het op korte termijn alsnog grootschalig vernieuwen van de spoorknoop Haarlem?
16
Op welke exacte datum heeft ProRail u voor het eerst formeel of informeel gemeld dat
het «point of no return» voor de werkzaamheden in 2028 was bereikt?
17
Waarom is de Kamer tijdens de behandeling van de motie-Grinwis c.s. op 4 februari jl.
niet gewaarschuwd dat de uitvoeringstechnische deadline reeds was verstreken, in plaats
van de motie enkel te ontraden op financiële gronden?
18
Wat gebeurt er met de beoogde dekking uit de noordelijke tunnel van het Zuidasdok
nu de motie niet wordt uitgevoerd? Vallen deze middelen vrij voor andere spoorprojecten
of blijven deze gereserveerd?
19
Welk bedrag begroot ProRail op dit moment wél voor een latere ombouw (na 2028), nu
ProRail stelt dat de genoemde € 62 miljoen onvoldoende is voor een latere integrale
ombouw?
20
Welke specifieke veiligheidsrisico’s treden op bij een eventueel kortstondig uitstel
van de aanbesteding om het ontwerp alsnog aan te passen?
21
Kunt u een tijdlijn opstellen van de gang van zaken rondom de besluitvorming voor
de Spoorknoop in Haarlem, waarbij wordt meegenomen wanneer het Ministerie van Infrastructuur
en Waterstaat en ProRail op de hoogte waren van de noodzaak van de vernieuwing, hoe
het contact over deze verbouwing en de financiële aspecten daarvan tussen het Ministerie
van Infrastructuur en Waterstaat is verlopen, en wanneer is besloten om de vernieuwing
niet te betrekken bij het reeds geplande onderhoud?
22
Kunt u vertellen wanneer bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bekend
was dat het «point of no return» was bereikt, en in hoeverre heeft u dit gedeeld met
de Tweede Kamer?
23
Klopt het dat de Staatssecretaris bij het commissiedebat Spoor in december 2026 heeft
toegezegd dat hij tot het MIRT-debat geen onomkeerbare besluiten zou nemen, en de
besluitvorming rondom spoorknoop Haarlem zou betrekken bij de MIRT-systematiek, terwijl
het «point of no return» toen al was verstreken, en heeft hij de Kamer toen incorrect
of onvolledig geïnformeerd?
24
Erkent u ook de extra maatschappelijke kosten, zoals hinder voor de treinreiziger
en het uitblijven van reeds afgesproken capaciteitsuitbreiding?
25
Bent u bereid middelen vrij te maken voor de vernieuwing van de spoorknoop Haarlem,
zodat de kosten op de lange termijn zo laag mogelijk blijven, en goedkoop uiteindelijk
geen duurkoop wordt?
26
Is het mogelijk deze reconstructie te financieren vanuit eerder uitgekeerde middelen
voor woningbouw en mobiliteit (WoMo)?
27
Bent u bereid in te gaan op het aanbod van de gemeente Haarlem om de werkzaamheden
voor te financieren, zodat het kabinet deze kosten op een later moment kan inboeken?
28
Was de Staatssecretaris op de hoogte dat het «point of no return» was bereikt tijdens
het commissiedebat Spoor in december, en heeft de Staatssecretaris de Kamer daar volledig
en correct over geïnformeerd?
29
Hoe kan het dat duidelijkheid ontbrak over de scope van de verbouwing bij ProRail
waardoor zij de raming voor een volledige verbouwing niet hebben gedaan?
30
Zijn de wissels daadwerkelijk niet meer bruikbaar in 2028, of kan met aanvullende
maatregelen of intensievere monitoring de levensduur mogelijk worden verlengd?
31
Kunt u een juridische en technische co-analyse maken van de risico’s van eventuele
uitval van wissels ten opzichte van de voordelen van één integrale verbouwing, en
daarbij aangeven of de risico’s van uitstel opwegen tegen de aanzienlijke extra kosten
die ontstaan wanneer de werkzaamheden niet gelijktijdig worden uitgevoerd?
32
Kunt u expliciet ingaan op het scenario dat één van de wissels tussentijds moet worden
aangepakt, maar de andere wissels wel standhouden bij een verlengde levensduur?
33
Hoe groot acht u de kans dat alle betrokken wissels een verlengde levensduur niet
zouden overleven?
34
Houdt u vast aan het volledige concessievolume in uiterlijk 2033 voor zowel het traject
Leiden–Haarlem als het traject Haarlem–Amsterdam?
35
Wat zou de invloed zijn van het uitstellen van de vernieuwing van de spoorknoop op
de woningbouw en bereikbaarheid in de regio?
36
Bent u bereid zich ervoor in te spannen dat de beoogde vernieuwing nog in deze kabinetsperiode
kan worden uitgevoerd?
37
Op welke andere locaties speelt een vergelijkbare problematiek waarbij het samenvoegen
van onderhoud en vernieuwing veel geld kan besparen?
38
Kunt u een lijst geven van andere WoMo-projecten die zijn afgewezen, aangeven welke
criteria zijn gehanteerd bij het afwijzen van deze projecten en aangeven wat er gebeurt
met de woningbouwopgave die aan deze projecten was gekoppeld?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R.A. Huizenga, voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat -
Mede ondertekenaar
M. Schukkink, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.